Posts tonen met het label Tsjechov. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Tsjechov. Alle posts tonen

zaterdag 7 oktober 2023

Anton P. Tsjechov: Verzamelde werken: deel 3

Anton P. Tsjechov: Verzamelde werken: deel 3 (Rusland, 1887-1888): 598 blz: Vertaald door Tom Eekman, Aai Prins en Anne Stoffel (2006): Uitgeverij van Oorschot, serie de Russische bibliotheek
 

 
Er is niets wat ik met zoveel plezier lees als de verhalen van Tsjechov. Deze verhalen zijn ook eindeloos herleesbaar. Ik ben nu voor de vierde keer bezig met het lezen van de verzamelde verhalen en een aantal verhalen heb ik al zes keer gelezen.
 
In het derde deel van zijn verzamelde werken, die geschreven zijn in 1887 en 1888, is Tsjechov goed op dreef. Er staan prachtige verhalen in als "Verotsjka", "De rechercheur", "Volodja", "De kus", "Kasjtanka", geschreven vanuit het perspectief van een hondje, "De naamdag" en vooral het lange verhaal "De steppe" dat één van de absolute hoogtepunten uit het oeuvre van Tsjechov is. Maar eigenlijk zijn alle verhalen uit dit deel de moeite meer dan waard. Doe u zelf een plezier, ga Tsjechov lezen en neem er op uw gemak de tijd voor!
 
Citaten:
- In het algemeen heeft een frase, hoe fraai en diepzinnig ook, alleen effect op onverschillige mensen, maar ze kan niet altijd degenen bevredigen die gelukkig of ongelukkig zijn; daarom drukt het grootste geluk, het diepste ongeluk zich meestal uit zonder woorden: verliefde mensen begrijpen elkaar beter als ze zwijgen, en een bewogen, hartstochtelijke rede aan een graf beroert alleen buitenstaanders, terwijl de weduwe en de kinderen van de gestorvene hem koud en waardeloos vinden.
 
- "... Je houdt nooit zoveel van je dierbaren als wanneer je de kans loopt ze te verliezen."
 
- Ongelukkige mensen zijn egoïstisch, kwaadaardig, onbillijk, wreed en minder goed dan stommeriken in staat elkaar te begrijpen. Ongeluk verenigt niet, maar splijt, en zelfs waar je zou denken dat mensen verbonden moesten zijn door de gelijksoortigheid van hun smart komt het tot veel meer onrechtvaardigheid en wreedheid dan onder betrekkelijk tevreden mensen.
 
- Een levend organisme is in staat zich snel aan te passen, te wennen aan en zich vertrouwd te maken met de meest uiteenlopende omstandigheden, anders zou de mens elk ogenblik moeten voelen wat een irrationele basis zijn rationele handelingen vaak hebben en hoe weinig zinnige waarheid en overtuiging er nog te vinden is op zulke verantwoordelijke gebieden als onderwijs, rechtspraak en literatuur, waar de resultaten zo verschrikkelijk kunnen zijn ...
 
-  Vroeger waren de mensen eenvoudig, ze dachten minder na, daarom losten ze problemen ook moedig op. Wij denken te veel, de logica heeft ons aangevreten ... Hoe hoger ontwikkeld een mens is, hoe meer hij nadenkt en zich in allerlei finesses begeeft, des te besluitelozer en argwanender is hij en met des te meer angst pakt hij een zaak aan. 

- Hij beende door de kamer en ging door met zijn fantasieën. Hij bedacht: wat nu als zijn vrouw inderdaad mee zou gaan naar het buitenland? Het is zo prettig om alleen te reizen, of in het gezelschap van luchtige, zorgeloze vrouwen die bij het ogenblik leven en die niet de hele reis alleen maar over de kinderen denken en praten, zuchten, schrikken en beven bij elke kopeke die je uitgeeft. Ivan Dmitritsj stelde zich zijn vrouw voor in een treincoupé met een hele lading bundeltjes, mandjes en pakjes; ze zucht ergens over en klaagt dat ze van de reis hoofdpijn heeft, dat ze veel geld kwijt is; om de haverklap moet hij er bij een station uit om thee, boterhammen of water te halen ... Uit eten gaan, dat kan niet, dat is te duur ...

- Op de verdieping boven hen was een energiek manspersoon, waarschijnlijk een conservatoriumleerling, op de piano een rapsodie van Liszt aan het instuderen met zoveel vuur dat het was of er een goederentrein over het dak reed. [Bij het lezen van deze passage moest ik aan een vriend denken die ruzie had met zijn buurman omdat hij op de meest onmogelijke tijden piano speelde]

- Niet iedereen verstaat de kunst om op tijd zijn mond te houden en op tijd weg te gaan. Het gebeurt niet zelden dat zelfs diplomatieke lieden met een wereldse opvoeding niet merken dat hun aanwezigheid in de vermoeide of druk bezette gastheer een gevoel opwekt dat op haat lijkt, en dat dat gevoel krampachtig verhuld en met leugens overdekt wordt.

- Een woord is geen mus: als het naar buiten is gevlogen vang je het niet meer.

- Pavel Vasiljevitsj hield alleen van zijn eigen schrijfsels, als hij die van anderen moest lezen of aanhoren, hadden ze op hem altijd de uitwerking van een vuurmond die recht op zijn gezicht was gericht.
 
- "Dus vóór de pastei een borrel," vervolgde de griffier halfluid; hij liet zich zo meeslepen dat hij als een zingende nachtegaal niets hoorde dan zijn  eigen stem 

- Het oude vrouwtje is in de hele woning de enige die de moed niet laat zakken. Haar verleden indachtig is ze smerig en zwaar werk gaan doen. Op vrijdagen schrobt ze bij de joden in de bank van lening de vloeren, op zaterdagen wast ze bij kooplui aan huis en op zondagen rent ze van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat de stad af op zoek naar weldoensters. Iedere dag heeft ze wel een karweitje. Ze wast en ze schrobt vloeren, helpt kinderen ter wereld, koppelt, bedelt. Weliswaar laat zij van ellende evenmin de fles staan, maar ook dronken vergeet ze haar plichten niet. Rusland telt veel van zulke taaie oudjes, en hoeveel welzijn hangt er wel niet van hen af!
 
- "Nee heus!" onderbreekt de conducteur hem. "Niemand is verontwaardigd, niemand protesteert! En waarom? Heel simpel! Schurkenstreken wekken alleen verontwaardiging en vallen alleen dan op als het incidenten zijn, als ze de orde verstoren; maar hier, waar ze, met permissie, allang vaste prik zijn en aan de basis liggen van diezelfde orde, waar iedere biels er de sporen van draagt en ernaar ruikt, worden ze al te snel een gewoonte! Jazeker!"
 
- In de avondnevel is alles zichtbaar, maar de kleur en de omtrekken van de dingen laten zich moeilijk onderscheiden. Alles doet zich anders voor dan het is. Onder het rijden zie je ineens voor je, pal aan de weg, een silhouet staan dat op een monnik lijkt; hij beweegt niet, wacht en houdt iets in zijn handen ... Het zal toch geen struikrover zijn? De gestalte komt naderbij, groeit, daar is hij op gelijke hoogte met de brik, en dan zie je dat het geen mens is, maar een eenzame struik of een grote kei. Zulke onbeweeglijke figuren staan op de heuvels iemand op te wachten, verschuilen zich achter grafheuvels, steken hun hoofd uit het onkruid, en allemaal lijken ze op mensen en wekken ze argwaan.
 
- Onder het eten was een algemeen gesprek gaande. Uit dit gesprek begreep Jegoroesjka dat al zijn nieuwe kennissen ongeacht het verschil in jaren en karakters één ding gemeen hadden dat hen op elkaar deed lijken: het waren allemaal mannen met een schitterend verleden en een heel akelig heden; over hun verleden praatten ze stuk voor stuk enthousiast, maar voor het heden koesterden ze bijna verachting. Een Rus mag graag herinneringen ophalen, maar leven doet hij niet graag; Jegoroesjka wist dit nog niet, en voordat de gierstebrij op was, geloofde hij al heilig dat de mannen rond de ketel door het lot vertrapt en gekrenkt waren.

- Aan de gierstebrij zei niemand iets, allen dachten na over wat ze zojuist hadden gehoord. Het leven is  griezelig en wonderbaarlijk, dus wat voor griezelverhaal je in Rusland ook vertelt, hoe je het ook verfraait met roversnesten, lange messen en wonderen - in het hart van de toehoorder zal het altijd klinken als een echo uit het echte leven, en alleen wie zeer onderlegd is in de letteren zal wantrouwend een wenkbrauw ophalen, maar er dan toch het zwijgen toe doen.

- Vader Christofor en Ivan Ivanytsj waren klaar met theedrinken en zaten te fluisteren. De eerste glimlachte gelukzalig en kon er blijkbaar maar niet over uit dat hij met de wol zo'n mooie winst had gemaakt; het was niet zozeer de winst zelf die hem blij maakte, als wel de gedachte dat hij, eenmaal thuis, heel zijn grote gezin bijeen zou roepen, listig zou knipogen en in schateren uitbarsten; eerst zou hij iedereen foppen en zeggen dat hij de wol onder de kostprijs had verkocht, maar daarna zou hij zijn schoonzoon Michajlo zijn dikke portemonnee geven en zeggen: "Hier pak aan! Zo moet je zaken doen!"

- Wat moet ik tegen hem zeggen? dacht ze. Ik zal zeggen dat liegen als een bos is: hoe verder je erin gaat, hoe moeilijker je eruit komt.

- Olga Michajlovna praatte aan één stuk door. Ze wist uit ervaring dat het, als je gasten moest bezighouden, veel makkelijker en prettiger was te praten dan te luisteren. Als je praat, hoef je niet op te letten, geen antwoorden op vragen te verzinnen en niet van gelaatsuitdrukking te wisselen.
 
Lees verder in mijn bespreking van deel 4 van de verzamelde werken.

  

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

woensdag 15 juni 2022

Hans Boland: Het Nederlands van Tsjechov

Hans Boland: Het Nederlands van Tsjechov: Pleidooi voor een emancipatie van de vertaalkunst (Nederland, 2021): 160 blz: Uitgeverij Pegasus
 
Het Nederlands van Tsjechov
 
Hans Boland is een van Nederlands bekendste vertalers van Russische literatuur. Hij is ook omstreden omdat hij nogal uitgesproken opvattingen heeft over de kunst van het vertalen. Boland is een groot voorstander van een vrije vertaling in tegenstelling tot een woordelijke. 
 
In "Het Nederlands van Tsjechov" geeft hij een aantal voorbeelden uit zijn vertaling van Tsjechov, waarbij hij aangeeft hoe hij te werk is gegaan. Vaak geeft hij dan eerst een letterlijke vertaling van een Russische tekst en laat hij vervolgens zien wat hij ervan gemaakt heeft.
 
"Het Nederlands van Tsjechov" is een onderhoudend boekje waarin Boland een leuk inkijkje geeft in de keuken van een vertaler. De opvattingen van Boland worden mooi onder woorden gebracht in de citaten: 

- Gerrit Komrij heeft ooit een poging gewaagd de vertaling van één en hetzelfde gedicht door een heel peloton vertalers - leken, professionals en schrijvers - objectief te beoordelen op kwaliteit. Hij komt tot de conclusie dat de vertaling van een gedicht in de eerste plaats een nieuw gedicht hoort op te leveren; dat is ook mijn standpunt. Vanuit datzelfde perspectief behoort de vertaling van literair proza in de eerste plaats literair proza op te leveren.
 
- Een schrijver, dus ook een vertaler, kan alleen een authentieke toon creëren door de taal van zijn eigen tijd te hanteren. Dat in Tsjechovs verhalen geen hypermodern rappersjargon of Silicon Valley Amerikaans past spreekt misschien vanzelf, maar dat er geen verouderde uitdrukkingen in thuishoren als "loop naar de duivel" of "schik hebben in" is al minder vanzelfsprekend: ik vind het van een oubolligheid die je niet verwacht uit de mond van Tsjechov, een collega-vertaler heeft er misschien minder moeite mee.
 
