Posts tonen met het label 19e eeuw. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 19e eeuw. Alle posts tonen

vrijdag 8 augustus 2025

Hans Christian Andersen: Sprookjes en verhalen

Hans Christian Andersen: Sprookjes en verhalen (Denemarken, 1837-): 1098 blz: Vertaald door Annelies van Hees (1992): Uitgeverij Athenaeum-Polak & van Gennep, Perpetua-reeks


 

Hans Christian Andersen (1805-1875) was de Deense schrijver van een aantal wereldberoemde sprookjes. 
 
In mijn jeugd heb ik natuurlijk kennisgemaakt met een aantal van zijn sprookjes. In 1996 heb ik een eerdere gedeeltelijke vertaling in de Prisma-reeks gelezen. In 2008 las ik een aantal sprookjes in een prachtige Engelse vertaling van Tiina Nunnally. In 2016 las ik de Perpetua uitgave in zijn geheel. In april 2023 heb ik de eerste 306 bladzijden van dit boek herlezen met daarin al de bekendste sprookjes van Andersen. Nu ben ik begonnen met het herlezen van de laatste 800 bladzijden. Dat was een hele kluif en leverde weinig op, geen enkel sprookje of verhaaltje uit die laatste 800 bladzijden kan zich meten met de hieronder genoemde sprookjes uit de eerste 306 bladzijden. Als laatste herlas ik de eerste 306 bladzijden.
 
De vertaling van Annelies van Hees leest zeer prettig. Het is in Nederland de gewoonte om bij een vertaling het gehele werk van een schrijver te vertalen, zeker bij een schrijver van verhalen. In de meeste gevallen ben ik hier een voorstander van, maar bij Andersen kun je toch wel zeggen dat zijn beste sprookjes ver uitsteken boven de andere sprookjes en verhalen en dat het herlezen van die andere verhalen vrijwel niets toevoegt. Maar de 12 sprookjes die ik hieronder zal noemen, die samen 123 bladzijden tellen en die de kern van zijn oeuvre vormen zijn terecht wereldberoemd. Je kunt deze sprookjes ook steeds weer opnieuw lezen en eventueel voorlezen.
 
Kleine Claus en grote Claus (11 blz) [in eerdere vertalingen was het kleine Klaas en grote Klaas, wat mijn voorkeur heeft]: In een dorp woonden eens twee mensen die allebei dezelfde naam hadden, ze heetten allebei Claus. De ene werd grote Claus genoemd, was rijk, had vier paarden, was gemeen en dom. De andere werd kleine Claus genoemd, was arm, had maar één paard, maar hij was vriendelijk en slim. Iedereen die dit sprookje ooit gelezen heeft, weet hoe het afloopt.

De prinses en de erwt (2): In dit sprookje wordt een methode aan de hand gedaan waarmee je een echte prinses kunt herkennen.

De kleine zeemeermin (21): Het beroemde sprookje over een zeemeermin die verliefd wordt op een knappe prins. Om aan land te kunnen gaan, moet ze haar prachtige stem verliezen en haar mooie staart door twee onhandige pilaren, die mensen benen noemen, laten vervangen. Door Disney verfilmd.

De nieuwe kleren van de keizer (5): Waarschijnlijk het beroemdste sprookje van Andersen waarin een ijdele keizer een onzichtbaar gewaad krijgt aangemeten.

De standvastige tinnen soldaat (5): Over een tinnen soldaatje met maar één been.

De wilde zwanen (15): Een koning had elf zonen en één dochter. Een boze stiefmoeder betovert de prinsen in zwanen en verbant de prinses. De Chinese schrijfster Jung Chang heeft de titel gebruikt als titel voor haar eigen boek.

De nachtegaal (9): Sprookje over een echte en een kunst nachtegaal dat begint met de beroemde openingszin: In China, moet je weten, is de keizer een Chinees en alle mensen om hem heen zijn ook Chinezen.

Het lelijke jonge eendje (9) . Over een lelijk te groot jong eendje die uitgroeit tot een prachtige jonge zwaan.

De sneeuwkoningin (29): De kleine Kay en Gerda zijn vriendjes van elkaar. Op een dag krijgt Kay een stukje van een toverspiegel in zijn hart, waardoor zijn karakter helemaal verandert. Kay verdwijnt en Gerda gaat op zoek naar haar vriendje.

De rode schoentjes (6): Over Karen, een arm meisje dat rode schoentjes krijgt en niet meer kan ophouden met dansen.

De schaduw (12): Het verhaal over een geleerde en zijn schaduw die langzaam zijn plaats inneemt.

Het meisje met de zwavelstokjes (3): Zeer gevoelig verhaal over een arm meisje dat zwavelstokjes probeert te verkopen.
 
Het loont zeer de moeite om bovenstaande sprookjes te lezen in deze prachtige vertaling. Eigenlijk zou men een mooie geïllustreerde uitgave moeten maken met een kleine selectie van de sprookjes en verhalen maar met hele mooie illustraties. Manon Uphoff roemt in haar nawoord de aquarellen van de Poolse kunstenaar Janusz. Grabianski.

  : 12 bovengenoemde sprookjes
 
  : waardering voor het hele boek
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

vrijdag 31 mei 2024

V.S. Pritchett: The Gentle Barbarian

V.S. Pritchett: The Gentle Barbarian: The Life and Work of Turgenev (Groot-Brittannië, 1977): 241 blz: Uitgeverij Vintage Books


 
V.S. (Victor Swadon) Pritchett (1900-1997) was een Britse schrijver die vooral bekend is geworden als schrijver van korte verhalen en als literair criticus. Pritchett beheerste vloeiend Frans, Duits en Spaans, maar geen Russisch. Behalve deze biografie over Toergenjev heeft Pritchett ook een prachtige korte biografie over Anton Tsjechov geschreven.
 
Pritchett is een welhaast ideale biograaf. Hij combineert in "The Gentle Barbarian" een levensbeschrijving van Toergenjev met een kritische evaluatie van zijn belangrijkste werken. Hij schrijft zeer economisch, in een zeer prettig leesbare stijl en vertelt zijn verhaal in slechts 241 bladzijden. Hier zouden andere biografen, die vaak veel te lang van stof zijn, een voorbeeld aan kunnen nemen. "The Gentle Barbarian" is wat mij betreft een geweldige biografie over een belangrijke schrijver.
 
Citaten:
- His ear for French or German was remarkable: he was a born mimic and with a gift for play-acting and fantasy. His real education, as was apt to happen to the children of the gentry, was given him by the servants. He listened to their stories, knew the barbarous wrongs his mother inflicted on them; starved of the despised Russian language in family life, he heard it continually from them.

- I was convinced that in Russia one could acquire only a certain amount of elementary knowledge and that the source of true knowledge was to be found abroad. In those days there was not a single man among the professors and lecturers at the University of Petersburg who could shake that conviction of mine; indeed they themselves were imbued with it ...

- Turgenev was an apolitical young poet with one passionate political conviction: the son of the despotic owner of five thousand serfs was convinced that serfdom was a cruel and corrupting form of slavery and was at the root of Russian inertia and backwardness.

- His letters of this time are the happy letters of a mind finding itself and growing. It is a cultivated mind. It is endlessly curious. It is spirited and critical: the letters are brilliant, changeable, discursive talk, all personality.

- ... platonic love affairs live by words and not deeds.

- There was something, he said, that goes straight to the heart in being on one's native soil, among people who talk your own language and who, good or bad, are made of the same clay as oneself.

- It was always Turgenev's habit to start with models from real life and, as many writers do, to transfer them to other scenes or to add bits of other people and aspects of himself to them.

- Turgenev knew he could draw still portraits: he must somehow create the illusion of life rippling through them. He was by nature summary and intense. He now wrote down a list of the types that interested him, putting the real names of the persons, often several similar people compressed into one. Since he had no faculty for dramatic plot, he wrote a minute factual biography of each one, adding to it and noting every trait and gesture. His experience as a playwright led him to choose the closed scene in which people come in and go off, as on the stage; and his practice as a writer of short stories made him build his novels of short episodes complete in themselves, with a pause or interval between them, after which the next movement can begin in a new key.

Over Roedin:
- What captivates us is the simplicity, the easy grace of this novel, the tact with which he makes short chapters crystallise and contain the talk and the silences in which each character grows more clearly under our eyes.

- Turgenev reflected on Tolstoy's reckless, extrovert life of action and remorse and concluded that the fault of his own generation was that "we have little contact with real life, i.e. with living people, we read too much and think abstractly."

- Planning a novel is very fatiguing work, particularly as it leaves no visible traces behind it; you lie on the sofa turning some character and situation over in your mind, then you suddenly realise that three or four hours have passed and you don't seem to have anything to show for it ... to tell you the truth there are very few pleasures in our trade.

Toergenjew over zijn schrijfmethode:
- I have heard it said ... not once but many times that in my works I always "started with an idea or developed an idea" ... I never attempted "to create a character" unless I had as my starting point not an idea but a living person to whom the appropiate elements were later on gradually attached and added. Not possessing a great amount of free inventive power, I always felt the need of some firm ground on which I could plant my feet.

- Reformers never do anything. All they talk about is art and parliaments when the important question is getting enough to eat.

- The artist must serve the Muse, serve her and no one else. "An unhappy marriage may do something for a talent, but a happy one is no good at all."

- Biography has the fundamental weakness that it can rarely tell us what was was said or unsaid between the parties: it is a novel without dialogue.

- But Turgenev did not speak English well. He pitied the English, as Herzen had done, for their mania for work and rushing to the office; he despised English painting but he deeply admired English political institutions.

      

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

maandag 4 maart 2024

I.S. Toergenjev: Verhalen

I.S. Toergenjev: Verhalen (Rusland, 1852-1882): 991 blz: Vertaald door Froukje Slofstra (2024): Uitgeverij Van Oorschot: serie de Russische bibliotheek
 

 
Ik wachtte al jaren op de aangekondigde nieuwe vertaling van de verhalen van Ivan Toergenjev. Afgelopen januari is die eindelijk verschenen in prachtig Nederlands van vertaalster Froukje Slofstra. Zelden heb ik zo uitgezien naar een boek.
 
Ik las in augustus en september 2004 de vijf delen Toergenjew die destijds verschenen waren in "De Russische bibliotheek" van uitgeverij Van Oorschot. Ik was het meest enthousiast over de verhalen en dan vooral over deel 2 "Jagersverhalen en andere verhalen". De romans van Toergenjev zeiden mij minder en die ga ik dan ook niet meer herlezen.
 
In de nieuwe vertaling staan een groot deel van de verhalen die vroeger in deel 2 en deel 3 stonden. In mijn herinnering vond ik de jagersverhalen het meest interessant. Misschien bedriegt mijn herinnering mij, of is mijn smaak veranderd, want nu bij herlezing vond ik die jagersverhalen niet meer zo interessant. Veel prachtige lyrische natuurbeschrijvingen, maar verder hadden die verhalen mij niet heel veel te bieden. Ze zijn overigens wel in prachtig Nederlands vertaald. 
 
Bij deze herlezing was ik het meeste te spreken over de langere verhalen in het tweede deel van het boek en dan met name over het langste verhaal uit het boek: "Lentebeken", dat voor mij het mooiste is wat Toergenjev heeft geschreven. In "Lentebeken" ontmoet een jonge Rus op doorreis in Wiesbaden een knappe Duitse jonge vrouw om wie hij een duel uitvecht en op wie hij verliefd wordt. Om nog wat zaken te regelen reist hij voor een paar dagen af en ontmoet een femme fatale. 
 
Citaten:
- Begin augustus hangt er vaak een ondraaglijke hitte. In die periode is de meest voortvarende en vastberaden man tussen twaalf en drie uur 's middags niet in staat tot jagen en begint de meest toegewijde hond "de sporen van de jager te likken", dat wil zeggen: hij sjokt met getergd toegeknepen ogen achter hem aan, laat zijn tong overdreven ver uit zijn bek hangen en reageert op de verwijten van zijn meester met nederig gekwispel en een bedremmelde blik, maar is niet vooruit te branden.
 
- ... soms zijn het kleine voorvallen, schijnbaar van geen belang, die je het pijnlijkst raken.
 
- In de herfst zitten de houtsnippen vaak in oude lindeboomgaarden. Daar hebben we er nogal veel van in het gouvernement Orjol. Toen onze voorvaderen een plek uitkozen om te gaan wonen, bestemden ze altijd een paar desjatienen goede grond voor een boomgaard met lindelanen. Vijftig, hooguit zeventig jaar later zijn die landgoederen, die "adelsnesten", geleidelijk van de aardbodem verdwenen, de houten huizen zijn vergaan of verkocht om afgebroken te worden, van de stenen dienstvertrekken resten alleen nog hopen puin, de appelbomen zijn doodgegaan of gekapt voor brandhout, de schuttingen en omheiningen zijn neergehaald. Alleen de lindebomen zijn net als vroeger glorieus opgeschoten en nu, omringd door geploegde akkers, herinneren ze onze lichtzinnige generatie aan onze "in God ontslapen vaderen en broeders".
 
- Rond het herenhuis, dat met de achterkant naar de straat lag, speelde zich af wat je rond alle herenhuizen ziet: dienstmeisjes in verschoten sitsen jurkjes vlogen heen en weer, huisbedienden ploeterden door de modder, bleven af en toe staan en krabden peinzend hun rug; het vastgebonden paard van de veldwachter zwaaide lui met zijn staart en knauwde met hoog opgeheven snuit aan het hek; kippen kakelden, teringachtige kalkoenen schreeuwden onophoudelijk over en weer. ...
 
- Want zo is het gesteld bij ons in Rusland: een mens kan zich niet aan één kunstvorm wijden, hij wil ze allemaal omarmen.
 
Een van de lyrische natuurbeschrijvingen uit "Notities van een jager":
- Het hele bos bestond uit zo'n twee-, driehonderd reusachtige eiken en essen. Hun statige, machtige stammen staken prachtig zwart af tegen het gouddoorschenen groen van de hazelaars en de lijsterbessen; hoog en welgevormd reikten ze naar het heldere blauw van de hemel en spreidden daar hun brede, knoestige takken uit als een tentdak. Haviken, roodpootvalken en torenvalken vlogen fluitend over de onbeweeglijke toppen, bonte spechten hamerden krachtig op de dikke schors; plotseling klonk uit het dichte gebladerte eerst de kwinkelerende roep van een wielewaal en daarna het welluidende lied van een merel op; beneden, in het kreupelhout, zongen en kwetterden roodborstjes, sijsjes en boszangers. Vinken hopten vlug over de paadjes; een sneeuwhaas schoot behoedzaam zwenkend langs de bosrand; een roodbruine eekhoorn sprong dartel van boom naar boom en bevroor toen ineens, met zijn staart hoog boven zijn kopje. In het gras, rond de hoge mierenhopen, bloeiden in de zachte schaduw van de mooi uitgekerfde varenbladen viooltjes en lelietjes-van-dalen en er groeiden russula's, sparrenkegelzwammen, melkzwammen, heksenboleten en rode vliegenzwammen, en op de weitjes tussen de breed uitwaaierende struiken lichtten bosaardbeitjes rood op ...
 
- Het luidruchtige gesprek veranderde in een gedempte, aangename conversatie, als het voorjaarszoemen van bijen in hun korven.

- Hij kwam uit een rijk geslacht. Zijn voorvaderen hadden op grote voet geleefd zoals landheren in de steppe doen, dat wil zeggen: ze ontvingen alle gasten zonder onderscheid, genode en ongenode, gaven ze overdadig te eten, deelden met gulle hand haver voor de paarden uit aan hun koetsiers, hielden muzikanten, zangers, narren en honden, schonken op feestdagen wijn en bier aan het volk, reisden 's winters met hun eigen paarden, in zware reiskoetsen naar Moskou, maar zaten soms ook maandenlang op zwart zaad en leefden dan van hun eigen vee en land.

- "Het is een mooie stad," merkte Veretjev op, "maar volgens mij is het overal goed. Ja, ik meen het. Zolang er een paar vrouwen zijn en, neem me mijn openhartigheid niet kwalijk, een fles wijn, blijft een mens toch niets te wensen over."

- Doorstane gevaren vervullen het menselijk hart met een zoete mildheid.

- "... Ik heb niet naar behoren gestudeerd, en het vervloekte Slavische gebrek aan discipline doet me de das om. Zolang je droomt over het werk dat je wil doen zweef je er in adelaarsvlucht boven en denk je bergen te kunnen verzetten, maar zodra je eraan begint verlies je de moed en de energie."
 
- "... U kijkt als een konijn wiens halve brein verwijderd is."
 
- Het is pas heel laat in het leven - en alleen na uitgebreide ervaring - dat een mens leert om, geconfronteerd met de nederlaag of de zwakte van een medemens, met hem mee te leven en hem te helpen zonder zich heimelijk te verlustigen in de eigen deugd en kracht, maar, integendeel, met diepe deemoed en begrip voor het natuurlijke, haast onvermijdelijke van de menselijke schuld.
 
De laatste 7 citaten zijn uit "Lentebeken".
- Als elke ware Rus greep hij verheugd het eerste het beste voorwendsel aan om zelf maar niet gedwongen te zijn iets te doen.

- De laatste tijd worden er in de Russische literatuur, na een vergeefse zoektocht naar "nieuwe mensen", vaak jongelieden opgevoerd die vastberaden zijn tegen elke prijs fris te blijven, fris als de Flensburgse oesters die worden geïmporteerd in Sint-Petersburg.

Over het hondje tijdens een uitje:
- Alleen Tartaglia hield de stemming erin. Uitzinnig blaffend stoof hij achter elke lijster aan die hij in het oog kreeg, sprong over greppels, boomstronken en plassen, wierp zich met een plons in het water, slobberde het gulzig op, schudde zich uit, kefte snerpend en vloog er dan weer als een pijl uit een boog vandoor, met zijn rode tong ver uit zijn bek hangend.

- Sanin en Gemma waren voor het eerst verliefd; alle wonderen van de eerste liefde voltrokken zich voor hen. De eerste liefde is een revolutie: de eentonige, reguliere orde van het leven wordt in een oogwenk stukgeslagen en verwoest en de jeugd staat op de barricades, laat het felle vaandel hoog wapperen en zendt een uitbundige groet aan wat haar ook te wachten staat, de dood of een nieuw leven.
 
- Er was nog één dat hem onrustig maakte en hem stoorde: hij dacht met liefde, vertedering en dankbare vervoering aan Gemma, aan een leven met haar, aan het geluk dat hem wachtte in de toekomst, en ondertussen zweefde hem voortdurend die vreemde vrouw, die dame Polozova voor ogen ... Nee, ze zeefde niet, zo formuleerde Sanin het in gedachten hatelijk, ze had zich pal in zijn blikveld geplant, en hij kon zich niet van haar beeld ontdoen, hij kon haar stem niet uit zijn oren krijgen, niet vergeten wat ze had gezegd. Zelfs de speciale geur die haar kleren uitwasemden, een frisse, verfijnde en doordringende geur als die van gele lelies, kreeg hij maar niet uit zijn neus. Die vrouw hield hem duidelijk aan het lijntje en maakte op alle mogelijke manieren avances. Waarom?
 
- Zwakke mensen maken nooit zelf ergens een eind aan - ze blijven afwachten.
 
- Mensen die Marja Nikolajevna goed kenden beweerden dat wanneer haar krachtige, solide wezen opeens iets teders en bescheidens kreeg, een haast meisjesachtige schuchterheid - waar haalde ze het vandaan? vroeg je je af - dat de dingen dan, ja, op dat moment, een gevaarlijke wending namen.
 
Het verhaal "Lentebeken" krijgt van mij 5 sterren.
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

zaterdag 10 februari 2024

Anton P. Tsjechov: Verzamelde werken: Deel 5

Anton P. Tsjechov: Verzamelde werken: Deel 5 (Rusland, 1894-1903): 589 blz: Vertaald door Tom Eekman, Aai Prins & Anne Stoffel (2010): Uitgeverij van Oorschot: serie De Russische bibliotheek
 

 
De afgelopen anderhalve week heb ik het vijfde en laatste deel van de verzamelde verhalen van Tsjechov, in de vertaling van Tom Eekman, Aai Prins en Anne Stoffel, herlezen. Wat ik eerder over deel vier schreef geldt ook voor deel vijf, het behoort tot het allermooiste dat ik ooit heb gelezen. Als ik een keus moet maken voor het mooiste boek dat ik ooit gelezen dan is het of het vierde deel (op 1 februari besproken) of dit vijfde deel in deze vertaling of "De dertig beste verhalen van Tsjechov" in de vertaling van Hans Boland. Aansluitend heb ik vandaag nog de 62 bladzijden "Nawoord" gelezen uit de vijf delen met daarin een beknopte levensbeschrijving van Tsjechov en een overzicht van wanneer hij wat heeft gepubliceerd.
 
De eerste 4 delen van zijn verzameld werk worden steeds beter (ik heb ze allemaal met 5 sterren gewaardeerd), en deel 5 is even goed als deel 4. In de eerste 3 delen zijn de meeste verhalen vrij kort, terwijl in delen 4 en 5 vooral wat langere verhalen staan. Juist in zijn wat langere verhalen is Tsjechov op zijn best.
 
Verhalen die mij bijzonder aanspreken in dit deel 5 zijn: "Drie jaren", "Mijn leven", de drie verhalen met dezelfde verteller: "Een man in een etui", "Kruisbessen" en "Over de liefde" en verder "Een schatje" en vooral ook "De dame met het hondje" dat misschien wel het bekendste verhaal is van Tsjechov. 

De verhalen van Tsjechov kenmerken zich door hun beknoptheid, hun aangename sfeerbeschrijvingen, de luchtige verteltoon en het prachtige Nederlands waarin ze zijn vertaald. Gaat u ze vooral zelf lezen!
 
Citaten:
- Even later zaten Laptev en zijn zwager boven in de eetkamer te souperen. Laptev dronk een glaasje wodka en ging daarna aan de wijn, Panaoerov dronk niets. Hij dronk nooit en kaartte niet en had desondanks zijn vermogen en dat van zijn vrouw erdoorheen gejaagd en veel schulden gemaakt. Om in zo korte tijd zo veel uit te geven moet je geen hartstochten hebben maar iets anders, een of ander bijzonder talent. Panaoerov hield van lekker eten, van een goede bediening, van diners met muziek, speeches en buigende lakeien, die hij achteloos tien of wel vijfentwintig roebel fooi toewierp; hij deed altijd mee aan alle intekenlijsten en loterijen, stuurde vrouwelijke kennissen bloemen op hun verjaardag, kocht kopjes, glashouders, manchetknopen, dassen, wandelstokken, parfum, sigarettenpijpjes, pijpen, hondjes, papegaaien, Japanse snuisterijen, antiek; hij had zijden nachthemden, een bed van ebbenhout met paarlemoer, een echte Boechaarse ochtendjas en dergelijke, en dat kostte allemaal dagelijks, zoals hij het zelf uitdrukte, een "smijt"geld.

- "Als de poëzie niet de problemen behandelt die u belangrijk lijken," zei Jartsev, "kies dan publicaties over techniek, politierecht en financieel recht, lees wetenschappelijke artikelen. Waarom zou Romeo en Julia in plaats van over liefde moeten gaan over, zeg, vrijheid van onderwijs of desinfectie van gevangenissen, als daar speciale artikelen en handleidingen over zijn?"

- "U bent erg lief, moet ik u zeggen," begon hij. "Vergeeft u mij de culinaire vergelijking, maar u doet me denken aan een vers ingezouten augurkje, dat zogezegd nog naar de broeikas ruikt, maar al enig zout en een vleugje dille bevat. ..."
 
- "Moeders zien in hun kinderen iets buitengewoons, zo heeft de natuur het nu eenmaal ingericht," zei Joelia. "Een moeder kan hele uren bij het bedje staan kijken wat voor oortjes, oogjes en neusje haar kind heeft, en is verrukt. Als een buitenstaander haar kind kust, denkt de arme vrouw dat dat hem een groot genoegen verschaft. En een moeder praat over niets anders dan over haar kind. Ik ken die zwakheid van moeders en ik let op mezelf, maar mijn Olja is echt buitengewoon. Zoals ze kijkt wanneer ze drinkt! En hoe ze lacht! Ze is pas acht maanden, maar bij God, zulke intelligente ogen heb ik zelfs bij driejarigen nooit gezien."
 
- Op het dek van de boot van Odessa naar Sebastopol werd ik aangesproken door een tamelijk knappe heer met een rond baardje, die om vuur vroeg en zei: "Let u eens op die Duitsers, die bij de stuurhut zitten. Als Duitsers of Engelsen bij  elkaar komen, praten ze over de wolprijzen, de oogst, of persoonlijke dingen; maar als wij Russen bij elkaar zijn, praten we om een of andere reden alleen over vrouwen en over het hogere. Maar vooral over vrouwen."
 
- "Jawel,"hoorde ik terwijl ik insliep. "Jawel. Het komt allemaal door onze opvoeding, meneertje. In de steden komt de hele opvoeding en vorming van de vrouw erop neer dat er een dier van haar gemaakt wordt dat het mannetjesdier kan behagen en veroveren. Jawel." Sjamochin zuchtte. "Meisjes moeten samen met jongens opgevoed en onderwezen worden, zodat ze altijd bij elkaar zijn. Een vrouw moet zo opgevoed worden dat ze net als een man haar ongelijk kan bekennen, want nu heeft ze volgens haarzelf altijd gelijk. Maak een meisje vanaf de luiers duidelijk dat een man niet in de eerste plaats aanbidder en huwelijkskandidaat is, maar een naaste, een gelijke in alle opzichten. Leer haar logisch denken, generaliseren en maak haar niet wijs dat haar hersens minder wegen dan die van een man en dat ze daarom onverschillig mag zijn voor kunst, wetenschap en andere cultuurverschijnselen. ..."

- Voor mij, een zorgeloos wezen dat een rechtvaardiging zocht voor zijn voortdurende lediggang, waren die zomerse zondagochtenden op de Russische landgoederen altijd buitengewoon aantrekkelijk. Wanneer een groene tuin, nog vochtig van de ochtenddauw, geheel straalt van zonlicht en gelukkig lijkt, wanneer het rond een huis naar reseda en oleander geurt, de jeugd pas terug is uit de kerk en theedrinkt in de tuin, en wanneer iedereen zo aardig gekleed en vrolijk is, en wanneer je weet dat al die gezonde, weldoorvoede, mooie mensen de hele dag niets zullen doen, dan zou je willen dat het hele leven zo was.

- Ik was in een stemming alsof ik op iemands bevel met een speer op een beer afstapte.

- "Onder de heren was het beter," zei de vader onder het haspelen. "Je werkte en je at en je sliep. alles op z'n tijd. Het middagmaal was koolsoep en grutten, 's avonds ook koolsoep en grutten. Augurken en kool waren er bij de vleet, je kon eten zoveel je als je hartje begeerde. Er was ook meer strengheid. Iedereen kende z'n plaats."

- Marja en Fjokla bekruisten zich geregeld, gingen jaarlijks ter communie, maar begrepen er niets van. Ze hadden hun kinderen niet leren bidden, spraken niet met hen over God, brachten hun geen regels bij en verboden ze alleen om in de vastentijd vlees en melkspijzen te eten. In de andere gezinnen was het bijna net zo: er waren maar weinigen die geloofden, weinigen die er iets van begrepen. Tegelijkertijd hielden ze allemaal van de Heilige Schift, teder en eerbiedig, maar boeken hadden ze niet, er was niemand die ze kon lezen of uitleggen, en doordat Olga soms uit het evangelie voorlas, oogstte ze respect en werden zij en Sasja met "u" aangesproken.

- Hij was geboren en getogen in Moskou, hij kende het platteland niet, had zich nooit voor fabrieken geïnteresseerd en er nooit een van binnen gezien. Maar hij had weleens over fabrieken gelezen, was bij fabrikanten op bezoek geweest en had met hen gepraat; en als hij een fabriek vanuit de verte of van dichtbij zag, kwam elke keer de gedachte bij hem op dat alles er van buiten nu wel zo stil en vredig uitzag, maar dat je binnen vermoedelijk een onoverkomelijke achterlijkheid zou aantreffen, een bot egoïsme van de eigenaren, eentonig, ongezond werk van de arbeiders, geruzie, wodka, ongedierte. En nu de arbeiders zo eerbiedig en schrikachtig opzij gingen voor zijn rijtuig kon hij van hun gezichten, hun petten en hun manier van lopen de fysieke onreinheid, dronkenschap, nervositeit en verdwazing aflezen.

- Zijn ruime, inderdaad bittere ervaring had hem lang geleden al geleerd dat iedere affaire, die in het begin altijd zo'n aangename afwisseling in het leven brengt en een aardig en luchtig avontuurtje lijkt, bij fatsoenlijke mensen en vooral bij Moskovieten, die moeilijk ergens warm voor lopen en zo besluiteloos zijn, steevast uitgroeit tot één groot, uiterst ingewikkeld probleem en dat de toestand uiteindelijk onhoudbaar wordt. Maar bij iedere nieuwe ontmoeting met een interessante vrouw ontglipte deze ervaring op een of andere manier zijn geheugen, kreeg hij zin in het leven en leek alles zo simpel en vermakelijk.

- Ook dit legde hij uit. Terwijl hij zo praatte bedacht hij dat hij nu onderweg was naar een rendez-vous, dat geen mens er weet van had en dat waarschijnlijk niemand er ooit van zou weten. Hij had twee levens: een openlijk leven, zichtbaar en bekend voor iedereen die het hoorde te zien en te kennen, vol conventionele waarheid en conventioneel bedrog, een leven dat als twee druppels water leek op dat van zijn kennissen en vrienden, en een ander leven, dat zich in het geheim afspeelde. En door een vreemde, misschien wel toevallige samenloop van omstandigheden speelde alles wat voor hem belangrijk, interessant en onmisbaar was, alles waarin hij oprecht was en zichzelf niet bedroog, alles wat de kern van zijn bestaan uitmaakte, zich in het geheim af, maar alles wat hij loog, het omhulsel waarin hij zich verschool om de waarheid te verbergen, zoals bijvoorbeeld zijn werk op de bank, de discussie op de club, zijn "inferieure ras", het aflopen van jubilea met zijn vrouw - dat alles was in de openheid. En naar zichzelf beoordeelde hij anderen, hij geloofde niet wat hij zag en veronderstelde altijd dat bij iedereen onder de sluier van een geheim, als onder de sluier van de nacht, zijn echte, meest interessante leven zich afspeelde. Elk persoonlijk bestaan is op geheimen gebaseerd, en misschien is dat voor een deel de reden dat een beschaafd mens zo krampachtig probeert te bewerkstelligen dat zijn persoonlijke geheim gerespecteerd wordt.

- "Sasja verweet me gisteren dat ik niets uitvoer, weet je nog?" zei hij na even gezwegen te hebben. "Tja, hij heeft gelijk! Helemaal gelijk! Ik voer niets uit en kan niks. Mijn schat, hoe komt dat? Waarom staat de gedachte alleen al me tegen om ooit een kokarde op te spelden en ergens in dienst te treden? Waarom word ik zo akelig als ik een advocaat of een leraar Latijn of een raadslid zie? O, moedertje Rusland! O, moedertje Rusland, hoeveel klaplopers en nuttelozen draag je nog met je mee! Wat lopen er veel mensen als ik op je rond, veelgeplaagd land!"
 Hij generaliseerde zijn eigen nietsdoen en zag daarin een teken des tijds.

  

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

donderdag 1 februari 2024

Anton P. Tsjechov: Verzamelde werken: Deel 4

Anton P. Tsjechov: Verzamelde werken: Deel 4 (Rusland, 1889-1894): 600 blz: Vertaald door Tom Eekman, Aai Prins & Anne Stoffel (2008): Uitgeverij van Oorschot, serie "De Russische bibliotheek"


 
Als ik een prijs zou mogen uitreiken voor het mooiste boek dat ik ooit heb gelezen, dan is de kans groot dat die prijs naar dit vierde deel van de verzamelde werken van Tsjechov in de vertaling van Eekman, Prins en Stoffel zou gaan. In dit deel is Tsjechov op zijn allerbest. 

Verhalen uit dit deel die mij bijzonder aanspreken zijn onder meer "Een vervelende geschiedenis" en "Het duel" waaruit ik geciteerd heb, maar ook "Een spring-in-'t-veld", "Zaal 6" en "De zwarte monnik". Zoals ik al vaker heb gezegd: gaat u vooral zelf eens iets van Tsjechov lezen!
 
Citaten:
Uit "Een vervelende geschiedenis":
- ... Verwonderd als een kind kijk ik naar mijn vrouw. Ik vraag me verbaasd af: is die oude, zeer gezette, plompe vrouw met die botte gelaatsuitdrukking van kleine zorgjes en angst om een snee brood, met die blik die dof is van voortdurende gedachten aan schulden en geldgebrek, die alleen maar kan praten over uitgaven en alleen maar kan glimlachen om een koopje - is die vrouw werkelijk eens diezelfde slanke Varja geweest die ik hartstochtelijk lief kreeg om haar goede, heldere verstand, haar zuivere ziel, haar schoonheid en, zoals Othello Desdemona lief kreeg, om haar "medeleven" met mijn wetenschap? Is dit werkelijk mijn vrouw Varja, die mij eens een zoon heeft geschonken?

- De doctorandus krijgt van mij een onderwerp dat geen stuiver waard is, hij zal onder mijn toezicht een proefschrift schrijven waar geen mens op zit te wachten, het in een doodsaai dispuut met waardigheid verdedigen en een wetenschappelijke graad krijgen waar hij niets aan heeft.

- Ik heb Katja's voorliefde voor het toneel nooit gedeeld. Als een stuk goed is, hoef je volgens mij geen acteurs te belasten om de verlangde indruk te maken: men kan zich beperken tot lezen alleen. En als het stuk slecht is, maakt geen enkel toneelspel het goed.

- Varja en Liza hebben allebei een hekel aan Katja. Die hekel is onbegrijpelijk voor mij - om zoiets te begrijpen moet je waarschijnlijk een vrouw zijn. Ik verwed er mijn hoofd onder dat van de honderdvijftig jonge mannen die ik bijna dagelijks in mijn collegezaal zie, en van de honderd ouderen die ik wekelijks tegenkom, er nog niet één is die iets zou begrijpen van deze haat jegens Katja en die afkeer van haar verleden: haar buitenechtelijke zwangerschap en haar onwettige kind; en tegelijk kan ik me geen enkele mij bekende vrouw of meisje te binnen brengen die die gevoelens, bewust of instinctief, niet zou hebben.

- De studentenzonden ergeren me vaak genoeg, maar die ergernis is niets vergeleken met de vreugde die ik al dertig jaar ondervind wanneer ik met leerlingen in gesprek ben, hun college geef, hun onderlinge verhoudingen observeer en ze vergelijk met mensen uit andere kringen.
 
- ... Niet alleen artikelen, zelfs vertalingen die door serieuze Russische lieden gemaakt of geredigeerd worden vind ik lastig te lezen. De verwaande, minzame toon van de voorwoorden, de overdaad aan voetnoten van de vertaler, die me beletten me te concentreren, de vraagtekens en "sics" tussen haakjes die de royale vertaler door het hele artikel of boek strooit, komen me voor als een aanslag op zowel de persoonlijkheid van de auteur als op mijn zelfstandigheid als lezer.

Uit "Het duel":
- De vrienden kleedden zich aan en liepen naar het paviljoen. Daar was Samojlenko kind aan huis, ze hadden voor hem zelfs apart serviesgoed. Iedere ochtend kreeg hij op een dienblad een kop koffie, een hoog, geslepen glas met ijswater en een glaasje cognac; hij dronk eerst de cognac, dan de hete koffie, daarna het ijswater, en dat smaakte hem blijkbaar erg goed, want na het drinken gingen zijn ogen glimmen, hij streek met beide handen over zijn bakkebaarden en zei met een blik op de zee: "Een zeldzaam prachtig gezicht!"

- "... En wat de liefde aangaat - ik moet je zeggen dat leven met een vrouw die Spencer gelezen heeft en voor jou naar het einde van de wereld is gegaan even oninteressant is als met de eerste de beste Anfisa of Akoelina. Dezelfde lucht van strijkijzers, poeder en medicijnen, dezelfde papillotten iedere ochtend en hetzelfde zelfbedrog ..."

Von Koren over Lajevski:
- "Mensen worden beoordeeld naar hun daden," ging Von Koren voort. "Geeft u nu eens een oordeel, diaken ... Diaken, ik ga nu met u praten. Het optreden van de heer Lajevski ligt openlijk voor u uitgespreid, als een lange Chinese boekrol, en u kunt hem van begin tot eind lezen. Wat heeft hij gedaan in de twee jaar dat hij hier woont? We zullen het op onze vingers tellen. Ten eerste: hij heeft de inwoners van dit stadje vint leren spelen - twee jaar geleden was dat spel hier onbekend, nu speelt iedereen vint van de ochtend tot laat in de nacht, zelfs vrouwen en jongens; ten tweede: hij heeft de inwoners geleerd bier te drinken, dat hier ook onbekend was; verder hebben ze aan hem hun kennis van verschillende soorten wodka te danken, zodat ze nu geblinddoekt Kosjeljov-wodka van Smirnov-21 kunnen onderscheiden. Ten derde: vroeger leefde men hier in het geheim met andermans vrouw, uit dezelfde overwegingen waarom dieven in het geheim stelen en niet openlijk; overspel werd gezien als iets waarvoor je je schaamde om het aan de grote klok te hangen; Lajevski is in dat opzicht een pionier gebleken: hij leeft openlijk met andermans vrouw. Ten vierde ..."

Von Koren nogmaals over Lajevski:
- "... Lajevski is een tamelijk ongecompliceerd organisme. Dit is zijn zedelijke skelet: 's morgens pantoffels, in zee baden en koffie, dan tot het middagmaal pantoffels, lichaamsbeweging en gesprekjes, om twee uur pantoffels, middageten en wijn, om vijf uur baden, thee en wijn, dan vint en leugens, om tien uur souper en wijn, en na middernacht slapen en la femme. Zijn bestaan ligt besloten in dat enge programma, als een ei in zijn schaal. Of hij nu loopt of zit, boos wordt, schrijft, zich verheugt - alles draait om wijn, kaarten, pantoffels en vrouwen. ..."

- "... Begrijp toch, jij en mijn tante, dat mensenliefde niet in je hart moet zitten, niet in je maag en niet in je lendenen, maar hier!"
 Von Koren sloeg zich op het voorhoofd.

- "U zegt dat u een geloof hebt," zei de diaken. "Wat is dat voor geloof? Ik heb bijvoorbeeld een oom die pope is, en die gelooft zo sterk dat hij, als hij bij droogte in het veld om regen gaat bidden, een paraplu en een leren jas meeneemt om op de terugweg niet nat te regenen. ..."

- " ...Wel heb ik me, zoals ik nu tot mijn grote vreugde zie, vergist wat u betreft, maar ja, ook op een vlakke weg kan men struikelen, en zo is nu eenmaal het menselijk lot: als je je niet vergist in de hoofdzaak, zul je je vergissen in bijzaken. Niemand kent de werkelijke waarheid."

Nog drie losse citaten:
- Zoals je ook mensen hebt die altijd alleen maar intelligente en goede dingen zeggen, maar van wie je voelt dat het botteriken zijn.

- Hij hield naar zijn zeggen van Toergenjev, de troubadour van maagdelijke liefde, zuiverheid, jeugd en de droevige Russische natuur, al beminde hijzelf de maagdelijke liefde niet van nabij, maar van horen zeggen, als iets abstracts, iets dat buiten het werkelijke leven bestond.

- "Het huwelijk is een serieuze stap," zei Ippolit Ippolitytsj na enig nadenken. "Je moet alles beargumenteren, afwegen, zoiets doe je niet zomaar. Verstandig nadenken kan nooit kwaad, vooral niet als het om een huwelijk gaat, als je ophoudt vrijgezel te zijn en een nieuw leven begint."
 
Lees verder in mijn bespreking van deel 5 van de verzamelde werken.
 
  

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

zaterdag 7 oktober 2023

Anton P. Tsjechov: Verzamelde werken: deel 3

Anton P. Tsjechov: Verzamelde werken: deel 3 (Rusland, 1887-1888): 598 blz: Vertaald door Tom Eekman, Aai Prins en Anne Stoffel (2006): Uitgeverij van Oorschot, serie de Russische bibliotheek
 

 
Er is niets wat ik met zoveel plezier lees als de verhalen van Tsjechov. Deze verhalen zijn ook eindeloos herleesbaar. Ik ben nu voor de vierde keer bezig met het lezen van de verzamelde verhalen en een aantal verhalen heb ik al zes keer gelezen.
 
In het derde deel van zijn verzamelde werken, die geschreven zijn in 1887 en 1888, is Tsjechov goed op dreef. Er staan prachtige verhalen in als "Verotsjka", "De rechercheur", "Volodja", "De kus", "Kasjtanka", geschreven vanuit het perspectief van een hondje, "De naamdag" en vooral het lange verhaal "De steppe" dat één van de absolute hoogtepunten uit het oeuvre van Tsjechov is. Maar eigenlijk zijn alle verhalen uit dit deel de moeite meer dan waard. Doe u zelf een plezier, ga Tsjechov lezen en neem er op uw gemak de tijd voor!
 
Citaten:
- In het algemeen heeft een frase, hoe fraai en diepzinnig ook, alleen effect op onverschillige mensen, maar ze kan niet altijd degenen bevredigen die gelukkig of ongelukkig zijn; daarom drukt het grootste geluk, het diepste ongeluk zich meestal uit zonder woorden: verliefde mensen begrijpen elkaar beter als ze zwijgen, en een bewogen, hartstochtelijke rede aan een graf beroert alleen buitenstaanders, terwijl de weduwe en de kinderen van de gestorvene hem koud en waardeloos vinden.
 
- "... Je houdt nooit zoveel van je dierbaren als wanneer je de kans loopt ze te verliezen."
 
- Ongelukkige mensen zijn egoïstisch, kwaadaardig, onbillijk, wreed en minder goed dan stommeriken in staat elkaar te begrijpen. Ongeluk verenigt niet, maar splijt, en zelfs waar je zou denken dat mensen verbonden moesten zijn door de gelijksoortigheid van hun smart komt het tot veel meer onrechtvaardigheid en wreedheid dan onder betrekkelijk tevreden mensen.
 
- Een levend organisme is in staat zich snel aan te passen, te wennen aan en zich vertrouwd te maken met de meest uiteenlopende omstandigheden, anders zou de mens elk ogenblik moeten voelen wat een irrationele basis zijn rationele handelingen vaak hebben en hoe weinig zinnige waarheid en overtuiging er nog te vinden is op zulke verantwoordelijke gebieden als onderwijs, rechtspraak en literatuur, waar de resultaten zo verschrikkelijk kunnen zijn ...
 
-  Vroeger waren de mensen eenvoudig, ze dachten minder na, daarom losten ze problemen ook moedig op. Wij denken te veel, de logica heeft ons aangevreten ... Hoe hoger ontwikkeld een mens is, hoe meer hij nadenkt en zich in allerlei finesses begeeft, des te besluitelozer en argwanender is hij en met des te meer angst pakt hij een zaak aan. 

- Hij beende door de kamer en ging door met zijn fantasieën. Hij bedacht: wat nu als zijn vrouw inderdaad mee zou gaan naar het buitenland? Het is zo prettig om alleen te reizen, of in het gezelschap van luchtige, zorgeloze vrouwen die bij het ogenblik leven en die niet de hele reis alleen maar over de kinderen denken en praten, zuchten, schrikken en beven bij elke kopeke die je uitgeeft. Ivan Dmitritsj stelde zich zijn vrouw voor in een treincoupé met een hele lading bundeltjes, mandjes en pakjes; ze zucht ergens over en klaagt dat ze van de reis hoofdpijn heeft, dat ze veel geld kwijt is; om de haverklap moet hij er bij een station uit om thee, boterhammen of water te halen ... Uit eten gaan, dat kan niet, dat is te duur ...

- Op de verdieping boven hen was een energiek manspersoon, waarschijnlijk een conservatoriumleerling, op de piano een rapsodie van Liszt aan het instuderen met zoveel vuur dat het was of er een goederentrein over het dak reed. [Bij het lezen van deze passage moest ik aan een vriend denken die ruzie had met zijn buurman omdat hij op de meest onmogelijke tijden piano speelde]

- Niet iedereen verstaat de kunst om op tijd zijn mond te houden en op tijd weg te gaan. Het gebeurt niet zelden dat zelfs diplomatieke lieden met een wereldse opvoeding niet merken dat hun aanwezigheid in de vermoeide of druk bezette gastheer een gevoel opwekt dat op haat lijkt, en dat dat gevoel krampachtig verhuld en met leugens overdekt wordt.

- Een woord is geen mus: als het naar buiten is gevlogen vang je het niet meer.

- Pavel Vasiljevitsj hield alleen van zijn eigen schrijfsels, als hij die van anderen moest lezen of aanhoren, hadden ze op hem altijd de uitwerking van een vuurmond die recht op zijn gezicht was gericht.
 
- "Dus vóór de pastei een borrel," vervolgde de griffier halfluid; hij liet zich zo meeslepen dat hij als een zingende nachtegaal niets hoorde dan zijn  eigen stem 

- Het oude vrouwtje is in de hele woning de enige die de moed niet laat zakken. Haar verleden indachtig is ze smerig en zwaar werk gaan doen. Op vrijdagen schrobt ze bij de joden in de bank van lening de vloeren, op zaterdagen wast ze bij kooplui aan huis en op zondagen rent ze van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat de stad af op zoek naar weldoensters. Iedere dag heeft ze wel een karweitje. Ze wast en ze schrobt vloeren, helpt kinderen ter wereld, koppelt, bedelt. Weliswaar laat zij van ellende evenmin de fles staan, maar ook dronken vergeet ze haar plichten niet. Rusland telt veel van zulke taaie oudjes, en hoeveel welzijn hangt er wel niet van hen af!
 
- "Nee heus!" onderbreekt de conducteur hem. "Niemand is verontwaardigd, niemand protesteert! En waarom? Heel simpel! Schurkenstreken wekken alleen verontwaardiging en vallen alleen dan op als het incidenten zijn, als ze de orde verstoren; maar hier, waar ze, met permissie, allang vaste prik zijn en aan de basis liggen van diezelfde orde, waar iedere biels er de sporen van draagt en ernaar ruikt, worden ze al te snel een gewoonte! Jazeker!"
 
- In de avondnevel is alles zichtbaar, maar de kleur en de omtrekken van de dingen laten zich moeilijk onderscheiden. Alles doet zich anders voor dan het is. Onder het rijden zie je ineens voor je, pal aan de weg, een silhouet staan dat op een monnik lijkt; hij beweegt niet, wacht en houdt iets in zijn handen ... Het zal toch geen struikrover zijn? De gestalte komt naderbij, groeit, daar is hij op gelijke hoogte met de brik, en dan zie je dat het geen mens is, maar een eenzame struik of een grote kei. Zulke onbeweeglijke figuren staan op de heuvels iemand op te wachten, verschuilen zich achter grafheuvels, steken hun hoofd uit het onkruid, en allemaal lijken ze op mensen en wekken ze argwaan.
 
- Onder het eten was een algemeen gesprek gaande. Uit dit gesprek begreep Jegoroesjka dat al zijn nieuwe kennissen ongeacht het verschil in jaren en karakters één ding gemeen hadden dat hen op elkaar deed lijken: het waren allemaal mannen met een schitterend verleden en een heel akelig heden; over hun verleden praatten ze stuk voor stuk enthousiast, maar voor het heden koesterden ze bijna verachting. Een Rus mag graag herinneringen ophalen, maar leven doet hij niet graag; Jegoroesjka wist dit nog niet, en voordat de gierstebrij op was, geloofde hij al heilig dat de mannen rond de ketel door het lot vertrapt en gekrenkt waren.

- Aan de gierstebrij zei niemand iets, allen dachten na over wat ze zojuist hadden gehoord. Het leven is  griezelig en wonderbaarlijk, dus wat voor griezelverhaal je in Rusland ook vertelt, hoe je het ook verfraait met roversnesten, lange messen en wonderen - in het hart van de toehoorder zal het altijd klinken als een echo uit het echte leven, en alleen wie zeer onderlegd is in de letteren zal wantrouwend een wenkbrauw ophalen, maar er dan toch het zwijgen toe doen.

- Vader Christofor en Ivan Ivanytsj waren klaar met theedrinken en zaten te fluisteren. De eerste glimlachte gelukzalig en kon er blijkbaar maar niet over uit dat hij met de wol zo'n mooie winst had gemaakt; het was niet zozeer de winst zelf die hem blij maakte, als wel de gedachte dat hij, eenmaal thuis, heel zijn grote gezin bijeen zou roepen, listig zou knipogen en in schateren uitbarsten; eerst zou hij iedereen foppen en zeggen dat hij de wol onder de kostprijs had verkocht, maar daarna zou hij zijn schoonzoon Michajlo zijn dikke portemonnee geven en zeggen: "Hier pak aan! Zo moet je zaken doen!"

- Wat moet ik tegen hem zeggen? dacht ze. Ik zal zeggen dat liegen als een bos is: hoe verder je erin gaat, hoe moeilijker je eruit komt.

- Olga Michajlovna praatte aan één stuk door. Ze wist uit ervaring dat het, als je gasten moest bezighouden, veel makkelijker en prettiger was te praten dan te luisteren. Als je praat, hoef je niet op te letten, geen antwoorden op vragen te verzinnen en niet van gelaatsuitdrukking te wisselen.
 
Lees verder in mijn bespreking van deel 4 van de verzamelde werken.

  

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

maandag 28 augustus 2023

Anton P. Tsjechov: Verzamelde werken: deel 2

Anton P. Tsjechov: Verzamelde werken: deel 2 (Rusland, 1885-1886): 570 blz: Vertaald door Tom Eekman & Aai Prins & Anne Stoffel (2005): Uitgeverij Van Oorschot: serie de Russische bibliotheek
 

 
Hoe vaker ik de verhalen van Tsjechov lees, hoe meer ik besef dat Tsjechov mijn absoluut favoriete schrijver is, in ieder geval de schrijver die ik het liefste lees.
 
Ik heb in 2017 een stukje geschreven over de 5 delen verzameld werken van Tsjechov in zijn geheel. Iets meer dan een jaar geleden heb ik een stukje geschreven over de 30 beste verhalen van Tsjechov, vertaald door Hans Boland. Afgelopen mei heb ik een stukje geschreven over de verzamelde werken: deel 1 en nog een apart stukje over "Drama op de jacht", de enige roman die Tsjechov heeft geschreven, die ook in deel 1 staat. 

Als je de verhalen van Tsjechov wilt lezen, dan zou ik aanraden om te gaan voor de volledige editie van de Russische bibliotheek in 5 delen verzameld werk en dan gewoon beginnen met deel 1. De verhalen in de daarop volgende delen worden steeds beter en zo kun je mooi het schrijverschap van Tsjechov volgen. Maar onafhankelijk van wie de verhalen van Tsjechov vertaald heeft, ze behoren altijd tot het mooiste wat er in het Nederlands aan verhalen is gepubliceerd!
 
Citaten:
Uit het verhaal "Datsjabewoners":
- Bij het zien van de oom en zijn familie schrokken de echtelieden zich een ongeluk. Terwijl oom praatte en hem begroette zag Sasja al een heel tafereel voor zich: zijn vrouw en hij zouden de gasten hun drie kamers afstaan, kussens, beddegoed, de balyk, de sardientjes en de kvassoep zouden in één seconde verorberd worden, de neefjes zouden de bloemen plukken, de inktpot omgooien, lawaai schoppen, en tante zou dagenlang over haar ziekte praten (lintworm en pijn in haar zij) en over het feit dat zij een geboren barones von Fintich was ...

Een jager:
- Wat jagen aangaat kan geen mens aan mij tippen ... En dat ik terugschrik voor jullie boerenbezigheden, dat is niet uit verwendheid, niet uit trots. Weet je, ik heb vanaf mijn vroegste jeugd niets anders gekend dan geweren en honden. Neem je m'n geweer af, dan pak ik een hengel, neem je mijn hengel af, dan jaag ik met mijn handen. En ik heb ook in paarden gehandeld, ik stroopte de markten af als ik geld had, en je weet zelf, als een boer eenmaal een jager of een paardenman is geworden, zeg dan maar dag tegen de ploeg. Als de vrije geest er eenmaal in zit, dan is die er niet meer uit te branden.

- Kamysjev eet en zit zoals gewoonlijk te leuteren:
 "De dood!" zegt hij, de tranen wegvegend die te voorschijn zijn gekomen na een rijkelijk met mosterd besmeerd stuk ham. "Oef! Een klap tegen mijn hoofd en al mijn gewrichten. Dat heb je niet met uw Franse mosterd, al eet je de hele pot leeg."
 "De een houdt van Franse, de ander van Russische ..." verklaart Champougne lankmoedig.
 "Niemand houdt van Franse, alleen de Fransen. En een Fransman eet alles wat je hem voorzet: kikkers, ratten, kakkerlakken ... brr! U vindt bijvoorbeeld die ham niet lekker, omdat die Russisch is, maar geef u gebraden glas en zeg dat het Frans is, en u begint te smikkelen ... Alles wat Russisch is, vindt u vies."

- Wat is dat toch voor duivel in de Rus, denk ik! Zolang je vrij bent en studeert, of zelfs als je werkeloos rondhangt, kun je een glas met hem drinken, hem zelfs op de buik kloppen en met zijn dochter aanpappen, maar zodra je in een ook maar enigszins ondergeschikte verhouding tot hem komt, weet dan je plaats ...

- "Ja ..." vervolgde oom. "Bemin, trouw ... doe domme dingen. Domme dingen zijn veel vitaler en gezonder dan onze inspanningen en jacht op een zinvol leven."

- Sofja Petrovna vertelde later dat er in haar binnenste "een chaos heerste die zich even moeilijk liet ontwarren als een snelle zwerm mussen te tellen is."

- De dromende schilder krijgt de behoefte zijn verwachtingen en dromen met iemand te delen. Hij loopt de trap af naar de keuken, waar in de walmen van de samowar de dikke weduwe en Katja bij de donkere kachel in de weer zijn. Hij gaat naast een grote pot op een bankje zitten en steekt van wal: "Het is goed een kunstenaar te zijn! Ik ga waarheen ik wil; ik doe wat ik wil. Ik hoef niet op kantoor te zitten, het land niet te ploegen ... Ik heb geen baas, geen meerderen ... Ik ben mijn eigen meerdere. En buiten dat ben ik de mensheid van nut!"

- Drank maakt de mens goedmoediger en verzoent hem met de zonde ...

- Op een prachtige ochtend werd collegeassessor Kirill Ivanovitsj Vavilonov begraven na te zijn overleden aan twee heden ten dage in ons vaderland zo wijdverbreide ziekten: een kwaadaardige echtgenote en drankzucht.

- "... Hebt u ergens gestudeerd, mevrouw?"
 "Ja, in Novotsjerkassk, op het Don-instituut."
 "Maar echte colleges hebt u niet gelopen? Dan weet u dus niet wat wetenschap is. Alle wetenschappen die er op de wereld zijn hebben maar één en hetzelfde paspoort, zonder dat paspoort beschouwen ze zich als ondenkbaar: het streven naar waarheid! Elke wetenschap, zelfs iets als farmacognosie, heeft niet het nut als doel, niet het gerief in het leven, maar de waarheid. ..."
 
Lees verder in mijn bespreking van deel 3 van de verzamelde werken.
 
  

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

zaterdag 15 juli 2023

Lev Tolstoi: Anna Karenina: deel 7

Lev Tolstoi: Anna Karenina (Rusland, 1875-1877): 1010 blz: Vertaald door Hans Boland (2017): Uitgeverij Athenaeum - Polak & Van Gennep: Perpetua-reeks
 

 
Citaten:
- Ljovin keek op zijn horloge.
 "Doe je nette jas aan, dan kun je meteen door naar gravin Beaule."
 "Moet dat nou?"
 "Ja, dat moet. De graaf is ook bij ons geweest. Het is een kleine moeite. Je rijdt erheen, gaat even zitten, praat vijf minuten over het weer, staat op en vertrekt weer."
 "Je weet niet half hoe rot ik me daarbij voel. Ik ben die dingen helemaal ontwend. Wat is het ook voor onzin, je komt daar, een wildvreemde kerel, neemt een stoel, blijft een tijdje zitten zonder dat je er iets te zoeken hebt, je stoort ze, je wordt er zelf ook niet vrolijker van en je krast weer op."
 
- "Je stuitert bij de eerste neut, de tweede is maar voor de leut, de derde maakt je lekker teut."
 
- "Arseni drijft alles tot in het extreme door, zeg ik altijd," merkte Natalie op. "Wanneer je perfectie nastreeft is iets nooit goed. Papá heeft gelijk als hij zegt dat de manier waarop wij zijn opgevoed het ene uiterste was, omdat wij het met een insteekkamertje moesten doen terwijl onze ouders de bel-etage voor zichzelf reserveerden, maar dat de huidige opvatting, met de ouders in het berghok en de kinderen in de pronkkamers, het andere uiterste is. De oudelui is geen leven meer vergund, alles moet in dienst staan van de kinderen."
 
- Levensomstandigheden kunnen zo gek niet zijn of de mens raakt eraan gewend, zeker als hij overal om zich heen ziet dat iederéén zich aanpast.
 
- Oblonski ging hem niet staan uitleggen hoe reëel de zaak was; Bartnjanski begreep zulke dingen niet.
 "Ik heb geld nodig. Ik heb niks om van te leven."
 "Maar je leeft toch?"
 "Ja, op schulden."
 "Ach jé! Veel?" vroeg Bartnjanski met medeleven.
 "Heel veel, zo'n twintigduizend."
Bartnjanski reageerde met een lachsalvo.
 "O, dan ben je toch een gelukkig man? Ik heb anderhalf miljoen schuld en geen cent achter de hand, maar zoals je ziet leef ik nog!"

- Als er moet worden ingegrepen in de verhouding tussen twee echtelieden dient er ofwel sprake te zijn van een onherstelbare frictie ofwel van liefde en verdraagzaamheid. Wanneer geen van tweeën het geval is, in een relatie waar niets vastligt, kan er niets worden ondernomen. Veel huwelijken houden stand, ook al is zowel de vrouw als de man er volledig op uitgekeken, omdat ze mekaar niet de hersens inslaan en nog net een beetje begrip voor elkaar opbrengen.
 
Op de laatste bladzijde van deel 7 vindt de ontknoping van het boek plaats. Er volgt nog een deel 8, maar dat was voor mij niet van belang en had wat mij betreft net zo goed niet geschreven kunnen worden. Ik vermoed dat de meeste andere lezers dat met mij eens zullen zijn. Met het herlezen en uitgebreid bespreken van "Anna Karenina" ben ik voorlopig klaar met het werk van Tolstoi. Tolstoi heeft ook prachtige verhalen geschreven en misschien zal ik die later nog bespreken. Waarschijnlijk wacht ik daarbij wel op nog nieuw te verschijnen vertalingen van die verhalen.  
 
Hans Boland heeft tegelijk met "Anna Karenina" het boekje "Hij kan me de bout hachelen met zijn vorstendommetje" gepubliceerd, waarin hij vertelt wat zijn vertaalprincipes zijn en hoe hij "Anna Karenina" heeft vertaald. Aardig voor een kijkje in de keuken.

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom. 
 

Lev Tolstoi: Anna Karenina: deel 6

Lev Tolstoi: Anna Karenina (Rusland, 1875-1877): 1010 blz: Vertaald door Hans Boland (2017): Uitgeverij Athenaeum - Polak & Van Gennep: Perpetua-reeks
 

 
Citaten:
 
Na de jachtpartij:
- Al was de hut nog zo smerig, door de troep die de laarzen hadden gemaakt en de honden die zich zaten schoon te krabben en te likken, al stonk het er naar drab en kruit, en al waren er geen messen en vorken, de jagers deden zich tegoed aan het avondeten en de thee zoals dat nergens beter kan dan tijdens een jachtavontuur.
 
- "Messieurs, venez vite!" klonk de stem van Veslovski, die ze kwam halen. "Charmante! Ik heb haar ontdekt, een bevallige, rasechte Gretchen, we hebben al kennisgemaakt, echt, het is een snoepje om te zien!" Er sprak volledige goedkeuring uit zijn toon en zijn woorden, alsof het meisje een snoepje was dat speciaal voor hem was gemaakt zodat hij tevreden kon zijn over haar schepper.
 
- Oblonski was iets aan het zeggen over de frisheid van een meisje dat hij vergeleek met een verse, opengesprongen hazelnoot.
 
- Dolly fantaseerde de meest hartstochtelijke, onmogelijke liefdesaffaires bij elkaar.
 "Anna heeft een hele goeie daad gesteld, en ik zal de laatste zijn die haar iets verwijt. Ze is zelf gelukkig en ze heeft een ander gelukkig gemaakt. Ze is niet murw geslagen, zoals ik. Ze is vast nog net zo fris en verstandig en open als altijd." Er speelde een guitig glimlachje om haar lippen, want terwijl ze dacht aan de liefde van Anna zag ze parallel daaraan in haar verbeelding bijna hetzelfde avontuur, maar dan met een man die was samengesteld uit meerdere mannen en verliefd was op haarzelf. Net als Anna bekende ze haar overspel tegenover haar eigen man. En ze moest glimlachen om Stiva's verbazing en verwarring.

- "Ik vind niks," zei ze. "Ik heb je altijd heel graag gemogen, en als je van iemand houdt doe je dat van de hele persoon, zoals hij is en niet zoals je misschien zou willen dat hij was."

- In theorie rechtvaardigde Dolly Anna's handelwijze, ze stond er zelfs helemaal achter, en ze was bepaald niet de enige vrouw met een onberispelijke levenswandel wie de eentonigheid van een zondeloos leven de keel uit hing en die als toeschouwster aan de zijlijn seksegenotes met een onwettige liefdesaffaire niet alleen vergaf maar ook benijdde. 

- Vronski trad in dezen heel anders op dan Ljovin. Het was overduidelijk dat hij Veslovski's praatjes geen moment serieus nam en diens lollig bedoelde opmerkingen zelfs voedde.
 "Nou, Veslovski, zeg eens: waar worden stenen mee vastgezet?"
 "Met cement natuurlijk."
 "Bravo! En wat mag cement wel zijn?"
 "Gewoon, een soort brij, iets waar je gaten mee vult."

- "Hoe durft-ie te beweren dat ik opdracht heb gegeven zijn broek onvindbaar te maken! Hij heeft hem gewoon geruild voor een kratje wodka, dat is wat ik denk! Hij kan me de bout hachelen met zijn vorstendommetje! Hij moet zijn smoel houden, varken dat-ie is!"

- Als altijd kwam Anna uit bij de constatering dat ze onheus was behandeld. "Hij kan zich permitteren zijn eigen gang te gaan, waar en wanneer hij wil. Hij kan weggaan en me aan mijn lot overlaten. Hij mag alles, ik niets. Juist omdat hij dat heel goed weet zou hij er geen gebruik van moeten maken. ..."
 
   

Lees verder met de citaten van deel 7.
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom. 
 

vrijdag 14 juli 2023

Lev Tolstoi: Anna Karenina: deel 5

Lev Tolstoi: Anna Karenina (Rusland, 1875-1877): 1010 blz: Vertaald door Hans Boland (2017): Uitgeverij Athenaeum - Polak & Van Gennep: Perpetua-reeks
 

 
Citaten:
- "Wat een honnepon, dat bruidje, gewoon een knuffellammetje! ..."
 
- Tezelfdertijd was Vronski niet helemaal gelukkig, ondanks de algehele vervulling van wat zo lang zijn liefste droom was geweest. Hij maakte de aloude fout te denken dat de bevrediging van een wens synoniem is met geluk, en hij kwam er algauw achter dat hij, nu zijn verlangens verwezenlijkt waren, nog geen kruimel had gekregen van wat hij ervan verwacht had.

- Ljovin stond er niet bij stil dat er voor Kitty, anders dan voor hem, in die zin een wezenlijke verandering had plaatsgevonden dat zij thuis wel eens trek had in zuurkool of in snoep en dat niet kreeg, terwijl ze die lekkernijen nu maar hoefde te bestellen, de taart die ze wilde en desnoods een hele vrachtlading snoepjes, omdat ze al het geld van de wereld had.

- Ljovin begreep nog niet dat Kitty zich aan het voorbereiden was op de taak die haar wachtte zodra ze behalve echtgenote ook vrouw des huizes zou zijn en kinderen zou dragen, baren en grootbrengen. Hij hield er geen rekening mee dat zij dat instinctief aanvoelde en zichzelf vooralsnog, in aanloop naar die kolossale arbeid, geen verwijten maakte wanneer ze een zorgeloos leventje leidde en van de liefde genoot, terwijl ze opgewekt verder bouwde aan haar nestje.

- Na de ene keer dat ze het over religie hadden gehad, nog tijdens hun verloving, was het onderwerp nooit meer ter sprake gekomen, maar Kitty vervulde alle riten van kerkgang en gebed in de onveranderlijke, kalme zekerheid dat het zo hoorde. Ze was er heilig van overtuigd, hoe hij haar ook tegensprak, dat hij minstens zo'n goede christen was als zij en dat zijn uitspraken dienaangaande in de categorie komische mannenbedenksels vielen, in de trant van zijn grapje over haar broderie anglaise: dat goede vrouwen gaten stopten maar dat zij ze juist maakte.
 
- "Een getrouwde man draagt zorg voor aardse zaken en wil zijn vrouw behagen, een ongetrouwde man draagt zorg voor de zaak van de Heer en wil de Heer behagen," zegt de apostel Paulus, een tekst die Karenin zich dikwijls voor ogen hield nu hij het Evangelie als leidraad voor al zijn handelen had geaccepteerd. Sinds hij zijn vrouw kwijt was diende hij met zijn projecten de Heer beter dan voor die tijd, meende hij.
 
- Zolang de meester bezig was met uitleggen geloofde Serjozja hem en dacht hij dat hij het begreep, maar zodra hij dan weer op zijn eentje verder moest was zijn hoofd zo leeg als maar kon en had hij geen benul waarom zo'n piepklein makkelijk woordje als "zo" een bijwoordelijke bepaling van hoedanigheid kon zijn.

- "Getrouwd zijn geeft altijd gedonder, maar met een vrouw die je vrouw niet is ben je helemaal in de aap gelogeerd," dacht Jasjvin toen hij het hotel verliet.
 
   

Lees verder met de citaten van deel 6.
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom. 
 

Lev Tolstoi: Anna Karenina: deel 4

Lev Tolstoi: Anna Karenina (Rusland, 1875-1877): 1010 blz: Vertaald door Hans Boland (2017): Uitgeverij Athenaeum - Polak & Van Gennep: Perpetua-reeks
 

 
Citaten:
- De prins was gezegend met een zelfs voor prinsen uitzonderlijk krachtig gestel; hij deed zoveel aan sport en was zo gespitst op een goede lichaamsverzorging dat hij niettegenstaande zijn neiging om geen maat te houden bij de geneugten des levens fris bleef als een grote groene glimmende Hollandse komkommer.
 
Vronski over de prins:
- "Stom stuk vreten! Ben ik echt net zo?" dacht hij.
 
- Opnieuw deed Anna haar man, ondanks zichzelf, na:
 ""Jij, ma chère, jij, Anna!" Het is geen man, geen mens, het is een pop! Niemand ziet dat, maar ik  wel! O, als ik, of wie dan ook, hem was geweest dan had ik zo'n vrouw als ik allang vermoord, aan stukken gescheurd, in plaats van "ma chère, Anna" te neuzelen. Het is geen mens maar een ministeriële machine. Hij snapt niet dat ik jouw vrouw ben, dat hij een vreemde is, te veel is ... Ik wil er niet meer over praten, alsjeblieft!"
 
- "Een vreemde pief!" zei Oblonski tegen zijn vrouw.
 
- Oblonski hield van eten en nog meer van etentjes organiseren, in intieme kring, met een verfijning die zowel tot uiting kwam in de gerechten en de wijn als in de samenstelling van de disgenoten.
 
- "... Aan de ideeën die ik heb ontwikkeld hecht ik de grootste waarde, maar in werkelijkheid stellen ze helemaal niks voor, net zo weinig als zo'n beer in de luren leggen. Dat is het leven, een beetje jagen, werken, alles om maar niet aan de dood te hoeven denken."
 
- De verklaring die Ljovin Kitty verschuldigd was vormde de enige pijnlijke herinnering aan zijn verloving. Hij pleegde overleg met de oude vorst en verkreeg diens toestemming om Kitty zijn dagboek te laten lezen, waarin hij alles had vastgelegd dat zijn geweten bezwaarde.
 
   

Lees verder met de citaten van deel 5.
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom. 
 

donderdag 13 juli 2023

Lev Tolstoi: Anna Karenina: deel 3

Lev Tolstoi: Anna Karenina (Rusland, 1875-1877): 1010 blz: Vertaald door Hans Boland (2017): Uitgeverij Athenaeum - Polak & Van Gennep: Perpetua-reeks
 

 
Citaten:
 
Sergé tegen zijn broer:
- "... Dan het onderwijs. Jij hebt zelf toch ook meer aan geschoolde boeren?"
 "O nee, vraag dat maar aan iedereen," antwoordde Ljovin heel stellig. "Arbeiders die kunnen lezen en schrijven zijn het ergst. Wegen repareren kun je wel vergeten, en als ze een brug aanleggen is die de volgende dag onttakeld en zijn alle onderdelen gestolen."
 
Ljovin:
- "Volgens mij is elk menselijk handelen tot mislukken gedoemd als het niet geschoord wordt door eigenbelang. Dat is een algemene, filosofische waarheid." 

- "En jij dan, dreuteltje, heb je ook gezwommen?" vroeg de ander aan de zuigeling.

- De kinderen kenden Ljovin nauwelijks, ze herinnerden zich hem in ieder geval niet, maar ze deden heel gewoon tegen hem, zonder het vreemde soort verlegenheid en tegenzin dat op die leeftijd zo vaak een rol speelt in de omgang met volwassenen, wanneer die niet spontaan genoeg zijn - wat tot de grootste misverstanden kan leiden. Iemand mag nog zo intelligent en scherp van geest zijn, immuun voor het toneelspel van een ander is hij niet, terwijl het meest onnozele kind daar doorheen prikt en zich afkeert, al wordt de schijn nog zo handig opgehouden.

- "Toegegeven, die mannen worden misschien voor aap gezet, maar ik heb altijd gevonden dat ze door ongeluk getroffen waren. Ik heb altijd met ze te doen gehad," maakte Karenin zichzelf wijs. Het was pertinent onjuist, hij had nooit enige consideratie gehad met bedrogen echtgenoten, en hoe vaker hij hoorde van een vrouw die het met een ander hield, hoe hoger hij zichzelf daarboven verheven achtte.

- De gedachte aan haar zoon bracht Anna bij haar positieven. Opeens zag ze weer perspectief. Ze had de laatste jaren in alle oprechtheid, zij het ook met enige overdrijving, de rol gespeeld van een moeder die voor haar zoon leeft, en ze besefte vol blijdschap dat er ook onder de omstandigheden waarin ze zich op dit moment bevond een territorium bestond waarover zij heerste, onafhankelijk van haar verhouding met haar man en met Vronski. Haar rijk was haar zoon. Hoe en waar zij ook terecht zou komen, haar zoon zou ze niet in de steek laten.

Anna over haar man nadat zij een brief van hem heeft ontvangen:
- "Hij heeft gelijk! Natuurlijk!" zei ze hardop. "Hij heeft immers altijd gelijk, als christen, in al zijn grootmoedigheid! Het is een miezerige larf! Niemand zal ooit in staat zijn dat te begrijpen, en zelf kan ik het niet uitleggen. Het is een vrome, fatsoenlijke, intelligente man, zeggen ze, maar ze hebben niet gezien wat ik heb gezien. Ze weten niet dat hij acht jaar lang al het leven uit me heeft geperst, zonder ook maar één keer te bedenken dat ik een levend wezen ben, een vrouw , die liefde nodig heeft. ..."

- Het bestaan dat Vronski leidde kon zonder meer gelukkig heten. Dat was voor een belangrijk deel te danken aan de leefregels die hij zich had gesteld en op grond waarvan hij precies wist wat hoorde en wat niet hoorde. Ze hadden een zeer beperkte actieradius, maar daar stond tegenover dat ze oerbetrouwbaar waren en dat Vronski, door zich nooit op vreemd terrein te begeven, altijd exact wist hoe hij diende te handelen. Zo vond hij dat men een valsspeler behoorde te betalen maar een kleermaker niet direct, dat men mannen niet en vrouwen wel mocht voorliegen, dat bedrog alleen geoorloofd was wanneer je met een getrouwde man van doen had, dat een belediging nooit door de vingers mocht worden gezien, terwijl het wel degelijk toegestaan was anderen te beledigen, en zo meer. Al die voorschriften waren misschien onlogisch en fout, maar ze lieten geen ruimte voor twijfel en gaven Vronski het gevoel dat hij, zolang hij ze niet schond, een gerust geweten kon hebben en het hoofd hoog kon dragen.

- ".... Rusland heeft mensen nodig. Een politieke partij. Anders gaat het naar de ratsjmodee."

- "Jij hebt nooit liefgehad," zei Vronski zachtjes, terwijl hij voor zich uit keek en aan Anna dacht.
 "Dat kan zijn. Maar onthou wat ik je gezegd heb. Nog een ding: vrouwen zijn materialistischer ingesteld dan mannen. Wij bouwen luchtkastelen van de liefde, zij zijn terre-à-terre."

- "Dat heb ik nou nooit gesnapt," zei Ljovin fel. "Hoe kunnen scholen ervoor zorgen dat de levensomstandigheden van het volk beter worden? Als je naar school gaat krijg je andere behoeften, zegt u. Maar dat maakt het alleen maar erger, want arme mensen zullen niet de mogelijkheid hebben die behoeften te bevredigen, Ik zal nooit van mijn leven begrijpen hoe optellen en aftrekken en kennis van de catechismus iemands materiële situatie kunnen opkrikken ..."

- "Dan hebt u tenminste een geestverwant in uw geliefde Spencer, die beweert dat beschaving misschien niet wordt verkregen door te leren lezen en rekenen, maar een gevolg is van een hoger welvaartsniveau, met regelmatige wasbeurten, zoals hij zegt ..."

- Deze twee mensen waren zo nauw met elkaar verwant, ze stonden elkaar zo te na, dat het kleinste gebaar dat ze maakten en de toon waarop ze iets zeiden meer voor ze beduidde dan wat ze elkaar met woorden konden zeggen.
 
   

Lees verder met de citaten van deel 4.
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom. 
 

woensdag 12 juli 2023

Lev Tolstoi: Anna Karenina: deel 2

Lev Tolstoi: Anna Karenina (Rusland, 1875-1877): 1010 blz: Vertaald door Hans Boland (2017): Uitgeverij Athenaeum - Polak & Van Gennep: Perpetua-reeks
 

 
Citaten:
- Tranen waren de smeerolie die nodig was om de vastgelopen machine - dat wil zeggen de omgang tussen beide zusters - weer aan de praat te krijgen. Vanaf dit ogenblik spraken ze niet meer over wat hun bezighield, maar ook door over hele andere dingen te praten begrepen ze elkaar.
 
- Waar Anna was, was Vronski ook, en zodra de gelegenheid zich voordeed fluisterde hij haar zijn liefde in. Ze lokte niets uit, maar altijd als zij hem tegenkwam ontvlamde de levenslust die haar hart al bij de eerste keer, toen hij haar treincoupé binnenkwam, had doorstroomd. Ze was zich bewust dat haar ogen begonnen te schitteren en haar lippen zich in een glimlach krulden wanneer hij voor haar opdook, maar ze kon die signalen van haar vreugde niet onderdrukken.
 
- Vronski wist heel goed dat hij in de ogen van Betsy en van hun wereldje geen enkel risico liep de risee te worden. In die kringen werd je misschien uitgelachen om een niet beantwoorde liefde voor een meisje of een ongehuwde vrouw, maar de rol van iemand die achter een getrouwde vrouw aan zat en haar met alles wat hij in zich had trachtte te verleiden tot overspel had iets glansrijks en verhevens, wat alle spot uitsloot; daarom speelde er onder zijn snor een trotse, vrolijke glimlach toen hij de binocle liet zakken en zijn nicht aankeek.
 
- "Zalig zijn de vredestichters, want zij zullen worden gered", citeerde Betsy iemand, ze wist niet meer wie, die zoiets had verkondigd.
 
- Opeens duikt er een kerel op met bakkebaarden als braadworsten en rood als een kreeft.
 
- "Vertelt u ons eens iets wat komisch is zonder boosaardig te zijn," zei de ambassadeursvrouw, grootmeesteres in de kunst van het hoogbeschaafde discours dat de Engelsen small talk noemen.
 
- De conversatie was allervriendelijkst begonnen, maar juist daarom kwam er ook geen beweging in. Roddel, een beproefd en betrouwbaar middel om uit een dergelijke impasse te geraken, bood ook nu uitkomst.
 
- "Niemand is content met zijn aards bezit, maar met zijn eigen verstand is iedereen tevreden," citeerde de diplomaat een of andere Franse dichter.

- Karenin was niet jaloers aangelegd. Hij huldigde het principe dat jaloezie beledigend is voor de vrouw, omdat zij het volle vertrouwen van haar man verdient.

- Vanbuiten was alles hetzelfde, maar hun relatie was in de kern radicaal veranderd. Karenin, een geweldenaar als staatsman, moest toegeven dat hij in deze aangelegenheid niets vermocht. Hij voelde zich als een stier die gedwee en met gebogen kop wacht op de klap van de bijl die boven hem wordt geheven.

- "... Weet je, een vrouw is iets waar je nooit op uitgestudeerd raakt, altijd weer totaal iets nieuws."
 "Wat heb je er aan om erop te studeren?"
 "Nee, zo zit het niet. Een of andere wiskundige heeft ooit gezegd dat het ontdekken van de waarheid minder bevredigend is dan de zoektocht ernaar."

- Dat boeren land opkopen stoort me niet. De landheer eet uit zijn neus, de boer arbeidt - en bezet de plaats waar hij recht op heeft.

- De oudste [broer van Vronski] was evenmin gecharmeerd van de liaison van de jongste. Of het om een hevige liefde of een scharrel ging, met of zonder hartstocht, zondig of niet, daar liet hij zich niet mee in; zelf onderhield hij naast zijn gezin een danseresje en was dus heel tolerant in die zaken. Het enige wat hij wist, was dat degenen die zijn broer er niet hard over zouden moeten vallen dat wel deden, en daarom was ook hij ontevreden.

- "Tijd! Soms heb je een hele maand waar je nog geen halve roebel voor geeft, en soms ook een halfuur dat je voor geen goud ter wereld zou willen missen. ..."
 
   

Lees verder met de citaten van deel 3.
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.