Posts tonen met het label Groot-Brittannië. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Groot-Brittannië. Alle posts tonen

maandag 27 juni 2022

Jane Austen: Trots en vooroordeel

Jane Austen: Trots en vooroordeel (Groot-Brittannië, 1813): 356 blz: Vertaald door Annelies Roeleveld & Margret Stevens (2009): Uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennep: Perpetua reeks

Trots en vooroordeel
 
"Pride and Prejudice" is een van de beroemdste en zonder enige twijfel ook een van de meest geliefde romans van de Engelstalige klassieken. Dit is de derde keer dat ik het boek las. Ik las "Trots en vooroordeel" voor het eerst in 1998 in het Engels en in 2014 in een Nederlandse vertaling van Elke Meiborg die ik veel minder mooi vond dan de vertaling die ik nu heb gelezen uit de Perpetua reeks.
 
Jane Austen geeft de mores van haar tijd (begin 19e eeuw) haarscherp weer. Ze wist als geen ander te beschrijven hoe belangrijk het was voor een vrouw om aan een geschikte echtgenoot komen. 
 
In "Trots en vooroordeel" staat de familie Bennet centraal, vader en moeder met 5 dochters in de leeftijd van 15 tot 22 jaar oud. Grote wens van de moeder is om haar dochters aan een zo goed mogelijke partij uit te huwelijken. 
 
Ik vind "Trots en vooroordeel" een heerlijk boek. Ook voor mij is dit een van mijn favoriete boeken uit de Engelstalige literatuur.
 
Citaten:
De beroemde openingszin van het boek:
- Het is een waarheid die iedereen, waar ook ter wereld, zal onderschrijven: een ongehuwde man met een behoorlijk vermogen heeft behoefte aan een echtgenote.

Over mevrouw Bennet:
- Haar eigen innerlijk was minder moeilijk te doorgronden. Ze was een vrouw met een pover verstand, weinig kennis en een wispelturig temperament. Als ze ontevreden was, beeldde ze zich in dat ze last van haar zenuwen had. Haar doel in het leven was haar dochters aan de man te brengen; haar troost in het leven waren bezoek en nieuwtjes.

Elizabeth tegen Jane:
- " ... Nou, hij is beslist een aangenaam mens en je hebt mijn toestemming om hem aardig te vinden. Je hebt al heel wat stommere mensen aardig gevonden."
 "Maar Lizzy toch!"
 "Jawel! Je bent veel te gauw geneigd om iedereen maar aardig te vinden, zie je. Je ziet nooit gebreken in mensen. De hele wereld is in jouw ogen rechtschapen en van goede wil. Ik heb je van mijn leven nog nooit iets kwaads over een mens horen zeggen."

Charlotte Lucas tegen Elizabeth:
- In negen van de tien gevallen kan een vrouw beter méér genegenheid tonen dan ze voelt. Bingley mag je zuster graag, daar is geen twijfel over mogelijk, maar misschien wordt het nooit meer dan graag mogen als zij hem niet een beetje op weg helpt.

- ... tot sir William sprak:
 "Wat is dat toch een heerlijk tijdverdrijf voor jonge mensen, mijnheer Darcy! Er is toch niets dat het haalt bij dansen. Ik beschouw het als een van de meest gedistingeerde bezigheden in beschaafde kringen."
 "Zeker, mijnheer ... en het heeft het voordeel dat het ook in zwang is in de minder beschaafde kringen in de wereld. Iedere wilde kan dansen."

- "Niets is zo bedrieglijk," zei Darcy, "als het mom van bescheidenheid. Het is vaak niets anders dan onverschilligheid en soms indirecte grootspraak."

- "Nee zeg," riep Bingley uit, "dat gaat te ver, om 's avonds nog precies te weten welke onzin we 's morgens allemaal hebben uitgekraamd."

- ... en van de plezierige manier waarop hij onmiddellijk een conversatie aanknoopte, al ging het er alleen over dat het die avond nogal regende en dat het vermoedelijk een nat seizoen ging worden, kreeg ze het gevoel dat het meest banale, onnozele en afgezaagde onderwerp interessant gemaakt kon worden door een vaardig spreker.

