Posts tonen met het label Azië. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Azië. Alle posts tonen

donderdag 15 januari 2026

Alfred Russel Wallace: Het Maleise eilandenrijk

Alfred Russel Wallace: Het Maleise eilandenrijk (Groot-Brittannië, 1869): 679 blz: Vertaald door Ruud Rook (1996): Uitgeverij Atlas
 
 
 
"Het Maleise eilandenrijk" van Alfred Russel Wallace wordt algemeen beschouwd als een van de belangrijkste reisverhalen uit de 19e eeuw.
 
Alfred Russel Wallace was een bioloog die tegelijkertijd met Charles Darwin op het idee van evolutie kwam. Het verschil tussen hen beiden was dat Wallace in een creatieve flits kwam tot een schets van hoe evolutie volgens hem verliep terwijl Darwin al 20 jaar met het idee bezig was en uitgebreid alle voors en tegens had overdacht.
 
Wallace deelt het eilandengebied in vijf regio's in:
1): De Indo-Maleise eilanden: bestaande uit het schiereiland Malakka en Singapore, Borneo, Java en Sumatra.
2): De Timor-groep: bestaande uit de eilanden Timor, Flores, Sumbawa en Lombok, alsmede verscheidene kleinere eilanden.
3): Celebes (tegenwoordig Sulawesi genaamd).
4): De Molukken.
5): De Papoease groep: bestaande uit Nieuw-Guinea alsmede de Aroe-eilanden en verscheidene andere eilanden.
 
Van iedere regio beschrijft Wallace zijn reizen door dat gebied, terwijl hij steeds afsluit met een hoofdstuk over de natuurlijke historie van het besproken gebied.
 
In "Het Maleise eilandenrijk" doet Wallace verslag van zijn verblijf gedurende de jaren 1854-1862 in wat toen Maleisië heette (tegenwoordig spreekt men van Indonesië). Wallace was van arme afkomst en moest om zijn reis te kunnen bekostigen dieren verzamelen. Dat deed hij met ongekende overgave, een groot deel van zijn boek wordt gevuld met beschrijvingen van vangsten van vooral vogel-, vlinder- en keversoorten. Hij verzamelde 1000 soorten vogels en 7000 soorten kevers en vlinders. Daar zaten een aantal nieuwe soorten bij waarvan er ook enkele naar hem vernoemd zijn, waaronder een soort paradijsvogel.
 
Wallace ontdekte dat er een grens liep tussen Bali en Lombok en ten oosten van Celebes ten westen en oosten waarvan de dierenwereld flink verschilde. Deze grenslijn wordt sinds die tijd de Wallace-lijn genoemd.
 
Verder schrijft Wallace over zijn ontmoetingen met het Maleise en Papoease mensenras. Geheel in de trant van de 19e eeuw beschrijft hij deze als lui en een treetje lager op de evolutieladder staand dan de  westerse mens.

Hij schrijft ook over de jacht op de orang oetans, over de doerian, over bamboe en over de productie van sago.
 
Kenmerkend voor de onbevooroordeelde blik waarmee Wallace kijkt is dat hij het Nederlandse cultuurstelsel als het beste systeem beschouwt dat hij kent in de koloniën.
 
Ook is Wallace enthousiast over de waterklok (een halve kokosnoot met onderin een gaatje die geleidelijk volstroomt met water) en vindt hij reizen met de inheemse prauw gerieflijker dan met een stoomboot, die toch als een hoogtepunt van de westerse beschaving wordt beschouwd.
 
Wallace sluit het boek af met een beschouwing over Engeland, het rijkste land ter wereld waarin desondanks tien procent van de bevolking in armoede leeft of van de misdaad.  
 
Het is een erg onderhoudend boek waarin de vele opsommingen van verzamelde dieren soms wat langdradig zijn. De vertaling van Ruud Rook leest uitstekend.
 
Citaten:
- De Chinese bazaar telt honderden winkeltjes die een veelzijdige verzameling ijzerwaren en manufacturen te bieden hebben, veelal tegen wonderbaarlijk lage prijzen. Men kan er fretboortjes kopen voor een stuiver per stuk, vier bollen wit katoendraad voor een halve stuiver, en pennemesjes, kurketrekkers, kruit, schrijfpapier en vele andere artikelen kosten hetzelfde of zijn goedkoper dan in Engeland.
 
- Laat in de middag bereikten we Sodos, gelegen op een heuvelrug tussen twee rivieren, maar omringd door fruitbomen, zodat er van het landschap weinig te zien was. Het huis was ruim, schoon en gerieflijk, en de mensen waren erg voorkomend. Veel vrouwen en kinderen hadden nog nooit een blanke gezien en betwijfelden of ik overal dezelfde kleur had als in mijn gezicht. Ze smeekten me om mijn armen en lichaam te ontbloten en waren zo aardig en vrolijk dat ik me verplicht voelde om ze enigszins tegemoet te komen, zodat ik mijn broek optrok en mijn been liet zien, waarna ze dit lichaamsdeel belangstellend onderzochten.
 
Over de doerian:
- Het vruchtvlees is het eetbare deel, en de consistentie en smaak zijn onbeschrijflijk. Machtige boterachtige custardvla, op smaak gebracht met amandelen, is nog de beste beschrijving, maar dan bijgemengd met wat vleugjes van smaken die doen denken aan roomkaas, uiensoep, brown sherry en andere onverenigbare zaken.
 
Over bamboe:
 - Bamboe groeit in bijna alle tropische landen, en overal waar het algemeen is maken de inlanders er op de meest uiteenlopende manieren nuttig gebruik van. Bamboe is sterk, licht, glad, recht, rond en hol, men kan het makkelijk en netjes splijten, het groeit in alle mogelijke lengtes, het laat zich probleemloos kappen en men kan er makkelijk gaatjes in boren, het is uitwendig keihard, heeft geen uitgesproken smaak of geur, komt overvloedig voor en groeit en vermeerdert zich snel. Stuk voor stuk eigenschappen die het geschikt maken voor talloze toepassingen, waarvoor andere materialen veel meer werk en toebereidselen zouden vergen.
 
- De inlanders leven (in elk geval tijdens de natte moesson) uitsluitend van rijst, zoals de arme Ieren van aardappelen. Een groot deel van het jaar eten ze tweemaal per dag een pan kurkdroog gekookte rijst met zout en rode pepers en verder niets.
 
Over de prauw:
- In de loop van die vier sombere dagen had ik het heel prettig in dit knusse hokje - prettiger dan het geval zou zijn geweest als ik dezelfde tijdsduur opgesloten zou hebben gezeten in de protserige en ongezellige eetzaal van een eersteklas stoomboot. Want wat rook alles fris aan boord - geen verf, geen teer, geen nieuw touw, geen vet (voor wie er gevoelig voor is, de afschuwelijkste geur van allemaal), olie of vernis, maar in plaats daarvan bamboe en rotan, kokostouw en dakbedekking van palmbladeren, louter zuiver plantaardige vezels, die aangenaam ruiken, als ze al ruiken, en rustige tafereeltjes in het groene en schaduwrijke bos voor de geest roepen.

      
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.


zondag 30 november 2025

Don McCullin: India

Don McCullin: India (Groot-Brittannië, 1999): 132 blz: Uitgeverij Jonathan Cape
 
 
 
Alles klopt aan het voorbeeldig uitgegeven "India" van de Britse fotograaf Don McCullin. Het boek is een prachtige gebonden hardcover met een geweldige foto op de voorzijde, die ook op de losse stofomslag staat. De teksten in het boek zijn uitstekend, bondig en informatief. En, ook niet onbelangrijk, de zwart-wit foto's zijn prachtig afgedrukt en geven uitstekend de sfeer van het land weer.
 
Don McCullin is vooral bekend als oorlogsfotograaf. Dat is ook wel te zien aan "India" waarin behalve vele prachtige portretten ook veel onaangename zaken te zien zijn, zoals bedelaars op straat en zieke en dode mensen. Hierdoor werkt dit boek veel meer confronterend dan bijvoorbeeld de boeken van Olivier Föllmi die ik pas heb besproken.
 
Voor een aantal afbeeldingen uit "India", klik hier.
 
      
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

zaterdag 29 november 2025

Olivier & Daniëlle Föllmi & Matthieu Ricard: Boeddhisme in de Himalaya

Matthieu Ricard & Olivier & Daniëlle Föllmi: Boeddhisme in de Himalaya (Frankrijk, 2002): 424 blz: Uitgeverij Lannoo
 
 
 
Van het imposante boek "Boeddhisme in de Himalaya" bestaat een latere herdruk op veel kleiner formaat. Ik was dan ook aangenaam verrast toen ik gisteren met de post de zeer forse eerste druk kreeg, in plaats van de veel kleinere uitgave die ik gedacht had te kopen. 
 
"Boeddhisme in de Himalaya" is een indrukwekkend boek waaraan duidelijk veel tijd en aandacht is besteed. Het boek hinkt een beetje op twee gedachten. Enerzijds is het een groot boek met prachtige foto's van landschappen en vooral mensen. Anderzijds is het een te groot uitgevallen tekstboek met ruim 100 bladzijden tekst die beogen om een grondige inleiding in het Tibetaanse boeddhisme te geven. In hoeverre de auteurs hierin geslaagd zijn, kan ik niet beoordelen, ik heb de tekst helemaal overgeslagen en alleen maar naar de foto's gekeken.

Ik had eerder deze week Föllmi's boek over India besproken. Beide boeken lijken qua opzet veel op elkaar. Het zijn beiden groot formaat boeken, zodat de foto's uitstekend tot hun recht komen. Het lezen van de vele teksten gaat dan weer wat moeizamer, daarvoor zou een boek op kleiner formaat handiger zijn geweest. Olivier Föllmi heeft een groot aantal boeken gepubliceerd. Ik ga op zoek naar zijn overige boeken, voor zover die in het Nederlands zijn verschenen.
 
      
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

maandag 24 november 2025

Olivier Föllmi: India

Olivier Föllmi: India (Frankrijk, 2005): 352 blz: Vertaald en bewerkt door Frans Boenders (2005): Uitgeverij Lannoo
 
 
 
Uitgaande van de vele foto's die ik van India heb gezien (ik ben er helaas zelf nooit geweest), moet de Indiase bevolking in de meest kleurrijke kleding op aarde rondlopen. Ook van dit boek "India" van de Franse fotograaf Olivier Föllmi, spatten de kleuren van de pagina's af.
 
Olivier Föllmi reisde op zijn 18e naar India en bracht er het grootste deel van de daarop volgende 20 jaren door. In "India" staan een aantal van de mooiste foto's die hij op zijn vele reizen door India heeft gemaakt. Het boek is een hardcover (de stofomslag ontbreekt helaas) op groot formaat en veel foto's zijn over de dubbele bladzijde afgedrukt zodat ze zich goed laten bewonderen. Vooral tussen de vele portretfoto's die Olivier heeft gemaakt zitten een aantal pareltjes.
 
Voorin en achterin het boek staan twee uitgebreide teksten, die weliswaar goed zijn geschreven, maar mij toch niet zo veel nieuws brengen. Achterin het boek staan ook nog 13 bladzijden met alle foto's op klein formaat met bijschriften. 
 
Voor een klein aantal afbeeldingen uit "India", klik hier.
 
      
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

woensdag 12 november 2025

Jacques Plouvier: Face to Face

Jacques Plouvier: Face to Face (Nederland, 2018): 264 blz: Uitgave in eigen beheer
 
Face to face - Jacques Plouvier 
 
"Face to Face" is een vierkant boek van bescheiden formaat (21 bij 21 cm) met daarin een verslag van 4 reizen die Jacques Plouvier heeft gemaakt in Azië met foto's en teksten. Plouvier heeft achtereenvolgens India, Rajasthan (2010), Noord-Vietnam (2014), Zuid-China en Vietnam (2015) en Zuid-India (2017) bezocht. Voor de laatste reis naar India werd bij Plouvier blaaskanker geconstateerd. De laatste 8 bladzijden van het boek gaan over zijn strijd tegen blaaskanker.
 
Om met het voor de hand liggende te beginnen, de foto's in "Face to Face" zijn prachtig. Plouvier was van beroep reclamefotograaf in de schoenenbranche en vrijwel iedere foto is mooi om te zien. Plouvier had al gauw last van tempelmoeheid, iets waar ik tijdens mijn reis door Indonesië en Thailand in 1992 ook in toenemende mate last van had, en hij concentreerde zich op het fotograferen van mensen. Voor de meeste reizigers, en zeker ook voor mij, vormen de ontmoetingen met mensen van andere culturen de hoogtepunten van de reizen, zeker in niet-westerse landen. 
 
Een fotoboek bestaat niet alleen uit foto's. Zoals Plouvier op de laatste bladzijde van "Face to Face" aangeeft, verzorgde hij ook zelf de vormgeving en de teksten van het boek. Ik vind de teksten ook uitstekend, ze zijn lekker beknopt en ze geven een uitstekend beeld van de reizen. Jammer dat "Face to Face" het laatste fotoboek van Plouvier zal zijn, een eerder boek van hem "Flushing Moments" staat nog op mijn verlanglijstje.
 
      
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

dinsdag 11 november 2025

Abbas: Gods I've Seen

Abbas: Gods I've Seen: Travels among Hindus (Iran, 2016): 224 blz: Uitgeverij Phaidon
 
 
 
De Iraanse Magnum-fotograaf Abbas (1944-2018) is één van mijn favoriete fotografen. Als atheïst geboren in een moslimland, is hij zijn hele leven bezig geweest om uitingen van geloof van aanhangers van verschillende religies te fotograferen. Eerder heb ik boeken van hem besproken over de moslimwereld en over het christendom.
 
Voor "Gods I've Seen" reisde Abbas drie jaar lang van januari 2011 tot eind 2013 door de vier landen met een grote bevolking van hindoes. Natuurlijk in de eerste plaats door India, maar ook door Nepal, Sri Lanka en Indonesië (Bali). 
 
"Gods I've Seen" is opnieuw een prachtig boek van Abbas. Het boek bevat 147 zwart-wit foto's die allen prachtig zijn afgedrukt en samen een beeld geven van het dagelijks leven in de landen met een hindoebevolking. Ik vind het werk van Abbas wel wat weg hebben van dat van Henri Cartier-Bresson.
 
Voor een aantal afbeeldingen uit "Gods I've Seen", klik hier.
 
      
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

maandag 11 augustus 2025

Henri Cartier-Bresson: The Face of Asia

Henri Cartier-Bresson: The Face of Asia (Frankrijk, 1972): 199 blz: Uitgeverij Thames and Hudson
 
 
 
Henri Cartier-Bresson (1908-2004) was een Franse fotograaf die door vele collega-fotografen (en trouwens ook door mij) als de belangrijkste fotograaf ooit wordt beschouwd. Hij staat bekend om zijn feilloze gevoel voor compositie, als één van de oprichters van het fotoagentschap Magnum, alsook om zijn theorie van "het beslissende moment", dat ene ogenblik waarop alles samenkomt voor het maken van een zo goed mogelijke foto.
 
Cartier-Bresson was als fotograaf altijd onderweg. Hij heeft uitgebreid rondgereisd in Azië, waarvan "The Face of Asia" een beknopt beeld geeft in 120 foto's. Alle foto's in het boek zijn gemaakt tussen 1947 en 1967. Het boek is onderverdeeld in een inleiding en vijf delen. Die inleiding heb ik gelezen, maar zegt niets van wezenlijk belang.
Deel een: Iran, Turkije, Irak, Oezbekistan, Mongolië
Deel twee: India, Pakistan, Ceylon [Sri Lanka]
Deel drie: Indonesië, Burma [Myanmar]
Deel vier: Japan
Deel vijf: China
 
Zoals je van Henri Cartier-Bresson kunt verwachten staan er veel prachtige foto's in het boek. En inderdaad, de compositie van de foto's is altijd optimaal. Ik beveel "The Face of Asia" aan iedereen aan met belangstelling voor mooie fotoboeken, en in het bijzonder aan mensen die geïnteresseerd zijn in Azië of in het werk van Henri Cartier-Bresson.
 
Voor een aantal foto's uit "The Face of Asia", klik hier.
 
      
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

zondag 13 juli 2025

Emmanuel Guibert (tekeningen en tekst), Didier Lefèvre (foto's) & Frédéric Lemercier (lay-out en inkleuring): De fotograaf: Deel 3

Emmanuel Guibert (tekeningen en tekst), Didier Lefèvre (foto's) & Frédéric Lemercier (lay-out en inkleuring): De fotograaf: Deel 3 (Frankrijk, 2006): 98 blz: Vertaler niet vermeld: Uitgeverij Dupuis 
 
 
 
Didier vindt dat zijn opdracht erop zit en besluit om niet af te wachten totdat Juliette met de groep van Artsen zonder grenzen terugkeert naar Pakistan en gaat met een eigen escorte op pad. Dat loopt bijna fataal af. De vier mannen die hem begeleiden laten hem in de steek en hij beklimt op eigen houtje een pas van ongeveer 5.000 meter hoogte. Daar stort hij in. Uit de andere richting komt een groep en de leider daarvan besluit om hem mee te nemen, uiteraard tegen een forse "onkostenvergoeding". Didier verwacht elk moment om het leven gebracht te worden, maar uiteindelijk komt hij bij een bevriend clanhoofd die hij kent, en is hij gered. De drie delen van "De fotograaf" vormen samen een uiterst onderhoudende en spannende leeservaring. Warm aanbevolen!
 
Citaten:
- Zo. M'n eerste avond alleen. Een klein, hooggelegen dorpje. Prachtig decor, geen problemen. Ik ben vol van geluk. We hebben stevig gestapt. Ik sta zo droog als een zomerse greppel, maar ik voel me in topvorm. In principe sta ik over veertien dagen in Pakistan naar huis te bellen. Ik heb het gevoel dat ik het roer van m'n reis nu zelf in de hand heb.
 
- We zoeken onderdak in 'n moskee.
 Ik hou van moskeeën. Ze zijn wat kerken zouden moeten zijn, of geweest zijn: een plek waar reizigers terechtkunnen. Een simpel onderdak. We gedragen ons correct, maar niet plechtig.
 Je doet je schoenen uit, zet je bagage neer en je kiest 'n plekje uit. Je kunt er eten, praten, slapen. 'n moskee is bijna een hotel.

- Enkele ervaringen rijker, stel ik Juliette aan tafel een paar gerichte vragen ...
 "Hoe zeg je bijvoorbeeld: laat me alleen, ik moet piesen?"
 
Didier heeft een escorte meegekregen van vier "sukkels", waar hij weinig aan heeft;
- Ik probeer ze wakker te schudden. Stoppen is uitgesloten. Ik wil naar Teshkan!
 "Zud! zud! No stop! Dawam dapan!"
 Het plaatje wordt me duidelijk. Ik kan tijdens deze reis alleen op mezelf rekenen. Van m'n escorte moet ik niets verwachten. Ik vraag toch niet om in een draagstoel te worden vervoerd? Ik heb alleen gidsen nodig. Gezelschap. Nu is het zo dat ik gids speel voor m'n gidsen. Compleet absurd! 
 
- Niet alleen ik heb de operatie van John overleefd. De zweer op m'n arm is ook in goede gezondheid, en hij ziet er beroerd uit. Ik leg een nieuw verband.
 Het zweet en de wrijving hebben de poten van mijn bril aangevreten. Het metaal snijdt in m'n oren. Ze etteren. Met verband probeer ik een bescherming in elkaar te knutselen.
 Ook m'n tandvlees is ontstoken. Ik voel me dan wel niet echt moe, maar fysiek ben ik aan het aftakelen.
 
Op de top van een pas, verlaten door zijn escorte, komt er een groep uit de andere richting. Een van de mannen vraagt: "Hoe gaat het met je vrouw?" en vervolgens loopt hij verder.
 
Didier heeft een overzichtsfoto gemaakt van de plek waar hij denkt te sterven:
- Ik ga op zoek naar m'n notitieboekje, 'n potlood en m'n hoofdlamp. Ik schrijf op:
"17 oktober 1986, 22.25 u.
Dominique, dit is het eind van m'n reis.
M'n escorte heeft me aan de voet van de Kalotak laten stikken.
Nu zit ik vast op de top, alleen.
Geen idee hoe ik me hieruit red.
M'n paard verzet geen stap meer en bevriest.
Ik lig in m'n slaapzak en wacht.
Ik hoop dat je m'n aantekeningen en foto's zult vinden.
Ik denk aan m'n moeder.
Wil je haar dat vertellen? Groetjes."
 
Uiteindelijk overleeft Didier het en ontmoet hij een vrouw van een man die hij eerder was tegengekomen:
- Met een mooie vrouw kletsen terwijl je van jam zit te smullen. Wat kan het leven mooi zijn.
 Ze is gelukkig geen missionaris. Ze begint niet meteen over Jezusje. Eindelijk kan ik drie zinnen aan elkaar rijgen zonder erbij te vertellen dat ik isawi ben, getrouwd en vader ...
 En vooral, ik kan gewoon luisteren en spreken zonder over elk woord te struikelen ...
 
      
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

zaterdag 12 juli 2025

Emmanuel Guibert (tekeningen en tekst), Didier Lefèvre (foto's) & Frédéric Lemercier (lay-out en inkleuring): De fotograaf: Deel 2

Emmanuel Guibert (tekeningen en tekst), Didier Lefèvre (foto's) & Frédéric Lemercier (lay-out en inkleuring): De fotograaf: Deel 2 (Frankrijk, 2004): 80 blz: Vertaler niet vermeld: Uitgeverij Dupuis
 
 
 
In deel 1 van "De fotograaf" zagen we hoe de fotograaf Didier Lefèvre, met een team van Artsen zonder grenzen, naar Afghanistan trok. In dit tweede deel doet hij waar hij voor gekomen is: het fotograferen van het werk van Artsen zonder grenzen in uiterst barre omstandigheden. Tegen het einde van het verhaal heeft hij er genoeg van en wil hij terug naar huis.
 
"De fotograaf" is een prachtige combinatie van een fotoreportage en een graphic novel. 
 
Citaten:
- "Helikopter!" Het woord gaat als een trein door de karavaan. Net iets sneller dan het geronk waar iedereen bang voor is.
 We schuilen waar we kunnen. Gelukkig zijn er genoeg plekjes om je te verstoppen.
 Ik kruip onder een rots. In het stukje hemel dat ik nog zie, speur ik met m'n lens naar de helikopter.
 Daar is-ie. Ver weg, maar dichter dan me lief is.
 
- Dan beginnen we aan de grillige en steile paden. Ik kijk niet goed uit. Terwijl ik van lens verander, laat ik de zonnekap van m'n 105 mm vallen. En zo'n ding is duur.
 Ik was al niet goed geluimd, maar nu ben ik razend op mezelf, en gedeprimeerd.
 
- "Ik heb de commandant geld gegeven om de school te laten werken. Uit erkentelijkheid, en om te laten zien dat het hem ernst is, liet hij dat lesje opvoeren. Maar eigenlijk is de school niet actief."
 "Oh nee?"
 "Nee.
 In september wordt er geoogst. De kinderen werken op het veld."
 "Ik zag wel dat hun handen erg ruw zijn."
 "Ze zorgen er op z'n Afghaans voor dat ze twee of drie dingen leren. Maar eigenlijk zijn het stuk voor stuk kleine arbeiders, of soldaatjes.
 Hun enige voorbeelden zijn de jongens die zelf oorlog voeren en daar trots op zijn. Dat is nog het ergste. 'n alternatief is er niet.
 Niemand vertelt ze dat kennis belangrijker is dan elkaar te vermoorden."
 
- Ik vertrek uit Daraïm nadat ik een potentieel stukje Afghaans paradijs heb gezien: een mooi dorp, heerlijk gebak, een verstandige commandant, een school, mensen die het land bewerken ... een wereldje waarin een blind meisje en de balzak van een jongen volstaan als dagelijkse portie ellende.
 Mijn edengevoel wordt nog groter wanneer we bij een vallei komen in de buurt van Feyzabad met een enorme boomgaard vol perziken.
 De inwoners bieden ons er aan. Ik stort me op de perziken, want ik voel dat ik vitamines nodig heb. Ik eet er ten minste dertig. Ze zijn heerlijk.
 Het resultaat laat niet lang op zich wachten. In de volgende vallei word ik al geplaagd door felle buikloop. ...
 
- "Er zou iemand aan het hoofd gewond zijn. Een halfuur hiervandaan."
 "Maar in Afghanistan moet je uitkijken met zo'n halfuur. Zij vinden alles "nazdik," niet ver."
 "Misschien is het wel vijftig kilometer lopen. ... en heeft de kerel iets aan zijn knie."
 
Een gruwelijk verhaal: 
- "Bij een vorige opdracht zag ik een kerel ... er zat een gat op de plaats van zijn neus. Een gat onder zijn kin en een gat in elke hand. Dat alles met één en dezelfde kogel."
 "Wacht. Herhaal 'ns even. Ik snap het niet."
 "Een gat hier, een gat daar."
 "Ja."
 "En een gat in elke hand. Met één kogel ... Hoe is 't gebeurd, denk je?"
 "Geen idee!"
 "De verklaring is: de kerel zat zo! De handen en zijn kin op de loop van zijn geweer ... dat geladen was.
 Een kind van drie dat aan zijn voeten speelde, heeft de trekker overgehaald."
 
- De operatie is bijna klaar. We vervangen nog een verband aan het hoofd van de Moedj! 
's Ochtends komt hij bij. Maar nog helemaal "zoef", zoals de Afghanen zeggen, groggy ...
 De eerste figuur die hij ziet, is zijn vader, die geen minuut van z'n bed is geweken. Nog helemaal suf vraagt hij Régis "Hebt u mijn vader al thee gegeven?"
Wanneer hij wat helderder is, komt de tweede vraag. Hij wil zijn geweer ... om uit te zoeken of hij met zijn linkeroog ook kan mikken.
 Hij staat op. Dan volgt een derde en laatste zin. "Het zal nu niet makkelijk meer zijn om een vrouw te vinden die met me wil trouwen."
Verder niets meer. ...
 
- "Daarnet zei je dat je soms patiënten doorstuurt naar Feyzabad, vergezeld van een opa. Waarom een opa?"
 "Ah ... gewoon omdat opa's heel erg handig zijn.
 Eerst en vooral zijn ze taai, het leger lijft ze niet meer in en niemand verdenkt hen ervan actief te zijn in de weerstand. Zij worden ook steeds naar de stad gestuurd om boodschappen te doen ...
 Je geeft de oude mannen uit het dorp het lijstje van dingen die je nodig hebt en geld, zij lopen onder de neus van de Russen Feyzabad binnen en twee dagen later zijn ze terug met thee, gebak, suiker en snoep."
 
- Op de koop toe komt er nog een patiënt bij. Wat je zelden ziet: de Moedj' die hem brengen, zijn vrolijk.
 Reden van hun plezier: de kerel heeft een kogel in zijn kont. En een kogel in de kont betekent dat hij van de vijand wegliep. De lafaard. Daar lachen de Afghanen hartelijk om.

- "Wij denken altijd aan die arme vrouwen met hun chadri."
 "Heb jij al veel chadri's gezien, sinds je hier bent? Afgezien van degene die ze aantrekken om de grens over te steken?"
 "Niet veel, nee"
 "Chadri's zie je vooral in steden. In een klein dorp hoort iedereen tot dezelfde familie. Daar hoeven vrouwen zich niet te sluieren. En een chadri is duur. Ook als een meisje van het platteland er een zou willen, kan ze hem niet betalen.
 Bovendien is de chadri vrij recent. Hij bestaat nauwelijks honderd jaar, voordien kwamen Afghaanse vrouwen in steden van hun hele leven niet op straat. Ze kwamen het huis niet uit."
 "Meen je dat?"
 "Natuurlijk. In een grote stad mag een vrouw geen contact hebben met onbekenden. Daarom was de chadri een stap vooruit. Hij gaf de vrouwen meer vrijheid. Ze konden eindelijk buitenkomen.
 In ieder geval is de chadri een belachelijk symbool waar te veel waarde aan wordt gehecht. Wat echt belangrijk is voor vrouwen is dat ze toegang krijgen tot gezondheidszorg, opleiding, werk, justitie. Kleren zijn geen prioriteit ..."
 
      
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

vrijdag 11 juli 2025

Emmanuel Guibert (tekeningen en tekst), Didier Lefèvre (foto's) & Frédéric Lemercier (lay-out en inkleuring): De fotograaf: Deel 1

Emmanuel Guibert (tekeningen en tekst), Didier Lefèvre (foto's) & Frédéric Lemercier (lay-out en inkleuring): De fotograaf: Deel 1 (Frankrijk, 2003): 80 blz: Vertaler niet vermeld: Uitgeverij Dupuis

 
 
"De fotograaf" is het verhaal van Didier Lefèvre die in 1986 een reis naar Afghanistan maakte om daar het werk van Artsen zonder grenzen te fotograferen. Afghanistan was op dat moment bezet door de Russen, terwijl er veel verzet was van de islamitische strijders (de Moedjahedien, in het boek aangeduid als de Moedj's). 

Didier trok onder zeer zware omstandigheden met een aantal dokters van Artsen zonder grenzen vanuit Pakistan naar hulpposten in het bezette Afghanistan. De dokters van artsen zonder grenzen waren onpartijdig, ze hielpen niet alleen Afghanen, maar zo nu en dan ook Russische soldaten.

"De fotograaf" is prachtig opgebouwd als een mengvorm van een graphic novel met een fotoreportage. Deze mengvorm ben ik nog nooit eerder tegengekomen en werkt uitstekend. Ik leefde erg mee met Didier en de mensen van artsen zonder grenzen. "De fotograaf" is een prachtige serie van 3 boeken!
 
Citaten:
- Peshawar is prachtig. Een oosterse stad. Kolkend, lawaaierig, vuil ... Een nimmer afnemende verkeersdrukte. Brmmm brmmmm.
 Alles is hier té. De geuren zijn sterk, het lawaai is storend. Wanneer er ergens een massa staat, is die enorm! De middaguren zijn verpletterend. Met westerse kleren houd je het niet uit. Té warm ook.
 Robert en Régis brengen me snel naar een kleermaker.
 Hij neemt m'n maat. Morgen heb ik een complete set nieuwe kleren. 'n broek, een heel lang hemd, een vest, een muts, een sjaal, schoenen. En een patoe, de bekende Afghaanse doek. Een slip wordt hier niet gedragen.
 Omdat ik genoeg kleren zou hebben, maakt hij alles in drie exemplaren. Het kost ook drie keer niks en het heeft nogal wat voordelen. Eén: ik zal me meer op m'n gemak voelen in die losse kleren.
 Twee: ik schik me naar de islamitische gebruiken, want hier zijn kleren lang en ze omhullen het lichaam ...
 Drie: ik val niet meer op in de massa.
 
- De airco doet het niet meer. Enkele minuten later is het binnen al 50 graden warm.
 Over 'n maand zijn we in Afghanistan. Ik hoor nu al weken hoe hard het daar zal zijn. Ik ben negenentwintig en in goede fysieke conditie. Ik heb al heel wat meegemaakt in m'n leven en ik ben geen watje. Ik kan echt wel tegen een stoot.
 En toch ... we moeten vijftien bergtoppen over van méér dan vijfduizend meter ...
 
- Alle leden van AZG hebben tijdens vorige opdrachten een Afghaanse naam gekregen. Juliette is Jamila, Robert heet Malik, Régis werd Walid, Sylvie kreeg de naam Latifa ...
 "Didier moet een naam hebben. Zullen we hem "Shapandoz" noemen?"
 "En dat betekent?"
 "De ruiter."
[Didier krijgt ook een Afghaanse voornaam: Ahmadjan. Dat betekent "Beste Ahmad."]
 
- Nuristani hebben een gewoonte die meteen opvalt: vrouwen werken en mannen voeren geen klap uit. De vrouwen lopen door de velden met manden van tientallen kilo. De mannen zitten naast de weg en kijken toe.
 
- "Heb je daarnet die oude man gezien, met dat kind op z'n rug?"
 "Ik heb ze gefotografeerd."
 "Typisch voor oorlogsgebieden.
 De vaders gaan vechten. Alleen de grootvaders en de vrouwen blijven over om voor de kinderen te zorgen. Maar vrouwen komen zelden buiten en verlaten haast nooit hun dorp, dus wandelen of reizen enkel de grootvaders met de kinderen."
 
De fotograaf vertelt over zijn werk:
- "Er zijn vijf dingen waarop je moet letten: het diafragma, de belichtingstijd, de focus, de gevoeligheid van de film ... en uiteraard je creativiteit met het toestel."
 
- Terwijl de paarden hun kostje kauwen, knagen de mannen op naswar. Ze halen een klein rond doosje boven - zoiets als een pillendoosje - waarvan het deksel als spiegeltje dienstdoet ...
 In dat doosje zit de naswar: een poeder ... een mengeling van tabak, kalk en wat andere dingen. Het poeder wordt in de hand uitgestrooid, met het deksel gecoupeerd en hop! in de mond gegooid, als een handvol nootjes ...
 
- Soms moet ik aan Kuifje denken. Een fenomeen, Kuifje. Je hebt de indruk dat hij hier overal geweest is.
 
      
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

dinsdag 24 juni 2025

Dvd: The Swallows of Kabul

The Swallows of Kabul (Frankrijk, 2019): 81 min: Regisseurs Zabou Breitman & Eléa Gobbé-Mévellec
 
Omslag van 'The swallows of Kabul' 
 
"The Swallows of Kabul" is een Franstalige animatiefilm die getekend is in een stijl die lijkt op die van schilderijen in aquarel. De animaties ogen verbluffend mooi. Misschien vind ik "The Swallows of Kabul" wel de mooist getekende animatiefilm die ik ooit heb gezien.
 
Het verhaal speelt zich af in Kaboel, de hoofdstad van Afghanistan, in 1998 toen de Taliban de macht hadden over het grootste deel van het land. De Taliban waren (en zijn) religieuze fanatici, met geen enkele respect voor de rechten van vrouwen. Vrouwen zijn er om mannen te dienen en te behagen, punt uit.  
 
In "The Swallows of Kabul" spelen twee echtparen de hoofdrol. Je hebt de gevangenisbewaarder Atiq die getrouwd is met Mussarat, die stervende is aan kanker. En je hebt Mohsen, een wat slap overkomende intellectueel die getrouwd is met de opstandige en knappe Zunaira.
 
"The Swallows of Kabul" komt zeker in mijn persoonlijke film top 100. Als je houdt van prachtig tekenwerk met een goed verhaal en je kunt tegen de weergave van deze vrouwonvriendelijke wereld, dan beveel ik deze film van harte aan!
 
Op IMDB krijgt "The Swallows of Kabul" van 2.900 mensen een waardering van 7,5.
 
Het enige minpuntje van de dvd van deze film is dat "The Making of" van deze film Frans gesproken is en niet ondertiteld. Ik kon er weinig van volgen, wel begrijp ik dat ze de animaties hebben gebaseerd op echte acteurs.
 
      
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

donderdag 19 juni 2025

Mario Marino: Children of the World

Mario Marino: Children of the World (Oostenrijk, 2022): 256 blz: Uitgeverij teNeues
 
 
 
De Oostenrijkse fotograaf Mario Marino heeft al veel fotoboeken gepubliceerd en staat vooral bekend als portretfotograaf. Voor zijn boek "Children of the World" heeft hij foto's uitgezocht uit zijn archief van kinderen in zwart-wit. Hij is op veel plekken geweest. Ik heb foto's gezien, gemaakt in: de Verenigde Staten, Cuba, Frankrijk, Mauretanië, Kenia, India, Nepal, Mongolië en vooral heel veel in Cambodja.
 
Veel fotografen doen het fotograferen van kinderen af als niet van belang. Daar ben ik het volstrekt mee oneens. De meeste kinderen zijn nog  erg spontaan en je kunt de meest onverwachte foto's van ze maken. Toen ik nog serieus fotografeerde en reisde, ongeveer van 1988 tot 1994 maakte ik veel foto's van kinderen, vooral in Turkije, Indonesië en Thailand waar overal kinderen te vinden waren op straat.
 
"Children of the World" is een mooi boek met een aantal prachtige foto's van kinderen. Het boek komt zonder meer op mijn lijstje met mijn favoriete fotoboeken. Wat ik wel jammer vind aan het boek, is dat de op zich schaarse bijschriften, zowel in het Duits als in het Engels vermeld staan. TeNeues is een Duitse uitgever en dan zijn bijschriften in het Duits logisch. De teksten zijn ook zo basaal dat iemand die twee jaar Duits gehad heeft op school, ze moeiteloos kan lezen. Los van dit minpuntje vind ik "Children of the World" een erg mooi boek.
 
Voor een paar foto's uit "Children of the World", klik hier.
 
      
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

donderdag 3 april 2025

Dvd: Sporen uit het Oosten

Sporen uit het Oosten (Nederland, 2006): 650 min: Regisseur Rob Hof
 
Sporen uit het Oosten
 
Onbegrijpelijk. Totaal onbegrijpelijk vind ik het dat ik nog nooit eerder gehoord had van de prachtige reisdocumentaire "Sporen uit het Oosten" van regisseur Rob Hof. De serie is ooit uitgezonden op de Nederlandse televisie, maar ik had nog nooit van iemand gehoord dat hij of zij de serie had gezien en ik had er ook nog nooit iets over gelezen. Op het internet is vrijwel niets over de serie te vinden, hij staat te koop op Bol en op IMDB hebben 6 mensen aangegeven de serie gezien te hebben, met een gemiddelde waardering van 6,6. Slechts één persoon heeft de serie met een 8 gewaardeerd. En ik heb nergens een bespreking van de serie kunnen vinden. Blijkbaar ben ik de eerste die het de moeite waard vind om deze serie  te bespreken en dat verbaast mij enorm.
 
"Sporen uit het Oosten" is een 13-delige documentaire over een treinreis die Rob Hof samen met een klein gezelschap in 2006 heeft gemaakt, voornamelijk per trein, vanuit het noorden van Vietnam tot aan Turkije. Hij heeft daarbij 20 landen bezocht: Vietnam, Cambodja, Thailand, Maleisië, Myanmar, Bangladesh, India, Afghanistan, Pakistan, Iran, Syrië, Jordanië, Israël, Turkije, Griekenland, Macedonië, Kosovo, Servië, Kroatië en Slovenië. Per aflevering wordt de reis door één land besproken, India krijgt twee afleveringen en sommige landen krijgen met zijn tweeën een aflevering toebedeeld. De laatste aflevering gaat over de Balkan.
 
Tot mijn dertigste heb ik vrij veel gereisd, daarna door omstandigheden helaas zeer veel minder. Ik heb een enorme verzameling reisverhalen gelezen, veel fotoboeken over verre landen bekeken en ook veel reisprogramma's gezien. Vooral over de vele reisdocumentaires van de VPRO, door mensen als Jelle Brandt Corstius, Ruben Terlou en Adriaan van Dis, ben ik zeer enthousiast. Dat zijn programma's die de diepte in gaan, met presentatoren die de taal van het land spreken en er ontzettend veel over weten. Men kan zeker zeggen dat ik een liefhebber van het genre ben.
 
"Sporen uit het Oosten" gaat misschien minder de diepte in, maar de sfeer van het reizen in Azië, komt dichter bij mijn eigen ervaringen dan in enig ander reisprogramma dat ik ooit heb gezien. De opzet van het programma is geniaal in zijn eenvoud. Rob Hof heeft gekozen voor het reizen per trein. In een treincoupé heb je de maatschappij in het klein. In de bereisde landen reist vrijwel iedereen per trein, er zijn veel minder auto's en autowegen dan wij in het westen gewend zijn. Treinreizen kunnen erg lang duren, tien uur in de trein zitten voor een tocht van 200 tot 300 kilometer is heel normaal.
 
Rob Hof heeft voor de serie een groot aantal mensen geïnterviewd. Hij stelde daarbij steeds  weer dezelfde vragen: wat is de invloed van religie op je leven, wat zijn je grootste angsten en hoe zie je de toekomst? Telkens als iemand geïnterviewd wordt krijg je eerst die persoon te zien, vaak in functie. Vervolgens blijft de tekst van het interview lopen terwijl je beelden te zien krijgt van de treincoupé of van het voorbij suizende landschap of de bebouwing van de stad waar de trein doorheen rijdt. Vervolgens zie je weer een stukje van het interview. Deze afwisseling werkt uitstekend en maakt de serie erg boeiend om naar te kijken. Verder zie je af en toe beelden van de trein die voorbij rijdt in het landschap. Soms is Rob Hof op een andere manier onderweg en krijg je iets te zien van de steden.
 
Waar ik nooit zo bij stil heb gestaan en wat mij opvalt nu ik "Sporen uit het Oosten" in zijn geheel heb gezien, is dat er in zoveel van de bereisde landen na 1945 de nodige conflicten zijn geweest. Je had de Vietnamoorlog, Pol Pot in Cambodja, een 40 jaar durende militaire regering in Myanmar, de problemen met de onafhankelijkheid van Brits India en de verdeling in India en Pakistan en later Pakistan en Bangladesh, de Russische bezetting van Afghanistan en de Taliban, de Iraanse revolutie, Israël met de voortdurende spanningen tussen de joden en de Palestijnen en natuurlijk de oorlog in voormalig Joegoslavië. Het is nogal wat om over te horen in één documentaire.
 
Ik vind "Sporen uit het Oosten" het mooiste reisprogramma dat ik ooit heb gezien en het komt hoog in mijn film top 100!
 
Op IMDB krijgt "Sporen uit het Oosten" van slechts 6 mensen een waardering van 6,6.
 
  
 
Reacties op dit blog zijn meer  dan welkom.

zaterdag 23 november 2024

Lieve Joris: Op de vleugels van de draak

Lieve Joris: Op de vleugels van de draak: reizen tussen Afrika en China (België, 2013): 318 blz: Uitgeverij Augustus
 

 
Afrika is een beetje een verloren continent. Terwijl overal in de wereld sprake is van een economische groei, worden de landen in Afrika al sinds de jaren 80 jaar na jaar armer.
 
Lieve Joris heeft veel gereisd door Afrika, met name door de republiek Congo (het voormalige Zaïre). In eerste instantie ging ze op zoek naar het land waar haar oudoom als missionaris heeft gewoond. Geleidelijk ging ze houden van het land en zijn bewoners.
 
In "Op de vleugels van de draak" bekijkt Lieve Joris hoe de relatie is tussen de verschillende Afrikaanse landen en China. Terwijl de westerse landen steeds minder zaken lijken te doen in Afrika springen de Chinezen in het gat in de markt dat is ontstaan. Overal in Afrika zorgen de Chinezen voor de infrastructuur, ze kopen op grote schaal grondstoffen en openen winkeltjes.
 
In het begin van het boek is Lieve Joris in Dubai. Daar ontmoet ze een aantal Afrikanen die hier inkopen doen, winkels hebben en vervolgens ook naar China reizen. Lieve Joris besluit om een Afrikaan naar China te volgen en te kijken hoe de relatie is tussen de Afrikanen en de Chinezen.
 
Zoals in al haar boeken is Lieve Joris zeer betrokken bij de mensen die ze ontmoet. Ze logeert bij mensen thuis, sluit vriendschappen en volgt hen overal. Zodoende ontstaat een genuanceerd beeld. Opnieuw een prachtig boek!
 
Citaten:
- De man van de zaagmachine belt weer. Tijdens Alberts laatste bezoek aan Kisangani gaf die hem een diamant mee om in Dubai te verkopen. Met een deel van de opbrengst kocht Albert een elektrische zaag, de rest van het geld bewaarde hij. De man kondigt aan dat een bevriende commerçant op weg is naar Dubai; Albert mag hem het resterende bedrag geven, zodat die het ter plaatse kan besteden.
 "En hoe krijgt hij zijn geld dan terug?"
 "Dat heeft zijn vriend hem net gegeven. Daarom krijgt die straks cash van mij." Alles werkt in Dubai op deze manier, zegt hij, doorgaans komt er geen bank aan te pas. Hawala - ook Sachin en Vishal maken gebruik van dit informele transactiesysteem. Er gaan miljoenen in om, zal ik leren, waaronder veel zwart geld. De Verenigde Staten zijn er beducht voor, want ook Al Qaida doet betalingen via hawala.
 
- In een lift kwam Albert onlangs een Ugandese vrouw tegen die zijn telefoonnummer vroeg en hem het hare wilde geven. Eerst weigerde hij, maar vervolgens gaf hij het toch. Toen ze hem belde, vroeg hij haar naar de winkel van de Duseja's te komen en sprak haar streng toe. "Het leven dat je leidt is niet goed," zei hij, "ik ben een predikant en ..." "Maar dat is geen probleem," riep ze, "ik heb een heleboel klanten die predikant zijn!"
 
- 's Ochtends neem ik de taxi naar het oude centrum van de stad. De chauffeurs komen veelal uit Bangladesh of Pakistan, hun Engels is net goed genoeg om me naar mijn bestemming te brengen. Nu en dan maken we een praatje. "Hoe is het leven hier?" vraag ik aan een Afghaan die nors door de straten stuurt. "Money good, life no good," zegt hij.
 
- ... "Regent het in België ook?" vraagt Anne. Dubai is haar eerste niet-Afrikaanse bestemming, ik heb al eerder ondervonden dat zij niets over het land van haar vroegere kolonisator weet. Verbouwen wij pinda's en avocado's, wonen dorpelingen bij ons in hutten? Dat zijn de vragen die ze me de afgelopen dagen stelde.

- Op het plein voor de Olifantgalerij zit een dikke man op een krukje te praten, een blikje Heineken in de hand. Al onttrekt een zwart petje zijn gezicht deels aan mijn oog, zijn profiel is me bekend, evenals de gebaren waarmee hij zijn betoog kracht bijzet. In enkele passen ben ik bij hem. "Dédé?"
 Hij kijkt me verbaasd aan. "Hoe kom jij hier." En dan: "Jij volgt me tot op de maan!"
 We zijn elkaar jaren geleden ook al eens tegen het lijf gelopen op een terras in Uganda's hoofdstad Kampala. Zijn broer Guy en hun vrouwen Zaytoun en Rashida zijn er ook en plotseling is het alsof ik in deze stad familie heb. De Lusangi's nog wel, die in Congo behalve een busmaatschappij, restaurants en hotels ook palmolieplantages beheren - die tout-terrain zijn, zoals de Congolezen het noemen.
 
- Guangzhou staat bekend om zijn fixatie op verse gerechten; tijdens een etentje met een Chinese kennis kieperde de ober voor mijn ogen een partij springlevende sardientjes in een kom kokende rijstepap.

- In het zuiden van China draait volgens Abu alles om geld en sinds de toestroom van Afrikanen doen bedrijven hun uiterste best hen te lokken. Op de Huanshi Zhongstraat werden eens flyers uitgedeeld voor een beurs in Shantou, 450 kilometer ten oosten van Guangzhou. De bus ernaartoe, het hotel, het eten - alles was gratis. "De autoriteiten van Shantou waren geschokt door het gebrek aan etiquette van de Afrikanen die op het buitenkansje waren afgekomen: ze gristen de gerechten van het buffet en stopten eten in hun tas. Maar de lokale bevolking was verrukt, die dacht dat een bus vol Amerikaanse basketbalspelers was gearriveerd en stond in de rij om hun handtekening te vragen."

- " ... Tot voor kort dachten Afrikanen bij een fabriek aan Duitse gevaartes, waar je een gebouw van drie etages omheen moest bouwen. Die mythe is ontmaskerd: tegenwoordig kan je een fabriek runnen met tien mensen. Een drukkerij, dat zijn drie machines. Voor 5.000 dollar installeer je in je garage een machine om sap te maken, thee in te pakken of mobiele telefoons in elkaar te zetten. "
 
- De Chinezen leggen wegen aan in het Rwandese binnenland. "Onderweg zien ze weleens een hond lopen," vertelt Albert. "Tot voor kort pakten ze die op, stopten hem in hun vrachtwagen, aten hem 's avonds in hun compound op en lieten de botten slingeren. Wij moesten hun uitleggen dat zij zich daardoor de vijandigheid van de bevolking op de hals halen, want een hond in Rwanda is een bewaker. Als je die doodt, vrezen mensen dat zij daarna zelf aan de beurt zijn."
 
- Het is prettig te praten met een Afrikaan die van zoveel inzicht getuigt in wat China voor Afrika kan betekenen en zich tegelijkertijd zo goed bewust is van de valkuilen. "Chinezen vragen mij voortdurend of ik misschien de zoon of de neef van de Rwandese president ben," zegt Albert. "Hoe kan ik anders op mijn jonge leeftijd al zo'n hoge functie hebben? Ik antwoord steevast: "Als ik de zoon of de neef van de Rwandese president was, zou ik niet in China hebben gestudeerd, maar in de Verenigde Staten of in Europa, zoals de kinderen van jullie elite. Dan zou ik nu niet hier zijn, maar daar."" Hij kijkt me aan met dat slimme lachje van hem. "Reken maar dat ze dan hun mond houden."
 
- Een Chinese student kwam eens naar hem toe en zei: "Het spijt me je dit te moeten vragen, maar klopt het dat jullie in Afrika in bomen leven en alleen kleren aantrekken om hiernaartoe te komen?" Zo iemand neemt Franck te grazen. "Jazeker leven wij in bomen," antwoordde hij, "en je weet toch dat China een ambassade heeft in Rwanda? Wel, de Chinese ambassadeur woont drie bomen bij ons vandaan."
 
- Na Xiangtan en Changsha begin ik een idee te krijgen van hoe middelgrote steden in het Chinese binnenland eruitzien. Jinhua is niet anders: brede boulevards met lawaaierig verkeer, karakterloze flats, hotels met grote entrees, supermarkten met schreeuwerige reclames. Hier en daar een stuk braakliggend land waarop grijpkranen gretig het roodbruine zand afgraven, want de bouwwoede gaat onverminderd verder.
 
- Het is aangenaam tegenover Guo Dong te zitten, stapels boeken over Afrikaanse kunst binnen handbereik. De Chinezen hebben alles, zegt hij: geld, luxe, en toch zijn ze niet gelukkig. In Afrika wordt er altijd gelachen, al hebben de mensen niets. "En de lucht is er schoon. God slaapt elke nacht in Uganda, want daar is het paradijs." Die uitdrukking ken ik uit Rwanda - alleen zeggen ze daar dat God elke nacht in Rwanda slaapt.

- "Hebben jullie het later nog over zijn vaders dood gehad?"
 "Nee, nee, hij praat er niet graag over."
 "Het was het eerste waarover hij mij vertelde toen we elkaar ontmoetten."
 "Dat komt omdat jullie treinconversaties voeren?"
 "Hè?"
 "Zo noemde een journalist het ooit. Hij ging conversaties aan met treinpassagiers en werd geen enkele keer afgewezen omdat mensen ervan uitgingen dat ze hem nooit meer zouden zien."
 Dat is wat ik doe: treinconversaties voeren. Alleen duren die soms jarenlang.

- Hij kopieert de afbeelding op mijn stick alsof het een kostbaar cadeau is, waarna ik hem de geheugenkaart van mijn camera geef om de foto's te kopiëren die ik op de Expo van hem maakte. Hij slaat ze op onder de naam Liwu, zoals hij me is gaan noemen.
 "Betekent dat iets?"
 "Ja: Geschenk."
 Vroeg of laat, heb ik gehoord, geeft iemand in China je een naam.
 "Het is een mooie naam," zegt hij, "hou die maar."

- Ik heb aangeboden de boodschappen te betalen en in de supermarkt laadt Eureka kip, olie, tomatensaus, groente en fruit in zijn karretje. "Ho, ho," protesteer ik als hij een pak bloem van vijf kilo uit de rekken haalt, "waarom zoveel? We zijn maar met z'n vieren." Schuldbewust bekent hij van de gelegenheid gebruik te willen maken een voorraadje aan te leggen.

- Op zijn tiende toog hij met zijn vader naar de markt in een dorp verderop en kocht een blik melkpoeder waarmee hij thuis langs de deuren ging. Hij verkocht het poeder per plastic lepeltje: voorzichtig kieperde hij een lepeltje in de handpalm van zijn klanten, die het poeder oplikten en erop zogen alsof het een snoepje was. 10 CFA kostte het. Vaak vonden ze het zo lekker dat ze nog een lepeltje wilden. Zelf at Cheikhna er tussendoor ook een beetje van. Toen het blik leeg was, had hij tweeënhalf keer zoveel geld als hij ervoor betaald had.

- De laatste vijftien jaar vliegt Makam niet meer. "Eén reis zou ik nog willen maken," zegt hij, "terug naar Mali. Een moslim moet begraven worden op de plaats waar hij sterft, en ik wil niet in vreemde aarde liggen. Maar dan zou ik mijn huis moeten verkopen en waar moeten mijn kinderen en kleinkinderen dan wonen?"

  
 
Reacties op dit blog zijn meer  dan welkom.

vrijdag 11 oktober 2024

Carolijn Visser: Selma

Carolijn Visser: Selma (Nederland, 2016): 284 blz: Uitgeverij Augustus


 
In 2008 ontmoette Carolijn Visser Greta en Tseng Y Tsao (Dop) tijdens de pauze van een lezing die ze gaf in Castricum. Greta en Dop vertelden over hun Nederlandse moeder Selma, die in 1950 had besloten met hun vader mee te gaan naar China. Gedurende de jaren die volgden leerde Carolijn Visser broer en zus Tsao beter kennen.

In 2012 gaven zij Carolijn de brieven ter inzage die hun moeder vanuit China naar hun grootvader in Nederland had geschreven. Deze brieven vormen de basis van het boek "Selma" samen met de verhalen van haar kinderen Greta en Dop.

Het boek begint in 1966 als Selma na een lange reis naar Nederland terugkeert naar Peking. Ze merkt hoe de situatie verslechterd is.

Selma was geboren in 1921 en heeft tijdens de Tweede Wereldoorlog samen met haar vader Max Vos ondergedoken gezeten. Haar vader hertrouwde met de vrouw bij wie hij ondergedoken was.

Na de oorlog gaat Selma in Cambridge studeren en daar ontmoet ze de Chinees Chang Tsao. Ze krijgen 2 kinderen: de oudste, een zoon, heet Dop en de jongste, een dochter, Greta. Ze emigreren naar Hong Kong en later naar China waar Chang Tsao een belangrijke partijfunctionaris is.

Het verhaal van Selma en haar gezin wordt verteld vanaf 1957 tot aan haar dood in 1968, met een korte epiloog over haar kinderen die in 1974 naar Nederland verhuisden.

Selma was de enige Nederlandse vrouw die tijdens de grote gebeurtenissen in China zoals de grote sprong voorwaarts (1960-1962) en de culturele revolutie (1966-1974) in Peking leefde. Aanvankelijk hebben ze het redelijk goed, mede door de vooraanstaande positie van Chang en haar buitenlandse afkomst. Later wordt het steeds minder totdat ze vanaf 1966 allerlei vernederingen moesten ondergaan en Selma en Chang kort na elkaar stierven.

Ik vind "Selma" een absoluut hoogtepunt in het oeuvre van Carolijn Visser. Het boek is met veel empathie voor de hoofdpersonen geschreven, het leest erg prettig en er is gedegen onderzoek voor het boek verricht. Vooral het gewone dagelijks leven is mooi beschreven. Een van de allermooiste boeken uit het Nederlands taalgebied die ik ken! "Selma" kan zich zonder meer meten met andere klassiekers over China zoals Jung Changs "Wilde zwanen" en het boek van Li Zhisu "Het privé-leven van voorzitter Mao".

Een aantal citaten:
- Als Selma thuiskwam, werd ze op de verschillende binnenplaatsen beleefd gegroet, maar niemand kwam zomaar langs voor een praatje of vroeg haar op de thee.

- In de zomer van 1956 had Mao Zedong intellectuelen en studenten opgeroepen de Communistische Partij te bekritiseren in een poging hen meer bij het landsbestuur te betrekken. "Laat Honderd Bloemen Bloeien" heette de campagne. Er kwam echter zoveel kritiek los, dat Mao het als een aanval op de partij ging zien. Wie zich had uitgesproken, werd gestraft. In 1957 werd een half miljoen mannen en vrouwen gevangengezet of verbannen naar afgelegen gebieden, soms voor een periode van wel twintig jaar. ... Elk bedrijf, elke instelling of instantie werd geacht ongeveer 5 procent van zijn werknemers als schuldigen te ontmaskeren. Zij konden zich hiertegen niet verweren, verloren hun baan, hun woning, hun verblijfsvergunning voor de stad Peking en werden op het platteland tewerkgesteld. Altijd zou het verschrikkelijke stigma "rechts element" in hun dossier blijven staan en hun gezinnen werden samen met hen in het ongeluk gestort.

- Selma mocht deze buitenlanders niet. Ze vond hen te extreem in hun politieke overtuigingen. Onder buitenlandse vrienden die ze vertrouwde noemde ze hen de "200 percenters".

- Selma vertelde over het taleninstituut. In haar lessen mocht ze alleen exacte Engelse vertalingen van Chinese politieke teksten gebruiken. Straks spraken haar studenten een onbegrijpelijk soort Engels, voorspelde ze, maar als ze iets in die richting zei, werd haar de mond gesnoerd door Chinese collega's of haar eigen studenten. Volgens hen moest een buitenlandse taal een "bruikbaar gereedschap in de klassenstrijd" zijn. Allemaal goed en wel, vond Selma, maar het belangrijkste was toch wel dat de mensen begrepen waar je het over had.

- Selma vroeg haar vader om leerboekjes Engels op te sturen. "Hier is ook wel materiaal maar dat begint met: "I love Chairman Mao". En gaat verder met: "I want to build the revolution." Terwijl ik het daar wel mee eens ben, wil ik toch liever dat mijn kinderen in Engeland een kopje thee kunnen bestellen."

- Jiang Qing en haar getrouwen gebruikten het moment om een "socialistische zuivering van de kunst" te ontketenen. Schrijvers en kunstenaars moesten voortaan putten uit de wereld van arbeiders en boeren en niet meer uit het "feodale" verleden. De Chinese klassieken over keizers en krijgsheren hadden een verderfelijke invloed. De Culturele Revolutie moest daar iets aan doen.

- Onder leiding van Lin Piao was het Rode Boekje samengesteld, een bundeling van citaten van Mao. Het was sinds kort gebruikelijk om het altijd bij je te hebben en zichtbaar een hoek uit je broekzak te laten steken.

- De docent werd geslagen, Sterke jongens trokken de armen van het slachtoffer naar achteren en duwden het hoofd naar beneden. De "vliegtuigpositie" werd dat genoemd.

- Het grootste probleem voor Dop was niet eens dat hij bijna nooit een krant in handen kreeg, want wat er werkelijk gebeurde stond daar zelden in. Voor het echte nieuws moest je in Peking zijn. Je moest bij vrienden en kennissen langsgaan, luisteren naar hun geruchten en daaruit zelf verschillende mogelijke scenario's samenstellen.
 
Ik heb mijn bespreking uit 2016 hier ongewijzigd overgenomen.
 
  
 
Reacties op dit blog zijn meer  dan welkom.
 

vrijdag 4 oktober 2024

Carolijn Visser: Shanghai Skyline

Carolijn Visser: Shanghai Skyline (Nederland, 2008): 250 blz: Uitgeverij Augustus
 

 
Carolijn Visser is gedurende haar reizen over de wereld in vele landen geweest, maar China is toch wel het land waar ze het meest over heeft geschreven. Na "Grijs China" en "Buigend bamboe" is "Shanghai Skyline" het derde boek van Carolijn over een reis door China. Ik vind dit nieuwe boek duidelijk het meest interessante boek van die drie en tegelijkertijd het meest interessante boek dat ik ken over een reis door China. Warm aanbevolen!
 
Citaten:
- Op een spoor naast ons haalde een trein ons in, en verdween meteen in de verte. "Driehonderd kilometer per uur," lichtte meneer Guo toe. "Ahh!" reageerde ik bewonderend, maar dat was niet wat hij beoogde. "Van de luchthaven naar de stad kost vijftig yuan! Veel te duur!" stelde hij misnoegd vast. We kenden elkaar nog geen tien minuten en meneer Guo waakte al over mijn uitgaven alsof we oude vrienden waren. Ik had vaker Chinezen ontmoet die zo deden. Ze zagen het leven als een barre reis. Je mocht je bij hen aansluiten en samen optrekken tegen de rest van de wereld, die vol oplichters, hindernissen en valkuilen was.

- Het had altijd iets beklemmends gehad bij Chinezen thuis te komen. Met je aanwezigheid bracht je hen in gevaar ...

- Van vorige reizen wist ik nog hoe moeilijk het in China was om op het juiste moment, op de juiste wijze, het juiste cadeau te geven.

- "Hoe weet je nou of iemand de ware is?" wilde Elizabeth weten. "Dat kun je niet weten," antwoordde ik. "Soms zijn mensen twintig jaar samen en lijkt het alsof alles goed is en dan opeens gaan ze scheiden en vervloeken ze de dag dat ze elkaar ontmoet hebben. Je weet het pas op het eind." Elizabeth knikte bedachtzaam. Ze had liever een eenduidig antwoord gehad, vermoedde ik.

- In China heeft een mens familieleden nodig om zich te behoeden voor het noodlot, was haar boodschap, omdat niemand anders dat zal doen. "Een man die ik ken kreeg een acute blindedarmontsteking in een afgelegen stad. Hij wist een ziekenhuis te vinden maar moest vooruitbetalen voor de operatie en dat geld had hij gewoon niet bij zich." "En toen?" "Je weet hoe het dan gaat: niemand verroert een vin, alles stagneert. Uiteindelijk heeft hij zich halfdood naar een internationale pinautomaat laten rijden. Je moet in zo'n geval iemand hebben die alles laat vallen en naar je toe komt."

- In China heerst een intimiderende sfeer, beaamde ik. Daarom voelde ik me altijd opgelucht als ik het land weer verliet. Maar het was voor het eerst dat ik een "overzeese" Chinees als Sung ontmoette die zich zo kritisch uitliet over het moederland.

- Weer boven de grond staken we een drukke weg over. "Ik voel me veilig naast jou," zei Sung. "Iemand die eruitziet als een buitenlander rijden ze niet zomaar omver, dat geeft te veel gedoe. Als ik alleen ben moet ik echt enorm goed uitkijken. Een dode Chinees is geen ramp. Er zijn er toch zoveel."

- Meneer Xu wilde niet als kunstenaar te boek komen staan. Zijn generatie had geleerd dat het met dat soort mensen slecht afliep. Expressie, individualiteit, een eigen mening, waren begrippen die een lichte paniek deden verschijnen op meneer Xu's gezicht.

- De afgelopen jaren had ik vaak het gevoel gehad dat ik overspoeld werd door Chinese handdoeken, pannen, sokken, broeken en fietsen, of ik nu in Europa was, in Latijns-Amerika of in Laos. Nu pas realiseerde ik me wat de Chinezen zich voor de productie daarvan hadden moeten ontzeggen.

- De grootvader van Holly hield haar in die tijd van schaarste ook voor dat een mens niet veel nodig heeft. "Geluk is iets wat binnen in je zit." Maar in het huidige China werd daar anders over gedacht. "Het gaat nu alleen maar om Gezicht," mopperde Holly. Succesvolle Chinezen kleedden zich in bekende merken en aten in restaurants waar een maaltijd het maandsalaris van een arbeider kostte. "Omdat we vroeger allemaal zo arm waren," vergoelijkte Holly, "is het duurste nu nog niet goed genoeg. Het enige wat mensen kunnen bedenken is een Groot Gezicht." Dat kreeg je als je kostbare Rolex-horloges droeg of Armani-pakjes en handenvol geld uitgaf in dure restaurants.

- "Als kind droomde ik ervan ooit een heel ei te mogen eten," bekende de journaliste, maar haar ouders, ingenieurs, konden zich dat in die tijd niet veroorloven.

- Toen ik voor het eerst in China kwam was ik geschokt door wat ik zag: boeren gekleed in vodden die hersteld waren met tientallen opgenaaide lapjes, hongerige horden kinderen, een lamgeslagen economie. Mensen vertelden over jaren van verbanning, ontberingen en mishandeling tijdens de Culturele Revolutie, toen nog maar een paar jaar voorbij. De schade werd nu in razend tempo ingehaald. We zouden blij moeten zijn voor de Chinezen en dat was ik ook, maar ik wilde ook graag iets anders zien dan bouwputten.

- "En op politiek gebied," ging meneer Wang verder met een gewichtiger klinkende stem, "willen we een verantwoorde rol in de wereld spelen op het gebied van de vrede." Daarmee bedoelde hij, veronderstelde ik, dat China zich militair wilde kunnen meten met de grote wereldmachten, want wie kan beslissen over vrede, kan ook beslissen over oorlog.

- Meneer Zhao liet me de kopieën zien die hij gemaakt had van Schotmans boeken. ... "... en volgens mij beschrijft deze man wat hij zag, wie hij ontmoette en wat er gebeurde." Ik begreep niet waar hij op doelde. "Chinezen in die tijd deden dat niet," verduidelijkte meneer Zhao. "Die schreven over het gevoel dat ze hadden als ze ergens naar keken." "Bloemrijke woorden," was me nu duidelijk, "in de trant van; kraanvogels vliegen over het water, pijn doorboort mijn hart. Geen feiten." Meneer Zhao knikte ...

- "Was Deng Xiaoping een goede leider of een slechte leider?" vroeg ik. Meneer Zhao Ming verzuchtte uit de grond van zijn hart: "Zonder Deng Xiaoping was ik niemand. Zonder hem had ik nooit Engels kunnen leren. Zonder hem zat ik nu thuis met de deuren dicht."

- Ondernemingen verliepen volgens Clissold meestal als volgt: Er wordt een overeenkomst gesloten tussen een buitenlandse en een Chinese partner. De buitenlander levert investeringen, kennis en technici, de Chinees brengt mankracht in, land of gebouwen. De westerse investeerder komt na enkele maanden over en ziet: de fabriek, die hij zich vol machines had voorgesteld, is leeg. En het geld is op. Alles heeft tegengezeten, wordt hem verteld. Vergunningen zijn nog niet rond, de lokale autoriteiten stellen nieuwe eisen, de buitenlander krijgt het gevoel dat hij in drijfzand is gestapt. En wat blijkt dan: In een volgend dorp is een concurrerende fabriek gekomen. In hallen staat splinternieuwe apparatuur opgesteld. De eigenaar is degene met wie de westerse investeerder een contract heeft gesloten, maar dat is onmogelijk te bewijzen, want er zijn ook vele andere bij betrokken, zoals plaatselijke autoriteiten.

- " ... Maar het is tijdens de les verboden over geloof te spreken. Punt uit."Vreemd was dat wel, vond Don, want wie iets van de westerse literatuur wil begrijpen, moet enige kennis hebben van het christendom. "Dat zei ik tegen een Chinese collega van ons. Oké, reageerde ze, leg het me dan maar uit. Ik zei: Hoeveel tijd heb je? Een dag? Een week? Ze dacht dat ik het wel in een paar minuten kon uitleggen."

- Niets was vanzelfsprekend, hadden de Amerikanen geleerd in China. Alles moest worden uitgelegd. "Loop ik over de campus met een paar studenten," vertelde Don. "Ik groet de veger die ik elke dag een paar keer tegenkom. Zegt een van de studentes: "Tegen die man hoef je niet aardig te zijn, hij is maar een veger." "Nee, dat is inderdaad niet verplicht. Tegen jou hoef ik ook niet aardig te zijn. Maar ik ben het toch," reageerde ik."

- Die anekdote stelde mij gerust. Ik schatte hem begin veertig, en toen ik zijn hand schudde, vroeg ik mij even af, zoals altijd wanneer ik Chinezen van rond die leeftijd ontmoet, of hij wellicht een Rode Gardist was tijdens de Culturele Revolutie. Iemand die met het Rode Boekje in de hand leraren mishandelde of buren aangaf.

- "Zijn er ook rijke katholieken?" vroeg ik; de katholieken die ik in Shanxi ontmoet had, leken geen van allen over een hoog inkomen te beschikken. Pastoor Meng schudde beslist het hoofd. "Wie veel geld wil verdienen moet politiek bedrijven, connecties hebben, omkopen. Dat is een ander leven, een andere weg. Wij katholieken wijden ons aan ons geloof en daar word je niet rijk van."

- "En de jonge mensen in jouw land?" informeerde de vader belangstellend verder. "Waar geloven die in?" "Die zijn vooral individualistisch ingesteld," antwoordde ik. De vader knikte alsof hij zoiets wel had verwacht. "Ze geloven niet in de geest van de natie?" informeerde hij zorgelijk. "Nee," durfde ik wel te stellen. De chauffeur kwam me te hulp. "Als ze maar onderwijs volgen," zei hij, "dan komt het wel goed." "Ja," beaamde ik, "maar het probleem is dat velen hun opleiding niet afmaken en de school zonder diploma verlaten." Iedereen zoog ontzet de adem in. "Wat een schande voor hun familie!" zei Luke geschokt. De vader keek alleen maar bedroefd voor zich uit.

De slotzinnen uit het boek:
- In gedachten noteerde ik mijn verplichtingen jegens iedereen die ik gedurende dit verblijf ontmoet had. Wat kon ik doen voor wie? Op wie kon ik in de toekomst weer een beroep doen? Net als alle Chinezen moest ik nu een sociale boekhouding bijhouden.

  
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

dinsdag 24 september 2024

Carolijn Visser: Tibetaanse perziken

Carolijn Visser: Tibetaanse perziken (Nederland, 2003): 300 blz: Uitgeverij Augustus

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Ik kreeg in 2003 voor mijn 37e verjaardag "Tibetaanse perziken" cadeau. Ik las het enige tijd later voor de eerste keer. In 2016 las ik het opnieuw en schreef ik een bespreking voor mijn blog. Nu heb ik het voor de derde keer gelezen en mijn bespreking uit 2016 vrijwel ongewijzigd overgenomen.
 
Vanaf 2000 tot 2002 maakte Carolijn Visser 3 reizen naar Tibet.

In haar jeugd had Carolijn Visser gelezen over de Zeeuwse wereldreiziger Samuel van der Putte die in 1730 in Tibet was geweest. Van hem was bijna niets bewaard gebleven behalve een getekend landkaartje waarop een gebied ten oosten van Lhasa staat.

Tijdens een tocht naar een klooster ontmoet Carolijn een Tibetaanse: Dolma. In eerste instantie is Carolijn huiverig om contact te leggen (Iedereen kan een spion voor de Chinezen zijn), maar als zij even later op huisbezoek gaat bij Dolma sluiten de twee vrouwen al snel vriendschap. Samen met Dolma verkent ze Lhasa, ze komt onder meer in een discotheek terecht.

Dolma heeft ook Thomas ontmoet: een Duitse jongen van 28 die vloeiend Tibetaans spreekt. Samen met deze Thomas maakt Carolijn een reis naar het oosten van Tibet.

Op een volgende tocht reist Carolijn naar India af waar ze een klooster bezoekt waar de broer van Dolma zou wonen. Ook bezoekt ze Dharamsala, de residentie van de Dalai Lama, en brengt ze een bezoek aan een Tibetaans hotel in New Delhi.

Vervolgens maakt Carolijn met Dolma een reis naar China, naar Chengdu, naar een klooster. Aan het einde van het boek bezoekt ze ook nog een Chinese boeddhiste in Peking.

Enige citaten:

- Een jonge vrouw in spijkerbroek bleef voor me stilstaan. "Where are you from?" vroeg ze. Ik schrok ervan. Deze ochtend hadden verschillende Tibetanen me vriendelijk toegeknikt, maar niemand, kreeg ik de indruk, sprak een woord Engels. "My name is Dolma," vervolgde ze vriendelijk lachend.

- Gedurende de weken dat Thomas hier logeerde had hij tientallen verschillende kamergenoten gehad: Japanners, Nederlanders, Amerikanen. Na een paar dagen vertrokken ze meestal weer, hij bleef. "Lhasa voldoet niet aan hun verwachtingen," constateerde hij. "Ze komen met een romantisch idee in hun hoofd en willen onbedorven Tibetanen ontmoeten die de hele dag bidden en in nomadententen wonen. Als ze een monnik zien met een mobiele telefoon zijn ze teleurgesteld. "

- "Wat vindt Tsering Wonden van het weer?" riep ik. Thomas haalde zijn schouders op; geen vraag die hij wilde vertalen, begreep ik. "Tibetanen hebben geen mening over het weer," riep hij terug. "Het weer is er gewoon."

-  Ik vroeg welk dier hij het meest waardeerde: het paard of de jak. Tsering Dzamdul vond het moeilijk te kiezen. "Ze zijn allebei heel belangrijk voor ons, het ligt eraan wat je wilt doen." "Jaks gedragen zich erg schrikachtig," zei ik. "Het lijken mij lastige dieren." Dat was Tsering Dzamdul helemaal niet met me eens. "Ze hebben een erg goed hart," zei hij beslist. "Je moet alleen niet proberen om met één jak op stap te gaan." "Hoezo niet?" vroeg ik verbaasd. "Een jak wil niets alleen doen. Je moet er minstens twee bij elkaar hebben, anders verzetten ze geen stap." "Merkwaardig," zei ik. "Helemaal niet," verdedigde Tsering Dzamdul zijn dieren. "Ze houden van gezelschap, zo zijn ze nu eenmaal."

- Fred zocht een nieuwe cd uit en draaide het volume hoger: Bruce Springsteen. "Niet slecht." Hij zette een fles Qingtao voor me neer en begon een Samson-shagje te draaien. "Gisteren en vandaag een paar groepen die lange rondreizen hadden gemaakt. Tempelmoe zijn ze dan. En de noedelsoep komt ze de neus uit. Dus dan willen ze hier bijkomen met Cubaanse muziek en kipsaté met pindasaus."

- De beoefenaars van het boeddhisme interesseerden mij, de leer zelf niet zozeer. Het was als met goudzoekers: goud kon mij niet in vervoering brengen, wel de mensen die er koortsachtig naar zoeken.

- "Wij hebben de wereld drie dingen te bieden. Onze vorm van boeddhisme, Tibetaanse kunst en Tibetaanse medicijnen. Dat zijn de drie aspecten van onze cultuur waar buiten ons eigen land vraag naar is."

Carolijn Visser schrijft in onnadrukkelijk proza dat prachtig leest. Ik durf wel te stellen dat ik haar de beste schrijver in het Nederlands vind. Ze is erg ondernemend, gaat voor niemand uit de weg, stelt de juiste vragen en heeft het vermogen om vriendschap te sluiten met vrouwen uit verschillende vreemde culturen. Kortom, het is een genot om haar te lezen en dit boek beschouw ik als een van de hoogtepunten uit haar oeuvre. Warm aanbevolen!

  
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.