zondag 30 augustus 2015

Casanova 7: De school van het leven 7

De school van het leven: blz 166-191

Desondanks vond ik hem meteen aardig, en ik zou veel met hem hebben gesproken als hij de aandrang had kunnen weerstaan knoflook te eten in dezelfde hoeveelheid als ik brood at. Hij had altijd minstens twintig teentjes bij zich, zoals iemand van ons snoepjes bij zich zou hebben. Kan iemand eraan twijfelen dat knoflook geen vergift is?

Gelukkige jeugd. Ik heb geen spijt ervan, omdat zij mij steeds iets nieuws bood; om dezelfde reden verafschuw ik mijn oude dag, waarop het enige nieuws dat ik opdoe uit de krant afkomstig is- waar ik toentertijd niet naar omkeek- en bestaat uit verschrikkelijke gebeurtenissen die mij verplichten aan de toekomst te denken.

Zij zei tot slot dat zij mijn moeite alleen met haar hart kon belonen omdat zij arm was. Na haar geantwoord te hebben dat haar hart alleen geschapen was om begeerte te belonen, gedroeg ik mij tegenover haar als een man die hoopt vooraf beloond te worden, en ondervond alleen de weerstand die een mooie vrouw voor de vorm biedt.

Omdat door een misstap het hielstuk van een van haar schoenen van haar hiel was geschoven, strekte zij haar voet uit en vroeg mij het weer op te trekken. Ik ging op mijn knieën voor haar zitten om dit te doen. Zij droeg een wijde hoepelrok en geen onderjurk. Omdat zij dit was vergeten, trok zij haar jurk een beetje op, maar ver genoeg voor mij om iets te zien waardoor ik bijna bezweek. Toen ik opstond vroeg zij mij of ik onwel was geworden.

Ik eindigde met deze dwaze gemeenplaats, waar men zich van bedient om elk meisje, zelfs een fatsoenlijk, in behoeftige omstandigheden te troosten. Ik voorspelde haar het geluk dat haar ten deel zou vallen door de onweerstaanbare uitwerking van haar charmes.

Denkend aan de werkelijkheid en de verbeelding, gaf ik de voorkeur aan de laatste, omdat de eerste er afhankelijk van is. De basis van begeerte, zoals ik later heb geleerd, is een zekere nieuwsgierigheid die, gecombineerd met de drang van de natuur tot zelfbehoud, tot handelen leidt.

Een vrouw is als een boek dat, of het nu goed of slecht is, ons eerst door de titelpagina moet bevallen; als deze niet interessant is, wekt het niet het verlangen op het te lezen, en de intensiteit van dit verlangen is evenredig aan de belangstelling die de titelpagina wekt.

Ik bracht de korte nacht door in de armen van mijn twee engelen. Wij brachten deze nacht in een vrolijke en tegelijk bedroefde stemming door, nu eens lachend dan weer met tranen in de ogen. Deze liefde, mijn eerste, heeft mij bijna niets geleerd over het leven, want het was een volkomen gelukkige verhouding, zonder problemen en nooit bezoedeld door enig eigenbelang.

Wordt vervolgd

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen