Posts tonen met het label Roman. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Roman. Alle posts tonen

vrijdag 14 augustus 2026

Marcel Proust: Op zoek naar de verloren tijd: Deel 3: De kant van Guermantes

Marcel Proust: Op zoek naar de verloren tijd: Deel 3: De kant van Guermantes (Frankrijk, 1921): 623 blz: Vertaald door Thérèse Cornips (1986): Uitgeverij de Bezige Bij
 
 
 
"De kant van Guermantes" is het derde deel van de zevendelige romancyclus "Op zoek naar de verloren tijd" van de Franse schrijver Marcel Proust. Ruim twee jaar geleden was ik bezig met het herlezen van die cyclus en toen ben ik afgehaakt na een bladzijde of 30 in dit derde deel.
 
Ook nu had ik veel moeite om op te starten met "De kant van Guermantes". Een kleine 2 maanden geleden las ik op een dag zo'n 30 bladzijden. Ik legde het boek toen 2 weken weg en las de volgende 30 bladzijden. Opnieuw legde ik het boek twee weken weg en las weer 30 bladzijden. Pas bij de vierde poging kwam ik in het boek en las ik het in 2 weken uit. 
 
In "De kant van Guermantes" dringt de schrijver door in het leven van de hoge adel met hun salons en gezamenlijke diners. Marcel raakt bevriend met Robert de Saint Loup die hem een introductie biedt tot de salon van Mme de Villeparsis. In eerste instantie kijkt Marcel hoog op tegen die rijke adel, maar al gauw blijkt dat in hun salons net zulke onbenullige gesprekken worden gevoerd als overal elders. De gesprekken bij die salons nemen het overgrote deel van "De kant van Guermantes" in beslag.
 
Opnieuw geeft Proust blijk van een groot psychologisch inzicht, heeft veel levenswijsheden voor ons en maakt talloze prachtige vergelijkingen. Op naar het vierde deel! 
 
Citaten:
- En de naam Guermantes van toen is ook als zo'n kleine ballon waarin zuurstof zit opgesloten of een ander gas: als het me lukt hem te laten knappen, er uit te laten ontsnappen wat hij inhoudt, adem ik de lucht van het Combray van dat jaar, van die dag, vermengd met de geur van meidoorn, meewaaiend met de wind van de hoek van het plein, voorbode van de regen, die de zon beurtelings liet opvliegen, zich liet neervlijen over het rode wollen vloerkleed van de sacristie en er de glanzende, haast roze vleeskleur van geranium overheen liet strijken, van een, temidden van de blijdschap, als het ware wagneriaanse lieflijkheid die de festiviteit iets zo voornaams deed behouden.
 
- Want naast alle individuele karakteristieken bestond er indertijd tussen een dandyachtige rijke man uit de bovenlaag van de aristocratie en een dandyachtige rijke man uit de wereld der financiën en groot-industrie nog een markant verschil. Daar waar de laatste zou hebben gemeend zijn deftigheid te onderstrepen door tegenover minderen een afgemeten, hautaine toon aan te slaan, leek de grand seigneur, een en al zachtzinnige glimlach, zijn vertoon van bescheidenheid en geduld, zijn houding van doodgewone schouwburgganger te beschouwen en aan de dag te leggen als eigen aan zijn goede opvoeding.
 
- Want als je verliefd bent zou je alle kleine onbekende voorrechten die je geniet tegen de vrouw die je bemint willen uitbazuinen, zoals in het dagelijks leven de misdeelden en zeurkousen dat doen.
 
- Zodat - als je weet hoe je de krijgsgeschiedenis moet lezen - alles wat voor de doorsnee lezer maar een verward relaas is, voor jou net zo'n rationele samenhang krijgt als een schilderij heeft voor de kenner die weet te kijken naar wat een figuur bij zich draagt, naar wat hij in zijn hand houdt, terwijl de overdonderde museumbezoeker daas en suf wordt van een hoop kleuren.
 
- En aangezien, om te groeien, van alle menselijke gewassen gewoonte het minst een voedingsbodem behoeft en als eerste op de schijnbaar allerkaalste rots tevoorschijn komt, ...
 
- Hij had haar al lief. Een hang tot dromen, het verlangen om door degene van wie je droomt gelukkig te worden, zorgen dat er niet veel tijd nodig is of je zet al je gelukskansen op die ene die een paar dagen tevoren nog maar een toevallige, onbekende, bijkomstige verschijning was op de planken.
 
- "De liefde?" had ze een keer tot antwoord gegeven aan een pretentieuze dame die haar had gevraagd: "Hoe denkt u over de liefde?" "De liefde? Die bedrijf ik vaak, maar ik spreek er nooit over."
 
- Maar men maakt pas de som op van iemands ondeugden wanneer hij ternauwernood nog in staat is ze te beoefenen en men naar de omvang van zijn sociale afstraffing, die zich begint te voltrekken en die het enige te constateren feit is, de omvang van de begane wandaad meet, bedenkt en overdrijft.

- Want de hertogin ontving graag bepaalde vooraanstaande mannen, zij het op voorwaarde dat ze vrijgezel waren, iets waaraan ze, zelfs indien getrouwd, wat haar betrof altijd voldeden, want aangezien hun vrouwen, altijd min of meer vulgair, te veel zouden afsteken in een salon waar zich alleen de elegantste schoonheden van Parijs bevonden, werden ze altijd zonder hen uitgenodigd; en om eventuele overgevoeligheden te ondervangen legde de hertog zulke onbestorven weduwnaars uit dat de hertogin nooit vrouwen ontving, geen vrouwengezelschap kon velen, bijna alsof het op doktersvoorschrift was en zoals hij zou hebben gezegd dat ze niet in een kamer kon verblijven waar een luchtje hing, niet te zout kon eten, niet achteruit kon reizen of een korset dragen.

- Heus, het is iets heel raadselachtigs, de liefde, hernam de hertogin met een zachtaardige glimlach van vriendelijke beschaafde vrouw, maar ook met de onwrikbare overtuiging van een wagneriaan die tegen een clubman zegt dat de Walküre niet alleen maar lawaai is.
 
- Grande dame zijn is de grande dame spelen, dat wil voor een deel zeggen, eenvoudig doen. Het is een rol die handenvol geld kost, vooral omdat eenvoud pas aanspreekt onder voorwaarde dat anderen weten dat je niet eenvoudig zou hoeven zijn, dat wil zeggen, steenrijk bent.
 
- En toch, ze hechtte niet aan geld, tenzij misschien om het te kunnen uitgeven zonder zuinig aan te hoeven doen.
 
- Pas bij een ziekte besef je dat je niet alleen leeft, maar geketend aan een wezen van een ander rijk, waarvan afgronden je scheiden, dat jou niet kent en dat je onmogelijk om begrip voor jezelf kunt vragen: je lichaam.
 
- Op het gebied van de zielsziekten is een arts die niet al te veel onzin verkoopt een half genezen zieke, zoals een criticus een dichter is die geen poëzie meer schrijft en een politieman een dief is die niet meer steelt.
 
- Zeer zeker is het verstandiger je leven aan vrouwen te wijden dan aan postzegels, oude tabaksdozen of zelfs schilderijen en beelden. Alleen aan deze andere collecties zou je het voorbeeld moeten nemen om voor afwisseling te zorgen, om niet één vrouw te hebben, maar vele.
 
- Maar afwezig zijn, een invitatie voor een diner afslaan of onopzettelijke, onbewuste onvermurwbaarheid, helpen in de liefde, zelfs bij de kleinere aangelegenheden vandien, meer dan cosmetica en de mooiste kleren.
 
- Voor een Guermantes (al was hij dom) betekende intelligent-zijn een scherpe tong hebben, in staat zijn hatelijkheden te zeggen, een ander af te troeven, het betekende ook zijn man te kunnen staan op het gebied van de schilderkunst, de muziek, de architectuur, en Engels te kunnen spreken.
 
- Als bij een boek, als bij een huis, berust de kwaliteit van een "salon", dacht Mme de Guermantes terecht, op de hoeksteen van de beperking.
 
- In de liefde doen dankbaarheid en de behoefte om de ander een plezier te doen, vaak meer geven dan hoop en eigenbelang hadden doen beloven.
 
      
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

zondag 31 augustus 2025

Anjet Daanje: Het lied van ooievaar en dromedaris

Anjet Daanje: Het lied van ooievaar en dromedaris (Nederland, 2022): 643 blz: Uitgeverij Passage
 
 
 
In een poll van het NRC is "Het lied van ooievaar en dromedaris" van Anjet Daanje zowel door de critici als door de lezers verkozen tot het beste Nederlandstalige boek van de 21e eeuw. Collega-bloggers Barbara, Bettina en Teunis waren ook erg enthousiast, terwijl Jan Anton het boek juist met lange tanden uitlas.
 
Zelf had ik bij voorbaat mijn twijfels. Ik lees al jaren nauwelijks meer romans, de historische roman is niet bepaald mijn lievelingsgenre en ook met Emily Brontë heb ik weinig op. Het is dat ik het boek heb gekregen voor mijn verjaardag, uit mezelf had ik het links laten liggen. We zullen zien wat ik ervan vind.

En dan mijn ervaring. Zoals gezegd had ik vooraf al ernstige twijfels. Ik heb slechts de eerste 13 bladzijden van het boek gelezen. Toen wist ik het wel. Het proza van Daanje leest voor mij erg moeizaam, iets waar ik anderen niet over heb gehoord. Het vooruitzicht om een enorme pil met ruim 600 bladzijden van dit moeizaam lezende proza te moeten doorlezen, ontmoedigde mij zodanig dat ik daarna gestopt ben. Inhoudelijk kan ik dus niets over "Het lied van ooievaar en dromedaris" zeggen, maar afgaande op de besprekingen van anderen zal die zeer waarschijnlijk ook niet aan mij besteed zijn. Het boek gaat terug naar de gever, dan kan die het een betere bestemming geven.
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

zondag 17 november 2024

Lieve Joris: Het uur van de rebellen

Lieve Joris: Het uur van de rebellen (België, 2006): 246 blz: Uitgeverij Augustus
 

 
Het is knap als je een roman kunt schrijven. Als je een roman kunt schrijven die van het begin tot  het einde boeit en geloofwaardig is dan is dat heel knap. Als je dan ook nog een geslaagde roman kunt schrijven over iemand die niet uit je eigen cultuur komt, dan is dat wel bijzonder knap. 
 
"Het uur van de rebellen" is het eerste boek waarin Lieve Joris is afgeweken van haar vertrouwde vorm: de literaire reisreportage. Het boek gaat over de woelige periode in de Congolese geschiedenis tussen 1990 en 2003. Je zou het een eigentijdse historische roman kunnen noemen, een oorlogsroman of een biografische roman. 
 
Lieve Joris heeft er bijzonder veel aandacht aan besteed dat alle details van het boek authentiek overkomen. Ik heb bij "Het uur van de rebellen" wel de gebruikelijke reserves die ik heb bij een historische roman: wat is waargebeurd, en wat is verzonnen door de schrijver?
 
Ik vind zoals gezegd "Het uur van de rebellen" een zeer knappe roman, maar ik geef duidelijk de voorkeur aan de literaire reportages van Lieve Joris.
 
Citaten:
- De mobutisten hielden zich in die dagen gedeisd, maar inmiddels waren ze weer present. Van heinde en ver waren ze aan komen vliegen en al hadden de zorgen van de voorbije jaren sporen achtergelaten op hun gezicht, hun pakken waren geperst, Mont Blanc-pennen staken in hun borstzakjes, ze klemden de laatste modellen mobiele telefoons in hun handen en eigenzinnige tunes - van het Congolese volkslied tot het geblaf van honden - klonken op. Ze waren gekomen om te informeren of ze hun villa's in de heuvels van de stad konden terugvorderen nu de nationale verzoening was uitgeroepen. 
 
- Dat een chef 10 procent nam om in zijn behoeften te voorzien, kon Assani bevatten. De blanken die hem bezochten probeerden 20 procent te krijgen. Maar zijn landgenoten, die namen 80 procent! Hij begreep hen niet - ze gedroegen zich niet als burgers van een natie, ze waren als vaders die het voedsel van hun eigen kinderen stalen.
 
- Niet veel later was er een bijeenkomst van ministers en officieren waarbij ook president Kabila aanwezig was. De ministers deden wat ze altijd deden: ze zeiden dat alles goed ging, bewierookten de president en creëerden al doende zoveel rook dat al hun malversaties erachter verdwenen.
 
- "De Rwandezen zijn naar Congo gekomen om de moordenaars van hun familieleden op te sporen," zei de Congolese manager van een textielfabriek, "maar gaandeweg ontdekten ze dat ze in een paradijselijke tuin waren beland. Waarop ze hun zoektocht staakten en de vruchten uit het paradijs begonnen te plukken."
 
- Aimée was gehecht aan haar familie. Ze wilde dat hij haar moeder belde, dat hij haar tante leerde kennen, dat hij met haar op bezoek ging bij een oom, dat ... Wat moest hij met al die mensen, wat hadden die met hun tweeën te maken? Families verlamden je: iedereen hing maar aan elkaar en vroeg elkaar maar om advies. Hij was tegen dat soort afhankelijkheid - je werd er lui van.
 Bovendien was Aimée religieus, nog zoiets waar hij tegen was. Religie was vervreemdend, hij zag het vaak bij gelovige mensen. God regelde alles, ze gaven zich volledig aan hem over en waren geen meester meer over hun eigen leven. Hij kon dat soort onderwerping niet aanvaarden.
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

donderdag 11 juli 2024

László Krasznahorkai: Satanstango

László Krasznahorkai: Satanstango (Hongarije, 1985): 315 blz: Vertaald door Mari Alföldy (2012): Uitgeverij Wereldbibliotheek
 

 
Van László Krasznahorkai las ik eerder zijn "War and War". Van dat boek was ik inhoudelijk niet onder de indruk, maar wat wel indruk op mij maakte was de stijl van Krasznahorkai met ellenlange zinnen in prachtig Engels. 
 
Maar de reden dat ik begonnen ben aan "Satanstango" heeft niets met literatuur te maken, maar alles met cinema. De verfilming van "Satanstango" is misschien wel mijn absoluut favoriete film aller tijden. Het idee was om de film te vergelijken met het boek waarop het is gebaseerd.
 
Dat viel erg tegen. Ik heb de eerste 2 hoofdstukken van "Satanstango" (tot en met blz 61) gelezen en het verhaal kon mij geen seconde boeien. Van László Krasznahorkai ga ik verder niets meer lezen, maar ik heb nu des te meer bewondering voor de Hongaarse regisseur Bela Tarr die van "Satanstango" één van de meest indrukwekkende films ooit (in mijn beleving althans) heeft gemaakt. 

    
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

maandag 24 juni 2024

Marcel Proust: In de schaduw van de bloeiende meisjes

Marcel Proust: Op zoek naar de verloren tijd: Deel 2: In de schaduw van de bloeiende meisjes (Frankrijk, 1919): 542 blz: Uitgeverij de Bezige Bij: Vertaald in 1978 door C.N. Lijsen (Deel 1 Rondom Mme Swann (blz 1-226) en Deel 2 Plaatsnamen: de plaats (blz 227-414)) & Thérèse Cornips (Deel 3 Plaatsnamen: de plaats (vervolg) (blz 415-542))
 
In de schaduw van de bloeiende meisjes by…
 
Van de 7 delen waaruit de romancyclus "Op zoek naar de verloren tijd" van Marcel Proust bestaat is in mijn herinnering het 2e deel "In de schaduw van de bloeiende meisjes", mijn favoriete deel. Nu bij het herlezen viel het eerste gedeelte "Rondom Mme Swann" me wat tegen, maar was ik opnieuw erg onder de indruk van delen 2 en 3 "Plaatsnamen: de plaats" die zich afspelen in Balbec, een klein plaatsje aan de kust waar de verteller in de ban raakt van een stel jonge meisjes die vriendinnen zijn van elkaar, en van wie een van hen: Albertine, later zijn grote liefde zal worden.
 
Marcel Proust is een meester van de vergelijkingen. Door dit deel heen staan vele prachtige vergelijkingen, zoveel zelfs dat het soms een beetje teveel van het goede wordt. De verteller leert over de literatuur van de schrijver Bergotte, over de muziek door de componist Vinteuil en over de schilderkunst door de schilder Elstir. Maar het zijn vooral de ontmoetingen met de groep meisjes die dit deel voor mij het mooiste deel van de hele cyclus maken. Mocht je geen zin hebben om de hele "Op zoek naar de verloren tijd" te gaan lezen, dan kun je ook beginnen met de prachtige stripbewerking door Stéphane Heuet.
 
Citaten:
- En Françoise die het heerlijk vond geheel op te gaan in de edele kookkunst waar ze ongetwijfeld een bijzondere gave voor had, bovendien gestimuleerd door het vooruitzicht van een nieuwe gast, en wetend dat zij volgens methoden die zij alleen kende een "boeuf à la gelée" klaar moest maken, leefde al sinds de vorige dag in een soort scheppingsroes; daar zij buitengewoon veel belang hechtte aan de onberispelijke kwaliteit van de ingrediënten die bij de totstandkoming van haar meesterwerken een rol speelden, ging zij zelf naar de Hallen om het sappigste rundervlees, de mooiste schenkelstukken en de beste kalfspoten in te slaan, zoals Michelangelo acht maanden in de bergen van Carrara doorbracht om de volmaaktste marmerblokken voor het grafmonument van Julius de Tweede uit te zoeken.

- ... antwoordde de ambassadeur met een in gemoedelijkheid gehuld sarcasme, waarbij hij om zich heen keek met een blik die door zachtmoedigheid en discretie zijn boosaardigheid moest temperen en deze daardoor juist heel handig versterkte.

- Zo is het ook met de tijd in het leven. Om zijn voortgang merkbaar te maken zijn romanschrijvers wel gedwongen de loop van de wijzer sterk te versnellen en de lezer tien, twintig, dertig jaar in twee minuten te laten doorlopen. Boven aan een bladzijde heeft men een hoopvolle minnaar achtergelaten en onder aan de volgende vindt men hem terug als tachtigjarige, die op de kleine met gras begroeide binnenplaats van een bejaardenhuis moeizaam zijn dagelijkse wandeling maakt en nauwelijks antwoord geeft op de aan hem gestelde vragen daar hij het verleden al lang vergeten is.
 
- ... want een warme gezindheid jegens anderen overdrijft het goede even graag, als de kwaadaardigheid er plezier in heeft iemand omlaag te halen.
 
- Swann was trouwens blind voor alles wat Odette betrof, niet alleen voor de lacunes in haar opvoeding, maar ook voor de middelmatigheid van haar intelligentie. Sterker nog, telkens wanneer Odette een dom verhaal vertelde, luisterde Swann naar zijn vrouw met een toegeeflijkheid, een vrolijkheid, een bewondering bijna waarin vermoedelijk nog een restje erotiek meespeelde; terwijl alles wat hij zelf in datzelfde gesprek aan scherpzinnigheid, diepzinnigheid kan men wel zeggen, naar voren bracht, door Odette gewoonlijk zonder interesse, vluchtig en met ongeduld aangehoord en vaak genoeg ook nog hard tegengesproken werd. Men moet wel tot de conclusie komen dat een dergelijke onderwerping van de elite aan de banaliteit in veel huwelijken regel is, wanneer men bedenkt, hoe omgekeerd vele superieure vrouwen zich laten verblinden door een lomperik, die hun meest fijnzinnige opmerkingen onverbiddelijk de grond inboort terwijl zij, met de oneindige toegeeflijkheid van de liefde, niet kunnen nalaten in vervoering te raken over zijn flauwe moppen.
 
- Met het onbevangen gezicht van een vrijdenker die in een kerk verzeild is geraakt en die de gebruiken van de mis niet kent, maar opstaat als alle anderen opstaan en neerknielt een moment nadat de anderen geknield zijn, deed ik hen na.
 
- Ik was als een arme die zijn droge brood met minder tranen besproeit als hij tegen zichzelf zegt dat een vreemde hem straks misschien zijn hele vermogen nalaat.
 
- Reeds de onmogelijkheid bij een vrouw te blijven, het risico haar nooit meer te ontmoeten, geven haar plotseling de charme die een land in onze ogen krijgt door ziekte of armoede die het ons onmogelijk maken het te bezoeken, of de laatste schamele dagen die wij nog te leven hebben, door de strijd waaronder wij waarschijnlijk zullen bezwijken.
 
- ... en ongetwijfeld was zijn bewondering voor hen oprecht, maar de talloze reminiscenties aan geschiedenis en kunst die door hun namen opgeroepen werden speelden daarbij een grote rol, zoals een voorliefde voor de oudheid een van de redenen is voor het plezier dat een kenner heeft in het lezen van een ode van Horatius, die misschien minder waardevol is dan een gedicht uit onze dagen, dat diezelfde geletterde koud zou laten.

- Wie weet, zei ik bij me zelf, misschien is het genoegen waarmee men iets geschreven heeft toch niet de onfeilbare maatstaf voor de maatstaf voor de waarde van een bladzijde; misschien is het slechts een toestand die er heel vaak bijkomt, maar zonder welke het werk nog niet slecht hoeft te worden. Misschien zijn sommige meesterwerken wel met veel gegaap tot stand gekomen.

- Net zoals niet het verlangen naar roem, maar de gewoonte om te werken ons in staat stelt een groot werk te produceren, zo is het niet de geestdrift van een bepaald moment, maar zijn het de wijze bespiegelingen van het voorbije moment, die ons helpen de toekomst zeker te stellen.

- Alles wat Elstir bezat, ideeën, werk, en de rest die hij heel wat minder telde, zou hij met vreugde hebben gegeven aan iemand die hem begreep. Maar bij gebrek aan een draaglijk milieu leefde hij in een isolement, met een schuwheid die de beau monde aanstellerij en onopgevoedheid, de overheid kwaadwilligheid, de buren krankzinnigheid, en zijn familie egoïsme en hoogmoed noemden.

- In plaats van een opmerking te maken die zijn trots had kunnen wreken, zei Elstir dus iets waar ik van kon leren. "Geen mens, hoe wijs ook," zei hij, "die niet in een bepaalde periode van zijn bestaan dingen heeft gezegd, of zelfs een leven geleid, waar hij niet graag aan wordt herinnerd en het liefst alles van zou willen uitwissen. Maar hij mag het niet werkelijk berouwen, want hij kan er pas van uitgaan dat hij een wijs mens is geworden, voor zover dat dan mogelijk is, als hij alle ridicule of wanstaltige incarnaties achter de rug heeft die aan die laatste incarnatie vooraf moeten gaan. ..."

- Ik had tegen Albertine gepraat met zo weinig besef waar mijn woorden terechtkwamen, wat er van ze werd, als je van steentjes weet die je in een bodemloze afgrond gooit. Dat er in het algemeen door degeen tot wie je ze richt een betekenis aan wordt gegeven die die persoon aan zijn eigen ik ontleent en die zeer verschilt van wat jij met diezelfde woorden hebt bedoeld, is een feit dat in het dagelijks leven voortdurend blijkt.

      

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

woensdag 15 mei 2024

Marcel Proust: Op zoek naar de verloren tijd: Deel 1: De kant van Swann

Marcel Proust: Op zoek naar de verloren tijd: Deel 1: De kant van Swann (Frankrijk, 1913): 537 blz: Vertaald door Thérèse Cornips (2009): Uitgeverij de Bezige Bij
 

 
"Op zoek naar de verloren tijd" van Marcel Proust wordt vrij algemeen beschouwd als één van de belangrijkste romans ooit. Ik kan het hier alleen maar mee eens zijn. Ik heb de serie 2 keer in zijn geheel gelezen, in 2005 en in 2018. "De kant van Swann" heb ik voor het eerst gelezen in 2005 in een oudere vertaling. Thérèse Cornips heeft nadat ze de delen 3 tot 7 van de serie had vertaald, "De kant van Swann" vertaald. Aan de vertaling van het tweede deel "In de schaduw van de bloeiende meisjes" is ze helaas niet meer toegekomen. Na de vertaling van Thérèse Cornips is er nog een nieuwere vertaling verschenen (in de Perpetua-reeks!) van een drietal mannelijke vertalers. Deze nieuwere vertaling vind ik beduidend minder mooi dan die van Cornips. Nu heb ik de vertaling van Cornips voor de derde keer gelezen, waarmee ik het boek vijf keer heb gelezen.

Als je begint met het lezen van "De kant van Swann" lijkt het taalgebruik van Proust erg moeilijk. Hij gebruikt veel lange zinnen, met veel komma's en bijzinnen waarin hij zeer precies formuleert. Na een tijdje went het en kan ik genieten van het mooie taalgebruik. Proust vertelt zijn verhaal met een groot psychologisch inzicht. Niet wat er staat is het belangrijkste, maar vooral de manier waarop het gezegd wordt.
 
Het beroemdste fragment uit de hele "Op zoek naar de verloren tijd" staat op de bladzijden 90 tot 94 waarin beschreven wordt hoe de verteller een soort cakeje, Petites Madeleines geheten, in zijn thee doopt, de thee met cakeje opdrinkt en vervolgens een heleboel herinneringen aan vroeger krijgt, die hij op een andere manier nooit had verkregen.
 
Citaten:
- Mijn enige troost , als ik naar boven naar mijn slaapkamer ging, was dat mama mij een kus zou komen geven als ik in bed lag. Maar dat goedenachtzeggen duurde zo kort, zij ging zo vlug weer naar beneden, dat het moment waarop ik haar naar boven hoorde komen en er daarna door de gang met de openslaande deuren het zachte ruisen kwam van haar blauwe mousselinen tuinjurk, waar koordjes van gevlochten stro aan hingen, een smartelijk moment voor me was.

- Mijn moeder was genoodzaakt het gesprek af te breken, maar zelfs aan deze belemmering ontleende zij nog een fijngevoelige gedachte, zoals de tirannie van het rijm goede dichters dwingt tot de vondst van hun grootste schoonheden ...

- Ik was dan ook van plan om in de eetkamer al van te voren, als de maaltijd was begonnen en ik het ogenblik voelde naderen, van die kus die zo kort en vluchtig zou zijn alles te maken wat ik er in mijn eentje van maken kon, alvast het plekje op de wang te kiezen dat ik zou kussen, mijn gedachten erop voor te bereiden, zodat ik dankzij die mentale aanloop tot een kus de hele minuut die mama mij zou gunnen kon wijden aan het voelen van haar wang tegen mijn lippen, zoals een schilder die maar korte poseerzittingen kan krijgen zijn palet prepareert en al van tevoren uit zijn geheugen en aan de hand van zijn aantekeningen alles heeft gedaan waarvoor hij het desnoods zonder de aanwezigheid van zijn model kon stellen.
 
- Françoise was een van die gedienstigen die enerzijds, in een huishouden, bij een buitenstaander op het eerste gezicht het minst in de smaak vallen, misschien doordat zij zich niet de moeite geven hem voor zich in te nemen en niet voorkomend tegenover hem zijn, heel goed wetend dat zij hem niet nodig hebben, dat, veeleer dan dat zij ontslagen worden, hij niet langer zou worden ontvangen; en die anderzijds juist degenen zijn op wie hun baas en bazin het meest zijn gesteld omdat ze hun ware capaciteiten hebben ondervonden, en niet geven om die oppervlakkige gezelligheid, dat willige gebabbel dat op een gast een gunstige indruk maakt, maar waarachter vaak een hardleerse onbenulligheid schuilt.
 
- Want aan de vaste basis van eieren, koteletten, aardappels, vruchtengelei en biscuits, die zij ons niet eens meer aankondigde, voegde Françoise - al naar de werkzaamheden op de velden en in de boomgaarden, de opbrengst van de visserij, de wisselvalligheden van de handel, de goede gaven van de buren en haar eigen vernuft - nog iets toe, en wel zo dat ons menu, net als die dertiende-eeuwse vierpassen uitgehouwen in de steen van kathedraalportalen, enigszins het ritme van de jaargetijden en de episoden van het leven weerspiegelde: een griet omdat de marktvrouw haar gegarandeerd had dat hij vers was, een kalkoen omdat zij een mooie op de markt van Roussainville-le-Pin had gezien, kardoen met merg omdat ze die nog niet op die manier voor ons gemaakt had, een gebraden lamsbout omdat de buitenlucht hongerig maakt en hij tussen nu en zeven uur de tijd had om te zakken, spinazie voor de afwisseling, abrikozen omdat ze nog haast niet te krijgen waren, aalbessen omdat er over twee weken geen meer zouden zijn, frambozen die M. Swann speciaal was komen brengen, kersen, de eerste die van de kersenboom in de tuin kwamen nadat hij twee jaar niet had gedragen, roomkaas waar ik vroeger veel van hield, een amandeltaart omdat zij hem de vorige dag besteld had, een brioche omdat het onze beurt was om er een aan te bieden. Als dat alles op was werd ons, speciaal voor ons bereid maar meer in het bijzonder gewijd aan mijn vader die een liefhebber was, een crème au chocolat aangeboden als spontane inval, als persoonlijke attentie van Françoise, luchtig en licht als een gelegenheidsstuk waar zij al haar talent in had gelegd.

Over cocottes:
- Het leek me later dat in de rol van deze nietsdoende en leergierige vrouwen een van de ontroerende kanten was dat zij hun gulle hart, hun talent, een latent schoonheidsideaal van het gemoed - want zoals kunstenaars verwezenlijken ze het niet, geven ze het geen plaats in het kader van het gewone bestaan - en een schat die hun weinig kost, aanwenden om het ruwe, ongepolijste leven van de mannen met een kostbare, sierlijke zetting op te luisteren.
 
- Hij, Swann, probeerde niet de vrouwen met wie hij zijn tijd doorbracht mooi te vinden, maar zijn tijd door te brengen met de vrouwen die hij om te beginnen mooi had gevonden.
 
- " ... Ik vind het eigenlijk belachelijk dat een man met zijn intelligentie lijdt om een vrouw van dat slag, een die niet eens interessant is, want het moet een idioot zijn, zegt men," voegde ze eraan toe met de wijsheid van mensen die niet verliefd zijn en vinden dat een geestrijk man alleen ongelukkig zou mogen zijn om een vrouw die de moeite waard is, wat ongeveer gelijk staat met verbaasd zijn dat iemand zich verwaardigt aan de cholera te lijden door toedoen van iets zo nietigs als de kommabacil. 

- Swann was zoals veel mensen een luie denker en had weinig fantasie. Hij wist wel, als een algemeen geldend feit, dat het leven van individuen vol contrasten is, maar bij ieder in het bijzonder stelde hij zich het hele deel van diens leven dat hij niet kende voor als identiek aan het deel dat hij kende. Hij stelde zich voor wat men hem verzweeg met behulp van wat men tegen hem zei.

- Zoals, uit de verte de rotspunt vanwaar de zeeleeuw het water in duikt de kinderen die weten dat ze hem te zien zullen krijgen in vervoering brengt, zo bracht lang voor ik bij de acacia's was, hun geur, die alom uitstralend, van verre de nabijheid en de bijzonderheid verried van een machtige, lome, plantaardige persoonlijkheid, en vervolgens wanneer ik dichterbij kwam, de zichtbare top van hun luchtige, tere loof, achteloos elegant, koket van snit en dun van stof, waar honderden bloesems op waren neergestreken als gevleugelde, trillende kolonies prachtige parasieten, en zelfs hun vrouwelijke naam, passief en zacht, mijn hart aan het bonzen, maar van een werelds verlangen, zoals de walsmelodieën die alleen nog de namen bij je oproepen van de schone genodigden, aangekondigd door de livreiknecht bij de entree van een bal.
 
Ik vind het lezen van Marcel Proust prachtig. Het eerste deel "De kant van Swann" en vooral het tweede deel "In de schaduw van de bloeiende meisjes" vind ik de twee mooiste delen van de cyclus. De overige vijf delen zijn ook erg mooi, maar wat mij betreft niet essentieel. De Franse striptekenaar Stéphane Heuet vond blijkbaar hetzelfde. Heuet heeft de eerste twee delen van "Op zoek naar de verloren tijd" bewerkt tot een prachtige strip waarbij hij ongeveer 10-20% van de tekst heeft gebruikt. Als het beginnen aan de hele "Op zoek naar de verloren tijd" te intimiderend lijkt, kun je altijd nog beginnen met deze strip. Grote kans dat je daarna de hele cyclus wilt lezen. 

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom. 
 

zaterdag 6 april 2024

George Orwell: Dierenboerderij

George Orwell (tekst) & Ralph Steadman (tekeningen): Dierenboerderij (Groot-Brittannië, 1945): 165 blz: Vertaald door Anthony Ross (1956): Uitgeverij de Arbeiderspers

Dierenboerderij : een sprookje voor…
 
Ik heb "Dierenboerderij" al vier keer eerder gelezen. De eerste keer was voor de lijst van de Middelbare school. Toen vond ik het een aardig boekje, vooral lekker dun, maar zag ik nog niet in wat voor geniaal boek het is.

Het verhaal mag min of meer bekend worden verondersteld. Op de Herenboerderij van boer Jansen hebben de dieren het slecht en ze dromen van een opstand en vooral van een beter bestaan. Onder leiding van de varkens Sneeuwbal en Napoleon lukt het ze om de boer en boerin weg te jagen. Opeens moeten ze zelf voor hun kost zorgen en dat blijkt ze zo goed af te gaan dat ze het veel beter hebben dan voorheen. Er is even zelfs sprake van een driedaagse werkweek. Bijna alle dieren werken naar vermogen mee, er zijn er paar die er de kantjes van af lopen zoals Mollie de merrie, Mozes de raaf en de kat. De varkens hebben de leiding op zich genomen. 

Langzaam maar zeker blijkt dat toch niet alles zo goed gaat en dat de varkens een klasse vormen met privileges. Het wordt nog erger als Napoleon een stel woeste honden opfokt en Sneeuwbal wegjaagt. Steeds als er enige vorm van kritiek komt van de overige dieren zeggen de varkens "Maar jullie willen boer Jansen toch niet terug hebben?" en verstomt de kritiek.

Er valt veel meer te zeggen over deze prachtige fabel, maar ik wil iedereen die hem niet kent aanraden om hem toch vooral zelf te lezen. Het is maar een dun boekje dat je makkelijk in een avond kunt lezen. Mijn exemplaar heeft als voordeel dat het geïllustreerd is met prachtige tekeningen van Ralph Steadman.             
 
Citaten:
- "De Mens is het enige schepsel dat verbruikt zonder ook maar iets voort te brengen. Hij geeft geen melk, hij legt geen eieren, hij is te zwak om een ploeg te trekken, hij kan niet hard genoeg rennen om een konijn te vangen. Toch is hij de Heer aller dieren. ..."
 
- De Majoor vervolgde:
 "Ik heb nu weinig meer te zeggen. Ik herhaal slechts, denk steeds aan jullie plicht tot vijandschap jegens de Mens en al zijn doen en laten. Alles wat op twee poten loopt is een vijand. Alles wat op vier poten loopt of vleugels heeft, is een vriend. En bedenk ook dat wij in de strijd tegen de Mens niet op hem mogen gaan lijken. Zelfs wanneer wij hem hebben overwonnen, dienen jullie zijn ondeugden niet over te nemen. Geen dier mag ooit in een huis leven, of in een bed slapen, of kleren dragen, of alcohol drinken, of tabak roken, of geld aanraken, of handel drijven. Alle gewoonten van de Mens betekenen kwaad. En, boven alles, geen dier mag ooit zijn gelijke tiranniseren. Geen dier mag ooit een ander dier doden. Alle dieren zijn gelijk. ..."            

- De eerste ogenblikken konden de dieren hun geluk niet op. Hun eerste daad was met z'n allen langs de grenzen van de boerderij te galopperen om zich ervan te verzekeren dat er geen menselijk wezen meer te vinden was; vervolgens renden zij terug naar de gebouwen teneinde de laatste sporen van Jansens gehate regime uit te wissen. De tuigkamer achter in de stal werd opengebroken; de bitten, de neusringen, de hondekettingen, de wrede messen waarmee Jansen biggen en lammeren castreerde, alles werd in de waterput gesmeten. De teugels, de halsters, de oogkleppen, de onterende voederzakken gingen op de brandende afvalhoop op het erf. Dezelfde weg gingen de zwepen. Alle dieren dansten van plezier toen zij zagen hoe de zwepen door de vlammen werden verteerd.

- De varkens lieten zich niet met het eigenlijke werk in, maar hielden leiding en toezicht op de anderen. Op grond van hun buitengewone kennis was het vanzelfsprekend dat zij het leiderschap op zich namen.

- Benjamin kon evengoed lezen als welk varken ook maar oefende nooit. Voor zover hem bekend, zei hij, was niets de moeite van het lezen waard.

- Na veel hoofdbrekens verklaarde Sneeuwbal dat de zeven geboden samengevat konden worden in één enkele leuze, namelijk: "vier poten goed, twee poten slecht". Dit, zo zei hij, bevatte het essentiële beginsel van het animalisme.

- Toen zij de leerspreuk eenmaal uit het hoofd kenden, bleken de schaper er veel mee op te hebben, en dikwijls als zij in het veld lagen begonnen zij allen te blaten "vier poten goed, twee poten slecht! vier poten goed, twee poten slecht!" en bleven daarmee uren doorgaan zonder er ooit moe van te worden.
 
- Brulbeer werd erop uitgestuurd om de anderen de noodzakelijke uitleg te geven.
 "Kameraden!" riep hij. "Jullie verbeelden je toch niet, naar ik hoop, dat wij varkens dit doen met zelfzuchtige bedoelingen, om onszelf te bevoordelen? Velen van ons lusten helemaal geen melk en appels. Ikzelf lust ze ook niet. Wanneer wij deze dingen nemen, doen wij het alleen voor onze gezondheid. Melk en appels bevatten echter, naar de wetenschap heeft aangetoond kameraden, bestanddelen die absoluut noodzakelijk zijn voor het welzijn van een varken. Wij varkens zijn hoofdarbeiders. De hele huishouding en organisatie van deze boerderij berust op ons. Dag en nacht waken wij over uw welzijn. Het is ter wille van jullie dat wij die melk drinken en die appels vreten."

- Bokser, die nu tijd had gehad om over een en ander na te denken, sprak het algemene gevoelen uit met de woorden: "Wanneer kameraad Napoleon het zegt, dan moet het juist zijn." En van dit ogenblik af nam hij "Napoleon heeft altijd gelijk" tot lijfspreuk, als aanvulling op zijn persoonlijk motto "ik zal harder werken".

- Napoleon werd tegenwoordig nooit meer eenvoudig "Napoleon" genoemd. Men sprak altijd over hem in een vormelijke stijl, zoals "onze Leider, kameraad Napoleon", en de varkens bedachten voor hem graag eretitels als Vader alle Dieren, Vrees der Mensheid, Beschermer der Schapen, Vriend der Eenden en wat niet meer.

Het boek eindigt aldus:
- Twaalf stemmen schreeuwden kwaad en zij klonken alle hetzelfde. Het was nu geen vraag meer wat er met de gezichten van de varkens was gebeurd. De dieren buiten keken van varken naar mens en van mens naar varken en van varken naar mens; maar het was reeds onmogelijk geworden te zeggen wie een mens en wie een varken was.

Voor een aantal afbeeldingen uit het boek, klik hier.

    
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
   

dinsdag 2 januari 2024

Junichiro Tanizaki: Stille sneeuwval

Junichiro Tanizaki: Stille sneeuwval: De geschiedenis van de gezusters Makioka (Japan, 1946): 625 blz: Vertaald door Jacques Westerhoven (1994): Uitgeverij Meulenhoff
 
Stille sneeuwval
 
"Stille sneeuwval" is een familiekroniek die het verhaal van de 4 zussen Makioka vertelt. De oudste zus is Tsuruko, 36 jaar oud aan het begin van het boek, getrouwd met Tatsuo en moeder van 6 kinderen. De tweede zus is Sachiko, 34 jaar oud en getrouwd met Tenosuke, moeder van een dochter van 10, Etsuko. De derde zus is Yukiko, 32 jaar oud en ongehuwd. De vierde zus is Taeko, ook wel Koi-San genaamd van 26 jaar oud en ook ongehuwd.

"Stille sneeuwval" speelt zich af in de jaren 1938 tot 1941, maar de politieke situatie in die tijd en de oorlog komen nauwelijks ter sprake.
 
In het begin van het boek is er een poging om de derde zus Yukiko aan de man te helpen, vooral georganiseerd door Sachiko. Dit is een van de vele pogingen die in het verhaal gedaan worden om Yukiko te koppelen. De jongste zus, Taeko trekt zich nergens iets van aan, zij heeft voor een schandaal gezorgd door een relatie aan te gaan met Okubata, ook wel Kei-boy genoemd.

De zussen wonen allen in Osaka, maar aan het begin van het boek verhuist Tsuruko met haar familie naar Tokio omdat haar man daar een betere baan krijgt aangeboden. De traditie vereist dat Yukiko en Taeko bij de oudste zus komen wonen, maar Yukiko woont liever bij Sachiko en Taeko woont op zichzelf.

In "Stille sneeuwval" gebeurt niet zo heel veel. Er komt een overstroming in voor en een storm, maar voor de rest gaat het vooral over de belevenissen van met name de jongste 3 zussen. Ze gaan naar het Kabuki-theater, gaan kijken naar de kersebloesem in Kyoto en gaan uit eten. Een erg leuk hoofdstuk vind ik hoofdstuk 30 uit deel 2 (blz 346-352) waarin een bezoek aan een Sushi-restaurant wordt beschreven.

Ik heb erg genoten van deze derde lezing van "Stille sneeuwval". Het is een realistische roman die  waarheidsgetrouw overkomt. Zonder meer één van de mooiste romans die ik ooit heb gelezen!
  
Citaten:
- Er waren mensen die weigerden te geloven dat de derde van de gezusters Makioka ongetrouwd de leeftijd van negenentwintig kon hebben bereikt en zo de huwbare leeftijd voorbij hebben laten glippen zonder dat daar diepgaande redenen voor bestonden, maar toch waren die redenen er niet. De voornaamste oorzaak was misschien dat noch Tsuruko, de oudste van de vier zusters, noch Sachiko en Yukiko zelf zich de luxueuze levensstijl van hun vaders laatste jaren uit het hoofd hadden kunnen zetten, laat staan het ontzag dat de naam Makioka wekte. Met andere woorden, in hun verlangen een echtgenoot te vinden die waardig was te worden opgenomen in zo'n vooraanstaande oude familie, hadden ze alle huwelijkskandidaten die zich aanvankelijk bij de vleet aandienden te min bevonden, ze zo vaak geweigerd dat ze ten slotte al hun goodwill kwijt waren en er niemand meer met aanzoeken kwam -  en in de tussentijd had het fortuin van de familie een keer genomen.

- Taeko werkte alleen als haar hoofd ernaar stond, want ze beschouwde zich inmiddels als een echte kunstenares, en die hielden er geen regelmatige dagindeling op na.

- Taeko had genoeg gekregen van haar poppen omdat ze vond dat ze nu te groot was om door te blijven gaan met zo'n meisjesachtige liefhebberij. Ze wilde iets doen dat nuttig was en dat haar tegelijkertijd de gelegenheid gaf haar natuurlijke aanleg, haar goede smaak en haar handigheid ten volle te gebruiken, en daarvoor leek haar het ontwerpen en maken van kleren het meest geschikt.

- "Ik heb vol bewondering zitten kijken hoe Koi-san haar sushi eet," zei Itakura.
 "Hoezo?"
 "Met dat ronde mondje is ze net een goudvis die aan een klompje wittebrood sabbelt: hij ziet eruit alsof er niks meer bij kan, maar intussen eet hij maar door."
 "Ik dacht al dat je veel te veel naar mijn mond keek," zei Taeko.
 "Koi-san is een goudvis! Koi-san is een goudvis!" zong Etsuko uitgelaten.
 "Maar weten jullie dat ik deze manier van eten speciaal heb geleerd?"
 "O ja? Van wie?"
 "Van de geisha's die ook bij juffrouw Osaku les nemen. Die vertelden me dat ze steeds uit moeten kijken dat er geen speeksel aan hun lippen komt als ze eenmaal lippenstift hebben opgedaan. Je moet het eten met de stokjes recht in je mond steken zonder dat het je lippen raakt, en daarom oefenen ze met gedroogde tofu zolang ze in de leer zijn. Gedroogde tofu absorbeert geweldig, snap je, dus als je dat in de soep dompelt en dan zo'n soppend brokje in je mond kunt stoppen zonder je lippenstift te beschadigen, dan heb je het kunstje onder de knie."

- Als een echte dochter van de Kansai begreep Sachiko heel goed hoe innig Yukiko van haar geboortegrond hield. Het was maar een doodgewone, niet eens bijzonder fraaie tuin, maar als je erin wandelde en de geur van de pijnbomen opsnoof of naar de Rokko-bergen in de verte keek of naar de heldere lucht boven je, dan voelde je dat er in de hele wereld geen plek bestond waar het beter wonen was dan hier tussen Osaka en Kobe. Wat was Tokio hiermee vergeleken toch een lawaaierige, stoffige, smerige, akelige stad! Geen wonder dat Yukiko zo vaak zei dat in Tokio zelfs de wind anders aanvoelde. Sachiko prees zich werkelijk gelukkig dat ze niet zoals haar twee zusters naar Tokio had hoeven te verhuizen.

Een lang citaat over een sushi-meester:
- De zaak ontleende de naam Yohei aan het feit dat de meester het vak had geleerd in Yobei, een reeds lang ter ziele, maar rond de eeuwwisseling erg bekend sushi-restaurant vlakbij de sumo-arena in Tokio. De sushi van Yohei smaakten echter heel anders dan de sushi van Yobei. Al was de meester in Tokio in de leer geweest en kneedde hij daarom zijn sushi in plaats van ze te persen, hij was een geboren Kobenaar en deed zijn uiterste best zijn produkten een uitgesproken Kansais karakter te geven. Zo gebruikte hij bijvoorbeeld uitsluitend kleurloze azijn in plaats van de gele Tokiose soort, en als sojasaus de stroperige Kansaise vorm die je in Tokio nergens tegenkomt. Ook adviseerde hij zijn klanten om sushi met garnaal, inktvis, of zeeoor niet in de saus te dopen maar met zout te bestrooien. Als vis gebruikte hij alles wat er, bij wijze van spreken vlak voor zijn deur, in de Japanse Binnenzee werd gevangen en hij was van mening dat de vis die niet voor sushi geschikt was nog moest worden geboren. Zijn oude leermeester was dezelfde gedachte toegedaan geweest, dus in dat opzicht vertegenwoordigde hij nog steeds de school van Yobei in Tokio. En vis had hij, in alle maten en soorten: in zijn vitrine lag zeepaling, kogelvis (berucht om zijn giftige ingewanden), roodbaars, geelstaart, oesters, verse zeeëgels, "veranda" (het vette deel tussen de buitenste graten van de schol), ingewanden van schelpdieren, en lappen rood walvisvlees. En wie zei dat sushi alleen met vis kan worden bereid? De meester van Yohei maakte ze met paddestoelen, bamboespruiten en zelfs dadelpruimen. Van tonijn, de vis waarnaar de meeste vraag was, moest hij echter niets hebben, dus die gebruikte hij weinig, en naar populaire combinaties als sushi met dwergelft, sint-jakobsschelpen, omelet en wat dies meer zij zocht je in zijn zaak vergeefs. Hoewel hij zijn vis ook wel grillde, bereikten garnalen en zeeoren, de klant in letterlijk springlevende toestand, en als hij vond dat de smaak van de vis daar beter door tot zijn recht kwam maakte hij de sushi niet met mierikswortel af, maar met tuinkruiden, essepeper of kril.

- Sachiko herinnerde zich wat haar oudste zuster haar vorig jaar tijdens het afscheid op het station in Osaka in het oor had gefluisterd, nee, gezucht: "Het kan me niet meer schelen met wie Yukiko trouwt, al draait het op een scheiding uit. Zolang ze maar trouwt."
 
  

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

vrijdag 15 december 2023

Vikram Seth: De geschikte jongen 6: Delen 16-19

Vikram Seth: De geschikte jongen (India, 1993): 1357 blz: Vertaald door Christien Jonkheer & Babet Mossel (2008): Uitgeverij Van Oorschot: Delen 16-19: 1092-1357
 
De geschikte jongen by Vikram Seth
 
Citaten:
- Maar toen Rupa Mehra het cadeau van Arun en Meenakshi had opengemaakt, barstte ze in gegriefde tranen uit. Het was een peperduur Japans lakdoosje, dat Meenakshi van iemand had gekregen en een keer, binnen gehoorsafstand van haar schoonmoeder, had omschreven als "spuuglelijk, maar ik kan het vast nog wel eens weggeven."

- Dipankar kwam zijn hut in de tuin uit nadat hij zeker een uur had zitten mediteren. Hij had een besluit genomen over de volgende stap in zijn leven. Het besluit was onherroepelijk, tenzij hij van gedachten veranderde.

- Als Amit met zijn roman worstelde had hij minder oog voor de gevoelens van zijn familie naarmate hij meer oog kreeg voor de gevoelens van zijn personages.

- "Is de auto gekukufisqueerd?"

- Haresh was zich er sterk van bewust dat de familie hem kritisch opnam maar wist niet goed hoe hij daarmee moest omgaan. Dit was geen Tsjechisch sollicitatiegesprek waarin hij het over spijkers met koppen en productienormen kon hebben. Dit vergde enige subtiliteit, en subtiliteit was niet zijn fort.

- "Maak je daar nu maar even niet druk over," zei Savita. "Neem een kop soep."
 Als niets meer helpt, bedacht Lata, is er altijd nog soep.

- Voor ieder feit of denkbeeldig feit dat in druk verscheen waren er tien geruchten, die bleven rondzoemen als wespen om een rottende mango.
 
- "Gelooft u in de kracht van de beperking?" vroeg een academisch gevormde dame gedecideerd.
 "Eh, jawel," zei Amit behoedzaam. Het was nogal een omvangrijke dame.
 "Waarom schijnt uw aanstaande roman - die naar ik begrijp in Bengalen speelt - dan zo dik te zijn? Ruim duizend bladzijden!" riep ze verwijtend uit, alsof hij persoonlijk aansprakelijk was voor de zenuwinstorting van een toekomstig promovendus. 
 "Tja, ik weet niet hoe dat is gekomen," zei Amit. "Ik ben niet zo gedisciplineerd. Maar ik moet ook niets van dikke boeken hebben; hoe beter ze zijn, des te erger het is. Als ze slecht zijn, krijg ik alleen maar ademnood van de moeite die het kost ze een paar minuten op te houden. Maar als ze goed zijn word ik een asociale idioot, weiger mijn kamer uit te komen, snauw en grauw als ik word onderbroken, laat bruiloften en begrafenissen voor wat ze zijn en maak mijn vrienden tot vijand. Ik heb nog steeds littekens van Middlemarch."

- Lata keek naar Savita en dacht: Savita is voor het huwelijk gemaakt. Ze schept er plezier in alles te doen wat nodig is voor een huishouden en een gezin, al die kleine, belangrijke zaken des levens. Ze is alleen rechten gaan studeren omdat Prans gezondheid haar geen keuze liet. Toen viel haar in dat Savita van wie dan ook zou hebben gehouden met wie ze getrouwd was, van iedereen die in de kern een goed mens was, ongeacht hoe lastig, ongeacht hoe anders dan Pran.

- "Hoe dan ook", zei Abdus Salaam, "de vooroordelen van slechte mensen zijn het probleem niet."
 "Ah, en wat is het probleem dan wel?" zei Mahesh Kapoor met een lichte glimlach.
 "Als het alleen slechte mensen waren die vooroordelen koesterden zou dat niet zo'n grote invloed hebben. De meeste mensen zouden hen niet willen imiteren - en daarom zouden zulke vooroordelen niet veel invloed hebben, behalve in uitzonderlijke tijden. De vooroordelen van goede mensen, die zijn juist zo gevaarlijk."

Haresh:
- Het zal je goed doen te horen dat ik geen paan meer eet. Kalpana heeft me laten weten dat jouw familie dat niet aantrekkelijk vindt, en wat ik er zelf ook van vind, ik heb besloten me in dit opzicht aan te passen. Ik hoop dat je onder de indruk bent van al mijn inspanningen om te vermehraïseren. 

- "... Zeg eens, wie van jullie is de oudste?"
 "Ik," zei Imtiaz.
 "Welnee," zei Meenakshi.
 "Ik verzeker u van wel, mevrouw Mehra. Vraag het maar aan mijn vader hier."
 "Hoe moet die dat nu weten?" zei Meenakshi. "Een bijzonder aardige man, van wie ik een beeldig lakdoosje heb gekregen, heeft me eens verteld dat volgens de Japanners de baby die als tweede komt de oudste is, want die bewijst zijn hoffelijkheid en grotere rijpheid door zijn jongere broertje voor te laten gaan."

  

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

Vikram Seth: De geschikte jongen 5: Delen 12-15

Vikram Seth: De geschikte jongen (India, 1993): 1357 blz: Vertaald door Christien Jonkheer & Babet Mossel (2008): Uitgeverij Van Oorschot: Delen 12-15: Blz 762-1091
 
De geschikte jongen by Vikram Seth
 
Citaten:
- De mensen vertellen een ander altijd wat die wil horen, niet wat ze werkelijk in het belang van die ander achten.

Over een masseur:
- Na nog wat knijpen en stompen zei hij: "Deze sesamolie is heel goed - hij heeft de verwarmende eigenschappen. Ik heb ook rijke klanten - veel marwari's in Calcutta kennen me. Ze zorgen niet voor het lichaam. Maar ik zeg, het lichaam is als de mooiste vooroorlogse auto, waarvan geen onderdelen te krijgen zijn op de markt. Daarom heeft het service en onderhoud nodig van een bekwame technicus, namelijk ..." en hij wees op zichzelf, "Maggu Gopal. En je moet je niet druk maken over onkosten. Zou je je Zwitserse horloge aan de onbekwame horlogeman geven omdat hij goedkoop is? Sommige mensen vragen bedienden, Ramu of Shamu, om massage te doen. Die denken dat het alleen in de olie zit."

- "Politici, begrijpt u, benoemen niet alleen liever middelmatige figuren op belangrijke posten omdat ze daar zelf gunstiger bij af zullen steken of omdat ze beducht zijn voor concurrentie, maar ook, begrijpt u, omdat iemand die op grond van verdienste is benoemd, vindt dat hem dat toekomt, terwijl een middelmatige figuur maar al te goed beseft dat dat niet zo is."
 
- "Volgens mij zou ons land er heel wat beter voorstaan als zij en u het zouden besturen en niet baoji en L.N. Agarwal," zei Veena.
 In plaats van Veena op de vingers te tikken voor die rebellie, zei mevrouw Kapoor alleen: "Ik denk het niet. Twee van die ongeletterde vrouwen ... we zouden niet eens een dossier kunnen lezen."
 "Maar u zou elkaar tenminste meer gunnen. Anders dan die mannen."
 "Welnee," zei haar moeder treurig. "Je weet niet half hoe kleinzielig vrouwen kunnen zijn. Als broers hebben besloten een gezamenlijk huishouden op te splitsen kunnen ze bezittingen ter waarde van lakhs [100.000] aan roepies soms met het grootste gemak binnen een paar minuten verdelen. Terwijl hun vrouwen in de gemeenschappelijke keuken dan zo'n heibel maken over de potten en pannen dat er bijna doden vallen."
 
- Het was aangenaam om geprezen te worden door iemand die van prijzen duidelijk niet zijn gewoonte maakte.

Arun Mehra over Haresh Khanna als huwelijkskandidaat voor Lata:
- Hij liet Rupa Mehra precies weten wat hij van zijn beoogde zwager dacht: een drammerig, ongelikt mannetje met veel te veel eigendunk. Met een laagje grauwe Midlands over de stinkende steegjes van Neel Darvaza. St.-Stephen noch de Londense cultuur had veel vat op hem gekregen. Hij kleedde zich opzichtig, bezat geen beschaafde omgangsvormen en zijn Engels was raar onidiomatisch voor iemand die het had gestudeerd en ook nog eens twee jaar in Engeland had gezeten. Bovendien zag Arun niet in hoe Khanna zich ooit in Aruns eigen kringen (de Calcutta Club, de renbaan van Tollygunge - de elite van Calcutta, zowel de Europese als Indiase) zou kunnen bewegen. Hij was ploegbaas - ploegbaas! - bij die Tsjechische schoenmakers. Zijn moeder kon toch niet werkelijk van mening zijn dat Khanna geschikt huwelijksmateriaal was voor een Mehra van hun klasse en achtergrond - om zo haar dochter mee de afgrond in te sleuren?

- "... Maar naar het schijnt kun je mensen niet met logica uit het hoofd praten wat ze ook nooit met logica is aangepraat."
 
- "... Beste chacha Nehru, had ik wel willen zeggen, dit is India, Hindoestan, Bharat, het land waar de pressiegroep eerder is uitgevonden dan het cijfer nul. Als zelfs het hart al in vieren is gedeeld, hoe kunt u van ons Indiërs dan verwachten dat we ons in minder dan vierhonderd partijen verdelen?"
 
Lees verder in deel 6 van deze bespreking.
 
  

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

Vikram Seth: De geschikte jongen 4: Delen 8-11

Vikram Seth: De geschikte jongen (India, 1993): 1357 blz: Vertaald door Christien Jonkheer & Babet Mossel (2008): Uitgeverij Van Oorschot: Delen 8-11: Blz 505-761
 
De geschikte jongen by Vikram Seth
 
Citaten:
- Slechts twee families hadden een eigen pomp: die van Rasheed en nog een. De rest van de bevolking, alles bij elkaar een stuk of vierhonderd gezinnen, haalden hun water uit een van de drie putten: de put voor de moslims op een open plek bij een neemboom; de kastenput voor de hindoes op een open plek bij een vijgeboom; en de put voor kasteloze hindoes ofwel onaanraakbaren aan de buitenste rand van het dorp tussen een dicht opeengepakt groepje leemhutten niet ver van een looikuil.

- Haresh stond Rupa Mehra inderdaad aan. Wat haar beviel was zijn levenslust, zijn onafhankelijkheid van zijn familie (al sprak hij met warmte over hen) en zijn goed verzorgde uiterlijk. Veel jongens zagen er tegenwoordig zo slonzig uit. En een beslissende factor in Haresh' voordeel was zijn naam. Een Khanna moest wel een khatri zijn.

- Op het ogenblik bestond het leven van Haresh uit weinig anders dan werk; India was geen Engeland, waar je probleemloos meisjes kon ontmoeten zonder dat er iemand bij was.

- Na een poosje waren ze in Salimpur. Ze hadden met de anderen afgesproken bij een zaak in stoffen en andere artikelen. Maar het was bomvol in de smalle drukke straatjes van Salimpur, vanwege de wekelijkse marktdag. Straatventers, marskramers, alle mogelijke soorten kooplui, slangenbezweerders met hun versufte cobra's, kwakzalvers, blikslagers, fruitverkopers met manden vol mango's en lychees op hun hoofd, suikerbakkers met hun dik met vliegen bedekte barfi's, laddu's en jalebi's, en een groot deel van de inwoners van zowel Salimpur als vele omringende dorpen had zich het centrum van de stad in weten te persen.
 
- De bus was zo aftands dat hij het om de paar minuten begaf. Hij was van een pottenbakker die nogal opzienbarend van beroep was veranderd; zo opzienbarend zelfs dat zijn plaatselijke kastebroeders hem niet meer wilden kennen, tot ze zijn bus onontbeerlijk vonden om naar het station te kunnen. De pottenbakker bestuurde en onderhield hem, voederde en drenkte hem, stelde de oorzaak van zijn geproest en schijndoodsrochel vast en loodste zijn karkas met zachte hand over de weg. Uit de motor stegen grijsblauwe rookwolken op, uit het oliereservoir lekte ruwe olie, telkens als hij remde verzengde de stank van brandend rubber de lucht en om de twee uur had hij wel een lege of lekke band. De weg, die voornamelijk uit halfsteens gelegde bakstenen bestond, was een en al kuil, en de wielen hadden niet de flauwste herinnering meer aan hun schokdempers. Rasheed had om de haverklap het gevoel dat hij gecastreerd dreigde te worden, en zijn knieën stootten steeds tegen de man voor hem, wiens stoel geen rugleuning meer had.
 
Lees verder in deel 5 van deze bespreking.
 
  

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

donderdag 14 december 2023

Vikram Seth: De geschikte jongen 3: Delen 4-7

Vikram Seth: De geschikte jongen (India, 1993): 1357 blz: Vertaald door Christien Jonkheer & Babet Mossel (2008): Uitgeverij Van Oorschot: Delen 4-7: Blz 199-504
 
De geschikte jongen by Vikram Seth
 
Citaten:
- Kedarnath merkte dat Haresh op het punt stond woedend uit te vallen. Hij voelde dat Haresh een bruusk en zeer onbevreesd man was, maar onbevreesdheid leek hem onpraktisch wanneer er wel degelijk iets te vrezen viel.

- Sunil herinnerde zich die keer dat hij en nog een stel vrienden Haresh - ergerlijk zelfverzekerd als altijd - hadden uitgedaagd om van een afstand het merk te noemen van alle vijftig auto's die vanwege een of andere officiële ontvangst voor het universiteitsgebouw geparkeerd stonden. Haresh had zich niet éénmaal vergist. Gezien zijn nagenoeg onfeilbare geheugen voor voorwerpen was het vreemd dat hij met maar een matig gemiddelde voor zijn doctoraal Engels was geslaagd en zijn scriptie voor poëzie had ontsierd met tal van onjuiste citaten.

- "... O, maar jullie kennen elkaar nog niet," zei Sunil nu in het Hindi. "Haresh Khanna ... Pran Kapoor. Jullie hebben allebei Engelse letterkunde gestudeerd, en ik ben nog nooit iemand tegengekomen die daar meer van weet dan de een of minder van weet dan de ander."

Over Bhaskar, de 9-jarige jongen met veel aanleg voor wiskunde:
- Toen Haresh een uur later terugkwam kreeg hij het gevoel dat hij een indringer was. Ze zaten inmiddels samen aan de eettafel, waarop onder andere enkele musammi's lagen, een paar musammischillen, een groot aantal tandenstokers in verschillende configuraties, een omgekeerde asbak, een paar in wonderlijk gekronkelde lussen aan elkaar gelegde stroken krantenpapier en een paarse vlieger. De rest van het tafelblad was bedekt met in geel krijt neergeschreven vergelijkingen.

- Rechter Chatterji was geen methodisch man, maar zijn vijf kinderen had hij keurig om en om mannelijk en vrouwelijk geproduceerd: Amit, Meenakshi (die met Arun Mehra was getrouwd), Dipankar, Kakoli en Tapan. Geen van hen had een baan, maar allen hadden wel een bezigheid. Amit schreef gedichten, Meenakshi speelde canasta, Dipankar zocht naar de Zin van het Leven, Kakoli hield de telefoon aan het werk en Tapan, met zijn dertien jaar een stuk jonger dan de rest, zat op de prestigieuze kostschool Jheel.

Over Cuddles, de hond van de Chatterji's:
- "Waar is Cuddles?" vroeg Amit halverwege de trap.
 "O," antwoordde Dipankar vaag. "dat weet ik niet."
 "Hij zou weleens iemand kunnen bijten."
 "Ja," beaamde Dipankar, niet al te verontrust bij die gedachte.
 Cuddles was geen gastvrije hond. De Chatterji's hadden hem nu ruim tien jaar, en in die tijd had hij zijn tanden gezet in Biswas babu, een paar kinderen (vriendjes en vriendinnetjes van school die kwamen spelen), een aantal juristen (die bij rechter Chatterji thuis kwamen vergaderen in diens tijd bij de balie), een zakenman, een arts die op huisbezoek kwam, en de gebruikelijk melange van postbodes en elektriciens.

Een Engelsman, Jock Mackay, over de Indiërs:
- "Ja. Maar een aardig volk, hoor: ze slijmen, roddelen, snoeven, weten alles beter, vinden zichzelf geweldig, hebben lak aan de wet, kruipen voor autoriteit, rijden als gekken en rochelen maar raak ... Ik had ooit nog wel meer puntjes op mijn klachtenlijstje staan, maar die ben ik vergeten."
 
- "Echt, Ma," ging Kakoli verder, "als je Tagore leest is het net of je met de schoolslag door de stroop moet zwemmen."
 
- Arun Mehra genoot van uitleggen - zich laten uitleggen beviel hem heel wat minder. Hij wekte graag de indruk alles te weten wat de moeite waard was, en het was hem nagenoeg gelukt dat zelf ook te geloven.
 
- "Studeren geeft een goede discipline," zei Rupa Mehra. "Je hebt er inzet voor nodig. Je vader zei altijd dat het niet uitmaakt wat je studeert. Zolang je het maar intensief doet, sterkt het de geest."
 
Over gedichten die Amit zo belabberd vond dat hij ze heeft verbrand:
 
- "Het waren verfoeilijke gedichten," zei Amit ter rechtvaardiging. "Beschamend slecht. IJdel, onoprecht."

 "Gedichten die ik niet verduur
 Werp ik ten offer aan het vuur,"

zei Kuku.

 "Van apekool tot hyperbool
 ik spoel ze weg door het riool,"

vulde Amit aan.
 "Heb je ook Chatterji's die geen spotrijmpjes maken?" vroeg Lata onverklaarbaar geërgerd. Waren ze dan nooit eens serieus? Hoe konden ze over zulke hartverscheurende zaken grapjes maken?
 "Jawel, ma en baba," zei Kuku. "Want die hebben Amit niet als oudste broer gehad. En Dipankar is er iets minder goed in dan de rest. Ons komt het aanwaaien, net zoals je een raga zingt als je die maar vaak genoeg gehoord hebt. Iedereen verbaast zich erover, maar het verbaast ons juist dat Dipankar het niet kan. Of maar één keer in de vier weken of zo, als hij zijn poëtische maandstonde heeft ..."
 
 "Uit de oude of de nieuwe doos -
 ze rijmen altijd grandioos,"
 
kirde Kakoli. die ze met zo'n verbijsterende frequentie uitbraakte dat ze Kakoliversjes waren gaan heten, al was Amit de aanstichter.
 
Lees verder in deel 4 van deze bespreking.
 
      

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

Vikram Seth: De geschikte jongen 2: Delen 1-3

Vikram Seth: De geschikte jongen (India, 1993): 1357 blz: Vertaald door Christien Jonkheer & Babet Mossel (2008): Uitgeverij Van Oorschot: Delen 1-3: Blz 1-198
 
De geschikte jongen by Vikram Seth

Twee lange citaten:
 
Een beschrijving van de bruiloft van Pran en Savita:
- Toen de kransen eenmaal waren uitgewisseld, schonk niemand verder veel aandacht aan de eigenlijke huwelijksrituelen. Die zouden nog bijna een uur lang doorgaan terwijl de gasten kwetterend over de gazons van Prem Nivas ronddrentelden. Ze lachten, ze drukten elkaar de hand of brachten hun handen samen tegen hun voorhoofd; ze versmolten tot groepjes, de mannen hier, de vrouwen daar; ze warmden zich bij de met houtskool gevulde stenen oventjes die strategisch in de tuin stonden opgesteld, terwijl hun gebabbel zich verdichtte tot opstijgende wolkjes; ze bewonderden de veelkleurige lichtjes; ze lachten gehoorzaam als de fotograaf in het Engels mompelde "Even zo blijven staan, alstublieft!"; ze snoven diep de geur van bloemen, parfum en gekruide gerechten op; ze wisselden geboortes, sterfgevallen, politieke nieuwtjes en schandalen uit onder het bontgekleurde baldakijn achter in de tuin waaronder op lange tafels eten stond uitgestald; met volgeladen borden vielen ze vermoeid neer op stoelen om onvermoeibaar toe te tasten. Bedienden, sommigen in witte livrei, anderen in kaki, brachten vruchtensap, thee, koffie en hapjes rond aan de gasten die in de tuin stonden: samosa's, kachauri's, laddu's, gulab-jamuns, barfi's, gajak en ijs werden geconsumeerd en aangevuld, samen met puri's en zes soorten groente. Vrienden die elkaar in maanden niet hadden gezien vielen elkaar onder luide kreten in de armen, verwanten die elkaar alleen op bruiloften en begrafenissen zagen omhelsden elkaar wenend en wisselden de laatste nieuwtjes over achterachterneven uit. Lata's tante uit Kanpur, ontzet over de huidskleur van de bruidegom, had het met een tante uit Lucknow over "de zwarte kleinkinderen van Rupa" alsof die er al waren. Ze maakten geweldige ophef over Aparna, ongetwijfeld het laatste blanke kleinkind van Rupa, en prezen haar nog toen ze pistache-ijs op haar lichtgele truitje van kasjmier morste. De onbehouwen dorpskinderen uit Rudhia renden schreeuwend rond alsof ze pitthu speelden op hun boerenerf. En de klaaglijke feestmuziek van de shahnai was weliswaar verstomd, maar de vrolijke stemmen rezen ten hemel in een uitgelaten getater dat de niet ter zake doende zang van de rituelen overstemde.
 
Een beschrijving van een rit door Brahmpur:
- De tonga had maar net genoeg ruimte om vooruit te komen tussen de ossewagens, riksja's, fietsers en de dichte drommen voetgangers op de weg en het trottoir, dat ze deelden met kappers die in de open lucht hun werk deden, waarzeggers, wiebelige theekraampjes, groentestalletjes, apentemmers, ooruitspuiters, zakkenrollers, loslopende koeien, een enkele slaperige, in verschoten kaki ronddrentelende politieagent, van zweet druipende mannen die onvoorstelbaar zware ladingen koperen of ijzeren stangen, glas of oud papier op hun rug vervoerden en er op de een of andere manier in slaagden met hun waarschuwingskreten - "Uit de weg! Uit de weg!" - de herrie te overstemmen, koperslagerijtjes en stoffenzaakjes (waarvan de eigenaars aarzelende klanten roepend en gebarend naar binnen trachtten te lokken), de smalle gebeeldhouwde stenen ingang van de Engelstalige Tinny Tots School die uitkwam op de binnenplaats voor de verbouwde haveli van een aan lager wal geraakte vorst, en bedelaars - jong en oud, agressief of gelaten, leproos, verminkt of blind - die bij het vallen van de avond stilletjes de Nabiganj bezetten en aan de politie probeerden te ontkomen terwijl ze de rijen voor de bioscopen afwerkten. Er krasten kraaien, in vodden gehulde kleine loopjongens renden af en aan (eentje hield, tussen de menigte door zigzaggend, een goedkoop blikken dienblad met zes vuile glaasjes thee in de lucht), aapjes sprongen kwetterend rond in het ritselende lover van een grote pipalboom en trachtten om onoplettende klanten te beroven wanneer ze wegliepen van het goedbewaakte fruitstalletje, vrouwen schuifelden met of zonder bijbehorende man rond in anonieme boerka's of kleurige sari's, bij een chaat-kraampje hingen een paar studenten die elkaar van nog geen halve meter afstand toescheeuwden, uit gewoonte of om zich verstaanbaar te maken, schurftige, bijterige honden werden weggetrapt, graatmagere , mauwende katten kregen stenen naar hun kop en overal streken vliegen neer: op stinkende hopen rottend afval, op de onbedekte lekkernijen van de snoepkraam, waar in enorme ronde pannen verrukkelijke jalebi's lagen te sissen in de ghee, op de gezichten van de in sari geklede - maar niet op die van de in boerka gehulde - vrouwen, en rond de neusgaten van het paard dat met zijn door oogkleppen afgeschermde hoofd schudde terwijl het zich door Oud-Brahmpur een weg naar de Barsaat Mahal probeerde te banen.
 
Ik geef nog een aantal kortere citaten plus een langer citaat ter afsluiting:

- "Wie was die Cad met wie je stond te praten?" vroeg ze nieuwsgierig aan Lata.
 Dat was minder erg dan het klonk. De studenten van Brahmpur bedoelden er niet mee dat de man in kwestie een cad, een schoft, was, maar gebruikten het woord - afgeleid van Cadbury Chocolate - als jargon voor knappe jongens.

- Met Ma valt niet redelijk te praten, ze zet gewoon de waterlanderskraan open.

- De traag bewegende rug van de ayah ergerde Meenakshi om de een of andere reden en ze dacht: We moeten de T.B. echt vervangen. Ze is volkomen nodeloos seniel. T.B. was de afkorting die Arun en zij voor de ayah gebruikten en Meenakshi lachte van plezier toen ze terugdacht aan die keer aan het ontbijt dat Arun van het cryptogram in de Statesman had opgekeken om te zeggen: "Zeg, werk die tandeloze bes eens de kamer uit. Zo smaakt mijn omelet me niet." Sindsdien was Miriam altijd de T.B. gebleven. Het leven met  Arun zat vol met zulke heerlijke onverwachte momenten dacht Meenakshi. Kon het maar altijd zo zijn.

- Maan was dol op Bhaskar en mocht hem graag rekensommen toewerpen, zoals je een afgerichte zeehond een bal toewerpt.

- Toen mijn vriendin Priya op de bruiloft van Pran kwam zag de tuin er zo mooi uit dat ze zei: "Ik heb het gevoel alsof ik uit een kooi ben gelaten." Zij heeft niet eens een daktuin, het arme kind. En ze mag nog bijna nooit het huis uit ook. "Met de draagstoel erin, op de lijkbaar eruit", zo vergaat het de schoondochters daar in huis.

Malati noemt een jongen die belangstelling voor Lata heeft een "Arm gekookt aardappeltje".

- ... en lachte toen naar Nowrojee, die wegdook in zijn stoel als een musje dat schuilt voor een orkaan.

- "En wat was dat andere verhaal dat je me zou vertellen, over Akbar en Birbal?" vroeg Lata.
 "Akbar en Birbal?" vroeg Kabir.
 "Niet vandaag - bij het concert."
 "O" zei Kabir. "Heb ik dat gezegd? Maar daar zijn zoveel verhalen over. Over welk had ik het dan? Ik bedoel, in wat voor verband zei ik het dan?"
 Hoe is het mogelijk dat hij zich die opmerkingen van hem die ik nog zo goed weet zelf niet herinnert? dacht Lata.
 "Volgens mij kwam het omdat mijn vriendinnen en ik je aan kwetterende papegaaien deden denken."
 "O. ja." Het gezicht van Kabir lichtte op bij de herinnering. "Het verhaal gaat als volgt. Akbar verveelde zich, dus vroeg hij zijn hovelingen hem eens iets echt verbazingwekkends te vertellen - maar dan niet iets wat ze van horen zeggen hadden, maar wat ze zelf hadden meegemaakt. Het verbazingwekkendste verhaal van allemaal zou een prijs krijgen. Zijn hovelingen en raadsheren kwamen aandragen met een keur van verbazingwekkende feiten - de gebruikelijke. De een vertelde dat hij een olifant doodsbang had zien trompetteren bij de aanblik van een mier. De ander dat hij een schip  door de lucht had zien vliegen. Weer een ander dat hij een sjeik had ontmoet die begraven schatten in de grond kon zien liggen. De volgende dat hij een buffel met drie koppen had gezien. Enzovoort, enzovoort. Toen Birbal aan de beurt was, zweeg hij. Ten slotte gaf hij toe dat hij die dag op weg naar het hof iets ongebruikelijks had gezien: een stuk of vijftig vrouwen die bij elkaar zaten onder een boom, zonder een woord te zeggen. Iedereen was het er meteen over eens dat de prijs aan Birbal toekwam." Kabir gooide schaterend zijn hoofd in zijn nek.
 
Lees verder in deel 3 van deze bespreking.
 
      

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

woensdag 13 december 2023

Vikram Seth: De geschikte jongen 1: Inleiding

Vikram Seth: De geschikte jongen (India, 1993): 1357 blz: Vertaald door Christien Jonkheer & Babet Mossel (2008): Uitgeverij Van Oorschot
 
De geschikte jongen by Vikram Seth
 
"De geschikte jongen" is een Tolstojaanse familiekroniek die zich afspeelt in India in de jaren 1951 en 1952, een paar jaar na de onafhankelijkheid. De roman is Tolstojaans in omvang en ook Tolstojaans in de manier waarop de personages worden beschreven en waardoor een hele samenleving tot leven komt.

Het boek opent met mevrouw Rupa Mehra die op de bruiloft van haar oudste dochter Savita tegen haar jongste dochter Lata zegt: "Ook jij gaat trouwen met een jongen die ik heb uitgezocht". 
 
In "De geschikte jongen" worden de verwikkelingen van 4 families beschreven die onderling met elkaar verbonden zijn. Je hebt de familie Mehra. Moeder Rupa is haar man Raghubir verloren en heeft 2 zoons: Arun en Varun en 2 dochters: Savita en Lata (de eerste hoofdpersoon). 
 
Dan heb je nog drie andere families: de familie Kapoor, bestaande uit minister van financiën Mahesh en zijn vrouw en hun kinderen Veena, Pran en Maan (de tweede hoofdpersoon), de familie Chatterji, met de vader die rechter is en de kinderen Amit, Meenakshi, Dipankar, Kakoli en Tapan en tenslotte de familie Khan (een moslimfamilie) met een vader die grootgrondbezitter is en zijn dochter Zainab en zijn tweelingzonen Imtiaz en Firoz. Het klinkt erg onoverzichtelijk, maar gelukkig staan voorin het boek de stambomen van deze 4 families. 
 
De andere personages zijn of rechtstreeks of zijdelings met Lata of Maan verbonden. In het boek zit veel couleur locale (er komen veel Indiase termen in voor en achterin het boek staat een uitgebreide woordenlijst), het heeft een lichte toon die mij uitermate goed bevalt, bevat veel humor en het leest erg makkelijk weg. Een criticus beschuldigde Vikram Seth van "crowdpleasing". Het was bedoeld als kritiek, maar in feite is het een groot compliment, het betekent dat Vikram Seth toegankelijk schrijft voor een groot publiek. 

Ik heb "De geschikte jongen" twee keer  eerder in zijn geheel gelezen. De eerste keer in het Engels in 1999 en de tweede keer in 2008 net nadat het boek in Nederland was verschenen. Vorig jaar heb ik de eerste 200 bladzijden herlezen voor een voorlopige bespreking

"De geschikte jongen" is één van mijn absoluut favoriete romans (met de ook al zeer lijvige romans "Anna Karenina", "Oorlog en vrede" en "Op zoek naar de verloren tijd"). Ik vind ook dat het boek geweldig is vertaald in het Nederlands. 
 
Het vertelplezier spat van de bladzijden af en het boek is een genoegen om te lezen. Bij de BBC hebben ze een televisieserie gemaakt naar het boek. Die zal ik vast ook nog wel een keer bekijken en bespreken. 
 
Vikram Seth heeft nog meer mooie boeken geschreven: het reisverhaal "From Heaven Lake", de roman in verzen "De Golden Gate" en de romans "Verwante stemmen" en "Twee levens", maar wat mij betreft is "De geschikte jongen" zijn absolute meesterwerk. 
 
De komende dagen publiceer ik nog vijf stukjes met citaten uit het boek zodat jullie zelf een oordeel kunnen vellen over de schrijfstijl van Vikram Seth. 

Lees verder in deel 2 van deze bespreking.

  

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.