maandag 30 maart 2015

Varlam Sjalamov: Berichten uit Kolyma

Varlam Sjalamov: Berichten uit Kolyma (Rusland, 1969): 900 blz: Vertaald door Yolanda Bloemen en Marja Wiebes (2000): Uitgeverij de Bezige Bij

Berichten Uit KolymaDe term Goelag is bekend geworden door de boeken van Alexander Solzhenitsyn. Hoewel Varlam Sjalamov niet zo bekend is, is hij in mijn ogen de veel betere schrijver. Sjalamov heeft in totaal 20 jaar doorgebracht in de Stalinistische strafkampen die bekend zijn geworden onder de naam Goelag, van 1936 tot de dood van Stalin in 1953 als gevangene en daarna nog 3 jaar als vrij man. Kolyma ligt in het uiterste noordoosten van de USSR in een gebied rond de poolcirkel waar de zomers kort duren en het in de winter tot 60 graden Celsius kan vriezen.

"Verhalen uit Kolyma" is een van de meest indrukwekkende boeken die ik ooit heb gelezen. In dit boek heeft Sjalamov zijn ervaringen heel nuchter en realistisch opgeschreven, de honger, de kou, de crepeergevallen, de criminaliteit, de luizen: alles wordt zorgvuldig beschreven.
Bij het lezen van dit boek moest ik meteen denken aan het werk van Primo Levi die op een soortgelijke manier over zijn ervaringen in Auschwitz heeft geschreven. Om een betere indruk te geven van dit boek volgt hier een aantal uitgebreide citaten:

- De arbeiders kregen de thermometer niet te zien: dat was ook niet nodig want bij iedere temperatuur moest er gewerkt worden. Bovendien wist de oude garde ook zonder thermometer bijna exact te bepalen hoe hard het vroor: als er een ijzige mist hangt betekent dat dat het buiten veertig graden onder nul is; als het uitademen van de lucht te horen is maar het ademhalen nog makkelijk gaat, is het vijfenveertig graden; als de ademhaling te horen is en met kortademigheid gepaard gaat is het vijftig graden. Als het meer dan vijfenvijftig graden vriest, bevriest je slijm zodra je het uitspuugt."

- De paarden onderscheidden zich in niets van de mensen. Zij bezweken aan het Noorden, aan het werk dat hun krachten te boven ging, aan de slechte voeding, aan het slaan, en ook al kregen zij duizendmaal minder te verduren dan de mensen, toch bezweken ze eerder dan de mensen. En ik begreep waar het om draaide, namelijk dat de mens geen mens was geworden omdat hij door God is geschapen, en niet omdat hij zo'n wonderlijke vinger, een duim, heeft aan iedere hand. Maar omdat hij fysiek sterker is dan andere dieren, meer kan verdragen, en in de laatste plaats omdat hij zijn geest met succes heeft gedwongen zijn lichaam te dienen.

- Het is de ironie van het leven hier dat het merendeel van de mensen die proberen zich ouder en zwakker voor te doen dan ze zijn, al in een veel slechtere conditie verkeert dan de conditie die ze willen simuleren.

- Als iemand alle kracht verloren heeft, als hij volledig verzwakt is, heeft hij voortdurend zin om met iemand op de vuist te gaan. Dat gevoel, die overmoed van een verzwakte persoon, is aan iedere gevangene die honger heeft geleden bekend. Uitgehongerde mensen vechten niet als mensen. Ze nemen een aanloop voor ze slaan, ze proberen de ander een opduvel te geven met hun schouder, te bijten, beentje te lichten, de keel dicht te knijpen ... De oorzaken waarom een ruzie ontstaat zijn legio. Een gevangene ergert zich aan alles: aan de autoriteiten, én aan het werk dat hem te doen staat, én aan de kou, én aan een zwaar werktuig, én aan een kameraad die naast hem staat.

- In de schoenmakerswerkplaats stond altijd een vat met visolie. Het vat was een halve man hoog en iedereen die het wilde doopte daar een vuile lap in om zijn schoenen mee in te vetten. Ik had niet meteen door dat die visolie, die traan, een voedingsmiddel was, dat je dat laarzenvet kon eten - die ontdekking had veel weg van Archimedes' "eureka". Ik vloog, of liever ik sleepte me naar de werkplaats. Helaas, het vat stond er niet meer, anderen hadden de weg al ingeslagen die ik op het punt stond te betreden.

- Hardop zeggen dat het werk te zwaar was, was voldoende om de kogel te krijgen. Op elke opmerking aan het adres van Stalin, hoe onschuldig ook, stond de doodstraf. Zwijgen wanneer er "Hoera voor Stalin" werd geroepen was voldoende om de doodstraf te krijgen. Zwijgen is agitatie, dat is vanouds bekend.

- Zodra het warmer werd, tegen de lente, braken de witte nachten aan, en dan begonnen ze in de eetzaal het afschuwelijk spelletje "spierinkje uitwerpen" te spelen. Op een lege tafel werd een broodrantsoen neergelegd, daarna verstopte iedereen zich in een hoekje en wachtte tot het hongerige slachtoffer, een crepeergeval, aangetrokken door het brood naderbij zou komen, het zou aanraken en het rantsoen zou pakken. Dan doken ze allemal op uit het duister, uit de hinderlaag, en begonnen de dief, dat levende skelet, af te tuigen tot de dood erop volgde.

- Ik heb meer dan eens gemerkt dat gevangenschap, vooral in het Noorden, de mensen als het ware conserveert: hun geestelijke groei, hun talenten verstarren op het niveau dat zij ten tijde van hun arrestatie hadden.

- Het slot knarste - een geluid dat elke gevangene in een cel altijd hoort, of hij waakt of slaapt, hij hoort het altijd. Er is geen gesprek in een cel dat dit geluid kan overstemmen, er is geen droom in een cel die niet door dit geluid wordt onderbroken. Geen gedachte in deze cel die niet ... Niemand kan zich ergens zó op concentreren dat dit geluid niet tot hem doordringt, dat hij dit geluid niet hoort. Ieders hart stokt wanneer hij het geluid van het slot hoort, het lot klopt op de deur van de cel, klopt aan bij de geesten, de harten en de zielen. Dit geluid jaagt iedereen angst aan. En het is onmogelijk het met een ander geluid te verwarren.

- Andrejev tastte in de zak van zijn jekker naar een kruimeltje van het Amerikaanse wittebrood dat hij van zijn middagrantsoen had bewaard. Er waren duizenden manieren om het genot van eten te verlengen. Je kon likken aan dit brood tot het uit je handpalm verdwenen was; je kon er kruimeltjes afbreken, heel kleine kruimeltjes, en op ieder kruimeltje zuigen, het met je tong in je mond omdraaiend. Je kon het op de altijd hete kachel roosteren en de donkerbruine, verbrande stukjes - nog net geen beschuit, maar ook geen brood meer - opeten. Je kon het brood met een mes in heel dunne plakjes snijden en dan pas roosteren. Je kon het brood ook met warm water koken, het eerst aan de kook brengen, dan doorroeren en er een warme brij, een meelpap van maken. Je kon het ook in koud water tot kleine stukjes verkruimelen, en er dan zout op doen, dan kreeg je een soort broodpasta. Dat alles moest Andrejev zien klaar te spelen in het kwartier dat hem nog restte van de middagpauze. Hij at zijn brood op zijn eigen manier op. In een klein conservenblikje werd water aan de kook gebracht, smakeloos sneeuwwater, groezelig door de kleine stukjes verkoold hout en de naalden van d edwergden, die in het blikje waren gevallen. Andrejev deed zijn brood in het ziedende water en wachtte. Het brood zwol op als een spons, een witte spons. Met een stokje, een spaander, viste Andrejev de hete stukjes spons op en bracht ze naar zijn mond. Het doorweekte brood smolt ogenblikkelijk weg in zijn mond.

- "Luizen hebben is natuurlijk een begrip dat nader moet worden gepreciseerd. Een stuk of tien luizen in je ondergoed telt niet mee. Het begint anderen, de dokters en barakgenoten, pas te verontrusten als je bij iemand de luizen zo van zijn kleren kunt plukken en als zijn trui vanzelf beweegt door de luizen die zich erin genesteld hebben."

- We moeten aannemen dat een gevangene in staat moet zijn zich met iedere hoeveelheid water te wassen, van een lepel tot een tank. Als hij een lepel water krijgt zal hij zijn plakkerige en etterende ogen uitspoelen en vinden dat hij klaar is met zijn toilet. Als hij een tank vol krijgt zal hij zijn buren nat spetteren, ieder ogenblik vers water nemen en het klaarspelen in de vastgestelde tijd de hele hoeveelheid water op te maken.

- Solovjov, die veroordeeld was wegens een vluchtpoging en het eten van mensenvlees, lag in het ziekenhuis bij te komen en hij vertelde graag hoe hij en zijn kameraad bij de voorbereiding van hun vlucht met opzet een derde hadden meegenomen: "voor het geval dat we honger zouden krijgen." De vluchtelingen waren lang, bijna een maand, onderweg. Nadat ze de derde man hadden gedood en deels opgegeten, deels gebraden hadden "voor onderweg" gingen de twee moordenaars ieder huns weegs - ze waren allebei bang om op een nacht door de ander vermoord te worden.

- "De gevangenbewaarder denkt minder aan zijn sleutels dan de gevangene aan ontvluchten."

- Criminelen zijn echter in staat een hond het ene moment te aaien en hem het volgende moment levend in stukken te snijden: morele grenzen kennen ze niet en hun nieuwsgierigheid is groot, vooral waar het de vraag betreft: "overleeft hij dit of niet?" De crimineel die als kind al begonnen is met het bestuderen van de uitgerukte vleugeltjes van een door hem gevangen vlinder en van een vogel met uitgestoken ogen, steekt als hij volwassen is een mens de ogen uit vanuit dezelfde pure interesse die hij in zijn kindertijd voelde.

- Van degenen die stierven in de mijnen van Kolyma - ze leefden er niet lang - waren hun gouden tanden, die na hun dood uit hun mond werden getrokken, het enige goud dat ze de staat leverden in de goudmijnen van Kolyma. Qua gewicht zat er in hun tandprotheses meer goud, dan deze mensen in hun korte leven in de mijnen van Kolyma opgroeven, bijeenharkten en loshakten.

 

2 opmerkingen:

  1. Ik wist dat ik iets was vergeten, en dat was het op mijn verlanglijstje zetten van dit boek, want ik kan me herinneren dat je het hier al eerder over hebt gehad. Dank voor deze tip, Erik, volgens mij is dit een boek dat ik interessant zal vinden.

    Groetjes,

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Hoi Bettina, mijn vorige bespreking van Sjalamov was van de kortere oudere uitgave. Ik heb dit boek gefascineerd zitten herlezen met een potlood in de hand, zodat ik bij de interessante passages een streepje kon zetten. Als je de citaten op je gemak leest, dan krijg je een goed beeld van het boek. Zoals Sjalamov zelf ergens schrijft: "Als de details van wat je opschrijft geloofwaardig zijn, dan zal de hele tekst met geloof worden gelezen". Ik vind "Berichten uit Kolyma" een van die zeldzame boeken die een blijvende indruk achterlaten, ook lang nadat je ze gelezen hebt. Het is geen vrolijk makend boek, maar ik hoop dat je het met interesse zult lezen. Groetjes, Erik

    BeantwoordenVerwijderen