Felix Eijgenraam: De plezierfactor: Nut en genot van het boekenschrift (Nederland, 1990): 70 blz: Uitgeverij Aramith
In
het uiterst charmante "De plezierfactor" zullen veel boekenbloggers
zich herkennen. Felix Eijgenraam beschrijft in dit dunne boekje het
bijhouden van een lijst met gelezen boeken. Toen nog schriftelijk omdat
het boekje van voor de tijd van het uitgebreide gebruik van computers
was. Zelf houd ik sinds juli 1995 ook zo'n (digitale) lijst bij. Daarop
vermeld ik: auteur, titel, aantal gelezen bladzijden en een waardering
in sterren. Ik noteer ook niet uitgelezen boeken. Sinds 1995 kom ik op
ruim 3.000 titels. Het boekenschrift van Maarten 't Hart dat hij sinds
zijn 15e levensjaar bijhoudt, zou wel eens 's werelds meest uitgebreide
kunnen zijn, met zo'n 20.000 titels.
-
Het even eenvoudige als vanzelfsprekende antwoord op deze misstand is
het boekenschrift. Dat is, zoals de naam al aangeeft, een schrift waarin
aantekening wordt gehouden van alle boeken die het lezend oog door de
jaren heen passeren. Het genot dat men eraan ontleent, is vergelijkbaar
met dat van dagboeken en fotoalbums. En het bijhouden ervan is
aanmerkelijk eenvoudiger, kost een luttele duit en vereist een minimum
aan discipline.
Hoe werkt een
boekenschrift? Heel eenvoudig. Van elk boek dat men volledig heeft
uitgelezen, noteert men de auteur, de titel en de datum dat men het uit
had.
- Hanteert men eenmaal het sterrensysteem, dan kan men ook jaarlijks de plezierfactor uitrekenen, wat niets anders is dan het aantal uitgedeelde sterren gedeeld door het aantal gelezen boeken.
-
Een waarderingssysteem heb ik niet en ik heb ook geen flauw benul van
het totale aantal gelezen pagina's. Wel tel ik aan het eind van het jaar
het aantal in dat jaar gelezen titels, waarvan ik een lijstje bijhoud.
Dit jaar waren het er 58. Omdat het er bij voorkeur elk jaar meer zijn,
treedt begin december wel een soort boekdiktevermindering op.
- Om je als boekenschrifthouder over te geven aan dit soort Spielereien moet je een verzamelaar zijn. Geen verzamelaar in fysieke zin, bijvoorbeeld van boeken, maar een verzamelaar "op papier" ofwel gegevensverzamelaar. Postzegelverzamelaars trachten hun verzamelingen compleet te krijgen en te houden en rangschikken hun zegels in albums. Gegevensverzamelaars daarentegen rangschikken hun gegevens in overzichten, lijstjes, tabellen en grafieken.
Een groot voordeel van een hobby als deze is, dat hij een bijzondere mate van ontspanning biedt. De beste ontspanning is immers nog altijd iets te doen dat volstrekt nutteloos is.
Uit de tijd voor het internet:
- Nederland telt tientallen of honderden, misschien zelfs wel duizenden lezers die een boekenschrift bijhouden en dat al jaren doen. Ze weten het alleen niet van elkaar, want het gebruik speelt zich af in de persoonlijke sfeer, is nooit ergens beschreven en te zeldzaam om via mond-tot-mond-reclame te worden verspreid. De kans om in de vrienden- of kennissenkring een mede-boekenschrifthouder tegen het lijf te lopen is klein en geen wonder dat je dan al snel denkt de enige te zijn.
Een computeraar:
- Laatst vroeg ik mij af, hoeveel jaar na oorspronkelijke publikatie ik gemiddeld mijn boeken lees. Twee of drie toetsen moest ik aanslaan en presto: mijn gemiddelde boek is 229 bladzijden dik, dateert uit 1966 en werd 21 jaar na publikatie gelezen in een editie uit 1982.
- Wanneer je een auteur hebt ontdekt en in diens ban verkeert, ligt het voor de hand om meer van diens oeuvre te lezen (het zogenaamde "bloksgewijze lezen" dat veel boekenschrifthouders blijken te doen). En ook zul je, als je geïnteresseerd bent in een bepaald onderwerp, na bibliografisch onderzoek wel eens een zorgvuldig uitgekiend leesprogramma volgen.
Maar
meestal (althans bij mij) heeft het getrokken leesspoor het karakter
van een "random walk": en grillig, quasi-toevallig heen- en weerspringen
tussen interesses, schrijvers, talen, fictie en non-fictie. Een schrift
met "te lezen boeken" is daarbij welkom, maar dan meer als ideeënlijst
dan als programma. "A man ought to read as his inclination leads him,"
zei dr. Johnson, en er is niets op tegen om die "inclination"
schriftelijk vast te leggen.
Over het boekenschrift van Maarten 't Hart:
- 't Hart begon aan zijn boekenschrift omdat hij iedere gelezen boekpagina exact wilde documenteren. Aanvankelijk stelde hij zich ten doel om werkelijk alles te lezen, een onmogelijke ambitie die hem nu als "volkomen geschift" voorkomt. Vooral in zijn studententijd las 't Hart verschrikkelijk veel. In 1964, 1965 en 1969 kwam hij boven de 100 000 pagina's (106 200, 104 113 en 109 468, respectievelijk 459, 472 en 382 boeken).
Deze astronomische aantallen haalde 't Hart bij gratie van zijn fenomenale leestempo: gemiddeld honderd pagina's per uur. Afhankelijk van de taal, het aantal tekens per bladzijde en de moeilijkheidsgraad van de tekst fluctueert dat tempo, maar de "tragere" boeken worden gecompenseerd door Nederlandse romans waar hij met 150 pagina's per uur doorheen schiet.
Per uitgelezen boek noteert 't Hart slechts datum, titel, auteur en aantal pagina's. Dat laatste gebeurt consciëntieus: de titelpagina en de rest van het voorwerk worden niet meegeteld, evenmin als pagina's met illustraties en het eventuele register. "Ik wil exact weten hoeveel ik gelezen heb," zegt hij, "en trek daarom alle tekstloze pagina's af. Tel je die wel mee, dan vind ik dat eigenlijk maar sjoemelen."
- Elk boek waarin hij begint, leest hij uit. "Ik kwam op een gegeven moment in de knoei met het probleem van de niet-uitgelezen boeken: wel of niet opschrijven? Ik besloot te kiezen voor de radicale oplossing: alles uitlezen."
-
"Soms denk ik: heb ik mijn hele leven eigenlijk niet verlezen? Ik sta
nu, als je mijn jeugdlectuur meetelt, op zo'n elf- à twaalfduizend
titels. Als ik in mijn huidige tempo doorlees, komen daar tussen nu en
mijn vijfenzeventigste nog eens een zesduizend bij. Dat is alles bij
elkaar nog geen twintigduizend boeken, ofwel minder dan de helft van een
goede Openbare Bibliotheek in een kleine stad. Als ik daaraan denk,
wordt het mij wel eens somber te moede."