Marcel Proust: Op zoek naar de verloren tijd: Deel 5: De gevangene (Frankrijk, 1923): 430 blz: Vertaald door Thérèse Cornips (1993): Uitgeverij de Bezige Bij
"De gevangene" is het vijfde deel van de romancyclus "Op zoek naar de verloren tijd". De titel slaat op Albertine met wie de verteller (Marcel) een relatie heeft. De verteller is zeer bezitterig en ziekelijk jaloers en wil Albertine isoleren van alle mensen om haar heen. Ik vind "De gevangene" het minste deel tot dusver, mede omdat ik mij niet zo herken in die ziekelijke jaloersheid.
Citaten:
- Wanneer ik dan ook, uit bed komend, mijn venstergordijn even opzij ging schuiven, deed ik het niet alleen zoals een musicus even zijn piano openklapt, en om te verifiëren of op het balkon en op straat het zonlicht op dezelfde toon was afgestemd als in mijn herinnering, het was ook om uit te zien naar een wasmeid met haar mand linnengoed, naar een bakkersvrouw met een blauwe schort voor, een melkmeisje met wit katoenen borstlap en mouwen, haar hand aan de haak waaraan de melkkannen hangen, of een fier, blond meisje aan de zijde van haar onderwijzeres, een aanblik kortom die de misschien kwantitatief nietige verschillen al zo anders maakten dan enig ander beeld als bij een muzikale zin het verschil van tee noten, en waarzonder ik de dag zou hebben verarmd aan doelen die hij mijn geluksverlangens had te bieden.
- De hele avond mocht Albertine, olijk tot een bal opgerold op mijn bed, als een dikke poes met me gespeeld hebben; mocht haar roze neusje, dat ze nog verkleinde aan de punt met een kokette blik die haar de bevoorrechte listigheid gaf van bepaalde, een beetje dikke mensen, haar een ondeugende en opgewonden uitdrukking hebben gegeven, mocht ze een sliert van haar lange zwarte haren over haar rozig wassen wang hebben laten vallen en, haar ogen half sluitend, haar armen openvouwend, gekeken hebben of zij wilde zeggen: "Doe met me wat je wilt"; wanneer ze bij het weggaan naar mij toe leunde om goedenacht te zeggen was het hun haast huiselijk geworden aanminnigheid die ik kuste aan beide kanten van haar krachtige hals die ik dan nooit bruin genoeg, nooit ruig genoeg van grein vond, alsof die soliede eigenschappen in verband stonden met een loyale goedhartigheid in Albertine.
- Weer andere keren, bij de eerste klokken van een naburig klooster, schaars, als vroege kerkgangers, de donkere hemel amper klarend met hun onbestendige vlagen die de lauwe wind versmolt en uiteenjoeg, voelde ik een van die balsturige, rommelige, zachte dagen aankomen waarop de daken, nu en dan natgespoeld onder een stortbui die opdroogt in een bries of een zonnestraal, roekoeënd een regendruppel laten neerglijden en in afwachting of de wind weer gaat draaien, in de vluchtige zon die ze iriseert hun duivehalskleurige leien gladstrijken; een van die dagen zo boordevol weersverandering, luchtstoornis en storm dat de luiaard ze niet denkt te hebben verspild, doordat hij geïnteresseerd was in de activiteit die, bij ontstentenis van de zijne, de atmosfeer, in zekere zin handelend in zijn plaats, heeft ontplooid; dagen zoals die tijden van oproer en oorlog die de spijbelende scholier niet leeg toeschijnen, omdat hij in de omgeving van het Palais de Justice of al kranten lezend, de illusie heeft dat de gebeurtenissen die zich hebben voorgedaan hem bij ontstentenis van zijn taken, die hij niet heeft volbracht, tot profijt van zijn intelligentie en tot excuus voor zijn nietsdoen strekken; dagen ook die te vergelijken zijn met die waarop er in ons leven een uitzonderlijk kritieke wending plaatsgrijpt, waaraan, mocht het goed aflopen, hij die nooit iets heeft uitgevoerd arbeidzame gewoontes denkt te zullen ontlenen: het is bijvoorbeeld de ochtend waarop hij het huis uitgaat voor een duel dat zich onder bijzonder gevaarlijke condities zal afspelen; dan, op het moment dat hij er misschien van zal worden beroofd, ziet hij plotseling de kostbaarheid van een leven dat hij te baat had kunnen nemen om aan een oeuvre te beginnen of louter om genoegens te smaken, en waarvan hij in geen enkel opzicht heeft weten te genieten.
- Weliswaar heeft voor elk mens de levenswijze van ieder ander een verlengde in het duister over paden die je niet bevroedt.
- Zo werd de lucht va moment tot moment opgesierd door een mooie jongemeisjesglimlach. Het zijn de ornamenten, in veelvoud her en der verspreid, van de avonden zoals van de dagen. Men herinnert zich een atmosfeer doordat er jonge meisjes hebben geglimlacht.
- Maar gedwongen zowel om verbazing voor te wenden als om schaamte te maskeren, zag Morel roder en zweette hij meer dan wanneer hij alle sonates van Beethoven achter elkaar zou hebben gespeeld ...