Posts tonen met het label Autobiografisch. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Autobiografisch. Alle posts tonen

donderdag 25 juni 2026

Nicolien Mizee: Faxen aan Ger: Deel 5: Een licht bewoond eiland

Nicolien Mizee: Faxen aan Ger: Deel 5: Een licht bewoond eiland (Nederland, 2022): 444 blz: Uitgeverij van Oorschot
 
 
 
Het 5e deel van Faxen aan Ger "Een licht bewoond eiland" loopt van van februari tot en met juli 2000. Als Mizee in dit tempo doorgaat kunnen we nog heel wat faxboeken verwachten. Of haar lezers daar op zitten wachten weet ik niet. "Een licht bewoond eiland" is natuurlijk weer zeer onderhoudend, licht leesvoer. Maar het is ook méér van hetzelfde. Voor mij de hoogste tijd om weer eens wat anders te gaan lezen. Ik denk sowieso dat je de "Faxen aan Ger" beter gedoseerd kunt lezen dan een aantal delen achter elkaar wat ik nu heb gedaan. Maar Nicolien Mizee is ontegenzeggelijk een aanwinst voor de Nederlandse letteren.
 
Citaten:
- Tegen elven kwam ik thuis. Licht aan, verwarming aan, poes aaien, jas aan de kapstok, theewater opzetten, antwoordapparaat beluisteren. Twee boodschappen, zag ik.
 "Dit is je moeder. Je bent een verwend, egoïstisch kreng en ik hoef je voorlopig niet meer te zien." Rang, hoorn op de haak.
 
- "Daar heb je nou comités voor," zei ik, "om te ontdekken wat je niet wil, en zo over te houden wat je wel wil."

- Ik wou je al een tijd iets zeggen, maar vergat het steeds. Ik wou je zeggen dat ik het erg fijn vind dat je je altijd alleen maar in algemene, gunstige zin over mijn faxen uitlaat. Dat geeft me een immense vrijheid. Mijn faxen hebben geen literaire pretentie, ze hebben zelfs geen enkele pretentie, evenmin als gedachten dat hebben. Met kritiek zou ik dus niets aankunnen, behalve dat die me diepongelukkig zou maken. Ik geloof dat jij dat wel begrijpt, ik denk dat het voor jou volkomen vanzelfsprekend is, en toch wilde ik het je een keer zeggen, want hoewel het voor jou vanzelfsprekend is, zou het dat voor niemand anders zijn.

- Nee hoor, ik zou van mijn leven niet met een man willen samenleven. Ook ik zou onmiddellijk in het gebruikelijke rolpatroon stappen. Dat merk ik vaak in mijn omgang met mannen. Als de man zich niet op z'n gemak voelt, is het mijn schuld. En dan ga ik hem een beetje steunen, hem belangstellend aankijken en een paar keer gelijk geven, totdat hij weer is bijgedraaid.
 
- Net toen ik boven de la met toiletartikelen stond (vind jij "toilet" ook zo'n stom woord? Ik vind het een akelig, burgerlijk woord, voor mensen die in kleine huisjes wonen, schoon en netjes lijken, maar stiekem in hun neus peuteren, pornofilms kijken en op de Centrumpartij stemmen), ging de telefoon.
 
- Ik vind dat je nóóit hardop mag zeggen dat iemand lelijk of onaantrekkelijk is. 
 
- Ik hou niet van oordelen die niet strikt persoonlijk zijn.
 
- Groepsdenken is de voorloper van moord.
 
- Laatst moest Bio in haar schoolschrift woorden met een "ei" opschrijven. "Gezeik," schreef ze.
 
- Als iemand nog eens langszij komt en wil aanmeren, mij best, maar ik denk niet dat ik er ooit nog moeite voor ga doen. Het past niet bij mij. Ik ben niet iemand die "op zoek is naar een relatie". Want alles wat daaraan verbonden is, ga ik niet doen. Veranderen, geven, inleveren, concessies doen en meer van dat soort onmogelijkheden. Vreedzame co-existentie, meer valt er bij mij niet te halen.
 
- Gek genoeg kan ik beter omgaan met zinnige dan met onzinnige kritiek. [lijkt mij heel normaal]
 
- Mijn ervaring, ook met het dansen, is dat het voor een schrijver goed is om iets volkomen anders te doen, liefst iets waar hij van nature niet goed in is, iets wat hem niet komt aanwaaien. Zeer sterke  concentratie op iets non-verbaals werkt bijzonder ontspannend. Je gaat ervan openstaan, net als toen je een kind was.
 
- Ik herinner me dat Wolkers in een interview ooit zei: "Die (Annemarie, die model stond voor Olga) was gek. Die had een kronkel in haar hoofd. Anders laat je zoiets moois toch niet kapot gaan?"
 Maar ik dacht toen al: wat voor moois eigenlijk? Dat dat arme kind de hele tijd maar moest liggen neuken met die man? Die verder geen enkele aandacht voor haar had?
 
      
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

vrijdag 19 juni 2026

Nicolien Mizee: Faxen aan Ger: Deel 4: Hoog en laag springen

Nicolien Mizee: Faxen aan Ger: Deel 4: Hoog en laag springen (Nederland, 2021): 442 blz: Uitgeverij van Oorschot
 
 
 
Het 4e deel van Faxen aan Ger "Hoog en laag springen" loopt van juni 1999 tot februari 2000. De ouders van Nicolien hebben besloten om haar eenmalig een flinke som geld te geven. Nicolien peinst erover wat ze ermee moet doen, op de bank zetten of gebruiken als gedeeltelijke betaling van haar huis. Het Orakel raadt haar aan om het gewoon lekker uit te geven en er leuke dingen van te doen. Nicolien verbreekt haar relatie met Louise, maar ze blijven nog wel samen stijldansen. Er gebeurt niet zo heel veel, maar alles is prachtig beschreven. Deel 5 heb ik ook al besteld.
 
Citaten:
- Mijn moeder is in staat om aan de hele wereld te vertellen dat ik dol ben op rooie kool, en Ger, dan kan ik haar bedelven onder pamfletten waarin ik het tegenovergestelde beweer, ik kan het door een megafoon in haar oor toeteren: ze zal altijd blijven denken dat ze het écht beter weet. Zoals ik ook heteroseksueel ben en binnenkort een leuke baan als tandartsassistente ga zoeken.

- Hoe dwingender de presentatie, hoe groter het verzet bij de luisteraar. We kunnen de grootste waarheden beter in een klein terzijde zetten. Dat behoedt ons ook voor discussie.
 
- Ik denk dat ik daarom ook niet tegen discussies kan: ik ben ervan overtuigd dat mensen in hun hoofd slechts plaats hebben voor één denkbeeld. Dan kun je hoog en laag springen, daar verandert niets meer aan.
 
- "Wat was het leukste van het kamperen?" vroeg ik Bio toen ze terugkwamen van drie dagen kamperen met Toon in de Ardennen om de zonsverduistering te zien.
 "Tomatensoep eten in de slaapzak," zei ze.
 
- Als je vijftig bladzijden eigen tekst voorleest, word je behoorlijk met jezelf  geconfronteerd. Als tekst is het volgens mij in orde. De waarde kan ik niet beoordelen, maar het is een eenheid, het loopt als een trein en meer kan ik niet doen.
 
- Ikzelf geef niks om abstracte schilderkunst ... en vind: laat ze die flauwekul maar ophangen, laat generaties kunstacademiestudenten maar bloedig proberen nog origineler dan origineel te zijn, laat hordes kunstcritici maar onleesbare geschriften schrijven en zich bezighouden met het prediken van het belang ervan, zolang ik er maar niet naar hoef te kijken en gewoon met mijn museumkaart naar Rembrandt mag.
 
- Ik ben zelf een ongeduldige lezer, heb er een hekel aan om terug te bladeren en hecht eraan dat het soepel te volgen is.
 
- Het gedrag van Jochem uit Beverwijk raakte me als een bliksem die inslaat in een vergeet-me-nietje. 
 
- Niets is te gering om beschreven te worden. Als je maar weet wat je wil zeggen en dat dan zo goed mogelijk doet.
 
- Wat-ie zei, begreep en herkende ik wel allemaal, maar als iemand een uur lang, zonder éénmaal te lachen, zit te beweren hoeveel gelukkiger hij is zonder geld en daarbij afgeeft op rijke mensen die niet weten wat leven is, krijg je toch niet het gevoel dat-ie dolgelukkig is.
 
- "Ik hou van primair werk," zei ik, "een boek schrijven of een pan eten maken. Of iemand iets heel goed uitleggen, dat snap ik ook nog. Maar alles wat daar te ver van verwijderd raakt, onttrekt zich aan mijn waarneming. Daar kan ik me niks bij voorstellen."
 
- Zeuren, klagen, blijven steken in chagrijn, niet alles op alles zetten om het beste van je leven te maken, dat is misschien wel de enige doodzonde.
 
- De keelpijn was, toen ik thuiskwam, zo verschrikkelijk dat ik mijn spuug zo lang mogelijk opspaarde om het ten einde raad allemaal in één keer door te slikken, met het gevoel een rol prikkeldraad door een te nauwe opening te duwen.
 
- Eigenlijk vind ik dat je zó hoort te schrijven dat iemand als ik, met een modale intelligentie en interesse, alles in één keer begrijpt.
 
- Liefde is een rebelse vogel die zich door geen wet laat vangen.
 
- Nabokov zegt dat de basis van literatuur "the irrational belief in the goodness of man" is.
 
      
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

zondag 14 juni 2026

Nicolien Mizee: Faxen aan Ger: Deel 3: Allesverpletterende

Nicolien Mizee: Faxen aan Ger: Deel 3: Allesverpletterende (Nederland, 2019): 383 blz: Uitgeverij van Oorschot
 
 
 
Na de eerste 2 delen van "Faxen aan Ger" heb je het idee dat je  Nicolien Mizee wel zo'n beetje kent. Ze is niet in staat om te werken, heeft daarom een Wajong-uitkering, ze heeft een vriendin met wie ze op lesbisch stijldansen zit en ze schrijft onbekommerd over de kleine dingen in haar eigen leven op een zeer humoristische manier. Ook deel 3 "Allesverpletterende" is een zeer onderhoudend brievenboek. 
 
Citaten:
- Ik weet niet of jij veel overeenkomsten ziet tussen de hier geschetste Nicolien en degene die jij kent, maar ik kon ze nooit ontdekken, behalve mijn taalvaardigheid. En, hongerig mijn moeder gelukkig te maken met de énige kwaliteit die ik bezat, ontwikkelde ik mijn verbale vermogens tot ik wel niets anders leek dan een lopende zinnenvlechter.
 
- Voor mijn moeder is vrouwelijkheid: een lieve vrouw die zich wegcijfert voor haar (zielige) man en hem zijn overspelige avonturen gunt, omdat ze begrijpt dat hij dat nodig heeft. Vrouwen die carrière willen maken (vooral in "mannenberoepen" zoals arts, buschauffeur) zijn verwerpelijk, en ook vrouwen die plezier hebben in seks, of in vrouwenvriendschappen, "meidenlol".
 
- O ja: iets wat ik vannacht nog bedacht, is dat mijn waanzinnige afkeer voor opsommingen, te veel woorden, mijn onvermogen naar uitleg te luisteren of zelfs maar een gebruiksaanwijzing te lezen, kortom, mijn paniekerige weerzin jegens alle tekst die niet simpelweg een mededeling is, misschien ook z'n wortels heeft in mijn moeders eindeloze, nooit ophoudende woordenvloed waarin nooit iets werd gezegd, maar alles werd uitgelegd, met eindeloze, overstelpende hoeveelheden details.
 
- ... terwijl je weet dat ik anders haak naar uw woorden als een hongerige haai ...
 
- En bovendien weet ik maar al te goed dat men moeilijk kan oordelen over eigen werk.
 
- Elke verboden kamer in onze geest leidt tot een verboden kamer in onze creativiteit.
 
- "Vroeger waren kinderen een noodzakelijk kwaad," zei Piet uit Beverwijk eens tegen me. "Je kreeg ze omdat je ze niet kon tegenhouden. Nu is het ongeveer zo dat je leven geen zin heeft als je ze niet hebt. En als ze er zijn, dan wordt alle energie erin gestopt om ze tot een succes te maken."
 
- "Als we later rijk zijn," zeg ik weleens tegen Louise, "dan huren we een majorettekorps dat elke dag een uur rondjes marcheert rond ons privézwembad. Met van die meisjes met iets te plompe benen in korte rokjes. En ik kijk vanuit mijn ligstoel en rook een sigaret."
 
- Bio zei vandaag: "Ik ben van plan om als ik jarig word, weer vijf te worden. En dan weer vier. En dan drie, twee, een, nul. En dan kruip ik lekker terug in mama's warme buik en ga ik heerlijk slapen."
 "En kom je er dan nooit meer uit?" vroeg ik.
 Ze dacht even na.
 "Soms, misschien. Maar niet te lang."
 Ja, die ziet de bui al hangen.
 
- Slankheid is verzet tegen het leven, en niet aantrekkelijk.
 
- Ik kan bijna naar niemand luisteren, geen discussie volgen, naar geen praatprogramma kijken, want alles maakt me razend. Ik heb een hekel aan de zwaarwichtigdoenerij van Armando en aan mensen die zich op secundaire wijze met kunst bezighouden, kortom, iemand die boeken óver Armando schrijft, lijkt me het toppunt van verschrikkelijkheid, slechts te overtreffen door het moeten lézen van zo'n boek.
 
- En als ik iets heel erg meen, verstop ik het liever in een terloopse bijzin dan dat ik het zo pontificaal opschrijf.
 
- "Papa, geloof jij in God?" vroeg Bio, van boven haar bord spaghetti.
 "Hoe kom je daar nou bij? Nou ... ja, eigenlijk wel."
 "Ja natuurlijk," zei Bio tevreden, "die mensen die in de kerk zitten te bidden, die doen dat ook niet voor niks." Ze nam weer een hap. "Voor God is de wereld een computerspelletje," zei ze ineens.
  
- Ik geloof dat een mens het beter in accuratesse dan in grote kicks kan zoeken.
 
- Ik raak buiten zinnen als ik me moet verantwoorden.
 Jij hebt me nooit ter verantwoording geroepen. Dat komt doordat je de meest ondogmatische mens bent die ik ken. Je hebt wel wat rare ideeën, maar dat is oud erfgoed en bovendien heb je daar alleen zelf last van.
 
- Het is slecht om de slechtheid van de ander niet te willen zien. Het leidt tot groter of kleiner misbruik en kan zich uitbreiden als een olievlek.
 
- Ik geloof dat bijna alle kwaad in de wereld voortkomt uit een overdaad aan emotie en een gebrekkig nadenken daarover, waardoor deze gevoelens verworden tot klakkeloos aanvaarde denkbeelden.
 
- Wat is een "genuanceerd oordeel" in hemelsnaam? Een lauw aftreksel van alle gangbare meningen van het moment?
 Laten we alsjeblieft allemaal zo exact mogelijk verwoorden hoe het voor óns is, alleen voor onszelf, niet voor een ander, dan zal het z'n eigen weg vinden in de grote zee van de samenleving.
 
- Democratie leidt tot klagen. Dat is heel goed, het is een vorm van vrijheid, maar het is niet iets om euforisch van te worden.
 
- "Vind jij eigenlijk niet dat je dankbaar moet zijn voor het feit dat jij wordt onderhouden door de staat?" vroeg An me gisteren.
 
- "Nee, dankbaar ben ik niet," zei ik, na goed nagedacht te hebben. "Ik vind het een teken van beschaving dat een maatschappij zijn gehandicapten onderhoudt. Anders liggen alle werkelozen te creperen op de straat, en dat is niet bevorderlijk voor de hygiëne en het straatbeeld."
 
      
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

maandag 8 juni 2026

Nicolien Mizee: Faxen aan Ger: Deel 2: De porseleinkast

Nicolien Mizee: Faxen aan Ger: Deel 2: De porseleinkast (Nederland, 2018): 455 blz: Uitgeverij van Oorschot
 
 
 
"De porseleinkast" is het 2e deel van de "Faxen aan Ger" en beslaat de periode van juli 1997 tot juli 1998. Nicolien is constant bezig met haar zelfonderzoek. Het boek is erg hilarisch en ik heb het in slechts 4 dagen tijd uitgelezen.
 
Een nieuwe persoon in het boek is een zekere Yolande, consequent als het Orakel aangeduid. Het Orakel is een therapeute zonder diploma, maar wel eentje die goede adviezen geeft en waar Nicolien veel aan heeft.
 
An, de zus van Nicolien, heeft 2 kleine kinderen, Ster en Bio. Ster is zeer aangepast en Bio doet precies wat ze zelf wil, zij lijkt daarbij op een kleine versie van Nicolien.
 
Verder gaat het boek over Nicoliens eerste vriend Sybren, haar omgang met de sociale dienst en geldzaken en ook erg veel over haar moeder. "De porseleinkast" is na "De kennismaking" opnieuw een genot om te lezen! 
 
Citaten:
- Omdat ik nooit veel begrepen heb van de verlangens die de meeste mensen doen voortgaan, komen mijn periodes van depressie me reëler voor dan de tijden waarin ook ik lijd aan de verstandsverbijstering die ons de energie geeft 's ochtends op te staan, kleren aan te trekken en het huis te verlaten.
 
- Ik kon alleen iets van een ander aannemen als ik voelde dat het klopte, dat het aansloot bij iets wat ik zelf al vermoedde - en als dat niet zo was, raakte ik in een eigenaardige verlamming die me zelfs het spreken onmogelijk maakte.

- Blijft over een groot en belangrijk probleem: waarom word je per keer leuker? Nee nee, ik meen het. Het is verschrikkelijk. Na jou gezien te hebben valt er niets meer na te streven dan je nogmaals te zien.
 Ik moet zeggen: dit is wel een economische liefhebberij. Andere mensen betalen duizenden guldens om naar Ambon te vliegen, te bungeejumpen of de Mount Everest te beklimmen, en ik hoef alleen maar met jou een broodje te eten om hetzelfde effect te bereiken.

- Die AAW is ook gebaseerd op het minimumloon,  en zal dus ongeveer hetzelfde bedrag zijn als de bijstand, maar ik word niet langer beschouwd als "between jobs", als iemand die elk moment te werk kan worden gesteld. Geen inschrijving bij het Arbeidsbureau, geen maandelijkse briefjes, geen halfjaarlijkse controle, geen plicht "permanent beschikbaar te zijn voor de arbeidsmarkt", waardoor je in principe nog geen twee dagen weg mag en beboet wordt als ze erachter komen dat je tóch weggeweest bent, enzovoorts enzovoorts.
 
- Het probleem was dat Kees' leven eigenlijk min of meer om het consumeren van bier heen gecomponeerd was.
 
- Blijkbaar kan ik beter tegen onhandigheid dan tegen sophistication. En ik ben beter opgewassen tegen een rechtstreekse aanval ("jij vreet van mijn belastingcenten") dan tegen mensen als huisbaas H. en mijn moeder, die zeggen dat ze mijn werkeloze staat "accepteren", terwijl ik volkomen zeker weet - beter dan zijzelf - dat ze dat in hun hart niet doen.
 
- Zoals je je misschien nog herinnert, had ik ooit, in een aanval van balorigheid, "vanaf geboorte" ingevuld op het formulier waarop mij werd gevraagd sinds wanneer ik arbeidsongeschikt was.
 Dat bleek een gouden zet, want nu is er misschien een mogelijkheid dat ik bij "jonggehandicapten" word ingedeeld, hetgeen bijzonder gunstig zou zijn omdat deze groep als verloren wordt beschouwd. Daar moeten we heen. 

- Discussies met Louise zijn bijzonder vermoeiend, omdat ze in de veronderstelling leeft dat een mening ontstaat nadat alle argumenten tegen elkaar zijn afgewogen. Het is natuurlijk precies andersom: eerst heb je de mening, en pas daarna reconstrueer je je argumenten.
 
- Het is me in mijn functie als professioneel uitvreter vaak opgevallen dat de beste maaltijden niet te halen zijn bij mensen die ingewikkeld doen met het eten. Mik met haar lavendelbiefstukken. Armgard met haar exotische klonten en Balthasar die een soort breiwerken van verschillende soorten vis maakt - op de een of andere manier proef ik er alle kosten en moeite nooit aan af.
 Had het me maar in de oorspronkelijke vorm voorgezet, denk ik meestal spijtig.
 
- ..., maar waarom zouden we proberen te leven in de ontstentenis van dingen die ons beter doen functioneren? God, Ger en Seroxat, het maakt in elk geval minder herrie dan sportauto's, kinderen en vliegreizen - de zaken die andere mensen dan weer gelukkig maken.

- Het enige wat me werkelijk heel gelukkig kan maken, is iets voor iemand te kunnen betekenen. Dat Sybren z'n dochter naar me vernoemd heeft, dat Paul zo blij is met dat libretto, sommige dingen van jou.
 
Het Orakel over Nicolien:
- "Jij hebt echt iets te zeggen en dat moet honderd procent op jouw manier."
 
- Louises moeder is een klein vrouwtje, van wie een spanning uit gaat waarmee je een halve stad gemakkelijk van energie zou kunnen voorzien.
 
- Bij schrijvers valt me trouwens sowieso vaak op dat het beginwerk het beste is. Daarna is het telkens meer van hetzelfde, en meestal slechter, want doodgedacht.
 
- Alleen al het feit dat iemands gezicht oplicht als je binnenkomt, is een rechtvaardiging van je bestaan.
 
- "Nee, dat ben ik niet met je eens," zei je nadat ik zei dat kunst die pas door uitleg begrepen kon worden, niet deugde.
 
- 't Is nogal griezelig om te besluiten dat je alleen maar naar jezelf moet luisteren; de angst slaat toe dat je dan het contact met de realiteit verliest. Gek genoeg verlies je dat eerder als je te veel naar andere mensen luistert.
 
- Charlie zegt dat ik mezelf als een cadeau beschouw. Je mag ernaar kijken, het raadplegen, mee uit eten nemen, maar het komt geen millimeter naar je toe.
 
- (Jij riep ook ooit iets wat ik niet licht zal vergeten. Ik studeerde nog bij je, kwam langs met m'n werk, en jij vertelde verontwaardigd over de eindexamenstudenten van de Filmacademie. "En een kapsones dat ze hebben! En Nicolien, ze kunnen nog geen fractie van wat jij kan!" Van puur plezier ben ik toen in de verkeerde trein gestapt, waar ik pas in Amsterdam Amstel achter kwam.)
 
- Iemand afschrijven vind ik erger dan iemand beschrijven.
 
- Sybren legde zijn handen met uitgespreide vingers op mijn billen.
 "Wat een kont," zei hij waarderend, "daar kun je wel een huis op bouwen."
 
- "Weet je dat de gebroeders Grimm pas later stiefmoeders in al die sprookjes hebben ingevoerd? Oorspronkelijk waren dat moeders."
 
- Voor mij zijn de twee belangrijkste geboden in het leven: laat ieder wezen in zijn waarde en bescherm je kinderen.
 
- Ineens viel me in dat jij eergisteren, bij mijn laatste bezoek, meer gepraat had dan ik! Een wonder! Je zal zien, binnenkort kom ik een kwartier te laat, krijgen we ruzie, komt de zon op in het westen, nodig je me uit voor een weekend-uit, zijn er sterren bij dag en neem ik een vaste baan. 
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

donderdag 7 mei 2026

Nicolien Mizee: Faxen aan Ger: Deel 1: De kennismaking

Nicolien Mizee: Faxen aan Ger: Deel 1: De kennismaking (Nederland, 2017): 393 blz: Uitgeverij van Oorschot
 
Faxen aan Ger  -   De kennismaking
 

Nicolien Mizee (1965) is als schrijfster doorgebroken met haar "Faxen aan Ger", waarvan inmiddels 8 delen zijn verschenen. Nicolien heeft deze faxen geschreven tussen 1994 en 2014 dus er kunnen nog vele delen volgen. "Faxen aan Ger" is momenteel een hype, net zoals "Het bureau" van J.J. Voskuil dat dertig jaar geleden was en "Mijn strijd" van Karl Ove Knausgard vijftien jaar geleden.
 
Ger Beukenkamp was docent scenarioschrijven van Nicolien. De faxen zijn uitsluitend éénrichtingsverkeer, nooit heeft Ger een fax beantwoord. 
 
Ik mag wel zeggen dat ik razend enthousiast ben over dit eerste deel "De kennismaking". Nicolien schrijft hierin onbekommerd over haar eigen leven en doet dat in trefzekere bewoordingen met een enorm gevoel voor humor. 
 
Nicolien is naar eigen zeggen "anders". Zo kan ze niets doen waar ze geen zin in heeft, werken al helemaal niet. In "De kennismaking" leeft ze van een bijstandsuitkering en verdient ze wat bij door als naaktmodel te poseren voor allerlei clubjes van amateurschilders. Ze heeft een relatie met Louise, maar dat loopt ook niet helemaal lekker. Wel schrijft ze met veel enthousiasme en ze kan zich voorstellen dat er ooit nog een goede prozaschrijfster uit haar groeit. Dat is haar zeer zeker gelukt. Ik vind "De kennismaking" een waar genot om te lezen, één van de allerleukste boeken die ik ooit heb gelezen. Ik ben benieuwd naar de overige delen.
 
Een briljant stuk uit "De kennismaking" is het verslag dat Nicolien heeft geschreven over de arbeidsgeschiktheidskeuring van de GGD op 11 april 1997 op bladzijden 239-251. Het is in feite een samenvatting van waar het in het hele boek om draait.  
 
Hier flink wat citaten:

- Geheel tegen mijn gewoonte in schoof ik beneden in het café weer bij ze aan, en vertelde, enigszins onder de invloed van de jenever, achter elkaar al mijn succesverhalen over bijna veertien jaar poseren, waarbij ze allemaal over tafel lagen van het lachen en uiteindelijk op de geniale gedachte kwamen dat ik deze verhalen eigenlijk op zou moeten schrijven! In een boek! En dat zouden ze dan, beloofden ze me, ook echt kopen en lezen.

- Jij kunt je werk los van jezelf zien, maar dat is voor mij onmogelijk. (Dat schijnt te komen doordat de beide hersenhelften bij vrouwen met honderd miljoen draadjes aan elkaar zitten, en bij mannen met ongeveer twee.)

- Jouw en mijn gedrag in aanmerking nemend, is het nog een godswonder dat we ooit een min of meer coherente dialoog weten te voeren. Over een half jaar blijkt waarschijnlijk dat jij me al die tijd in de grondbeginselen van de Italiaanse grammatica hebt onderwezen, terwijl ik meende een cursus Argentijnse tango bij je te volgen.

- Elementair aan mijn model is dat ze geen dag iets kan wat ze niet wil. Ze kan zich nu eenmaal niet "over de dingen heen zetten" en geen vuile vingerafdruk van de maatschappij op haar zuivere ziel verdragen.

- Nu zal het je niet verbazen dat jij daar in al je verpletterende Gerheid ook in voorkomt ...

- Mijn bezigheden dezer dagen zijn het schrijven van a. dat verhaal, b. een wervende tekst voor een praktijk voor acupunctuur (die man wil me nu in cadeaubonnen betalen; binnenkort biedt hij me aan een pak van die naalden te sturen bij wijze van honorering) ...

- Begin mei ga ik twee maanden naar Marokko. Ik ga ervan uit dat we neerstorten, ik op onze vakantiebestemming aangekomen tot volslagen apathie verval, mij de haat van mijn reisgezellin op de hals haal, twee weken verdoofd achter haar aan strompel, talrijke ziektes oploop, beroofd en verkracht word, om bij terugkeer opnieuw neer te storten. Mocht ik echter door een merkwaardige samenloop van omstandigheden toch nog thuis geraken, dan is mijn huis afgebrand, mijn familie overleden, en heel Nederland van de aardbodem verdwenen.

- Sybren, mijn eerste vriend, was ook zo, en het was dan ook meteen de laatste. Zes jaar lang gaf hij me het gevoel dat ik iets ongekends in hem en mezelf ging ontdekken, dat we op het punt stonden iets ongelofelijks te bereiken - en het eindige ermee dat je met een pan aardappels zat te wachten op iemand die om drie uur 's nachts apelazerus en zonder onderbroek thuiskwam.
 
- Exact een jaar geleden belde je op om je tevredenheid uit te spreken over De Poolse Familie. Dat was het beste cadeau van die 30e verjaardag. Nu ben ik 31. Vorige maand heb ik een schoenenrek opgehangen. Dat was geloof ik de voornaamste prestatie van het afgelopen jaar.
 
- Het is moeilijk te geloven dat de huidige waarheid niet die van het verleden of de toekomst is.
 
Over haar uitkering:
- In feite is er van de huidige bijstandsuitkering niet meer te leven. Zonder het geld dat ik met poseren verdien, heb ik ongeveer driehonderdvijftig gulden per maand te besteden. Ik hecht niet aan bezit, heb een hekel aan kleren kopen, geef niet om duur eten of dure vakanties, en boeken haal ik wel uit de bibliotheek. Maar ik wil dolgraag een krant lezen, en zo nu en dan ergens eens een kop koffie drinken. Ik leef erg zuinig, maar als ik eraan denk dat ik in december driehonderd gulden aan twee fietsenstallingsabonnementen moet betalen, word ik werkelijk opstandig.
 
- Geen beter geluid dan de sleutel die zich omdraait in de eigen voordeur.
 
- Ik hou in feite helemaal niet van kunst. Ik hou van het leven zoals zich dat aandient, en niet van de stilering die anderen daarin aanbrengen.
 
- Ikzelf heb nooit kunnen werken, maar eigenlijk heb ik altijd gevonden dat men mij moest betalen voor mijn existentie. Ik doe geweldig mijn best voor de mensheid; ik begrijp niet waarom niet iedereen briefjes van duizend in mijn brievenbus stopt.
 
- Liever dan miljoenencontracten, zeiljachten en blonde wijven met heupen als kazen, wil ik namelijk begrepen worden, en ik heb besloten, o geweldige Ger Beukenkamp, dat jij daar nu onmiddellijk mee gaat beginnen.
 
- Ik heb, naar aanleiding van mijn brief over de heiligheid en ons laatste gesprek, een aantal dingen bedacht die volgens mij ontspruiten aan dezelfde wortelstam, maar daar ik geen hersenen in mijn hoofd heb, maar rondwervelende brokken zaagsel, weet ik nog niet precies welke stam dat zou zijn.
 
- Lieve Ger, heel hartelijk gefeliciteerd met het feit dat je me vandaag exact vier jaar kent.

- Ik heb me van jongs af aan gevoeld als een wat ouderwetse heteroseksuele man, die een vrouw nodig heeft voor seks, bewondering en de afwas, maar zich pas echt prettig voelt bij zijn vrienden.
 
- Mijn leven is afhankelijk van de beslissing van het humeur van een willekeurig iemand achter een bureau.
 
- Ik vind mezelf niet bijzonder veeleisend, maar eeuwige liefde en volledige overgave is toch wel het minste wat je van de medemens kan eisen.
 
- En kun je niet eens een heel klein faxje sturen? Zo van: "ik eet vanavond rode kool. Ger."
 
- Ooit had ik een vriendin die een zeker ontzag had voor het feit dat ik een "VGH-tje" was, zoals zij het noemde, iemand "van goeden huize". Ik begreep niet goed wat ze daarmee bedoelde.
 "Jij bent vast opgevoed met het idee dat je aardig moet zijn voor andere mensen," zei ze.
 Dit leek me zo vanzelfsprekend, dat ik pas jaren later (toen ik al lang niet meer met haar omging) begreep wat ze bedoeld had. Zijzelf was grootgebracht met het adagium "pakken wat je pakken kan, anderen doen het ook".
 
- Het allerfijnste vind ik altijd als een man met een auto komt voorrijden, mij een halve dag mee uitneemt (liefst naar buiten) en me dan óók nog mee uit eten neemt. En alles betaalt en deuren openhoudt. Zalig.

- Iedereen zegt dat ik me een beetje aan moet passen en niemand begrijpt hoezeer ik onder dat advies lijd.
 
- ... Geurt, tenger, donker en beweeglijk, tegenover die massieve, blonde reus van het Stadscafé, met zijn horecabuik die als een zak water in zijn overhemd hing.
 
- ... te horen dat je datgene hardop zegt wat de ander denkt, is toch het mooiste wat je met schrijven kunt bereiken.
 
- Praten is zowat het leukste wat er is, maar het liefst als het van (schijnbaar) secundair belang is. Het idee dat je tegenover elkaar aan een tafel zou gaan zitten met als hoofddoel "gezellig praten" lijkt me verschrikkelijk. Liever samen een eind lopen, een kamer witten of een bord eten naar binnen werken.
 
- O ja, en nog iets: zou je me tijdig kunnen waarschuwen als Hans en jij weer een of andere verre reis gaan ondernemen?
 Ik krijg weleens een gruwelijk visioen waarin al mijn faxen nutteloos de kamer instromen, de trap afglijden en de vestibule vullen, zodat jullie, bruinverbrand terugkerend van een verre, verre reis, slechts met de allergrootste moeite de voordeur open kunnen duwen, beduusd naar kilometers fax staan te kijken, en jij verzucht: "Hoe moet ik nou ooit nog tegen dat mens zeggen dat ze eens moet ophouden met die onzin?"
 
- Over het algemeen proberen mensen je terug te voeren naar de oorsprong van je gedachten, en vragen ze "of je niet te veel nadenkt" en of je niet beter eens een leuke vriendin kan gaan zoeken. Maar ik heb helemaal geen zin om het over mij te hebben. Wat kan mij mezelf nou schelen? Daar zit ik al de hele dag aan vast. Ik vind mezelf alleen interessant als lens op de wereld.
 
- Het is zo leuk aan kinderen dat ze zo onbeschaamd voor hun eigen belang uitkomen. Eigenbelang geldt als iets slechts, maar daar ben ik het niet mee eens. Ik vind het heel goed als mensen hun eigen belang op de eerste plaats stellen. In de eerste plaats omdat het duidelijkheid schept, en in de tweede plaats omdat het heel goed samen kan gaan met andere belangen. 
 
- Ikzelf heb een hevige afkeer voor alles wat geen vorm heeft, wat ongenuanceerd is, niet gerelativeerd wordt, wat humorloos en met ontzag gepresenteerd wordt.
 
- Van status heb ik nooit veel begrepen. Ik neem het waar, zoals je een statistiek waarneemt, of een landkaart. Het is voor mij niet werkelijk voor te stellen dat je belangstelling voor de ander afhankelijk zou zijn van diens maatschappelijke positie.
 
- Misschien moet ik bevriend worden met mensen met tweede huisjes. En die het dan zelf te druk hebben om erheen te gaan.
 
- Ik heb altijd een heilige willen zijn. Maar ja, daar was óók al geen opleiding voor.
 
      
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

zondag 30 maart 2025

Maarten 't Hart: Dienstreizen van een thuisblijver

maandag 24 maart 2025

Maarten 't Hart: Het roer kan nog zesmaal om

Maarten 't Hart: Het roer kan nog zesmaal om (Nederland, 1984): 246 blz: Uitgeverij de Arbeiderspers, serie Privé-domein Nr. 100
 

 
Van de Nederlandstalige boeken die ik destijds op de middelbare school heb gelezen voor mijn lijst, was "De droomkoningin" van Maarten 't Hart veruit mijn favoriete boek. Ik heb altijd een zwak gehad voor Maarten 't Hart en in de loop der jaren aardig wat boeken van hem gelezen. In mijn herinnering vind ik de drie deeltjes die in de serie Privé-domein zijn verschenen, zijn beste boeken.
 
Iedereen die vaker wat van Maarten 't Hart heeft gelezen, weet dat in al zijn boeken dezelfde onderwerpen terugkeren: zijn worsteling met het geloof, zijn liefde voor de klassieke muziek (Bach, Mozart), het piano- en orgel spelen, de natuur, zijn enorme leeswoede en nog wat andere onderwerpen. 
 
Ik heb "Het roer kan nog zesmaal om" in drie dagen tijd geboeid uitgelezen. Ik merk wel dat ik de stukken over zijn opvoeding, school- en studentenjaren en de natuur beduidend interessanter vind, dan alles wat hij over het geloof heeft te melden. Ik vind van de Nederlandstalige schrijvers die in de serie Privé-domein hebben gepubliceerd, de drie boeken van Maarten 't Hart duidelijk tot de beter geslaagde teksten behoren.
 
Citaten:
- "Als het maar beroerd eindigt," zegt Hotz vaak schamper tegen me, "dan, ja dan is het litertatuur."
 
- Op de derde september fietste ik om half zeven uit Maassluis weg, en drie uur later hoorde ik in de Pieterskerk professor Kuenen vertellen dat men als men studeerde best kon slabakken, als men dat wat men er naast deed, roeien bijvoorbeeld, dan maar goed deed.
 
- Daar Eysberg, juist in die lange, haast niet door te komen zomervakanties, enkele weken verplicht zijn zaak moest sluiten, zocht ik, mede op aanraden van mijn moeder ook naar ander werk. "Je kunt toch niet áltijd lezen," zei ze vaak, en ik was dat wel met haar eens. Als ik op een gewone vakantiedag in de zomer om zes uur opstond, had ik om negen uur mijn eerste boek al uit, en om twaalf uur mijn tweede, en om drie uur mijn derde, en nog voor het avondeten mijn vierde. Voor na de maaltijd had ik dan een flink dik boek bewaard, van rond vierhonderd bladzijden, en daar kon ik dan net tot bedtijd mee toe. Maar ja, vijf boeken op één dag, daar wordt men op den duur toch enigszins suffig van.
 
- Zo vaak al heb ik mij vertwijfeld afgevraagd, als ik, min of meer daartoe geprest, in een ruimte verkeerde waar mensen in vergadering of op een receptie of op een feestje bijeen zijn, "is dit nu echt het hoogst bereikbare?" Als dat niet zo is, waarom lijkt het dan alsof iedereen erop uit is om altijd maar weer bijeenkomsten te organiseren dan wel te bezoeken. En waarom moet iemand die het liefst alleen is steeds weer à contre-coeur deelnemen aan sociaal verkeer? Ik pres al die sociale mensen toch ook niet tot alleen zijn?
 
- ... welk werk men ook doet, men kan het doorgaans gedurende langere tijd achter elkaar doen. Men kan tomaten plukken van 's morgens half vijf tot half negen en ondertussen ook nog aan het bestaan van God twijfelen. Maar schrijven kan men soms, en meestal niet. Daarom doet men allerlei ander werk tussendoor; men hakt hout, men plant grote bonen, men schoffelt in z'n moestuin, en af en toe keert men terug naar de schrijftafel om te merken dat het (nog) niet gaat. Als mijn vader een graf groef, begon hij om negen uur en was hij om twaalf uur klaar. Maar als ik een verhaal schrijf, doe ik in feite tien, twintig andere dingen: ik haal de post, verzet de geit, laad de hond uit, snijd alvast de rode kool fijn voor het avondeten, en zet af en toe, so ganz nebenbei, ook wel eens een zinnetje op papier. Vroeger had ik wel het vermogen om langere tijd achtereen te schrijven, maar zelfs toen schreef ik maar heel soms. Een schrijver is iemand die zelden schrijft. Van geen ander beroep kan, denk ik, gezegd worden dat men er zo weinig tijd van de dag mee bezig is.
 
Maarten 't Hart dacht dat hij om schrijver te kunnen worden journalist moest worden:
- Pas toen ik in aanraking kwam met datgene wat zo gewichtig "letterkunde" heet, kwam ik gaandeweg tot de ontdekking dat schrijvers slechts zelden als journalist begonnen waren. Bordewijk, mijn eerste grote literaire liefde, was advocaat, Theo Thijssen onderwijzer en Harry Mulisch, voor zover ik kon nagaan, helemaal niets. W.F. Hermans was geoloog en Jan Wolkers beeldhouwer. Het bleek volstrekt onnodig om journalist te worden.
 
- Schrijven moet iets houden van het achteloos maken van notities op de achterkant van een gebruikte envelop of van een pretentieloze, hoogstens wat lang uitgevallen brief aan een vriend of vriendin.
 
- Mijn hele leven lang heb ik eronder geleden dat het mensenbestaan is ingericht voor de langslaper. Ik ben een uitgesproken morgenmens, zit het liefst al om vijf uur, monter, vol grappen, tot alle conversatie bereid, aan de ontbijttafel. Mijn hele leven lang heeft men mij verweten dat ik a-sociaal ben, maar dat ben ik niet, alleen valt de periode van de dag waarin ik behoefte heb aan gezelschap, conversatie en sociaal verkeer niet 's avonds, maar 's morgens vroeg.
 
Over zijn diensttijd:
- Geen moment hoefde ik mij het hoofd te breken over enig probleem. Er werd voor ons gedacht, wij waren van elke verantwoordelijkheid ontheven, altijd stond, op vaste tijdstippen, een uitgebreide maaltijd voor ons klaar, en nooit hoefde ik ergens iets voor te betalen, alleen de kapper kostte twintig cent.
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

woensdag 14 juni 2023

Lev Tolstoj: Mijn biecht

Lev Tolstoj: Mijn biecht (Rusland, 1881): 127 blz: Vertaald door Arthur Langeveld (1998): Uitgeverij Bijleveld
 

 
Was ik al niet erg enthousiast over het laatste boek dat ik las "Wat is kunst?" van Tolstoi, over "Mijn biecht" ben ik nog minder enthousiast. Er zullen ongetwijfeld mensen zijn die dat niet met mij eens zijn, want het is tenslotte een boekje van een wereldberoemde schrijver, vertaald door een gerenommeerd vertaler en prachtig uitgegeven als een zeer verzorgde kleine hardcover met stofomslag.

Tolstoj begint in hoofdstuk 2 aldus:
- Ik kan niet zonder ontzetting, walging en hartzeer aan deze jaren terugdenken. Ik heb mensen in de oorlog gedood, ik heb mensen tot duels uitgedaagd met het oogmerk hen te doden, ik heb bij het kaarten geld verloren, ik heb de opbrengsten van mijn boeren erdoor gejaagd en ik heb hen getuchtigd, ik heb gehoereerd, ik heb bedrogen. Leugen, diefstal, wellust van allerlei aard, dronkenschap, verkrachting, moord ... Er is geen misdaad die ik niet heb begaan, en om dit alles werd ik geprezen, en hielden en houden mijn leeftijdgenoten mij voor een betrekkelijk zedelijk mens.
 Zo heb ik tien jaar geleefd.

Rond 1881 toen Tolstoj "Mijn biecht" schreef kwam hij tot de conclusie dat het leven dat hij al die jaren geleefd had niet het juiste was. Hij dacht sterk aan zelfmoord, maar uiteindelijk werd hij gelovig. Daarnaast predikte hij geweldloosheid, seksuele onthouding, afzien van alcohol, vegetarisch eten en zag hij af van de auteursrechten op zijn boeken. Zijn grote romans waren alleen maar geschreven om aanzien in de wereld te verwerven en van geen enkel belang.
 
Karel van het Reve schreef dat Tolstoj in zijn werken de lezer lastig viel met verhalen over de eigen slechtheid. 
 
Ik ben een groot fan van Tolstoj als schrijver, maar met dit boekje heb ik helemaal niets.
 
  

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

zaterdag 9 juli 2022

Stoppen of doorlezen? Alfred Birney: Niemand bleef

Alfred Birney: Niemand bleef: Dagboek van Meneer B. (Nederland, 2019): 357 blz: Uitgeverij de Arbeiderspers, serie Privé-domein nr. 303
 
Niemand bleef
 
Alfred Birney (1951) was lange tijd een onbekende schrijver totdat in 2017 zijn roman "De tolk van Java" werd bekroond met de Librisprijs. Blijkbaar heeft uitgeverij de Arbeiderspers, vanwege de grote lof voor dit boek, ertoe besloten om in hun prestigieuze serie Privé-domein, zijn dagboeken van de jaren 2005 tot 2011 uit te geven.

Voor stoppen of doorlezen? heb ik uit "Niemand bleef" de eerste 55 bladzijden gelezen, het jaar 2005 vanaf dinsdag 1 november.
 
Ik heb "Niemand bleef" gekregen van een goede vriend die het boek gedeeltelijk had gelezen en het aan mij heeft gegeven om het te proberen. Zelf zou ik het nooit gekocht hebben. Birney maakt hele korte notities. Hij is nogal gefascineerd door jonge meisjes, type Lolita uit de gelijknamige roman van Vladimir Nabokov. Verschil met Humbert Humbert is dat hij zich wel weet te beheersen.
 
Ik vind de notities van Birney niet zo veel om het lijf hebben en zowel qua inhoud als stilistisch niet erg interessant. Ik geef een paar citaten:
 
- Onlangs verscheen een biografie van Adriaan Morriën [van moet natuurlijk over zijn, Erik], een niet buitengewoon gewaardeerd schrijver maar geen onbelangrijke figuur in literaire kringen. Volgens de biograaf trok Morriën zich tot op hoge leeftijd minstens tweemaal per dag af. Een zure recensent ergert zich aan Morriëns voorkeur voor zeer jonge vriendinnen, veelal meisjes die "de weg kwijt zijn". Hij schrijft dat het niet bijdraagt aan een gevoel voor sympathie voor Morriën. Dat zegt veel over die boekbespreker, die in de middagpauze snel een boekwerk van 600 pagina's doorzapt om er tijdens het avondspitsuur in de trein even iets over neer te kunnen krabbelen, nerveus om zich heen blikkend naar zeer jonge vrouwen die in een overvolle coupé de weg kwijt zijn. Zeer jonge vriendinnen  erop na houden is niets bijzonders voor een schrijver. Dat behoor je te weten als recensent.

- Literaire meesterwerken lees ik in de keuken, pulp op het strand.

- Er waren winters waarin ik de dag niet zag. De nacht is goed voor schrijven, maar je moet om vier uur gaan slapen, zodat je uiterlijk om twaalf uur in de middag opstaat. Alleen dan krijg je voldoende daglicht om de winterperiode redelijk door te komen, dat wil zeggen zonder al te diepe depressies.

- Er is niets fijners dan bij zware regenval in je bed te blijven liggen.

Op zich vind ik de eerste 55 bladzijden van "Niemand bleef" best aardig om te lezen, maar ook niet meer dan dat. "Best aardige" boeken heb ik al veel te veel gelezen, dus dit wordt stoppen!

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

vrijdag 8 juli 2022

Stoppen of doorlezen? Nicolien Mizee: De kennismaking

Nicolien Mizee: De kennismaking: Faxen aan Ger: deel 1 (Nederland, 2017): 393 blz: Uitgeverij van Oorschot
 
Faxen aan Ger  -   De kennismaking
 
Ik start vandaag met een nieuwe rubriek: Stoppen of doorlezen? 
 
Het aanbod aan boeken die ik eventueel wil lezen is enorm. Je hebt natuurlijk de grote klassieken, maar ook verschijnen er ieder jaar talloze nieuwe boeken. Een beetje boek telt al gauw 300 bladzijden en daar doe ik toch ongeveer 6 dagen over.
 
Ik denk dat ik na het lezen van zo'n 50 bladzijden wel iets kan zeggen over een boek en in ieder geval weet ik dan wel of ik verder wil lezen of niet. Op deze manier kan ik kennismaken met een flink aantal boeken en daar een kleine selectie uit maken van die boeken die ik verder wil lezen. 
 
Het eerste boek voor deze serie is "De kennismaking", het eerste deel van "Faxen aan Ger" van Nicolien Mizee, dat ik gisteren bij de bibliotheek heb geleend en dat ik tot en met bladzijde 48 heb gelezen. 

Het schijnt dat de "Faxen aan Ger" momenteel behoorlijk populair zijn. Collega-bloggers Alek en Jan Anton waren allebei erg te spreken over dit eerste deel. Alek heeft zelfs al een aantal vervolgdelen gelezen. 

De eerste 48 bladzijden van "De kennismaking" bevat faxen die Nicolien aan Ger Beukenkamp heeft geschreven tussen 4 augustus 1994 en 11 november 1995. Ger was haar docent scenarioschrijven. 

Nicolien is een vrouw die duidelijk anders in het leven staat dan de meeste andere mensen en ze schrijft lekker van zich af, met veel humor. Een aantal citaten:

- Geheel tegen mijn gewoonte in schoof ik beneden in het café weer bij ze aan, en vertelde, enigszins onder de invloed van de jenever, achter elkaar al mijn succesverhalen over bijna veertien jaar poseren, waarbij ze allemaal over tafel lagen van het lachen en uiteindelijk op de geniale gedachte kwamen dat ik deze verhalen eigenlijk op zou moeten schrijven! In een boek! En dat zouden ze dan, beloofden ze me, ook echt kopen en lezen.

- Jij kunt je werk los van jezelf zien, maar dat is voor mij onmogelijk. (Dat schijnt te komen doordat de beide hersenhelften bij vrouwen met honderd miljoen draadjes aan elkaar zitten, en bij mannen met ongeveer twee.)

- Jouw en mijn gedrag in aanmerking nemend, is het nog een godswonder dat we ooit een min of meer coherente dialoog weten te voeren. Over een half jaar blijkt waarschijnlijk dat jij me al die tijd in de grondbeginselen van de Italiaanse grammatica hebt onderwezen, terwijl ik meende een cursus Argentijnse tango bij je te volgen.

- Elementair aan mijn model is dat ze geen dag iets kan wat ze niet wil. Ze kan zich nu eenmaal niet "over de dingen heen zetten" en geen vuile vingerafdruk van de maatschappij op haar zuivere ziel verdragen.

- Nu zal het je niet verbazen dat jij daar in al je verpletterende Gerheid ook in voorkomt ...

- Mijn bezigheden dezer dagen zijn het schrijven van a. dat verhaal, b. een wervende tekst voor een praktijk voor acupunctuur (die man wil me nu in cadeaubonnen betalen; binnenkort biedt hij me aan een pak van die naalden te sturen bij wijze van honorering) ...

- Begin mei ga ik twee maanden naar Marokko. Ik ga ervan uit dat we neerstorten, ik op onze vakantiebestemming aangekomen tot volslagen apathie verval, mij de haat van mijn reisgezellin op de hals haal, twee weken verdoofd achter haar aan strompel, talrijke ziektes oploop, beroofd en verkracht word, om bij terugkeer opnieuw neer te storten. Mocht ik echter door een merkwaardige samenloop van omstandigheden toch nog thuis geraken, dan is mijn huis afgebrand, mijn familie overleden, en heel Nederland van de aardbodem verdwenen.

Uit deze eerste 48 bladzijden zijn nog veel meer pakkende citaten te halen. Wie ze net zo grappig vindt als ik, begrijpt dat ik zeer graag wil doorlezen!

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

maandag 7 februari 2022

Riad Sattouf: De Arabier van de toekomst 5

Riad Sattouf: De Arabier van de toekomst 5 (Syrië, 2020): 176 blz: Vertaald door Toon Dohmen (2021): Uitgeverij de Geus

De Arabier van de toekomst 5
 
Ik heb een maand geleden deel 4 van de geweldige serie graphic novels "De Arabier van de toekomst" van Riad Sattouf gelezen en besproken. In de tussentijd kwam ook deel 5 binnen en heb ik dat gelezen. Omdat ik alle 5 tot dusver verschenen delen gelijktijdig in huis had heb ik daarna de hele serie herlezen.

Ik vond alle delen op zichzelf al zeer de moeite waard, maar nu ik de hele serie achter elkaar als een geheel heb gelezen valt pas goed op hoe sterk het verhaal is dat Riad Sattouf vertelt. 

Het is ook een mooi gegeven, een Syrisch/Franse man met een Syrische vader en een Franse moeder vertelt hoe hij samen met zijn twee jongere broers opgroeit tussen twee culturen. In zijn jonge jaren verblijft hij met zijn ouders veel in Syrië. Als zijn moeder het op een gegeven moment niet meer trekt en zijn vader een baan aangeboden krijgt in Saoedi-Arabië, dan verhuist het gezin zonder de vader naar Frankrijk, waar ze vlakbij de grootouders van moeders kant gaan wonen.

Sattouf vertelt zijn levensverhaal met veel vaart en met het nodige gevoel voor humor. Tijdens het lezen moest ik regelmatig hardop lachen. In dit vijfde deel krijgt Riad belangstelling voor meisjes en is er één meisje: Anaïc dat zijn speciale belangstelling heeft. Zoals in de eerdere delen blijft tekenen zijn grote hobby en zijn medeleerlingen zijn zeer onder de indruk van zijn talent.

Voor de bespreking van de eerdere delen (met citaten), kijk bij mijn bespreking van deel 1, en klik dan door voor de volgende delen. Deel 5 eindigt met wordt vervolgd ... Ik ben benieuwd hoeveel delen er nog van deze geweldige serie zullen verschijnen.

  : Voor de hele serie als geheel.

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

zaterdag 29 januari 2022

Barbara Stok: Lang zal ze leven

Barbara Stok: Lang zal ze leven: Van 20+ tot 40- (Nederland, 2013): 304 blz: Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar
 
Lang zal ze leven
 
Barbara Stok is een Groningse striptekenaar die strips maakt over haar eigen leven. "Lang zal ze leven" gaat over de periode van net na haar 20-ste levensjaar tot vlak voor haar 40-ste. Het is een bloemlezing uit eerdere bundels die ze maakte. Alle tekeningen in het boek zijn in zwart-wit.

Barbara heeft het over alledaagse dingen: een jongen waar ze verliefd op wordt, de dingen waar ze blij van wordt, de dingen waar ze chagrijnig van wordt, een zeiltochtje over het IJsselmeer, over een baantje als journaliste, over Joekes (de hond van haar vriendje), de hoe-hak-ik-een-knoop-door-tip, over een lezing van Martha Nussbaum, over meditatie, over het niet kunnen krijgen van kinderen.

Een erg mooi moment in het boek is als Barbara net ontslag heeft genomen van haar baan als journaliste en op een tekening buiten loopt te stralen van geluk. Toen ze solliciteerde op die baan had iemand al tegen haar gezegd: "Een baan is het begin van het einde. Dat moet je zo lang mogelijk uitstellen."
 
Zowel de tekeningen, de schrijfstijl als het levensverhaal van Barbara Stok zijn niet heel bijzonder, maar de combinatie van deze drie elementen levert een hartverwarmende verfrissende strip op. Warm aanbevolen voor wie van strips houdt. Ik leerde het werk van Barbara Stok kennen door het blog van Niek.
 
Citaten:

De dingen waar ik blij van word:
- Door de plassen rijden
- Een harde wind laten
- Snoep! [Met een tekening waarop ze een enorme reep chocolade naar binnen schrokt]
- De wekker op allemaal gelijke cijfers zien staan
- Autorijden, want dan kan je heel hard schreeuwen zonder dat iemand het merkt
- Lekker thuis plaatjes draaien
- Narcisjes die uit hun knop komen
- Een zomerse plensbui
- Een dikke drol leggen

De dingen waar ik chagrijnig van word:
- Rook
- Een haar in m'n eten
- Als iemand m'n antwoordapparaat niet inspreekt
- Automatische "frisse geur"-sproeiers bij openbare weecees
- Een snurkende bedgenoot
- Sluitingstijd
- Een lege brievenbus
- Te vroeg wakker gebeld worden
- Hitte! (vanaf 24 graden Celsius)
 
- De dood komt elke dag dichterbij. Wanneer ik doodga, wil ik tevreden terug kunnen kijken op mijn leven. Dat ik mijn best heb gedaan om er iets moois van te maken. Als ik nu een ongeluk krijg en doodga, heb ik het laatste jaar van mijn leven verspild! Alle dagen voor die stomme kranten aan het werk is allemaal verloren tijd.

De hoe-hak-ik-een-knoop-door- Tip van vandaag:
- Bij twijfel: gewoon doen!
 Of was het nou: bij twijfel niet doen? 
 Nou weet ik het niet meer.

- Soms laat ik mij ongeremd wegzinken in zelfmedelijden ... 
... Maar ook bij pech is het de kunst om er het beste van te maken.
Stap 1: Verleg je focus naar wat je allemaal nog wél kan.
Stap 2: Zoek nieuwe tijdverdrijven.
Stap 3: Praat zo min mogelijk over je kwaal. Dan ga je er vanzelf ook minder aan denken.
Stap 4: Kijk niet te veel terug en niet te veel vooruit. Daar word je maar somber van ...
Stap 5: Wat ook reuze opbeurt, is op de tv iemand zien die er véél erger aan toe is.

- "Zou jij de wc willen schoonmaken?"
 "Dat doe ik straks wel ... ... als ik klaar ben met zitten."

- "En hoe gaat het in de winkel?"
 "Slecht. Ik ben ontslagen. Aan het eind van de maand loopt mijn contract af."
 "Wat?! Ontslagen!?! Waarom?!?"
 "Mijn baas zei dat ik te eerlijk ben tegen klanten. Als een product een slechte koop is, zeg ik dat gewoon. Ik ga mensen geen troep aansmeren."
 "Eerlijkheid is een goede eigenschap. Maar het mag natuurlijk niet ten koste gaan van de winst."

- "Als ik in deze tijd tiener was geweest, denk ik dat ik aardig onzeker was geworden over mijn uiterlijk. Met al die dikke borsten in videoclips. Dat had je in mijn tijd gelukkig niet. Ik krijg bijna de indruk dat je met kleine borsten niet aantrekkelijk kunt zijn. Het is maar goed dat ik zo zelfverzekerd ben. Ik vind mijn tietjes best mooi. Vind je ook niet?"
 "Jouw borsten zijn als de Japanse keuken: ... ... subtiel en verfijnd, een ware delicatesse!"
 
- "Zal ik 'm nou kopen of niet?"
 "Dat moet je zelf weten. Maar 139 euro is wel duur."
 "Ik koop hem niet."
 "Mooi. Dat scheelt."
 "Dat scheelt om precies te zijn 139 euro, die we nu aan iets anders kunnen besteden."
 "Door de jas niet te kopen, hebben we eigenlijk 139 euro verdiend."
 "Kijk eens wat een leuke schoenen."
 "Als we die niet kopen, verdienen we 80 euro."
 "Die oorbellen koop ik ook niet!"
 "29,95 euro verdiend!"
 "En dat tafeltje ook niet!"
 "Weer 115 euro verdiend!"
 "Dit is leuk winkelen!"
 "Zo worden we rijk!

- "Wat voor strips maak je?"
 "Autobiografisch getinte verhalen over alledaagse belevenissen en observaties."
 "Waarom teken je over jezelf?"
 "Ik ben misschien de hoofdrolspeler, maar niet het onderwerp van de strips"
 "Waar gaan ze dan over?"
 "Over onze maatschappij, over universele gevoelens, over wat er nou werkelijk toe doet en wat niet. Dat is de rode draad."

      
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

dinsdag 2 november 2021

August Willemsen: De val

August Willemsen: De val (Nederland, 1991): 177 blz: Uitgeverij de Arbeiderspers: serie Privé-domein (nr. 177)

De Val

 

 

 

 

 

 
 
Op weg naar huis met in een plastic tas 4 flessen wodka komt August Willemsen ten val. Hij wordt opgenomen in een ziekenhuis en kan later revalideren in een verpleegtehuis. Hij beschrijft in dagboekvorm het verblijf in het verpleegtehuis tussen in niets geïnteresseerde mensen die de hele dag nietsdoen, dat wil zeggen: aan een stuk door roken en televisiekijken. August Willemsen is als auteur en lezer een vreemde eend in de bijt.

Verder doet hij in briefvorm verslag van het laatste jaar voor de valpartij, waarin hij na een verblijf in de Jelinekkliniek in toenemende mate moeite heeft om zijn alcoholmisbruik onder controle te houden. Het boek is een eerlijk en nogal ontluisterend verslag van waar alcoholmisbruik toe kan lijden. Deze zelfreflectie heeft wel een prachtig boek opgeleverd, een absoluut hoogtepunt in de Nederlandse literatuur. Zie ook de bespreking van Koen.

Citaten:
- "Gaat u ook mee naar de gezellige avond?"
 "Nee, ik hou niet van gezelligheid."
 
- Ik ben me in toenemende mate ervan bewust hier een eenling, zo niet een zonderling te zijn. Ik ben de enige die zeurt over de eeuwig en alom tegenwoordige popmuziek, over het lawaai van de televisie, over te veel licht in de slaapzaal, over de shagstank in de eetkamer, ik ben de enige die zich geluidloos met zeep, kwast en mes scheert ..., ik ben de enige die boeken en liefst twee kranten leest (zuster D.: "En Er See Han-dels-blad, wat is dat?"), de enige, kortom, die iets doet.
 
- Een niet-drinker begrijpt (dat is bekend) vanaf zeker moment niets van een dronken of drinkend iemand (dat is niet hetzelfde)- ook niet wanneer de een en de ander (dat is minder bekend) dezelfde persoon zijn. Waarvoor ik bang was kan ik nu niet meer precies navoelen, laat staan vertellen. Er waren genoeg concrete aanleidingen om ermee te stoppen: het verzaken van afspraken en andere verplichtingen, het geheugenverlies, het verwaarlozen van relaties en vriendschappen, van mijn huis en mijzelf, het vervreemd raken van dierbaren, het verlies van respect in de ogen van anderen, het lichamelijk ongemak, lichamelijk en geestelijk verval in het algemeen ...
 
- Ik had altijd gedacht dat ik, zéker wanneer ik bij het schrijven even op een dood punt zat, de hulp van een slok nodig had om weer op gang te komen. Dat híélp soms ook wel, dat was het geniepige, maar na die slok kwam een tweede slok en een derde slok en dat werd een fles (ik spreek over sterke drank), en dan las ik de volgende dag dingen waarvan ik tot zeker moment kon denken: dat had ik zónder de drank niet bedacht (wat nooit te controleren is), en waarvan de rest onbruikbaar was.
 
- Het verschil tussen de drinker en de niet-drinker is dat de eerste, wanneer hij niet drinkt, bewust iets niet doet, terwijl de niet-drinker, wanneer hij niet drinkt, níet iets niet doet.

- Wát hele en halve psychologen ook mogen beweren over dat "inzicht in je problemen al de halve genezing is"- ik geloof er geen barst van. Het is hoogstens mooi meegenomen, maar je blijft dezelfde sukkel.

- Zoek niet. Wie het geluk zoekt, zoekt zich een ongeluk.

- Hier is alles leuk wat je wel kunt, thuis hindert alles wat je niet kunt.

- Ik weet ook niet hoe het gaan zal. Ik weet dat ik niet "matig" of "sociaal" kan drinken, maar het vooruitzicht "nooit meer drinken" is behoorlijk demoraliserend.
 
- Een bekende gemeenplaats is dat een ongelukkige jeugd "a writer's goldmine" is. In mijn geval lijkt een ongelukkige ouderdom dat te zijn. Maar dat is eigen schuld.

- Duits jongetje wil niet praten. Wordt 2 jaar, 3 jaar - geen stom woord. Ouders in paniek, neuroloog erbij, psycholoog, psychiater, fonosoof, wat niet al - niets helpt. Vier jaar, geen woord. Vijf jaar, geen woord. Zes jaar. Ze zitten aan tafel, en opeens zegt hij: "Die Suppe ist zu kalt." Op zichzelf een rotopmerking, maar het is te begrijpen dat de ouders elkaar én het kind huilend van geluk in de armen vallen. "Maar Heinzl" (of hoe het mormel mag heten), "je kunt práten!" "Ja natuurlijk kan ik praten, ik ben zes." "Maar waarom héb je dan niet gepraat?"
 "Bis jetzt war alles in Ordnung."

- Met Gerrit kan ik uitstekend opschieten. Hij heeft in Polen gewoond, weet dus alles van drank af, en noemt mij, in intieme kring, "de wodkaspecialist". 
 
Ik ben zelf gedurende een tijd opgenomen geweest in een psychiatrisch ziekenhuis. De apathie, het vele roken, de televisie en de radio die de godganse dag aanstaan, het is allemaal heel herkenbaar voor mij vanuit mijn eigen ervaringen. Mijn vader dronk ook zeer veel (weliswaar bier), dus ook dat aspekt van dit boek is zeer herkenbaar. 

      

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

zaterdag 5 december 2020

Konstantin Paustovskij: De sprong naar het Zuiden

Konstantin Paustovskij: De sprong naar het Zuiden (Rusland, 1960): 234 blz: Vertaald door Wim Hartog (1983): Uitgeverij de Arbeiderspers, serie Privé-domein (Nr. 83)
 
Sprong Naar Het Zuiden
 
In deel 5 van de prachtige memoires van Konstantin Paustovskij (Kostik) is de schrijver in het zuiden van de Sovjet-Unie. Opnieuw een deel vol met prachtige natuurbeschrijvingen en beschrijvingen van gemoedstoestanden. Dit deel speelt zich af in 1923 als de schrijver 28 jaar oud is. Hoe langer ik in het werk van Paustovskij lees, hoe meer ik er van ga genieten.
 
Citaten:
- Momenteel hangt ook boven Sebastopol de hitte, als door een onzichtbare hand voorzichtig uitgegoten over alle straten en binnenplaatsen, tot aan de rand van de pannendaken. Onder deze zwaar wegende hitte tsjirpen opeisend de krekels in hun ondergrondse schuilplaatsen. In Sebastopol kan je uren op de Istoritsjeskijboulevard zitten happen naar lucht, tot je plotseling diep ademhaalt, wanneer een onverwachtse windvlaag die zich langs een onzichtbare vaargeul een weg tussen muren, omheiningen, gedenktekens, overblijfselen van bastions en acaciastruiken door heeft weten te banen, plotseling je gezicht raakt.

- Ik zat al in de hoogste klas van het lyceum toen ik in de la van mijn vaders bureau smalle stroken papier ontdekte, die hij volgekrabbeld had. Ik kon slechts één zin ontcijferen, namelijk dat het veel lastiger was verder te leven met het onvervulde, dan met het onvervulbare.

- Na zo'n onweer kreeg ik voor het eerst van mijn leven een vreselijke aanval van benauwdheid, net of je longen vol lood gegoten worden. Dit waren de eerste voortekenen van astma, die onbarmhartige ziekte die een mens dwingt met een vierde van zijn adem te ademen, met een vierde van zijn stem te praten, met een vierde van zijn kracht te lopen, met een vierde van zijn verstand te denken en hem slechts één ding helemaal laat doen ... stikken.

- Je wist er niet goed meer in welke eeuw je leefde. Voor het eerste Sowjetcongres kozen de bewoners van Samoerzakani - het opstandigste gebied van Abchasië - als hun meest waardige vertegenwoordigers diegenen die ongezien het vurigste paard wisten te stelen. Daaraan herkenden de oude Samoerzakaners echte heldenmoed en niet aan het feit, of je je op de maïsvelden of op de tabaksplantages krom werkte.

- Babel en ik begonnen op de slaapafdeling een lang gesprek met als uitkomst dat de mensen vaak veel te zwaar op de hand zijn. Die gedachte stond ons best aan, jong en zorgeloos als we toen waren. 
 Als je wat luchthartiger bent, ligt al het mooie zo voor het grijpen: schaterend lachen en stil peinzen, een parelende kwinkslag, een teder woord dat een vrouwenmond doet beven, verzen en vermetelheid, stukken uit lievelingsboeken, liedjes en nog veel meer dan ik hier kan opnoemen, samenvloeiend in één fonkelende schuimende stroom van schoonheid.

- Des te vaker ik zo dacht, des te sneller mijn verdriet verdween en des te meer ik begon te geloven dat ik, verdwenen van deze aardbol, toch in dit leven een weliswaar klein maar eeuwig spoor zou kunnen achterlaten.

- Een edelweisje beschrijven is moeilijk. Eigenlijk lijken de bloemetjes veel op kleine sterretjes, tot aan hun nek in bont gestoken om niet te bevriezen van de aanraking met het ijs. 
 Ik verlang er soms naar een gesprekspartner te ontmoeten waarmee ik, zonder me te hoeven generen, kan praten over zulke dingen als edelweis of de geur van cipresseappeltjes.

- Eigenlijk heeft het mij in het leven altijd meegezeten. Bijna iedere dag heb ik iets nieuws ervaren of gezien. Des te meer men weet, des te interessanter en, hoe eigenaardig dat ook klinken mag, geheimzinniger het leven wordt.

- Zonder duidelijk aanleiding werd ik zo heftig en onverwacht door een golf van weemoed overvallen dat ik even niet wist wat ik beginnen moest.
 Natuurlijk kende ik de reden er wel van, alleen wilde ik het niet toegeven omdat ik er toch niets aan kon veranderen.
 Het was een al oud, diep ingeworteld gevoel. Het sproot voort uit mijn langdurige eenzaamheid die des te onbegrijpelijker was, daar ik van nature erg op gezelschap gesteld was, van vrolijkheid hield en helemaal niet tot sombere zelfanalyse neigde. Ik wilde het leven met volle handen plukken, zoals je dat doet met seringen in het voorjaar, wilde dat mijn dagen nooit op elkaar leken en dat al die heerlijke mensen, landen en gebeurtenissen hier op aarde, er voor mij waren.

- Over de geuren kan gezegd worden dat de walm van gebraden schapevlees meestal alle andere overheerste. En dat is erg jammer want de andere geuren van Batoem waren veel aangenamer. Maar ze konden er maar zelden bovenuit komen.
 Deze walm die scherp en bijtend was en je keel irriteerde, had als enige goede eigenschap dat je trek kreeg in sjaslik.
 Deze sjaslik, de beste van de Kaukasus, werd aan stalen pennen geregen boven houtskoolvuur gebraden, dan met zuurbessepoeder of kaneel bestrooid en met groene ui gegarneerd. Er werden verse tarwekoeken bij gegeten en witte wijn bij gedronken. Ik heb denk ik nooit van mijn leven iets lekkerders gegeten.

- In bijna alle havens ter wereld zijn "logementen" voor afgemonsterde matrozen. Ze worden ook wel "boardinghouse" genoemd. Ze houden ergens het midden tussen een logies, een kroeg, een ontwenningscentrum en een bordeel.

- In de straten van Batoem kwam ik vaak een kleine man tegen in een wijd openhangende oude jas. Deze naar zijn ogen te oordelen altijd vrolijke burger, was kleiner van stuk dan ik.
 Ik was vriendschappelijk gestemd tegenover iedereen die kleiner was dan ik. Zolang die mensen er waren, viel het bestaan mij gewoon een stuk lichter. Een tijdlang stoorde ik me er niet aan dat ik zo klein was.

- Onder de klankrijkheid van de bevolking versta ik vooral het enthousiaste gejoel en gefluit van de jochies en verder het lachen en roepen, het gonzen van de sazandari-orkesten, het geklepper van de ratels, het openspatten van de geroosterde kastanjes, de klanken van de gitaren en de vele liedjes - maar wat voor geluiden kun je allemaal niet horen tijdens een feest in een havenstad.

- We kletsten aan één stuk door; voorbijgangers op straat keken glimlachend naar ons. Heel Tiflis ruiste als een waterval ( dat bleek te komen door de troebele rivier de Koera, die onder de Verijskijbrug doorstroomde), de verkopers schreeuwden met een zangerige tenorstem: "Sla, spinazie, verse uitjes, jonge radijsjes!" De winter in Tiflis fonkelde ons in de ogen, met zijn door de voorbijgangers tot ragfijne flinters stukgelopen ijs, de diepblauwe hemel, de blinkend gepoetste koperen plaatjes op het tuig van zwarte muilezels die Attische kruiken met "matsoni" op hun rug meezeulden. De ramen en de gelakte zijkanten van de trams schitterden zo fel dat je ogen er pijn van deden. Ze joegen langs de Golovinskij-avenue en deden denken aan rondreizende kermisorkesten, zoveel lawaai, gekraak, gerammel, gelach en geschreeuw als ze voortbrachten. Noorderlingen en nieuwkomers zoals Frajerman en ik raakten er volkomen de kluts van kwijt.

- Ik bedacht dat ik eigenlijk geluk had in het leven. Misschien vooral wel omdat ik geen hoge eisen stelde. Natuurlijk had ik hoge verwachtingen en streefde naar de vervulling ervan maar ik kon me ook met weinig tevreden stellen. Misschien heeft die eigenschap me nog het meeste opgeleverd. Wie weet!

- Ik was ervan overtuigd dat deze mensen gelukkig waren met hun omgeving. En toch was er op het eerste gezicht van dit geluk geen teken te bespeuren. Je moest één en al oor, één en al oog zijn om het strijkersgezoem te horen van de bijen, dat de cadans van de wagonwielen begeleidde, om het gefluit van die bedrijvige vogels te horen, het vluchtige opvlammen van het licht in het gras te kunnen zien en het glazen spel van het bergwater in de beekjes die de spoordijk kruisten.

Ik ga snel verder met het 6e en laatste deel van de memoires: "Boek der omzwervingen".

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.