Onno Blom: Memoires van een biograaf: In de voetsporen van Jan Wolkers (Nederland, 2018): 247 blz: Uitgeverij de Arbeiderspers, serie Privé-domein (Nr. 299)
Onno Blom heeft ruim 10 jaar gedaan over het schrijven van een dikke biografie over het leven en werk van beeldhouwer-schilder-schrijver Jan Wolkers. Voor een mooie bespreking van die biografie "Het litteken van de dood" zie het blog van
Koen. Tijdens het schrijven van die biografie hield Blom een aantekenboekje bij waarin hij af en toe wat opschreef wat met die biografie te maken had. Van die aantekeningen heeft hij een relatief klein boekje gemaakt dat als 299e deel is verschenen in de serie Privé-domein. Ik vind het een leuk en goed geschreven boekje dat een aardig beeld geeft van de mens Jan Wolkers. Het lijkt mij een uitstekende introductie tot het lezen van de hele biografie, maar dat zal ik wel nooit gaan doen.
Zoals gebruikelijk weer een aantal citaten:
- Toch moest ik grinniken, toen ik dacht aan die keer dat Jan, toen ik op het punt stond weer naar huis te vertrekken, ineens door de gang strompelde als Quasimodo. "Wat is dat op mijn rug?!" bulderde hij. "Een gezwel? Nee, het is mijn biograaf."
- In het laatste jaar van zijn leven groeide tussen de letterhamers van zijn Olivetti het spinrag. In het glinsterend web zat een klein, zwart spinnetje verstopt. Wolkers haalde zijn vingers snel weer van de toetsen. "Die mag ik toch niet storen met mijn geschrijf?" Hij liet het spinnetje op zijn hand lopen en zette het buiten in de tuin voorzichtig op de gifsla. "Als een lief koolmeesje het spinnetje ziet lopen," grinnikte Wolkers, "is hij toch nog verloren."
- Aan Annemarie stelde hij gnuivend van genot voor om haar reet te likken: "Veel kussen," besloot hij op 24 mei 1957 een brief aan haar, "op je mond, oren, erin vooral, kut, daar meer gelik over de hele lengte van de spleet, net of ik het sap uit een opengebarsten pruim oplik, je reet, met de prikkelende lucht van mest, net als bij die schapen toen, we lagen nota bene midden in de stront te neuken, in m'n neus."
- Wat weegt het zwaarst? Voor Jan Wolkers is het, bij alle waardering die hij in zijn leven heeft gekregen, frustrerend geweest dat zijn beeldend werk minder aandacht en waardering heeft gekregen dan zijn literaire werk. Hij noemde zich daarom nadrukkelijk "beeldhouwer-schilder-schrijver". In die volgorde.
- Toen de loodgieter bij Wolkers was aangekomen, had er een groot, dieproze doek op de ezel gestaan. "Wat vind je ervan?" had Wolkers trots gevraagd, terwijl hij zijn oog liefdevol liet dwalen over het naakte oppervlak van zijn spetterend roze schilderij. De loodgieter had even geaarzeld, maar zei toen: "Meneer Wolkers, wij Texelaars zijn altijd eerlijk. Het spijt me, maar ik vind het helemaal kut."
Waarop Wolkers antwoordde: "Dat is mooi dat je dat zegt, hè, ik zie er ook wel een kut in."
- Nadat Wolkers zichzelf naakt op het omslag van Groeten van Rottumerplaat had gezet, liet Reve weten dat hij zich nimmer als "zuurstokpiemel Wolkers" aan het volk zou willen tonen. Terwijl Reve op zijn verjaardagsfeestjes altijd zo vrolijk was rondgegaan met zijn lul op een schaal. Naast de augurkjes, een blaadje sla en een kloddertje mosterd.
- Het laatste oordeel was, schreef Wolkers in De walgvogel, "gewoon een supernaturistenkamp". Daarom nam Jan geregeld een vriendinnetje mee. Dat wees hij dan op een huiselijk aspect van het schilderij: "Dat alle vrouwen, of ze nu naar de hel of naar de hemel gingen, op elkaar leken. Dat kwam omdat steeds dezelfde vrouw voor al die standen geposeerd had. En dat was natuurlijk de vrouw van de kunstenaar geweest."
- Carel Peeters schreef in Vrij Nederland dat Brandende liefde kennelijk betekende: "ik denk altijd aan van dattum". Waarop Wolkers aankondigde dat zijn volgende roman zo geil zou zijn dat Peeters zijn stijve lul als bladwijzer kon gebruiken.
- Tijdens een tochtje met een vriendinnetje door de duinen bij Wassenaar , in 1942, Lien was toen zestien jaar, ontmoette ze Jan Wolkers en maakte een afspraakje met hem. Ze spraken af bij de klok in de Leidse Hout en gingen wat drinken in het theehuis. Jan had een hart van bruine borstplaat voor haar meegenomen, waarop in witte sierletters stond geschreven: "I love you". "Ik zou willen," zegt Lien, "dat ik het hart bewaard had. Maar het was oorlog, dus heb ik het achter elkaar opgegeten."
- Lien lacht. "Je moet weten: Jan had mooie blauwe ogen en kon goed vertellen met die bijzondere stem. Maar eigenlijk vond ik hem een beetje saai."
- Op de aanvraagkaart voor een gratis pak Rama, een soort margarine, vulde Wolkers in: "1. Ik heb de smaak van Rama vergeleken met die van ... stront gemengd met etter uit de zweren van een 80-jarige grijsaard. 2. Ik heb de smeerbaarheid van Rama vergeleken met die van ... een stuk rails van de Ned. Spoorwegen."
- Toen hij in de zomer van 1971 een week alleen doorbracht op Rottumerplaat rende hij poedelnaakt door de branding, zijn lul lekker vrij slingerend tussen zijn benen, en fotografeerde hij zichzelf naakt.
- Daarna werd de muziek ineens zacht en zwoel. Karina, eenentwintig jaar jong, liep op hoge hakken en in imitatiebontjas het toneel op. Loom kleedde zij zich uit en ging naakt op een verhoging staan. Vervolgens hulde Wolkers haar naakte lichaam met behulp van leukoplast en dikke dotten watten in een witte wolk. De zaal werd doodstil. "je kon," schreef Wolkers, "een nylon onderbroekje horen vallen."
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.