zaterdag 30 december 2017

20: De psychiatrische patiënt in boeken en films

Gezien het enorme aantal psychiatrische patiënten zijn er maar verrassend weinig boeken geschreven door of over psychiatrische patiënten en ook zijn er maar heel weinig films die de psychiatrie als onderwerp hebben.

Ik heb de volgende boeken gelezen en films gezien:

- De autobiografische trilogie "Een engel aan mijn tafel" van Janet Frame. Janet Frame is een Nieuw Zeelandse schrijfster en is wereldwijd gezien waarschijnlijk de bekendste schrijver die haar ervaringen in de psychiatrie op papier heeft gezet. Van deze trilogie is een uitstekende film gemaakt door Jane Champion. Janet Frame heeft nog een andere roman geschreven specifiek over haar ervaringen in de psychiatrie, maar die heb ik (nog) niet gelezen.

- Sera Anstadt: "Al mijn vrienden zijn gek" en Yvonne Klinkert: "Als zand door mijn vingers". Twee moeders die allebei hebben geschreven over hun schizofrene zoon. Ik kan mij niet veel meer herinneren van deze romans, behalve dat het wel heel erg slecht ging met hun zoons, veel slechter dan bij mij en mijn vrienden.

- Ken Kesey "One flew over the cuckoo's nest" een boek over een opstandige patiënt McMurphy, die in conflict komt met de regels in het psychiatrische ziekenhuis. Het boek is goed, maar de verfilming hiervan is werkelijk fenomenaal met een fantastische Jack Nicholson in de hoofdrol.

- Myrthe van de Meer "PAAZ". Een patiënte die haar ervaringen in een psychiatrisch ziekenhuis heeft verwerkt tot een roman. Dit boek is goed ontvangen, maar ik vind van de Meer een beetje knullig schrijven. Ze heeft nog twee vervolgen op dit boek geschreven die ik nog niet heb gelezen.

- De film "Een gelukkige huisvrouw" naar het boek van Heleen van Royen. De film heeft gemengde kritieken gekregen, maar ik heb hem met plezier bekeken.

- August Willemsen "De val". Willemsen is een succesvol schrijver en vertaler van Portugese en Braziliaanse literatuur. "De val" is een prachtig geschreven, onthutsend en eerlijk verslag van zijn alcoholverslaving en daarop volgende opname in een ontwenningskliniek. Dit boek ontstijgt het genre verre en is wat mij betreft een van de hoogtepunten in de Nederlandstalige literatuur.

- De bekendste psychiatrische patiënt in de Nederlandse literatuur is natuurlijk Maarten Biesheuvel. In zijn verhalen mengt hij op een fascinerende manier de werkelijkheid en zijn fantasie. Veel van zijn verhalen zoals "De heer Mellenberg", "Brommer op zee", "Tankercleaning" behoren tot de mooiste verhalen die ik ooit heb gelezen.

- Een schrijver die vrijwel nooit als psychiatrisch patiënt wordt beschouwd, maar die dat volgens de huidige normen vrijwel zeker was, was de Markies de Sade. Zijn "120 dagen van Sodom" is een soort encyclopedisch overzicht van alle seksuele afwijkingen die ooit bedacht zijn en wordt beschouwd als het meest godslasterlijke boek dat ooit is geschreven. 99% van de mensen zal hiervan gruwen. Als je het leest als de bizarre fantasieën van een gestoorde gek, dan kun je de humor van sommige passages inzien.

- "Sigmund" van Peter de Wit. "Sigmund" is een strip over een psychiater, zijn patiënten en de verhouding tussen beiden die sinds 1994 dagelijks in de Volkskrant verschijnt. Ik weet niet wat Peter de Wits verhouding tot de psychiatrie is. Ik vermoed dat hij meer gebruikt maakt van zijn fantasie dan van de werkelijkheid, maar zijn strips zijn een genot om te lezen.

- De film "A beautiful mind" gaat over een briljante wiskundige die al vrij jong schizofrenie krijgt. Als je toevallig deze film in de bioscoop hebt gezien, dan weet je dat de plotwending in de eerste scene na de pauze briljant is. De film geeft een goed, zij het wat geromantiseerd beeld van het leven met schizofrenie.

Zoals jullie zien, het is maar een kort lijstje. Als jullie nog meer boeken of films kennen met de psychiatrie als onderwerp, dan hoor ik het graag.

Dit is het laatste stukje van mijn serie over de psychiatrische patiënt. Ik hoop dat ik erin geslaagd ben om een redelijk compleet en herkenbaar beeld te schetsen van hoe mijn leven en dat van andere psychiatrische patiënten eruit ziet. Ook hoop ik dat jullie de stukjes met plezier hebben gelezen, ik heb tijdens het schrijven ervan regelmatig hardop moeten lachen. Misschien schrijf ik hier in de toekomst nog wel eens vaker over. Voor nu, een prettig uiteinde en geniet van de oliebollen!

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

donderdag 28 december 2017

19: De omgang met de psychiatrische patiënt

Het is moeilijk om algemene richtlijnen op te stellen voor de omgang met de psychiatrische patiënt. Wat bij de een heel goed werkt, werkt bij de ander helemaal niet. Als ik een richtlijn mocht geven zou het de volgende zijn: wees jezelf en ben duidelijk.

Psychiatrische patiënten zijn over het algemeen slimmer dan je denkt. Ze zullen het snel doorhebben als je iets tegen hen zegt dat je niet meent. Ook zijn de meesten geneigd hun eigen gang te gaan en zich niet teveel van jouw opmerkingen aan te trekken. Meestal werkt het veel beter om samen met hen iets te doen, dan om alleen te zeggen dat ze iets moeten doen. Ga mee hardlopen in plaats te zeggen dat sporten gezond is.