- "Kom hier, kind," riep haar vader toen ze verscheen. "Ik heb je laten komen voor een zaak van belang. Ik heb begrepen dat mijnheer Collins je een huwelijksaanzoek heeft gedaan. Klopt dat?" Elizabeth antwoordde dat het klopte. "Mooi ... en dit huwelijksaanzoek heb je afgewezen?"
 "Inderdaad, vader."
 "Mooi. Dan komen we nu ter zake. Je moeder staat erop dat je het aanzoek aanneemt. Dat is toch zo, mevrouw Bennet?"
 "Ja, of ik wil haar nooit meer zien."
 "Je staat voor een verdrietige keus, Elizabeth. Vanaf vandaag moet een van je ouders een vreemde voor je zijn. Je moeder wil je nooit meer zien als je niet met mijnheer Collins trouwt en ik wil je nooit meer zien als je wél met hem trouwt."

- ... het huwelijk was de enige respectabele voorziening voor welopgevoede jongedames met weinig geld en hoe onzeker het ook was of er geluk mee gepaard ging, het was ongetwijfeld de meest aangename manier om zich van armoede te vrijwaren.

- "Ik bedoel helemaal niet dat ik de handelwijze van mijnheer Bingley toeschrijf aan kwade opzet," zei Elizabeth, "maar zonder dat iemand plannen smeedt om verkeerd te handelen of anderen ongelukkig te maken, kunnen er fouten gemaakt worden en kan er ellende volgen. Onnadenkendheid, gebrek aan aandacht voor de gevoelens van andere mensen en gebrek aan standvastigheid zijn al genoeg."

- Kitty en Lydia ... zijn nog niet toe aan de bedroevende conclusie dat knappe jongemannen iets moeten hebben om van te leven, net zo goed als onaantrekkelijke jongemannen.

Zijn huishoudster over meneer Darcy:
- "... U heeft het goed getroffen met zo'n mijnheer."
 "Ja mijnheer, dat weet ik. Als ik de wereld af zou reizen zou ik geen betere kunnen vinden. Maar ik heb altijd opgemerkt dat zij die goed van aard zijn als kinderen, goed van aard zijn als ze groot worden en hij was altijd de aardigste, edelmoedigste jongen ter wereld."

Elizabeth over Darcy:
- Ze begon nu te beseffen dat hij precies de man was die qua karakter en talenten het meest bij haar zou passen. Zijn intelligentie en temperament waren weliswaar anders dan die van haarzelf maar zouden beantwoorden aan al haar wensen. Het was een verbintenis die beiden tot voordeel zou hebben gestrekt: haar ongedwongenheid en levendigheid hadden zijn gemoed minder hard kunnen maken en zijn gedrag beter, en uit zijn beoordelingsvermogen, rijkdom aan informatie en kennis van de wereld had zij nog veel groter profijt kunnen trekken.

      

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

dinsdag 21 juni 2022

J.M. Coetzee: Portret van een jongeman

J.M. Coetzee: Portret van een jongeman (Zuid-Afrika, 2002): 208 blz: Vertaald door Peter Bergsma (2002): Uitgeverij Cossee
 

 
"Portret van een jongeman" is het tweede deel van de autobiografische trilogie van J.M. Coetzee. In het eerste deel "Jongensjaren" hebben we gezien hoe John opgroeide in de provincie in Zuid-Afrika.
 
In het begin van "Portret van een jongeman" woont John inmiddels in Kaapstad en studeert hij wiskunde aan de universiteit. Wiskunde studeren is voor John een middel, hij wil als wiskundige zijn geld verdienen en vervolgens een groot dichter worden. 
 
Na de universiteit houdt John het voor gezien in Zuid-Afrika en reist hij af naar Londen. Daar vindt hij werk als computerprogrammeur. Het boek gaat enerzijds over het werk dat John doet en anderzijds over zijn liefdesleven. Op beide terreinen beschrijft hij zichzelf met de nodige zelfspot, wat het boek in ieder geval voor mij, zeer aangenaam maakt om te lezen. Net als in het eerste deel gebruikt Coetzee korte zinnen en uiterst korte alinea's.
 
Citaten:
- Maar hij kan niet eeuwig alleen blijven wonen. Het eropna houden van een minnares hoort bij het leven van een kunstenaar: ook al slaagt hij erin de huwelijksval te omzeilen, wat hij zeker zal doen, hij zal een manier moeten vinden om met vrouwen samen te leven. Kunst kan niet met ontbering alleen worden gevoed, met verlangen, eenzaamheid. Er moet ook intimiteit, hartstocht, liefde zijn.

- Er zijn twee, misschien drie plaatsen op de wereld waar het leven werkelijk intens kan worden geleefd: Londen, Parijs, misschien Wenen. Parijs komt op de eerste plaats: stad van de liefde, stad van de kunst. Maar om in Parijs te wonen moet je op zo'n chique school hebben gezeten waar ze Frans geven. Wat Wenen betreft, Wenen is voor joden die hun geboorterecht weer komen opeisen: logisch positivisme, twaalftonige muziek, psychoanalyse. Blijft over Londen, waar Zuid-Afrikanen geen papieren op zak hoeven te hebben en waar de mensen Engels spreken.

- De kranten staan vol advertenties voor computerprogrammeurs. Een graad in de wiskunde wordt aanbevolen maar niet geëist. Hij heeft van computerprogrammeren gehoord, maar wat het precies inhoudt is hem niet duidelijk. Hij heeft nog nooit een computer gezien, behalve in stripverhalen, waar computers worden voorgesteld als doosachtige gevallen die rollen papier uitspugen. Voor zover hij weet zijn er geen computers in Zuid-Afrika.

- Na het gesprek krijgt hij een IQ-test. Hij heeft IQ-tests altijd leuk gevonden, heeft er altijd goed bij gescoord. Hij is over het algemeen beter in tests, tentamens, examens, dan in het echte leven.

- Er zijn nog meer opzichten, zo blijkt, waarin proza anders is dan poëzie. In poëzie kan de handeling overal en nergens plaatsvinden: het maakt niet uit of de eenzame vissersvrouwen in Kalkbaai of Portugal of Maine wonen. Proza, daarentegen, lijkt hardnekkig om een specifieke achtergrond te zeuren.

- Fransen zijn het beschaafdste volk ter wereld. Alle schrijvers die hij hoogacht zijn doorkneed in de Franse cultuur; de meesten beschouwen Frankrijk als hun geestelijke thuis - Frankrijk en, tot op zekere hoogte, Italië, al schijnt Italië zware tijden door te maken. Al sinds zijn vijftiende, toen hij een postwissel van vijf pond en tien shilling naar het Pelham Institute stuurde en in ruil een grammaticaboek ontving plus een reeks oefenbladen om in te vullen en ter beoordeling aan het Instituut te retourneren, probeert hij Frans te leren.
 
- Want hij heeft geen aanleg voor liegen of bedriegen of regels aan zijn laars lappen, net zoals hij geen aanleg heeft voor plezier maken of opvallende kleding. Hij heeft alleen maar talent voor ellende, doffe, eerlijke ellende. Als deze stad ellende niet beloont, wat heeft hij hier dan te zoeken?
 
- Net zoals hij aan de ene kant op afstand verliefd is geworden op Ingeborg Bachman en aan de andere op Anna Karina, zo zal, vermoedt hij, zijn aanstaande hem uit zijn werken moeten leren kennen, verliefd moeten worden op zijn kunst voordat ze zo dwaas is om op hemzelf verliefd te worden.

- Wat heb je als minnaar, als schrijver, meer nodig dan een soort stompzinnige, ongevoelige koppigheid, gepaard aan de bereidheid om de ene mislukking na de andere te incasseren?
 Wat hem mankeert is dat hij niet bereid is om een mislukking te incasseren. Hij wil een tien of een uitmuntend of een score van honderd procent voor elke poging die hij onderneemt, met een dik Uitstekend! in de kantlijn.
 
      

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.