Een onregelmatig verschijnend blog over alles wat mij bezighoudt, maar vooral over boeken, films en lekker eten.
zaterdag 30 december 2017
20: De psychiatrische patiënt in boeken en films
Ik heb de volgende boeken gelezen en films gezien:
- De autobiografische trilogie "Een engel aan mijn tafel" van Janet Frame. Janet Frame is een Nieuw Zeelandse schrijfster en is wereldwijd gezien waarschijnlijk de bekendste schrijver die haar ervaringen in de psychiatrie op papier heeft gezet. Van deze trilogie is een uitstekende film gemaakt door Jane Champion. Janet Frame heeft nog een andere roman geschreven specifiek over haar ervaringen in de psychiatrie, maar die heb ik (nog) niet gelezen.
- Sera Anstadt: "Al mijn vrienden zijn gek" en Yvonne Klinkert: "Als zand door mijn vingers". Twee moeders die allebei hebben geschreven over hun schizofrene zoon. Ik kan mij niet veel meer herinneren van deze romans, behalve dat het wel heel erg slecht ging met hun zoons, veel slechter dan bij mij en mijn vrienden.
- Ken Kesey "One flew over the cuckoo's nest" een boek over een opstandige patiënt McMurphy, die in conflict komt met de regels in het psychiatrische ziekenhuis. Het boek is goed, maar de verfilming hiervan is werkelijk fenomenaal met een fantastische Jack Nicholson in de hoofdrol.
- Myrthe van de Meer "PAAZ". Een patiënte die haar ervaringen in een psychiatrisch ziekenhuis heeft verwerkt tot een roman. Dit boek is goed ontvangen, maar ik vind van de Meer een beetje knullig schrijven. Ze heeft nog twee vervolgen op dit boek geschreven die ik nog niet heb gelezen.
- De film "Een gelukkige huisvrouw" naar het boek van Heleen van Royen. De film heeft gemengde kritieken gekregen, maar ik heb hem met plezier bekeken.
- August Willemsen "De val". Willemsen is een succesvol schrijver en vertaler van Portugese en Braziliaanse literatuur. "De val" is een prachtig geschreven, onthutsend en eerlijk verslag van zijn alcoholverslaving en daarop volgende opname in een ontwenningskliniek. Dit boek ontstijgt het genre verre en is wat mij betreft een van de hoogtepunten in de Nederlandstalige literatuur.
- De bekendste psychiatrische patiënt in de Nederlandse literatuur is natuurlijk Maarten Biesheuvel. In zijn verhalen mengt hij op een fascinerende manier de werkelijkheid en zijn fantasie. Veel van zijn verhalen zoals "De heer Mellenberg", "Brommer op zee", "Tankercleaning" behoren tot de mooiste verhalen die ik ooit heb gelezen.
- Een schrijver die vrijwel nooit als psychiatrisch patiënt wordt beschouwd, maar die dat volgens de huidige normen vrijwel zeker was, was de Markies de Sade. Zijn "120 dagen van Sodom" is een soort encyclopedisch overzicht van alle seksuele afwijkingen die ooit bedacht zijn en wordt beschouwd als het meest godslasterlijke boek dat ooit is geschreven. 99% van de mensen zal hiervan gruwen. Als je het leest als de bizarre fantasieën van een gestoorde gek, dan kun je de humor van sommige passages inzien.
- "Sigmund" van Peter de Wit. "Sigmund" is een strip over een psychiater, zijn patiënten en de verhouding tussen beiden die sinds 1994 dagelijks in de Volkskrant verschijnt. Ik weet niet wat Peter de Wits verhouding tot de psychiatrie is. Ik vermoed dat hij meer gebruikt maakt van zijn fantasie dan van de werkelijkheid, maar zijn strips zijn een genot om te lezen.
- De film "A beautiful mind" gaat over een briljante wiskundige die al vrij jong schizofrenie krijgt. Als je toevallig deze film in de bioscoop hebt gezien, dan weet je dat de plotwending in de eerste scene na de pauze briljant is. De film geeft een goed, zij het wat geromantiseerd beeld van het leven met schizofrenie.
Zoals jullie zien, het is maar een kort lijstje. Als jullie nog meer boeken of films kennen met de psychiatrie als onderwerp, dan hoor ik het graag.
Dit is het laatste stukje van mijn serie over de psychiatrische patiënt. Ik hoop dat ik erin geslaagd ben om een redelijk compleet en herkenbaar beeld te schetsen van hoe mijn leven en dat van andere psychiatrische patiënten eruit ziet. Ook hoop ik dat jullie de stukjes met plezier hebben gelezen, ik heb tijdens het schrijven ervan regelmatig hardop moeten lachen. Misschien schrijf ik hier in de toekomst nog wel eens vaker over. Voor nu, een prettig uiteinde en geniet van de oliebollen!
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
donderdag 28 december 2017
19: De omgang met de psychiatrische patiënt
Psychiatrische patiënten zijn over het algemeen slimmer dan je denkt. Ze zullen het snel doorhebben als je iets tegen hen zegt dat je niet meent. Ook zijn de meesten geneigd hun eigen gang te gaan en zich niet teveel van jouw opmerkingen aan te trekken. Meestal werkt het veel beter om samen met hen iets te doen, dan om alleen te zeggen dat ze iets moeten doen. Ga mee hardlopen in plaats te zeggen dat sporten gezond is.
Aan de andere kant is het ook heel belangrijk om duidelijk te zeggen waar het op staat. Aan een patiënt vragen hoe vaak hij zich wast begrijpt hij niet. Hij zal bijvoorbeeld zeggen dat hij zich regelmatig wast. Zeggen dat hij stinkt en dat hij de volgende keer onder de douche moet gaan voordat je op bezoek wilt komen, omdat je anders geen zin hebt om hem op te zoeken is veel duidelijker.
Mijn vader was een geval apart, die trok zich nergens iets van aan. God wikt en pa beschikt luidde bij ons het spreekwoord.
Lees verder in deel 20, het laatste deel in de serie
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
dinsdag 26 december 2017
18: De psychiatrische patiënt en wapenbezit
Voor zover ik weet heeft geen van mijn vrienden een wapen in zijn bezit anders dan een bevroren lamsbout of een broodmes.
Lees verder in deel 19
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
zondag 24 december 2017
17: De psychiatrische patiënt en zijn financiën
Hoe zit dat bij mij? Ik heb geluk, ik heb iets extra. Het scheelt ook dat ik niet rook, geen auto rijd en tegenwoordig niet meer op vakantie ga, alle drie grote kostenpotten.Daarom heb ik geld om 2 keer per week uit eten te gaan bij de Indonesiër in de buurt en verder om af en toe eens wat luxueuzer uit eten te gaan, of om boeken, cd's en dvd's te kopen.
Mijn vader kon veel luxueuzer leven, hij had een royale uitkering. Hij deed er in mijn ogen niet veel mee, behalve een flat kopen en drank en sigaretten.
Ruben, Tom, Wim, Gijs en Bernard zitten ongeveer in dezelfde financiële situatie als ik. In alle gevallen hebben ze wat meer dan alleen een uitkering omdat ze ook werken. Gijs en Bernard die niet betaald werken hebben een wat royalere WAO-uitkering.
Lees verder in deel 18.
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
vrijdag 22 december 2017
16: De psychiatrische patiënt en zijn hobby's
Muziek:
Ik ben een groot liefhebber van allerlei soorten muziek, variërend van klassiek, opera, wereldmuziek tot Nederlandstalige muziek. Ik heb hier al wel eens over geblogd en zal dat nog wel vaker doen.
Mijn vader had een beperkte platencollectie. Ik herinner mij vooral de 5e symfonie van Beethoven die hij vrijwel dagelijks draaide (hij had alle symfonieën in de uitvoering van Herbert von Karajan, maar de andere draaide hij nauwelijks). Verder "Sheherazade" van Rimsky-Korsakov, Abba, Vicky Leandros, Nana Moskouri, Boudewijn de Groot en Jaap Fisher (= Joop Visser). Vreemd genoeg is deze muziek ook tot mijn eigen favorieten gaan behoren op Vicky Leandros en Nana Moskouri na, die ik nooit meer draai. Bij de uitvaart van mijn vader hadden we uit bovengenoemde muziek gekozen.
Ruben heeft een uitgebreide platen en cd-verzameling en is verzamelaar en handelaar van en in audioapparatuur. Bij hem staan altijd wel een stuk of 7 sets luidsprekers tentoongesteld.
Gijs, Wim, Tom en Bernard luisteren graag naar muziek, maar zijn er niet zo fanatiek mee bezig als ik of Ruben.
Film:
Ik ben ook een filmliefhebber, ik heb een enorme verzameling dvd's. Wim, Tom, Gijs, Ruben en Bernard zijn over het algemeen niet zo geïnteresseerd in films, maar kijken graag mee als ik bij mij thuis een goede film opzet.
Sport:
De enige vorm van sport die de meeste psychiatrische patiënten beoefenen is de dagelijkse wandeling naar de dichtstbijzijnde kroeg of supermarkt.
Voordat ik ziek werd sportte ik relatief veel. Ik liep vaak hard en fietste regelmatig lange afstanden, vooral tijdens de vakanties. Nadat ik ziek werd heb ik bijna nooit meer hardgelopen. Wel ben ik de eerste jaren (tot 1996) nog met de fiets op vakantie geweest. Tegenwoordig fiets ik haast nooit meer. Wel probeer ik om iedere dag een uur te wandelen, wat ik meestal net niet haal.
Van mijn vrienden doet alleen Ruben wat aan sport. Hij loopt af en toe hard en fietst ook veel, zelfs op vakantie. Bernard fietst een keer per week van Houten naar Lunetten en terug (10 kilometer) om bij mij te komen eten. Gijs wandelt vaak.
Lezen:
Psychiatrische patiënten die lezen vormen een grote uitzondering. Mijn vader las erg veel, maar verder ben ik de enige in mijn vriendengroep die regelmatig een boek leest.
Fotografie:
Van 1988 tot 2000 heb ik vooral tijdens vakanties redelijk fanatiek gefotografeerd. Ik hoop om ooit nog eens wat foto's op dit blog te plaatsen. Ik heb de overstap naar een digitale camera nooit gemaakt en heb sinds 2001 nooit meer gefotografeerd. Alleen Gijs fotografeert enigszins serieus. Hij maakt ook fotocollages.
Lekker eten en koken:
Van lekker eten houdt volgens mij iedere psychiatrische patiënt, misschien nog wel meer dan gezonde mensen. Mijn vriendenkring bestaat uit een aantal smulpapen en zelf lust ik ook wel wat. Ik kook graag voor vrienden, ik ben wel een beetje een luie kok. Gijs en Tom koken meestal voor zichzelf. Wim gaat vaak buiten de deur eten. Bernard en Ruben eten vooral veel maaltijdsalades van de Albert Heijn.
Schrijven:
Heel Nederland schrijft, maar patiënten in de psychiatrie doen daar voor zover ik weet niet veel aan mee. Wim schrijft regelmatig stukjes in de plaatselijke krant, Gijs heeft leuke stukjes geschreven in het blad van Anoiksis (= de patiëntenvereniging) en zelf houd ik dit blog bij. Ik zou mij niet direct schrijver willen noemen, maar ik heb sinds ik met dit blog ben begonnen, heel wat afgeschreven.
Lees verder in deel 17.
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
woensdag 20 december 2017
15: De psychiatrische patiënt en zijn woonruimte
Wat ook erg fijn is, is de WMO, de Wet Maatschappelijke Ondersteuning. Dankzij deze maatregel krijgen ik en Tom en Wim vrijwel voor niets thuiszorg zodat onze woningen schoon gehouden worden. Ik moet er niet aan denken wat er anders met mij zou gebeuren, schoonmaken is niet bepaald mijn sterkste punt. Ook Tom en Wim zijn hier erg bij gebaat.
Lees verder in deel 16.
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
maandag 18 december 2017
14: De psychiatrische patiënt en de hulpverleners
Waarom zou ik dan klagen?
Het is vervelend in onze maatschappij dat iedere handeling van het verplegend personeel moet worden vastgelegd, afgevinkt en becommentarieerd. Zodoende zijn verplegers het grootste deel van hun tijd bezig met zaken die niets met hun beroep te maken. In plaats van dat men even de tijd neemt om een patiënt te woord te staan, met ze te wandelen of een spelletje met ze te spelen wordt enorm veel tijd verspild met het volschrijven van talloze patiëntendossiers vol met onzinnige details. Ik schat dat mijn dossier in de loop der jaren is uitgegroeid tot een pak van 500 bladzijden, waar 20 bladzijden ook wel hadden volstaan. Dit alles om de zorgverzekeraars tevreden te stellen. Soms zou men wel eens willen dat er iemand rondliep die helemaal niets noteerde, maar ik snap ook wel dat dat niet kan.
Voor psychiaters en andere doktoren geldt een ander verhaal. In mijn begintijd in de psychiatrie waren psychiaters vooral afstandelijke wat oudere mannen met wie het volstrekt onmogelijk was om een normaal gesprek te voeren. Sinds ongeveer 2000 heb ik een reeks van 4 psychiaters gehad, die allen redelijk normaal zijn, dat wil zeggen vlot in de omgang en dat je goed een gesprek met ze kunt voeren. Mijn huidige psychiater is pas 40 jaar oud en heeft erg veel gevoel voor humor. Heerlijk dat je met zo'n man kunt lachen.
Een ander kwalijk aspect binnen Altrecht (de organisatie waar ik onder val) is het voortdurende heen en weer schuiven van mensen. Je bent net gewend aan de ene SPV-er en dan moet hij naar een andere afdeling toe. In de laatste 5 jaar heb ik te maken gehad met 5 verschillende SPV-ers. Ik erger me daar stevig aan, hoewel ik mij vrij makkelijk aanpas.
Lees verder in deel 15.
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
zaterdag 16 december 2017
13: De psychiatrische patiënt en zijn lichamelijke gezondheid
Hoe zit dat bij mij en mijn vrienden? Ik zal enkele voorkomende gezondheidsproblemen bespreken.
Overgewicht:
De meesten onder ons zijn veel te zwaar. Toen ik ziek werd woog ik 75 kilo. Daarna ben ik tijdens mijn psychose afgevallen tot 68 kilo en vervolgens in 4 maanden tijd aangekomen tot 95 kilo. Inmiddels weeg ik sinds 2002 bijna 120 kilo.
Tom, Ruben en Bernard horen ook tot de zware jongens met een gewicht tussen de 110 en 120 kilo.
Roken:
Op een na al mijn vrienden zijn gestopt met roken. Gijs kan het niet laten. Zelf heb ik nooit gerookt. Mijn vader rookte als een ketter. Hij liep de laatste 20 jaar van zijn leven continu te hoesten.
Alcohol:
Sommigen lusten wel graag een biertje.
Suikerziekte:
Door het overgewicht is er een grotere kans op suikerziekte. Bernard heeft hier last van en moet daarvoor medicijnen slikken. Zelf heb ik last van diabetes insipidens, waardoor ik erg veel moet drinken en veel weer ongezuiverd uit plas.
Prostaat:
Ik heb problemen met mijn prostaat waarvoor ik medicijnen krijg. Bernard heeft ook problemen met zijn prostaat. Hij is er aan geopereerd.
Apneu:
Ik heb in ernstige mate last van apneu. Om dat te verhelpen heb ik geprobeerd om met een CPAP-apparaat te slapen. Daarbij sluit je met een kapje je neus af, terwijl er een slang loopt tussen het apparaat en het masker waardoor vochtige lucht wordt gepompt. Als het goed is, blaast de lucht de obstakels in de luchtwegen opzij, waardoor je weer normaal kunt ademhalen. In theorie werkt dit perfect, in de praktijk kon ik er niet mee slapen. Daarna heb ik een apparaatje geprobeerd dat begint te piepen zodra je op je rug gaat liggen. Uit het slaaponderzoek bleek dat ik als ik op mijn rug lig tien keer zo veel last had van de apneu, dan als ik op mijn zij lig. Het is dus een kwestie van trainen om niet op je rug te liggen. Ik werd helemaal gestoord van het gepiep van dat apparaatje, dus dat heb ik ook weggedaan. Ik kan mij ook nog laten opereren, maar daar voel ik niets voor. Op dit moment doe ik niets tegen de apneu.
De behandelaars van Tom vonden dat hij zich ook moest laten testen op Apneu, omdat hij ook erg veel slaapt. Tom weet van mijn geklooi en voelt daar vooralsnog niet veel voor.
Hartproblemen:
Mijn vader heeft jarenlang last van hartritme stoornissen gehad, waar hij regelmatig het bewustzijn door verloor. Bij mijn weten heeft hij zijn pillen hiervoor nooit geslikt.
Lees verder in deel 14.
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
donderdag 14 december 2017
12: De psychiatrische patiënt en zijn dag- en nachtritme
Voordat ik ziek werd sliep ik gemiddeld zo'n 8 uur per dag, meestal ongeveer tussen 24.00 uur en 8.00 uur. Een vroege vogel ben ik nooit geweest. Toen ik ziek werd in 1990 sliep ik vrijwel meteen minimaal 12 uur per nacht. Dat is gebleven tot mijn derde psychose in 2001. Sinds die tijd slaap ik gemiddeld zo'n 14 uur per nacht.
Ik heb altijd grote problemen met mijn ritme gehad, maar in de periode tussen 2006 en 2013 was het haast ondraaglijk. Ik had een soort continu ritme waarin ik iedere dag ongeveer 1 uur later opstond en naar bed ging dan de dag ervoor. Soms was het een paar dagen achter elkaar ongeveer hetzelfde en dan weer zat er een dag tussen dat mijn ritme maar liefst 4 uur opschoof. Zodoende leefde ik voor de helft overdag en voor de helft 's nachts. Ik werd hier helemaal gestoord van. Niets leek te helpen. Totdat mijn broer op het idee kwam dat ik melatonine zou gaan slikken. Daar ben ik in oktober 2013 mee begonnen. Van de ene dag op de andere dag werd mijn ritme weer een beetje hanteerbaar en sliep ik ongeveer 15 uur per nacht, zo'n beetje tussen 24.00 uur en 15.00 uur. Wel heb ik nu nog minder energie dan voorheen en het hield al niet over.
Tom, Ruben, Wim, Gijs en Bernard hebben gelukkig bij lange na niet zulke problemen met hun dag- en nachtritme als ik die heb. Ruben en Gijs slapen zelfs maar 7 tot 8 uur per nacht, wat extreem weinig is voor psychiatrische patiënten.
Lees verder in deel 13.
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
dinsdag 12 december 2017
11: De psychiatrische patiënt en zijn behandeling
Medicijntrouw is niet het sterkste punt van veel psychiatrische patiënten. De psychiater schrijft 5 medicijnen voor, de patiënt neemt er slechts twee (of helemaal geen). Ook wil de patiënt altijd minder slikken dan voorgeschreven wordt. Ook ontbreekt er vaak iedere vorm van ziekte inzicht. Hoe zit het hiermee in mijn omgeving?'
Ik werd in mei 1990 opgenomen met een psychose. Ik werd behandeld met antipsychotica die snel aansloegen. Het probleem was alleen dat ik eigenlijk geen medicijnen wilde slikken. Als ik medicijnen moest slikken dan kon ik net zo goed dood zijn vond ik. Ik vergat voor het gemak dat half Nederland pillen slikt. Omdat ik geen medicijnen wilde slikken, vroeg ik dagelijks of de dosering omlaag kon. Dat ging natuurlijk niet lang goed en toen kreeg ik opnieuw een psychose. Op een gegeven moment viel het kwartje, kreeg ik wat inzicht in mijn ziekte en slikte ik trouw mijn medicijnen of kreeg ik regelmatig een depotinjectie.
Nu ben ik erg medicijntrouw en waarschuw ik anderen als ze van plan zijn om te minderen of zelfs om helemaal te stoppen met medicijnen. Wel let ik er op dat de psychiater niet te veel voorschrijft.
Mijn vader maakte een zootje van zijn behandeling. Gedurende de laatste 10 jaar van zijn leven zat daar een min of meer vast patroon in. Mijn vader werd opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis. Daar kreeg hij gedwongen medicatie, werd goed gevoed, gewassen en gekleed. Na ongeveer een half jaar was hij aardig opgeknapt en wilde hij weer naar huis. Dat mocht. Eenmaal thuis was zo'n beetje het eerste wat mijn vader deed het stoppen met het innemen van zijn medicijnen. Een tijdje ging het redelijk, dan raakte mijn vader weer in de war, begon slecht te eten en vermagerde weer aanzienlijk. Na een aantal maanden was de toestand zo erg dat ze hem weer gedwongen opnamen. Deze hele cyclus heeft zich een keer of 10 herhaald, alleen gedurende de laatste 2 jaar van zijn leven zat hij in een verzorgingstehuis en knapte hij weer aanzienlijk op.
Over mijn vrienden valt te melden dat ze vrij medicijntrouw trouw zijn, maar wel altijd hun medicatie willen verminderen. Ik waarschuw ze daar altijd voor, maar toch wordt er af en toe iemand psychotisch. Gijs werd tot enkele jaren terug ieder jaar wel een keer psychotisch, maar hij lijkt nu met nieuwe medicatie wat stabieler.
Lees verder in deel 12.
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
zondag 10 december 2017
10: De psychiatrische patiënt en zijn zelfverzorging
Met de zelfverzorging van de meeste psychiatrische patiënten is het niet best gesteld. Ze dragen kapotte kleren met vlekken, ze hebben ongewassen lang haar, enorme verwilderde baarden en ze dragen een geurkegel met zich mee, meestal bestaande uit een combinatie van oud zweet, een verschraalde dranklucht en een rooklucht. Is dit een cliché, of is dit de trieste waarheid? Ik vrees dat het het laatste is. We zullen zien hoe het ermee zit in mijn omgeving.
Zelf heb ik de nodige moeite met mijn zelfverzorging. Tijdens dagtherapie, die ik 9 maanden heb gevolgd van oktober 1990 tot juli 1991 is het continu een van mijn doelen geweest om iedere dag te douchen in plaats van 2 keer per week. Geen wonder dat mijn huisgenoten op de studentenflat waar ik woonde er regelmatig over klaagden dat ik stonk.
Later werd dat (iets) beter. Omdat het nu eenmaal sociaal onacceptabel is om te stinken ga ik nu minimaal om de dag onder de douche, scheer ik me meestal om de dag en trek ik altijd schoon ondergoed en schone sokken aan. Natuurlijk let ik hier extra op als ik een afspraak heb met een vrouw of als ik ergens ga logeren. Kortom, het probleem is enigszins onder controle.
Mijn vader was na het uitbreken van zijn ziekte veranderd van een ijdel iemand die er altijd oplette hoe hij eruit zag tot iemand zonder enig gevoel voor decorum. Zijn kleren zaten vol vieze vlekken, en zijn haar en met name zijn baard waren enorm verwilderd. Op de een of andere manier is mij nooit zo opgevallen dat hij stonk, maar dat kan ook gekomen zijn door de enorme rooklucht die altijd in zijn woning hing. Met name een kort broekje dat hij zomers droeg, dat ooit wit was geweest, maar nu vol vieze vlekken zat was berucht. Zoals een vriend van mij en mijn vader zei: "Dat vieze korte broekje kennen wij hier allemaal". Triest dieptepunt van mijn vader was dat hij aan het eind van zijn leven toen hij voor mij de deur opendeed toen ik hem op kwam zoeken op zijn flat gekleed was in slechts een luierbroekje. Bij mijn zus en mijn broer deed hij ook de deur open met alleen een luier aan..
Hoe zit het met mijn vrienden?
Gijs heeft zich op een bijeenkomst van Ypsilon (vereniging van familieleden van psychotische mensen) ooit beroemd gemaakt met zijn opmerking "Ik ga me douchen als mijn haar vettig begint te worden". Over hoe vaak dat precies was, wilde hij zich niet uitlaten. Ik hoorde later van Gijs dat zijn opmerking als grap bedoeld was. Overigens ziet hij er verder altijd netjes uit.
Wim droeg vaak kleren met vlekken en rook om het zo maar te zeggen niet heel erg fris. Op zijn werk kreeg hij er bijna dagelijks commentaar over. Wim is iemand die met twee maten mat: hij vond het niet erg als hij zelf stonk, maar als hij een leuke vrouw tegenkwam vond hij het natuurlijk wel prettig als die lekker rook. Gelukkig gaat het nu beter met hem. Hij doucht en scheert zich nu dagelijks en trekt ook dagelijks een schoon overhemd aan. Wij, zijn vrienden en zijn collega's hebben nu geen klachten meer.
Over Tom, Ruben en Bernard valt niets bijzonders te melden, ze zien er netjes uit en ruiken fris.
Lees verder in deel 11.
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
vrijdag 8 december 2017
9: De psychiatrische patiënt en zelfmoord
Een huisgenoot van een studievriend is van een flat gesprongen.
Een vriend van een vriendin van mijn zus heeft zich vergast in zijn auto.
Een jongen die ik kende is door zijn vriend gevonden nadat hij zich had opgehangen.
Een vriend van een vroegere huisgenoot is voor de trein gesprongen.
Een oud-leraar van de middelbare school is ook voor de trein gesprongen.
Er zijn meerdere methoden om de natuur een handje te helpen. Hoe sta ik tegenover zelfmoord?
Het is een onderwerp waar ik vaak bij heb stilgestaan en veel over heb nagedacht. Zelf heb ik het vaak overwogen, maar (tot dusver) nog nooit een poging ondernomen. Hoe zit dat?
In de eerste jaren van mijn ziekte heb ik er vaak over gedacht, zeg maar van 1990 tot 1995. Daarna heb ik gedurende 16 jaar, van 1995 tot 2011 nauwelijks zelfmoordgedachten gehad. In 2011 ben ik 3 weken opgenomen geweest en sinds die tijd heb er toch wel ongeveer 1 keer in de maand last van.
Hoe ga ik hiermee om? Praten over zelfmoord is een van de laatste taboes die er nog zijn.
Ik heb het grote geluk dat ik er met mijn behandelaars en vooral met een aantal van mijn vrienden over kan praten. Inmiddels is het zo dat iedereen in mijn vriendenkring weet dat ik daar regelmatig last van heb. Zelfmoordgedachten komen bij mij op zoals een wolk voor de zon schuift. Het ene moment lijkt alles in orde en even later zijn ze er. Meestal gebeurt dat 's avonds voor 22.00 uur. Gelukkig is dat een tijd dat ik nog een goede vriend of vriendin kan bellen om wat stoom af te blazen. Na een gesprek van 20 minuten gaat het meestal weer, en als het niet zo is, dan bel ik nog iemand.
Op dit moment ben ik bezig om met een ervaringsdeskundige de dingen die me belasten en de dingen die me steunen in beeld te brengen met behulp van een methode die met blokjes werkt. Het werkt in ieder geval zeer inzichtgevend. Over de vraag wat de toekomst zal brengen durf ik niet veel te zeggen. Ik acht het zeer wel mogelijk dat ik ooit onder een trein zal lopen, maar ik hoop dat ik een natuurlijke dood zal sterven. Hoe oud ik zal worden maakt mij niets uit. Of ik vanavond in bed sterf, of dat ik 90 jaar oud (onwaarschijnlijk!) word, ik vind het best.
Van mijn vader weet ik dat hij ook regelmatig aan zelfmoord dacht. Toen ik nog op de middelbare school zat heb ik een keer op zijn bureau een afscheidsbrief voor ons gevonden. Ik schrok mij te pletter. Ook heb ik van een oom van moederszijde wel eens gehoord dat mijn vader met een mes op hem afkwam en zei dat hij zich van kant wilde maken. Mijn oom vroeg heel beleefd of hij het mes alvast moest slijpen.
De laatste paar jaren van zijn leven vroeg mijn vader altijd als ik op bezoek kwam wat ik ervan vond als hij euthanasie liet plegen. Ik gaf altijd een ontwijkend antwoord. Aan mijn zus en aan mijn broer vroeg hij dat ook regelmatig.
Met mijn vrienden met schizofrenie praat ik eigenlijk bijna nooit over mijn zelfmoordgedachten. Ik ben bang dat het voor hen te dichtbij zou komen. Van Tom weet ik dat hij ook wel eens zulke gedachten heeft, maar hij is vrij stil van aard, dus hoe erg die gedachten bij hem zijn kan ik moeilijk beoordelen.
Lees verder in deel 10.
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
woensdag 6 december 2017
8: De psychiatrische patiënt en de dood
Er zijn een aantal oorzaken aan te wijzen. Allereerst pleegt 10% van de schizofrenie patiënten vroeg of laat zelfmoord. Verder denk ik dat het niet zozeer aan de psychische ziekte zelf ligt als wel aan bijkomende kwalen die vaak optreden naast een psychische ziekte:
- Veel patiënten roken
- Veel patiënten drinken buitensporig
- Veel patiënten hebben een overgewicht
- Veel patiënten hebben last van suikerziekte
- Veel patiënten eten ongezond
- Veel patiënten hebben weinig lichaamsbeweging
- Veel patiënten hebben weinig sociale contacten
Hoe zit dat in mijn omgeving?
Ik probeer om zo gezond mogelijk te leven. In veel opzichten doe ik het goed: ik rook niet (heb ik ook nooit gedaan), ik drink niet, ik probeer om 1 uur per dag te wandelen, ik heb genoeg sociale contacten en ik eet redelijk gezond (wel te veel!). Ik heb wel last van een fors overgewicht, ik weeg bijna 120 kilo.
Mijn vader deed het in alle opzichten wat minder: hij rookte als een ketter, 3 pakjes per dag, hij dronk hele sloten bier (ik schat dat hij in zijn leven meer dan 40 kubieke meter bier heeft gedronken, oftewel zo'n 133.333 flesjes bier, dat is een aangesloten rij lege bierflesjes vanaf Utrecht centraal station tot aan de rand van Zeist). Hij deed vrijwel niets aan lichaamsbeweging. Tot de laatste 5 jaar van zijn leven maakte hij nog wel eens een wandelingetje van 1 kilometer. Hij stopte dan iedere 250 meter om op een bankje een sigaret te roken en deed zo een uur over zijn wandeling. Hij at slecht, een typische maaltijd bestond uit een camembert en een bakje kwark. Hij had weinig vrienden. Alleen had hij geen last van overgewicht, hij was juist erg mager. Ondanks zijn levensstijl is mijn vader 72 jaar oud geworden.
Over mijn vrienden valt niet zo veel bijzonders te vermelden. Gijs rookt, is verder slank en leeft redelijk gezond. Dan hebben we de club van de zware jongens. Wim woog ooit 135 kilo, en is tot onze grote verbazing 50 kilo afgevallen en zit nu al zo'n 3 jaar rond de 85 kilo. Vroeger was hij een soort van vuilnisvat dat alles at wat je hem voorschotelde. Nu lijkt hij zijn eetgewoonten aardig in de hand te hebben. Hij drinkt niet en is gestopt met roken.
Ruben is ook gestopt met roken. Als enige van ons doet hij nog wat aan sport. Hij fietst vrij veel (gaat zelfs op fietsvakantie) en hij loopt regelmatig hard.
Bernard is ook gestopt met roken. Dat heeft hij gedaan omdat zijn kleinzoon van 3 jaar oud vond dat opa Nor (snor) stonk. Hij drinkt af en toe wel eens een paar biertjes. Bij doorvragen blijkt een paar een stuk of tien te zijn.
Tom is ook gestopt met roken. Hij had tot voor kort een auto en beweegt veel te weinig.
Lees verder in deel 9.
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
maandag 4 december 2017
7: De psychiatrische patiënt en vriendschap
Zelf heb ik een zeer uitgebreide vriendenkring, zelfs vergeleken met de meeste gezonde mensen. Er zijn ongeveer 15 mensen die ik vaak zie en/of met wie ik erg close ben. Dan zijn er nog een stuk of 30 mensen die ik af en toe zie. Ik geloof niet in de stelling dat ware vriendschap iets uiterst zeldzaam is. Het hangt er ook maar vanaf wat je wensen zijn. Zelf ben ik vrij makkelijk in de omgang en ik stel geen eisen aan vrienden. Het is al fijn als er een vriendschappelijk contact is en dat je elkaar graag ziet. Wel ben ik bijna altijd degene die het initiatief neemt. Dat vind ik prima, dan kan ik vrienden zien op tijdstippen waarop het mij uitkomt. De meeste van mijn vrienden komen naar mij toe en een afspraak is bijna altijd in combinatie met een gezamenlijke avondmaaltijd. Gemiddeld vier tot vijf keer per week krijg ik eters en dan kook ik, of we gaan samen naar de Indonesiër. Het enige wat met al mijn vrienden moet kunnen is een fatsoenlijk gesprek voeren. Verder eet ik met de meesten, ga met de een wandelen, met de ander kijk ik een dvd en met weer een ander speel ik een spelletje kolonisten van Catan. Verder houd ik de verjaardagen van al mijn vrienden bij door even te bellen als ze jarig zijn, bel ze regelmatig tussendoor om te horen hoe het gaat en zoek ze op als ze in het ziekenhuis liggen.
Mijn vader klaagde altijd over zijn eenzaamheid. Hij zag in zijn laatste jaren alleen mijn broer en een hulpverlener nog met enige regelmaat. Ik vond mijn vader een onaangename man die regelmatig erg bot naar mij en andere mensen was en ik heb hem nooit ook maar enige moeite zien doen om vrienden te maken. Als ik bij hem op zijn flat in Tilburg op bezoek kwam, dan haalde hij wat drinken en wat nootjes in huis en vond dat hij daarmee zijn taak als vader vervuld had.
Gijs, Tom, Ruben, Wim en Bernard hebben allemaal een aantal goede vrienden, dus voor hen geldt het cliché ook niet. Wel geldt voor hen dat veel van hun vrienden lotgenoten zijn, dus mensen met wie het wat minder goed gaat.
Lees verder in deel 8.
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
zondag 3 december 2017
6: De psychiatrische patiënt en zijn familie
Toen mijn moeder nog leefde was zij zoals al eerder gezegd verreweg de belangrijkste steunpilaar in mijn leven. Omdat mijn vader ook psychiatrisch patiënt was had ik nooit veel aan hem. Na de dood van mijn moeder hebben gelukkig mijn zus en mijn broer voor een groot deel haar plaats ingenomen. Ik zie ze allebei ongeveer eens per twee maanden. Ook heb ik een goed contact met een aantal familieleden, er zijn 2 tantes en 1 oom die ik af en toe zie, plus 3 neven en een nicht.
Toen mijn vader ziek werd, waren zijn beide ouders al dood. Mijn vader had een oudere broer die zwerver was en drie oudere zussen. In zijn jeugd was hij ontzettend verwend, misschien dat hij daardoor voor altijd verpest was. Zijn oudste zus was getrouwd met een Duitser en woonde in Bonn in Duitsland, die zag hij maar zelden. Zijn middelste zus woonde in Hoogeveen en wilde geen contact met mijn vader nadat hij ziek was geworden. Zijn jongste zus woonde met haar 18 jaar oudere man in de buurt, in Oisterwijk. Zij is een jaar of drie lang een keer in de week wezen schoonmaken bij mij vader. Hij deed daar niets voor terug en had nog commentaar ook. Tot 1998 kwam ik 3 keer per maand op bezoek bij mijn vader. Mijn zus kwam iets minder vaak. Toen mijn broer op de middelbare school zat van 1988 tot 1994, kwam hij iedere zaterdag bij mijn vader langs. Hij deed dan eerst de opgestapelde vaat van de afgelopen week, dan kookte hij voor zichzelf en mijn vader, en vervolgens deed hij weer de vaat. Hij heeft er nooit over geklaagd. Tussen pakweg 2005 en 2010 hadden wij alle drie nauwelijks contact met mijn vader. Gedurende de laatste 3 jaar van zijn leven kwam mijn broer eens in de drie weken op bezoek, hij regelde veel voor mijn vader, waaronder zijn financiën. Mijn zus en ik kwamen af en toe op bezoek.
Wim had altijd een moeizaam contact met zijn vader. Uit de verhalen van Wim komt zijn vader naar voren als een moeilijke man die veeleisend was en weinig begrip had voor Wim en zijn eveneens (nog veel erger) zieke broer Klaas. Wim had na het overlijden van zijn vader een heel hecht contact met zijn moeder, hij zag haar gedurende de laatste jaren van haar leven 5 keer per week. Wim is de enige van zijn familie die nog contact heeft met Klaas. Wim belt zijn andere broer en zijn twee zussen zeer regelmatig en hij ziet hen af en toe.
Hoe het contact van Gijs met zijn vader was weet ik niet, maar zijn moeder zag hij heel vaak. Met zijn zus en de familie van zijn vriendin heeft hij ook een goed contact.
Bernard had heel veel contact met zijn ouders toen ze alle drie in Koudum woonden. Hij zag hen dagelijks. Toen zijn vader overleed is zijn moeder verhuisd naar de provincie Utrecht. Bernard is haar achterna gegaan en heeft de laatste jaren van haar leven bij haar in huis gewoond totdat dat niet meer ging. Met zijn twee kinderen (een dochter en een zoon) heeft hij altijd een goed contact gehad, zij het dat hij zijn dochter veel meer ziet dan zijn zoon. Sinds Bernard in de provincie Utrecht woont ziet hij zijn dochter minimaal een keer per week en past dan op bij zijn twee kleinzoons. Bernard heeft ook een goed contact met twee van zijn zussen, de andere twee willen tot zijn verdriet geen contact meer met hem.
Tom heeft heel veel contact met zijn familie. Hij zoekt zijn ouders minstens twee keer per week op in Zeist. Zijn twee broers en zijn zus en hun partners en kinderen ziet hij ook zeer regelmatig. Daar ben ik wel een beetje jaloers op. Ik zou willen dat ik mijn zus en broer en hun gezinnen ook zo vaak zag. Ook met zijn verdere familie heeft Tom een zeer hechte band. Hij is ooit speciaal voor de begrafenis van een tante naar Italië gereisd. Dat zou mij echt te ver zijn.
Ruben ziet net als ik zijn familie niet zo heel vaak. Ik geloof dat hij zijn ouders en zijn zus ongeveer een keer per maand ziet. Vaker dan ik mijn broer en zus zie, maar toch niet heel veel. Volgens mij heeft hij er ook niet zo veel behoefte aan.
Zoals uit bovenstaande blijkt is het contact van mijn vrienden met hun familie over het algemeen redelijk intensief. Allemaal zien zij hun familie vaker dan ik dat doe, maar ik bel dagelijks (mijn zus) of om de dag (mijn broer) dus ik ben ook redelijk tevreden.
Lees verder in deel 7.
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
donderdag 30 november 2017
5: De psychiatrische patiënt en de liefde
Bijna ieder mens en zeker ook bijna iedere psychiatrische patiënt wil graag een stabiele langdurige relatie met een vrouw of man naar zijn of haar keuze. Helaas blijkt dat voor velen onder ons dat niet is weggelegd. Uit onderzoek blijkt dat slechts 10% van de lijders aan schizofrenie of aanverwante ziekten een partner heeft.
Zelf heb ik het geluk van een relatie met een vrouw ook nooit gekend. Ik ben vaak genoeg verliefd geweest. Toen ik jong was, was ik erg verlegen en durfde ik geen actie te ondernemen. Eenmaal ziek geworden zat ik in een soort van leven dat ik een eventuele vriendin niet zou willen aandoen. Bovendien lig ik niet zo goed in de relatiemarkt: ik heb een erg vervelende ziekte, geen baan en heb last van een fors overgewicht. Ik zou nog steeds graag een vriendin willen hebben, maar zie dat niet snel gebeuren. Betaalde liefde heb ik wel eens geprobeerd, maar daar word ik ook niet echt gelukkig van.
Mijn vader was al bijna tien jaar getrouwd toen hij ziek werd. Toen hij trouwde was hij een knappe man om te zien, lang, slank en erg ijdel. Uit betrouwbare bron heb ik vernomen dat hij ook vaak achter andere vrouwen dan mijn moeder aanzat. Na het uitbreken van zijn ziekte heeft het nog negen jaar geduurd voordat mijn moeder scheidde van mijn vader. Volgens mij heeft mijn vader daarna nooit meer een relatie gehad. Toen hij de 65 al gepasseerd was vertelde hij ons dat hij verliefd was op zijn vrouwelijke psychiater van 35 jaar. Toen ik hem vroeg of dat niet een beetje vreemd was, zo'n groot leeftijdsverschil zei hij dat dat niets uitmaakte. Om dat even in perspectief te plaatsen vroeg ik wat hij zou doen als een vrouw van 95 verliefd op hem zou worden. "Je denkt toch zeker niet dat ik gek ben" was zijn antwoord.
Van mijn vrienden heeft alleen Gijs een vriendin. Ze kenden elkaar al voordat hij ziek werd en zij heeft hem nooit verlaten.
Lees verder in deel 6.
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
woensdag 29 november 2017
4: De psychiatrische patiënt en werk
Bij mij is dat niet gelukt, nadat ik ziek werd heb ik nog 2 keer een baantje gehad, een keer voor een maand en een keer voor een week en sinds oktober 1992 heb ik nooit meer betaalde arbeid verricht. Achteraf denk ik wel eens bij mijzelf dat ik met wat meer stimulans toch wel wat had kunnen werken, al was het dan in deeltijd. Misschien had mijn leven er dan anders uitgezien. Nu is het denk ik te laat, ik heb zo verschrikkelijk weinig energie dat dat gewoonweg niet meer lukt.
Wel heb ik een tijd vrijwilligerswerk gedaan. Ik heb gekookt bij de Steiger, een eetcafé in Zeist. Ik heb geholpen met het ordenen van het archief bij de Stichting Lekker Dier in Utrecht. Bij het jongerencentrum Ekko in Utrecht heb ik gekookt en in de filmgroep gezeten. In de kringloopwinkel in Zeist heb ik boeken uitgezocht, geprijsd en in de kast gezet. En als laatste heb ik bij de Vollenhof in Zeist gekookt. Sinds ik in Utrecht woon (vanaf 2007) heb ik geen vrijwilligerswerk meer gedaan in verband met een verstoord dag- en nachtritme en een gebrek aan energie.
Al snel tijdens mijn ziekte heb ik mij geconcentreerd op andere dingen, te weten een redelijke zelfverzorging en een goed contact met de mensen om me heen. Over dat eerste punt vertel ik later meer, maar ik ben er wel in geslaagd om een heel leuke en gevarieerde vriendenkring te behouden en verder op te bouwen.
Mijn vader zat in het onderwijs als leraar wiskunde en scheikunde. Nadat hij ziek werd kreeg hij zoals in die tijd gebruikelijk een heel royale uitkering via de WAO. Hij heeft nooit meer gewerkt, de noodzaak bij hem was ook niet zo aanwezig want hij kon royaal leven van de WAO.
In mijn vriendenkring zijn de ervaringen wisselend.
Wim is er ondanks zijn ziekte in geslaagd om altijd 32 uur per week te blijven werken.
Gijs handelt een beetje in boeken en werkt veel als vrijwilliger bij de cliëntenraad.
Tom is er met enige moeite in geslaagd een baan bij de sociale werkvoorziening te krijgen en werkt daar van maandag tot donderdag 5 uur per dag.
Ruben werkt ook, momenteel met wisselende uren.
Bernard die al wat ouder is vind het allemaal wel best. Hij geniet van zijn vrije tijd en zorgt een dag per week voor zijn kleinkinderen.
Als ik dit op een rijtje zet, dan lijkt het erop dat hoe korter geleden het was dat iemand ziek werd, hoe groter de kans dat hij of zij betaald werk heeft gevonden.
Lees verder in deel 5.
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
maandag 27 november 2017
3: Mijn ouders
Voordat ik verder ga met mijn stukjes over de psychiatrische patiënt, wil ik het over mijn ouders hebben.
Mijn moeder was een hardwerkende, zorgzame vrouw met heel veel discipline en doorzettingsvermogen. Ze komt in de komende stukjes niet meer aan bod omdat ze geen psychiatrische patiënt was. Ik heb heel veel steun aan haar gehad gedurende de eerste 8 jaar van mijn ziekte. Helaas is ze in 1998 op veel te jonge leeftijd (61 jaar) gestorven aan kanker. Van haar heb ik geërfd: de vaardigheid in sociale contacten, organisatievermogen en het goed kunnen koken. Helaas heb ik haar discipline en doorzettingsvermogen niet geërfd. Toen ze nog leefde belde ik haar dagelijks en logeerde ik 3 keer per maand een lang weekend bij haar in het flatje in Tilburg. Omdat ze samenwoonde met haar vriend, had ze dit flatje met name speciaal voor mij gekocht zodat ik kon blijven logeren. Sinds haar dood bel ik mijn zus iedere dag. Mijn broer belde ik aanvankelijk ook iedere dag, maar nu bel ik nog om de dag, tussen 20.00 uur en 21.30 uur 's avonds.
Mijn vader was een kleurrijk man. Ik mijn jeugd mocht ik hem ondanks zijn ziekte graag. Er mocht van hem veel meer dan van mijn moeder. Dat mijn vader niet bepaald een modelvader was had ik toen niet in de gaten.
Veel anekdotes die met mijn vaders ziekte te maken hebben, komen in de komende stukjes aan bod. Toen ik net ziek was in 1990 en 1991 had ik een vrij goed contact met mijn vader. Helaas is dat niet zo gebleven.
In de laatste 10 jaar van zijn leven zag ik hem maar weinig en ergerden wij ons in toenemende mate aan elkaar. Mijn waardering voor mijn vader is gedurende de laatste 15 jaar (hij is in 2013 overleden) steeds verder gedaald, in tegenstelling tot de waardering voor mijn moeder die na haar vroegtijdige dood steeds meer is gestegen. Van mijn vader heb ik geërfd: zijn rekenkundig talent en het talent voor exacte vakken, zijn vaardigheid in het schaken, zijn plezier in het lezen en zijn eigenwijsheid. Helaas heb ik ook zijn gevoeligheid voor een psychiatrische ziekte van hem geërfd. Wat ik hem het meest kwalijk neem, hoewel hij hier volstrekt niets aan kan doen, is dat ik zijn genen heb geërfd.
Lees verder in deel 4.
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
zaterdag 25 november 2017
2: Ik als psychiatrisch patiënt
Tot mijn 23e jaar is mijn leven redelijk normaal verlopen. Ik ben geslaagd voor het Atheneum en heb 5 jaar fysische geografie gestudeerd op de universiteit van Utrecht. In mei 1990 ging het mis. Ik had het druk met een stage lesgeven op de middelbare school en draaide volledig door. Ik kreeg een zware psychose. Vrienden van mij vroegen zich af hoe ze mij het beste konden helpen en zorgden ervoor dat ik vrij snel hulp kreeg en in een psychiatrische inrichting terecht kwam. Ik heb 4,5 maand in Den Dolder gezeten.
Mijn leven is daarna nooit meer hetzelfde geweest. Ik heb nog geprobeerd om mijn studie weer op te pakken, maar dat werd geen succes. Niet veel later kreeg ik een Wajong-uitkering. Het is me met zeer veel moeite gelukt om mijn leven min of meer op de rails te zetten. Dat wil zeggen, niet in vergelijking met gezonde mensen, maar met andere psychiatrische patiënten. Ik wil in de komende stukjes ingaan op hoe mijn leven en dat van de andere patiënten om mij heen eruit ziet op verschillende gebieden van het leven.
Lees verder in deel 3.
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
donderdag 23 november 2017
1: Hoe het is om te leven als psychiatrische patiënt
Eerst iets over de term patiënt, een term die ik bewust gebruik. Tegenwoordig is het mode in de psychiatrie om de term cliënt te gebruiken. Daar ben ik het niet mee eens, de term cliënt suggereert een gelijkwaardige relatie tussen zorgvrager en zorgverlener en die is er in de psychiatrie nog lang niet en zal er als je het mij vraagt ook nooit komen. Als psychiatrisch patiënt is het nu eenmaal zeer moeilijk om met enige kennis van zaken over je eigen behandeling te kunnen oordelen.
Met psychiatrische ziekte bedoel ik in ons geval schizofrenie of verwante ziekten. Mijn diagnose luidt: een psychoaffectieve stoornis met bipolaire component. Dit is een soort tussenvorm tussen de klassieke schizofrenie waarin psychotische episoden centraal staan en het manische depressieve ziektebeeld waarin manische perioden worden afgewisseld met depressieve perioden. Gelukkig heb ik (tot nu toe) relatief weinig last gehad van depressieve perioden.
Schizofrenie is een van de meest ernstige psychische ziekten die wereldwijd bij ongeveer 1% van de mensen voorkomt. Grofweg zijn hierbij twee soorten verschijnselen: de positieve en de negatieve. De positieve verschijnselen zijn: het hebben van hallucinaties (vooral van het gehoor, het beruchte stemmen horen), paranoia (achtervolgingswaanzin) en allerlei soorten van wanen (denken dat de hele wereld om jou draait, of dat je Napoleon, Jezus, Mohammed of zelfs God bent). Ik dacht een tijdje dat dat laatste het geval was. Toen ik mijn moeder eens vroeg of ze niet blij was, dat ze de moeder van God was, antwoordde ze: "Ik heb liever dat je gewoon Erik bent". Deze verschijnselen zijn over het algemeen goed te behandelen met de juiste antipsychotica.
Negatieve verschijnselen zijn: het hebben van een gebrek aan energie, een slechte zelfverzorging, het moeite hebben met sociale contacten, veel slapen, lusteloosheid. Deze verschijnselen zijn veel moeilijker te behandelen met medicijnen.
Van de zes mensen die nog leven word ik waarschijnlijk het meest gehinderd in mijn leven door mijn ziekte. Ik slaap idioot veel en heb heel weinig energie. Gelukkig is mijn concentratievermogen nog vrijwel intact en kan ik makkelijk lange teksten lezen en stukjes schrijven. Bij mijn vrienden ligt dat anders. Ze hebben (veel) meer energie, maar kunnen zich moeilijker concentreren. Mijn vader was een geval apart.
Bij deze stukjes moet men goed in het oog houden dat het hier gaat om mensen (uitgezonderd mijn vader) met wie het relatief goed gaat. We zorgen redelijk voor onszelf, wonen op onszelf, wassen en kleden ons fatsoenlijk, doen in meer of mindere mate het huishouden, eten vrij gezond, hebben leuke vrienden en sommigen onder ons werken zelfs.
Bij de stukjes over mijn vrienden zijn gefingeerde namen gebruikt.
Lees verder in deel 2.
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom
zondag 12 november 2017
Het beste van het beste: de allerbeste films (en televisieseries) volgens Erik
Atanarjuat (Canada, 2001): 172 minuten: Zacharias Kunak (5.781, 7,5)
Een familietwist tussen Inuit in de Canadese ijsvlakten.
Biutiful (Mexico, 2010): 148 minuten: Alejandro Gonzalez Inarritu (74.872, 7,5)
Een stervende man in Barcelona die zijn kinderen verzorgd achter wil laten.
Boyhood (Verenigde Staten, 2014): 165 minuten: Richard Linklater (294.623, 7,9)
De jonge Mason en zijn familie worden gevolgd vanaf dat hij 6 jaar oud is, totdat hij 18 wordt.
Brief encounter (Groot Brittannië, 1945): 86 minuten: David Lean (28.685), 8,1)
Een toevallige ontmoeting tussen twee getrouwde mensen op een treinstation leidt tot een romance.
*Casablanca (Verenigde Staten, 1942): 102 minuten: Michael Curtiz (426.597, 8,5)
Een café-eigenaar in Casablanca (Humphrey Bogart) moet beslissen wat hij moet doen als hij zijn vroegere vlam (Ingrid Bergman) met haar man ontmoet.
City lights (Verenigde Staten, 1931): 87 minuten: Charles Chaplin (124.494, 8,6)
De liefde van Chaplin voor een blind bloemenmeisje in zijn laatste stomme film.
Le cose che restano (Italië, 2010): 6 uur: Gianluca Maria Tavarelli (205, 7,9)
Familiekroniek over een familie in Rome tegen de achtergrond van veranderende omstandigheden in Italië.
Dombo (Verenigde Staten, 1941): 64 minuten: Sam Armstrong (95.665, 7,3)
Vliegend olifantje in mijn favoriete Disneyfim na Sneeuwwitje
Il gattopardo (Italië, 1961): 186 minuten: Luchino Visconti (18.023, 8,1)
Een aristocratische familie in Sicilië wordt gevolgd in de periode rond de eenwording van Italië
*The general (Verenigde Staten, 1926): 67 minuten: Buster Keaton (60.236, 8,2)
Tijdens de burgeroorlog moet een zuidelijke machinist (Buster Keaton) een trein terughalen die door de noordelijke troepen is meegenomen. Met de duurste stunt uit de filmgeschiedenis.
La graine et le mulet (Frankrijk, 2007): 151 minuten: Abdellatif Kechiche (5.842, 7,4)
Een Algerijn op de werf van Marseille wordt ontslagen en heeft als droom een vis en couscous restaurant te beginnen.
*Heimat (1,2,3,4 en die Andere Heimat) (Duitsland, 1984-2013): Edgar Reitz
Heimat 1 (1984): (2.674, 8,8)
*Heimat 2 (1992): (30, 8,9)
Heimat 3 (2004): (528, 8,1)
Die andere Heimat (2013): (1.024, 8,0)
Familiekroniek van de familie Simon geplaatst in de Duitse geschiedenis van de 20e eeuw.
High noon (Verenigde Staten, 1952): 85 minuten: Fred Zinnemann (84.869, 8,0)
Western die zich geheel afspeelt in real-time.
De klompenboom (Italië, 1978): 186 minuten: Ermanno Olmi (3.983, 8,0)
Over een armoedige familie in Lombardije.
*The Life collection (Groot Brittannië, 1978-2005): David Attenborough
- Life on Earth (1978): 12 afleveringen van 54 minuten (2.172, 9,2)
- The living planet (1984): 12 afleveringen van 55 minuten (1.521, 9,1)
- The trials of life (1990): 12 afleveringen van 49 minuten (1.286, 9,0)
- Life in the freezer (1992): 6 afleveringen van 29 minuten (1.151, 8,6)
- The private life of plants (1995): 6 afleveringen van 49 minuten (2.105, 9,0)
- The life of birds (1998): 10 afleveringen van 49 minuten (2.278, 9,0)
- The life of mammals (2002): 9 afleveringen van 49 minuten en de laatste aflevering 59 minuten (3.290, 9,1)
- Life in the undergrowth (2005): 5 afleveringen van 50 minuten (3.005, 9,1)
Vernieuwende serie natuurdocumentaires van de BBC, die nog altijd toonaangevend zijn.
*M: einen stadt sucht eine mörder (Duitsland, 1931): 117 minuten: Fritz Lang (110.848, 8,4)
In Berlijn worden in korte tijd een aantal kinderen vermoord en gaat men op jacht naar de moordenaar.
Modern times (Verenigde Staten, 1936): 87 minuten: Charles Chaplin (163.583, 8,5)
Parodie van Chaplin over de industrialisering.
*The music box (Verenigde Staten, 1932): 29 minuten: James Parrott (5.405, 8,1)
Topper van Laurel en Hardy waarin een pianola een hele lange trap op moet worden gesjouwd.
North by northwest (Verenigde Staten, 1959): 136 minuten: Alfred Hitchcock (241.975, 8,4)
Thriller over een man die voor een ander wordt aangezien.
*Once upon a time in the west (Verenigde Staten, 1968): 164 minuten: Sergio Leone (240.895, 8,6)
Mooiste western ooit met prachtige muziek van Ennio Morricone.
*One flew over the cuckoo's nest (Verenigde Staten, 1975): 133 minuten: Milos Forman (748.635, 8,7)
Over een psychiatrische inrichting waarin een patiënt (Jack Nicholson) het systeem uitdaagt.
Oorlog en vrede (Groot Brittannië, 2016): 6 uur: Tom Harper (13.994, 8,2)
Prachtig geacteerde televisieserie, gebaseerd op het boek van Tolstoj.
Oorlog en vrede (Rusland, 1966): 7 uur: Sergey Bondarchuk (5.063, 7,9)
Mijn favoriete verfilming van Oorlog en Vrede.
Planet Earth (Groot Brittannië, 2006): 9 uur: Alistair Fothergill (125.298, 9,4)
Natuurdocumentaires, vervolg op de "Life collection".
Raise the red lantern (China, 1991): 125 minuten: Zhang Yimou (22.824, 8,2)
Over een jonge Chinese vrouw (Gong Li) die aan een rijk man wordt uitgehuwelijkt.
*Rear window (Verenigde Staten, 1954): 112 minuten: Alfred Hitchcock (352.537, 8,5)
Over een man die met zijn fototoestel uit het vensterraam tuurt en een moord op het spoor komt.
Seven chances (Verenigde Staten, 1925): 56 minuten: Buster Keaton (7.068, 8,0)
Buster Keaton ontvangt een erfenis, mits hij die dag voor 19.00 uur getrouwd is. Met de meest vermakelijke achtervolgingsscene uit de filmgeschiedenis.
*7 Up t/m 49 Up (Groot Brittannië, 1964-heden): Paul Almond & Michael Apted
7 Up: 39 minuten (2.809, 8,1)
14 Up: 52 minuten (2.148, 8,0)
21 Up: 100 minuten (1.905, 8,2)
28 Up: 136 minuten (2.106, 8,3)
35 Up: 123 minuten (1.853, 8,3)
42 Up: 139 minuten (1.963, 8,3)
49 Up: 140 minuten (2.198, 8,2)
Televisiedocumentaires waarin een aantal jonge kinderen van 7 jaar oud iedere 7 jaar gevolgd worden over hun leven.
Shoah (Frankrijk, 1985): 9 uur: Claude Lanzmann (6.411, 8,4)
Beklemmende documentaire over de Holocaust waarin Claude Lanzmann overlevenden interviewt en door het stellen van zeer gedetailleerde vragen er achter probeert te komen wat er precies gebeurd is.
Sneeuwwitje en de zeven dwergen (Verenigde Staten, 1937): William Cottrell (148.030, 7,6)
Mooiste Disney-film ooit.
Spirited away (Japan, 2001): 125 minuten: Hayao Miyazaki (480.699, 8,6)
Chihiro, een jong meisje komt met haar ouders terecht in een sprookjesachtig kasteel, waarin de riviergoden hun vakantie vieren.
Throne of blood (Japan, 1957): Akira Kurosawa: 110 minuten (35.431, 8,1)
Japanse bewerking van MacBeth waarin Japanse en westerse elementen mooi verweven zijn.
Vertigo (Verenigde Staten, 1958): 128 minuten: Alfred Hitchcock (280.383, 8,4)
Reporter heeft last van hoogtevrees en denkt getuige te zijn van een zelfmoord.
*La vie d'Adèle (Frankrijk, 2013): 3 uur: Abdellatif Kechiche (108.249, 7,8)
Een opgroeiende jonge vrouw in Frankrijk wordt gevolgd. Mijn favoriete film van na 2000.
4 maanden, 3 weken, 2 dagen (Roemenië, 2007): 113 minuten: Christian Mingiu (48.637, 7,9)
Een jonge vrouw wil zich laten aborteren.
Wallace & Gromit (Verenigde Staten, 1989-2008): Nick Park
A grand day out (1989): 23 minuten (25.582, 7,8)
The wrong trousers (1993): 30 minuten (43.880, 8,4)
A close shave (1995): 30 minuten (32.842, 8,2)
A matter of loaf and death (2008): 30 minuten (11.763, 7,6)
Kleianimatie van een uitvinder en zijn minstens even slimme hond. Ieders favoriete kleianimatie.
The wizard of Oz (Verenigde Staten, 1939): 102 minuten: Victor Fleming (318.967, 8,1)
Sprookjesachtige film waarin een meisje (Judy Garland) terecht komt in een wonderlijke wereld.
Opvallend is dat mijn absolute favoriet Heimat 2 slechts van 30 mensen een beoordeling heeft gekregen. Deze filmserie duurt wel ruim 25 uur!
Hieronder nog wat films die ik ook erg goed vind, maar die de selectie (net) niet hebben gehaald: De Apu-trilogie, The birth of a nation, Breaking the waves, Fawlty Towers, The Goldrush, Gone with the wind, The graduate, La meglio gioventu, Monsieur Verdoux, Monthy Python's Flying Circus, No man's land, Paul dans sa vie, Shackleton, The sound of music, The third man (Orson Welles), De Yusuf-trilogie, Zatoichi (Takeshi Kitano).
Er missen nogal wat namen van bekende regisseurs: geen Woody Allen, Ingmar Bergman, Tim Burton, Clint Eastwood, Sergej Eisenstein, Rainer Werner Fassbinder, Frederico Fellini, Stanley Kubrick, Steven Spielberg, Jacques Tati.
Al deze regisseurs hebben interessante films gemaakt, maar blijkbaar vond ik die toch niet goed genoeg voor mijn lijst met toppers.
maandag 30 oktober 2017
Paco Roca: La casa
Een jaar na de dood van hun vader Antonio komen de zoons Vicente en José en dochter Carla bij elkaar in het vakantiehuis van hun vader om daar te gaan klussen zodat ze het huis goed kunnen verkopen.Al klussend halen ze herinneringen op aan hun vader. Ze hebben er alle drie in hun jeugd veel vakanties doorgebracht. Het vakantiehuis was voor hun pa zijn lust en zijn leven.
"La casa" is een prachtig getekende ingetogen graphic novel die laat zien dat je met gevoel en vakmanschap van een klein gegeven iets heel moois kunt maken. Warm aanbevolen voor alle liefhebbers van graphic novels!
Evenals bij het vorige boek werd ik hierop gewezen door de recensie van Teunis.
zaterdag 28 oktober 2017
Marcel Ruijters: Jheronimus
In "Jheronimus" schetst Marcel Ruijters het levensverhaal van Hieronimus Bosch, de beroemdste Nederlandse schilder uit het eind van de 15e, begin 16e eeuw.Omdat over het leven van Bosch niet zo veel bekend is, is het een vrije interpretatie.
De mensen in "Jheronimus" worden afgebeeld met langgerekte lijven en enorme neuzen. Het heeft iets karikaturaals dat wel bij het werk van Bosch past. Ik vind de tekeningen sowieso erg knap gemaakt, hoewel ze niet helemaal naar mijn smaak zijn.
Voor liefhebbers van een graphic novel valt hier veel te genieten. Zie ook het blog van Teunis, naar aanleiding van zijn grondige bespreking heb ik dit boek gelezen.
woensdag 25 oktober 2017
Hiroshige & Eisen: The Sixty-Nine Stations along the Kisokaido
Ik zag dit boek twee weken geleden bij boekhandel Steven Sterk liggen, heb het even ingekeken en was gelijk verkocht.De Kisokaido is een postweg in Centraal Japan van 534 kilometer lengte tussen Tokyo en Kyoto, aangelegd in de 17e eeuw, om ervoor te zorgen dat de communicatie in het keizerrijk sneller verliep. Op de Kisokaido liggen 69 postplaatsen waar overnacht kon worden. De houtblok-kunstenaars Hiroshige en Eisen hebben samen houtblok-etsen gemaakt van alle halteplaatsen, Eisen van 24 en Hiroshige van 47 plaatsen.
Het boek komt in een mooi vormgegeven doos, is een paperback in oblong formaat van 42 bij 30 centimeter. De 71 landschappen van Hiroshige en Eisen vormen de kern van het boek. De landschappen zijn zeer gestileerd, vaak met de weg, gebouwen en mensen op de voorgrond en het weidse landschap op de achtergrond. Ik heb het zeer sterke vermoeden dat Hergé (van Kuifje) zich hierdoor heeft laten inspireren, de landschappen van Hiroshige en Eisen zijn net striptekeningen, maar dan van superieure kwaliteit.
Ik ben zeer te spreken over dit boek. Het is op een speciale wijze gebonden, met 5 gaatjes aan de linkerrand waardoorheen touwtjes lopen zodat je als je de touwtjes losmaakt de losse afbeeldingen eventueel kunt inlijsten. Kortom, een prachtig boek voor iedereen die van mooie kunstboeken houdt!
maandag 23 oktober 2017
Elena Ferrante: De Napolitaanse romans
1) De geniale vriendin (Italië, 2011): 335 blz: Vertaald door Marieke van Laake (2013): Uitgeverij Wereldbibliotheek
2) De nieuwe achternaam (Italië, 2012): 473blz: Vertaald door Marieke van Laake (2015): Uitgeverij Wereldbibliotheek
3) Wie vlucht en wie blijft (Italië, 2013): 407 blz: Vertaald door Marieke van Laake (2016): Uitgeverij Wereldbibliotheek
4) Het verhaal van het verloren kind (Italië, 2014): 472 blz: Vertaald door Marieke van Laake (2016): Uitgeverij Wereldbibliotheek
Zoals dat gaat met hypes loop ik weer eens achter. Terwijl bijna iedere blogger op zijn minst het eerste deel van "De Napolitaanse romans" al heeft gelezen en besproken, kom ik achteraan gesloft. Veel over de inhoud zal ik hier niet vertellen, lees daarvoor de prachtige besprekingen van met name Bettina en Tony (in het Engels).
De afgelopen weken heb ik zitten lezen in "De Napolitaanse romans" van Elena Ferrante. Deze romans werden me van alle kanten aanbevolen. Wie Elena Ferrante is, was lange tijd onduidelijk. Nu denkt men dat de boeken door een man geschreven zijn. Omdat de romans vooral over vrouwenlevens gaan, moet die man zich daar dan wel heel erg goed hebben kunnen inleven.
Het eerste deel "De geniale vriendin" vond ik geweldig. Het gaat over de vriendschap tussen de schrijfster Elena (door iedereen Lenu genoemd) en haar vriendin Lila (alleen zo genoemd door Elena, ze heet eigenlijk Lina) vanaf de leeftijd van 10 jaar tot het moment waarop Lila op 16-jarige leeftijd trouwt. Het zijn vriendinnen van de lagere school. Elena kan goed leren, maar ze staat in de schaduw van Lila die pas echt slim is. Lila wordt van school gehaald, maar Elena mag tot haar grote geluk verder studeren. Een groot deel van de 4 romans probeert Elena uit de schaduw van Lila te komen die net iets slimmer en ook aantrekkelijker voor de jongens is. Deze vriendschap wordt zeer overtuigend beschreven, nooit eerder las ik een zo overtuigend boek over de vriendschap tussen twee jonge vrouwen.
"De Napolitaanse romans" zijn sowieso relatieromans, alle relaties, zowel die tussen vrouw en vrouw, als die tussen man en vrouw worden zeer uitgebreid beschreven.In feite gaan de boeken nergens anders over. Zaken die het leven toch zeer veraangenamen zoals: het luisteren naar mooie muziek, het lezen van goede boeken, genieten van beeldende kunst, wandelen in de natuur, lekker eten en drinken komen nauwelijks aan bod in deze romans. Ook is er geen sprake van mooi geformuleerde zinnen, filosofische gedachten of enige vorm van levenswijsheid.
De stad Napels waar het grootste deel van de romans zich afspeelt komt niet tot leven, evenals de andere plaatsen (Milaan, Pisa, Florence, Rome) waar delen van de roman zich afspelen. Er wordt terloops vermeld dat Elena enige reizen maakt, met name voor haar werk, maar daar wordt ook niets bijzonders over vermeld. Het enige waar wel wat over verteld wordt is wanneer ze seks heeft, overigens in de meeste gevallen zonder daar veel plezier aan te beleven.
Ook is er geen enkele vorm van humor in het boek, zelfspot of relativering.Verder komt er erg veel geweld in de boeken voor, er worden nogal wat mensen in elkaar geslagen of zelfs vermoord.
Mijn slotconclusie moet toch zijn dat deze romans enigszins overgewaardeerd worden. Er valt zeker veel plezier aan te beleven, maar al het relatiegedoe is wat mij betreft iets te veel van het goede. Ook zouden de romans een flink stuk korter kunnen zijn.
Ik heb alle 4 de romans in een ruk achter elkaar gelezen. Dat zou ik andere lezers zeker niet aanbevelen. Het lijkt mij een beter idee om deze romans met flinke tussenpozen te lezen.
Dat de romans van mij ondanks alle dingen die gemist worden toch 5 sterren krijgen, is omdat de relaties tussen de verschillende personages voortreffelijk zijn uitgewerkt zodat je te maken krijgt met personen van vlees en bloed. Toch een aanrader dus!
donderdag 12 oktober 2017
Sarah Bakewell: Hoe te leven
"Hoe te leven" is een dubbelbiografie. Enerzijds gaat het over de mens Michel de Montaigne en anderzijds over "De essays", het boek waarmee hij beroemd is geworden.
Over het leven van Montaigne is relatief weinig bekend, buiten wat hij zelf heeft opgeschreven in zijn essays.
Montaigne is geboren op 28 februari 1533. In zijn vroege jeugd leerde hij spelenderwijs Latijns spreken doordat iedereen in zijn omgeving Latijns met hem sprak, zelfs zijn ouders en de bedienden die speciaal hiervoor een paar woordjes Latijns leerden.
Hij had een vrij conventionele schoolperiode. Van 1548 tot 1554 heeft hij waarschijnlijk rechten gestudeerd. Op 23 september 1565 trouwt Montaigne.
Hij krijgt van zijn vader de opdracht om voor hem een boek van Raymond de Segond te vertalen, dat waarschijnlijk de inspiratie vormde voor zijn latere loopbaan als schrijver. In 1568 stierf zijn vader en erfde Montaigne het landgoed en het bijbehorende kasteel.
Rond 1572 begint Montaigne aan het werk van "De essays" die in 1580 worden gepubliceerd.
Ondanks het feit dat Montaigne geen publieke functie nastreeft wordt hij in 1581 tot burgemeester van Bordeaux gekozen, wat hij tot 1585 blijft. Op 13 september 1592 sterft Montaigne als gevolg van complicaties die hij heeft van zijn nierstenen.
Belangrijke gebeurtenissen in die tijd zijn de voortdurende burgeroorlogen tussen de katholieken en protestanten tussen 1562 en 1595 en de pestepidemie van 1585.
De biografie is goed geschreven en geeft een levendig beeld van Montaigne en zijn tijd.Wel vond ik de hoofdstukken over de ontvangst van Montaigne in latere eeuwen door verschillende schrijvers niet zo relevant. Het boek had wat mij betreft rustig 100 bladzijden korter gekund.
- Montaigne had belangstelling voor morele dilemma's, maar was minder geïnteresseerd in wat mensen hoorden te doen dan in wat ze in werkelijkheid deden.
- In het grote vertrek had hij de nokbalken laten beschilderen met citaten die ook voornamelijk klassiek waren.
- Terwijl de man Montaigne zich met zijn dagelijkse leven op het landgoed bezighield, liep de schrijver Montaigne achter hem aan, bespiedde hem en maakte aantekeningen.
- Montaigne herzag eerdere versies van de Essays steeds opnieuw, voegde materiaal toe zoals het hem inviel en deed geen poging zijn boek in het keurslijf van beginselvastheid te persen. Binnen een paar regels ontmoeten we Montaigne als jonge man, vervolgens als oude man met één been in het graf, en dan weer als burgemeester van middelbare leeftijd die gebukt gaat onder zijn verantwoordelijkheden.
- Omdat hij zich in zijn vroege jeugd zich slechts had laten leiden door zijn eigen nieuwsgierigheid, groeide hij op tot een volwassene met een onafhankelijke geest die in alles zijn eigen weg volgde in plaats van zich naar plicht en discipline te voegen.
- Montaigne koos voor Frans en niet voor Latijn. In de Essays geeft hij hier een merkwaardige reden voor. Van het Frans kon niet worden verwacht dat het even duurzaam zou zijn als de klassieke talen, zei hij; daarom waren zijn schrijfsels gedoemd tot een korte levensduur en kon hij opschrijven wat hij maar wilde, zonder zich over zijn reputatie te bekommeren.
-Doorgaans koesterde Montaigne minachting voor academische filosofen: hij hield niet van hun geleerde gedoe en hun abstracties. Maar hij toonde een eindeloze fascinatie voor een andere filosofische traditie: de grote pragmatische scholen die vragen onderzochten als: hoe kun je het hoofd bieden aan de dood van een vriend, hoe kun je moed verzamelen, hoe moet je handelen in moreel moeilijke situaties en hoe kun je het beste van het leven maken.
- Het komt mij voor dat er voor elke door mij nagegane redenering die iets onomstotelijk lijkt te bewijzen een andere redenering te vinden is die onomstotelijk, en even overtuigend of betwijfelbaar, het tegenovergestelde lijkt te bewijzen.
- Er was slechts één uitzondering op zijn regel "betwijfel alles": hij verklaarde omzichtig dat hij zijn geloof boven elke twijfel verheven achtte. Hij onderschreef de algemeen aanvaarde leerstellingen van de katholieke Kerk, en daarmee was de kous af.
- Montaigne daarentegen zag zichzelf totaal anders: als een in elk opzicht door en door gewone man.
- Montaigne smeerde zijn woorden niet in alle richtingen uit zoals Joyce, maar wel was het zijn gewoonte om alles wat hij had geschreven te herzien, uit te werken en aan te vullen. Hoewel hij steeds weer op zijn werk terugkwam, lijkt hij vrijwel nooit de aandrang te hebben gevoeld om dingen te schrappen, maar alleen om er meer aan toe te voegen.
"Hoe te leven" staat vol met citaten uit "De essays" deels dezelfde die ik vermeld heb bij de bespreking van "De essays".
Collega bloggers Anna, Jacqueline, Joke en Koen hebben alle vier een prachtige bespreking van "Hoe te leven" geschreven. Zij hebben er alle vier voor gekozen om "Hoe te leven" te lezen alvorens aan "De essays" te beginnen.
Zelf heb ik er voor gekozen om eerst "De essays" te lezen. In mijn ogen zijn "De essays" prima te lezen zonder aanvullende informatie. Enigszins chargerend gezegd volstaan de vier bladzijden chronologie op blz 413 tot 416 uit "Hoe te leven". Omgekeerd valt van "Hoe te leven" veel meer te genieten als je eerst "De essays" hebt gelezen.
maandag 9 oktober 2017
Dvd: De helaasheid der dingen
"De helaasheid der dingen" is de verfilming van het gelijknamige boek van Dimitri Verhulst.In het dorpje Reetverdegem woont de 13 jarige Gunther Strobbe samen met zijn vader Marcel en zijn 3 ooms Koen, Breejen en Petrol en zijn oma die voor iedereen zorgt. Alle mannen zijn zuipschuiten, het lijkt wel of het enige doel in hun leven is om zoveel mogelijk liters bier weg te werken.
Er wordt in het dorp een competitie gehouden om het wereldrecord bierdrinken te verbeteren. Deze wedstrijd wordt gewonnen door Koen, die vervolgens doodleuk in zijn auto stapt en in het ziekenhuis belandt. Breejen zorgt voor een nog grotere uitdaging: de Tour de France van het drinken, waarin behalve bier ook sterke drank wordt gedronken.
Het is een tragisch verhaal, waar door de lichtvoetige manier waarop het vertelt wordt veel bij valt te lachen. Sommige one-liners uit de film zijn ijzersterk:
- Marcel investeerde zijn salaris integraal in de dichtstbijzijnde kroeg.
- Oma had een hart dat groter was dan haar uitkering.
Het Vlaamse dialect dat veel gesproken wordt in de film draagt zeker ook bij aan de sfeer. Ik vind "De helaasheid der dingen" een van de beste Nederlandstalige films die ik ken. Ik heb de film inmiddels een keer of vier gezien en kan hem iedereen aanraden die van amusement met een serieuze ondertoon houdt!
donderdag 5 oktober 2017
Caleb Melby & JESS3 (tekeningen): De Zen van Steve Jobs
Een tijdje terug kreeg ik van een vriend dit boek te leen.Zoals bekend was Steve Jobs de medeoprichter van Apple. Hij had een vriend, Kobun, die een Japanse Zenmeester was en van wie hij van alles leerde en met wie hij van alles besprak.
Caleb Melby heeft uitgebreid onderzoek naar deze vriendschap gedaan en het verhaal van dit boek geschreven, dat door een aantal verschillende tekenaars is geïllustreerd.
"De zen van Steve Jobs" is een prachtig getekende graphic novel. De tekeningen zijn bewust eenvoudig gehouden in zwart-wit met soms een steunkleur. De eenvoud die de producten van Jobs kenmerkte straalt ook van de tekeningen af.
Over Steve Jobs zijn vele boeken geschreven. Dit boek behandelt maar een klein aspect van zijn leven, maar is duidelijk met liefde gemaakt en zonder meer een must voor liefhebbers van een graphic novel en voor mensen die in Steve Jobs zijn geïnteresseerd. Een aanrader!
dinsdag 3 oktober 2017
Michel de Montaigne: De essays: deel 3
Voor een toelichting op "De essays" in zijn geheel zie mijn stukje bij deel 1.In dit derde deel gaat Michel de Montaigne onverdroten verder met zijn essays.
Opnieuw erg citeerwaardig, hieronder een aantal van de mooiste citaten:
- Een openhartige manier van praten opent ook een ander de mond en maakt hem loslippig, zoals de wijn en de liefde.
- Een geleerd man is niet geleerd op elk gebied, maar een wijs man is wijs in alles, zelfs in zijn onwetendheid.
- Menigeen heeft de wereld in verbazing gebracht, terwijl zijn vrouw en zijn bedienden niets bijzonders in hem zagen. Maar weinigen worden bewonderd door hun huisgenoten.
- Elke wijsheid is dwaas die de algemene dwaasheid niet voor lief neemt.
- Wij moeten onze verlangens richten op de meest nabije, gemakkelijk bereikbare dingen, en ze daartoe beperken.
- In mijn jeugd heb ik mij in de boeken verdiept om indruk te maken; later, een beetje, om wijs te worden; en tegenwoordig om mij te vermaken; maar nooit om er fortuin mee te maken.
- Lezen heeft zo zijn nadelen, en nogal ernstige: het houdt de geest fit, maar het lichaam, dat eveneens om zorg en aandacht vraagt, blijft intussen werkeloos toezien, verkwijnt en verkommert.
- De geest brengt geen blijdschap voort wanneer het lichaam lijdt.
- Want een vrouw en een huwelijk danken hun goede naam niet aan het feit dat ze goed zijn, maar dat erover gezwegen wordt.
- Door een vesting te versterken, maak je de verovering daarvan des te waardevoller en begerenswaardiger.
- Om mensen om te brengen kiezen wij het open veld en het volle daglicht, om ze voort te brengen kruipen wij weg in een donker hoekje.
- Ik heb nog nooit meegemaakt dat een vrouw om de schoonheid van iemands geest, hoe wijs en rijp hij ook is, een hand wilde uitsteken naar zijn lichaam, als dit ook maar enigszins in verval was geraakt.
- Rechtspraak is er niet ter wille van de rechter, maar voor de rechthebbenden. Superieuren worden nooit aangesteld voor hun eigen belang, maar in het belang der ondergeschikten, zoals een dokter er voor de zieke en niet voor zichzelf is.
- Ik ben zozeer op mijn gemak gesteld dat ik het geluk niet afmeet naar zijn hoogte maar naar zijn haalbaarheid.
- Zelfkritiek wordt altijd geloofd, eigen roem nooit.
- Als ik ergens pijn in mijn hoofd van krijg, is het wel van stomkoppen, en ik zie liever de ondeugden van mijn mensen dan hun onbezonnenheid, hun lompheid en hun stompzinnigheid.
- Dagelijks hoor ik dwazen dingen zeggen die niet dwaas zijn.
- Iemand die daarentegen in zichzelf genoegen schept, die wat hij in handen heeft boven alles stelt en niets mooier vindt dan wat hij voor zich ziet, is misschien niet wijzer, maar zeker gelukkiger dan wij. En zo iemand benijd ik, niet om zijn wijsheid, maar om zijn geluk.
- Het is een slechte eigenschap dat wij onze achterstand op anderen meer betreuren dan dat wij ons verheugen op onze voorsprong op velen.
- Gewoonlijk antwoord ik degenen die mij vragen waarom ik reis, dat ik wel weet waar ik voor wegloop maar niet wat ik zoek.
- Andermans narigheid zal ons waarschijnlijk niet zo pijnlijk treffen als het eigen zeer.
- Vriendschappen die je geheel op eigen initiatief hebt aangeknoopt zijn gewoonlijk hechter dan die ontstaan zijn door een gemeenschappelijke woonplaats of door de banden des bloeds.
- Ik beleef niet echt een genoegen aan iets, zolang ik het niet met een ander delen kan.
- Met een zwakke maag heb je een streng en uitgekiend dieet nodig. Als je een sterke maag hebt, kun je eenvoudig eten waar je van nature trek in hebt.
- Niemand geeft aan anderen zijn geld weg, iedereen doet dat wel met zijn tijd en zijn leven. Er is niets anders waarmee wij zo verkwistend omspringen, terwijl tijd juist het enige is waarbij gierigheid wel prijzenswaardig en nuttig is.
- Wie totaal niet voor anderen leeft, leeft nauwelijks voor zichzelf.
- Materiële armoede valt gemakkelijk te verhelpen, geestelijke armoede nooit.
- Socrates zag eens hoe een grote hoeveelheid rijkdommen, juwelen en duur meubilair in processie door Athene werd gedragen, en hij zei: "Wat zijn er veel dingen die ik niet wil hebben."
- Zodra ik iets dat best waar kan zijn krijg te slikken als een onomstotelijke waarheid, lust ik het niet meer. Ik houd van woorden die de boudheid van onze beweringen temperen en verzachten: misschien, enigszins, ietwat, naar verluidt, ik geloof en dergelijke.
- Hoeveel natuurlijker is het niet dat ons verstand op een dwaalspoor is gezet door onze grillige, op hol geslagen geest dan dat iemand van ons, door een vreemde geest bezeten, in levenden lijve op een bezemsteel zijn schoorsteenpijp uit is gevlogen?
- Overeenkomstigheid maakt de dingen nooit zo eender als het verschil ze anders maakt.
- Hoezeer de ervaring ons ook tot voordeel kan strekken, toch zullen wij niet veel wijzer worden van het voorbeeld van anderen als wij niet profiteren van onze eigen ervaringen: want die zijn ons meer eigen en zullen ons zeker voldoende leren wat wij moeten weten.
- Je hebt heel sterke oren nodig om te kunnen luisteren naar openhartige kritiek op jezelf: maar weinigen kunnen dit verdragen zonder zich gekrenkt te voelen. Daarom: als iemand de moed heeft je zulke kritiek te leveren, getuigt dit van een bijzondere genegenheid.
- Zelfs koningen en wijsgeren kakken, en dames ook.
- Zo heb ik altijd veel meer geluisterd naar mijn genoegens dan naar welk medisch advies ook.
- Geen saus zo lekker en geen kruid zo pittig als het zout dat je uit goed gezelschap haalt.
- En zelfs op de hoogste troon ter wereld zit je nog altijd op je eigen gat.
De drie weken die ik heb doorgebracht met het herlezen van "De essays" waren een waar genoegen. Samen met de eerder dit jaar herlezen verhalen van Tsjechov het meest indrukwekkende wat ik ooit heb gelezen. Hopelijk hebben mijn lezers genoten van de vele citaten.
zondag 1 oktober 2017
Hoe ik aan mijn citaten kom en het grote feest der citaten
Als ik tegenwoordig een boek lees, dan heb ik altijd een potlood bij de hand. Ik zet streepjes bij belangrijke passages, stukken tekst die de inhoud samenvatten of stukken tekst die ik citeerbaar vind. Als ik het boek uit heb lees ik al deze aangestreepte stukken tekst door en zet opeenvolgende nummers bij de stukken die ik mogelijk wil gebruiken als citaat. De volgende ronde is dat ik de nummers van de citaten die ik waarschijnlijk wil gebruiken op een papiertje schrijf en omcirkel en die ik mogelijk wil gebruiken onderstreep. Als ik dan uiteindelijk de bespreking schrijf vallen er soms nog een paar citaten af omdat ik er teveel heb, of omdat ze niet sprekend genoeg zijn. Op deze manier blijven altijd de in mijn ogen beste citaten over.
Waaraan moet een goed citaat voldoen?
- Het moet goed geformuleerd zijn, de exacte bewoording van een citaat maakt veel uit.
- Het moet liefst typerend zijn voor de tekst, liefst kort, verrassend en humoristisch.
Een aantal van de beste citaten die ik in tien jaar tijd heb gevonden vindt u hier:
Het grote feest der citaten:
- De criticus beledigt de auteur: men noemt dat kritiek. De auteur beledigt de criticus: men noemt dat belediging. (Henry de Montherlant)
- De voornaamste moeilijkheid na een nieuwe leefregel ontdekt en aanvaard te hebben is uit te vinden wanneer je hem moet overtreden. (Henry de Montherlant)
- De barbaarsheid van het Christelijk geloof:
Een vader die zijn zoon laat executeren voor door anderen begane misdrijven en wandaden teneinde de werkelijke schuldigen straffeloosheid te bezorgen, zou overal ter wereld gerechtelijk worden vervolgd als zijn daad aan het licht kwam. Iedereen zou er schande over spreken. Toch vormt een dergelijke primitieve, wrede, onredelijke misdaad de grondslag van het christelijk geloof. (Theo Kars)
- Dreigementen:
Dreigementen zijn de enige beloftes die je niet altijd dient na te komen. (Theo Kars)
- De beste moraal:
Chamfort:"Geniet en bewerk dat anderen genieten, zonder jezelf of hen te schaden, dat is volgens mij de kern van de moraal." Zo bezien is het bedrijven van de liefde zowel het plezierigste als het beste wat een mens kan doen.
- Ongelijk bekennen, hoe eerder hoe beter:
Het toegeven van een fout is en daad van geestelijke hygiëne. Er zijn mensen die onmogelijk de zinnetjes "Ik heb een fout gemaakt", "Ik heb mij vergist" of "Ik heb ongelijk"over hun lippen kunnen krijgen, zelfs als overduidelijk is dat zij een fout of vergissing hebben begaan. Zij lijken zich er niet van bewust te zijn dat zij door hun onvermogen ongelijk te bekennen meer gezichtsverlies lijden dan door de fout die zij hebben gemaakt. (Theo Kars)
Een limerick van Alex van der Heide:
Een zekere Achmed in Bagdad
Lag plat met z'n gat op z'n badmat,
Zo las hij z'n dagblad
En iedereen zag dat,
't is raar, maar in Bagdad daar mag dat! (Vic van de Reijt)
- Ik lees zonder systeem, zonder behoefte om "bij te blijven", gewoon waar ik toevallig zin in heb. Kluizenaar zijn in het leven, vagant in de wereldliteratuur, dat is een mooi program. (Hans van Straaten, is ook op mij van toepassing, tenminste wat het lezen betreft)
- Intelligente mensen worden nooit gelukkig. Domme trouwens ook maar zelden. (Hans van Straaten)
- Voor vele mensen zou de ideale maatschappij al gerealiseerd zijn als zij elke avond voetbal op de televisie konden zien. (Hans van Straaten)
- Minuten kruipen, jaren vliegen voorbij. (Hans van Straaten)
- De angst voor het leven drijft ons tot zelfmoord, de angst voor de dood doet ons verder leven. (Hans van Straaten)
- Alice vraagt aan de Kollumer poes: "Kunt u me misschien vertellen welke kant ik op moet?" "Dat hangt er heel erg van af waar je heen wil" zei de Kat. "Dat kan me niet zoveel schelen-" zei Alice. "Dan doet het er niet toe welke kant je op gaat" zei de Kat." -als ik maar ergens kom," voegde Alice er bij wijze van verklaring aan toe. "O, dat zal wel lukken," zei de Kat, "Als je maar lang genoeg doorloopt." (Lewis Carroll)
- Ik heb in Londen een zeer ter zake kundige Amerikaan leren kennen die me verzekerde dat een jong, gezond en goed verzorgd kind op de leeftijd van één jaar voorziet in een heerlijke, voedzame en gezonde maaltijd. Daarbij maakt het geen verschil of het gestoofd, gegrild, gebakken of gekookt is, en ik twijfel er niet aan dat het evengoed smaakt in een fricassee of ragoût. (Jonathan Swift)
- Een jonge subalterne officier in Brits Indië werd gedood door een tijger, en toen zijn ouders dat te horen kregen, zonden ze een telegram naar de kolonel van zijn regiment, omdat ze de lieve jongen graag in hun familiegraf wilden bijzetten: Stuur alstublieft wijlen James naar huis alle onkosten betaald. Na vele maanden, na een onredelijk lange tijdspanne, kwam er een gigantische doodskist aan, en toen ze die openmaakten werden ze van afgrijzen vervuld bij het zien van een dode tijger. Ze telegrafeerden naar India: Vergissing zit tijger in kist niet James. De kolonel antwoordde: Helemaal geen vergissing tijger in kist James in tijger. (Norman Douglas)
- It's a truth universally acknowledged, that a single man in possesion of a good fortune must be in want of a wife (Jane Austen, openingszin uit Pride and prejudice)
- Of het waar is weet ik niet, maar het is een mooi verhaal, dus schrijf ik het maar op. (Herodotus)
Beschaving:
- Ik zou niet weten waar men het beschavingspeil van een land het beste aan af kan meten, maar zeker eerder aan de mildheid van zijn gevangenissysteem dan aan het feit dat de politieke leiders er met mes en vork kunnen eten.
Christendom:
- Het christendom is een godsdienst die de mensen geen opium maar wel polio gunt.
Genot:
- Vroeger hadden de mensen een schuldgevoel omdat ze te veel genoten, of überhaupt genoten, nu omdat ze te weinig genieten van wat ze hebben.
Interviews:
- Interviews met Nederlandse schrijvers komen er meestal op neer dat ze zeggen: "Na mijn werk kom ik thuis, dan heb ik gegeten, dan drinken mijn vrouw en ik nog even een glaasje, dan trek ik mijn pantoffels aan, dan ga ik naar mijn werkkamer en daar beleef ik met het schrijven van twee pagina's het gelukkigste moment van mijn dag."
Katholieken:
- Katholieken, zijn dat niet ook alweer van die mensen van wie, als ze dood zijn, in de Volkskrant steevast een overlijdensadvertentie staat met honderdachtentwintig namen van kinderen en kleinkinderen eronder?
Luiheid:
- Ik hou van niks doen, dus probeer ik ook zo veel mogelijk niks te doen. De straf ervoor is dat ik soms heel hard moet werken .... Ik werk vanzelf alleen zo hard om tijd over te houden. Om niks te doen.
Pedofilie:
- Een pedofiel gaat bij de padvinderij, zoals pyromanen bij de vrijwillige brandweer.
Poëzie:
- Nederland is een land waar niemand gedichten leest en iedereen ze schrijft.
Vrouwen:
- Een mooie vrouw mag best, als ze bovendien een beetje dom is. (Al deze lemma's komen uit "De buitenkant" van Gerrit Komrij)
- If a man does not make new acquaintances as he advances through life, he will soon find himself left alone. A man, Sir, should keep his friendship in conctant repair.
- A short letter to a distant friend is, in my opinion, an insult like that of a slight bow or a cursory salutation. .... Yet it must be remembered, that he who continues the same sort of life in the same place, will have little to tell.
- There is nothing, Sir, too little for so little a creature as man. It is by studying little things that we attain the great art of having as little misery and as much happiness as possible.
- Labouring man who work hard, and live sparingly, are seldom or never troubled with low spirits.
- If therefore the profession you have chosen has some unexpected inconveniences, console yourself by reflecting that no profession is without them; and that all the importunities and perpexities of business are softness and luxury, compared with the incessant cravings of vacancy, and the unsatisfactory expedients of idleness.
- Poetry, indeed, cannot be translated; and therefore, it is the poets that preserve languages; for we would not be at the trouble to learn a language, if we could have all that is written in it just as well in translation.
- A man will please more upon the whole by negative qualities than by positive; by never offending, than by giving a great deal of delight. In the first place, man hate more steadily than they love; and if I have said something to hurt a man once, I shall not get the better of this, by saying many things to please him.
- The world has few greater pleasures than that which two friends enjoy, in tracing back, at some distant time, those transactions and events through which they have passed together.
- Be not angry that you cannot make others as you wish them to be, since you cannot make yourself as you wish to be.
- You cannot spend money in luxury without doing good to the poor. Nay, you do more good to them by spending it in luxury, you make them exert industry, whereas by giving it, you keep them idle.
- Wine makes a man better pleased with himself. I do not say that it makes him more pleasing to others .... The danger is, that while a man grows better pleased with himself, he may be growing less pleasant to others.
- The great direction which Burton has left to men disordered like you, is this, Be not solitary; be not idle: which I would thus modify;- If you are idle, be not solitary; if you are solitary, be not idle.
- He whose inclination prompts him to cultivate your friendship of his own accord, will love you more than one whom you have been at pains to attach to you.
- Every man desires to see of what he has read; but no man desires to read an account of what he has seen: so much does description fall short of reality. Description only excites curiosity: seeing satifies it. (Een aantal uitspraken van Samuel Johnson zoals opgeschreven door James Boswell in zijn biografie van Johnson)
Safety first:
Een autobestuurder in Bombay
Was iemand, die alles zo domday
Dat al het verkeer
Bij 't zien van dat heer
Maar liefst over Eindhoven omray
No pay, no play:
"I may be good for nothing"
the light young maiden said,
"but I won't be bad for nothing,
at least not in your bed."
Cake and egg!:
My cook, she is a grand ol' gal
and thinks me quite a guy,
that's why between the two of us
it's always cook an' I.
(van John O'Mill)
- De paarden onderscheidden zich in niets van de mensen. Zij bezweken aan het Noorden, aan het werk dat hun krachten te boven ging, aan de slechte voeding, aan het slaan, en ook al kregen zij duizendmaal minder te verduren dan de mensen, toch bezweken ze eerder dan de mensen. En ik begreep waar het om draaide, namelijk dat de mens geen mens was geworden omdat hij door God is geschapen, en niet omdat hij zo'n wonderlijke vinger, een duim, heeft aan iedere hand. Maar omdat hij fysiek sterker is dan andere dieren, meer kan verdragen, en in de laatste plaats omdat hij zijn geest met succes heeft gedwongen zijn lichaam te dienen.
- Hardop zeggen dat het werk te zwaar was, was voldoende om de kogel te krijgen. Op elke opmerking aan het adres van Stalin, hoe onschuldig ook, stond de doodstraf. Zwijgen wanneer er "Hoera voor Stalin" werd geroepen was voldoende om de doodstraf te krijgen. Zwijgen is agitatie, dat is vanouds bekend.
- Ik heb meer dan eens gemerkt dat gevangenschap, vooral in het Noorden, de mensen als het ware conserveert: hun geestelijke groei, hun talenten verstarren op het niveau dat zij ten tijde van hun arrestatie hadden.
- Andrejev tastte in de zak van zijn jekker naar een kruimeltje van het Amerikaanse wittebrood dat hij van zijn middagrantsoen had bewaard. Er waren duizenden manieren om het genot van eten te verlengen. Je kon likken aan dit brood tot het uit je handpalm verdwenen was; je kon er kruimeltjes afbreken, heel kleine kruimeltjes, en op ieder kruimeltje zuigen, het met je tong in je mond omdraaiend. Je kon het op de altijd hete kachel roosteren en de donkerbruine, verbrande stukjes - nog net geen beschuit, maar ook geen brood meer - opeten. Je kon het brood met een mes in heel dunne plakjes snijden en dan pas roosteren. Je kon het brood ook met warm water koken, het eerst aan de kook brengen, dan doorroeren en er een warme brij, een meelpap van maken. Je kon het ook in koud water tot kleine stukjes verkruimelen, en er dan zout op doen, dan kreeg je een soort broodpasta. Dat alles moest Andrejev zien klaar te spelen in het kwartier dat hem nog restte van de middagpauze. Hij at zijn brood op zijn eigen manier op. In een klein conservenblikje werd water aan de kook gebracht, smakeloos sneeuwwater, groezelig door de kleine stukjes verkoold hout en de naalden van de dwergden, die in het blikje waren gevallen. Andrejev deed zijn brood in het ziedende water en wachtte. Het brood zwol op als een spons, een witte spons. Met een stokje, een spaander, viste Andrejev de hete stukjes spons op en bracht ze naar zijn mond. Het doorweekte brood smolt ogenblikkelijk weg in zijn mond.
- "Luizen hebben is natuurlijk een begrip dat nader moet worden gepreciseerd. Een stuk of tien luizen in je ondergoed telt niet mee. Het begint anderen, de dokters en barakgenoten, pas te verontrusten als je bij iemand de luizen zo van zijn kleren kunt plukken en als zijn trui vanzelf beweegt door de luizen die zich erin genesteld hebben."
- Solovjov, die veroordeeld was wegens een vluchtpoging en het eten van mensenvlees, lag in het ziekenhuis bij te komen en hij vertelde graag hoe hij en zijn kameraad bij de voorbereiding van hun vlucht met opzet een derde hadden meegenomen: "voor het geval dat we honger zouden krijgen." De vluchtelingen waren lang, bijna een maand, onderweg. Nadat ze de derde man hadden gedood en deels opgegeten, deels gebraden hadden "voor onderweg" gingen de twee moordenaars ieder huns weegs - ze waren allebei bang om op een nacht door de ander vermoord te worden.
- "De gevangenbewaarder denkt minder aan zijn sleutels dan de gevangene aan ontvluchten." (Varlam Sjalamov)
- Carla en Frank van Putten, moeder en zoon:
"En dan gaan we nu gezellig ergens een tompouce eten, hè Frank?" "Reuze gezellig moeder!" (Denkt: Ik wil geen tompoes. Ik wil een naakte vriendin insmeren met slagroom... Maar ik héb geen vriendin.)
- Koos Koets en Robbie Kerkhof, Oudere Jongeren:
"Hee Koos! Heb je nog zo'n methyleendioxymettamfetaminepil voor me?" "Je bedoelt XTC, Rob?" "Ja! Mozes Kriebel, ik kan die naam maar niet onthouden!"
- Karel Timofeeff, parlementair journalist:
"Ken je dat liedje van Wat Voor Weer Zou Het Zijn In Den Haag? Nou, ik weet 't: laaghangende wolkenvelden met een permanente kans op motregen."
- H. van der Vaart en Tjolk Hekking, burgemeester en wethouder van Juinen:
"Wat wilde ik ook alweer zeggen? Help me eens even Hekking, want jij bent uiteindelijk mijn rechterhand." "Loat telinkse neu waite wat te rechtse hanteut, burgemeester." "Aha! Juist! Zo zeggen we dat hier, in Juinen!"
- Berendien uut Wisp, kruidenvrouwtje:
"Iets tegen hoofdpien? Aardappl'n! De schill'n van vief kilo eigenheimers mal'n, het prutje drie uur lat'n kok'n en met dat nat het zere hoofd inwriev'n."
- Dr. R. Clavan, Oosteuropa-deskundige:
"Meteen na de val van de Berlijnse Muur voorspelde ik al dat er in Oost-Europa een drinkwaterprobleem zou ontstaan. Daarom is het onbegrijpelijk dat wij al jaren melkpoeder exporteren, maar er nog steeds niet in zijn geslaagd waterpoeder te ontwikkelen. Dat moet toch ergens mee aan te maken zijn?"
- Dirk, zwerver:
"Effe denken: is dit nou m'n eerste biertje van vandaog, of m'n laotste van gisteren...?"
- F. Jacobse en Tedje van Es, vrije jongens:
"En ons eerste programmapunt is: nergens geen maximumsnelheid!" "Honderdtwintig? Dat rijen wij al in z'n achteruit!"