Aan de andere kant is het ook heel belangrijk om duidelijk te zeggen waar het op staat. Aan een patiënt vragen hoe vaak hij zich wast begrijpt hij niet. Hij zal bijvoorbeeld zeggen dat hij zich regelmatig wast. Zeggen dat hij stinkt en dat hij de volgende keer onder de douche moet gaan voordat je op bezoek wilt komen, omdat je anders geen zin hebt om hem op te zoeken is veel duidelijker.

Mijn vader was een geval apart, die trok zich nergens iets van aan. God wikt en pa beschikt luidde bij ons het spreekwoord.

Lees verder in deel 20, het laaste deel in de serie

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

dinsdag 26 december 2017

18: De psychiatrische patiënt en wapenbezit

(Vuur-)wapens horen alleen toegestaan te zijn aan militairen en politiemensen voor het handhaven van de openbare orde en het achterna zitten van criminelen. Iedere vorm van wapenbezit voor particulieren dient uit den boze te zijn. In Amerika denken ze daar natuurlijk anders over. Iedere malloot kan daar zijn schietvaardigheden oefenen in een overvol winkelcentrum. In Amerika ligt het aantal dodelijke slachtoffers van vuurwapenmisbruik in verhouding tot de bevolking dan ook zo'n 50 keer hoger dan bij ons. Zeker aan een psychiatrische patiënt zou ik geen kalasjnikov verkopen.
Voor zover ik weet heeft geen van mijn vrienden een wapen in zijn bezit anders dan een bevroren lamsbout of een broodmes.

Lees verder in deel 19

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

zondag 24 december 2017

17: De psychiatrische patiënt en zijn financiën

Alle psychiatrische patiënten hebben weinig geld, maar de ene psychiatrische patiënt heeft nog minder geld dan de andere psychiatrische patiënt. Veel patiënten moeten slechts van een Wajong-uitkering rondkomen. Met een bedrag van 980 euro per maand is dat niet bepaald een vetpot. Als je dan ook nog rookt, wat de meeste psychiatrische patiënten doen, dan heb je nooit geld over om eens lekker uit eten te gaan, iets leuks voor jezelf te kopen of om op vakantie te gaan.

Hoe zit dat bij mij? Ik heb geluk, ik heb iets extra. Het scheelt ook dat ik niet rook, geen auto rijd en tegenwoordig niet meer op vakantie ga, alle drie grote kostenpotten.Daarom heb ik geld om 2 keer per week uit eten te gaan bij de Indonesiër in de buurt en verder om af en toe eens wat luxueuzer uit eten te gaan, of om boeken, cd's en dvd's te kopen.

Mijn vader kon veel luxueuzer leven, hij had een royale uitkering. Hij deed er in mijn ogen niet veel mee, behalve een flat kopen en drank en sigaretten.

Ruben, Tom, Wim, Gijs en Bernard zitten ongeveer in dezelfde financiële situatie als ik. In alle gevallen hebben ze wat meer dan alleen een uitkering omdat ze ook werken. Gijs en Bernard die niet betaald werken hebben een wat royalere WAO-uitkering.

Lees verder in deel 18.

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

vrijdag 22 december 2017

16: De psychiatrische patiënt en zijn hobby's

De meeste mensen hebben naast hun werk ook een of meer hobby's, dingen die ze graag doen, zo maar voor hun plezier. Voor psychiatrische patiënten is het niet anders, al lijkt een groot deel van hen alleen geïnteresseerd in hun rokertje, drank en de televisie. Hier noem ik achtereenvolgens een aantal hobby's die ik en mijn vrienden hebben.

Muziek:
Ik ben een groot liefhebber van allerlei soorten muziek, variërend van klassiek, opera, wereldmuziek tot Nederlandstalige muziek. Ik heb hier al wel eens over geblogd en zal dat nog wel vaker doen.

Mijn vader had een beperkte platencollectie. Ik herinner mij vooral de 5e symfonie van Beethoven die hij vrijwel dagelijks draaide (hij had alle symfonieën in de uitvoering van Herbert von Karajan, maar de andere draaide hij nauwelijks). Verder "Sheherazade" van Rimsky-Korsakov, Abba, Vicky Leandros, Nana Moskouri, Boudewijn de Groot en Jaap Fisher (= Joop Visser). Vreemd genoeg is deze muziek ook tot mijn eigen favorieten gaan behoren op Vicky Leandros en Nana Moskouri na, die ik nooit meer draai. Bij de uitvaart van mijn vader hadden we uit bovengenoemde muziek gekozen.

Ruben heeft een uitgebreide platen en cd-verzameling en is verzamelaar en handelaar van en in audioapparatuur. Bij hem staan altijd wel een stuk of 7 sets luidsprekers tentoongesteld.
Gijs, Wim, Tom en Bernard luisteren graag naar muziek, maar zijn er niet zo fanatiek mee bezig als ik of Ruben.

Film:
Ik ben ook een filmliefhebber, ik heb een enorme verzameling dvd's. Wim, Tom, Gijs, Ruben en Bernard zijn over het algemeen niet zo geïnteresseerd in films, maar kijken graag mee als ik bij mij thuis een goede film opzet.

Sport:
De enige vorm van sport die de meeste psychiatrische patiënten beoefenen is de dagelijkse wandeling naar de dichtstbijzijnde kroeg of supermarkt.

Voordat ik ziek werd sportte ik relatief veel. Ik liep vaak hard en fietste regelmatig lange afstanden, vooral tijdens de vakanties. Nadat ik ziek werd heb ik bijna nooit meer hardgelopen. Wel ben ik de eerste jaren (tot 1996) nog met de fiets op vakantie geweest. Tegenwoordig fiets ik haast nooit meer. Wel probeer ik om iedere dag een uur te wandelen, wat ik meestal net niet haal.

Van mijn vrienden doet alleen Ruben wat aan sport. Hij loopt af en toe hard en fietst ook veel, zelfs op vakantie. Bernard fietst een keer per week van Houten naar Lunetten en terug (10 kilometer) om bij mij te komen eten. Gijs wandelt vaak.

Lezen:
Psychiatrische patiënten die lezen vormen een grote uitzondering. Mijn vader las erg veel, maar verder ben ik de enige in mijn vriendengroep die regelmatig een boek leest.

Fotografie:
Van 1988 tot 2000 heb ik vooral tijdens vakanties redelijk fanatiek gefotografeerd. Ik hoop om ooit nog eens wat foto's op dit blog te plaatsen. Ik heb de overstap naar een digitale camera nooit gemaakt en heb sinds 2001 nooit meer gefotografeerd. Alleen Gijs fotografeert enigszins serieus. Hij maakt ook fotocollages.

Lekker eten en koken:
Van lekker eten houdt volgens mij iedere psychiatrische patiënt, misschien nog wel meer dan gezonde mensen. Mijn vriendenkring bestaat uit een aantal smulpapen en zelf lust ik ook wel wat. Ik kook graag voor vrienden, ik ben wel een beetje een luie kok. Gijs en Tom koken meestal voor zichzelf. Wim gaat vaak buiten de deur eten. Bernard en Ruben eten vooral veel maaltijdsalades van de Albert Heijn.

Schrijven:
Heel Nederland schrijft, maar patiënten in de psychiatrie doen daar voor zover ik weet niet veel aan mee. Wim schrijft regelmatig stukjes in de plaatselijke krant, Gijs heeft leuke stukjes geschreven in het blad van Anoiksis (= de patiëntenvereniging) en zelf houd ik dit blog bij. Ik zou mij niet direct schrijver willen noemen, maar ik heb sinds ik met dit blog ben begonnen, heel wat afgeschreven.

Lees verder in deel 17.

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

woensdag 20 december 2017

15: De psychiatrische patiënt en zijn woonruimte

Een van de fijnste maatregelen in Nederland is de individuele huursubsidie. Er zijn in Nederland ongeveer 1 miljoen mensen die hiervan profiteren. Hierdoor is het mogelijk dat mensen met een laag inkomen aangenaam kunnen wonen zonder failliet te gaan. Ik, Ruben, Tom, Gijs, Wim en Bernard wonen aangenaam (mijn vader woonde), in 3 gevallen met huursubsidie en in 2 gevallen is die huursubsidie flink (zo'n 250 euro per maand bij mij en Tom). Ik huur zelf een zeer aangename bovenwoning in Utrecht Lunetten die ruim en erg licht is.

Wat ook erg fijn is, is de WMO, de Wet Maatschappelijke Ondersteuning. Dankzij deze maatregel krijgen ik en Tom en Wim vrijwel voor niets thuiszorg zodat onze woningen schoon gehouden worden. Ik moet er niet aan denken wat er anders met mij zou gebeuren, schoonmaken is niet bepaald mijn sterkste punt. Ook Tom en Wim zijn hier erg bij gebaat.

Lees verder in deel 16.

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

maandag 18 december 2017

14: De psychiatrische patiënt en de hulpverleners

Ik denk dat ik namens de meeste psychiatrische patiënten spreek, als ik zeg dat verpleegkundigen over het algemeen de meest vriendelijke mensen zijn die er rondlopen. Bovendien, en dat geldt zowel voor de mannen als de vrouwen onder hen, zien de meesten er aantrekkelijk uit en ruiken ze lekker (behalve diegenen die roken).

Waarom zou ik dan klagen?
Het is vervelend in onze maatschappij dat iedere handeling van het verplegend personeel moet worden vastgelegd, afgevinkt en becommentarieerd. Zodoende zijn verplegers het grootste deel van hun tijd bezig met zaken die niets met hun beroep te maken. In plaats van dat men even de tijd neemt om een patiënt te woord te staan, met ze te wandelen of een spelletje met ze te spelen wordt enorm veel tijd verspild met het volschrijven van talloze patiëntendossiers vol met onzinnige details. Ik schat dat mijn dossier in de loop der jaren is uitgegroeid tot een pak van 500 bladzijden, waar 20 bladzijden ook wel hadden volstaan. Dit alles om de zorgverzekeraars tevreden te stellen. Soms zou men wel eens willen dat er iemand rondliep die helemaal niets noteerde, maar ik snap ook wel dat dat niet kan.

Voor psychiaters en andere doktoren geldt een ander verhaal. In mijn begintijd in de psychiatrie waren psychiaters vooral afstandelijke wat oudere mannen met wie het volstrekt onmogelijk was om een normaal gesprek te voeren. Sinds ongeveer 2000 heb ik een reeks van 4 psychiaters gehad, die allen redelijk normaal zijn, dat wil zeggen vlot in de omgang en dat je goed een gesprek met ze kunt voeren. Mijn huidige psychiater is pas 40 jaar oud en heeft erg veel gevoel voor humor. Heerlijk dat je met zo'n man kunt lachen.

Een ander kwalijk aspect binnen Altrecht (de organisatie waar ik onder val) is het voortdurende heen en weer schuiven van mensen. Je bent net gewend aan de ene SPV-er en dan moet hij naar een andere afdeling toe. In de laatste 5 jaar heb ik te maken gehad met 5 verschillende SPV-ers. Ik erger me daar stevig aan, hoewel ik mij vrij makkelijk aanpas.

Lees verder in deel 15.

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

zaterdag 16 december 2017

13: De psychiatrische patiënt en zijn lichamelijke gezondheid

Zoals ze in gewone ziekenhuizen meestal te weinig aandacht hebben voor de psychische gezondheid van hun cliënten (hier praat ik bewust over cliënten en niet over patiënten), zo hebben ze in psychiatrische ziekenhuis veel te weinig aandacht voor het lichamelijk functioneren van hun patiënten. Al in de Romeinse tijd gold het spreekwoord: mens sana in corpore sano (= een gezonde geest in een gezond lichaam).
Hoe zit dat bij mij en mijn vrienden? Ik zal enkele voorkomende gezondheidsproblemen bespreken.

Overgewicht: 
De meesten onder ons zijn veel te zwaar. Toen ik ziek werd woog ik 75 kilo. Daarna ben ik tijdens mijn psychose afgevallen tot 68 kilo en vervolgens in 4 maanden tijd aangekomen tot 95 kilo. Inmiddels weeg ik sinds 2002 bijna 120 kilo.
Tom, Ruben en Bernard horen ook tot de zware jongens met een gewicht tussen de 110 en 120 kilo.

Roken:
Op een na al mijn vrienden zijn gestopt met roken. Gijs kan het niet laten. Zelf heb ik nooit gerookt. Mijn vader rookte als een ketter. Hij liep de laatste 20 jaar van zijn leven continu te hoesten.

Alcohol:
Sommigen lusten wel graag een biertje.

Suikerziekte:
Door het overgewicht is er een grotere kans op suikerziekte. Bernard heeft hier last van en moet daarvoor medicijnen slikken. Zelf heb ik last van diabetes insipidens, waardoor ik erg veel moet drinken en veel weer ongezuiverd uit plas.

Prostaat:
Ik heb problemen met mijn prostaat waarvoor ik medicijnen  krijg. Bernard heeft ook problemen met zijn prostaat. Hij is er aan geopereerd.

Apneu:
Ik heb in ernstige mate last van apneu. Om dat te verhelpen heb ik geprobeerd om met een CPAP-apparaat te slapen. Daarbij sluit je met een kapje je neus af, terwijl er een slang loopt tussen het apparaat en het masker waardoor vochtige lucht wordt gepompt. Als het goed is, blaast de lucht de obstakels in de luchtwegen opzij, waardoor je weer normaal kunt ademhalen. In theorie werkt dit perfect, in de praktijk kon ik er niet mee slapen. Daarna heb ik een apparaatje geprobeerd dat begint te piepen zodra je op je rug gaat liggen. Uit het slaaponderzoek bleek dat ik als ik op mijn rug lig tien keer zo veel last had van de apneu, dan als ik op mijn zij lig. Het is dus een kwestie van trainen om op je rug te liggen. Ik werd helemaal gestoord van het gepiep van dat apparaatje, dus dat heb ik ook weggedaan. Ik kan mij ook nog laten opereren, maar daar voel ik niets voor. Op dit moment doe ik niets tegen de apneu.
De behandelaars van Tom vonden dat hij zich ook moest laten testen op Apneu, omdat hij ook erg veel slaapt. Tom weet van mijn geklooi en voelt daar vooralsnog niet veel voor.

Hartproblemen:
Mijn vader heeft jarenlang last van hartritme stoornissen gehad, waar hij regelmatig het bewustzijn door verloor. Bij mijn weten heeft hij zijn pillen hiervoor nooit geslikt.

Lees verder in deel 14.

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

donderdag 14 december 2017

12: De psychiatrische patiënt en zijn dag- en nachtritme

Het is een algemeen bekende waarheid dat een psychiatrische patiënt laat opstaat. Men denkt meestal rond 10.00 uur of 11.00 uur. Ik durf het haast niet te zeggen, maar ik vind dit vroege vogels. Ik kom pas tussen  14.00 uur en 15.00 uur mijn bed uit. Ik heb dan ook enorme problemen met mijn slaapbehoefte en mijn dag- en nachtritme.

Voordat ik ziek werd sliep ik gemiddeld zo'n 8 uur per dag, meestal ongeveer tussen 24.00 uur en 8.00 uur. Een vroege vogel ben ik nooit geweest. Toen ik ziek werd in 1990 sliep ik vrijwel meteen minimaal 12 uur per nacht. Dat is gebleven tot mijn derde psychose in 2001. Sinds die tijd slaap ik gemiddeld zo'n 14 uur per nacht.

Ik heb altijd grote problemen met mijn ritme gehad, maar in de periode tussen 2006 en 2013 was het haast ondraaglijk. Ik had een soort continu ritme waarin ik iedere dag ongeveer 1 uur later opstond en naar bed ging dan de dag ervoor. Soms was het een paar dagen achter elkaar ongeveer hetzelfde en dan weer zat er een dag tussen dat mijn ritme maar liefst 4 uur opschoof. Zodoende leefde ik voor de helft overdag en voor de helft 's nachts. Ik werd hier helemaal gestoord van. Niets leek te helpen. Totdat mijn broer op het idee kwam dat ik melatonine zou gaan slikken. Daar ben ik in oktober 2013 mee begonnen. Van de ene dag op de andere dag werd mijn ritme weer een beetje hanteerbaar en sliep ik ongeveer 15 uur per nacht, zo'n beetje tussen 24.00 uur en 15.00 uur. Wel heb ik nu nog minder energie dan voorheen en het hield al niet over.

