woensdag 29 juni 2022

Films gezien in juni

Deux jours, une nuit: Mijn favoriete film van Jean-Pierre en Luc Dardenne die ik al een keer of vijf heb gezien, nu samen met een vriend. De vrouwelijke hoofdrol is van Marion Cotillard en vind ik één van de mooiste vrouwelijke hoofdrollen die ik ooit heb gezien. *****
 
l'Enfant: Film van Jean-Pierre en Luc Dardenne over Bruno en Sonia die een stel zijn. Sonia krijgt een kind. Bruno is een kruimeldief en krijgt in een opwelling het idee om hun kind te verkopen. Een nieuw kind is zo gemaakt, toch? Indrukwekkende film. *****
 
Woman: Documentaire van Yann Arthus-Bertrand waarvoor hij en de Oekraïense Anastasia Mikova zo'n 2.000 vrouwen in 50 landen hebben geïnterviewd. De vrouwen vertellen voor de camera openhartig over hun leven, de ellende, maar ook de vreugden. Fascinerend! *****
 
Cave of Forgotten Dreams: In 1994 is door een groep speleologen de Chauvet-grot in de Ardêche ontdekt. Deze grot bevat de oudste tot nu toe ontdekte rotsschilderingen uit de prehistorie, zo'n 32.000 jaar oud. Er zijn tekeningen van allerlei wilde dieren: bizons, wolharige neushoorn, mammoeten, leeuwen en paarden. De Duitse regisseur Werner Herzog en zijn team kregen toegang tot de grot om er een prachtige documentaire over te maken. De prehistorische kunst is schitterend in beeld gebracht. ****

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

dinsdag 28 juni 2022

Recept: Venkelstamppot

Vanavond heb ik een nieuw gerecht bedacht. Ik ben sinds een jaar of 2 een groot liefhebber van venkel en bedacht dat die het vast prima zou doen in een stamppot.
 
Ingrediënten voor 2 flinke eters:
600 gram aardappelen
2 venkelknollen
2 middelgrote uien
250 gram champignons
klont roomboter
200 gram geraspte oude kaas
 
Bereiding:
Was de aardappelen, schil ze eventueel (zelf doe ik dat nooit, ik neem wel altijd de beste kwaliteit aardappelen die voorhanden is) en snijd ze in stukken. Kook de aardappelen in een ruime pan met water tot ze gaar zijn. Schil de uien en snijd ze in blokjes. Was de venkel en snijd hem in stukken en was de champignons en snijd die in stukken. De lekkerste geraspte kaas krijg je als je zelf een stuk oude kaas raspt. Smelt in een braadpan een klont boter, voeg de gesnipperde uien toe en bak die tot ze glazig zijn. Vervolgens voeg je de gesneden venkel en champignons toe en laat ze in ongeveer tien minuten onder regelmatig roeren gaar worden. Stamp de gekookte aardappelen en voeg de groenteprut en de geraspte kaas toe. Als je de stamppot niet smeuïg genoeg vindt kun je nog wat extra roomboter of melk toevoegen.
 
Eet smakelijk!
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

maandag 27 juni 2022

Jane Austen: Trots en vooroordeel

Jane Austen: Trots en vooroordeel (Groot-Brittannië, 1813): 356 blz: Vertaald door Annelies Roeleveld & Margret Stevens (2009): Uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennep: Perpetua reeks

Trots en vooroordeel
 
"Pride and Prejudice" is een van de beroemdste en zonder enige twijfel ook een van de meest geliefde romans van de Engelstalige klassieken. Dit is de derde keer dat ik het boek las. Ik las "Trots en vooroordeel" voor het eerst in 1998 in het Engels en in 2014 in een Nederlandse vertaling van Elke Meiborg die ik veel minder mooi vond dan de vertaling die ik nu heb gelezen uit de Perpetua reeks.
 
Jane Austen geeft de mores van haar tijd (begin 19e eeuw) haarscherp weer. Ze wist als geen ander te beschrijven hoe belangrijk het was voor een vrouw om aan een geschikte echtgenoot komen. 
 
In "Trots en vooroordeel" staat de familie Bennet centraal, vader en moeder met 5 dochters in de leeftijd van 15 tot 22 jaar oud. Grote wens van de moeder is om haar dochters aan een zo goed mogelijke partij uit te huwelijken. 
 
Ik vind "Trots en vooroordeel" een heerlijk boek. Ook voor mij is dit een van mijn favoriete boeken uit de Engelstalige literatuur.
 
Citaten:
De beroemde openingszin van het boek:
- Het is een waarheid die iedereen, waar ook ter wereld, zal onderschrijven: een ongehuwde man met een behoorlijk vermogen heeft behoefte aan een echtgenote.

Over mevrouw Bennet:
- Haar eigen innerlijk was minder moeilijk te doorgronden. Ze was een vrouw met een pover verstand, weinig kennis en een wispelturig temperament. Als ze ontevreden was, beeldde ze zich in dat ze last van haar zenuwen had. Haar doel in het leven was haar dochters aan de man te brengen; haar troost in het leven waren bezoek en nieuwtjes.

Elizabeth tegen Jane:
- " ... Nou, hij is beslist een aangenaam mens en je hebt mijn toestemming om hem aardig te vinden. Je hebt al heel wat stommere mensen aardig gevonden."
 "Maar Lizzy toch!"
 "Jawel! Je bent veel te gauw geneigd om iedereen maar aardig te vinden, zie je. Je ziet nooit gebreken in mensen. De hele wereld is in jouw ogen rechtschapen en van goede wil. Ik heb je van mijn leven nog nooit iets kwaads over een mens horen zeggen."

Charlotte Lucas tegen Elizabeth:
- In negen van de tien gevallen kan een vrouw beter méér genegenheid tonen dan ze voelt. Bingley mag je zuster graag, daar is geen twijfel over mogelijk, maar misschien wordt het nooit meer dan graag mogen als zij hem niet een beetje op weg helpt.

- ... tot sir William sprak:
 "Wat is dat toch een heerlijk tijdverdrijf voor jonge mensen, mijnheer Darcy! Er is toch niets dat het haalt bij dansen. Ik beschouw het als een van de meest gedistingeerde bezigheden in beschaafde kringen."
 "Zeker, mijnheer ... en het heeft het voordeel dat het ook in zwang is in de minder beschaafde kringen in de wereld. Iedere wilde kan dansen."

- "Niets is zo bedrieglijk," zei Darcy, "als het mom van bescheidenheid. Het is vaak niets anders dan onverschilligheid en soms indirecte grootspraak."

- "Nee zeg," riep Bingley uit, "dat gaat te ver, om 's avonds nog precies te weten welke onzin we 's morgens allemaal hebben uitgekraamd."

- ... en van de plezierige manier waarop hij onmiddellijk een conversatie aanknoopte, al ging het er alleen over dat het die avond nogal regende en dat het vermoedelijk een nat seizoen ging worden, kreeg ze het gevoel dat het meest banale, onnozele en afgezaagde onderwerp interessant gemaakt kon worden door een vaardig spreker.

- "Kom hier, kind," riep haar vader toen ze verscheen. "Ik heb je laten komen voor een zaak van belang. Ik heb begrepen dat mijnheer Collins je een huwelijksaanzoek heeft gedaan. Klopt dat?" Elizabeth antwoordde dat het klopte. "Mooi ... en dit huwelijksaanzoek heb je afgewezen?"
 "Inderdaad, vader."
 "Mooi. Dan komen we nu ter zake. Je moeder staat erop dat je het aanzoek aanneemt. Dat is toch zo, mevrouw Bennet?"
 "Ja, of ik wil haar nooit meer zien."
 "Je staat voor een verdrietige keus, Elizabeth. Vanaf vandaag moet een van je ouders een vreemde voor je zijn. Je moeder wil je nooit meer zien als je niet met mijnheer Collins trouwt en ik wil je nooit meer zien als je wél met hem trouwt."

- ... het huwelijk was de enige respectabele voorziening voor welopgevoede jongedames met weinig geld en hoe onzeker het ook was of er geluk mee gepaard ging, het was ongetwijfeld de meest aangename manier om zich van armoede te vrijwaren.

- "Ik bedoel helemaal niet dat ik de handelwijze van mijnheer Bingley toeschrijf aan kwade opzet," zei Elizabeth, "maar zonder dat iemand plannen smeedt om verkeerd te handelen of anderen ongelukkig te maken, kunnen er fouten gemaakt worden en kan er ellende volgen. Onnadenkendheid, gebrek aan aandacht voor de gevoelens van andere mensen en gebrek aan standvastigheid zijn al genoeg."

- Kitty en Lydia ... zijn nog niet toe aan de bedroevende conclusie dat knappe jongemannen iets moeten hebben om van te leven, net zo goed als onaantrekkelijke jongemannen.

Zijn huishoudster over meneer Darcy:
- "... U heeft het goed getroffen met zo'n mijnheer."
 "Ja mijnheer, dat weet ik. Als ik de wereld af zou reizen zou ik geen betere kunnen vinden. Maar ik heb altijd opgemerkt dat zij die goed van aard zijn als kinderen, goed van aard zijn als ze groot worden en hij was altijd de aardigste, edelmoedigste jongen ter wereld."

Elizabeth over Darcy:
- Ze begon nu te beseffen dat hij precies de man was die qua karakter en talenten het meest bij haar zou passen. Zijn intelligentie en temperament waren weliswaar anders dan die van haarzelf maar zouden beantwoorden aan al haar wensen. Het was een verbintenis die beiden tot voordeel zou hebben gestrekt: haar ongedwongenheid en levendigheid hadden zijn gemoed minder hard kunnen maken en zijn gedrag beter, en uit zijn beoordelingsvermogen, rijkdom aan informatie en kennis van de wereld had zij nog veel groter profijt kunnen trekken.

      

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

donderdag 23 juni 2022

J.M. Coetzee: Zomertijd

J.M. Coetzee: Zomertijd (Zuid-Afrika, 2009): 297 blz: Vertaald door Peter Bergsma (2009): Uitgeverij Cossee
 

 
"Zomertijd" is na "Jongensjaren" en "Portret van een jongeman" het afsluitende deel van een autobiografische romantrilogie.
 
In "Zomertijd" wil een zekere Vincent een biografie schrijven over de wereldberoemde schrijver John Coetzee. Hij wil daarbij zijn aandacht vooral richten op de periode dat de schrijver weer in Zuid-Afrika woonde, rond 1971-1977, na een langdurig verblijf in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten.
 
