Jan Siebelink: Conversaties (Nederland, 2011): 283 blz: Uitgeverij de Bezige Bij
Behalve schrijver is Jan Siebelink jarenlang leraar Nederlands en Frans geweest op middelbare scholen. "Conversaties"
is een gecombineerde heruitgave van eerdere boeken van Jan Siebelink (De
reptielse geest, 1981) en (De prins van nachtelijk Parijs, 1985) samen met een aantal losse essays die in het weekblad Haagse Post
en later HP/De Tijd zijn verschenen. "Conversaties" bevat interviews van Jan Siebelink met en vooral essays over zo'n 20 Franse schrijvers en één Amerikaanse
schrijver (James Purdy).
Het
is te lezen dat Siebelink niet in de eerste plaats criticus is, maar
schrijver. Zijn interviews en essays zijn zeer onderhoudend om te lezen.
Van de 20 besproken schrijvers heb ik alleen boeken gelezen van Marcel
Proust, Edmond en Jules de Goncourt, Andre Gide en Milan Kundera. Vooral
de essays over Proust en de broers Goncourt heb ik aandachtig gelezen,
maar eigenlijk heb ik alle stukken met plezier gelezen. Ik heb erg veel
geciteerd uit "Conversaties".
Ik
vind "Conversaties" een erg interessant boek, eigenlijk las ik dit met
veel meer plezier dan "Knielen op een bed violen" waarmee Siebelink
beroemd is geworden. Het boek is één van de beste voorbeelden van
literaire kritiek dat ik ken.
Citaten:
J.-K. Huysmans:
Dit zegt Esseintes (de hoofdpersoon uit "Tegen de keer" van Huysmans) over de dienstplicht:
- Onder het mom van vrijheid en vooruitgang had de maatschappij weer een ander middel ontdekt om het ellendige lot van de mens nog beroerder te maken: deze rukte iemand los uit zijn vertrouwde omgeving, stak hem in een belachelijk kostuum, gaf hem speciale wapens in de hand en onderwierp hem aan dezelfde geestdodende slavernij waaruit men vroeger de negers had bevrijd.
Marcel Proust:
-
Het leven is te kort en Proust is te lang. Soms, 's nachts, bij
slapeloosheid, keek ik met een zeker schuldgevoel naar mijn boekenkast.
Wars van Proust! Of had dat soms ook te maken met de vermaledijde
onthechting die al een rol ging spelen? Ik zag het ook zo sterk bij mijn
ouder wordende hond. Tot voor kort, in de auto, blafte hij naar iedere
soortgenoot. Nu kijkt hij ze slechts na, vaag geïnteresseerd, en ik zie
hem denken: wat koop ik voor al dat geblaf?
- In 1886 - Proust, vijftien jaar oud, zit op het Parijse lyceum Condorcet - krijgt de klas een vragenlijst voorgelegd. Bij de vraag: "Wat is het vreselijkste wat je kan overkomen?" antwoordde hij: "Van mamma gescheiden zijn." Als zijn moeder in 1905 op zesenvijftigjarige leeftijd sterft, bekent hij dat zijn leven alle doel heeft verloren.
Proust is dan vierendertig jaar. Twee maanden verblijft hij in een psychiatrische kliniek.
Wanneer hij daaruit komt, besluit hij het ouderlijk huis in de rue de Courcelles te verlaten. Vrienden gaan op pad om voor hem een appartement te zoeken: zonder stof, pollen, lawaai. Hij koopt het appartement aan de boulevard Haussmann. Stof, een hels kabaal en bloeiende bomen.
Waarom? Zijn oom van moederskant heeft daar altijd gewoond en is net gestorven. Proust ging er vaak met zijn moeder dineren. Hij kan niet wonen in een huis dat zij niet heeft gekend.
-
Dat geromantiseerde essay Contre Sainte-Beuve valt de beroemde methode
van de criticus aan die gelooft dat het werk van een schrijver voor
alles een afspiegeling is van zijn leven en uit dat leven kan worden
verklaard. Proust gelooft dat het schrijven complexer is, dat een roman
het product is van een "andere ik" dan degene die wij tonen in het
dagelijkse leven.
James Purdy:
- Er is een tijd geweest dat er mensen waren die zeiden: "Dit is een mooi boek. Ik geef het uit." Nu wordt door anonieme commissies, na diepgaand marktonderzoek, beslist of een boek zal worden uitgegeven.
- Ik ben geen schrijver van commercieel kaliber. Dan heb je het in dit land erg moeilijk. Geen geld hebben of geen geld opleveren is degoutant, is bijna amoreel.
- Als men mij vraagt waarom ik schrijf, antwoord ik: voor mijzelf. Elke dag ga ik opnieuw achter de schrijftafel zitten. Als ik dat niet doe, ben ik ongelukkig. Als ik schrijf, ben ik iets minder ongelukkig. Ik schrijf alleen voor mijzelf.
- Literatuur wordt pas interessant door de verrassende uitwerking van een onderwerp, niet door het onderwerp zelf.
E.M. Cioran:
- God is een ziekte waarvan we dachten dat we genezen waren, omdat in deze tijd niemand er meer aan doodgaat.
- Hoe blasé de mens ook is, hij is het nooit voor complimenten.
- De bronnen van een schrijver zijn zijn schaamtes. Degene die er geen ontdekt in zichzelf of er zich aan onttrekt, is gedoemd tot plagiaat of literaire kritiek.
- Beckett: Elke boodschap verstikt de literatuur.
- Er is ellende die verzacht kan worden. Maar terwijl ik dit zeg, weet ik ook zeker dat onrecht eeuwig deel uitmaakt van het leven.
- Geluk is in de stad zijn, lopen zonder enig doel.
Edmond en Jules de Goncourt:
- Hun historische studies, zoals La femme au XVIIIe siècle, berustten op een heel nieuwe opvatting van de geschiedschrijving. Om een zo levendig en echt mogelijk portret van de vrouw in die periode te schetsen, plozen ze minutieus tijdschriften en correspondenties van die tijd na, op jacht naar de kleine dingen uit het dagelijks bestaan: menukaarten, prijzen van het voedsel, kledingvoorschriften en de kletspraatjes. Alles werd keurig op fiches gezet.
- De Goncourts waren estheten. Kunst was heilig. Ook waren ze sterk antiklerikaal en geloofden ze dat in alle culturen de hoogste klassen altijd ongelovig zijn geweest. Religie is troost voor de armen.
Over de Prix de Goncourt (de belangrijkste literaire prijs van Frankrijk):
- ... bedacht Edmond op eenzame momenten het plan van de Académie, die hun naam moest dragen en de herinnering aan hun gemeenschappelijke bijdrage aan de Franse literatuur moest vereeuwigen door jaarlijks aan een jonge romancier een literaire prijs toe te kennen. ...
Drie jaar voor zijn dood begon Edmond vaste plannen te maken voor zijn nalatenschap. Het hele fortuin moest worden ondergebracht in de Académie Goncourt, die uit tien auteurs zou bestaan. Behalve het toekennen van de prijs had zij tot taak om de onuitgegeven delen Journal te publiceren en de uit kiesheid weggelaten notities uit de eerste delen weer in te voegen.
Julien Green:
- Wat wel waar is: de roman is een monstrueus genre, zeer hybride, omdat hij eigenlijk alle genres in zich heeft. De roman is documentatie, poëzie, filosofie, theater én verhaal. Maar om het laatste gaat het. In een roman moet iets gebeuren, een roman waarin niets gebeurt, is leeg, verdient niet de naam van roman.
De literaire criticus van de Figaro schetst dit portret van Green:
-
Hij is een van die tamelijk gefortuneerde mannen, in de dubbele
betekenis van het woord, die hun leven naar eigen inzicht kunnen
indelen: enkele welgekozen vrienden, een immense bibliotheek, een
redelijke dosis werelds vermaak, de genietingen van muziek en
schilderkunst en de gave om het ontastbare moment te savoureren.
Max Jacob:
- Je hebt twee personen nodig om één mens te maken; een die binnen in je leeft en een die zich naar buiten kenbaar maakt zoals de anderen dat willen.
Stéphane Mallarmé:
- Je maakt een gedicht niet met ideeën, maar met woorden.
Roger Vailland:
Uitspraak van Jan Siebelink:
- Het is het lot van krantenartikelen om warm te worden genuttigd en dan te worden vergeten.
Arthur Rimbaud:
-
Rimbaud heeft in zijn poëzie en in zijn brieven de christelijke god
altijd ontkend. Het is waar, het verhaal gaat dat Isabelle hem vlak voor
de dood heeft horen zeggen, toen zij hem het crucifix voorhield: "Ja,
ik geloof ..." Een bekering op het nippertje dus, een bekering in
extremis. Gedachte die mijzelf altijd buitengewoon heeft aangesproken:
een leven lang een aangenaam, maar hoogst zondig leven lijden en je
enkele seconden voor je dood bekeren, zodat je de hemel deelachtig
wordt.
Wat een werk Erik! Maar wat heb je er weer mooie en treffende citaten uitgehaald. Fijn om kennis van te nemen. Groetjes, Jannie.
BeantwoordenVerwijderenHoi Jannie, dank je! Fijn dat zo'n boek over Franse schrijvers geschreven is door een echte schrijver en niet door een criticus die niet zo goed kan schrijven. Over mijn keuze van de citaten ben ik deze keer ook erg enthousiast. Groetjes, Erik
BeantwoordenVerwijderen