Tom, Ruben, Wim, Gijs en Bernard hebben gelukkig bij lange na niet zulke problemen met hun dag- en nachtritme als ik die heb. Ruben en Gijs slapen zelfs maar 7 tot 8 uur per nacht, wat extreem weinig is voor psychiatrische patiënten.

Lees verder in deel 13.

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

dinsdag 12 december 2017

11: De psychiatrische patiënt en zijn behandeling

De behandeling van een psychiatrische patiënt bestaat uit een combinatie van praten en pillen. In het geval van schizofrenie is het denk ik 80-90% zoeken naar de beste medicijnen en slechts 10-20% praten. Ik heb nog nooit gehoord dat iemand alleen door te praten van zijn psychose is genezen. Ik moet hierbij met nadruk zeggen dat voor andere psychische ziekten een andere verhouding geldt en dat praten dan vaak beter werkt.

Medicijntrouw is niet het sterkste punt van veel psychiatrische patiënten. De psychiater schrijft 5 medicijnen voor, de patiënt neemt er slechts twee (of helemaal geen). Ook wil de patiënt altijd minder slikken dan voorgeschreven wordt. Ook ontbreekt er vaak iedere vorm van ziekte inzicht. Hoe zit het hiermee in mijn omgeving?'

Ik werd in mei 1990 opgenomen met een psychose. Ik werd behandeld met antipsychotica die snel aansloegen. Het probleem was alleen dat ik eigenlijk geen medicijnen wilde slikken. Als ik medicijnen moest slikken dan kon ik net zo goed dood zijn vond ik. Ik vergat voor het gemak dat half Nederland pillen slikt. Omdat ik geen medicijnen wilde slikken, vroeg ik dagelijks of de dosering omlaag kon. Dat ging natuurlijk niet lang goed en toen kreeg ik opnieuw een psychose. Op een gegeven moment viel het kwartje, kreeg ik wat inzicht in mijn ziekte en slikte ik trouw mijn medicijnen of kreeg ik regelmatig een depotinjectie.
Nu ben ik erg medicijntrouw en waarschuw ik anderen als ze van plan zijn om te minderen of zelfs om helemaal te stoppen met medicijnen. Wel let ik er op dat de psychiater niet te veel voorschrijft.

Mijn vader maakte een zootje van zijn behandeling. Gedurende de laatste 10 jaar van zijn leven zat daar een min of meer vast patroon in. Mijn vader werd opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis. Daar kreeg hij gedwongen medicatie, werd goed gevoed, gewassen en gekleed. Na ongeveer een half jaar was hij aardig opgeknapt en wilde hij weer naar huis. Dat mocht. Eenmaal thuis was zo'n beetje het eerste wat mijn vader deed het stoppen met het innemen van zijn medicijnen. Een tijdje ging het redelijk, dan raakte mijn vader weer in de war, begon slecht te eten en vermagerde weer aanzienlijk. Na een aantal maanden was de toestand zo erg dat ze hem weer gedwongen opnamen. Deze hele cyclus heeft zich een keer of 10 herhaald, alleen gedurende de laatste 2 jaar van zijn leven zat hij in een verzorgingstehuis en knapte hij weer aanzienlijk op.

Over mijn vrienden valt te melden dat ze vrij medicijntrouw trouw zijn, maar wel altijd hun medicatie willen verminderen. Ik waarschuw ze daar altijd voor, maar toch wordt er af en toe iemand psychotisch. Gijs werd tot enkele jaren terug ieder jaar wel een keer psychotisch, maar hij lijkt nu met nieuwe medicatie wat stabieler.

Lees verder in deel 12.

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

zondag 10 december 2017

10: De psychiatrische patiënt en zijn zelfverzorging

Met de zelfverzorging van de meeste psychiatrische patiënten is het niet best gesteld. Ze dragen kapotte kleren met vlekken, ze hebben ongewassen lang haar, enorme verwilderde baarden en ze dragen een geurkegel met zich mee, meestal bestaande uit een combinatie van oud zweet, een verschraalde dranklucht en een rooklucht. Is dit een cliché, of is dit de trieste waarheid? Ik vrees dat het het laatste is. We zullen zien hoe het ermee zit in mijn omgeving.

Zelf heb ik de nodige moeite met mijn zelfverzorging. Tijdens dagtherapie, die ik 9 maanden heb gevolgd van oktober 1990 tot juli 1991 is het continu een van mijn doelen geweest om iedere dag te douchen in plaats van 2 keer per week. Geen wonder dat mijn huisgenoten op de studentenflat waar ik woonde er regelmatig over klaagden dat ik stonk.
Later werd dat (iets) beter. Omdat het nu eenmaal sociaal onacceptabel is om te stinken ga ik nu minimaal om de dag onder de douche, scheer ik me meestal om de dag en trek ik altijd schoon ondergoed en schone sokken aan. Natuurlijk let ik hier extra op als ik een afspraak heb met een vrouw of als ik ergens ga logeren. Kortom, het probleem is enigszins onder controle.

Mijn vader was na het uitbreken van zijn ziekte veranderd van een ijdel iemand die er altijd oplette hoe hij eruit zag tot iemand zonder enig gevoel voor decorum. Zijn kleren zaten vol vieze vlekken, en zijn haar en met name zijn baard waren enorm verwilderd. Op de een of andere manier is mij nooit zo opgevallen dat hij stonk, maar dat kan ook gekomen zijn door de enorme rooklucht die altijd in zijn woning hing. Met name een kort broekje dat hij zomers droeg, dat ooit wit was geweest, maar nu vol vieze vlekken zat was berucht. Zoals een vriend van mij en mijn vader zei: "Dat vieze korte broekje kennen wij hier allemaal". Triest dieptepunt van mijn vader was dat hij aan het eind van zijn leven toen hij voor mij de deur opendeed toen ik hem op kwam zoeken op zijn flat gekleed was in slechts een luierbroekje. Bij mijn zus en mijn broer deed hij ook de deur open met alleen een luier aan..

Hoe zit het met mijn vrienden?
Gijs heeft zich op een bijeenkomst van Ypsilon (vereniging van familieleden van psychotische mensen) ooit beroemd gemaakt met zijn opmerking "Ik ga me douchen als mijn haar vettig begint te worden". Over hoe vaak dat precies was, wilde hij zich niet uitlaten. Overigens ziet hij er verder altijd netjes uit.
Wim droeg vaak kleren met vlekken en rook om het zo maar te zeggen niet heel erg fris. Op zijn werk kreeg hij er bijna dagelijks commentaar over. Wim is iemand die met twee maten mat: hij vond het niet erg als hij zelf stonk, maar als hij een leuke vrouw tegenkwam vond hij het natuurlijk wel prettig als die lekker rook. Gelukkig gaat het nu beter met hem. Hij doucht en scheert zich nu dagelijks en trekt ook dagelijks een schoon overhemd aan. Wij, zijn vrienden en zijn collega's hebben nu geen klachten meer.
Over Tom, Ruben en Bernard valt niets bijzonders te melden, ze zien er netjes uit en ruiken fris.

Lees verder in deel 11.

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

vrijdag 8 december 2017

9: De psychiatrische patiënt en zelfmoord

Een tante van mijn vaderskant heeft een overdosis slaappillen genomen.
Een huisgenoot van een studievriend is van een flat gesprongen.
Een vriend van een vriendin van mijn zus heeft zich vergast in zijn auto.
Een jongen die ik kende is door zijn vriend gevonden nadat hij zich had opgehangen.
Een vriend van een vroegere huisgenoot is voor de trein gesprongen.
Een oud-leraar van de middelbare school is ook voor de trein gesprongen.

Er zijn meerdere methoden om de natuur een handje te helpen. Hoe sta ik tegenover zelfmoord?

Het is een onderwerp waar ik vaak bij heb stilgestaan en veel over heb nagedacht. Zelf heb ik het vaak overwogen, maar (tot dusver) nog nooit een poging ondernomen. Hoe zit dat?

In de eerste jaren van mijn ziekte heb ik er vaak over gedacht, zeg maar van 1990 tot 1995. Daarna heb ik gedurende 16 jaar, van 1995 tot 2011 nauwelijks zelfmoordgedachten gehad. In 2011 ben ik 3 weken opgenomen geweest en sinds die tijd heb er toch wel ongeveer 1 keer in de maand last van.
Hoe ga ik hiermee om? Praten over zelfmoord is een van de laatste taboes die er nog zijn.

Ik heb het grote geluk dat ik er met mijn behandelaars en vooral met een aantal van mijn vrienden over kan praten. Inmiddels is het zo dat iedereen in mijn vriendenkring weet dat ik daar regelmatig last van heb. Zelfmoordgedachten komen bij mij op zoals een wolk voor de zon schuift. Het ene moment lijkt alles in orde en even later zijn ze er. Meestal gebeurt dat s'avonds voor 22.00 uur. Gelukkig is dat een tijd dat ik nog een goede vriend of vriendin kan bellen om wat stoom af te blazen. Na een gesprek van 20 minuten gaat het meestal weer, en als het niet zo is, dan bel ik nog iemand.

Op dit moment ben ik bezig om met een ervaringsdeskundige de dingen die me belasten en de dingen die me steunen in beeld te brengen met behulp van een methode die met blokjes werkt. Het werkt in ieder geval zeer inzichtgevend. Over de vraag wat de toekomst zal brengen durf ik niet veel te zeggen. Ik acht het zeer wel mogelijk dat ik ooit onder een trein zal lopen, maar ik hoop dat ik een natuurlijke dood zal sterven. Hoe oud ik zal worden maakt mij niets uit. Of ik vanavond in bed sterf, of dat ik 90 jaar oud (onwaarschijnlijk!) word, ik vind het best.

Van mijn vader weet ik dat hij ook regelmatig aan zelfmoord dacht. Toen ik nog op de middelbare school zat heb ik een keer op zijn bureau een afscheidsbrief voor ons gevonden. Ik schrok mij te pletter. Ook heb ik van een oom van moederszijde wel eens gehoord dat mijn vader met een mes op hem afkwam en zei dat hij zich van kant wilde maken. Mijn oom vroeg heel beleefd of hij het mes alvast moest slijpen.
De laatste paar jaren van zijn leven vroeg mijn vader altijd als ik op bezoek kwam wat ik ervan vond als hij euthanasie liet plegen. Ik gaf altijd een ontwijkend antwoord. Aan mijn zus en aan mijn broer vroeg hij dat ook regelmatig.

Met mijn vrienden met schizofrenie praat ik eigenlijk bijna nooit over mijn zelfmoordgedachten. Ik ben bang dat het voor hen te dichtbij zou komen. Van Tom weet ik dat hij ook wel eens zulke gedachten heeft, maar hij is vrij stil van aard, dus hoe erg die gedachten bij hem zijn kan ik moeilijk beoordelen.

Lees verder in deel 10.

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

woensdag 6 december 2017

8: De psychiatrische patiënt en de dood

Psychiatrische patiënten (niet alleen schizofrenie patiënten) sterven gemiddeld 15 jaar jonger dan gezonde mensen. Hoe komt dat?

Er zijn een aantal oorzaken aan te wijzen. Allereerst pleegt 10% van de schizofrenie patiënten vroeg of laat zelfmoord. Verder denk ik dat het niet zozeer aan de psychische ziekte zelf ligt als wel aan bijkomende kwalen die vaak optreden naast een psychische ziekte:
- Veel patiënten roken
- Veel patiënten drinken buitensporig
- Veel patiënten hebben een overgewicht
- Veel patiënten hebben last van suikerziekte
- Veel patiënten eten ongezond
- Veel patiënten hebben weinig lichaamsbeweging
- Veel patiënten hebben weinig sociale contacten

Hoe zit dat in mijn omgeving?
Ik probeer om zo gezond mogelijk te leven. In veel opzichten doe ik het goed: ik rook niet (heb ik ook nooit gedaan), ik drink niet, ik probeer om 1 uur per dag te wandelen, ik heb genoeg sociale contacten en ik eet redelijk gezond (wel te veel!). Ik heb wel last van een fors overgewicht, ik weeg bijna 120 kilo.

Mijn vader deed het in alle opzichten wat minder: hij rookte als een ketter, 3 pakjes per dag, hij dronk hele sloten bier (ik schat dat hij in zijn leven meer dan 40 kubieke meter bier heeft gedronken, oftewel zo'n 133.333 flesjes bier, dat is een aangesloten rij lege bierflesjes vanaf Utrecht centraal station tot aan de rand van Zeist). Hij deed vrijwel niets aan lichaamsbeweging. Tot de laatste 5 jaar van zijn leven maakte hij nog wel eens een wandelingetje van 1 kilometer. Hij stopte dan iedere 250 meter om op een bankje een sigaret te roken en deed zo een uur over zijn wandeling. Hij at slecht, een typische maaltijd bestond uit een camembert en een bakje kwark. Hij had weinig vrienden. Alleen had hij geen last van overgewicht, hij was juist erg mager. Ondanks zijn levensstijl is mijn vader 72 jaar oud geworden.

Over mijn vrienden valt niet zo veel bijzonders te vermelden. Gijs rookt, is verder slank en leeft redelijk gezond. Dan hebben we de club van de zware jongens. Wim woog ooit 135 kilo, en is tot onze grote verbazing 50 kilo afgevallen en zit nu al zo'n 3 jaar rond de 85 kilo. Vroeger was hij een soort van vuilnisvat dat alles at wat je hem voorschotelde. Nu lijkt hij zijn eetgewoonten aardig in de hand te hebben. Hij drinkt niet en is gestopt met roken.
Ruben is ook gestopt met roken. Als enige van ons doet hij nog wat aan sport. Hij fietst vrij veel (gaat zelfs op fietsvakantie) en hij loopt regelmatig hard.
Bernard is ook gestopt met roken. Dat heeft hij gedaan omdat zijn kleinzoon van 3 jaar oud vond dat opa Nor (snor) stonk. Hij drinkt af en toe wel eens een paar biertjes. Bij doorvragen blijkt een paar een stuk of tien te zijn.
Tom is ook gestopt met roken. Hij had tot voor kort een auto en beweegt veel te weinig.

Lees verder in deel 9.

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.


maandag 4 december 2017

7: De psychiatrische patiënt en vriendschap

Het is een cliché dat psychiatrische patiënten weinig of geen vrienden hebben. Velen zouden alleen hun oude moeder hebben en eventueel een broer of zus die nog enigszins om hun geeft. In hoeverre is dat waar?

Zelf heb ik een zeer uitgebreide vriendenkring, zelfs vergeleken met de meeste gezonde mensen. Er zijn ongeveer 15 mensen die ik vaak zie en/of met wie ik erg close ben. Dan zijn er nog een stuk of 30 mensen die ik af en toe zie. Ik geloof niet in de stelling dat ware vriendschap iets uiterst zeldzaam is. Het hangt er ook maar vanaf wat je wensen zijn. Zelf ben ik vrij makkelijk in de omgang en ik stel geen eisen aan vrienden. Het is al fijn als er een vriendschappelijk contact is en dat je elkaar graag ziet. Wel ben ik bijna altijd degene die het initiatief neemt. Dat vind ik prima, dan kan ik vrienden zien op tijdstippen waarop het mij uitkomt. De meeste van mijn vrienden komen naar mij toe en een afspraak is bijna altijd in combinatie met een gezamenlijke avondmaaltijd. Gemiddeld vier tot vijf keer per week krijg ik eters en dan kook ik, of we gaan samen naar de Indonesiër. Het enige wat met al mijn vrienden moet kunnen is een fatsoenlijk gesprek voeren. Verder eet ik met de meesten, ga met de een wandelen, met de ander kijk ik een dvd en met weer een ander speel ik een spelletje kolonisten van Catan. Verder houd ik de verjaardagen van al mijn vrienden bij door even te bellen als ze jarig zijn, bel ze regelmatig tussendoor om te horen hoe het gaat en zoek ze op als ze in het ziekenhuis liggen.

Mijn vader klaagde altijd over zijn eenzaamheid. Hij zag in zijn laatste jaren alleen mijn broer en een hulpverlener nog met enige regelmaat. Ik vond mijn vader een onaangename man die regelmatig erg bot naar mij en andere mensen was en ik heb hem nooit ook maar enige moeite zien doen om vrienden te maken. Als ik bij hem op zijn flat in Tilburg op bezoek kwam, dan haalde hij wat drinken en wat nootjes in huis en vond dat hij daarmee zijn taak als vader vervuld had.

Gijs, Tom, Ruben, Wim en Bernard hebben allemaal een aantal goede vrienden, dus voor hen geldt het cliché ook niet. Wel geldt voor hen dat veel van hun vrienden lotgenoten zijn, dus mensen met wie het wat minder goed gaat.

Lees verder in deel 8.

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

zondag 3 december 2017

6: De psychiatrische patiënt en zijn familie

Voor de meeste psychiatrische patiënten is hun familie en dan met name meestal hun moeder en in veel mindere mate hun vader en eventuele broers of zussen, hun belangrijkste steunpilaar. Voor familie geldt dat je ze voor je hele leven hebt en dat ze jou als het goed is nooit in de steek zullen laten, hoe slecht het ook met je gaat. Vrienden zijn een ander verhaal: jij kiest hen uit en zij kiezen jou uit als je wat in elkaar ziet. Als het slechter gaat met een van beiden, dan gaat de ander meestal zijn eigen weg.

Toen mijn moeder nog leefde was zij zoals al eerder gezegd verreweg de belangrijkste steunpilaar in mijn leven. Omdat mijn vader ook psychiatrisch patiënt was had ik nooit veel aan hem. Na de dood van mijn moeder hebben gelukkig mijn zus en mijn broer voor een groot deel haar plaats ingenomen.  Ik zie ze allebei ongeveer eens per twee maanden. Ook heb ik een goed contact met een aantal familieleden, er zijn 2 tantes en 1 oom die ik af en toe zie, plus 3 neven.

Toen mijn vader ziek werd, waren zijn beide ouders al dood. Mijn vader had een oudere broer die zwerver was en drie oudere zussen. In zijn jeugd was hij ontzettend verwend, misschien dat hij daardoor voor altijd verpest was. Zijn oudste zus was getrouwd met een Duitser en woonde in Bonn in Duitsland, die zag hij maar zelden. Zijn middelste zus woonde in Hoogeveen en wilde geen contact met mijn vader nadat hij ziek was geworden. Zijn jongste zus woonde met haar 18 jaar oudere man in de buurt, in Oisterwijk. Zij is een jaar of drie lang een keer in de week wezen schoonmaken bij mij vader. Hij deed daar niets voor terug en had nog commentaar ook. Tot 1998 kwam ik 3 keer per maand op bezoek bij mijn vader. Mijn zus kwam iets minder vaak. Toen mijn broer op de middelbare school zat van 1988 tot 1994, kwam hij iedere zaterdag bij mijn vader langs. Hij deed dan eerst de opgestapelde vaat van de afgelopen week, dan kookte hij voor zichzelf en mijn vader, en vervolgens deed hij weer de vaat. Hij heeft er nooit over geklaagd. Tussen pakweg 2005 en 2010 hadden wij alle drie nauwelijks contact met mijn vader. Gedurende de laatste 3 jaar van zijn leven kwam mijn broer eens in de drie weken op bezoek, hij regelde veel voor mijn vader, waaronder zijn financiën. Mijn zus en ik kwamen af en toe op bezoek.

Wim had altijd een moeizaam contact met zijn vader. Uit de verhalen van Wim komt zijn vader naar voren als een moeilijke man die veeleisend was en weinig begrip had voor Wim en zijn eveneens (nog veel erger) zieke broer Klaas. Wim had na het overlijden van zijn vader een heel hecht contact met zijn moeder, hij zag haar gedurende de laatste jaren van haar leven 5 keer per week. Wim is de enige van zijn familie die nog contact heeft met Klaas. Wim belt zijn andere broer en zijn twee zussen zeer regelmatig en hij ziet hen af en toe.

Hoe het contact van Gijs met zijn vader was weet ik niet, maar zijn moeder zag hij heel vaak. Met zijn zus en de familie van zijn vriendin heeft hij ook een goed contact.

Bernard had heel veel contact met zijn ouders toen ze alle drie in Koudum woonden. Hij zag hen dagelijks. Toen zijn vader overleed is zijn moeder verhuisd naar de provincie Utrecht. Bernard is haar achterna gegaan en heeft de laatste jaren van haar leven bij haar in huis gewoond totdat dat niet meer ging. Met zijn twee kinderen (een dochter en een zoon) heeft hij altijd een goed contact gehad, zij het dat hij zijn dochter veel meer ziet dan zijn zoon. Sinds Bernard in de provincie Utrecht woont ziet hij zijn dochter minimaal een keer per week en past dan op bij zijn twee kleinzoons. Bernard heeft ook een goed contact met twee van zijn zussen, de andere twee willen tot zijn verdriet geen contact meer met hem.

Tom heeft heel veel contact met zijn familie. Hij zoekt zijn ouders minstens twee keer per week op in Zeist. Zijn twee broers en zijn zus en hun partners en kinderen ziet hij ook zeer regelmatig. Daar ben ik wel een beetje jaloers op. Ik zou willen dat ik mijn zus en broer en hun gezinnen ook zo vaak zag. Ook met zijn verdere familie heeft Tom een zeer hechte band. Hij is een maand geleden speciaal voor de begrafenis van een tante naar Italië gereisd. Dat zou mij echt te ver zijn.

Ruben ziet net als ik zijn familie niet zo heel vaak. Ik geloof dat hij zijn ouders en zijn zus ongeveer een keer per maand ziet. Vaker dan ik mijn broer en zus zie, maar toch niet heel veel. Volgens mij heeft hij er ook niet zo veel behoefte aan.

Zoals uit bovenstaande blijkt is het contact van mijn vrienden met hun familie over het algemeen redelijk intensief. Allemaal zien zij hun familie vaker dan ik dat doe, maar ik bel dagelijks (mijn zus) of om de dag (mijn broer) dus ik ben ook redelijk tevreden.

Lees verder in deel 7.

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.