Om deze biografie te kunnen schrijven wil Vincent een aantal mensen interviewen. De meeste mensen die op de lijst staan zijn inmiddels overleden en uiteindelijk spreekt Vincent slechts 5 mensen. Hij spreekt Martin, een vriend, en verder 4 vrouwen: Margot, een nicht van John, Adriana, een danslerares waar John verliefd op geweest is, en Julia en Sophie met wie hij een verhouding heeft gehad.
 
De vraag is natuurlijk in hoeverre Vincent aan de hand van deze 5 interviews een biografie kan maken. De 5 interviews vormen samen het grootste en belangrijkste deel van het boek, verder staan er nog wat losse aantekeningen in.
 
Als autobiografie stelt "Zomertijd" niet zo veel voor. De 5 personen die Vincent heeft geïnterviewd zien geen van allen waarom Coetzee een bijzonder mens zou zijn. Coetzee komt naar voren als een rustige man, die wel vriendelijk is, maar die moeilijk met andere mensen kan omgaan. Hij heeft eigenlijk geen vrienden en zijn liefdesrelaties stellen ook niet veel voor. Alle 5 vinden ze hem zowel als minnaar, als schrijver en als mens niet zo bijzonder.
 
Behalve wat in de onderstaande citaten vermeld staat kom je niet zoveel over de schrijver John Coetzee te weten. Maar de roman zit ingenieus in elkaar, geeft een heel andere kijk op het genre biografie en ik heb hem met veel plezier gelezen. Wat ik ook leuk vind in dit boek is dat er regelmatig stukjes in het Zuid-Afrikaans in de tekst staan. Voor mij als Nederlandstalige lezer is dat extra leuk omdat het Zuid-Afrikaans veel op het Nederlands lijkt en meestal wel te begrijpen valt. Collega-blogger Koen heeft "Zomertijd" ook besproken, evenals de twee eerdere romans.

Naar aanleiding van deze romantrilogie en het eerder gelezen "In ongenade" zou ik alles wel willen lezen van Coetzee. Dat zal niet gaan gebeuren omdat er nog zoveel meer te lezen valt.
 
Julia:
- Wat merkwaardig was, was dat het in die dagen niet vaak voorkwam dat een blanke man met zijn handen werkte, ongeschoold werk deed. Kafferwerk, werd het over het algemeen genoemd, werk dat je tegen betaling door een ander liet doen. Al hoefde je je niet echt te schamen als mensen je zand zagen scheppen, je viel er wel mee uit de toon, als u begrijpt wat ik bedoel.
 
- U moet me geloven als ik u zeg dat geen haar - geen haar! - op mijn hoofd erover piekerde om te flirten met deze man. Want hij had geen enkele seksuele uitstraling. Het was alsof hij van hoofd tot voeten met een neutraliserende spray was bespoten, een steriliserende spray.
 
- Twee ondoorgrondelijke robots die een ondoorgrondelijke omgang met elkaars lichaam hebben: zo voelde het om met John in bed te liggen.
 
- Vrouwen vielen niet op hem - althans geen vrouwen die goed bij hun hoofd waren. Ze keurden hem, ze snuffelden aan hem, ze probeerden hem misschien zelfs uit. Daarna gingen ze verder.
 
Margot:
- Johns aanwezigheid op de boerderij is een bron van ongemak. Na jarenlang overzee te hebben doorgebracht - zoveel jaren dat werd geconcludeerd dat hij voorgoed was vertrokken - is hij plotseling weer tussen hen opgedoken onder een of andere wolk, een of andere schandvlek. Een van de verhalen die worden gefluisterd is dat hij in een Amerikaanse gevangenis heeft gezeten.
 
- Ze merkt dat hij de schaal vlees doorgeeft zonder er zelf van te nemen.
 "Neem je geen schapenvlees, John?" roept Carol op liefbezorgde toon vanaf het andere eind van de tafel.
 "Vanavond niet, dank je," antwoordt John. "Ek het my vanmiddag dik gevreet."
 "Dus je bent geen vegetariër, je bent geen vegetariër geworden terwijl je overzee was."
 "Geen strikte vegetariër. Dis nie 'n woord waarvan ek hou nie. As 'n mens verkies om nie so veel vleis te eet nie ..."
 "Ja?" zegt Carol. "As 'n mens so verkies, dan ... ?"
 
- Weer John en zijn gedichten! Ze kan het niet helpen, ze proest van het lachen. John die op de veranda van dat treurige huisje gedichten zit te verzinnen! Met een baret op zijn hoofd, ongetwijfeld, en een glas wijn bij zijn elleboog. En de kleine kleurlingenkindertjes die om hem heen drommen en hem lastigvallen met vragen: Wat maak oom? - Nee, oom maak gedigte. Op sy ou ramkiekie maak oom gedigte. Die wêreld is ons woning nie ... Meneer maakt gedichten op zijn oude banjo.
 
- Het is maar een grapje, maar hij wenst het serieus te nemen. "Ik zou niet weten hoe je een bestseller schrijft," zegt hij. "Ik weet niet genoeg van mensen en hun fantasiewereld. Hoe dan ook, ik ben niet voorbestemd voor dat lot."
 "Welk lot?"
 "Het lot van een rijke en succesvolle schrijver."
 "Voor welk lot ben je dan voorbestemd?"
 "Precies voor het huidige. Voor het wonen met een ouder wordende vader in een huis in de blanke buitenwijken met een lekkend dak."
 
Adriana:
- "Strikt genomen ben ik niet de leraar Engels," kwam meneer Coetzee tussenbeide, zich tot Joana richtend. "Ik ben de bijlesleraar Engels. Dat betekent dat ik door de school ben aangenomen om leerlingen te helpen die moeite met Engels hebben. Ik probeer ze door de examens heen te loodsen. Dus ik ben een soort examentrainer. Dat zou een betere beschrijving zijn van wat ik doe, een betere naam voor mij."
 
- Meneer Vincent, voor u is John Coetzee een groot schrijver en een held, dat wil ik wel aannemen, waarom zou u anders hier zijn, waarom zou u anders dit boek schrijven? Voor mij daarentegen - neem me niet kwalijk dat ik dit zeg, maar hij is dood, dus ik kan zijn gevoelens niet kwetsen - voor mij is hij niets. Hij is niets, was niets, alleen maar een ergernis, een blok aan mijn been. Ik zie wel dat u nijdig bent omdat ik hem neerzet als een idioot. Desondanks was hij voor mij echt een idioot.
 
Martin:
- Hij vertelde me eens dat hij zijn roeping had gemist, dat hij bibliothecaris had moeten worden. Daar kan ik wel in meevoelen.
 
- Zou u dat niet tot nadenken moeten stemmen? Zult u niet onvermijdelijk met een verhaal komen dat naar het persoonlijke en intieme neigt ten koste van 's mans feitelijke prestaties als schrijver? Zal het ook maar iets meer voorstellen - vergeef me dat ik het zeg - vrouwengeroddel?
 
Omdat mijn informanten vrouwen zijn?
 
Omdat het niet in de aard van liefdesrelaties ligt dat de geliefden een volledig en weloverwogen beeld van elkaar hebben.
 
Vincent:
- Ik heb hem nooit opgezocht. Ik heb zelfs nooit met hem gecorrespondeerd. Het leek me beter om op geen enkele manier bij hem in het krijt te staan. Dan zou ik vrij zijn om te schrijven wat ik wilde.
 
- Heb je een autorisatie nodig om een boek te schrijven? Aan wie zou ik die moeten vragen? Ik heb geen flauw idee. Maar ik kan u verzekeren dat het een serieus boek wordt, een serieus bedoelde biografie. Ik concentreer me op de jaren vanaf Coetzees terugkeer in Zuid-Afrika in 1971/72 tot zijn eerste algemene erkenning in 1977. Dat lijkt me een belangrijke periode in zijn leven, belangrijk maar veronachtzaamd, een periode waarin hij nog zijn draai probeerde te vinden als schrijver.

- In de publieke opinie bestond het beeld van een kille en hautaine intellectueel, een beeld dat hij nooit heeft proberen te ontzenuwen. Je zou zelfs kunnen zeggen dat hij het aanmoedigde.

      

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

dinsdag 21 juni 2022

J.M. Coetzee: Portret van een jongeman

J.M. Coetzee: Portret van een jongeman (Zuid-Afrika, 2002): 208 blz: Vertaald door Peter Bergsma (2002): Uitgeverij Cossee
 

 
"Portret van een jongeman" is het tweede deel van de autobiografische trilogie van J.M. Coetzee. In het eerste deel "Jongensjaren" hebben we gezien hoe John opgroeide in de provincie in Zuid-Afrika.
 
In het begin van "Portret van een jongeman" woont John inmiddels in Kaapstad en studeert hij wiskunde aan de universiteit. Wiskunde studeren is voor John een middel, hij wil als wiskundige zijn geld verdienen en vervolgens een groot dichter worden. 
 
Na de universiteit houdt John het voor gezien in Zuid-Afrika en reist hij af naar Londen. Daar vindt hij werk als computerprogrammeur. Het boek gaat enerzijds over het werk dat John doet en anderzijds over zijn liefdesleven. Op beide terreinen beschrijft hij zichzelf met de nodige zelfspot, wat het boek in ieder geval voor mij, zeer aangenaam maakt om te lezen. Net als in het eerste deel gebruikt Coetzee korte zinnen en uiterst korte alinea's.
 
Citaten:
- Maar hij kan niet eeuwig alleen blijven wonen. Het eropna houden van een minnares hoort bij het leven van een kunstenaar: ook al slaagt hij erin de huwelijksval te omzeilen, wat hij zeker zal doen, hij zal een manier moeten vinden om met vrouwen samen te leven. Kunst kan niet met ontbering alleen worden gevoed, met verlangen, eenzaamheid. Er moet ook intimiteit, hartstocht, liefde zijn.

- Er zijn twee, misschien drie plaatsen op de wereld waar het leven werkelijk intens kan worden geleefd: Londen, Parijs, misschien Wenen. Parijs komt op de eerste plaats: stad van de liefde, stad van de kunst. Maar om in Parijs te wonen moet je op zo'n chique school hebben gezeten waar ze Frans geven. Wat Wenen betreft, Wenen is voor joden die hun geboorterecht weer komen opeisen: logisch positivisme, twaalftonige muziek, psychoanalyse. Blijft over Londen, waar Zuid-Afrikanen geen papieren op zak hoeven te hebben en waar de mensen Engels spreken.

- De kranten staan vol advertenties voor computerprogrammeurs. Een graad in de wiskunde wordt aanbevolen maar niet geëist. Hij heeft van computerprogrammeren gehoord, maar wat het precies inhoudt is hem niet duidelijk. Hij heeft nog nooit een computer gezien, behalve in stripverhalen, waar computers worden voorgesteld als doosachtige gevallen die rollen papier uitspugen. Voor zover hij weet zijn er geen computers in Zuid-Afrika.