- Met mijn vertaling van de beste verhalen van Tsjechov heb ik geprobeerd een Tsjechov te scheppen die in Rusland is geboren en vertelt over Russische zaken, maar in het Nederlands denkt en schrijft - anno 2021.
 
- In vertalersland hechten velen nog altijd aan het dogma dat een roman of kort verhaal in een vertaling exact evenveel zinnen dient te bevatten als in het origineel. Die opvatting mag wat mij betreft naar de prullenbak worden verwezen - dogma's zijn het terrein van de godsdienst, niet van de kunst.
 
- Zelfs de grootste schrijvers zijn dankbaar dat hun teksten worden geredigeerd en gecorrigeerd door redacteuren en correctoren. Niet dat ik de behoefte heb om het Russisch van Tsjechov te redigeren, maar zijn Nederlands, inclusief de alineaverdeling daarvan, is mijn zaak.
 
- In vertalingen van filosofische werken, van juridische haarkloverijen en van handleidingen voor wasmachines en auto's is het van groot belang een en hetzelfde begrip steeds met een en hetzelfde woord te vertalen. Goede literatuur daarentegen vermijdt lexicale herhalingen waar mogelijk; voor de literair vertaler moet dat zo mogelijk een nog dwingender stelregel zijn.
 
- ... leent Nederlands zich in tegenstelling tot Russisch heel gemakkelijk voor de vorming van nieuwe woorden door middel van samenstellingen ("coronadepressie", "verkeershufter"); ook dat zorgt voor lexicale variatie.
 
- Het is een absurd idee dat je in een Nederlandse vertaling geen lexicon zou mogen gebruiken dat in de brontaal niet als zodanig bestaat.
 
- Als schrijver leg je bij wijze van spreken met elk woord dingen uit aan de lezer - daar ben je schrijver voor. Objecten, begrippen of omstandigheden waarvan hij weet of moet aannemen dat de lezer er niet mee bekend is verklaart hij nader door ze te omschrijven of ze vanuit de context voor zichzelf te laten spreken, en als ook dat niet werkt voegt hij een voetnoot toe.
 
- Typisch Nederlandse woorden vormen de bloedsomloop van een vertaling die - in tegenstelling tot een zogenaamd "letterlijke", "woordelijke", dan wel "tekstgetrouwe" vertaling - een literaire tekst verdient.
 
- Een van mijn recensenten gaf me het compliment dat ik met woorden kan "goochelen". Hij bedoelde natuurlijk "toveren", want advocaten en politici goochelen met woorden maar schrijvers - en bijgevolg ook literair vertalers - toveren ermee als ze op dreef zijn.
 
- Tsjechov in het Russisch voert geregeld personages op die met een accent spreken of woorden gebruiken waaruit hun Oekraïense of (semi-)buitenlandse achtergrond blijkt. Als vertaler heb je dan de neiging dit niet-algemeen beschaafde taalgebruik in de brontaal te vervangen door niet-algemeen beschaafd Nederlands. Dat is riskant, omdat het al heel snel lachwekkend wordt; zo heb ik weleens een vertaling van Gogols met oekraïenismen doorspekte Taras Boelba gelezen vol (pseudo-)Vlaams, alsof dat de Nederlandse lezer zou helpen zich te laten meenemen naar de plaats van handeling, de Oekraïene.
 
- Het is een volstrekt irrealistisch streven - een fake streven - om vertaalde literatuur te presenteren in de taal van haar ontstaanstijd: men vergeet dat een literaire tekst wordt bewaard en zo goed mogelijk behoed in zijn gebalsemde stoffelijk overschot - de woorden en zinnen waaruit de tekst is geconstrueerd en waarvan we niet alleen de semantiek maar zelfs de klanken niet met zekerheid kunnen achterhalen - maar dat de geest of voor mijn part de ziel ervan voortleeft in levende, zich van eeuw tot eeuw en van minuut tot minuut ontwikkelende taal.
 
        
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

zondag 28 mei 2017

Michel Krielaars: Het brilletje van Tsjechov

Michel Krielaars: Het brilletje van Tsjechov: Reizen door Rusland (Nederland, 2014): 406 blz: Uitgeverij Atlas Contact

Het brilletje van TsjechovNog voordat ik met dit blog begon, in maart 2014 heeft Bettina een zeer enthousiaste recensie over "Het brilletje van Tsjechov" geschreven. Bettina was zo gegrepen door de persoon van Tsjechov dat ze daarna begonnen is met het lezen van Tsjechov zelf.

Als een boek het voor elkaar krijgt dat mensen het werk van een van de grootste schrijvers uit de wereldliteratuur (mijn mening) gaan lezen dan is dat boek wat mij betreft meer dan geslaagd.

Bij mij ging het andersom, ik had alle verhalen van Tsjechov zojuist voor de derde keer gelezen en was benieuwd wat Krielaars daar over te zeggen had.

Krielaars reist door Rusland aan de hand van Tsjechov. Dit houdt in dat hij plaatsen bezoekt waar Tsjechov gewoond heeft (Taganrog, Moskou, Melichovo, Jalta) en de plaatsen waar hij doorheen gereisd is op weg naar Sachalin in 1890.

Krielaars geeft citaten uit het werk van Tsjechov (hij geeft helaas niet aan waar ze te vinden zijn) en hij bespreekt de huidige toestand van Rusland aan de hand van Tsjechov. De citaten zijn goed gekozen, maar de teksten van Krielaars over Tsjechov hebben volgens mij niet zo heel veel meerwaarde.

De problemen in Rusland zijn voor het grootste deel nog hetzelfde als 120 jaar geleden: een niet democratisch regime waar veel corruptie heerst, grote armoede, alcoholmisbruik en de ondergeschikte positie van vrouwen, die veelal in de prostitutie terechtkomen of met buitenlandse mannen trouwen.

De indeling van het boek in korte hoofdstukjes werkt zeer prettig en het boek leest ook erg makkelijk. De stijl van het boek vind ik dan weer wat minder. In dat opzicht haalt Krielaars het niet bij collega-reisschrijvers als Carolijn Visser en Lieve Joris.

Ook vind ik zijn observaties niet zo heel erg origineel. Al met al ben ik toch een stuk minder enthousiast dan Bettina. Voor een beknopte samenvatting van het leven van Tsjechov die zeer to the point is zie ook de recensie van Bettina.

Een aantal citaten:
- Zij doen alsof ze ons betalen, wij doen alsof we werken.

- Geleerden krijgen amper salaris. Alles wat in de Sovjet-Unie praktisch gratis was, zoals reizen en theaterbezoek, is nu nog slechts voor een kleine groep weggelegd.

- En hoe vaak heb ik niet van vrienden gehoord dat ze voor een operatie de behandeld arts een envelop met geld moeten toestoppen, om er verzekerd van te zijn dat hij zijn best doet? Volgens experts werkt het systeem bij zeker een kwart van alle behandelingen zo. Een chirurg die omgerekend 650 euro per maand verdient, ontvangt per operatie nog eens 650 euro extra van een patiënt. Als je ervan uitgaat dat hij twee operaties per dag verricht, dan kan hij zo een westers artsensalaris bij elkaar verdienen.

- Tot op de dag van vandaag is het conservatorium een burcht van beschaving. Er worden topmusici gekweekt, op bijna militaire leest. In Rusland speel je als kind geen viool of piano als hobby, maar als semiprofessional.

- "Weet je wat, Misja, we gaan naar mijn restaurant om verder te drinken, want die wodka hier is niet te zuipen. En ik heb ook veel beter vlees." "Ik moet nog een artikel schrijven," zeg ik als excuus. "Werken kun je ook morgen. Zo doen we het in Rusland altijd. Eerst zuipen en eten, en daarna een beetje werken. Bovendien zuig je dat nieuws toch uit je duim, want zo doen Russische journalisten dat ook. Die liegen alleen maar, omdat ze niet mogen schrijven wat er in Rusland werkelijk aan de hand is. Precies daarom lees ik geen kranten meer. In plaats daaarvan geniet ik van het leven."

- De trek naar de bruisende hoofdstad, waar 80 procent van het economische leven van Rusland zich afspeelt, is mét de uittocht naar het buitenland de enige permanente migratiebeweging in het hele land.

- Een treinreis maken is in Rusland zo ongeveer het leukste wat je kunt doen, omdat Russen altijd wel een praatje met je beginnen en je dan veel over hun altijd interessante en veelbewogen levens te weten kunt komen.

- Slimme autohandelaren hebben een maas in die importwet gevonden. Op de boot van Japan naar Rusland worden de auto's in stukken gezaagd en als losse onderdelen ingevoerd, waarna ze op de wal, als ze eeenmaal door de douane zijn geloodst, weer in elkar worden gezet. Een gevaar op de weg zijn die auto's natuurlijk wel, maar daar maalt in Rusland niemand om. Tenslotte hebben de meeste jonge Russen hun rijbewijs gewoon gekocht. Bovendien wil niemand in het Verre Oosten een Russische auto omdat die te slecht zijn.

- Het merendeel van de Joden in Rusland is uitermate geassimileerd. Een Russische Jood die Hebreeuws kent of enige Bijbelkennis heeft, is zeldzaam. Een Russische Jood die van een goed stuk varkensvlees houdt en op 1 januari de kerstboom opzet met het oog op het naderende Russisch-orthodoxe kerstfeest, dat dertien dagen na het onze begint, is daarentegen doodgewoon.

Met "Het brilletje van Tsjechov" ben ik voorlopig aan het einde gekomen van mijn lectuur over Tsjechov.

  

donderdag 25 mei 2017

Henri Troyat: Tsjechov

Henri Troyat: Tsjechov (Rusland, 1984): 311 blz: Vertaald door Clem Schouwenaars (1988): Uitgeverij de Prom

Nadat ik de biografie van V.S. Pritchett over Tsjechov voor de tweede keer had gelezen, had ik nog een andere biografie over Tsjechov in de kast liggen: die van Henri Troyat

Troyat werd in 1911 in Rusland geboren en vluchtte samen met zijn familie naar Parijs na de Russische revolutie. Hij heeft zijn boek in het Frans geschreven en schreef ook biografieën van onder andere Toergenjew en Tolstoj.

In tegenstelling tot Pritchett gaat Troyat uitgebreid op het leven van Tsjechov in. De meeste feiten wist ik al uit de biografie van Pritchett en het stuk over Tsjechov uit "De geschiedenis van de Russische literatuur" van Karel van het Reve.

Ik vind het boek van Troyat wijdlopig en erger nog: het Nederlands van de vertaling leest tamelijk moeizaam, de vertaler heeft helaas niet de gave om het Frans in mooi lopend Nederlands om te zetten. Ik heb het boek weggelegd op bladzijde 109.

Zeker interessant voor wat betreft het levensverhaal van Tsjechov, maar de eerder gelezen biografie van Pritchett is in een veel prettiger leesbare stijl geschreven, geeft meer inzicht in zijn werk en is bovendien een stuk korter.

  

woensdag 24 mei 2017

V.S. Pritchett: Chekhov

V.S. Pritchett: Chekhov: A biography (Groot Brittannië, 1988): 227 blz: Uitgeverij Hodder & Stoughton

Product DetailsVeel biografen maken de fout om te uitgebreid te schrijven over het leven van de beschreven persoon.

Ik denk bijvoorbeeld aan de biografie over Proust van William Carter waarin tot in detail beschreven werd naar welke feestjes hij ging en wie hij daar allemaal ontmoette. Of de biografie over Peggy Guggenheim waarin haar liefdesleven zeer uitgebreid werd besproken, hoewel dat van geen enkel belang was voor haar werk.

Pritchett heeft voor het andere uiterste gekozen, hij bespreekt het werk en dan met name de verhalen, die zijns inziens het belangrijkste werk van Tsjechov vormen zeer uitgebreid. Je kunt het boek dan ook lezen als een zeer grondige literaire kritiek. Als je zoals ik net de complete verzamelde verhalen hebt gelezen, is dit een zeer prettige aanpak. Als je die verhalen nog niet hebt gelezen, dan heeft het weinig zin om dit boek te lezen.

Het leven van Tsjechov wordt maar zeer beknopt besproken, ik denk in nog geen 50 bladzijden tekst.

Een boek beoordeel je natuurlijk niet alleen op de inhoud, maar ook op de stijl. "Chekhov" is in zeer verzorgd Engels geschreven en is uiterst leesbaar. Wat mij betreft een geweldig boek, al zou je kunnen vinden dat het leven van Tsjechov er een beetje bekaaid van af komt.

 

donderdag 18 mei 2017

Vladimir Nabokov: De kunst van het lezen: Tsjechov

Vladimir Nabokov: De kunst van het lezen: Tsjechov (Rusland, 1981): 88 blz: Vertaald door Robbert-Jan Henkes & Erik Bindervoet (2004): Uitgeverij Hoogland & Van Klaveren

De kunst van het lezen - TsjechovNu ik klaar ben met het lezen van alle verhalen van Tsjechov zal ik de komende tijd aandacht besteden aan wat andere schrijvers over Tsjechov hebben gezegd.

De Russische schrijver Nabokov gaf aan zijn studenten op een Amerikaanse universiteit lessen in literatuur. Hij besprak met zijn leerlingen hoe je de groten uit de literatuurgeschiedenis kon lezen en wat je van hen kon leren. Vanzelfsprekend had hij daarbij veel aandacht voor de Russische literatuur. De collegeaantekeningen van Nabokov zijn bewaard gebleven en in boekvorm uitgegeven zodat nu iedereen er zijn voordeel mee kan doen. Bij uitgeverij Hoogland & Van Klaveren zijn dunne, mooi vormgegeven boekjes uitgegeven over respectievelijk Tsjechov, Dostojewski, Gogol, Toergenjew en Tolstoj.

Wat de Russische lezer pas echt aansprak, was dat hij in de helden van Tsjechov het type van de Russische intellectueel herkende, de Russische idealist, een merkwaardig en aandoenlijk schepsel dat in het buitenland niet erg bekend is en dat in het Rusland van de Sovjets niet kan bestaan. De intellectueel van Tsjechov is iemand die het diepste menselijk fatsoen waartoe de mens in staat is, combineert met een bijna belachelijk onvermogen om zijn idealen en principes in daden om te zetten; iemand die geeft om morele schoonheid, het welzijn van zijn volk en het welzijn van het universum, maar in zijn privé-leven niet in staat is iets nuttigs te doen; die zijn provinciale leventje verbeuzelt in een waas van utopische dromen; die precies weet wat goed is, wat de moeite waard is om voor te leven, maar tegelijkertijd steeds verder wegzinkt in de modder van een eentonig bestaan, ongelukkig in de liefde, hopeloos ondoelmatig in alles - een goed iemand die het er niet goed afbrengt. Dat is het karakter dat - verkleed als dokter, student, dorpsonderwijzer en vele andere beroepsbeoefenaars - voorbijkomt in alle verhalen van Tsjechov.

Nabokov bepreekt in detail 2 verhalen: "De dame met het hondje" en "In het geuldal" en een toneelstuk "De meeuw". Over de twee verhalen is Nabokov erg enthousiast, over het toneelstuk heeft hij wel wat kritische opmerkingen.

Achter in het boekje staan nog 10 bladzijden met noten van de vertalers, waarbij steeds een aantal bestaande Tsjechov-vertalingen met elkaar worden vergeleken.

Tot slot nog een opmerking van de vertalers zelf: Waarom eigenlijk hervertalingen maken als er in plaats van fouten verbeterd, fouten bijgemaakt worden? Het schijnt dat de meeste hervertalers er uit principe hun voorgangers niet bijhouden of op naslaan, omdat ze "bang zijn beïnvloed te worden". Zo kunnen we lang wachten op een foutloze vertaling.

Het boekje is een aardige aanvulling op de Tsjechov-bibliotheek, maar zeker geen must.