dinsdag 21 juni 2022

J.M. Coetzee: Portret van een jongeman

J.M. Coetzee: Portret van een jongeman (Zuid-Afrika, 2002): 208 blz: Vertaald door Peter Bergsma (2002): Uitgeverij Cossee
 

 
"Portret van een jongeman" is het tweede deel van de autobiografische trilogie van J.M. Coetzee. In het eerste deel "Jongensjaren" hebben we gezien hoe John opgroeide in de provincie in Zuid-Afrika.
 
In het begin van "Portret van een jongeman" woont John inmiddels in Kaapstad en studeert hij wiskunde aan de universiteit. Wiskunde studeren is voor John een middel, hij wil als wiskundige zijn geld verdienen en vervolgens een groot dichter worden. 
 
Na de universiteit houdt John het voor gezien in Zuid-Afrika en reist hij af naar Londen. Daar vindt hij werk als computerprogrammeur. Het boek gaat enerzijds over het werk dat John doet en anderzijds over zijn liefdesleven. Op beide terreinen beschrijft hij zichzelf met de nodige zelfspot, wat het boek in ieder geval voor mij, zeer aangenaam maakt om te lezen. Net als in het eerste deel gebruikt Coetzee korte zinnen en uiterst korte alinea's.
 
Citaten:
- Maar hij kan niet eeuwig alleen blijven wonen. Het eropna houden van een minnares hoort bij het leven van een kunstenaar: ook al slaagt hij erin de huwelijksval te omzeilen, wat hij zeker zal doen, hij zal een manier moeten vinden om met vrouwen samen te leven. Kunst kan niet met ontbering alleen worden gevoed, met verlangen, eenzaamheid. Er moet ook intimiteit, hartstocht, liefde zijn.

- Er zijn twee, misschien drie plaatsen op de wereld waar het leven werkelijk intens kan worden geleefd: Londen, Parijs, misschien Wenen. Parijs komt op de eerste plaats: stad van de liefde, stad van de kunst. Maar om in Parijs te wonen moet je op zo'n chique school hebben gezeten waar ze Frans geven. Wat Wenen betreft, Wenen is voor joden die hun geboorterecht weer komen opeisen: logisch positivisme, twaalftonige muziek, psychoanalyse. Blijft over Londen, waar Zuid-Afrikanen geen papieren op zak hoeven te hebben en waar de mensen Engels spreken.

- De kranten staan vol advertenties voor computerprogrammeurs. Een graad in de wiskunde wordt aanbevolen maar niet geëist. Hij heeft van computerprogrammeren gehoord, maar wat het precies inhoudt is hem niet duidelijk. Hij heeft nog nooit een computer gezien, behalve in stripverhalen, waar computers worden voorgesteld als doosachtige gevallen die rollen papier uitspugen. Voor zover hij weet zijn er geen computers in Zuid-Afrika.

- Na het gesprek krijgt hij een IQ-test. Hij heeft IQ-tests altijd leuk gevonden, heeft er altijd goed bij gescoord. Hij is over het algemeen beter in tests, tentamens, examens, dan in het echte leven.

- Er zijn nog meer opzichten, zo blijkt, waarin proza anders is dan poëzie. In poëzie kan de handeling overal en nergens plaatsvinden: het maakt niet uit of de eenzame vissersvrouwen in Kalkbaai of Portugal of Maine wonen. Proza, daarentegen, lijkt hardnekkig om een specifieke achtergrond te zeuren.

- Fransen zijn het beschaafdste volk ter wereld. Alle schrijvers die hij hoogacht zijn doorkneed in de Franse cultuur; de meesten beschouwen Frankrijk als hun geestelijke thuis - Frankrijk en, tot op zekere hoogte, Italië, al schijnt Italië zware tijden door te maken. Al sinds zijn vijftiende, toen hij een postwissel van vijf pond en tien shilling naar het Pelham Institute stuurde en in ruil een grammaticaboek ontving plus een reeks oefenbladen om in te vullen en ter beoordeling aan het Instituut te retourneren, probeert hij Frans te leren.
 
- Want hij heeft geen aanleg voor liegen of bedriegen of regels aan zijn laars lappen, net zoals hij geen aanleg heeft voor plezier maken of opvallende kleding. Hij heeft alleen maar talent voor ellende, doffe, eerlijke ellende. Als deze stad ellende niet beloont, wat heeft hij hier dan te zoeken?
 
- Net zoals hij aan de ene kant op afstand verliefd is geworden op Ingeborg Bachman en aan de andere op Anna Karina, zo zal, vermoedt hij, zijn aanstaande hem uit zijn werken moeten leren kennen, verliefd moeten worden op zijn kunst voordat ze zo dwaas is om op hemzelf verliefd te worden.

- Wat heb je als minnaar, als schrijver, meer nodig dan een soort stompzinnige, ongevoelige koppigheid, gepaard aan de bereidheid om de ene mislukking na de andere te incasseren?
 Wat hem mankeert is dat hij niet bereid is om een mislukking te incasseren. Hij wil een tien of een uitmuntend of een score van honderd procent voor elke poging die hij onderneemt, met een dik Uitstekend! in de kantlijn.
 
      

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten