Carolijn Visser: Verre reizen: Verhalen uit de werkelijkheid (Nederland, 1989): 175 blz: Uitgeverij Meulenhoff
In
"Verre reizen" staan een aantal verhalen over mensen die Carolijn
Visser heeft ontmoet in China, Japan, Malawi, Nicaragua en Armenië.
Zoals altijd bij Carolijn Visser zijn de verhalen erg onderhoudend en
lezen ze prettig.
Citaten:
- Ik bezocht China voor de vijfde keer en weer waren de veranderingen die ik zag bijna te groot om te bevatten. Het land bevindt zich in zo'n enorm snelle omwenteling, als je na een paar maanden ergens terugkeert lijkt er wel een nieuw decor neergezet. Hele straten zijn in de tussentijd afgebroken, torenflats gebouwd, fabrieken geopend, wegen op palen omgelegd.
- Inmiddels was ons gezelschap behoorlijk aangezwollen, met z'n allen pasten we net in de woonkamer. "Nu krijgen we milk-tea," zei Lilly, "Mongolian style." In grote kroezen werd zwarte thee geschonken, daar werden vette boter en gierstkorrels bijgedaan, het drankje smaakte erg zout. "Dit is wat wij drinken op de graslanden," riepen de twee kunstenaars vrolijk.
- Ik was voor het eerst in Amsterdam, voor het eerst in een Chinese toko. Iets later at ik een kom noedels in een donker restaurant op de Zeedijk, vier Chinese mannen zaten aan een tafel bij een vuil raam iets te bekonkelen. Daarna heb ik er altijd van gedroomd naar China te gaan. Dat moest zoiets zijn, stelde ik mij voor, als een veelvoud van die prachtige winkel, van dat geheimzinnige restaurant.
-
In Hongkong wordt er geen aandacht geschonken aan de buitenlandse
bezoeker, je mag gaan en staan waar je wilt. Er zijn geen speciale
hotels voor mensen met ronde ogen zoals in Kanton, Shanghai en Peking.
De bezoeker die het kan betalen neemt een suite en laat zich rondrijden
in een Rolls Royce. Wie weinig geld heeft kan een kamer krijgen in een
gribus met uitzicht op een spelonk.
Carolijn krijgt een lift van een Japanner:
-
"I am salaryman," zei hij, alsof dat niet overduidelijk was. Hij deed
de radio aan en er kwam een liedje van Dire Straits uit de luidsprekers.
"You like?" vroeg Junji vriendelijk. Ik knikte enthousiast, want ik had
al lang geen vertrouwde muziek gehoord. "Which country?" wilde hij toen
weten. Zijn ogen lichtten op toen ik zei dat ik uit Nederland kwam.
"Holland many Marianne," zei hij. Eerst begreep ik hem niet. Langzaam
zei hij toen. "Mariuhana. You smoke?" Ik was verbaasd. Junji was geen
doorsnee Japanner. "It is nice to be high," zei hij ...
Carolijn werkt als animeermeisje in een bar in Tokio:
-
Tientallen keren hoor ik mezelf antwoord geven op de vragen wat het
doel van mijn verblijf in Japan is, hoe lang ik er al ben, hoe lang ik
nog denk te blijven, wat mijn indruk van het land is. "Very nice people,
beautiful country," zeg ik steevast, want van een bezoeker wordt die
mening verwacht. In ruil daarvoor sommen de mannen vervolgens de mooie
kanten van Nederland op: de molens, de tulpen, de klompen en de jenever.
In Malawi:
- Het zoontje van de diplomaat en zijn vrouw is naast mij komen zitten, hij draagt een onberispelijk schooluniform. Als ik hem vraag wat voor kinderen bij hem in de klas zitten zegt hij: "Two blacks, de rest is blank." "Toe nou," zegt zijn moeder, "twee Malawianen moet je zeggen." "Toch zijn ze zwart," zegt het jongetje pesterig.
- De Zuidafrikaan rekent af en weigert mij mijn deel te laten betalen. "Je bent nu in Afrika," zegt hij, "zo zijn de regels hier." En dan volgt de voorspelbare vraag: "Wil je iets komen drinken op mijn kamer?"
Ik denk aan alle waarschuwingen die ik kreeg voordat ik op reis ging. Van mijn huisarts, van vrienden, van de verpleegster bij de GGD die mij vaccinaties gaf. Wat je ook doet, kijk uit met de mannen daar. Vlak voor mijn vertrek had ik een artikel gelezen dat geheel gewijd was aan het feit dat vooral onder Afrikaanse zakenlieden, die veel reizen en veel verschillende vriendinnen hebben, het Aidsvirus wijdverspreid is. De Zuidafrikaan staat boven aan alle lijsten van risicogroepen. "Nee," zeg ik zo luchtig mogelijk, "ik ga maar eens vroeg naar bed."
- In Zuid-Afrika hebben ze zwarte vrienden, zeker. De meubelfabrikant gaat weleens een pilsje drinken met de manager van zijn fabriek, in een café waar het niet zo opvalt als er een zwarte en een blanke samen binnenkomen. "En weet je wat hij verdient, die zwarte manager? Zestienhonderd rand per maand! En wat dacht je dat deze barkeeper verdient, hier in dit land, met een zwarte president aan het roer?" "Geen idee," zeg ik. "Nog geen veertig kwacha per maand, dat is veertig keer zo weinig!" "Heel weinig," stem ik met hem in. Dat bedoelt hij nou! En de bediende in het huis waar ze hier logeren zeurt hen de hele dag aan het hoofd of ze hem alsjeblieft meenemen Down South.
- De Nederlandse arts praat verder op een fluistertoon. "Seks is verschrikkelijk belangrijk hier." Ze zoekt naar de juiste woorden, ze wil niet puriteins of ouderwets klinken. "Er komen weleens mannen naar mijn spreekuur die klagen over een "all over weakness", daarmee bedoelen ze dat ze impotent zijn. Maar wat blijkt als je even doorvraagt: ze gaan elke nacht met een vrouw naar bed! Maar dat is bij lange na niet genoeg. In gesprekken met onvruchtbare vrouwen komt dat ook steeds naar voren: gemiddeld doen ze het drie keer per nacht! Iedereen hier! Wie dat niet kan is ziek, ernstig ziek."
-
"Eén keer heeft iemand mij hier uitgescholden," zegt ze, "een
Malawiaanse hoofdverpleegster. Jij hebt hier alles te vertellen omdat je
blank bent, zei ze." De Nederlandse had zich daarna diepbedroefd
gevoeld, want het was waar.
In Nicaragua:
-
"Wie de kans heeft, vertrekt," verzuchtte ze. Dagelijks kondigden
professoren, artsen en ingenieurs in hun buurt en op hun werk aan dat ze
naar het buitenland moesten voor een congres, een medische behandeling
of familiebezoek. In het gezelschap van hun echtgenote of vaker nog hun
minnares gingen ze met een enkele koffer naar het vliegveld. Veel geld
namen ze niet mee want van alle dollars moest de herkomst aangetoond
worden bij de douane. "Wel dragen de vrouwen al hun gouden sieraden,"
lachte Gloria somber. Het huis, in een villawijk, bleef achter onder de
zorg van een bewaker die een paar maanden loon vooruit betaald had
gekregen. Dat feit raakte bekend bij de buren en men ging vermoeden dat
de reizigers wel nooit meer zouden terugkomen.
Armenië:
-
Waar hij zich wel dagelijks over verwonderde, terwijl hij toch al vele
malen eerder in Armenië was, is de corruptie. "Een voorbeeld?" vroeg hij
verbaasd, "het leven hier is niets anders dan voorbeelden van
corruptie." Hij wees naar een verwarmingsradiator vlak bij het raam.
"Toen we hier kwamen wonen wilden we er een radiator bij, maar die zijn
nergens te koop. Ritselen, alles moet je hier ritselen." In de gang liet
hij zien hoe al hun elektrische apparaten direct op het net zijn
aangesloten, buiten de meter om. "Komt er een inspecteur, die zegt: "Zo,
u krijgt een boete." Zegt mijn vrouw: "Helemaal niet, als u een boete
geeft krijgt u geen dertig roebel." Die man steekt dat bedrag in zijn
zak, bij de bovenburen krijgt hij ook wat en over de
elektriciteitsrekening wordt niet meer gesproken."
-
"Je hebt geen idee hoe achterlijk de Sovjetunie is," zei Robert. "Satik
en ik stonden pas in de rij op het postkantoor achter een jonge soldaat
die een telegram dicteerde naar huis, ergens in Siberië. "Stuur geld,
hier is alles te koop" luidde zijn tekst! Nou ja! Er is in Jerevan niets
te krijgen wat ik wil kopen, maar die jongen dacht dat hij in het
paradijs was beland. Moet je je voorstellen hoe het in zijn dorp is."
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.