Posts tonen met het label Autobiografische roman. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Autobiografische roman. Alle posts tonen

maandag 11 juli 2022

Stoppen of doorlezen? August Strindberg: De zoon van een dienstbode

August Strindberg: De zoon van een dienstbode (Zweden, 1886): 235 blz: Vertaald door Marguérite E. Törnqvist-Verschuur (1969): Uitgeverij de Arbeiderspers, serie Privé-domein Nr. 15
 

 
Een tijdje terug had ik van een vriend twee deeltjes uit de serie Privé-domein gekregen van de Zweedse schrijver August Strindberg (1849-1912), "De zoon van een dienstbode" en het vervolg daarop "Tijd van gisting". Ik had natuurlijk wel eens gehoord dat Strindberg nogal teleurgesteld was in het instituut huwelijk, maar zelf had ik nog nooit iets van hem gelezen. Een geschikt moment om iets te lezen van Strindberg.
 
Citaten:
Uit het interview met de schrijver:
- Verder ben ik van mening dat de uitvoerige levensbeschrijving van een enkel mens betrouwbaarder is en van grotere informatieve waarde dan die van een hele familie.
 
- Op de derde verdieping van dit grote gebouw kwam de zoon van de kruidenier en de dienstbode tot zelfbewustzijn en werd hij zich bewust van het leven en de plichten die dit met zich meebrengt. Zijn eerste gewaarwordingen, die van vrees en honger, zijn steeds in zijn geheugen geëtst gebleven.

- De vader tutoyeerde knechten en meisjes, die allen ontzag voor hem toonden. Hoewel hij aan lager wal geraakt was schaarde hij zich niet onder de ontevredenen, maar verschanste zich achter een godvruchtige berusting: zo wilde God het; en leefde een teruggetrokken leven.
 
- De vader vertoonde zich alleen aan de maaltijden. Somber, vermoeid, streng, ernstig, maar niet hard. Hij leek strenger dan hij was, omdat hij na zijn thuiskomst bijna altijd zonder meer een aantal geschillen te beslechten had, waar hij het fijne nauwelijks van kon weten. Daarbij kwam dat zijn naam altijd gebruikt werd om de kinderen de schrik op het lijf te jagen. "Als papa dat eens wist" stond gelijk met een pak slaag.

- Maar het gezin is op zich zelf geen volmaakte instelling. Voor opvoeden had niemand tijd, daar moest de school voor zorgen, wanneer de dienstmeisjes er genoeg van hadden. Het ouderlijk huis was eigenlijk niet meer dan een eetgelegenheid en een was- en strijkinrichting, en als zodanig nog oneconomisch ook.

- O heerlijke, zedige instelling, o heilige familie, onaantastbare, goddelijke inrichting, die burgers tot waarheid en deugd moet opvoeden! Jij zogenaamd tehuis der deugden, waar onschuldige kinderen gefolterd worden totdat ze hun eerste leugen over hun lippen laten komen, waar wilskracht door heerszucht vergruisd wordt, waar zelfbewustzijn in de kiem wordt gesmoord door klein behuisd egoïsme. O familie, jij bent de bakermat van alle sociale misstanden, jij bent het verzorgingshuis van alle gemakzuchtige vrouwen, de ankersmederij van de broodwinner en de hel der kinderen!

- Er was bij hem thuis niet direct sprake van armoede, maar wel van overbevolking. Kinderdoop, begrafenis, kinderdoop, begrafenis. Een enkele keer twee maal doop zonder begrafenis ertussen.

Ik heb met plezier tot en met bladzijde 50 gelezen. Als ik zijn boek moet geloven was Strindberg bepaald geen vrolijke man. Twintig, tien of zelfs maar vijf jaar geleden zou ik dit boek ongetwijfeld hebben uitgelezen. Nu ben ik enthousiast en blij met dit boek kennisgemaakt te hebben zodat ik iets van zijn schrijfstijl weet, maar ik weet tegelijkertijd ook dat er zoveel andere boeken zijn die ik liever ga lezen of herlezen, dat ik kies voor stoppen
 
Een vriend kwam aanzetten met een beroemde uitspraak van Strindberg: "Mijn eerste vrouw was een heks, maar vergeleken met mijn tweede vrouw was ze een heilige".
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

donderdag 23 juni 2022

J.M. Coetzee: Zomertijd

J.M. Coetzee: Zomertijd (Zuid-Afrika, 2009): 297 blz: Vertaald door Peter Bergsma (2009): Uitgeverij Cossee
 

 
"Zomertijd" is na "Jongensjaren" en "Portret van een jongeman" het afsluitende deel van een autobiografische romantrilogie.
 
In "Zomertijd" wil een zekere Vincent een biografie schrijven over de wereldberoemde schrijver John Coetzee. Hij wil daarbij zijn aandacht vooral richten op de periode dat de schrijver weer in Zuid-Afrika woonde, rond 1971-1977, na een langdurig verblijf in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten.
 
Om deze biografie te kunnen schrijven wil Vincent een aantal mensen interviewen. De meeste mensen die op de lijst staan zijn inmiddels overleden en uiteindelijk spreekt Vincent slechts 5 mensen. Hij spreekt Martin, een vriend, en verder 4 vrouwen: Margot, een nicht van John, Adriana, een danslerares waar John verliefd op geweest is, en Julia en Sophie met wie hij een verhouding heeft gehad.
 
De vraag is natuurlijk in hoeverre Vincent aan de hand van deze 5 interviews een biografie kan maken. De 5 interviews vormen samen het grootste en belangrijkste deel van het boek, verder staan er nog wat losse aantekeningen in.
 
Als autobiografie stelt "Zomertijd" niet zo veel voor. De 5 personen die Vincent heeft geïnterviewd zien geen van allen waarom Coetzee een bijzonder mens zou zijn. Coetzee komt naar voren als een rustige man, die wel vriendelijk is, maar die moeilijk met andere mensen kan omgaan. Hij heeft eigenlijk geen vrienden en zijn liefdesrelaties stellen ook niet veel voor. Alle 5 vinden ze hem zowel als minnaar, als schrijver en als mens niet zo bijzonder.
 
Behalve wat in de onderstaande citaten vermeld staat kom je niet zoveel over de schrijver John Coetzee te weten. Maar de roman zit ingenieus in elkaar, geeft een heel andere kijk op het genre biografie en ik heb hem met veel plezier gelezen. Wat ik ook leuk vind in dit boek is dat er regelmatig stukjes in het Zuid-Afrikaans in de tekst staan. Voor mij als Nederlandstalige lezer is dat extra leuk omdat het Zuid-Afrikaans veel op het Nederlands lijkt en meestal wel te begrijpen valt. Collega-blogger Koen heeft "Zomertijd" ook besproken, evenals de twee eerdere romans.

Naar aanleiding van deze romantrilogie en het eerder gelezen "In ongenade" zou ik alles wel willen lezen van Coetzee. Dat zal niet gaan gebeuren omdat er nog zoveel meer te lezen valt.
 
Julia:
- Wat merkwaardig was, was dat het in die dagen niet vaak voorkwam dat een blanke man met zijn handen werkte, ongeschoold werk deed. Kafferwerk, werd het over het algemeen genoemd, werk dat je tegen betaling door een ander liet doen. Al hoefde je je niet echt te schamen als mensen je zand zagen scheppen, je viel er wel mee uit de toon, als u begrijpt wat ik bedoel.
 
- U moet me geloven als ik u zeg dat geen haar - geen haar! - op mijn hoofd erover piekerde om te flirten met deze man. Want hij had geen enkele seksuele uitstraling. Het was alsof hij van hoofd tot voeten met een neutraliserende spray was bespoten, een steriliserende spray.
 
- Twee ondoorgrondelijke robots die een ondoorgrondelijke omgang met elkaars lichaam hebben: zo voelde het om met John in bed te liggen.
 
- Vrouwen vielen niet op hem - althans geen vrouwen die goed bij hun hoofd waren. Ze keurden hem, ze snuffelden aan hem, ze probeerden hem misschien zelfs uit. Daarna gingen ze verder.
 
Margot:
- Johns aanwezigheid op de boerderij is een bron van ongemak. Na jarenlang overzee te hebben doorgebracht - zoveel jaren dat werd geconcludeerd dat hij voorgoed was vertrokken - is hij plotseling weer tussen hen opgedoken onder een of andere wolk, een of andere schandvlek. Een van de verhalen die worden gefluisterd is dat hij in een Amerikaanse gevangenis heeft gezeten.
 
- Ze merkt dat hij de schaal vlees doorgeeft zonder er zelf van te nemen.
 "Neem je geen schapenvlees, John?" roept Carol op liefbezorgde toon vanaf het andere eind van de tafel.
 "Vanavond niet, dank je," antwoordt John. "Ek het my vanmiddag dik gevreet."
 "Dus je bent geen vegetariër, je bent geen vegetariër geworden terwijl je overzee was."
 "Geen strikte vegetariër. Dis nie 'n woord waarvan ek hou nie. As 'n mens verkies om nie so veel vleis te eet nie ..."
 "Ja?" zegt Carol. "As 'n mens so verkies, dan ... ?"
 
- Weer John en zijn gedichten! Ze kan het niet helpen, ze proest van het lachen. John die op de veranda van dat treurige huisje gedichten zit te verzinnen! Met een baret op zijn hoofd, ongetwijfeld, en een glas wijn bij zijn elleboog. En de kleine kleurlingenkindertjes die om hem heen drommen en hem lastigvallen met vragen: Wat maak oom? - Nee, oom maak gedigte. Op sy ou ramkiekie maak oom gedigte. Die wêreld is ons woning nie ... Meneer maakt gedichten op zijn oude banjo.
 
- Het is maar een grapje, maar hij wenst het serieus te nemen. "Ik zou niet weten hoe je een bestseller schrijft," zegt hij. "Ik weet niet genoeg van mensen en hun fantasiewereld. Hoe dan ook, ik ben niet voorbestemd voor dat lot."
 "Welk lot?"
 "Het lot van een rijke en succesvolle schrijver."
 "Voor welk lot ben je dan voorbestemd?"
 "Precies voor het huidige. Voor het wonen met een ouder wordende vader in een huis in de blanke buitenwijken met een lekkend dak."
 
Adriana:
- "Strikt genomen ben ik niet de leraar Engels," kwam meneer Coetzee tussenbeide, zich tot Joana richtend. "Ik ben de bijlesleraar Engels. Dat betekent dat ik door de school ben aangenomen om leerlingen te helpen die moeite met Engels hebben. Ik probeer ze door de examens heen te loodsen. Dus ik ben een soort examentrainer. Dat zou een betere beschrijving zijn van wat ik doe, een betere naam voor mij."
 
- Meneer Vincent, voor u is John Coetzee een groot schrijver en een held, dat wil ik wel aannemen, waarom zou u anders hier zijn, waarom zou u anders dit boek schrijven? Voor mij daarentegen - neem me niet kwalijk dat ik dit zeg, maar hij is dood, dus ik kan zijn gevoelens niet kwetsen - voor mij is hij niets. Hij is niets, was niets, alleen maar een ergernis, een blok aan mijn been. Ik zie wel dat u nijdig bent omdat ik hem neerzet als een idioot. Desondanks was hij voor mij echt een idioot.
 
Martin:
- Hij vertelde me eens dat hij zijn roeping had gemist, dat hij bibliothecaris had moeten worden. Daar kan ik wel in meevoelen.
 
- Zou u dat niet tot nadenken moeten stemmen? Zult u niet onvermijdelijk met een verhaal komen dat naar het persoonlijke en intieme neigt ten koste van 's mans feitelijke prestaties als schrijver? Zal het ook maar iets meer voorstellen - vergeef me dat ik het zeg - vrouwengeroddel?
 
Omdat mijn informanten vrouwen zijn?
 
Omdat het niet in de aard van liefdesrelaties ligt dat de geliefden een volledig en weloverwogen beeld van elkaar hebben.
 
Vincent:
- Ik heb hem nooit opgezocht. Ik heb zelfs nooit met hem gecorrespondeerd. Het leek me beter om op geen enkele manier bij hem in het krijt te staan. Dan zou ik vrij zijn om te schrijven wat ik wilde.
 
- Heb je een autorisatie nodig om een boek te schrijven? Aan wie zou ik die moeten vragen? Ik heb geen flauw idee. Maar ik kan u verzekeren dat het een serieus boek wordt, een serieus bedoelde biografie. Ik concentreer me op de jaren vanaf Coetzees terugkeer in Zuid-Afrika in 1971/72 tot zijn eerste algemene erkenning in 1977. Dat lijkt me een belangrijke periode in zijn leven, belangrijk maar veronachtzaamd, een periode waarin hij nog zijn draai probeerde te vinden als schrijver.

- In de publieke opinie bestond het beeld van een kille en hautaine intellectueel, een beeld dat hij nooit heeft proberen te ontzenuwen. Je zou zelfs kunnen zeggen dat hij het aanmoedigde.

      

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

dinsdag 21 juni 2022

J.M. Coetzee: Portret van een jongeman

J.M. Coetzee: Portret van een jongeman (Zuid-Afrika, 2002): 208 blz: Vertaald door Peter Bergsma (2002): Uitgeverij Cossee
 

 
"Portret van een jongeman" is het tweede deel van de autobiografische trilogie van J.M. Coetzee. In het eerste deel "Jongensjaren" hebben we gezien hoe John opgroeide in de provincie in Zuid-Afrika.
 
In het begin van "Portret van een jongeman" woont John inmiddels in Kaapstad en studeert hij wiskunde aan de universiteit. Wiskunde studeren is voor John een middel, hij wil als wiskundige zijn geld verdienen en vervolgens een groot dichter worden. 
 
Na de universiteit houdt John het voor gezien in Zuid-Afrika en reist hij af naar Londen. Daar vindt hij werk als computerprogrammeur. Het boek gaat enerzijds over het werk dat John doet en anderzijds over zijn liefdesleven. Op beide terreinen beschrijft hij zichzelf met de nodige zelfspot, wat het boek in ieder geval voor mij, zeer aangenaam maakt om te lezen. Net als in het eerste deel gebruikt Coetzee korte zinnen en uiterst korte alinea's.
 
Citaten:
- Maar hij kan niet eeuwig alleen blijven wonen. Het eropna houden van een minnares hoort bij het leven van een kunstenaar: ook al slaagt hij erin de huwelijksval te omzeilen, wat hij zeker zal doen, hij zal een manier moeten vinden om met vrouwen samen te leven. Kunst kan niet met ontbering alleen worden gevoed, met verlangen, eenzaamheid. Er moet ook intimiteit, hartstocht, liefde zijn.

- Er zijn twee, misschien drie plaatsen op de wereld waar het leven werkelijk intens kan worden geleefd: Londen, Parijs, misschien Wenen. Parijs komt op de eerste plaats: stad van de liefde, stad van de kunst. Maar om in Parijs te wonen moet je op zo'n chique school hebben gezeten waar ze Frans geven. Wat Wenen betreft, Wenen is voor joden die hun geboorterecht weer komen opeisen: logisch positivisme, twaalftonige muziek, psychoanalyse. Blijft over Londen, waar Zuid-Afrikanen geen papieren op zak hoeven te hebben en waar de mensen Engels spreken.

- De kranten staan vol advertenties voor computerprogrammeurs. Een graad in de wiskunde wordt aanbevolen maar niet geëist. Hij heeft van computerprogrammeren gehoord, maar wat het precies inhoudt is hem niet duidelijk. Hij heeft nog nooit een computer gezien, behalve in stripverhalen, waar computers worden voorgesteld als doosachtige gevallen die rollen papier uitspugen. Voor zover hij weet zijn er geen computers in Zuid-Afrika.

- Na het gesprek krijgt hij een IQ-test. Hij heeft IQ-tests altijd leuk gevonden, heeft er altijd goed bij gescoord. Hij is over het algemeen beter in tests, tentamens, examens, dan in het echte leven.

- Er zijn nog meer opzichten, zo blijkt, waarin proza anders is dan poëzie. In poëzie kan de handeling overal en nergens plaatsvinden: het maakt niet uit of de eenzame vissersvrouwen in Kalkbaai of Portugal of Maine wonen. Proza, daarentegen, lijkt hardnekkig om een specifieke achtergrond te zeuren.

- Fransen zijn het beschaafdste volk ter wereld. Alle schrijvers die hij hoogacht zijn doorkneed in de Franse cultuur; de meesten beschouwen Frankrijk als hun geestelijke thuis - Frankrijk en, tot op zekere hoogte, Italië, al schijnt Italië zware tijden door te maken. Al sinds zijn vijftiende, toen hij een postwissel van vijf pond en tien shilling naar het Pelham Institute stuurde en in ruil een grammaticaboek ontving plus een reeks oefenbladen om in te vullen en ter beoordeling aan het Instituut te retourneren, probeert hij Frans te leren.
 
- Want hij heeft geen aanleg voor liegen of bedriegen of regels aan zijn laars lappen, net zoals hij geen aanleg heeft voor plezier maken of opvallende kleding. Hij heeft alleen maar talent voor ellende, doffe, eerlijke ellende. Als deze stad ellende niet beloont, wat heeft hij hier dan te zoeken?
 
- Net zoals hij aan de ene kant op afstand verliefd is geworden op Ingeborg Bachman en aan de andere op Anna Karina, zo zal, vermoedt hij, zijn aanstaande hem uit zijn werken moeten leren kennen, verliefd moeten worden op zijn kunst voordat ze zo dwaas is om op hemzelf verliefd te worden.

- Wat heb je als minnaar, als schrijver, meer nodig dan een soort stompzinnige, ongevoelige koppigheid, gepaard aan de bereidheid om de ene mislukking na de andere te incasseren?
 Wat hem mankeert is dat hij niet bereid is om een mislukking te incasseren. Hij wil een tien of een uitmuntend of een score van honderd procent voor elke poging die hij onderneemt, met een dik Uitstekend! in de kantlijn.
 
      

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

maandag 20 juni 2022

J.M. Coetzee: Jongensjaren

J.M. Coetzee: Jongensjaren: Scènes uit de provincie (Zuid-Afrika, 1997): 160 blz: Vertaald door Peter Bergsma (1997): Uitgeverij Ambo
 

 
"Jongensjaren" is het eerste deel van een autobiografische romantrilogie waarin de schrijver over zijn jeugd in de provincie in Zuid-Afrika vertelt. Coetzee vertelt in korte zinnen en uiterst korte alinea's zijn verhaal. Het boek telt sowieso weinig bladzijden, de meeste schrijvers hebben 2 of 3 maal zo veel tekst nodig voor een zelfde verhaal, A.F.Th van der Heijden en J.J. Voskuil wel 10 keer zoveel.

John is een aparte jongen die weinig contact met leeftijdgenootjes heeft, maar graag leest, fietst of cricket speelt. Hij vertelt over zijn ervaringen op school, bij de boerderij, bij de scouting, alles met zeer weinig woorden. Ik ben erg onder de indruk van "Jongensjaren". Om een idee van de stijl van het boek te geven zoals gebruikelijk weer een aantal citaten. De meeste van de citaten zijn de complete alinea.
 
Citaten:
- Ze wonen in een nieuwbouwwijk aan de rand van de stad Worcester, tussen de spoorlijn en het Nasionale Pad. De straten van de wijk hebben bomennamen, maar nog geen bomen. Hun adres is Populierlaan 12. Alle huizen in de wijk zijn nieuw en identiek. Ze staan op grote percelen rode klei waar niets wil groeien, gescheiden door hekken van ijzerdraad. In elke achtertuin bevindt zich een vierkant gebouwtje, bestaande uit een kamer en een wc. Hoewel ze geen bediende hebben, noemen ze deze "de bediendenkamer" en de "bedienden-wc". Ze gebruiken de bediendekamer om dingen in op te bergen: kranten, lege flessen, een kapotte stoel, een oude kokosmatras.

- Hij komt uit een abnormale en schandelijke familie, waarin niet alleen geen kinderen worden geslagen maar oudere mensen met hun voornaam worden aangesproken en niemand naar de kerk gaat en er elke dag schoenen worden gedragen.
 
- Eenmaal, tijdens hun eerste maanden in Worcester, was er een jongen door de open voordeur komen slenteren en had hem aangetroffen terwijl hij op zijn rug onder een stoel lag. "Wat doe je daar?" had hij gevraagd. "Nadenken," had hij geantwoord zonder erbij na te denken: "ik denk graag na." Het duurde niet lang of zijn hele klas wist het: de nieuwe jongen was vreemd, hij was niet normaal. Die vergissing heeft hem geleerd dat hij voorzichtiger moet zijn. 

- In haar boze buien geeft ze af op iedere vorm van boekenkennis. Kinderen moesten naar de ambachtsschool worden gestuurd, zegt ze, en daarna aan het werk gezet. Studeren is maar onzin. Leren voor meubelmaker of timmerman, met hout leren werken, dat is het beste.

- De familie, geleid door zijn grootmoeder, is niet blind voor het geheim van Populierlaan 12, namelijk dat het oudste kind op de eerste plaats komt in het huishouden, het tweede kind op de tweede en de man, de echtgenoot, de vader op de laatste.

- Afrikaners durven geen jij te zeggen tegen iemand die ouder is dan zijzelf. Hij drijft de spot met het taalgebruik van zijn vader: "Mammie moet 'n kombers oor Mammie se knieë trek anders word Mammie koud." Hij is maar blij dat hij niet Afrikaans is en het hem bespaard blijft zo te moeten praten, als een gegeselde slaaf.
 
- Op zijn verjaardag krijgt hij, in plaats van een partijtje, tien sjieling om zijn vrienden te trakteren. Hij nodigt zijn drie beste vrienden uit om mee te gaan naar Café Globe; ze gaan aan een tafeltje met een marmeren blad zitten en bestellen een bananasplit of een dame blanche. Hij voelt zich de koning te  rijk dat hij anderen zo kan verwennen, het zou een grandioos succes zou zijn geworden, als het plezier niet vergald was door de haveloze kleurlingenkinderen die door het raam naar ze staan te kijken.

- In plaats van vrienden hebben ze familie. Zijn familieleden van moederskant zijn de enigen die hem min of meer accepteren zoals hij is. Ze accepteren hem - ongemanierd, onaangepast, excentriek - niet alleen omdat ze zonder hem te accepteren niet op bezoek kunnen komen, maar ook omdat zij door hun opvoeding net zo schuw en ongemanierd zijn.

- Maar Ros en Freek interesseren hem pas echt. Hij is vreselijk benieuwd hoe hun leven eruitziet. Dragen ze een hemd en een onderbroek zoals blanken? Hebben ze allebei een bed? Slapen ze naakt of in hun werkkleren of hebben ze een pyjama? Nuttigen ze echte maaltijden, op een stoel aan een tafel met mes en vork?
 
- Hij ziet niet in hoe poëzie in het leven van zijn vader past; hij vermoedt dat deze maar doet alsof. Als zijn moeder vertelt dat ze om aan de spot van haar zusters te ontkomen met haar boek moest wegkruipen op zolder, gelooft hij haar. Maar hij kan zich onmogelijk voorstellen dat zijn vader als jongen gedichten las, hij die nu alleen maar de krant leest.
 
- Hij begrijpt niet waarom zoveel mensen om hem heen een hekel aan Engeland hebben. Engeland is Duinkerken en de Slag om Engeland. Engeland doet zijn plicht en aanvaardt rustig, zonder drukte zijn lot. Engeland is de jongen tijdens de Zeeslag bij Jutland die bij zijn kanons bleef terwijl het dek onder hem brandde. Engeland is sir Lancelot du Lac en Richard Leeuwenhart en Robin Hood met zijn handboog van taxushout en zijn groene lakense pak. Wat kunnen de Afrikaners daartegenover stellen? Dirkie Uys, die zijn paard doodjakkerde. Piet Retief, die voor gek werd gezet door Dingaan. En dan de Voortrekkers die wraak namen door duizenden Zoeloes dood te schieten die geen geweren hadden, en daar nog trots op waren ook.
 
- Teneinde om halfnegen op school te zijn moet hij om halfacht de deur uit: een half uur lopen naar het station, een kwartier met de trein, vijf minuten lopen van het station naar school en een buffer van tien minuten met het oog op vertragingen. Maar omdat hij bang is om te laat te komen, gaat hij al om zeven uur de deur uit en is om acht uur op school. Daar kan hij in het zojuist door de conciërge geopende lokaal in zijn bankje gaan zitten en met zijn hoofd op zijn armen wachten.
 
- Hij is voortdurend ziedend van woede. Die man, noemt hij zijn vader als hij tegen zijn moeder spreekt, te zeer van haat vervuld om hem een naam te geven: waarom moeten we iets met die man te maken hebben? Waarom laat je die man niet naar de gevangenis gaan?
 
      

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

zondag 22 mei 2022

Boenin: Verzameld werk: deel 3

Boenin: Verzameld werk: deel 3 (Rusland, 1937-1952): 583 blz: Vertaald door Margriet Berg & Marja Wiebes (1997): Uitgeverij van Oorschot, de Russische bibliotheek
 
Rainbow paperback  -  Verzamelde werken 3 Verhalen 1930-1953 ; Het leven van Arsenjev
 
De eerste 311 bladzijden van het derde deel van het verzameld werk van Ivan Boenin bestaan uit de autobiografische roman "Het leven van Arsenjev" die gebaseerd is op de jeugdherinneringen van de schrijver en wat mij betreft het mooiste dat Boenin heeft geschreven. "Het leven van Arsenjev" is arm aan feitelijke gebeurtenissen, maar rijk aan sfeerbeschrijvingen. Zoals gebruikelijk een aantal citaten:
 
- "Dingen en daden die niet opgeschreven zijn, worden door het duister bedekt en overgeleverd aan het graf der vergetelheid, opgeschreven echter leven ze voort ..." ...
 Wij hebben geen besef van ons begin of einde. En ik vind het erg jammer dat ze me hebben verteld wanneer ik precies ben geboren. Als ze dat niet hadden gedaan zou ik nu geen idee van mijn leeftijd hebben gehad - temeer daar ik er nog helemaal geen last van heb - en zou ik ook vrij zijn van de gedachte dat ik over tien of twintig jaar zal doodgaan.

- De eerste plaats onder deze gebeurtenissen wordt ingenomen door de eerste reis van mijn leven, die verder en uitzonderlijker was dan al mijn latere reizen. Mijn vader en moeder gingen naar dat verboden land dat de "stad" heette en namen mij mee. Toen voelde ik voor het eerst de zoetheid van een droom die werkelijkheid wordt, maar tegelijk ook de angst dat het om de een of andere reden niet door zou gaan.

- Ik begon me in hem [zijn vader] te verdiepen en kwam het een en ander aan de weet: dat hij nooit iets uitvoerde - hij bracht werkelijk zijn dagen door in dat gelukzalige niets-doen dat toen niet alleen voor het leven van de plattelandsadel doodgewoon was, maar voor het Russische leven in het algemeen ...

- Mensen reageren geheel verschillend op de dood. Er zijn mensen wier hele leven in het teken van de dood staat, die van hun prille jeugd af een verscherpt gevoel voor de dood bezitten (vaak krachtens een even verscherpt gevoel voor het leven). De protopope Avvakoem verhaalt over zijn jeugd: "Toen ik op een dag bij een buurman een dood stuk vee zag, ben ik 's nachts opgestaan en heb voor de icoon mijn ziel luide beweend, denkend aan de dood, aangezien ook ik zal sterven ..." Tot dat soort mensen behoor ook ik.

- Alles in de wereld was trouwens doelloos, je wist niet waarom het bestond, en dat voelde ik toen al.

- In Rozjdestvo zag ik ook de grootste pracht en praal: in de kerk. Op ogen die alleen gewend waren aan graan, gras, dorpsstraten, geteerde boerenkarren, schoorsteenloze boerenhuisjes, bastschoenen, hennepen kielen, op oren die gewend waren aan stilte, aan het zingen van leeuweriken, het gepiep van kuikens en het gekakel van kippen, maakte dat alles - die hoge koepel met de dreigende grijsharige Sabaoth, die zijn handen boven de lila wolkenhemel en zijn golvende uitwaaierende gewaden uitstrekte, de gouden iconostase, de iconen in de gouden lijsten, de als een helder gouden vuur heet oplaaiende, scheef en in overvloed voor het feest opgestelde en elkaar tot smelten brengende dunne waskaarsen, het luide en valse gezang van de kerkdienaar en de koster, de gewaden van de priester en de diaken, de uitroepen en voorlezingen in een verheven en niet helemaal begrijpelijke taal, de buigingen en de pittige geur van de dichte wierook die opsteeg uit het behendig opgezwaaide en met zijn zilveren kettingen rinkelende wierookvat - een vorstelijke, weelderige indruk en bracht de ziel in feestelijke verrukking ...

- Nikolaj begon mij op een keer mijn toekomst te schilderen - ach ja, zei hij schertsend, wij zijn dan natuurlijk totaal geruïneerd, en jij zult als je groot bent een baantje zoeken, ambtenaar worden, trouwen, kinderen krijgen, wat geld bij elkaar sparen en een huisje kopen - en ineens voelde ik de hele verschrikking en laagheid van een dergelijke toekomst zo duidelijk, dat ik in snikken uitbarstte ...

- Er klonk heel vaak trots in de woorden van Rostovtsev. Trots waarop? Natuurlijk op het feit dat wij, Rostovtsevs, Russen waren, echte Russen, die een heel bijzonder, eenvoudig, op het oog bescheiden leven leidden, dat tegelijk het echte Russische leven was en beter dan enig ander, want het leek immers slechts bescheiden, in werkelijkheid was het overvloediger dan ergens anders, was het de wettige schepping van de ware Russische geest, terwijl Rusland rijker, sterker, rechtvaardiger en beroemder was dan enig land ter wereld. Maar was die trots alleen de Rostovtsevs eigen? Later zag ik dat zeer velen die hadden, en nu zie ik nog iets anders: dat die trots een soort teken des tijds was en zich juist toen voordeed, en niet alleen in onze stad.

- Wat valt er nog meer over mijn schooltijd te vertellen? Gedurende die jaren veranderde ik van een kind in een jongeling. Maar hoe die verandering zich voltrok, weet wederom God alleen. Uiterlijk verliep mijn leven natuurlijk heel eentonig en alledaags. Steeds dezelfde weg naar school, steeds weer met tegenzin 's avonds datzelfde vervelende huiswerk maken voor de volgende dag, steeds weer die niet-aflatende droom over de naderende vakantie, steeds dat aftellen van de dagen die je nog scheidden van Kerstmis, van de zomervakantie, - ach, gingen ze maar sneller voorbij!
 
- Op het pleintje voor de muziektent stond midden in een groot bloemperk een fontein te spuiten, de bloemen besproeiend met een koele waternevel, en die frisheid en de koele, betoverende geur van de met water besprenkelde bloemen die, zoals ik later te weten kwam, gewoon "tabaksbloemen" heetten, is mij altijd bijgebleven: dat komt omdat die geur met een gevoel van verliefdheid samenhing, waarvan ik voor het eerst in mijn leven nog enkele dagen daarna de zoete pijn voelde. Ik kan die geur van tabaksbloemen tot op de dag van vandaag niet zonder opwinding ruiken, dank zij haar, dat meisje uit de provincie, dat nooit enig idee van mij heeft gehad of van het feit dat ik mijn leven lang keer op keer aan haar, aan de frisheid van die fontein en aan de klanken van de militaire muziek moet denken zodra ik die geur ruik ...
 
- Toen ze zo snel op ons afkwam en met een vriendelijke glinstering in haar agaten ogen ons vrijmoedig en stevig met haar in een smalle zwarte handschoen gestoken handje de hand drukte, snel begon te praten en te lachen, waarbij ze een paar keer vluchtig maar nieuwsgierig mijn kant opkeek, ervoer ik voor het eerst in mijn leven zo heftig en zinnelijk al dat bijzondere en beangstigende dat verscholen ligt achter lachende vrouwenlippen, in de kinderlijke klank van een vrouwenstem, achter de rondingen van vrouwenschouders, in de slankheid van een vrouwentaille, in dat onbeschrijflijke dat zelfs in een vrouwenenkeltje aanwezig is, dat ik geen woord kon uitbrengen.
 
- Hoeveel verlaten landgoederen en verwilderde tuinen komen er niet voor in de Russische literatuur en met hoeveel liefde zijn ze altijd beschreven!
 
- Het was het begin van mijn jongelingsjaren, een tijd die voor iedereen verbazend is, maar die voor mij, als gevolg van bepaalde persoonlijke eigenschappen, wel heel bijzonder was: ik had bijvoorbeeld zulke scherpe ogen dat ik alle sterren in de Plejaden kon zien, een gehoor waarmee ik het fluiten van een marmot in het avondlijke veld op een werst kon horen en een reukzin waardoor ik als het ware bedwelmd raakte wanneer ik de geur van een lelietje-van-dalen of van een oud boek opsnoof ...
 
- Bij elke genezing is er een bijzondere morgen waarop je bij het ontwaken eindelijk weer ten volle de simpelheid, de alledaagsheid doorvoelt die gezondheid is, een terugkeer tot de normale toestand, ook al onderscheidt die zich van de toestand van vóór de ziekte door nieuwe ervaring en wijsheid.
 
- Wanneer je naar huis terugkeert denk je altijd dat er tijdens je afwezigheid iets is gebeurd, dat er een bijzondere brief of een belangrijk bericht is gekomen. Meestal blijkt dat er niets is gebeurd en dat er niets is gekomen.
 
- "Houdt u van Toergenjev?" vroeg ze. Ik zweeg verward - omdat ik op het platteland was geboren en getogen werd mij altijd die vraag gesteld en nam men automatisch aan dat ik van Toergenjev hield.
 
- De volgende dag maakte ik, in een rustig helder ochtendregentje dat nu eens ophield en dan weer begon, vanuit Vasiljevskoje een rit te paard tussen het omgeploegde en braakliggende land. De boeren ploegden en zaaiden. De ploeger liep blootsvoets achter de haakploeg, wiegend en met zijn witte, schuinstaande voeten voortstrompelend in de zachte voren; het paard, gebogen, zich hevig inspannend, woelde de aarde om, en achter de ploeg in de voren tripte een blauwe roek die ieder ogenblik frambozerode wormen oppikte, achter de roek stapte met grote gelijkmatige stappen een oude man, blootshoofds en met een zaaizak over de schouder, die met een weids, edel-vrijgevig gebaar van de rechterhand de aarde in regelmatige halve cirkels met zaad bestrooide.

- Mensen wachten voortdurend op iets gelukkigs, iets interessants, ze dromen van een bepaalde vreugde, een bepaalde gebeurtenis. Daarom trekt reizen ook zo. En dan de vrijheid, de ruimte ... Het nieuwe, dat altijd iets feestelijks heeft, versterkt het gevoel dat je leeft, en dat is immers het enige wat we allemaal willen, wat we zoeken in iedere sterke emotie?
 
Het resterende gedeelte van dit derde deel bestaat uit verhalen, meestal  verhalen over de liefde. Veelal volgen deze verhalen een vast patroon. Een wat oudere man in betere doen laat zijn oog vallen op een knappe, onschuldige en veel jongere vrouw, vaak nog een meisje. Hij verleidt haar, ze hebben het een tijdje goed en dan trekt hij weer verder, haar zwanger en in schande achterlatend. Het zal wel gebruikelijk zijn geweest in die tijd, maar echt vrolijk kan ik hier toch niet van worden. Bij deze verhalen, één citaat:
 
- Hij was in lange tijd niet in zo'n geanimeerde stemming geweest als deze avond, dankzij haar, en die laatste gedachte wekte in hem een zekere ergernis. Ja, van jaar tot jaar, dag in dag uit wachtte je heimelijk maar op één ding: een gelukkige amoureuze ontmoeting, je leefde eigenlijk alleen door de hoop op zo'n ontmoeting - en het werd nooit iets ...
 
Lees verder in mijn bespreking van het vierde deel van Boenins "Verzameld werk".
 
      

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.