- Na het gesprek krijgt hij een IQ-test. Hij heeft IQ-tests altijd leuk gevonden, heeft er altijd goed bij gescoord. Hij is over het algemeen beter in tests, tentamens, examens, dan in het echte leven.

- Er zijn nog meer opzichten, zo blijkt, waarin proza anders is dan poëzie. In poëzie kan de handeling overal en nergens plaatsvinden: het maakt niet uit of de eenzame vissersvrouwen in Kalkbaai of Portugal of Maine wonen. Proza, daarentegen, lijkt hardnekkig om een specifieke achtergrond te zeuren.

- Fransen zijn het beschaafdste volk ter wereld. Alle schrijvers die hij hoogacht zijn doorkneed in de Franse cultuur; de meesten beschouwen Frankrijk als hun geestelijke thuis - Frankrijk en, tot op zekere hoogte, Italië, al schijnt Italië zware tijden door te maken. Al sinds zijn vijftiende, toen hij een postwissel van vijf pond en tien shilling naar het Pelham Institute stuurde en in ruil een grammaticaboek ontving plus een reeks oefenbladen om in te vullen en ter beoordeling aan het Instituut te retourneren, probeert hij Frans te leren.
 
- Want hij heeft geen aanleg voor liegen of bedriegen of regels aan zijn laars lappen, net zoals hij geen aanleg heeft voor plezier maken of opvallende kleding. Hij heeft alleen maar talent voor ellende, doffe, eerlijke ellende. Als deze stad ellende niet beloont, wat heeft hij hier dan te zoeken?
 
- Net zoals hij aan de ene kant op afstand verliefd is geworden op Ingeborg Bachman en aan de andere op Anna Karina, zo zal, vermoedt hij, zijn aanstaande hem uit zijn werken moeten leren kennen, verliefd moeten worden op zijn kunst voordat ze zo dwaas is om op hemzelf verliefd te worden.

- Wat heb je als minnaar, als schrijver, meer nodig dan een soort stompzinnige, ongevoelige koppigheid, gepaard aan de bereidheid om de ene mislukking na de andere te incasseren?
 Wat hem mankeert is dat hij niet bereid is om een mislukking te incasseren. Hij wil een tien of een uitmuntend of een score van honderd procent voor elke poging die hij onderneemt, met een dik Uitstekend! in de kantlijn.
 
      

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

maandag 20 juni 2022

J.M. Coetzee: Jongensjaren

J.M. Coetzee: Jongensjaren: Scènes uit de provincie (Zuid-Afrika, 1997): 160 blz: Vertaald door Peter Bergsma (1997): Uitgeverij Ambo
 

 
"Jongensjaren" is het eerste deel van een autobiografische romantrilogie waarin de schrijver over zijn jeugd in de provincie in Zuid-Afrika vertelt. Coetzee vertelt in korte zinnen en uiterst korte alinea's zijn verhaal. Het boek telt sowieso weinig bladzijden, de meeste schrijvers hebben 2 of 3 maal zo veel tekst nodig voor een zelfde verhaal, A.F.Th van der Heijden en J.J. Voskuil wel 10 keer zoveel.

John is een aparte jongen die weinig contact met leeftijdgenootjes heeft, maar graag leest, fietst of cricket speelt. Hij vertelt over zijn ervaringen op school, bij de boerderij, bij de scouting, alles met zeer weinig woorden. Ik ben erg onder de indruk van "Jongensjaren". Om een idee van de stijl van het boek te geven zoals gebruikelijk weer een aantal citaten. De meeste van de citaten zijn de complete alinea.
 
Citaten:
- Ze wonen in een nieuwbouwwijk aan de rand van de stad Worcester, tussen de spoorlijn en het Nasionale Pad. De straten van de wijk hebben bomennamen, maar nog geen bomen. Hun adres is Populierlaan 12. Alle huizen in de wijk zijn nieuw en identiek. Ze staan op grote percelen rode klei waar niets wil groeien, gescheiden door hekken van ijzerdraad. In elke achtertuin bevindt zich een vierkant gebouwtje, bestaande uit een kamer en een wc. Hoewel ze geen bediende hebben, noemen ze deze "de bediendenkamer" en de "bedienden-wc". Ze gebruiken de bediendekamer om dingen in op te bergen: kranten, lege flessen, een kapotte stoel, een oude kokosmatras.

- Hij komt uit een abnormale en schandelijke familie, waarin niet alleen geen kinderen worden geslagen maar oudere mensen met hun voornaam worden aangesproken en niemand naar de kerk gaat en er elke dag schoenen worden gedragen.
 
- Eenmaal, tijdens hun eerste maanden in Worcester, was er een jongen door de open voordeur komen slenteren en had hem aangetroffen terwijl hij op zijn rug onder een stoel lag. "Wat doe je daar?" had hij gevraagd. "Nadenken," had hij geantwoord zonder erbij na te denken: "ik denk graag na." Het duurde niet lang of zijn hele klas wist het: de nieuwe jongen was vreemd, hij was niet normaal. Die vergissing heeft hem geleerd dat hij voorzichtiger moet zijn. 

- In haar boze buien geeft ze af op iedere vorm van boekenkennis. Kinderen moesten naar de ambachtsschool worden gestuurd, zegt ze, en daarna aan het werk gezet. Studeren is maar onzin. Leren voor meubelmaker of timmerman, met hout leren werken, dat is het beste.

- De familie, geleid door zijn grootmoeder, is niet blind voor het geheim van Populierlaan 12, namelijk dat het oudste kind op de eerste plaats komt in het huishouden, het tweede kind op de tweede en de man, de echtgenoot, de vader op de laatste.

- Afrikaners durven geen jij te zeggen tegen iemand die ouder is dan zijzelf. Hij drijft de spot met het taalgebruik van zijn vader: "Mammie moet 'n kombers oor Mammie se knieë trek anders word Mammie koud." Hij is maar blij dat hij niet Afrikaans is en het hem bespaard blijft zo te moeten praten, als een gegeselde slaaf.
 
- Op zijn verjaardag krijgt hij, in plaats van een partijtje, tien sjieling om zijn vrienden te trakteren. Hij nodigt zijn drie beste vrienden uit om mee te gaan naar Café Globe; ze gaan aan een tafeltje met een marmeren blad zitten en bestellen een bananasplit of een dame blanche. Hij voelt zich de koning te  rijk dat hij anderen zo kan verwennen, het zou een grandioos succes zou zijn geworden, als het plezier niet vergald was door de haveloze kleurlingenkinderen die door het raam naar ze staan te kijken.

- In plaats van vrienden hebben ze familie. Zijn familieleden van moederskant zijn de enigen die hem min of meer accepteren zoals hij is. Ze accepteren hem - ongemanierd, onaangepast, excentriek - niet alleen omdat ze zonder hem te accepteren niet op bezoek kunnen komen, maar ook omdat zij door hun opvoeding net zo schuw en ongemanierd zijn.

- Maar Ros en Freek interesseren hem pas echt. Hij is vreselijk benieuwd hoe hun leven eruitziet. Dragen ze een hemd en een onderbroek zoals blanken? Hebben ze allebei een bed? Slapen ze naakt of in hun werkkleren of hebben ze een pyjama? Nuttigen ze echte maaltijden, op een stoel aan een tafel met mes en vork?
 
- Hij ziet niet in hoe poëzie in het leven van zijn vader past; hij vermoedt dat deze maar doet alsof. Als zijn moeder vertelt dat ze om aan de spot van haar zusters te ontkomen met haar boek moest wegkruipen op zolder, gelooft hij haar. Maar hij kan zich onmogelijk voorstellen dat zijn vader als jongen gedichten las, hij die nu alleen maar de krant leest.
 
- Hij begrijpt niet waarom zoveel mensen om hem heen een hekel aan Engeland hebben. Engeland is Duinkerken en de Slag om Engeland. Engeland doet zijn plicht en aanvaardt rustig, zonder drukte zijn lot. Engeland is de jongen tijdens de Zeeslag bij Jutland die bij zijn kanons bleef terwijl het dek onder hem brandde. Engeland is sir Lancelot du Lac en Richard Leeuwenhart en Robin Hood met zijn handboog van taxushout en zijn groene lakense pak. Wat kunnen de Afrikaners daartegenover stellen? Dirkie Uys, die zijn paard doodjakkerde. Piet Retief, die voor gek werd gezet door Dingaan. En dan de Voortrekkers die wraak namen door duizenden Zoeloes dood te schieten die geen geweren hadden, en daar nog trots op waren ook.
 
- Teneinde om halfnegen op school te zijn moet hij om halfacht de deur uit: een half uur lopen naar het station, een kwartier met de trein, vijf minuten lopen van het station naar school en een buffer van tien minuten met het oog op vertragingen. Maar omdat hij bang is om te laat te komen, gaat hij al om zeven uur de deur uit en is om acht uur op school. Daar kan hij in het zojuist door de conciërge geopende lokaal in zijn bankje gaan zitten en met zijn hoofd op zijn armen wachten.
 
- Hij is voortdurend ziedend van woede. Die man, noemt hij zijn vader als hij tegen zijn moeder spreekt, te zeer van haat vervuld om hem een naam te geven: waarom moeten we iets met die man te maken hebben? Waarom laat je die man niet naar de gevangenis gaan?
 
      

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

zaterdag 18 juni 2022

Dvd: Woman

Woman (Frankrijk, 2019): 102 min: Regisseurs Yann Arthus-Bertrand & Anastasia Mikova

Woman
 
"Woman" is een combinatie van een kunstzinnige documentaire en een politiek pamflet over wat het is om vrouw te zijn, gemaakt door de Franse fotograaf en filmregisseur Yann Arthus-Bertrand in samenwerking met de Oekraïense Anastasia Mikova

Het grootste deel van "Woman" bestaat uit gefilmde portretten van vrouwen over de hele wereld. Alle vrouwen zijn schitterend gefilmd tegen een zwarte achtergrond zodat de hoofden van de geportretteerden er prachtig tegen afsteken. De meeste hoofden zijn slechts een paar seconden in beeld, maar de vrouwen die iets vertellen komen wat langer in beeld (net zo lang als hun verhaal duurt), vaak afgewisseld met andere portretten voor een verhoging van het kijkgenot. De montage van al die portretten is perfect gedaan.

Steeds worden een groot aantal portretten afgewisseld met andere shots waarop vrouwen te zien zijn. Ik vind die shots met portretten afgewisseld door andere opnames zo knap gedaan dat ik "Woman" een prachtige film vind om naar te kijken.

Niet geheel onbelangrijk is natuurlijk ook de kwaliteit van de gesprekken. Ik vind de kwaliteit van de gesprekken beter dan in de eerdere film "Human". Veel vrouwen praten over ellendige dingen in hun leven, maar er zijn er toch ook heel veel die de mooie kanten van het leven benadrukken.
 
Al met al vind ik "Woman" een fantastische film om te zien. Als ik naar de cijfers op IMDB kijk, dan lijkt het of maar weinig mensen deze film hebben gezien. Dat is erg jammer want hij is met een groot vakmanschap gemaakt en lijkt mij erg geschikt voor een miljoenenpubliek. Eigenlijk zou het een goed idee zijn om deze documentaire te vertonen op middelbare scholen zodat ook jongeren een idee krijgen van de moeilijkheden waarmee veel vrouwen helaas nog altijd mee te maken hebben. "Woman" is een zeer heftige film maar de moeite meer dan waard.
 
Op IMDB krijgt "Woman" van bijna 760 mensen een waardering van 7,8 wat ik veel te laag vind.
 
      

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

Frits Smid: La bande dessinée de drs. P

Frits Smid: La bande dessinée de drs. P (Nederland, 2022): 71 blz: Uitgeverij Concertobooks
 
La bande dessinée de Drs. P
 
"La bande dessinée de drs. P" is een hebbedingetje. 
 
Op mijn middelbare school in Tilburg trad drs. P een keer op. Destijds luisterde ik nog weinig naar muziek, maar ik kon deze liedjes wel waarderen. Jaren later ontdekte ik de liedjes van drs. P en werd fan. Drs. P (echte naam Heinz Polzer) schreef zeer ingenieuze liedjes die hij zelf zong, meestal begeleid op de piano. Een aantal van zijn liedjes zijn voor mij tot mijn favoriete Nederlandstalige liedjes gaan behoren, onder andere: "Dodenrit", "De veerpont", "De zusters Karamazov" (alle drie verstript in dit boek), maar ook "Snooker", "Knolraap en lof, schorseneren en prei", "Grand Prix" en "Op één na".

De striptekenaar Frits Smid heeft het aangedurfd om 10 van de bekendste liedjes van drs. P te verstrippen. Het resultaat mag er wezen. Terwijl ik de strips lees hoor ik in mijn hoofd het gezang van drs. P er bij. Grappig is dat alle 10 de strips op een andere manier en met andere kleuren zijn getekend. De tekeningen zien er erg strak uit en ogen bijna grafisch. Ik vind het een erg mooi boek, van mij mag Frits Smid nog wel meer liedteksten verstrippen!

Voor een aantal afbeeldingen uit het boek, klik hier.
 
        
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

donderdag 16 juni 2022

Vikram Seth: De geschikte jongen

Vikram Seth: De geschikte jongen (India, 1993): 1357 blz: Vertaald door Christien Jonkheer & Babet Mossel (2008): Uitgeverij Van Oorschot
 
De geschikte jongen by Vikram Seth
 
"De geschikte jongen" is een zeer lijvige familiekroniek die zich afspeelt in India in het begin van de jaren 50, een paar jaar na de onafhankelijkheid. 

Het boek opent met mevrouw Rupa Mehra die op de bruiloft van haar oudste dochter Savita tegen haar jongste dochter Lata zegt: "Ook jij gaat trouwen met een jongen die ik heb uitgezocht". 
 
In "De geschikte jongen" worden de verwikkelingen van 4 families beschreven die onderling met elkaar verbonden zijn. Je hebt de familie Mehra. Moeder Rupa is haar man verloren en heeft 2 zoons: Arun en Varun en 2 dochters: Savita en Lata. Dan heb je nog drie andere families: de familie Kapoor, de familie Khan (een moslimfamilie) en de familie Chatterji. Het klinkt erg onoverzichtelijk, maar gelukkig staan voorin het boek de stambomen van deze 4 families. 

De hoofdpersoon van het boek is Lata, alle andere personages zijn of rechtstreeks of zijdelings met haar verbonden. In het boek zit veel coleur locale (er komen veel Indiase termen in voor en achterin het boek staat een woordenlijst), het bevat veel humor en het leest als een trein. Een criticus beschuldigde Vikram Seth van "crowdpleasing". Het was bedoeld als kritiek, maar in feite is het een groot compliment, het betekent dat Seth toegankelijk schrijft voor een groot publiek. 

Ik heb "De geschikte jongen" twee keer  eerder in zijn geheel gelezen. De eerste keer in het Engels en de tweede keer in 2008 in het Nederlands. Nu heb ik alleen de eerste 3 van de 19 delen gelezen (tot en met bladzijde 198), wat mij voor het moment genoeg lijkt voor een bespreking. Ik heb momenteel niet zo'n zin in dikke romans en bewaar de rest voor later. 

"De geschikte jongen" is één van mijn absoluut favoriete romans (met de ook al zeer lijvige romans "Anna Karenina", "Oorlog en vrede" en "Op zoek naar de verloren tijd"). Ik vind dat het boek ook geweldig is vertaald in het Nederlands. Er komen veel dialogen voor in het boek en die klinken allemaal heel natuurlijk.

Twee lange citaten:
 
Een beschrijving van de bruiloft van Pran en Savita:
- Toen de kransen eenmaal waren uitgewisseld, schonk niemand verder veel aandacht aan de eigenlijke huwelijksrituelen. Die zouden nog bijna een uur lang doorgaan terwijl de gasten kwetterend over de gazons van Prem Nivas ronddrentelden. Ze lachten, ze drukten elkaar de hand of brachten hun handen samen tegen hun voorhoofd; ze versmolten tot groepjes, de mannen hier, de vrouwen daar; ze warmden zich bij de met houtskool gevulde stenen oventjes die strategisch in de tuin stonden opgesteld, terwijl hun gebabbel zich verdichtte tot opstijgende wolkjes; ze bewonderden de veelkleurige lichtjes; ze lachten gehoorzaam als de fotograaf in het Engels mompelde "Even zo blijven staan, alstublieft!"; ze snoven diep de geur van bloemen, parfum en gekruide gerechten op; ze wisselden geboortes, sterfgevallen, politieke nieuwtjes en schandalen uit onder het bontgekleurde baldakijn achter in de tuin waaronder op lange tafels eten stond uitgestald; met volgeladen borden vielen ze vermoeid neer op stoelen om onvermoeibaar toe te tasten. Bedienden, sommigen in witte livrei, anderen in kaki, brachten vruchtensap, thee, koffie en hapjes rond aan de gasten die in de tuin stonden: samosa's, kachauri's, laddu's, gulab-jamuns, barfi's, gajak en ijs werden geconsumeerd en aangevuld, samen met puri's en zes soorten groente. Vrienden die elkaar in maanden niet hadden gezien vielen elkaar onder luide kreten in de armen, verwanten die elkaar alleen op bruiloften en begrafenissen zagen omhelsden elkaar wenend en wisselden de laatste nieuwtjes over achterachterneven uit. Lata's tante uit Kanpur, ontzet over de huidskleur van de bruidegom, had het met een tante uit Lucknow over "de zwarte kleinkinderen van Rupa" alsof die er al waren. Ze maakten geweldige ophef over Aparna, ongetwijfeld het laatste blanke kleinkind van Rupa, en prezen haar nog toen ze pistache-ijs op haar lichtgele truitje van kasjmier morste. De onbehouwen dorpskinderen uit Rudhia renden schreeuwend rond alsof ze pitthu speelden op hun boerenerf. En de klaaglijke feestmuziek van de shahnai was weliswaar verstomd, maar de vrolijke stemmen rezen ten hemel in een uitgelaten getater dat de niet ter zake doende zang van de rituelen overstemde.
 
Een beschrijving van een rit door Brahmpur:
- De tonga had maar net genoeg ruimte om vooruit te komen tussen de ossewagens, riksja's, fietsers en de dichte drommen voetgangers op de weg en het trottoir, dat ze deelden met kappers die in de open lucht hun werk deden, waarzeggers, wiebelige theekraampjes, groentestalletjes, apentemmers, ooruitspuiters, zakkenrollers, loslopende koeien, een enkele slaperige, in verschoten kaki ronddrentelende politieagent, van zweet druipende mannen die onvoorstelbaar zware ladingen koperen of ijzeren stangen, glas of oud papier op hun rug vervoerden en er op de een of andere manier in slaagden met hun waarschuwingskreten - "Uit de weg! Uit de weg!" - de herrie te overstemmen, koperslagerijtjes en stoffenzaakjes (waarvan de eigenaars aarzelende klanten roepend en gebarend naar binnen trachtten te lokken), de smalle gebeeldhouwde stenen ingang van de Engelstalige Tinny Tots School die uitkwam op de binnenplaats voor de verbouwde haveli van een aan lager wal geraakte vorst, en bedelaars - jong en oud, agressief of gelaten, leproos, verminkt of blind - die bij het vallen van de avond stilletjes de Nabiganj bezetten en aan de politie probeerden te ontkomen terwijl ze de rijen voor de bioscopen afwerkten. Er krasten kraaien, in vodden gehulde kleine loopjongens renden af en aan (eentje hield, tussen de menigte door zigzaggend, een goedkoop blikken dienblad met zes vuile glaasjes thee in de lucht), aapje sprongen kwetterend rond in het ritselende lover van een grote pipalboom en trachtten om onoplettende klanten te beroven wanneer ze wegliepen van het goedbewaakte fruitstalletje, vrouwen schuifelden met of zonder bijbehorende man rond in anonieme boerka's of kleurige sari's, bij een chaat-kraampje hingen een paar studenten die elkaar van nog geen halve meter afstand toescheeuwden, uit gewoonte of om zich verstaanbaar te maken, schurftige, bijterige honden werden weggetrapt, graatmagere , mauwende katten kregen stenen naar hun kop en overal streken vliegen neer: op stinkende hopen rottend afval, op de onbedekte lekkernijen van de snoepkraam, waar in enorme ronde pannen verrukkelijke jalebi's lagen te sissen in de ghee, op de gezichten van de in sari geklede - maar niet op die van de in boerka gehulde - vrouwen, en rond de neusgaten van het paard dat met zijn door oogkleppen afgeschermde hoofd schudde terwijl het zich door Oud-Brahmpur een weg naar de Barsaat Mahal probeerde te banen.
 
Ik geef nog een aantal kortere citaten plus een langer citaat ter afsluiting:

- "Wie was die Cad met wie je stond te praten?" vroeg ze nieuwsgierig aan Lata.
 Dat was minder erg dan het klonk. De studenten van Brahmpur bedoelden er niet mee dat de man in kwestie een cad, een schoft, was, maar gebruikten het woord - afgeleid van Cadbury Chocolate - als jargon voor knappe jongens.

- Met Ma valt niet redelijk te praten, ze zet gewoon de waterlanderskraan open.

- De traag bewegende rug van de ayah ergerde Meenakshi om de een of andere reden en ze dacht: We moeten de T.B. echt vervangen. Ze is volkomen nodeloos seniel. T.B. was de afkorting die Arun en zij voor de ayah gebruikten en Meenakshi lachte van plezier toen ze terugdacht aan die keer aan het ontbijt dat Arun van het cryptogram in de Statesman had opgekeken om te zeggen: "Zeg, werk die tandeloze bes eens de kamer uit. Zo smaakt mijn omelet me niet." Sindsdien was Miriam altijd de T.B. gebleven. Het leven met  Arun zat vol met zulke heerlijke onverwachte momenten dacht Meenakshi. Kon het maar altijd zo zijn.

- Maan was dol op Bhaskar en mocht hem graag rekensommen toewerpen, zoals je een afgerichte zeehond een bal toewerpt.

- Toen mijn vriendin Priya op de bruiloft van Pran kwam zag de tuin er zo mooi uit dat ze zei: "Ik heb het gevoel alsof ik uit een kooi ben gelaten." Zij heeft niet eens een daktuin, het arme kind. En ze mag nog bijna nooit het huis uit ook. "Met de draagstoel erin, op de lijkbaar eruit", zo vergaat het de schoondochters daar in huis.

Malati noemt een jongen die belangstelling voor Lata heeft een "Arm gekookt aardappeltje".

- ... en lachte toen naar Nowrojee, die wegdook in zijn stoel als een musje dat schuilt voor een orkaan.

- "En wat was dat andere verhaal dat je me zou vertellen, over Akbar en Birbal?" vroeg Lata.
 "Akbar en Birbal?" vroeg Kabir.
 "Niet vandaag - bij het concert."
 "O" zei Kabir. "Heb ik dat gezegd? Maar daar zijn zoveel verhalen over. Over welk had ik het dan? Ik bedoel, in wat voor verband zei ik het dan?"
 Hoe is het mogelijk dat hij zich die opmerkingen van hem die ik nog zo goed weet zelf niet herinnert? dacht Lata.
 "Volgens mij kwam het omdat mijn vriendinnen en ik je aan kwetterende papegaaien deden denken."
 "O. ja." Het gezicht van Kabir lichtte op bij de herinnering. "Het verhaal gaat als volgt. Akbar verveelde zich, dus vroeg hij zijn hovelingen hem eens iets echt verbazingwekkends te vertellen - maar dan niet iets wat ze van horen zeggen hadden, maar wat ze zelf hadden meegemaakt. Het verbazingwekkendste verhaal van allemaal zou een prijs krijgen. Zijn hovelingen en raadsheren kwamen aandragen met een keur van verbazingwekkende feiten - de gebruikelijke. De een vertelde dat hij een olifant doodsbang had zien trompetteren bij de aanblik van een mier. De ander dat hij een schip  door de lucht had zien vliegen. Weer een ander dat hij een sjeik had ontmoet die begraven schatten in de grond kon zien liggen. De volgende dat hij een buffel met drie koppen had gezien. Enzovoort, enzovoort. Toen Birbal aan de beurt was, zweeg hij. Ten slotte gaf hij toe dat hij die dag op weg naar het hof iets ongebruikelijks had gezien: een stuk of vijftig vrouwen die bij elkaar zaten onder een boom, zonder een woord te zeggen. Iedereen was het er meteen over eens dat de prijs aan Birbal toekwam." Kabir gooide schaterend zijn hoofd in zijn nek.
 
      

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

V.S. Pritchett: Chekhov

V.S. Pritchett: Chekhov: A Biography (Groot Brittannië, 1988): 227 blz: Uitgeverij Hodder & Stoughton
 

 
"Chekhov" van de Britse roman- en korte verhalenschrijver V.S. Pritchett is een bescheiden biografie. Met een lengte van slechts 227 bladzijden is het de op één na kortste biografie van de lijst met mijn favoriete biografieën.
 
Stilistisch is "Chekhov" een meesterwerk. Het Engels van Pritchett loopt zeer soepel en is een genot om te lezen. In dit opzicht is "Chekhov" de mooiste biografie en één van de mooiste non-fictie boeken überhaupt die ik ooit heb gelezen.
 
Het gaat natuurlijk niet alleen om de stijl, maar ook om de inhoud. Opmerkelijk voor een biograaf van een Russische schrijver is dat Pritchett zelf geen Russisch kende en ook nooit in Rusland is geweest. Hij moest het hebben van Engelse vertalingen die voorhanden waren. 
 
Tsjechov is bekend als toneelschrijver en als schrijver van (korte) verhalen. Pritchett vond Tsjechov als verhalenschrijver het belangrijkste en ik ben het daar volmondig mee eens. Tsjechov is begonnen als verhalenschrijver en heeft later veel elementen uit zijn verhalen gebruikt voor zijn toneelstukken.  

Het leven van Tsjechov wordt vrij in het kort beschreven, ik denk in nog geen 75 bladzijden tekst. Pritchett staat vooral stil bij die verhalen die hij het belangrijkste vindt, zoals: "De bisschop", "In de groeve", "De vrouw met het hondje", "Mijn leven", "Goesyev" en "Steppe" (Nederlandse titels bij Boland). 

Pritchett is zeer to the point, en eigenlijk kan ik maar een bezwaar tegen zijn biografie hebben, ik zou nog veel meer over het leven en werk van Tsjechov willen weten.

Citaten:
- "... I feel more confident and more satisfied with myself when I reflect that I have two professions. ... Medicine is my lawful wife and literature my mistress ..."

- "You confuse two things: solving a problem and stating a problem correctly. It is only the second that is obligatory for the artist. In Anna Karenina and Yevgeny Onegin not a single problem is solved, but they satisfy you completely because all the problems are correctly stated in them."

- "To an educated Russian his past is always beautiful, his present a tale of calamity."

- Ariadne is not a caricature of the socialite, though it must be said that Chekhov does rather press his serious view that women need to be emancipated and trained, as males are trained. To be brought up only as a sheltered wife and mother is wrong.

- As a doctor Chekhov saw disturbing instances of a new sickness. The traditional idle landowners and the ignorant peasants were being replaced by a new race: the factory owners, enterprising and ruthless men from the towns.

- "What am I to say? To marry is interesting only for love; to marry a girl simply because she is nice is like buying something one does not want at a bazaar solely because it is of good quality."

- "What is the meaning of life?" Olga asked in a letter when he was back in Yalta. He replied: "It is like asking what a carrot is. A carrot is a carrot and nothing more is known."

      

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

woensdag 15 juni 2022

Hans Boland: Het Nederlands van Tsjechov

Hans Boland: Het Nederlands van Tsjechov: Pleidooi voor een emancipatie van de vertaalkunst (Nederland, 2021): 160 blz: Uitgeverij Pegasus
 
Het Nederlands van Tsjechov
 
Hans Boland is een van Nederlands bekendste vertalers van Russische literatuur. Hij is ook omstreden omdat hij nogal uitgesproken opvattingen heeft over de kunst van het vertalen. Boland is een groot voorstander van een vrije vertaling in tegenstelling tot een woordelijke. 
 
In "Het Nederlands van Tsjechov" geeft hij een aantal voorbeelden uit zijn vertaling van Tsjechov, waarbij hij aangeeft hoe hij te werk is gegaan. Vaak geeft hij dan eerst een letterlijke vertaling van een Russische tekst en laat hij vervolgens zien wat hij ervan gemaakt heeft.
 
"Het Nederlands van Tsjechov" is een onderhoudend boekje waarin Boland een leuk inkijkje geeft in de keuken van een vertaler. De opvattingen van Boland worden mooi onder woorden gebracht in de citaten: 

- Gerrit Komrij heeft ooit een poging gewaagd de vertaling van één en hetzelfde gedicht door een heel peloton vertalers - leken, professionals en schrijvers - objectief te beoordelen op kwaliteit. Hij komt tot de conclusie dat de vertaling van een gedicht in de eerste plaats een nieuw gedicht hoort op te leveren; dat is ook mijn standpunt. Vanuit datzelfde perspectief behoort de vertaling van literair proza in de eerste plaats literair proza op te leveren.
 
- Een schrijver, dus ook een vertaler, kan alleen een authentieke toon creëren door de taal van zijn eigen tijd te hanteren. Dat in Tsjechovs verhalen geen hypermodern rappersjargon of Silicon Valley Amerikaans past spreekt misschien vanzelf, maar dat er geen verouderde uitdrukkingen in thuishoren als "loop naar de duivel" of "schik hebben in" is al minder vanzelfsprekend: ik vind het van een oubolligheid die je niet verwacht uit de mond van Tsjechov, een collega-vertaler heeft er misschien minder moeite mee.
 
- Met mijn vertaling van de beste verhalen van Tsjechov heb ik geprobeerd een Tsjechov te scheppen die in Rusland is geboren en vertelt over Russische zaken, maar in het Nederlands denkt en schrijft - anno 2021.
 
- In vertalersland hechten velen nog altijd aan het dogma dat een roman of kort verhaal in een vertaling exact evenveel zinnen dient te bevatten als in het origineel. Die opvatting mag wat mij betreft naar de prullenbak worden verwezen - dogma's zijn het terrein van de godsdienst, niet van de kunst.
 
- Zelfs de grootste schrijvers zijn dankbaar dat hun teksten worden geredigeerd en gecorrigeerd door redacteuren en correctoren. Niet dat ik de behoefte heb om het Russisch van Tsjechov te redigeren, maar zijn Nederlands, inclusief de alineaverdeling daarvan, is mijn zaak.
 
- In vertalingen van filosofische werken, van juridische haarkloverijen en van handleidingen voor wasmachines en auto's is het van groot belang een en hetzelfde begrip steeds met een en hetzelfde woord te vertalen. Goede literatuur daarentegen vermijdt lexicale herhalingen waar mogelijk; voor de literair vertaler moet dat zo mogelijk een nog dwingender stelregel zijn.
 
- ... leent Nederlands zich in tegenstelling tot Russisch heel gemakkelijk voor de vorming van nieuwe woorden door middel van samenstellingen ("coronadepressie", "verkeershufter"); ook dat zorgt voor lexicale variatie.
 
- Het is een absurd idee dat je in een Nederlandse vertaling geen lexicon zou mogen gebruiken dat in de brontaal niet als zodanig bestaat.
 
- Als schrijver leg je bij wijze van spreken met elk woord dingen uit aan de lezer - daar ben je schrijver voor. Objecten, begrippen of omstandigheden waarvan hij weet of moet aannemen dat de lezer er niet mee bekend is verklaart hij nader door ze te omschrijven of ze vanuit de context voor zichzelf te laten spreken, en als ook dat niet werkt voegt hij een voetnoot toe.
 
- Typisch Nederlandse woorden vormen de bloedsomloop van een vertaling die - in tegenstelling tot een zogenaamd "letterlijke", "woordelijke", dan wel "tekstgetrouwe" vertaling - een literaire tekst verdient.
 
- Een van mijn recensenten gaf me het compliment dat ik met woorden kan "goochelen". Hij bedoelde natuurlijk "toveren", want advocaten en politici goochelen met woorden maar schrijvers - en bijgevolg ook literair vertalers - toveren ermee als ze op dreef zijn.
 
- Tsjechov in het Russisch voert geregeld personages op die met een accent spreken of woorden gebruiken waaruit hun Oekraïense of (semi-)buitenlandse achtergrond blijkt. Als vertaler heb je dan de neiging dit niet-algemeen beschaafde taalgebruik in de brontaal te vervangen door niet-algemeen beschaafd Nederlands. Dat is riskant, omdat het al heel snel lachwekkend wordt; zo heb ik weleens een vertaling van Gogols met oekraïenismen doorspekte Taras Boelba gelezen vol (pseudo-)Vlaams, alsof dat de Nederlandse lezer zou helpen zich te laten meenemen naar de plaats van handeling, de Oekraïene.
 
- Het is een volstrekt irrealistisch streven - een fake streven - om vertaalde literatuur te presenteren in de taal van haar ontstaanstijd: men vergeet dat een literaire tekst wordt bewaard en zo goed mogelijk behoed in zijn gebalsemde stoffelijk overschot - de woorden en zinnen waaruit de tekst is geconstrueerd en waarvan we niet alleen de semantiek maar zelfs de klanken niet met zekerheid kunnen achterhalen - maar dat de geest of voor mijn part de ziel ervan voortleeft in levende, zich van eeuw tot eeuw en van minuut tot minuut ontwikkelende taal.
 
        
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

maandag 13 juni 2022

Anton Tsjechov: De dertig beste verhalen

Anton Tsjechov: De dertig beste verhalen (Rusland, 1887-1903): 724 blz: Vertaald door Hans Boland (2021): Uitgeverij Athenaeum-Polak & van Gennep 
 
Perpetuareeks 1 -   De dertig beste verhalen
 
Een flink aantal van de meest vooraanstaande Nederlandse vertalers hebben de Russische teksten van Anton Tsjechov omgezet in het Nederlands. In de jaren 50 vertaalde Charles B. Timmer het grootste deel van de verhalen van Tsjechov en hij vertaalde ook een deel van zijn toneelteksten en brieven. 
In 1993 verscheen een kleine selectie van de verhalen van Tsjechov in een vertaling van Marja Wiebes & Yolanda Bloemen. 
Tussen 2005 en 2010 verscheen een nieuwe serie vertalingen van het grootste deel van de verhalen van Tsjechov van de hand van Tom Eekman, Aai Prins & Anne Stoffel. Deze vertaling zal voorlopig wel de standaardvertaling blijven waartegen alle nieuwe vertalingen worden afgezet. 
In 2013 verscheen een zeer dikke bundel met het toneelwerk van Anton Tsjechov vertaald door Yolanda Bloemen & Marja Wiebes.
En nu is dan in 2021 een nieuwe selectie van verhalen vertaald door Hans Boland.

Hans Boland is een omstreden vertaler. Hij voert een éénmanskruistocht voor vertalingen in vloeiend literair Nederlands. Dat hij daarbij af en toe niet letterlijk vertaalt is voor hem een bijzaak. Hij vindt het juist een sport om typisch Nederlandse woorden te gebruiken die anders zijn dan de Russische, maar wel hetzelfde betekenen. Over deze methode valt te twisten, maar ik heb inmiddels meerdere boeken gelezen die door Hans Boland zijn vertaald en ik moet zeggen dat zijn Nederlands een genot is om te lezen.

Mijn favoriete schrijver (Anton Tsjechov) in het Nederlands van mijn favoriete vertaler (Hans Boland) dat moet haast wel een feest om te lezen zijn. En inderdaad denk ik dat deze bundel mijn favoriete boek ooit is.

Anton Tsjechov slaagt er met zijn verhalen in om een beeld te schetsen van de Russische maatschappij rond 1900. Op het eerste gezicht gebeurt er niet zo heel veel in zijn verhalen, maar ik word erin meegezogen zoals bij weinig andere schrijvers. De twee langste verhalen in deze bundel van Boland: "Steppe" en "Mijn leven" tellen beiden ongeveer 100 bladzijden. Het zijn ook 2 hoogtepunten in het boek. Maar eigenlijk zijn alle verhalen van Tsjechov de moeite meer dan waard. 

Van de vier vertalingen van de verhalen van Tsjechov die voorhanden zijn zou ik deze van Boland of de meer uitgebreide vrijwel complete vertaling in 5 delen van Tom Eekman, Aai Prins en Anne Stoffel kiezen om te lezen. De vertaling door Charles B. Timmer is toch wel verouderd en die van Wiebes en Bloemen bevat een te kleine selectie. Doe jezelf een lol en ga eens wat van Tsjechov lezen, je zult er geen spijt van krijgen.

Citaten:
- Oekleëvo lag in een door erosie ontstane groeve, zodat je vanaf de grote weg en vanuit het treinstation alleen de kerktoren en de fabriekspijpen van de textieldrukkerijen kon zien. Als iemand dan vroeg welk dorp dat was luidde het antwoord: "U weet wel, waar de koster bij een begrafenis alle kaviaar opat." Ooit had die namelijk, bij de uitvaartplechtigheid van fabrikant Kostjoekóv, tussen de hapjes de kaviaar ontdekt en was er meteen op aangevallen. Ze hadden geprobeerd hem bij de tafel weg te trekken maar dat merkte hij niet eens: hij zat zo te smikkelen dat er geen beweging in hem te krijgen was. Hij at de vierpondspot schoon leeg.
 
- Haar goede werken functioneerden tijdens die grauwe, loden dagen als een luchtklep in een stoommachine.
 
- "In dit leven hebt u het zwaar," zei Jeljenna. "Maar daar staat tegenover dat u in het volgende leven gelukkig zult zijn."
 Rodion snapte niet waar ze het over had en kuchte ten antwoord in zijn vuist. Maar Stepanida antwoordde: "Mevrouw, duifje van me, de rijken hebben het ook in het hiernamaals goed. Ze branden kaarsen in de kerk, ze houden bidstonden, ze geven aalmoezen ... Maar een boer? Hij heeft nauwelijks tijd om een kruisje te slaan en is zelf zo arm als een kerkrat, hoe kan hij dan voor zijn zieleheil zorgen?"
 
- Ze was een rustig meisje met een goed hart boordevol compassie. Haar appelwangen, haar zachte, blanke, door een moedervlek gesierde hals, haar kinderlijke, innemende glimlach die zelden van haar gezicht week wanneer iemand iets aardigs zei: dat alles maakte dat de mannen die haar zagen bij zichzelf tjeminee! dachten en prompt óók begonnen te glimlachen. Wanneer er dames op visite waren konden die zich er dikwijls niet van weerhouden midden in het gesprek haar hand te grijpen en in een opwelling van genot te verzuchten: "Mijn hartje!"

- De kap werd gehesen. "Hij koopt komkommers, hij kocht kwamkammers," grapte Toerkin terwijl hij zijn dochter in de koets hielp. "Hij eet sla, hij at sloeg. Vort maar! Tot ziens alsjeblieft!"

- Startsev kwam bij veel mensen aan huis en kende langzamerhand de halve stad, maar vrienden had hij niet. Hij ergerde zich aan de conversatie en de ideeën en zelfs aan het uiterlijk van zijn stadsgenoten. Met de jaren had de ervaring hem geleerd dat die kleinburgers zolang je met ze aan de kaart- of de eettafel zat heel aardig en welwillend konden zijn en niet eens dom waren, maar zodra je over iets anders dan eten begon, bijvoorbeeld politiek of wetenschap, zaten ze ofwel met hun mond vol tanden ofwel bleken ze er zo'n botte, boosaardige filosofie op na te houden dat hem niets anders restte dan er de brui aan te geven en zijn biezen te pakken.

- Vanwege het bezoek werd de samowaar tevoorschijn gehaald. De thee stonk naar vis, de suiker was aangevreten en grauw, over het brood en het servies krabbelden kakkerlakken. Van de gesprekken, die over niks anders gingen dan gebrek en ziekte, werd een mens al net zo misselijk.
 
- "Toen de heren nog de baas waren hadden we het beter," zei de ouwe, terwijl hij een draad om een haspel wond. "Je werkte, kreeg eten, sliep, alles op zijn tijd. 's Middags koolsoep en pap en 's avonds weer koolsoep en pap. Augurken en witte kool bij de vleet. Je at zonder dat iemand je op je nek zat, zoveel je hartje begeerde. Er was ook meer orde. Iedereen kende zijn plek."
 
- Marja en Fjokla hielden zich aan de vasten en deden elk jaar communie maar hadden geen benul van wat het allemaal betekende. De kinderen werd niet geleerd hoe ze moesten bidden, ze kregen niets over God te horen en werden niet lastiggevallen met ethische kwesties, behalve dat de consumptie van vlees- en melkproducten hun gedurende de vasten werd verboden. Dit was bij alle dorpsbewoners de gangbare houding tegenover religie: er iets van snappen of in God geloven deed feitelijk niemand.
 
- Alleen de meer welvarende boeren waren bang voor de dood. Hoe rijker ze werden hoe minder ze in God en de redding van de ziel geloofden, zodat ze hoogstens nog gingen bidden en kaarsjes branden omdat ze vreesden voor het einde van hun leven hier op aarde. Het armere deel van de bevolking kende die angst niet. De ouwe en opoetje werd te verstaan gegeven, zonder er doekjes om te winden en zonder dat ze er zelf aanstoot aan namen, dat ze lang genoeg hadden geleefd en dat het tijd werd om dood te gaan.
 
- Hij zei dat hij van Toergenjev hield omdat die de maagdelijke liefde, de pure jeugd en de melancholische Russische natuur bezong, maar dat hij zelf dat soort maagdelijke liefde alleen verdroeg van een afstandje, van horen zeggen, als iets abstracts dat niet in het werkelijke leven kon bestaan.
 
- Op weg naar huis evenwel viel hij ten prooi aan een diepe mistroostigheid. Hij kreeg het te kwaad, zijn ademhaling was koortsig en onregelmatig, zijn benen voelden slap en hij had de hele tijd dorst. Bovendien werd hij belaagd door hinderlijke gedachten. Wederom realiseerde hij zich dat hij zijn hele leven nooit rekening had gehouden met Marfa en nooit eens lief tegen haar was geweest. In de tweeënvijftig jaren die ze samen onder één dak hadden geleefd was dat toch best eens mogelijk geweest - op de een of andere manier was het er niet van gekomen. Hij had doodgewoon nooit aan haar gedacht, laat staan aandacht aan haar geschonken, alsof ze een kat of een hond was. Toch had ze elke dag de kachel aangemaakt, gekookt en gebakken, water gehaald, brandhout gehakt, met hem in éénzelfde bed geslapen, en als hij dronken terugkwam van een bruiloftspartij had ze zijn viool vol devotie aan de muur gehangen en hemzelf in bed gestopt, zwijgend, nederig, zorgzaam.

- Uit zijn verwarde brein maakte zich één denkbeeld los: waarom bestonden er dokters, hulpartsen, kooplui, klerken, boeren, en niet gewoon alleen maar vrije mensen? Vogels leefden vrij, en dieren, en Merik. Ze vreesden niemand en hadden niemand nodig. Wie had bedacht en verordend dat je 's morgens vroeg moest opstaan, 's middags moest eten, 's avonds naar bed moest, en dat een dokter hoger was dan een hulparts, en dat je in een kamer moest wonen, en dat je alleen van je eigen vrouw mocht houden? Waarom niet andersom: bijvoorbeeld 's nachts eten en overdag slapen? En ach, kon je maar op een paard springen zonder te vragen wie de eigenaar was en dan als een duivel de wind achternajagen door veld en woud, en meisjes versieren, en schijt hebben aan iedereen!
 
Hans Boland heeft als toegift bij deze vertaling het boekje "Het Nederlands van Tsjechov" geschreven waarin hij vertelt wat zijn vertaalprincipes zijn en deze uitvoerig toelicht met voorbeelden uit zijn vertaling. Dit boekje geeft een mooi inzicht in het vertaalproces en is ook een aanrader.
 
      

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

zondag 5 juni 2022

Onderhoud aan mijn blog

Ik heb de afgelopen dagen onderhoud gepleegd aan mijn blog. Om precies te zijn heb ik de 11 lijstjes met mijn favoriete boeken in verschillende genres bijgewerkt en up to date gemaakt. Deze lijstjes zijn te zien als je in het menu "Mijn favoriete boeken" aanklikt.
 
De lijstjes zagen er rommelig uit. Ik heb er nu overzichtelijke lijstjes van gemaakt met om te beginnen een inleiding en vervolgens per boek een titelbeschrijving en een plaatje, met in principe de boeken die mij het meest aanspreken bovenaan de lijst. De precieze volgorde is natuurlijk natte vinger werk.
 
Ik heb gecontroleerd of alle links kloppen. Bij series met meer boeken heb ik bij het eerste stukje tekst een link naar het tweede stukje geplaatst en zo verder.
 
Bij een klein aantal boeken waar ik (nog) geen bespreking van heb, heb ik een klein stukje tekst toegevoegd, zodat de lezers een idee hebben waar die boeken over gaan.
 
Ik heb een paar nieuwe boeken toegevoegd aan de lijsten, zodat ze tot op de dag van vandaag actueel zijn. Ik heb me voorgenomen om ieder nieuw favoriet boek voortaan gelijk toe te voegen zodra ik het gelezen (of bekeken) heb. 
 
Als laatste heb ik nieuwe, wat uitgebreidere, inleidingen bij de lijstjes geschreven. Zoals het er nu uitziet vind ik het lekker overzichtelijk!
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

vrijdag 3 juni 2022

F.B. Hotz: Dood weermiddel

F.B. Hotz: Dood weermiddel (Nederland, 1976): 283 blz: (Uit Het werk: deel 1: blz 1-283 (1997)): Uitgeverij de Arbeiderspers
 
Hotz het werk 1-2 (geb)
 
Veel recensenten beginnen hun besprekingen met een uitgebreide beschrijving van de inhoud van het te bespreken boek. Ik ben daar zelf geen fan van en doe dat vrijwel nooit. Ten eerste zegt een omschrijving van de inhoud meestal niet veel over de kwaliteiten van een boek en bovendien krijgen de lezers de inhoud toch wel tot zich als ze zelf de moeite nemen om het boek te lezen. En ook niet onbelangrijk, het schrijven van een goede samenvatting kost aardig wat tijd, die ik liever ergens anders aan besteed.
 
Ik vind het uitzoeken van leuke citaten veel interessanter en bovendien maak je dan kennis met de schrijver in zijn eigen woorden. Over "Dood weermiddel": deze bundel bevat 12 middellange verhalen en ik vind ze schitterend. Hotz is muzikant geweest en veel verhalen gaan over muziek.Wat mij betreft was Hotz één van de beste Nederlandstalige schrijvers die ik ken. Nu dan mijn keuze van de citaten uit dit boek:
 
- Toen riep mijn vrouw.
 Ik haat dat woord "mijn" en gebruik het zo weinig mogelijk. Het legt zo de nadruk op onlosmakelijk bezit. Ik vind het een weinig decente zegswijze, al kan je in dit verband moeilijk van "een" vrouw spreken. Mijn mannen lossen dat eenvoudig op: die spreken, zodra ze getrouwd zijn, van "moeder de vrouw". Dat is zo gek nog niet; het geeft afstand. "Mijn" is tegelijk zo erg dichtbij en mannetjesdierachtig hebberig. Ik wil niets hebben, ik wil iets doen. "Er een vrouw op na houden" - zoals m'n gelijken zeggen - dat klinkt al iets beter, iets illusielozer. Oók wel hanerig, maar niet langer trots op bezit: eerder trots op de afstand.
 
- 's Avonds laat moest ik er toch aan geloven, zo gemakkelijk kwam ik er niet van af. Alles moest ze "uitpraten", een gewoonte waaraan ik zo'n hekel kreeg, dat ik aan praten überhaupt een pest overhield.
 
- Het is dom zich vijanden te maken, vooral als dat vrouwen zijn die men ingewijd heeft, waarom in godsnaam, in de zaken van z'n werk.
 
- Niemand die zo welgemoed naar z'n werk gaat als een muzikant, meestal na grinnikende pseudoruzie over de route. Vrouwen kunnen niet mee want zo'n busje heeft maar net plaats genoeg voor het orkest en de bas, zodat niemand op z'n vingers gekeken wordt en een etmaal van volledige en zinvolle vrijheid aanbreekt. Een blinde met één been zou dan nog vrolijk zijn. Bovendien werd onderweg nog wel eens opgeschoven voor een buitenechtelijke liftster.
 
- De obers, met het instinct van de getrapt gewaanden, kozen onmiddellijk partij voor wat ze óók als personeel aanzagen en knokten mee met de muzikanten. 
 
- Er was nu meer gerucht want de secretaresse, juffrouw Hennie, dreunde op haar remington dat het een aard had. Het leek of de wagen na iedere regel eraf geramd moest worden. Dat was natuurlijk vakingenomenheid: iedereen hoorde zo direct dat ze driemaal sneller was dan Ida.
 
- Ze stond met een ruk stil op één voet, de andere nog achter zich opgetild en aarzelend op de schoenneus rustend, zoals kleine meisjes staan die plotseling iets zien dat ze sterk boeit - een jong hondje of een exhibitionist of zo.
 
- Hij floot zachtjes de Brooklyn Cake Walk en grinnikte om de Hollandse tekst die men daarbij gedacht had:
"Als je pas getrouwd bent krijg je boter op je brood,
kinderen op je schoot ..."
 
- Vrouwen zijn van aard geen democraten, schreef Mencken lang geleden ongeveer; hun wil geschiedt als vanzelf - zonder hoofdelijke stemming - tegenover gezin en personeel.
 
- Hij zat recht en minzaam aan de witte tafel, en hoewel hij korter en smaller was dan zijn vrouw en zoons, leek hij hier wel te domineren, of toch zeker fysiek duidelijk aanwezig te zijn. Als hij niet sprak wachtte men op hém, in plaats van hij op de dingen.
 
- Onderaan die rok bungelde een franje van lichtelijk perfide ingesnoerde bolletjes zoals men wel aan gordijnen zag, en bij iedere stap bewogen al die grauwe versiersels, krioelend als een nest veldmuizen.
 
- Ik dacht aan vrouwenrechten en werd als steeds wat kwaad. Alles kan ze van me krijgen. "Gedaan krijgen" is beter. Iedere vrouw kan alles bewerkstelligen, onbegrensd is haar macht. Waarom dan ook nog rechten op papier, wat is dat voor een holle abstractie. Wat een onderschatting van eigen kunnen.
 
- En inderdaad wist niemand wat de toekomst bracht. Veel goeds kon het niet zijn. Nee, ik had geen vrouw die "me niet begreep", ze begreep me best. Vrouwen doen dat.
 
- Ik voelde aankomen dat moeder hier tegenin moest gaan en kende ook al de onvermijdelijke vijandschap die grote mensen zich op de hals gaan halen die op hun stuk staan.
 
      

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

donderdag 2 juni 2022

Marsel van Oosten: Mother

Marsel van Oosten: Mother: Een ode aan Moeder Aarde (Nederland, 2021): 352 blz: Vertaald door Annemie de Vries (2021): Uitgeverij Fontaine
 
Mother
 
Marsel van Oosten is een Nederlandse dieren-, landschaps- en reisfotograaf die voor zijn boek "Mother" een selectie heeft gemaakt van zijn beste foto's van de afgelopen 15 jaar. Hij heeft foto's gemaakt op vijf continenten: Afrika (Botswana, Namibië, Kenia, Libië, Zuid-Afrika, Egypte, Zambia, Madagaskar en Tsjaad), Amerika (Verenigde Staten), Antarctica, Azië (China, Japan, Jemen, Indonesië, Iran en Turkije) en Europa (Spitsbergen, IJsland en Finland). 
 
Voorin "Mother" staat een interview met Marsel van Oosten. Uit dit interview heb ik enkele citaten gekozen:
 
- En laat me ook Sir Peter Scott, de oprichter van het Wereld Natuurfonds (WWF), citeren: "Weet je, toen we met het WWF begonnen, was ons doel om bedreigde soorten voor uitsterven te behoeden. Maar we hebben volkomen gefaald; we hebben er niet één kunnen redden. Als we al dat geld in condooms hadden gestoken, hadden we misschien wel iets goeds bereikt."
 
- Mensen luisteren liever naar de overgesimplificeerde utopische ideeën van een vijftienjarige activiste dan naar de duizenden wetenschappers met een genuanceerdere en minder gepolitiseerde benadering.
 
Je neemt geen blad voor de mond:
- Haha, wat zal ik zeggen? Ik ben een Nederlander. We zijn berucht om onze botte directheid.
 
- Op onze fotoreizen is een terugkerende grap: "Marsel schiet nooit iets dat minder dan een kilo weegt." Dat is niet waar, maar ik heb wel een sterke voorkeur voor grotere onderwerpen omdat ik dan meer van het landschap kan laten zien.
 
- In plaats van naar een plek te gaan waar de dieren zich bevinden, ga ik liever naar een plek waar ik ze het liefste zou willen zien. Het landschap speelt vaak zo'n belangrijke rol dat het me dan niet zoveel uitmaakt welk dier er uiteindelijk mijn beeld in wandelt. Dat is een heel andere manier van denken.
 
- Ik maak vaak de vergelijking tussen een fotograaf en een chef-kok. Voor allebei is het cruciaal dat ze met de beste ingrediënten werken: garbage in, garbage out. Maar dat je de beste kwaliteit vis gebruikt, wil nog niet zeggen dat dat een bijzonder gerecht oplevert. Daarom gebruiken alle chef-koks specerijen, kruiden en sauzen om hun eigen culinaire stempel op hun creaties te drukken. Die specerijen, kruiden en sauzen zijn voor een chef-kok wat Photoshop is voor een fotograaf.
 
"Mother" bevat oogstrelende foto's van zowel dieren als landschappen. Marsel heeft een voorkeur voor wat grotere dieren, met name de grote katachtigen zoals tijgers, leeuwen, luipaarden en jachtluipaarden. Sinds 20 jaar is er een conservatieproject in Zuid-Afrika waarbij een groep tijgers in het wild is uitgezet. Marsel heeft van die tijgers een aantal prachtige foto's gemaakt. Ook mooi vind ik dat Marsel in zijn landschappen graag een wild dier of een mens mee fotografeert om de schaal van het landschap weer te geven.
 
Vijf van mijn favoriete foto's uit het boek zijn de volgende:
- De omslagfoto met een olifant klein aan de top van een enorme waterval
- Een tijdopname van de sterrenhemel in Namibië
- Een groep van 6 leeuwenwelpen die hun dorst lessen
- Een groepje van drie gnoes met bewegingsonscherpte 
- Een landschap in de mist in China
 
Misschien is "Mother" niet mijn absoluut favoriete boek met natuurfotografie, maar het is zonder meer een prachtig boek met vele schitterende foto's!
 
 Voor een overzicht van de foto's van Marsel van Oosten, klik hier.
 
      

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

Films gezien in mei

Ik heb in mei veel minder films gezien dan normaal. Samen met vrienden heb ik drie van mijn favoriete films gedeeltelijk gezien (ik zorgde voor de hapjes en drankjes en moest regelmatig naar het toilet):
 
Songs from the Second Floor: van de Zweed Roy Andersson *****
 
Mektoub my Love: Canto Uno: van de Algerijn Abdellatif Kechiche *****
 
la Grande bouffe: een Franse schandaalfilm over 4 welgestelde mannen die zich letterlijk doodeten. ****
 
Het enige nieuwe dat ik gezien heb is:
Russia: een prachtige BBC-serie met Jonathan Dimbleby die in 2008 een lange reis door Rusland maakte, van Moermansk tot Wladiwostok. *****
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

woensdag 1 juni 2022

Maarten Tengbergen: Klassieken van de Russische literatuur

Maarten Tengbergen: Klassieken van de Russische literatuur (Nederland, 1991): 633 blz: Uitgeverij het Spectrum (Aula)
 
Klassieken van de Russische literatuur
 
Maarten Tengbergen bespreekt in "Klassieken" in totaal 46 romans, toneelstukken, verhalen en dichtbundels uit de Russische literatuur. Hij behandelt daarbij werken van oa: Poesjkin, Gogol, Toergenjew, Dostojewski, Tolstoj, Tsjechov, Boenin, Babel en Solzjenitsyn. De hele groten uit de Russische literatuur zijn vertegenwoordigd met uitzondering van Paustovskij, Nabokov en Sjalamov.
 
Tengbergen heeft er in dit boek voor gekozen om een relatief klein aantal werken uitgebreid te behandelen ipv een groot aantal vrij kort. Alle besprekingen bestaan uit 2 delen. Eerst geeft Tengbergen een uitgebreide samenvatting van het boek en vervolgens een kritisch essay waarbij hij de inhoud bespreekt en hoe het boek ten tijde van de publicatie in Rusland en daarbuiten is ontvangen. De essays zijn zeer doorwrocht en beslaan meestal zo'n 6 tot 12 bladzijden.  

Ik ben over het algemeen niet zo'n liefhebber van literaire kritieken. Ik lees graag de korte stukjes van collega-bloggers, maar serieuzere literatuurbesprekingen van wat grotere omvang laat ik meestal aan mij voorbijgaan. Uit "Klassieken" heb ik alle essays gelezen en alle samenvattingen overgeslagen. De reden dat ik dit boek heb gelezen is een heel eenvoudige: ik heb de meeste van de besproken werken gelezen en ik vind het leuk om wat meer over de achtergronden van die werken te lezen.
 
"Klassieken" is wat mij betreft een zeer onderhoudend boek. Het bevat veruit de meest interessante literaire kritieken die ik ooit heb gelezen. Het enige minpuntje is dat Tengbergen stilistisch niet zo begaafd is. In literaire werken en vooral in vertalingen zou ik dat een groot probleem vinden, hier stoort mij dat niet zo.
 
Citaten:
Over Oblomow:
- Van Gontsjarows grote komische talent getuigt vooral het meesterlijke portret van Zachár. De vervallen knecht, wiens filosofie luidt: "Wat zou je vandaag stof afnemen als er morgen toch weer een nieuwe laag ligt", is een pendant van Oblomow.

Over Een held van onze tijd:
- De roman is rijk aan trefzekere uitspraken, poëtische observaties, prikkelende generalisaties. "Vrouwen houden alleen van diegenen die ze niet kennen." "Vreugden vergeet men, smarten nooit." "De geschiedenis van één mensenziel, hoe onbetekenend ook, is welhaast nog interessanter en nuttiger dan de geschiedenis van een heel volk." Enzovoort. Van al deze uitspraken in Een held zou een fraaie aforismenbundel samen te stellen zijn.
 
Over Misdaad en straf:
- Toergenew behoorde tot degenen die zich, na een aanvankelijk enthousiast oordeel, afgestoten voelden door het vele zielegewroet in de roman. Hij sprak van "rot neusgepeuter" en "een almaar aanhoudende buikkramp".
 
Over De gebroeders Karamazow:
- Aljosja's geestelijke vader Zosima, een van Dostojewski's in het licht van zijn levensbeschouwing belangrijkste creaties, heeft eveneens onverwachte kanten, die hem aardser, menselijker maken. Hij is geen ongenaakbare majesteitelijke wonderdoener, maar een onooglijk, schriel, krom mannetje, indrukwekkend juist door zijn eenvoud. Noch is hij een geboren heilige. Hij heeft een zondig verleden en is pas later op eigen kracht tot goddelijke wijsheid gekomen.
  
Over Oorlog en vrede:
- Literatuurhistorici hebben in de loop der jaren getracht te definiëren wat Oorlog en vrede nu is: een roman over twee, drie adellijke geslachten tegen een historische achtergrond, afgewisseld door geschiedfilosofische passages die net zo goed weggelaten hadden kunnen worden, of juist een in essentie geschiedfilosofische studie met de romangedeelten als illustratie. Zelf heeft Tolstoj laconiek verklaard: "Oorlog en vrede is dat wat de auteur tot uitdrukking wilde en kon brengen in de vorm waarin het tot uitdrukking is gebracht."
 
- In tegenstelling tot Dostojewski's demonische zondaars, zedige hoeren en heilige idioten zijn Tolstojs helden min of meer "normale" mensen. Iedereen staat daar met zijn eigen specifieke mengsel van goede en slechte eigenschappen. Bijna niemand wordt eenzijdig wit of zwart afgeschilderd, niemand is karikaturaal (alleen Napoleon wordt consequent belachelijk gemaakt). Tolstojs evenwichtige persoonsbeschrijving in Oorlog en vrede, later nog geperfectioneerd in Anna Karenina, is een triomf van de literaire maat, een hoogtepunt van de realistische romankunst.
 
Over Anna Karenina:
- Op de vraag wat nu eigenlijk de moraal van Anna Karenina is, kan men misschien het beste Tolstoj zelf laten antwoorden, die in een brief aan Strachow schreef: "Als ik alles onder woorden zou willen brengen wat ik in deze roman heb willen zeggen, dan zou ik dezelfde roman nóg een keer moeten opschrijven."
 
Over De kersentuin:
- "De lach en de traan", bij Gogol al niet te scheiden, zijn in Tsjechows Kersentuin zo innig verstrengeld dat begrippen als komedie en tragedie hier ontoereikend zijn. Daardoor is De kersentuin zo moeilijk te spelen; de minste verstoring van het evenwicht maakt het stuk tot een platte farce of een loodzwaar zeurstuk.
 
Over Dokter Zhiwago:
- Pasternak doet geen oproep ten strijde te trekken tegen enig politiek systeem, maar geeft zijn lezers een aantal hogere menselijke waarden terug. Voor het eerst na veertig jaar niet aflatende materialistische en atheïstische indoctrinatie sprak er weer iemand hardop over: het eeuwige leven,de tragische liefde, de integriteit van het individu, de autonomie van de kunst, de betekenis van religie.

Over Rode ruiterij:
- Het nieuwe van Babel was dat hij, zoals Ehrenburg het heeft geformuleerd, niet als andere schrijvers ongewoon over gewone dingen schreef of gewoon over ongewone dingen, maar ongewoon over wat ongewoon was.

        
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 
Nawoord (17-06-2022):
 
In 2014 en 2015 is bij de Tilburgse uitgeverij Glagoslav een tweedelige herziene editie van "Klassieken van de Russische literatuur" verschenen met als titel "Vijftig hoogtepunten uit de Russische literatuur". Het eerste deel behandelt 30 werken uit de 19e eeuw en het tweede deel 20 werken uit de 20e eeuw. In vergelijking met de eerste editie zijn samenvattingen en besprekingen toegevoegd van de volgende 4 werken: "De Kreutzersonate" van Tolstoj, "Verdriet" van Tsjechow, "De verdediging" van Nabokov en  "Een dag uit het leven van Ivan Denisovitsj" van Slozjenitsyn. Ik heb van deze 4 werken zowel de samenvattingen als de besprekingen gelezen en ik moet zeggen dat de samenvattingen goed geschreven en onderhoudend zijn.