Barbara Yelin: Irmina (Duitsland, 2014): 272 blz: Vertaald door Sigge Stegeman (2016): Uitgeverij Soul Food Comics
Barbara Yelin vond een aantal jaar geleden in de nalatenschap van haar oma
een doos met dagboeken en brieven. Die vondst inspireerde haar om deze
graphic novel te maken.
Irmina is een jonge Duitse vrouw die naar Engeland reist en daar kennis maakt
met Howard, een zwarte man uit Barbados. Ze heeft haar eigen mening over
van alles en nog wat en steekt die niet onder stoelen of banken. Omdat
het geld op is moet ze terug naar Duitsland. Daar aangekomen blijft ze
ervan dromen om spoedig weer naar Engeland te gaan. Het loopt echter
anders, ze trouwt met een SS-er en conformeert zich steeds meer aan het
nazistische regime.
Ik vind de tekeningen in dit boek geweldig. Vooral de tekeningen van stadsgezichten over de volle twee pagina's vind ik fenomenaal. "Irmina" is één van de mooist getekende graphic novels die ik ken.
Ik vind de tekeningen in dit boek geweldig. Vooral de tekeningen van stadsgezichten over de volle twee pagina's vind ik fenomenaal. "Irmina" is één van de mooist getekende graphic novels die ik ken.
Ik
kan mij alleen niet zo goed voorstellen dat een jonge Duitse vrouw, met
een goede opleiding, en overal een eigen mening over, zich zo gaat
conformeren aan het heersende misdadige regime. Het is waarschijnlijk
veel meer gebeurd, uit opportunisme of gewoon uit angst, maar voor mij
blijft het moeilijk voorstelbaar.
Iedereen met ook maar een minimale interesse in de graphic novel als
kunstvorm zal dit boek weten te waarderen. Een warm aanbevolen boek!
Citaten:
- "En? bevalt het u?"
"Londen?
Oh, ik vind het GRANDIOOS! De winkels, de levendigheid, de theaters,
bioscopen, de Theems en zelfs de mist! Ik zou dagenlang kunnen
ronddwalen en me verwonderen. Maar de Londenaren ... Ik woon hier al een
half jaar, maar ze laten me nog dagelijks voelen dat ik niet één van
hen ben. U kunt zich niet voorstellen hoe men hier als buitenstaander
behandeld wordt"
"Toch wel ... een beetje."
"Oh, neem me niet kwalijk. Wat dom van me. Waar komt u vandaan?"
"Van een klein Caraïbisch eiland. Britse kolonie. U kent het vast niet."
- "De Duitse jongedame, gravin."
"Daar bent u dan. Komt u binnen."
"Goedendag, gravin."
"Heeft Brenda u de kamer laten zien? Ik neem aan dat alles naar tevredenheid is? Uit Duitsland, dus? Nog erg jong, nietwaar?"
"Negentien, gravin."
"Een kind! En bent u uit Duitsland geëmigreerd? Joods?"
"N ... nee - geen van beide. Ik ... ... ik ben een normale Duitse."
"Een
NORMALE Duitse? Kind, u weet niet wat u zegt! Uw normale Duitsers
veroorzaken op dit moment groot onheil. En het einde lijkt nog niet in
zicht, leest u geen kranten?"
"Ach, kranten."
"Kind! U hebt nog veel te leren."
- "Het spijt me. Ik heb domme dingen gezegd."
"Je weet toch wat er op dit moment in Duitsland gebeurt?"
"Daar kan ik toch niets aan doen! Daar heb ik niets mee te maken!"
"Ach, Irmina. Soms vraag ik me af wie je eigenlijk bent."
"Ik? Nou ja ... dat weet je toch. Blauwkous! Tiepmiep! Communiste! Nazivrouwtje! Emigrante! Suffragette! Ik ben ik. Dat moet genoeg zijn. Ik wil alleen ... ... kunnen we elkaar niet vaker zien?"
- "Pruimen!"
"Wil je? Net geplukt."
"Een geschenk uit de hemel! Ik heb nog niet ontbeten. Sinds wanneer hebben jullie fruitbomen?"
"Die
oude Jodin van beneden ... Van de lente was ze plotseling verdwenen.
Opgekrast. Toen heb ik tegen moeder gezegd ... ... iemand zou die mooie
vruchten moeten plukken."
"Emigranten. Wist je dat die bij Engelsen geliefder zijn dan normale Duitsers?"
- "DAT is wat u wilt? ZELF beslissen? Hoe zit het dan met uw verantwoordelijkheid naar het volk toe? Naar Duitsland? Uw land?"
"Mijn
land? Meneer Heinrich! Hier verdien ik niet eens voldoende om in mijn
bescheiden levensonderhoud te voorzien! Ik woon in een onverwarmde kamer
en leef van gortsoep! Uw luchtkastelen beloven dan wel grootse dingen,
maar daar kan ik geen gehaktballen van kopen."
"Maar
het gaat toch om een gezamenlijke visie! En eenieder die meewerkt aan
deze visie staat grote dingen te wachten. Maar daarvoor moeten ook
offers gebracht worden."
"Met alle respect voor uw grote toekomst, maar ik zou de mijne graag zelf vormgeven."
"Nou, uw eerlijkheid siert u. Moedig bent u ook. En ook een beetje onvoorzichtig. Toch vind ik ... dat u ons in de steek laat."
- "Natuurlijk Irmina. Jij hebt ook werkelijk ALTIJD honger! Haha!"
"Dat is ook geen wonder. Bij mij is elke dag maaltijdsoepdag. En nu hebben ze van mijn magere loon ook nog een gift afgetrokken voor het Winterhulpwerk. "Vrijwillig". MIJ heeft niemand iets gevraagd!"
"Irmina! Ook jij moet offers brengen! Een volk helpt zichzelf."
"Natuurlijk, Gerda. Geloof je werkelijk dat de Führer elke zondag watersoep weglepelt? Hahaha!"
- "Mama ... ... wat doen die mensen daar?"
"Er zijn mensen ... vertrokken. Nu verkopen ze hun meubels."
"Waarom hebben ze die dingen niet meegenomen?"
"Omdat het Joden waren."
"Mama, wat zijn Joden?"
"Vraag niet zoveel. We moeten naar de bakker."
"Maar mama, wat ZIJN dat, Joden?"
"Ons ongeluk! De Joden zijn ons ongeluk! Begrepen?! En nu STIL!"
