zondag 19 juni 2016

David Quammen: Het lied van de dodo

David Quammen: Het lied van de dodo (Groot Brittannië, 1996): 735 blz: Vertaald door Peter Out (1998): Uitgeverij Atlas: Oorspronkelijk uitgever Simon & Schuster

LIED VAN DE DODO"Het lied van de dodo" gaat over de eilandbiogeografie. De biogeografie bestudeert de verspreiding van soorten. Het is de wetenschap die onderzoekt waar dieren leven, waar planten zich bevinden en waar ze ontbreken. De eilandbiogeografie onderzoekt waarom relatief veel soorten alleen op eilanden voorkomen, waarom die soorten meestal zeldzaam zijn en makkelijk uitsterven en wat dat zegt over de evolutie.

De held van het verhaal van David Quammen is Alfred Russel Wallace (zie ook mijn vorige bespreking over "Het Maleise eilandenrijk") die onderzoek deed in het Amazonegebied tussen 1848 en 1852. Bij de overtocht naar Engeland leed het schip waarop hij voer schipbreuk waarbij hij zijn complete verzameling verloor en een groot deel van zijn aantekeningen. Later verzamelde hij diersoorten van 1854 tot 1862 in wat nu Indonesië heet. Hij bedacht gelijktijdig met Darwin de evolutietheorie.

David Quammen reisde voor zijn boek de hele wereld rond, bezocht projecten waar natuurbeschermers bedreigde diersoorten proberen te beschermen en sprak met tal van wetenschappers. Plaatsen die hij onder andere bezocht zijn:

- Komodo: waar de reusachtige Komodovaraan leeft.
- Guam in de Marianen waar een uitheemse slang in zulke hoeveelheden voorkomt dat hij alle zeldzame vogeltjes heeft opgegeten.
- Madagascar: waar de tenreks, de lemuren en de Indri leven.
- Mauritius: waar een zeldzame torenvalk leeft.
- Aldabra: waar reuzenschildpadden voorkomen.
- de Galapagoseilanden waar van alles leeft.
- Hawaï: met zijn Hawaïvinken.
- Tasmanië: met de buidelwolf
- Een eilandje vlakbij Baja California waar een zeldzame reptielsoort leeft: de Chuckwalla

Quammen is niet te beroerd om aan speculaties te doen over hoe het proces van uitsterven precies in zijn werk gaat. Het boek is zeer onderhoudend en met een dosis lichte humor geschreven. Voor mij is "Het lied van de Dodo" veruit het mooiste populair natuurwetenschappelijke boek dat ik ooit las.

Een mooi voorbeeld van een speculatie van Quammen is te vinden op bladzijden 301 en 302:

Denkt u zich eens twee soorten in die op hetzelfde kleine eilandje leven. Een ervan is de muis. Totale populatie tienduizend. De ander is een uil. Totale populatie tachtig. De uil is een felle en behendige muizenjager. De muis is bang, kwetsbaar en een makkelijke prooi. Maar de muizenpopulatie geniet als collectief de veiligheid van het getal.

Laten we zeggen dat een driejarige droogte het eiland van de uilen en muizen treft, gevolgd door een door bliksem veroorzaakte bosbrand, toevallige gebeurtenissen die beide soorten treffen. De muizenpopulatie valt terug naar vijfduizend, de uilenpopulatie naar veertig. Midden in hun eerstvolgende paartijd slaat een tyfoon toe, die de boomkruinen verschroeit en een hele generatie nog niet uitgevlogen uilen doodt. Daarna gaat er een jaar vredig voorbij, waarin de uilen- en muizenpopulatie beide stabiel blijven, met geleidelijke verliezen door ouderdom en individuele pech die min of meer in evenwicht worden gehouden door nieuwe geboorten. Vervolgens wordt de muis getroffen door een epidemie, die de populatie terugbrengt tot duizend, minder dan de afgelopen decennia het geval is geweest. Deze extreme collaps treft zelfs de uil, die honger begint te lijden door een gebrek aan prooi.

Onder de door honger verzwakte uilen breekt door een dodelijk virus ook een epidemie uit. Slechts veertien vogels overleven. Zes van die veertien uilen zijn wijfjes en drie van de zes zijn te oud om zich voort te planten. Dan stikt een jong wijfje in een muis. Daarmee hebben we nog twee vruchtbare wijfjes over. Een van hen verliest haar volgende legsel aan een slang. Het andere wijfje heeft een succesvol nest en slaagt erin vier jongen groot te brengen, alle vier toevallig mannetjes. De uilenpopulatie is nu noodlijdend en op het punt van acuut gevaar. Twee vruchtbare wijfjes, een paar oudere wijfjes en een tiental mannetjes. Samen bezitten ze te weinig genetische verscheidenheid om zich te verweren tegen verdere problemen en er bestaat grote kans op inteelt tussen moeder en zoon.

Tien jaar verstrijken waarin de uilenpopulatie door inteelt  voortdurend zwakker wordt. Er zijn een paar nieuwe wijfjes uitgebroed, kostbare aanwinsten voor de geslachtsverhouding, maar een paar van hen blijken door inteelt onvruchtbaar.

Daarna teistert een nieuwe bosbrand het eiland en doodt vier volwassen uilen. De vier dode uilen waren allemaal vruchtbare wijfjes, cruciaal voor de bedreigde populatie. Bij de uilen is nu nog slechts één wijfje over dat jong en vruchtbaar is. Ze krijgt kanker aan de eierstokken, niet verwonderlijk gezien de inteelt onder haar voorouders. Ze sterft kinderloos. Niets van dit alles is onaannemelijk. Die dingen gebeuren. De uilenpopulatie - nu gereduceerd tot een tiental tobberige mannetjes, een paar oude vrijsters en geen enkel vruchtbaar wijfje - is tot uitsterven gedoemd.

  

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen