donderdag 18 mei 2017

Vladimir Nabokov: De kunst van het lezen: Tsjechov

Vladimir Nabokov: De kunst van het lezen: Tsjechov (Rusland, 1981): 88 blz: Vertaald door Robbert-Jan Henkes & Erik Bindervoet (2004): Uitgeverij Hoogland & Van Klaveren

De kunst van het lezen - TsjechovNu ik klaar ben met het lezen van alle verhalen van Tsjechov zal ik de komende tijd aandacht besteden aan wat andere schrijvers over Tsjechov hebben gezegd.

De Russische schrijver Nabokov gaf aan zijn studenten op een Amerikaanse universiteit lessen in literatuur. Hij besprak met zijn leerlingen hoe je de groten uit de literatuurgeschiedenis kon lezen en wat je van hen kon leren. Vanzelfsprekend had hij daarbij veel aandacht voor de Russische literatuur. De collegeaantekeningen van Nabokov zijn bewaard gebleven en in boekvorm uitgegeven zodat nu iedereen er zijn voordeel mee kan doen. Bij uitgeverij Hoogland & Van Klaveren zijn dunne, mooi vormgegeven boekjes uitgegeven over respectievelijk Tsjechov, Dostojewski, Gogol, Toergenjew en Tolstoj.

Wat de Russische lezer pas echt aansprak, was dat hij in de helden van Tsjechov het type van de Russische intellectueel herkende, de Russische idealist, een merkwaardig en aandoenlijk schepsel dat in het buitenland niet erg bekend is en dat in het Rusland van de Sovjets niet kan bestaan. De intellectueel van Tsjechov is iemand die het diepste menselijk fatsoen waartoe de mens in staat is, combineert met een bijna belachelijk onvermogen om zijn idealen en principes in daden om te zetten; iemand die geeft om morele schoonheid, het welzijn van zijn volk en het welzijn van het universum, maar in zijn privé-leven niet in staat is iets nuttigs te doen; die zijn provinciale leventje verbeuzelt in een waas van utopische dromen; die precies weet wat goed is, wat de moeite waard is om voor te leven, maar tegelijkertijd steeds verder wegzinkt in de modder van een eentonig bestaan, ongelukkig in de liefde, hopeloos ondoelmatig in alles - een goed iemand die het er niet goed afbrengt. Dat is het karakter dat - verkleed als dokter, student, dorpsonderwijzer en vele andere beroepsbeoefenaars - voorbijkomt in alle verhalen van Tsjechov.

Nabokov bepreekt in detail 2 verhalen: "De dame met het hondje" en "In het geuldal" en een toneelstuk "De meeuw". Over de twee verhalen is Nabokov erg enthousiast, over het toneelstuk heeft hij wel wat kritische opmerkingen.

Achter in het boekje staan nog 10 bladzijden met noten van de vertalers, waarbij steeds een aantal bestaande Tsjechov-vertalingen met elkaar worden vergeleken.

Tot slot nog een opmerking van de vertalers zelf: Waarom eigenlijk hervertalingen maken als er in plaats van fouten verbeterd, fouten bijgemaakt worden? Het schijnt dat de meeste hervertalers er uit principe hun voorgangers niet bijhouden of op naslaan, omdat ze "bang zijn beïnvloed te worden". Zo kunnen we lang wachten op een foutloze vertaling.

Het boekje is een aardige aanvulling op de Tsjechov-bibliotheek, maar zeker geen must.

  

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen