Posts tonen met het label 17e eeuw. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 17e eeuw. Alle posts tonen

maandag 1 juli 2024

Claire Tomalin: Samuel Pepys

Claire Tomalin: Samuel Pepys: The Unequalled Self (Groot-Brittannië, 2002): 378 blz: Uitgeverij Alfred A. Knopf
 

 
Samuel Pepys (1633-1703) wordt in Brits marinekringen herdacht als een man die in zijn tijd (ongeveer 1665-1690) een belangrijke functie had bij de marine en verschillende hervormingen heeft doorgevoerd. Maar bij het grote publiek is Pepys vooral bekend als de schrijver van een omvangrijk dagboek dat hij dagelijks heeft bijgehouden van 1 januari 1660 tot 31 mei 1669. 
 
Het dagboek staat bekend om zijn openhartigheid en vertelt ons veel over de werkzaamheden van Pepys, maar ook over zijn huiselijk leven met zijn vrouw Elizabeth en over zijn vele affaires met tal van vrouwen, waar Elizabeth niets van wist.
 
Ik heb ooit een driedelige versie van de dagboeken gekocht in Oxford en de eerste 2 jaren uit het dagboek gelezen. Ook heb ik in het Nederlands een uitgave met fragmenten uit het dagboek gelezen die is verschenen in de serie Privé-domein. 
 
Ik vond de dagboeken niet bijster interessant, maar om meer te weten te komen over het leven van Pepys heb ik het boek van Claire Tomalin gelezen. Deze biografie is natuurlijk vooral gebaseerd op de dagboeken, maar ook op tal van andere bronnen. Ik vind de biografie erg onderhoudend en uitstekend leesbaar. Zeer geschikt als alternatief voor of als complement bij de dagboeken van Pepys!
 
Citaten:
- Pepys was a good scholar, able to read Latin for pleasure all his life; and that very skill may have helped to leave his English free and uncluttered for the Diary, the language of life as opposed to the elaborately constructed formulations of the classroom and study.

Over het verwijderen van zijn niersteen:
- The surgeon got to work. First he inserted a thin silver instrument, the itinerarium, through the penis into the bladder to help position the stone. Then he made the incision, about three inches long and a finger's breadth from the line running between scrotum and anus, and into the neck of the bladder, or just below it. The patient's face was sponged as the incision was made. The stone was sought, found and grasped with pincers; the more speedily it could be got out the better. Once out, the wound was not stitched - it was thought best to let it drain and cicatrize itself - but simply washed and covered with a dressing, or even kept open at first with a small roll of soft cloth known as a tent, dipped in egg white. A plaster of egg yolk, rose vinegar and anointing oils was then applied.

- Hollier could be proud of his work, especially considering the size of Pepys's stone, described as "very great" by his medical colleagues; it was as big as a tennis ball, according to Evelyn, who saw it later.

Over het dagboek:
- It is clear that Pepys made up his mind from the start that each day was to have its entry. He kept to this plan, and when he was not able to write on the day he would catch up, as he often explains he is doing in the text, occasionally expressing his pleasure in the process.
 
- Pepys's Diary is from its first pages doing so many things at once that it can be daunting. It lists places visited and people encountered, without explaining where or who they are. It chronicles contemporary history: Londoners building bonfires to proclaim good riddance to a detested patliament, the ecstatic festivities accompanying the coronation of the restored king. It provides the first full and direct account ever of a man starting uncertainly on a professional career and finding to his own surprise, that work is one of the major pleasures of life. It supplies much of the detail of his working practice, and also of his daily domestic experience. It is full of music, theatre, sermons, paintings, books and scientific devices. It is a tale of ambition and acquisition, and money is one of its obsessive themes: how it is made, how borrowed and lent, how spent, how saved, how hidden. Money in all its forms runs through the pages, as pieces of gold and bags of silver, shiploads of spices and silks, bribes, wages, debts, loans, payments, inheritances, Exchequer tallies (hazelwood sticks on which the amount of every loan to the government was notched) and the first paper promissory notes. When the Diary starts, Pepys has hardly 25 pounds to his name; when it ends less that ten years later he has a fortune of 10,000 pounds.
 
- Sandwich had to explain to Pepys that it was not the salary that made a man rich, but the "opportunities of getting money while he is in the place". He appreciated the point as gold pieces, silver tankards, barrels of oysters and presents for Elizabeth came in.

- "My business is a delight to me," he wrote; and it "has taken me of from all my former delights." Again, "I find that two days' neglect of business doth give me more discontent in mind than ten times the pleasure thereof can repair again, be it what it will."

Een verslag van de pestuitbraak in het dagboek:
- I having stayed in the city till above 7400 died in one week, and of them above 6000 of the plague, and little noise heard day nor night but tolling of bells; till I could walk Lombard Street and not meet twenty persons from one end to the other, and not fifty upon the Exchange; till whole families (ten and twelve together) have been swept away; till my very physican, Dr. Burnet, who undertook to secure me against any infection ... died himself of the plague; till the nights (though much lengthened) are grown too short to conceal the burials of those that died the day before, people thereby constrained to borrow daylight for that service; lastly, till I could find neither meat nor drink safe, the butcheries being everywhere visited, my brewer's house shut up, and my baker with his whole family dead of the plague. Yet, Madam, through God's blessing and the good humours begot in my attendance upon our late Amours [he means the recent wedding] your poor servant is in a perfect state of health.

Naar aanleiding van de oorlog met de Nederlanders:
- Batten, much as he disliked him, sometimes pleased him with his seadog's turn of phrase: ""By God," says he, "I think the Devil shits Dutchmen.""

- While Elizabeth was alive, Pepys entertainments had been the theatre, shopping and making improvements to the house; the Royal Society meetings; walks and excursions on the river; reading and music, whether listening or making it himself: he had written in the Diary on a cheerless day that "music is the thing of the world that I love most, and all the pleasure almost that I can now take," and this remained true for him through good and bad times. There was also dining with friends and inviting them to the house, gossiping and pursuing women.

- Many of Pepys's virtues appear in these notes - his openmindedness, for instance, as he insists of the superiority of the diet of the Turkish navy, almost meatless and rich in water, oil, olives and rice, over the beef-and-beer-obsessed English. We see the genesis of what became the Navy List as he jots down the idea of a list of all captains, to be drawn up: he saw that proper list-making was an essential adjunct to discipline. He was also insistent on the importance of captains keeping proper journals of all voyages, which many simply did not bother to do. He broods on the education of officers ...

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

dinsdag 7 mei 2024

Matsuo Basho: Verzamelde haiku's

Matsuo Basho: Verzamelde haiku's (Japan, 1663-1694): 470 blz: Vertaald, ingeleid en toegelicht door Jos Vos (2023): Uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennep
 

 
"Verzamelde haiku's" is uitgegeven als een mooie hardcover met een prachtige stofomslag. Het boek bevat alle 975 haiku's die bekend zijn van Matsuo Basho (1644-1694), Japans bekendste haiku-dichter. Het boek bevat een korte inleiding en vervolgens worden de haiku's genummerd weergegeven in de vertaling van Jos Vos.
 
Tegen het eind van zijn leven beschreef Basho zichzelf als volgt: "Ooit was ik jaloers op lieden die een officiële positie bekleedden. Op zeker ogenblik was ik van plan in een klooster in te treden. Toch laat ik me doelloos zweven als een wolkje in de wind en stop al mijn energie in het beschrijven van vogels en bloesems. Omdat ik zo al enige tijd de kost verdien, ben ik iemand geworden zonder echte vaardigheden of talenten, die enkel vasthangt aan deze ene dunne draad."

Het was voor mij bij voorbaat de vraag wat ik van "Verzamelde haiku's" zou vinden. Ik ben een groot fan van de prozavertalingen van Jos Vos en ik heb helemaal niets met gedichten. Het was dus een sprong in het duister.

Ik vind "Verzamelde haiku's" een prachtige uitgave. Zoals hierboven al is aangegeven wordt iedere haiku van Basho meer of minder uitgebreid becommentarieerd door Jos Vos. Ik ben bij het lezen van het boek gestopt op bladzijde 100. De haiku's zeggen mij niets en het commentaar is goed geschreven, maar kan mij ook niet zo boeien.
 
De weergave van de haiku's en de bijbehorende toelichting gebeurt steeds op dezelfde manier, ik geef als voorbeeld de eerste haiku:
 
1
De maan zal u gidsen:
deze kant op, meneer, als
u een herberg zoekt.

Tsuki zo shirube konata e irase tabi no yado
Titel in Japans schrift

Speelse variant op een zinnetje uit het zestiende-eeuwse no-spel De kobold uit Kurama (Kurama tengu) waarin de Grote Kobold van Kurama (een gehucht ten noorden van Kyoto) de jonge Yoshitsune aanmoedigt om het plaatselijke gebergte te betreden: het is er vreselijk donker, maar de feestelijke lentebloesems zullen hem de weg wijzen. Het parodiëren van spelen uit het doodernstige no-theater was onder haikai-dichters in de jaren 1660-1680 erg populair. Het seizoenswoord "maan" geeft aan dat we te maken hebben met een najaarsgedicht.
 
Misschien is één van mijn lezers geïnteresseerd in "Verzamelde haiku's"? Mijn exemplaar is in zeer goede staat, met een paar kleine potloodstreepjes in de inleiding en is te koop voor 20 euro (exclusief eventuele verzendkosten). 

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

woensdag 3 juni 2020

Dvd: Kenji Mizoguchi: The Life of O-Haru

The Life of O-Haru (Japan, 1952): 131 min: Zwart-wit: Regisseur Kenji Mizoguchi

Saikaku ichidai onna Poster"The Life of O-Haru" speelt aan het einde van de 17e eeuw en schetst het levensverhaal van een vrouw, O-Haru, die opgroeit te midden van de hofdames. Een man uit het volk wordt verliefd op haar en ze gaat met hem mee. De mores van die tijd staan dat niet toe en de man wordt onthoofd en zij moet terug naar haar ouders.

Vervolgens is er een edelman die een gezonde vrouw zoekt om hem als zijn concubine een erfgenaam te schenken. Ze raken ondanks alles gesteld op elkaar, maar zijn omgeving stuurt haar weg omdat zij de edelman teveel zou uitputten.

Een getrouwde koopman neemt haar mee om voor zijn zaak te zorgen en denkt dat hij een vrouw kan bezitten zonder er voor te hoeven betalen. De echtgenote van de koopman jaagt O-Haru weg. In de zaak van de koopman is een man verliefd op O-Haru en trouwt met haar. Opnieuw slaat het noodlot toe.

Vervolgens komt O-Haru terecht in een klooster en ze eindigt als prostitué.

"The Life of O-Haru" is een prachtige film, een van mijn favoriete films van Kenji Mizoguchi. De film is prachtig gefotografeerd en de ouderwetse Japanse muziek verhoogt de sfeer aanmerkelijk. Eigenlijk is dit een film die een heel groot publiek verdient. Dat is helaas moeilijk, want er valt nauwelijks aan een dvd van deze film te komen.

Op IMDB krijgt "The Life of O-Haru" van ruim 5.800 mensen een waardering van 8,2.

  

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

donderdag 19 maart 2020

Baltasar Gracian: Handorakel en kunst van de voorzichtigheid

Baltasar Gracian: Handorakel en kunst van de voorzichtigheid (Spanje, 1647): 148 blz: Vertaald door Theo Kars (1990): Uitgeverij Athenaeum - Polak & Van Gennep

Handorakel en kunst van de voorzichtigheidDe Spaanse jezuïet Baltasar Gracian leefde van 1601 tot 1658. In 1647 verscheen zijn "Handorakel en kunst van de voorzichtigheid" waarin hij 300 aforismen met een korte toelichting schreef over hoe men profijt kon hebben in de omgang met andere mensen. Hij probeerde altijd om zich eerst in te leven in de gedachten van andere mensen voordat hij een relatie met hen aanging. Zijn boekje is zeer dun (in de pocketuitgave die ik las slechts 148 bladzijden), maar er zit in dit boekje meer levenswijsheid verwerkt dan in vrijwel elk ander boek dat ik ken.

De kwaliteit van een boek hangt zowel af van de inhoud als van de vorm. De vermaarde vertaler Theo Kars heeft de 300 leefregels van Baltasar Gracian omgezet in een soepel lezend Nederlands.

Om de hoge kwaliteit van deze tekst te laten zien geef ik een groot aantal citaten:

- Wie uitblinkt boven zijn meerdere, begaat een dwaasheid of een noodlottige fout.

- De beste vorm van macht is macht over uzelf en beheersing van uw emoties.

- Een goede inhoud volstaat niet, ook het uiterlijk is belangrijk.

- Middelmatigheid met ijver levert meer resultaat op dan talent zonder ijver.

- De waarheden die voor ons het meest tellen worden altijd bedekt uitgesproken. Een oplettend man begrijpt hun volle draagwijdte door enerzijds de teugel van zijn goedgelovigheid strak te houden bij alles wat hem welkom is, en anderzijds zijn wantrouwen de sporen te geven bij onaangename waarheden.

- Sommigen meten de waarde van boeken af aan de dikte, alsof ze meer tot oefening van de armen dan van de geest zijn geschreven.

- Vrienden zijn degenen die ons vriendendiensten bewijzen.

- Zich met een onzinnige zaak bezighouden is erger dan nietsdoen.

- Overdrijven is verwant aan liegen. Door overdrijven verliest u de naam zowel over een goede smaak als gezond verstand te beschikken. Het eerste is erg; het tweede nog veel erger.

- De juiste keuze kunnen doen. Hiervan hangt het meeste in het leven af. Om juist te kunnen kiezen dient men over goede smaak en een onafhankelijk oordeel te beschikken; ijver en kennis zijn niet voldoende.

- Wie rijk aan inzicht is, moet anderen erin laten delen; wie het te kort komt, moet erom vragen.

- Betrouwbare informatie. Wij zijn in ons leven voornamelijk afhankelijk van wat wij van anderen horen en voor een klein deel van wat wij zelf waarnemen: wij bestaan op goed vertrouwen. Het oor is de zijdeur van de waarheid, maar de hoofddeur van de leugen.

- Gewenning vermindert de bewondering; een middelmatige nieuwigheid trekt meer aandacht dan grote verdienstelijkheid waaraan men sinds lang is gewend.

- Een wijs man hecht meer waarde aan boosaardige dan vriendschappelijke kritiek.

- Men moet zich nooit te veel in bijzonderheden verdiepen, vooral niet als het om zaken van niet al te hoog allooi gaat.

- Bondigheid is aangenaam en levert meer resultaten op: zij wint door hoffelijkheid wat zij door beknoptheid verliest. Goed maar kort is dubbel goed.

- Wij moeten óf onder vrienden óf onder vijanden leven. Iedere dag moet men trachten iemand voor zich te winnen, niet meteen voor intieme, maar wel voor hartelijke vriendschap. Na een verstandige schifting zult u enkele van hen als vertrouwelingen overhouden.

- Zorg voor een reserve aan vrienden en mensen die u iets verplicht zijn, want op een dag zult u blij zijn met iets waar u nu geen waarde aan hecht. Laaghartige mensen hebben nooit vrienden, niet in voorspoed omdat zij aan  niemand aandacht schenken, en niet in tegenspoed omdat niemand dan aandacht aan hen schenkt.

- Wellevendheid is het hoofdbestanddeel van de kunst zich te handhaven, een soort tovermiddel, waardoor men iedereen voor zich inneemt.

- Klagen schaadt altijd onze reputatie.

- Degenen die u om een snelle beslissing vragen, moet u altijd laten wachten. Hun aandrang is een list om uw oplettendheid van de wijs te brengen.

- Vaak verslechtert de kwaal door de remedie. Men moet bij ziekte de natuur de vrije hand geven, en hoog oplaaiende hartstochten laten uitwoeden. Iets of niets voorschrijven vergt van een arts evenveel geleerdheid, en soms is het juist de kunst geen medicijnen toe te dienen.

- Wie nooit naar anderen luistert, is ongeneeslijk dom. ... Men moet een vriend hebben die onbevangen raad en zelfs kritiek geeft.

- Rijpheid van geest uit zich in traagheid bij het geloven.Men mag echter geen twijfel aan andermans verklaringen laten blijken, wat niet alleen onbeleefd maar ook beledigend zou zijn ...

- Vriendschap moet niet alleen op instinct, maar ook op verstand berusten. ... Er zijn echte en onechte vriendschappen. De eerste onderhouden wij voor ons genoegen, de tweede om ons succes in het leven te bevorderen.

- Men kan beter in de prijs dan in de waar bedrogen worden.

- Een vriendschap behouden is belangrijker dan vriendschap sluiten. Men dient vrienden te zoeken die vrienden kunnen blijven. ... De beste vrienden zijn beslist degenen die ons ongezouten de waarheid zeggen, hoe hard die ook mag aankomen.

- Voor genieten moet u tijd nemen. Geniet traag en werk snel. Van werk is het goed, van plezier jammer als het voorbij is.

- Niet alle waarheden kunnen worden gezegd: sommige niet omdat ze alleen ons, andere niet omdat ze alleen een ander aangaan.

- Zonder beloning of straf hebben hoge principes geen uitwerking. Laat het goede rechtstreeks van u komen, en het slechte via een tussenpersoon.

- Wel is het een goede tactiek iets hoger te richten om uw doel te raken, maar men moet niet absurd hoog mikken.

- Wie zijn onwetendheid beseft, weet het meest; en wie niet ziet wat anderen zien, is blind.

- Een makkelijke onderneming zwaar opnemen, een moeilijke licht. Het eerste om niet roekeloos te worden door zelfvertrouwen, het tweede om niet geremd te worden door onzekerheid.

- Geen belangstelling tonen voor iets waaraan u waarde hecht, is een goede tactiek om het te verkrijgen.

- Een banaal gezegde luidt dat niemand tevreden is met zijn lot, hoe goed hij het ook heeft getroffen, of ontevreden met zijn verstand, hoe pover dit ook is.

- Duidelijk formuleren. Daaruit blijkt niet alleen welbespraaktheid, maar ook helderheid van begrip.

- Niet doorgaan voor een berekenend mens, ook al kan men zonder berekening niet leven. ... De oprechtheid van anderen is iedereen welkom, zelf oprecht zijn komt niet iedereen goed uit.

- Nooit zaken in half voltooide staat laten zien: pas als ze afgerond zijn, komen ze tot hun recht.

- Zeer ontwikkelde mensen zijn gemakkelijk te bedriegen, omdat zij weliswaar veel af weten van buitengewone zaken, maar niets van het leven van alledag, wat van groter nut is. ... Daarom dient elk ontwikkeld man ervoor te zorgen iets van een koopman te hebben, net genoeg om niet bedrogen of uitgelachen te worden. Hij moet het vermogen bezitten zijn zaken te regelen, iets wat niet het meest verheven, maar wel het meest noodzakelijk in het leven is.

- Spot dulden, maar zelf niet de spot met anderen drijven. Het eerste is een soort wellevendheid, het tweede een soort belediging.

- Men mag geen waarde hechten aan iemand die ons nooit tegenspreekt, want dat is geen teken van liefde voor ons, maar eigenliefde.

- Aangename ontspanning is beter dan inspanning.

- Boos worden op zijn tijd is een teken van persoonlijkheid.

- De enige manier om aardig gevonden te worden is zich innemend te gedragen.

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

zondag 16 november 2014

Samuel pepys: The diary


Samuel Pepys: The diary (Groot Brittannië, 1825?)
Product Details
Van deze 3 delen uit de Everyman's library heb ik van deel 1 het begin, de jaren 1660 en 1661 gelezen.

Gedurende deze 2 jaren schrijft Pepys vooral over de mensen die hij ontmoet, wat hij eet en hoe veel alles kost. Zijn meest voorkomende dagafsluiting luidt: and so to bed.

Zijn dagboek is bij lange na niet zo interessant als dat van zijn Nederlandse collega Hans Warren. Toch is dit dagboek wereldberoemd, waarschijnlijk heeft dit minder te maken met Pepys als schrijver dan wel dat het op zich heel bijzonder is dat er zo'n oud dagboek bewaard is gebleven. Wat mij betreft geen aanrader.