Carolijn Visser: Een tuin in de tropen (Nederland, 2005): 62 blz: Uitgeverij Augustus
In
"Een tuin in de tropen" wordt beschreven hoe een vrouw van in de
vijftig terugkeert naar Costa Rica waar ze vroeger een aantal jaren
heeft gewoond met haar toenmalige echtgenoot. Ze kan zich herinneren hoe ze
daar een enorme tuin had waar ze van alles liet groeien.
Je zou het boekje kunnen afdoen als een slap verhaaltje. Inhoudelijk is het inderdaad misschien niet zo bijzonder, maar de ingetogen trefzekere stijl maakt het tot een novelle die zeer prettig is om te lezen. Heel anders dan de andere boeken van Carolijn Visser maar zeker de moeite waard.
Je zou het boekje kunnen afdoen als een slap verhaaltje. Inhoudelijk is het inderdaad misschien niet zo bijzonder, maar de ingetogen trefzekere stijl maakt het tot een novelle die zeer prettig is om te lezen. Heel anders dan de andere boeken van Carolijn Visser maar zeker de moeite waard.
- Het was nog donker toen ik wakker schrok van een schorre stem. "Estoy aqui! Estoy aqui! Ik ben hier!" Ik knipte het licht naast mijn hoofd aan, maar er was niemand in mijn kamer. Buiten voor het raam werd geroepen, ik kon de aftershave van een man ruiken. Luiken werden opengetrokken, vrachtwagens draaiden de straat in.
Ik stond op en zag in de bundel van een koplamp hoe jonge mannen dozen en kratten uitlaadden. Het was marktdag vandaag. Of misschien was het hier wel altijd markt.
- Mijn man, mijn twee zoons en onze voortdurend wisselende knechten hadden altijd zoveel honger dat die niet te stillen leek. Ik gaf ze rijst en bonen, maar ook zelf gekweekte groenten. Vijf verschillende soorten hete pepers had ik in de tuin staan, uien, paprika's, avocado's. Ik koesterde mijn moestuin. Fruitbomen had ik ook, bananen, mango's en papaya's met hun stammen en bladeren van fluweel.
- Ik had geen spijt dat ik hem verlaten had. Maar het tropische schiereiland waar we hadden gewoond was de afgelopen tien jaar geen dag uit mijn gedachten geweest. Zou het waar zijn dat je meer kunt houden van een bepaalde plek dan van een man?
-
In Australië had ik bijna een jaar lang met Bruce in een eenzaam huis
vlak bij zee gewoond. Ik bracht mijn dagen door zoals op de finca met
wassen, koken en mijn groentetuin. Bruce had me geholpen die aan te
leggen. In het midden een hoog bed met verschillende soorten sla,
komkommers en pompoenen. Daaromheen kleinere bedden met kruiden, en een
heleboel verschillende pepertjes. Daar maakte ik sambal van die ik op
een wekelijkse markt verkocht.
-
Volgens Marcus hadden computers één groot voordeel. Als je geen trek in
ze had, kon je de stekker eruit trekken. Was dat bij mensen ook maar
zo!
-
Ik dacht dat hij wel los zou komen als ik geduldig wachtte en veel voor
hem overhad. Want mensen zijn net planten volgens mij, je hebt er die
overal gedijen en geen zorg nodig hebben: paardenbloemen zeg maar. Een
man als Bruce was meer een cactus, die bloeit alleen onder bijzondere
omstandigheden. Maar als je steeds maar aandacht geeft en je ziet niet
eens een knop ontstaan, word je moedeloos.
Patrick:
- "En bij volle maan ga ik op krokodillenjacht." In zijn tuin had hij een kajak liggen waarmee hij bij springtij de rivier op voer. De krokodillen dreven daar rond in zulke aantallen dat je ze voor het uitzoeken had. Als hij er een geschoten had, legde hij hem over de punt van zijn kajak en zo peddelde hij naar huis. De volgende dag stond er krokodil op het menu van het plaatselijke restaurant.