maandag 14 december 2015

Guy Delisle: Jeruzalem:


JeruzalemNadège, de vrouw van Guy Delisle werkt voor artsen zonder grenzen (AZG). Guy vergezelt haar en hun twee kinderen: Louis en Alice voor een verblijf van een jaar in Jeruzalem. Ze komen te wonen in Oost-Jeruzalem, in het Arabische gedeelte van de stad. Terwijl Nadège haar werk voor AZG doet is Guy de huisman, hij brengt de kinderen naar school en haalt ze weer op, zit thuis te tekenen en maakt uitstapjes in de omgeving met een schetsboek in zijn handen.

"Jeruzalem" is het verslag van hun verblijf. Het is niet in de eerste plaats een politiek verslag, hoewel politiek natuurlijk wel een belangrijke rol speelt in het boek. Jeruzalem is van groot belang voor zowel Christenen, Joden als moslims. Jeruzalem is een verdeelde stad en Israël is een verdeeld land. Officiëel is Israel onderverdeeld in gebieden voor de Joden en gebieden voor de moslims zoals de Westelijke Jordaanoever en de Gaza-strook die voor de moslims zijn. In de praktijk vestigen veel Joodse kolonisten zich in de moslimgebieden wat in strijd is met de vredesakkoorden.

Fragmenten uit het boek:

- Ze leggen ons uit hoe we naar de oude stad moeten gaan. Ook dat is niet simpel. In Jeruzalem zijn er twee stedelijke vervoerssystemen die naast elkaar functioneren. Er zijn Israëlische bussen die de hele stad behalve de Arabische wijken bedienen. En de Arabische minibussen die uitsluitend de Arabische wijken bedienen.

- Ramadan:
Ramadan bij de kantoorartikelen: er ligt een man achter de toonbank te slapen. Ramadan op de markt: achter het stalletje ligt een man te slapen. Ramadan op straat: Guy loopt lekker een appeltje te eten. Een moslim loopt voorbij en kijkt naar het appeltje. Guy loopt beschaamd verder en eet zijn appeltje op.

- De logistiek van het dagelijks leven: Louis gaat naar een Anglicaanse school. En Alice naar een christelijke kleuterschool in onze wijk. Logistiek gezien is het geen eitje. File tot aan de school in West-Jeruzalem. Terug naar Beit Hanina voor Alice die een beetje later begint. Zo heb ik s'ochtends enkele uren om door te werken aan een nieuw project. ... Ik haal Alice lopend op. We nemen de minibus. Ik ga naar het centrum. Ik haal Louis op. Terug met de minibus. En weer naar huis.

- In de nederzetting Pisgat Ze'ev waar zo'n 50.000 mensen wonen gaat Guy naar de supermarkt. De supermarkt is goed voorzien: ze hebben er zelfs shredded wheat, Guy's lievelingsontbijt. Toch doet hij er geen inkopen, want dan moedig je ze aan.Even later als Guy de supermarkt verlaat stuit hij op drie moslima's met tassen vol boodschappen.

- Als Guy na een stripfestival in Noorwegen terug naar Israël wil gaan wordt hij op het vliegveld uitgebreid ondervraagd: Wat voor werk doet u? Door wie was u naar Noorwegen uitgenodigd? En naar Finland? Weet u wie de vlucht heeft geboekt? Hebt u de uitnodiging? Hoe heette het hotel? En wat voor werk doet u vrouw? Is ze arts? Waar werkt ze? Waar precies?

- Confrontatie met een psychologe: Dit weekend slaapt een van de psychologen bij ons. Op een gegeven moment zie ik haar met Alice praten. Wat is er? Valt ze je lastig? Het is niet erg, ze pakte mijn knuffel. Ikm legde haar uit waarom ik niet wil dat ze hem pakt. Je knuffel? Ja, mijn knuffel. Ik slaap er altijd mee. Het is een transitieobject en ook een ersatzvriend waarop ik mijn overtollige emoties overdraag. Ik vertaal dit als volgt in babytaal: knuffel afblijven.

- Rome: Ik ben uitgenodigd voor een festival in Rome. Ik verheug me erop naar Rome te gaan. Ik ken de stad niet. Het moet er fantastisch zijn. En zegt men niet: "Rome zien en sterven?" Eh... Rome zien en sterven. Nou, ik hoop dat die twee zover mogelijk uit elkaar liggen.

- Ik mag dan geen enkele religie aanhangen, ik schaam me toch een beetje voor het Christendom. Als ik nu ergens anders op Aarde was, zou ik er waarschijnlijk om grinniken. Heus, als je het schouwspel bekijkt dat de religie in deze regio biedt, kom je niet erg in de verleiding om gelovig te worden. Bedankt, God, dat ik atheïst ben.

- Guy ziet een man met een Hitler-snorretje: Twee tafels verderop draagt een oude man een "tandenborstelsnorretje"! In een eerste reflex zei ik tegen mezelf dat het natuurlijk een Arabier was. Ik moest mijn mening herzien toen ik zag wat hij op zijn hoofd droeg. Toch is het ongelofelijk! Ik dacht dat een dergelijke snor na 1945 voorgoed in ongenade was gevallen. Misschien komt hij ooit weer in de mode, wie weet? En misschien is die man degene die hem weer introduceert, wie weet?

- De Tempelberg mag pas weer betreden worden als de Rabbijnen een specifiek ritueel hebben uitgevoerd. Volgens het bijbelboek Numeri zijn daarvoor zuiver water en de as van een rode vaars nodig. Het probleem is dat de rode vaarzen niet voor het opscheppen liggen. Sinds Abraham zijn er slechts negen geweest. Om het proces te versnellen zijn Amerikaanse fokkers aan het kruisen geslagen om de tiende vaars te telen. In 2002 zag een vaars die aan de eisen voldeed in Israël het licht. In haar tweede jaar kreeg ze enkele witte haren rond een litteken. Afgekeurd! Ze is alleen koosjer als ze drie jaar lang volledig rood is, hoeven inbegrepen.


"Jeruzalem" is een prachtige graphic novel waarin Delisle een genuanceerd beeld schetst van het verblijf in de stad en de situatie in het land. Zonder meer zijn beste boek en een klassieker!  

 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen