Jared Diamond: Zwaarden, paarden & ziektekiemen: Waarom Europeanen en Aziaten de wereld domineren (Verenigde Staten, 1997): 420 blz: Vertaald door Conny Sykora (2000): Uitgeverij het Spectrum
In
"Zwaarden, paarden & ziektekiemen" probeert de Amerikaanse evolutiebioloog Jared Diamond een antwoord te geven op
de vraag waarom bepaalde delen van de wereld meer succesvol zijn dan
andere.
Hij kijkt hierbij naar de ligging van de verschillende continenten, de aanwezigheid van planten en dieren die gecultiveerd of gedomesticeerd kunnen worden en de aanwezigheid van ziektekiemen.
In het nabije Oosten (in het boek de "Vruchtbare Halvemaan" genoemd, hoewel dat gebied tegenwoordig helemaal niet zo vruchtbaar meer is) kwamen van nature de grassoorten voor met de grootste graankorrels, vandaar dat dit gebied een voorsprong had bij de eerste landbouw. Ook kwamen juist hier de dieren voor die het makkelijkst gedomesticeerd konden worden (paard, rund, varken, schaap en geit).
Omdat veel ziekten zich ontwikkelden in gebieden met veel kuddedieren ontwikkelden de Europeanen en de Aziaten resistentie voor veel ziekten. Dit speelde later een grote rol bij de Europese verovering van Amerika waarbij waarschijnlijk zo'n 90-95 % van de oorspronkelijke bevolking stierf door allerlei Europese ziekten. Bij de kolonisatie van Afrika stierven veel minder mensen door ziekten omdat ze er daar al aan gewend waren.
De verklaring die Jared Diamond geeft voor de loop van de geschiedenis van na de 15e eeuw is veel minder overtuigend. Toch is dit een heel inspirerend boek, dat uitnodigt tot nadenken. Maar dit boek is voor mij toch vooral belangrijk omdat het mijn kijk op de prehistorie heeft veranderd.
Hij kijkt hierbij naar de ligging van de verschillende continenten, de aanwezigheid van planten en dieren die gecultiveerd of gedomesticeerd kunnen worden en de aanwezigheid van ziektekiemen.
In het nabije Oosten (in het boek de "Vruchtbare Halvemaan" genoemd, hoewel dat gebied tegenwoordig helemaal niet zo vruchtbaar meer is) kwamen van nature de grassoorten voor met de grootste graankorrels, vandaar dat dit gebied een voorsprong had bij de eerste landbouw. Ook kwamen juist hier de dieren voor die het makkelijkst gedomesticeerd konden worden (paard, rund, varken, schaap en geit).
Omdat veel ziekten zich ontwikkelden in gebieden met veel kuddedieren ontwikkelden de Europeanen en de Aziaten resistentie voor veel ziekten. Dit speelde later een grote rol bij de Europese verovering van Amerika waarbij waarschijnlijk zo'n 90-95 % van de oorspronkelijke bevolking stierf door allerlei Europese ziekten. Bij de kolonisatie van Afrika stierven veel minder mensen door ziekten omdat ze er daar al aan gewend waren.
De verklaring die Jared Diamond geeft voor de loop van de geschiedenis van na de 15e eeuw is veel minder overtuigend. Toch is dit een heel inspirerend boek, dat uitnodigt tot nadenken. Maar dit boek is voor mij toch vooral belangrijk omdat het mijn kijk op de prehistorie heeft veranderd.
Citaten:
- Aan dat alles moet Yali hebben gedacht toen hij mij met weer zo'n doordringende blik van zijn flitsende ogen vroeg: "Waarom hebben jullie blanken zoveel spullen gemaakt en die naar Nieuw-Guinea gebracht en hadden wij zwarte mensen zo weinig spullen?"
- Journalisten vragen regelmatig aan auteurs om een dik boek in één zin samen te vatten. Voor dit boek bestaat er zo'n zin: "De geschiedenis heeft voor verschillende volkeren een verschillende loop genomen als gevolg van verschillen in het milieu van die volkeren, niet vanwege biologische verschillen tussen de volkeren zelf."
- Dus de kolonisatie van Australië/Nieuw-Guinea is in die zin van grote betekenis dat er boten voor nodig waren; de kolonisatie levert dus verreweg het vroegste bewijs voor het gebruik van schepen. Pas zo'n 30.000 jaar later (13.000 jaar geleden) is er een duidelijk bewijs van het gebruik van boten elders in de wereld, namelijk in het Middellandse-Zeegebied.
- Terwijl de meeste extincties in Australië vermoedelijk meer dan 30.000 jaar geleden plaatsvonden, was dat in Noord- en Zuid-Amerika 17.000 tot 12.000 jaar geleden het geval. Voor die uitgestorven Amerikaanse zoogdieren waarvan de beenderen in enorme aantallen voorkomen en bijzonder nauwkeurig gedateerd zijn, kan de extinctie precies worden gedateerd op omstreeks 11.000 v.Chr.
- Door het selecteren en kweken van de paar soorten planten en dieren die we wel kunnen eten, zodat zij 90% en niet 0,1% van de biomassa op een hectare land vormen, krijgen we veel meer eetbare calorieën per hectare. Bijgevolg kan een hectare gecultiveerd land veel meer herders en boeren voeden - in het algemeen 10 tot 100 maal zoveel - dan een wild stuk land jagers-verzamelaars kan voeden. ...
In mensengemeenschappen met gedomesticeerde dieren voorzagen die huisdieren op vier verschillende manieren in het levensonderhoud van meer mensen: door vlees, melk en mest te leveren en door de ploeg te trekken.
- Het blijkt dat de eerste gewassen die zo'n 10.000 jaar geleden in de Vruchtbare Halvemaan werden gedomesticeerd, zoals tarwe, gerst en erwten, ontstaan zijn uit wilde stamvormen die al veel voordelen boden.
- Granen hebben het voordeel dat ze snel groeien, veel koolhydraten bevatten en per hectare tot een ton aan eetbaar voedsel kunnen opbrengen. Bijgevolg zijn granen tegenwoordig goed voor meer dan de helft van alle calorieën die mensen consumeren en vormen zij vijf van de twaalf belangrijkste gewassen van de moderne wereld (tarwe, maïs, rijst, gerst en sorghum). Veel granen hebben een laag eiwitgehalte, maar dat tekort wordt gecompenseerd door peulvruchten die dikwijls 25% eiwit bevatten (sojabonen zelfs 38%). Granen en peulvruchten samen leveren dus een groot deel van alles wat een evenwichtige voeding moet bevatten.
- Er leven op aarde maar ongeveer 148 soorten grote wilde landzoogdieren die herbivoor of omnivoor zijn, grote dieren die geschikte kandidaten voor domesticatie zouden kunnen zijn.
-
Maar bedenk dan dat de grote meerderheid van wilde planten om voor de
hand liggende redenen ongeschikt is: ze zijn houtig, ze produceren geen
eetbare vruchten en ook hun bladeren en wortels zijn oneetbaar. Van de
200.000 wilde plantensoorten worden er maar een paar duizend door mensen
gegeten, en maar een paar honderd daarvan zijn min of meer
gedomesticeerd.
- Slechts een dozijn soorten is verantwoordelijk voor meer dan 80% van de huidige jaarlijkse opbrengst van alle gewassen. Dit dozijn "kassuccessen" zijn de granen tarwe, maïs, rijst, gerst en sorghum, de peulvrucht soja, de wortels of knollen aardappel, maniok, en zoete aardappel, de suikerleverende gewassen suikerriet en suikerbiet, en van de vruchten bananen.
- Ons onvermogen om in deze moderne tijd ook maar één belangrijk nieuw voedingsmiddel te domesticeren, lijkt erop te wijzen dat de volkeren in het verleden misschien werkelijk al praktisch alle bruikbare wilde planten hebben beproefd en degene die de moeite van het domesticeren waard waren inderdaad hebben gedomesticeerd.
- De landbouw kwam in de Vruchtbare Halvemaan op gang dankzij de vroege domesticatie van acht gewassen, de zogeheten founder crops (zo genoemd omdat zij de basis vormden voor de landbouw in dit gebied en mogelijk in de wereld). Die acht uitgangsgewassen waren de granen emerkoren, eenkoren en gerst, de peulvruchten linzen, erwten, kikkererwten en wikke, en het vezelgewas vlas. Van deze acht zijn slechts twee soorten, vlas en gerst, in het wild ver buiten de Vruchtbare Halvemaan en Anatolië verspreid.
- Het succes van gedomesticeerde zoogdieren berust op een verrassend klein aantal grote plantenetende landzoogdieren. (Alleen landzoogdieren zijn gedomesticeerd om de voor de hand liggende reden dat waterdieren moeilijk te houden en te fokken waren). Als je "groot" definieert als "zwaarder dan 100 pond" waren er tot de 20e eeuw slechts 14 van zulke soorten gedomesticeerd. Van die 14 werden er 9 in een beperkt gebied belangrijke huisdieren voor de mens: dromedaris, kameel, lama/alpaca, ezel, rendier, waterbuffel, yak, banteng en gaur. Slechts 5 soorten werden over de hele wereld verspreid en belangrijk. Die vijf belangrijkste gedomesticeerde zoogdieren zijn de koe, het schaap, de geit, het varken en het paard.
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.