woensdag 13 januari 2016

Redmond O'Hanlon: Storm: een reis door de noordelijke Atlantische Oceaan


StormIn mijn geheugen was "Storm" het beste boek van Redmond O'Hanlon dat ik gelezen heb. Bij herlezing vond ik het iets tegenvallen.

Na zijn avonturen in de jungles van Kalimantan, het Amazonegebied en Congo zocht O'Hanlon het avontuur dit keer wat dichter bij huis. Redmond wiens ervaring met schepen beperkt is tot het feit dat hij wel eens deel heeft uitgemaakt van de bemanning van zeer kleine jollen bij zeilwedstrijden rond plastic boeien in een beschutte baai, wil eens ruiken aan het echte werk.
Een reis met een trawler om vis te vangen midden in een zeer zware storm in januari in het Noordelijk deel van de Atlantische Oceaan leek hem wel wat.

O'Hanlon heeft vriendschap gesloten met een marien bioloog Luke Bullough die ook als reddingsvisser werkt. Omdat Luke een zeer gewaardeerde kracht is wordt O'Hanlon tegen betaling ook aan boord genomen van de trawler door de schipper Jason Schofield. Wat volgt is een reis van ongeveer 2-3 weken in zeer zware omstandigheden tussen mannen die allen veel te weinig slapen. De mannen zijn continu aan het werk, vis binnenhalen en schoonmaken. Redmond, die al gauw de bijnaam Worzel krijgt helpt ijverig een handje mee. Tijdens het werk, door slaapgebrek wordt veel oeverloos gezwetst over vissen, de evolutie, sex en voorplanting en waar O'Hanlon zich maar voor interesseert.

Ik denk dat O'Hanlon de sfeer aan boord goed weergeeft, maar de eindeloze mono- en dialogen zijn me iets te veel van het goede. Bij deze gaat hij van de lijst af met mijn favoriete reisboeken.  

Één wat langer citaat:

"Worzel, ik dacht dat jij een schrijver was, weet je wel, iemand die over deze dingen nádenkt, over alles waar wij verder geen tijd voor hebben, emóties en zo, grom en orgaanvlees eigenlijk, hè? Maar ik ben het ermee eens, en Jason zegt het ook: zonder je eigen grom en orgaanvlees ben je een dode ... Ja, dat hebben we onderling over jou gezegd, en begrijp me niet verkeerd, want Jason en ik en Robbie- wij zijn blij dat je aan boord bent, heus, maar Jason zei, in de kombuis, hier, toen we nog maar een paar dagen op zee waren, toen je nog steeds aan het overgeven was en voor we wisten dat je echt zou gaan meedoen en zou proberen te hélpen, toen we allemaal aannamen dat je in je kooi zou blijven liggen of domweg zou rondstiefelen met een opschrijfboekje of zoiets en ons zou observéren, als in een of andere rotdierentuin, toen zei Jason, "Jongens!"zei hij. "Bekijk het maar zo: Luke is een lot uit de loterij, een werker, de beste die jullie zullen zien, en jongens, we hebben hem voor niks en hij stript evensnel als jullie allemaal en vergeleken met hem zijn jullie verdomd onwetende boerenkinkels, of niet? Als het om vis gaat weet Luke alles! Maar Redmond, ja, hij is oud en voorlopig is hij ziek, maar hij betaalt ons vijftig pond per dag en dat hóéft hij niet te doen, dus weet hij dat hij niets voorstelt en dat kun je in een man respecteren" En vervolgens zegt Jason: "En bovendien, jongens" zegt hij, "wat kan het ons verdommen, dat we een Redmond aan boord hebben; ik heb nog nooit gehoord dat het een van de andere schippers is overkomen, helemaal nooit. Geniet er dus maar van zolang als het duurt, wat hij ook doet, want je zult nooit meer naar zee gaan met zoiets raars als dit, daar kun je van op aan!"

  

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen