Posts tonen met het label Midden-Oosten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Midden-Oosten. Alle posts tonen

dinsdag 5 november 2024

Lieve Joris: De poorten van Damascus

Lieve Joris: De poorten van Damascus (België, 1993): 274 blz: Uitgeverij Meulenhoff
 

 
Begin jaren 80 ontmoette Lieve Joris, tijdens een conferentie in Bagdad, de Syrische Hala. Ze raakten bevriend en Lieve Joris volgde Hala naar Damascus.
 
Twaalf jaar later besluit Lieve Joris om haar Syrische vriendin weer te bezoeken. Ze verblijft een aantal maanden bij Hala in Damascus. "De poorten van Damascus" geeft een prachtig inkijkje in het leven van een Syrische vrouw en haar familie. Een geweldig boek!
 
Citaten:
- Lieve Joris en haar vader kregen meteen laaiende ruzie.
 "Je hebt je helemaal niet verdiept in wat de Arabieren zelf van die oorlog vinden," verweet ik hem.
 "De Saoediërs zijn anders blij genoeg met de Amerikaanse interventie!" riep hij.
 "De Saoediërs!" Ik spuugde de woorden uit. "Die hebben het een en ander te verdedigen, ja! De grootste casinobezoekers en hoerenlopers ter wereld zijn het, en thuis  handen afhakken en hun vrouwen opsluiten. Mooie vrienden hebben de Amerikanen uitgezocht!"
 
- Het moet in die dagen zijn geweest dat ik weer aan Hala begon te denken. Ik ontmoette haar twaalf jaar eerder op een conferentie in Bagdad, waar we in het gewemel als magneten naar elkaar toetrokken. Al gauw ontvluchtten we de hoge zalen van het congresgebouw, wandelden in de soek, voerden koortsachtige gesprekken aan de oever van de Tigris. Toen ze naar Damascus vertrok, reisde ik haar spontaan achterrna. En daar ging de magie verder. Aan alles wat ik zag, gaf zij betekenis.
 
- Heb ik een man? En kinderen? Het liefst zou ik deze vragen ontwijken, want de antwoorden stellen zo teleur. Als ik zeg dat ik getrouwd ben, zullen ze zich afvragen waarom mijn man me alleen laat reizen. Dat er vrouwen zijn die geen kinderen willen, kunnen ze al helemaal niet begrijpen. Maar Ahmeds moeder zit zo verwachtingsvol naar me te kijken, dat ik tegen Hala zeg: "Vertel maar dat mijn man en ik geen kinderen kunnen krijgen." 
 Ze kijkt me vol medeleven aan. "Komt het door haar of door haar man?" wil ze weten. Ik heb meteen spijt van mijn leugen.
 
- Die middag hangen er vreemde kleren aan de waslijn. Pyjama's, trainingsbroeken, onderbroeken, geruite hemden. "Dat is het enige fysieke contact dat ik als getrouwde vrouw met mijn man heb," zegt Hala, "dat ik zijn kleren was."

- Nadat de verkoper een liter yoghurt en een pak brood op de toonbank heeft gelegd, kan hij zijn nieuwsgierigheid niet langer bedwingen. "Bulghari?" informeert hij, en als ik ontkennend het hoofd schud: "Ruski?" Hala maakt geen praatjes met verkopers - dat is het beste voor een vrouw alleen, zegt ze. Ik had me voorgenomen hetzelfde te doen, maar dat gaat me op mijn eerste verkenningstocht alleen door de buurt niet makkelijk af. Aan Oosteuropese vrouwen die getrouwd zijn met Syriërs zijn ze hier gewend, maar een "Beljikiyye" dat is iets nieuws.
 De drogist heeft in Duitsland gestudeerd en waarschuwt dat de Syrische tandpasta die hij verkoopt me lelijk zal tegenvallen. Als ik de kruidenier naar de kwaliteit van de lokale jam vraag, maakt hij een pot open en laat me proeven: met de vinger, welja, waarom niet. Hij raadt me af om papieren zakdoekjes te kopen, een doos tissues is veel voordeliger. Thuis moet Hala erom lachen. "Dat soort advies krijg ik nooit!"

- "De mensen zitten in de moskee omdat ze over niets anders mogen praten," zegt ze, "het is de enige bijeenkomst die niet verboden is. Als tien mensen op een willekeurige plaats bij elkaar komen, worden ze er al van verdacht een politieke beweging te vormen."
 
- "Wat koken jullie op feestdagen?" vroeg ze me. Ik wist tot mijn schande niet wat te antwoorden. Feestdagen, wat voor feestdagen? Verder dan tomatencrèmesoep, prinsessenboontjes en rosbief kwam ik niet - maar dat zijn gerechten uit mijn moeders keuken die ik zelf niet snel zou klaarmaken.

- Zahra is een beetje simpel, zegt Hala. Ze heeft zes keer dezelfde klas op de lagere school gedaan, ze ging maar niet over. Voor mannen heeft ze nooit enige interesse gehad. Op school was ze in vuur en vlam voor de Italiaanse zuster die voor de klas stond, later werd ze idolaat van de Heilige Maagd Maria, vervolgens van de zangeres Fayruz. Ze hing posters van haar op en praatte voortdurend over haar. Het doet me denken aan mijn mongoloïde zusje Hildeke, die verliefd wordt op quizmasters en de mannen van Dallas en Dynasty - zo verliefd dat ze de series op België, Nederland en Duitsland tegelijk volgt.
 
- Maar behalve Iraanse pelgrims zie ik op het plein ook veel Golf-Arabieren - de mannen die ervoor verantwoordelijk zijn dat Salim nog steeds geen auto heeft kunnen huren. Sommigen zijn vergezeld van een Syrische gids die er in hun omgeving extra klein en dociel uitziet. Iedereen weet waar zo'n Syrisch mannetje voor dient: hij brengt hen naar de bars, verborgen kamertjes en hoerenkasten van Damascus.

- "Het duurde nog wel zes jaren voor ik die telefoon kreeg," vertrouwde ze me toe, "maar dat kwam omdat ik verder helemaal geen wasta had." Een wasta is een kruiwagen die vereist is voor elke beweging voorwaarts die een Syriër wil maken. Hala had zelfs een wasta nodig om een gasfles voor tété's flat in Wadi al-Nakhla te kopen.

- Sahar vertelt dat ze laatst de Larousse heeft besteld. Het eerste deel kwam, het derde ook, maar het tweede heeft ze nooit ontvangen omdat daar de letter I van Israël in stond.

- "Ik heb zoveel mensen die vroeger idealen hadden, zien veranderen," zegt ze, "de meesten zijn door kleine voordelen aan dit regime gebonden. De prijs van een man is niet hoog: als je hem een auto in het vooruitzicht stelt, houdt hij al op te denken. Ik kan het begrijpen, maar niet accepteren."
 
- Naast me zit Nihals oudere zuster, die Engels studeert aan de universiteit. Hoewel haar Engels behoorlijk is, komt ons gesprek moeizaam op gang. Ze lijkt gewend te zwijgen, ze beantwoordt mijn vragen zonder me aan te kijken en tuurt dan weer afwezig naar de grond. Ja, ze heeft Shakespeare gelezen. Als ik informeer hoe ze hem vindt vergeleken met Arabische schrijvers, zegt ze: "Dat weet ik niet, we vergelijken niet, we bestuderen alleen de Engelse literatuur."
 "Maar als je  Arabische boeken hebt gelezen, kan je toch zelf vergelijken?"
 "Nee, want ik lees niet om te vergelijken, maar om Engels te leren."
 
- "Jullie kijken op de Golf-Arabieren neer, maar van hun geld zijn jullie niet vies," zeg ik.
 Hala houdt niet van zo'n boute uitspraak. "Als een vrouw lelijk is en maar één oog heeft, maar goed is vanbinnen," zegt ze, "zou je haar dan meteen vertellen dat ze lelijk is? Je zou ook kunnen beginnen met te zeggen dat ze een goed hart heeft."
 
= Arrogant vindt hij de Saoediërs - de manier waarop ze een pak geld uit hun smetteloze jurk trekken om een krant te betalen! Ik betrap mezelf soms op een zeker mededogen als ik hen zie. In hun eigen land ontlenen ze waardigheid aan de olierijkdom die hun in handen is gevallen, aan de hoge posities die ze bekleden. Hier zijn ze overgeleverd aan de grillen van het lokale sekstoerisme, wat hun iets bangelijks en verschrikts geeft.

- "De presidentiële familie houdt van auto's en doctorstitels," zegt Hala cynisch. Rifat heeft een titel van de Patrice Lumumba universiteit in Moskou, die speciaal is opgericht voor studenten uit de derde wereld. Iedereen weet dat het niet moeilijk is om daar een titel te behalen. Bovendien heeft Rifat zijn scriptie volgens sommigen door iemand anders laten schrijven, net als Elena Ceaușescu.
 
- Hala is rechtop gaan zitten en lacht geheimzinnig. "Asma en ik hadden na jouw vertrek nog een boeiend gesprek."
 "Wat dan?"
 "Hoe kan pater Léon bij ons op bezoek komen, hij is toch een christelijke priester?" vroeg Asma zodra ik de deur achter me had dichtgetrokken.
 "En waarom zou hij dan niet bij ons kunnen komen?" zei Hala.
 "De christenen houden toch niet van ons?"
 "Wie zegt dat? Hoe kom je daarbij?"
 "Dat voel ik op school," zei Asma, "de christelijke kinderen spelen altijd apart, ze moeten ons niet."
 "En Sahar dan, die heeft toch niets tegen ons?"
 Daar moest Asma even over nadenken. Sahar, dat was iets anders, zei ze.
 "En Lieve, die is toch ook christelijk?"
 Weer dacht Asma na. "Misschien is ze niet echt christelijk," aarzelde ze. Toen Hala betoogde dat het wel zo was, besloot ze: "Nee, Lieve is Lieve."
 
- "Binnen vijftig jaar zal je hier nog bitter weinig christenen zien. Zwartgesluierde vrouwen des te meer, en zoals je weet hebben alle moslims tien kinderen, dus ..." Ik protesteer, denkend aan Hala's vrienden die zelden meer dan twee kinderen hebben, maar maître Gaston wuift ongeduldig met zijn hand. "Dat is geen representatief milieu, bij dat soort mensen leer je de Syrische werkelijkheid niet kennen."

- Hun vrouwen herkennen ze aan de manier waarop ze zich kleden. Christenen laten zich inspireren door de Parijse mode, moslimvrouwen door Egyptische actrices: veel glitter, uitbundige krullen, felle make-up.

- Toen Armstrong op de maan landde, zei een sjeik in de moskee: Als je aan iemand vraagt of Armstrong op de maan is geweest en hij zegt ja, vraag het hem dan opnieuw. Als hij de derde keer nog steeds volhardt in zijn antwoord, dan mag je hem doden. Walid lacht schamper: de achterlijkheid!

- Mijn overbuurman zegt ondertussen dat ik mysterieuze ogen heb, beklaagt zich over het lawaai in het restaurant en nodigt me uit in zijn buitenhuis, de enige plaats waar we volgens hem echt kunnen praten. Ik lach hem uit. Niemand spreekt me hierna nog zo toe, en mijn belager zal nog vaak geplaagd worden met zijn avances.

- Onderweg vertrouwt iemand me toe dat hij een boek aan het schrijven is. Niet zomaar een boek, nee, een vierluik heeft hij in gedachten. De titel is er al: The Damascus Quartet. Ken ik The Alexandria Quartet van Lawrence Durrell? Zoiets moet het worden. Hij blijkt nog nooit iets geschreven te hebben. Als ik voorzichtig pols of zijn project niet wat te ambitieus is, of een bescheidener opzet misschien niet meer kans van slagen zou hebben, kijkt hij me verstoord aan: "Waarom zou ik me tevreden stellen met iets kleins als ik ook kan dromen over iets groots."

- Ik ben opgestaan; ik geloof dat ik een wodka nodig heb. Maar in de keuken word ik pas echt kwaad. Hoe krijgt ze het voor mekaar om na alle teleurstellingen die ze achter de rug heeft, te praten over Arabische identiteit! Ik loop terug naar de kamer. "Wat bedoel je eigenlijk? Heb je het over de ellende die ik hier al maanden meemaak? Je man in de gevangenis, je familie die je geen moment met rust laat, geen stookolie, geen water, geen elektriciteit - is dat het wat je zo nodig wil behouden? Noem je dat vrijheid om te kiezen?"

- Naar het resultaat van de verkiezingen lijkt niemand nieuwsgierig, maar op een middag komt Hala thuis met een anekdote. De campagneleider zou Assad gebeld hebben om hem te feliciteren. "Slechts 389 mensen hebben tegen U gestemd, meneer de president, wat wilt U nog meer!" Waarop deze met grimmige stem zou hebben geantwoord: "Hun namen."

  
 
Reacties op dit blog zijn meer  dan welkom.

zondag 27 oktober 2024

Lieve Joris: De Golf

Lieve Joris: De Golf (België, 1986): 157 blz: Uitgeverij Veen
 

 
Tussen de Nederlandstalige schrijvers van reisverhalen, zitten twee vrouwen die, wat  mij betreft, ver boven hun collega's uitsteken. Ik bedoel natuurlijk Carolijn Visser en Lieve Joris. De afgelopen maanden heb ik het complete oeuvre van Carolijn Visser herlezen en besproken met uitgebreide citaten. Nu wil ik hetzelfde gaan doen met het complete oeuvre van de Vlaamse Lieve Joris.

"De Golf" gaat over een uitgebreid bezoek van Lieve Joris aan de landen die aan de Perzische Golf liggen. In de eerste plaats natuurlijk Saoedi-Arabië, maar ook Koeweit en de Verenigde Arabische Emiraten, waarbij Lieve Joris een bezoek brengt aan Dubai, Abu Dhabi, Qatar en Bahrein. Het is Lieve Joris vooral te doen om te zien wat de invloed van de enorme olierijkdom is op het leven van gewone mensen. Onderstaande citaten spreken voor zich. "De Golf" is een mooi debuut.
 
Citaten:
- ... Ik heb de verhalen van mijn collega's gelezen zeg ik, ze gaan meestal over olie of over sjeiks, ik wil gewone Saoediërs ontmoeten, zien wat de olierijkdom in hun leven heeft veranderd.
 
- De weken daarvoor ben ik bestormd met wijze raad van Arabië-kenners. "Heb je al een sluier gekocht?" vroeg een Egyptische kennis me. "Zoveel mogelijk zwart dragen," zei een ander. Als ik de ambassadeur over de wenselijke outfit consulteer, geeft hij me een kleine demonstratie. Zijn been boven zijn bureau uitstekend, wijst hij met de hand onder de knie: zo lang moet de rok zijn. "No mini." Verder lange mouwen en een gesloten hals. "No décolleté."
 
- Voor ons staan enkele westerse vrouwen met hun man. In één oogopslag zie ik dat mijn kleding niet uit de toon valt bij de hunne. Halflange grijze rok, witte bloes, geblokt colbertje - een secretaresse zal ik me de volgende maanden vaak voelen. Koningin Elisabeth en Margaret Thatcher, hoor ik later, verschenen in Riad met jurken tot op de grond. Dat was nu ook weer niet nodig geweest, vonden de meeste Saoediërs.
 
- Stille getuigen van de expansiedrift van het laatste decennium zijn de onbewoonde flatgebouwen die elke avond als  sombere schimmen oprijzen tussen de uitbundig verlichte villa's. Daar hadden volgens projectontwikkelaars Saoediërs moeten wonen. Maar al is de bevolking van Riad in veertig jaar gestegen van 62.000 naar meer dan een miljoen, in flats willen ze niet wonen. Het is moeilijk om op drie hoog schapen te houden en waar blijft de privacy van de familie als een Saoedische vrouw in de lift in contact kan komen met haar buurman?
 
- Op het marktplein worden vrijdag misdadigers op islamitische wijze berecht. Chop-square noemen de buitenlanders het plein. Adel, een Egyptische kennis, is een keer gaan kijken. Ze hakten een man zijn hand af en stopten zijn arm toen in kokende olie om de wonde dicht te schroeien. Adel voelde zich misselijk worden, maar rondom hem klapten mensen in hun handen.
 
- Ook Ahmed heeft in Amerika gewoond, in Houston, waar zijn vader studeerde. ... In Houston ontmoette hij veel Saoedische jongens die uit kleine dorpjes kwamen. "Ze wisten niets over vrouwen, drugs of alcohol," zegt Ahmed, "they went bananas." Texanen wisten over Saoedi-Arabië al even weinig, merkte hij. Ze vroegen hem of hij in een tent geboren was, of hij een kameel in zijn voortuin had en een olietoren in zijn achtertuin.

- Toen het project in 1978 van start ging, waren de telefoonlijnen in Saoedi-Arabië zo zwaar belast dat kooplieden in Djeddah liever hun privé chauffeurs een boodschap lieten bezorgen dan de telefoon ter hand te nemen. Zes jaar later heeft Saoedi-Arabië 1.200.000 telefoonlijnen en kan men vanuit elke cel meer dan honderd landen automatisch bellen.

- ... technici en andere experts zien het nut van zo'n ceremonie niet in. Locals, zeggen ze, gaan raar gekleed, er hangt een weeïge lucht van sandelhout om hen heen, hun vrouwen lopen erbij als mummies en de mannen gaan in het buitenland allemaal naar de hoeren. Toch zijn diezelfde locals de managers en opdrachtgevers en voelen zij, de Nederlanders, zich als Turken.

- Peter Calis vertelt hoe hij op een avond een groep Saoediërs en Nederlanders uitnodigde om te eten. Daar zat een Hollandse boerenkinkel bij die zo nodig aan zijn Saoedische tafelgenoten moest vragen of dat nu wel goed was, altijd zo'n doek op je hoofd, werd je daar niet kaal van? De Saoediër keek hem van terzijde aan en antwoordde ijzig kalm: "Jullie westerlingen dragen altijd van die strakke broeken. Is dat niet slecht, krijg je daar geen kleine piemel van?"

- Toen later ook in andere delen van het land scholen voor meisjes werden opgericht, brak er onder traditionele Saoediërs verzet uit. In 1963 moest de Nationale Garde de school in de afgelegen provincie Kassim verdedigen tegen woedende vaders die met stenen gooiden. Koning Faisal liet hen weten dat ze niet verplicht waren hun dochters ernaartoe te sturen, net zoals hij enkele jaren later tegen tegenstanders van de televisie zou opmerken dat ze niet hoefden te kijken.

- "Mijn vader heeft me altijd verdedigd," zegt ze, "als hij dat niet gedaan had, zou het me nooit gelukt zijn hier te werken, want het zijn onze vaders en broers, en later onze mannen, die door onze omgeving verantwoordelijk worden gesteld voor ons gedrag. Als wij iets verkeerd doen, worden zij erop aangesproken."

- De imam was niet de enige die zich later zou beklagen over wat ze in den vreemde met zijn kind hadden aangericht. Bij sommigen kwam van studeren weinig terecht, enkele dagen na hun vertrek al kenden ze de weg naar alle bars en nachtclubs en aan het eind van hun verblijf probeerden ze een diploma te kopen. Veel universiteiten bleken daartoe bereid. Heimwee hadden die jongens toen ze terugkwamen, ze waren verliefd geworden op een meisje in Dublin, misten hun hond Churchill die ze in Houston hadden moeten achterlaten. luisterden de hele dag naar John Denver of droomden van downtown Sacramento waar ze 's avonds door de hoofdstraat liepen met een scoop of ice uit hun favoriete parlour.

- ... "Maar Saoedische studenten beseffen dat hun graad niet echt noodzakelijk is voor hun toekomst," zegt dr. Brass, "want waar het uiteindelijk om gaat is: hoe goed zijn de contacten die je vader er op nahoudt. Ze behalen een graad en betalen dan de buitenlanders om het werk te doen. En beklagen zich vervolgens over hen."

- "In Amerika," zegt hij, "moeten studenten zelf hun studies betalen, zodat ze zorgen dat ze vlug klaar zijn, maar hier is alles gratis en doen studenten het daarom rustig aan. Op de parking staan de nieuwe Mercedessen en Porsches die ze van hun vaders gekregen hebben, terwijl de staf van de universiteit zich verplaatst met oude auto's. De studenten hebben niet het gevoel dat ze moeten werken voor geld, want hun ouders zijn rijk. Palestijnen, die kunnen overal overleven, maar Saoediërs alleen hièr omdat alles gesubsidieerd is. En met subsidie kan je zelfs op de maan leven."

- "Eigenlijk zijn wij een gelukkige generatie," zegt Moetaiwee, "wij hebben nog armoede gekend. De jongeren van nu zullen het moeilijker krijgen want zij zijn geboren met een gouden lepel in de mond. Zij gaan naar Buenos Aires met vakantie en praten het liefst over gouden horloges, auto's of hun vriendinnetje in Engeland. Van de slechte dingen van het leven, daar weten zij niets van."

- Later probeerde ze hem wel eens te bellen als hij te lang wegbleef, maar dan reageerde hij boos. "Onze mannen willen vrij zijn," zegt ze, "als je hen vraagt waar ze geweest zijn, zeggen ze: ben ik getrouwd om gecontroleerd te worden waar ik naartoe ga? Een man is als een leeuw, zelfs als hij dom is, heeft hij de macht."

- "We in Kuwait like the furniture car," zegt Hamed, wijzend naar de zachtleren autobekleding en de stereo boxen achterin, "so tell me,"what's the most lovely car you have seen in Kuwait? Ik sta met de mond vol tanden, over die vraag heb ik nooit eerder nagedacht. Hamed is diep teleurgesteld, hij kan zich niet voorstellen dat iemand over zo'n belangrijk onderwerp zo weinig weet.

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

maandag 23 mei 2022

Boenin: Verzamelde werken: deel 4

Boenin: Verzamelde werken: deel 4 (Rusland, 1890-1953): 623 blz: Vertaald door Margriet Berg & Marja Wiebes (2002): Uitgeverij van Oorschot: de Russische bibliotheek
 
Russische Bibliotheek  -  Verzamelde werken 4 Brieven
 
Na het lezen van de prachtige drie eerste delen van de verzamelde werken van Ivan Boenin, is het lezen van deel 4 een lichte teleurstelling. Deel 4 bestaat uit de volgende teksten:
- Een selectie van 187 brieven
- "Vervloekte dagen", dagboeken die Boenin schreef in 1918 en 1919 tijdens de Russische revolutie
- Herinneringen aan collega-schrijvers en aan de uitreiking van de Nobelprijs
- "De schaduw van de vogel", een verslag van een reis naar het Midden-Oosten
- Een aantal gedichten
 
De brieven lopen van 1890 tot 1953. Ze zijn vooral interessant voor diegenen die de verhalen van Boenin kennen. Wat citaten:
 
- Dat is de moeilijkheid met brieven: als we op dit moment niet op papier zouden praten, zou je kunnen zien hoe ik praat, en kunnen voelen dat ik dolveel van je houd, met heel mijn hart, dat ik dit zeg omdat je me dierbaar bent.
 
- Jouw papa heeft mij het volgende gezegd (ik geef het in het kort weer, maar zo heeft hij zich letterlijk uitgedrukt). "V.V. past niet bij u - wat verstand, ontwikkeling en opvoeding betreft steekt ze met kop en schouders boven u uit. Ze heeft - dat weet ik - geen achting voor u. En dat kan ook niet. U bent een leegloper, u zwerft maar wat rond, u bent, neem me niet kwalijk, een landloper (sic!), u verkwist andermans geld, u bent een bedelaar ... Werken, zegt u? Als kantoorbediende! Hm!.. Ik verbaas me, ik verbaas me in hoge mate dat u de onbeschaamdheid, de brutaliteit kunt hebben om te denken dat V.V. bij u past" ... En aan het eind: "Zo, ons gesprek is afgelopen. Tot ziens."
 
- "een kunstenaar heeft lof nodig, zoals een strijkstok hars"
 
- Dierbare schrijver,
 op blz. 324 van uw D'Autre Patrie zegt u dat de oude Tolstoj De gebroeders Karamazov als laatste boek op zijn nachtkastje had liggen (son dernier livre de chevet). Waar hebt u dat vandaan? Ik heb hier een dik boekwerk liggen - zijn dagboeken van 1910, de allerlaatste, waarin juist iets staat over deze "Gebroeders" (die in het algemeen met een sjabloonachtige gemaaktheid zijn geschetst, en in het bijzonder waar het hun onderlinge verschillen betreft): "12 oktober 1910. Ik heb Dostojevski's De gebroeders Karamazov zitten lezen. Wat een vervelende, breedsprakige, flauwe grappen. De dialogen zijn onmogelijk en volkomen onnatuurlijk". "18 oktober. Dostojevski gelezen en me verbaasd over zijn slordigheid, gekunsteldheid en gezochtheid."
 
"Vervloekte dagen" is het dagboek uit de jaren 1918 en 1919, dat Boenin bijhield tijdens de Russische revolutie. Het is ongetwijfeld de meest interessante tekst uit dit deel 4.
 
- In de stad zegt men:
 Ze hebben besloten iedereen vanaf zeven jaar zonder uitzondering de keel af te snijden, zodat niemand zich later onze tijd zal herinneren.
 
- Tolstoj zei eens over zichzelf:
 De hele narigheid is dat ik een wat levendigere fantasie heb dan andere mensen ...
 Die narigheid heb ik ook.

- Ik denk vaak aan de verontwaardiging waarmee sommigen mijn zogenaamd door-en-door zwarte schildering van het Russische volk hebben ontvangen. En die dat tot op heden nog doen, maar wie zijn zij? Dezelfden die zijn gevoed en grootgebracht met die literatuur die gedurende honderd jaar letterlijk alle klassen heeft beschimpt, dat wil zeggen de "popes", de "burgerij", de middenstand, de ambtenaren, de politie, de landeigenaren, de rijke boeren, kortom, alles en iedereen met uitzondering van een zeker "volk", zonder paard natuurlijk, en de landlopers.

- "Hulde aan de dwaas die de mensheid een gouden droom brengt ..." Wat vond Gorki het prachtig dit uit te roepen! En de droom gaat er alleen maar over het hoofd van de fabrikant in te slaan, zijn zakken om te keren en een nog grotere schoft te worden dan die fabrikant.

- Het is verschrikkelijk om te zeggen, maar het is de waarheid: als er geen rampspoeden voor het volk bestonden, zouden duizenden leden van de intelligentsia regelrecht doodongelukkig zijn. Wat viel er dan te vergaderen, te protesteren, waarover moesten ze dan schreeuwen en schrijven? En zonder dat zou het leven geen leven zijn.

- "Men mag niet zonder onderscheid tegen het volk uitvaren!"
 Maar tegen de "Witten" mag dat natuurlijk wel.
 Het volk, de revolutie, wordt alles vergeven, - "dat zijn allemaal slechts excessen".
 Maar aan de Witten, aan wie alles - hun vaderland, hun wiegen en graven, hun vaders en moeders, hun zusters - is ontnomen, die uitgescholden, overweldigd en vermoord zijn, is dat soort "excessen" natuurlijk niet toegestaan.

- Tolstoj heeft gezegd:
 Succes in de literatuur bereik je tegenwoordig alleen door domheid en onbeschaamdheid.
 Hij vergat de hulp van de critici.
 Wie zijn ze, die critici?
 Voor een medisch consult wordt een beroep op artsen gedaan, voor een juridisch consult op juristen, een spoorbrug wordt beoordeeld door ingenieurs, een huis door architecten, maar kunst door iedereen die maar wil, door mensen die vaak van nature helemaal niets met kunst ophebben. En men luistert alleen naar hen. Men hecht geen waarde aan het oordeel van iemand als Tolstoj, aan het oordeel van juist die mensen die vóór alles een geweldige kritische intuïtie bezitten, want het schrijven van ieder woord van Oorlog en vrede houdt tegelijk de strengste afweging en de meest subtiele beoordeling van ieder woord in.

- Wat een schande? De hele stad kleppert op houten sandalen, alle straten zijn overstroomd, de "burgers" slepen van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat met water uit de haven omdat de waterleiding al lang niet meer werkt. En iedereen praat van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat alleen nog maar over manieren om aan eten te komen. Wetenschap, kunst, techniek, al het menselijk leven dat enigszins arbeidzaam of creatief is - het is allemaal verdwenen. De magere koeien hebben de vette koeien van de farao opgegeten en zijn niet alleen niet vetter geworden, maar ze creperen zelf ook!

"Herinneringen" bevat stukken over schrijvers als Tolstoj, Tsjechov, Gorki en een paar mij onbekende Russische schrijvers en verder een stuk over de uitreiking van de Nobelprijs. Vooral de stukken over Tolstoj en Tsjechov bevatten een aantal prachtige citaten.

"De schaduw van de vogel" is een verslag van een reis door het Midden-Oosten. Als liefhebber van reisverslagen vind ik het maar matig interessant.

Over de kwaliteit van de gedichten van Boenin kan ik niet oordelen. Ik lees geen Russisch en bovendien heb ik geen affiniteit met en verstand van poëzie.

De vertaling van de werken van Boenin door Margriet Berg en Marja Wiebes vind ik geweldig! Zij zijn er uitstekend in geslaagd om het Russisch om te zetten in uiterst soepel lopend Nederlands.

        
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

vrijdag 13 mei 2022

Marco Verschoor: Jordanië

Marco Verschoor: Jordanië: Tijdreizen in een klein land (Nederland, 2015): 256 blz: Uitgave in eigen beheer

Marco en Conny hebben van 9 oktober tot 2 november 2015 een rondreis door Jordanië gemaakt. Daarbij hebben ze overnacht in de volgende plaatsen: Amman, Umm Qais, Ajloun, Madaba, Dana, Feynan, Petra, Wadi Musa, Wadi Rum, Aqaba, Azraq en opnieuw Amman.

Vergeleken met zijn voorgaande fotoboeken oogt Marco's boek over zijn reis door Jordanië weer een stuk professioneler. Net als het voorgaande boek over Iran is dit boek uitgegeven op vierkant formaat met nu stevige gekartonneerde pagina's. Er staan meer teksten in dit boek dan in zijn eerdere boeken en de vormgeving vind ik ook verbeterd. Met dit boek heeft Marco een niveau bereikt waar slechts weinig fotoboeken van professionele fotografen aan kunnen tippen!

De reden van Marco en Conny om naar Jordanië te gaan was vooral om allerlei oudheidkundige overblijfselen te bezoeken en te bewonderen. In dit boek dus naast de nodige foto's van mensen vooral heel veel foto's van oude ruïnes en mozaïekvloeren. Omdat ik zelf niet in Jordanië ben geweest, zeggen deze foto's mij niet zo veel en heb ik weer gekozen voor 5 foto's waar mensen op staan.

Citaat:
- Tijdreizen in een klein land
"Het is maar een klein land, hoor! In een week heb je alles wel gezien." Aldus de dame van Rosetta reizen op de vakantiebeurs. Daar zijn we dus maar niet mee in zee gegaan. Gelukkig vonden we op diezelfde beurs Irma Saedt, die wél begreep wat wij wilden. Samen met haar stelden we een rondreis samen van drie weken, waarbij we Jordanië van noord naar zuid zouden doorkruisen.
 
Dat kleine land is overigens ruim twee keer zo groot als Nederland. Daarbij is de geschiedenis overal zeer zichtbaar en tastbaar aanwezig. Na drie weken tijdreizen hebben we nog steeds niet veel meer gedaan dan scratching the surface.

Jordanië is dat ándere heilig land: een groot deel van de Bijbelverhalen speelt zich hier af. En behalve Bijbelse aartsvaders kwamen hier ook Egyptenaren voorbij, Assyriërs, Grieken, Perzen, Nabateeërs, Romeinen, Byzantijnen, Kruisvaarders, Omayyaden, Ottomaanse Turken en Britten (Winston Churchill zelf trok die rare oostgrens van het land). Om er een paar te noemen. En meestal lieten ze sporen na, het ene nog indrukwekkender dan het andere.

Op dit moment vormt Jordanië een beetje het oog van de storm die over het Midden-Oosten raast. In het land zelf is het betrekkelijk stil en bijzonder veilig. Maar vluchtelingen uit Syrië, zoals eerder Irakezen en Palestijnen, zoeken massaal hun toevlucht hier.
 
Het copyright op de foto's berust bij Marco Verschoor. Voor een grotere weergave, klik op de foto's.
 

 







      

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

woensdag 4 mei 2022

Marco Verschoor: Damascus

Marco Verschoor: Damascus (Nederland, 2006): 50 blz: Uitgave in eigen beheer
 
"Damascus" is het eerste fotoboek dat Marco gemaakt heeft. Marco heeft tijdens de Ramadan en het daarop volgende Suikerfeest van 20-28 oktober 2006 een reis gemaakt naar Damascus samen met drie oud-huisgenoten van hem: Mark, Eddie en Mariët. Ik had er destijds nog over gedacht om te vragen of ik mee mocht gaan, maar dat heb ik toch niet gedaan. Een gemiste kans!

In vergelijking met zijn latere fotoboeken is "Damascus" vrij eenvoudig van opzet. Het boek is gemaakt bij de Hema en heeft een eenvoudige harde rode kaft zonder afbeelding. De achtergrond van alle bladzijden is zwart. Vanaf zijn derde boek heeft Marco voor witte bladzijden gekozen, en bij alle andere boeken heeft hij steeds een foto op de omslag geplaatst en met de Hema is hij ook niet meer in zee gegaan.

Zoals gezegd is de opzet van het boek redelijk eenvoudig. Marco werkt in dit boek veel met kleinere en soms elkaar overlappende foto's. Ik ben hier niet altijd even enthousiast over, in sommige gevallen had ik graag gezien dat hij een klein afgedrukte foto over de volle pagina of over de volle 2 pagina's had afgedrukt. De foto's zelf zijn wel allen de moeite waard en mooi scherp.

Er staan maar een paar korte teksten in het boek:
- Op de openingspagina: Damascus: Ramadan en Suikerfeest: 20-28 oktober 2006
- Damasceens verkeer: je moet er even aan wennen
- Duifjes kijken bij de Omayyadenmoskee
- De soukhs: Duizend-en-een koopjes
- Cuba in Syrië: Prachtige klassiekers staan zomaar op straat te glimmen
- Lekker: Inkopen doen voor het Suikerfeest in "Sweet Street", in de wijk Midan
- Hezbollah is nadrukkelijk aanwezig in het straatbeeld
- Suikerfeestelijkheid: Een vuilnisbelt verandert in een geïmproviseerde speeltuin

Deze kopjes geven al voor een groot deel aan waar de foto's over gaan. Er staan in het boek wat foto's van het verkeer, maar op vrijwel alle foto's staan mensen. Toevallig zijn foto's van mensen ook die foto's waar ik het meeste van houd. Al met al is "Damascus" een mooi boek dat een goed beeld geeft van deze stad met zijn prachtige centrum
 
Het copyright op de foto's berust bij Marco Verschoor. Voor een grotere weergave, klik op de foto's.
 
 


 
 

 

 

      

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

vrijdag 7 januari 2022

Riad Sattouf: De Arabier van de toekomst 4

Riad Sattouf: De Arabier van de toekomst 4 (Syrië, 2018): 280 blz: Vertaald door Toon Dohmen (2018): Uitgeverij de Geus
 
De Arabier van de toekomst 4 -   Een jeugd in het Midden-Oosten (1987-1992)
 
Een paar jaar geleden heb ik al de eerste drie delen van "De Arabier van de toekomst" gelezen en besproken. Inmiddels zijn ook de delen 4 en 5 verschenen en in het Nederlands vertaald.
 
"De Arabier van de toekomst" is een zeer vermakelijk autobiografische graphic novel van striptekenaar Riad Sattouf waarin hij vertelt hoe het is om op te groeien tussen twee culturen met een Syrische vader en een Franse moeder. In dit deel vier volgen we de jonge Riad in de jaren 1987-1992, zijn leeftijd ligt dan tussen de 9 en 14 jaar. Zijn vader heeft een aanstelling gekregen in Saoedi-Arabië en zijn moeder is niet meegegaan en met hun 3 kinderen naar Frankrijk vertrokken.
 
Citaten:
Ik heet Riad. In 1988 werd ik tien jaar oud en was ik een tamelijk knappe verschijning
- Kastanjebruin golvend haar
- Iets te groot hoofd ten opzichte van het lichaam
- Mager en spichtig
- Halvemaanvormige ogen, tikje slaperige blik
- Trotse houding
- Gebleekte spijkerbroek
 Mijn vader had een baan gekregen als hoofddocent hedendaagse geschiedenis aan de universiteit van Riyad, in Saoedi-Arabië ...
 "SAOEDI-ARABIË? DAT NOOIT! GEEN DENKEN AAN!"
Hij had ons met zich willen meenemen, maar mijn moeder had resoluut geweigerd.
 "DAT IS HET ERGSTE LAND TER WERELD! Als je daar iets steelt, hakken ze je hand er af! Als je iemand per ongeluk een oog uitsteekt, steken ze jou ook een oog uit!"
 "Echt? Is dat niet wat overdreven?"
Ze had ons terug naar Frankrijk gebracht, bij haar moeder in de buurt. Samen met mijn broers Yahya en Fadi woonden met z'n vieren in Kaap Fréhel, in Bretagne.
 "Nee! En het ergst van al: als vrouw heb je het in dat land het zwaarst! Je mag pas naar buiten als je van top tot teen gesluierd bent en begeleid wordt door een man! Stel je voor! IK HEB VIJF JAAR IN SYRIË GEZETEN, IK GA NIET NAAR SAOEDI-ARABIË!"
 
- De vader van mijn moeder kwam van tijd tot tijd op bezoek.
 "Niet gek dat huisje! Abdel zou er ook zo een moeten kopen! HUP! ALLEMAAL MEE NAAR DE HYPERMARCHÉ! IK TRAKTEER!"
Mijn opa was heel vrijgevig. Hij deed ons graag een plezier.
 "Pak dat vliegtuig maar! Krijg je van mij!"
 "Dat is geen vliegtuig, maar een spaceshuttle!"
 "Toch krijg je 'm van mij!"
Ook was hij geobsedeerd door voeding en sprak vaak over de tijd van de Duitse bezetting.
 "Kijk die volle schappen met rijst en pasta toch eens! Had je ons in '43 eens moeten zien. Pak maar! Dan kun je wekenlang vooruit! In de oorlog was ik jong! Soms werd ik 's nachts wakker omdat ik stemmen hoorde! Maar het waren eigenlijk geen stemmen! Het was het geluid van mijn rammelende buik! Stel je voor!"
 
- Hij was veel zelfverzekerder dan eerst ...
 Hij leek eindelijk een belangrijk man te zijn geworden. 
Jarenlang had mijn vader gehoopt de bewondering van de andere mannen in het dorp af te dwingen, Ze wisten niet goed wat ze aanmoesten met zijn doctorsgraad ... ... of met zijn verblijf in Frankrijk ...
 ... of met zijn werk in Damscus. 
Maar door zijn baan in Saoedi-Arabië en zijn bedevaart naar Mekka was alles veranderd. Hij werd nu gezien als een buitengewoon vroom man aan wie iedereen een voorbeeld kon nemen.
 
- "Met al het geld dat ik in Saoedi-Arabië heb verdiend, zouden we hier als vorsten kunnen leven! Dan wonen we in een super-de-luxe villa en dan regel ik privédocenten voor mijn kinderen ... En met dat goede onderwijs worden ze schatrijk als geweldige dokters met ieder een eigen specialisme. Riad: een groot neurochirurg, want dat is het allermoeilijkste. Hersenoperaties ... De medische elite. Yahya: kinderarts, om te voorkomen dat kindjes bij hun geboorte sterven. En Fadi: kankerspecialist, want dat is de ziekte van de toekomst." 

- Mijn opa zat nogal in over mijn overstap naar de middelbare school. 
 "Je zal merken dat er grote eikels rondlopen, niks van aantrekken. Overal en altijd kom je mensen tegen die jouw kop niet aanstaat en die erop willen slaan, vooral als ... ... ze zelf sterker zijn. Zo is 't leven, wen er maar aan. Je hebt aardige mensen en smeerlappen, vooral smeerlappen eigenlijk, maar zo zit de mens in elkaar. Ik raad je aan: ga vechtpartijen uit de weg, die win je toch niet, daar ben je te zwak voor gebouwd ..."
 
     
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

zaterdag 13 november 2021

Joe Sacco: Onder de Palestijnen

Joe Sacco: Onder de Palestijnen: De intifada in beeld (Verenigde Staten, 1993): 285 blz: Geen vertaler vermeld (2005): Uitgeverij XTRA

Onder Palestijnen
 
Joe Sacco is een Amerikaan van Maltese afkomst die werkzaam is als journalist en striptekenaar. Hij maakt journalistieke boeken in de vorm van graphic novels.
 
In de winter van 1991/1992 verbleef Joe Sacco twee maanden tussen de Palestijnen die in Israël wonen. Hij bezocht daarbij natuurlijk Jeruzalem, maar ook de overwegend Palestijnse westoever van de Jordaan en de Gaza-strook, een dunne strook land van nog geen 250 vierkante kilometer aan de zuidwest kust van Israël.
 
In de meeste westerse landen is de berichtgeving over het Midden-Oosten pro Israël en tegen de Palestijnen en de overige Arabische landen. Dat is historisch makkelijk te verklaren. Iedereen weet dat Israël het land voor de joden is en dat er 6 miljoen joden gestorven zijn in de Tweede Wereldoorlog. Ook heeft Israël een zeer doeltreffende propaganda. Keer op keer verklaren de Israëliërs dat ze het enige democratische land in het Midden-Oosten zijn en dat ze niets anders willen dan vrede.

Natuurlijk zijn de Palestijnen geen lieverdjes. De angst van de Israëliërs dat ze weggejaagd worden door de Arabieren als ze zich niet genoeg bewapenen lijkt meer dan terecht. Toch is het goed dat Joe Sacco eens de andere kant van de zaak belicht. In de twee maanden dat hij tussen de Palestijnen verbleef werd hij steeds zeer gastvrij ontvangen en maakte hij talloze gevallen van onrecht mee begaan door Israëlische soldaten tegen gewone Palestijnen die over het algemeen niets hadden gedaan.

"Onder de Palestijnen" is een prachtig maar wel rauw boek. Het verhaal dat Joe Sacco vertelt is zeer onderhoudend en zijn tekenwerk is geweldig. De vele krachtig getekende hoofden in het boek blijven mij lang bij.

Ik heb de meeste boeken van Joe Sacco gelezen. Hij heeft over vele conflicten geschreven en getekend, maar zijn twee hoofdonderwerpen zijn toch wel de moeilijkheden tussen de Israëliërs en de Palestijnen en de oorlog in het voormalige Joegoslavië.

In het genre van de graphic novel is Joe Sacco wat mij betreft één van de allergrootsten!
 
Citaten:
- Palestijnen worden altijd afgerekend op hun terrorisme. Dat slikte ik al sinds die vliegtuigen de lucht in vlogen in de woestijn, weet je dat nog? Weet je München nog en die opgeblazen atleten, bloedbaden in de bus en op het vliegveld?

- En als internationale jetsetter met de mogelijkheid (zo niet de opdracht) om zulke dingen te vergelijken, zet ik Israëlische vrouwen hoog op de internationale babe-ranglijst ... In uniform - vooral in die olijfgroene truitjes - kan niemand aan ze tippen ...

Een Israëliër aan het woord:
- Kijk, ik ben een zionist, ik wil een sterk Israël. Juist doordat we zo sterk zijn, proberen de Arabieren ons niet meer de zee in te drijven ... Nu willen ze best onderhandelen.

Joe Sacco:
- En als het te erg is, als het schouwspel me te veel wordt, als mijn maag verkrampt, dan spring ik in een taxi ... En weg ben ik, man!

- Goed dat 11-jarige meisje van daarnet ... Echt een schatje ... Ik ben helemaal gesmolten ... Maar laten we dat van die schattigheid er even buiten laten (...) Het is niet bepaald zo dat ze niet schuldig is ... Bij een tweede bezoek bekent ze ...
 Ik wilde een steen gooien, maar de soldaten waren sneller ...
 ... en bewapend met M-16's en Galilgeweren ...

- De Palestijnen waren immers, aldus bepaalde zionisten, minder gehecht aan het land van hun voorouders dan de Joden, die daar eeuwen niet gewoond hadden. Volgens de eerste minister-president van Israël, David Ben-Goerion, voelt een Palestijn "zich evenzeer thuis in Jordanië, Libanon, als ook op allerlei andere plekken."

- Saburo en ik zijn professionals, we kijken elkaar aan en zetten de knop om in de journalistenstand:
 Hij zet f-stops op zijn camera en lenzen zo groot als Saturnus-raketten; 
 Ik ga op zoek naar een spreker, voor het wie/wat/waarom van mijn nieuwsbericht ...

- De vrouw vertelt me ondertussen via Khaled dat ze trouwde toen ze 14 was, dat ze tien kinderen heeft, drie kleinkinderen ... Ze wipt een van de jongsten op haar knie, zingt liedjes ... Ik moet denken aan wat Golda Meir eens zei over het hoge geboortecijfer van "niet-Joden", hoe ze niet kon slapen 's nachts, denkend aan de hoeveelheid Arabische baby's die diezelfde nacht geboren werd ...

- Op de universiteiten en in vluchtelingenkampen word ik zo murw van al die verhalen over de bak dat ik alleen nog opkijk als een jongen van in de twintig nog nooit is opgepakt. Ik wil hem dan vragen hoezo verdomme niet?!

- Ramallah, man, daar gebeurt het.
 Een kwartier van Jeruzalem
 Ik ben er in een kwartier, en ik breng er een aantal zaterdagochtenden door in afwachting van nog meer toestanden. 
 ... iets riskanters.
 Een strip kan wel wat piefpafpoef gebruiken en dat hoop ik in Ramallah te vinden.

VLUCHTELINGENLAND
- 's Werelds allerzwartste gaten liggen er soms open en bloot bij ...
 Zo kun je een tour maken door een Palestijns vluchtelingenkamp in de Gazastrook ...
 Dan bel je UNWRA, de VN-hulporganisatie voor Palestijnse vluchtelingen, tel: 051-861195.
 Die regelen het voor je.
 Rijden je er zelf heen.
 Gratis toegang ...
 Ze willen je waarschijnlijk bij een Zweedse of Japanse groep stoppen ...
 ... maar jij wilt een heel intieme vluchtelingenkampervaring.
 Dus eis je een tour in je eentje ..
 Zeg dat je foto's wilt nemen, dat je met vluchtelingen wilt praten.
 En als je niet verder wilt, laat je hen dat weten.

- Toen mijn verblijf in Gaza na een week ten einde liep en ik langzamerhand wenste dat ik schone kleren had meegenomen, legde Sameh zijn eigen kleren voor me klaar ...
 Nee Sameh, dank je, dat gaat te ver.
 Waarom?
 Gewoon.
 Omdat je ergens een grens moet trekken ...
 Je kunt eten bij een vluchteling en in zijn bed slapen ... in zijn modder lopen en over dezelfde dode ratten stappen ...
 Maar zijn ondergoed aantrekken?
 Je moet toch wat afstand bewaren ...

    
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

dinsdag 27 juli 2021

Michael Asher: Thesiger

Michael Asher: Thesiger (Groot Brittannië, 1994): 523 blz: Uitgeverij Viking
 
Thesiger

Wilfred Thesiger werd geboren in 1910 in Addis Abeba, de hoofdstad van het toenmalige Abessinië, nu Ethiopië. Hij had drie jongere broers. Zijn vader overleed toen Wilfred 9 jaar oud was. Wilfred woonde tussen 1920 en 1930 in Engeland waar hij naar Eton ging en vervolgens naar Oxford waar hij geschiedenis studeerde. Zijn droom was altijd om jager op groot wild te worden.

In 1930 werd hij door Ras Tafari (de latere keizer Haile Selassie) uitgenodigd om zijn kroning bij te wonen. In 1933 maakte hij een ontdekkingsreis in het land van de Danakils. Van 1933 tot 1939 zat hij bij de koloniale dienst in Soedan waar zijn voornaamste bezigheden het schieten van leeuwen (70 stuks) en het maken van tochten per kameel waren.

Tijdens de oorlog diende hij in Soedan, Ethiopië en Syrië. Van 1945 tot 1950 trok hij samen met de bedoeïenen op kamelen door Saoedi Arabië in opdracht van de bestrijding van sprinkhanen. Het boek "Woestijnen van Arabië" dat hij over deze tochten schreef maakte hem wereldberoemd. 

Van 1950 tot 1958 verbleef Thesiger een groot deel van het jaar in de moerassen tussen de Eufraat en de Tigris in Irak. Hier schoot hij idioot veel wilde zwijnen (meer dan 2.000) en hij voerde talloze besnijdenissen uit. Tussendoor verbleef hij ieder jaar 2-3 maanden in Engeland, en hij maakte vanaf 1954 tot 1969 ieder jaar een lange reis met zijn moeder. Zomers was hij vaak te vind in de bergen van Iran en Afghanistan.
 
Na 1958 kon hij Irak niet meer in. Hij bleef talloze reizen maken in de bergen van Marokko, Iran en Afghanistan. Ook bezocht hij langdurig Jemen. Uiteindelijk vestigde hij zich in Kenia waar hij te midden van een aantal Samburu leefde. 

Michael Asher voerde in 1992 en 1993 langdurige gesprekken met Thesiger waaruit hij een groot deel van het materiaal voor deze biografie heeft gehaald.
 
Citaten:
- Later, his father was received by the local Arab Sheikhs and presented with a curved Yemeni dagger of fine workmanship. "It disappeared later," Thesiger recalled, "which was a pity, because I'd have liked to have worn it when I travelled with the Bedu in Arabia."

- In Thesiger's first year at Eton, his self-esteem soared when he and his mother were invited to a private meeting with Ras Tafari, then on an official state visit to Britain. The Regent expressed his sorrow over Wilfred Gilbert's death and told the boy how much he had valued his father counsel. They spoke in French over tea and cakes, and as they got up to leave, Thesiger, who had seen Ras Tafari in Addis Abeba, but had never spoken to him previously, said: "My dearest wish, sir, is that one day I should be able to return to your country." The Regent smiled at him silently for a moment, then replied with unassumed warmth: "One day you shall come as my guest."

- I acquired complete confidence with a rifle - I mean, you can't go on hunting lion if you think you're going to miss the damn thing.

- At Oxford he was haunted by images of the month he had spent in Danakil country: "The slow-flowing muddy river and a crocodile basking on a sandbank," he wrote, "a waterbuck stepping out of the tamarisk jungle on its way down to drink; a kudu bull with magnificent, spiral horns silhouetted on a skyline against fast failing light ... I could feel once more the sun scorching through my shirt; the chill of the early dawn. I could taste the camels' urine in water. I could hear my Somalis singing round the campfire; the roaring of the camels as they were loaded."

- Thesiger was impressed by the legendary Bedouin ability to read tracks. Almost all Bedu knew the tracks of their own camels and those of their neighbours, and some could remember the tracks of every camel they had ever seen. Any Bedouin child could distinguish the track of any wild animal living in the desert, and most could tell with amazing accuracy how long ago the tracks were made.

- Bin Ghabaisha's reaction to Thesiger was more prosaic: "I wanted to go with him because he gave the Bedu rifles and camels and money," he said, "and those were the things I was interested in. Also a lot of people talked about his journeys, and I wanted to become famous among the tribes like the ones who went with him."

- One night Thesiger's host inquired what was in the two large boxes he was carrying. "I said it was medicine," he recalled, "and he asked me if I was a doctor. I said no, but I knew about medicines. He asked me, "Can you circumcise?" I'd never done one, but I'd seen enough done, so I said, yes, I could do that, why? ..."

Deze biografie van Michael Asher over Wilfred Thesiger is erg onderhoudend om te lezen. Wel vind ik het boek wat aan de lange kant. Graag had ik ook wat meer gelezen over hoe Thesiger zijn boeken had geschreven en ook wat meer over zijn relatie met zijn moeder en de vele reizen die zij samen hebben gemaakt. 
 
Het volgende boek dat ik ga lezen is de biografie van Alexander Maitland over Thesiger. Ik ben benieuwd hoe beide boeken zich tot elkaar verhouden.

     

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

maandag 14 juni 2021

Robert Fisk: De grote beschavingsoorlog 4

Robert Fisk: De grote beschavingsoorlog: De verovering van het Midden-Oosten (Groot Brittannië, 2005): 1370 blz: Vertaald door: Philia de Boer, Hans van Cuylenborg, Roland Fagel, Bep Fontijn en Aad van Uyen (2005): Uitgeverij Anthos
 
De Grote Beschavingsoorlog
 
Hoofdstuk 4: Iran
 
Citaten:
- Maar de regering van Mossadeq en de staatsgreep die in 1953 een einde maakte aan de onafhankelijkheid van Iran leerden de revolutionairen van 1979  een harde les. Als de sjah ooit van de troon gestoten kon worden, dan was er geen tijd om lippendienst te bewijzen aan constitutionele rechten: geen halve maatregelen, geen enkele ruimte voor contrarevolutionairen die de macht van het westen in Iran zouden kunnen herstellen. ... De spionnen, het ancien régime, alles zou in één klap geliquideerd moeten worden.

- Op een bepaald moment schatte men dat ongeveer een derde van de volwassen mannelijke bevolking van Iran op enigerlei wijze betrokken was bij de Savak, in loondienst, op freelance-basis of door chantage gedwongen om als informant op te treden. Tot deze groep behoorden diplomaten en ambtenaren, mollahs, acteurs, schrijvers en managers van de oliemaatschappijen, arbeiders en boeren, armen en werklozen: de hele samenleving was besmet door angst en machtsmisbruik.

- In dit land met zijn gewelddadige geschiedenis stonden de pleinen vol met standbeelden van dichters - Ferdowsi, Hafiz, Saadi - en niet met die van veroveraars, hoewel de sjah en zijn vader natuurlijk een paar prominente sokkels bezet hielden.

- Geen potentaat in het Midden-Oosten is vaker afgebeeld als de duivel dan de sjah. En nimmer in de geschiedenis van de islamitische kunst is een levend wezen even godgelijk afgebeeld als ayatollah Khomeini, dat staat buiten kijf.

- Iraniërs bleken zich veel meer bewust van de invloed van mondiale gebeurtenissen [...] dan de bewoners van Arabische landen.

- Ik had in Teheran te horen gekregen dat ik altijd Deroot do Khomeini, marg ba Shah! moest roepen tegen iemand die lastig was (Lang leve Khomeini, dood aan de sjah). Ik zegde mijn lesje op, en daarop hieven alle gardes hun rechtervuist in de lucht, terwijl ze luid schreeuwend hun bijval betuigden.

- De aantrekkelijke gastvrouw wekte mijn belangstelling: het gerucht ging dat ze een van de laatste minnaressen van de sjah was geweest. Wanneer de sjah de liefde wilde bedrijven met een vrouw, dan werd zij, naar men zei, uitgenodigd naar een zij-ingang van het paleis te komen. Nadat zij twee uur met hem had doorgebracht in een discreet vertrek, kreeg ze voor ze wegging een labrador-puppy - als teken van de affectie van de Koning der Koningen. Gezien de potsierlijke reputatie van de man vroeg ik me vaak af waarom Teheran niet bevolkt was door honderden rondzwervende labradors. Al deze gedachten had ik van mij afgeworpen op het moment dat het diner ten einde liep en ik afscheid nam van mijn gastheer en gastvrouw. Op dat moment sprong de keukendeur open en schoot er iets harigs op mij af, tot grote consternatie van het echtpaar. Ik staarde in het vriendelijke gelaat van een blonde labrador, die me aankeek alsof hij er de hele avond op had gewacht kennis met mij te maken.

- Tijdens het bewind van de sjah verbleven soms wel een half miljoen Iraniërs in de Verenigde Staten. 

- Een Iraans meisje dat in New York journalistiek had gestudeerd - zij had, zoals ze zei, van de vruchten van de Amerikaanse democratie geproefd - wilde van me weten waarom de Amerikanen bereid waren het bewind van de sjah te steunen terwijl dat geen ruimte had geboden voor individuele vrijheid en afwijkende meningen. "In de Verenigde Staten leerden we alles over vrijheid en over de vrijheid om te zeggen wat we wilden zeggen. Toch bleef Amerika de sjah overeind houden en dwong men hem om de rijkdom van Iran te verspillen aan wapens. Waarom deden de Verenigde Staten dat? Waarom was Amerika thuis een democratie en in het buitenland een dictatuur?"

- Ze zeggen dat Khomeini een nederig leven leidde - en dat was ook zo. Ik kreeg Khomeini's slaapkamer te zien: een ruw tapijt, een matras, een kussen en een glas voor zijn ochtendyoghurt.

- Een van onze chauffeurs stapte naar voren - onze eigen tolk boog voorover naar Khomeini en fluisterde dat het het grootste moment in het aardse bestaan van de chauffeur zou zijn als hij de ayatollah de hand kon schudden. Onze chauffeur hield de rechterhand van de iman en kuste die, en toen hij zijn hoofd weer omhoog bracht, stroomden de tranen over zijn wangen.
 
- Khomeini sprak in de taal van de gewone man, zonder ingewikkeld te doen, niet in de taal van de religieuze exegese, maar alsof hij sprak tegen iemand die naast hem zat.
 
- "Waarom zo vraagt men heeft Iran [er staat in de tekst Irak] F-14's nodig, terwijl dorpelingen op minder dan 5 kilometer afstand van de Tadayon-luchtmachtbasis bij Shiraz nog steeds leven zonder stromend water en elektriciteit?"

- De meerderheid van deze mannen was veroordeeld wegens drugsmisdrijven en het was in zijn nieuwe functie als hoofd van de drugsbestrijding in Iran dat de hojatolislam ons had uitgenodigd naar de Qasr-gevangenis te komen, waar hij ons zijn laatste vangsten van smokkelwaar kon tonen.
 Het was indrukwekkend. Khalkhali had het allemaal laten opstapelen in de gevangenismoskee, een schitterend bouwwerk met fresco's en een koepel van blauwe en rode tegels: tonnen opium, heroïne in kilozakken, grote, kleverige plakken hasj, gestolen koelkasten, fraai uitgesneden backgammonborden, een muur van sigaretten van 2,5 meter hoog - ik moest even denken aan Harveys bacchanalen in het kantoor van Reuters -, duizenden waterpijpen, tapijten, messen, automatische geweren en rijen flessen champagne (Krug 1972). De prachtige moskee verging werkelijk van de hasjlucht terwijl Khalkhali een ereronde maakte langs zijn buit, zijn weg zoekend tussen 20 ton opium en minstens 100 kilogram heroïne, per kilo keurig verpakt in schone witte zakken.

Voorlopig stop ik even met mijn stukjes over "De grote beschavingsoorlog". Het is heel goed mogelijk dat ik de draad later weer oppak, het is toch een erg interessant boek.
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

zondag 13 juni 2021

Robert Fisk: De grote beschavingsoorlog 3

Robert Fisk: De grote beschavingsoorlog: De verovering van het Midden-Oosten (Groot Brittannië, 2005): 1370 blz: Vertaald door: Philia de Boer, Hans van Cuylenborg, Roland Fagel, Bep Fontijn en Aad van Uyen (2005): Uitgeverij Anthos
 
De Grote Beschavingsoorlog
 
Hoofdstuk 2 Afghanistan
 
Citaten:
- Ik had ze al gezien, die Russen, naast hun T-72-tanks langs de landingsbanen van vliegveld Kabul, gehuld in hun met schapenwol afgezette jassen. Op hun rozewitte gezichten prijkten dikke grijze bontmutsen met de hamer en sikkel van de Sovjet-Unie. De condensdamp van hun adem hing in zulke dikke wolken voor hun monden, dat ik even keek of er teksten in de ballonnetjes stonden. De soldaten in de vrachtwagens naast de hoofdweg naar de stad droegen de stalen helmen die je kent uit elke documentaire over de Tweede Wereldoorlog, groen, met uitstulpingen over de oren; met samengeknepen ogen hielden ze de Afghanen onafgebroken in de gaten, hun geweren in gehandschoende handen. Ze rookten met snelle, diepe trekken, boven iedere controlepost hing een wolkje grijze smog.

- Mijn verzameling knipsels bevatte een artikel uit The Guardian van 1978, waarin te lezen stond dat de Sovjets 350 miljoen pond hadden besteed aan de aanleg van de Salangtunnel door de bergen ten noorden van Kabul. De bouw duurde tien jaar en de tunnel kostte 125 miljoen pond per kilometer. "Waarom zouden ze 350 miljoen pond besteden aan een weinig gebruikte autoweg door de Hindukusj?" zo vroeg de auteur van het stuk zich af. "Beslist niet alleen voor de vrachtwagens vol krenten die zich elke dag door de pas omhoog zwoegen. Het antwoord is nee. De Salangtunnel is aangelegd om Russische legerkonvooien van de steden en legerplaatsen in Oezbekistan naar de Khyberpas en naar Pakistan te kunnen laten rijden [...]"

- Ik herinner me een tocht in de omgeving van Jalalabad in de eerste dagen van de sovjetbezetting. Ik had gehoord dat er op 25 kilometer afstand van de stad een schoolgebouw in brand was gestoken. Om uit te zoeken of dit waar was, ging ik op pad in een taxi van Russische makelij die krachtig uitlaatgassen uitspuugde. Het bericht bleek waar, maar het bleek ook nog schokkender. Naast het geplunderde schoolgebouw hing aan een boom een stuk zwartgeblakerd vlees, dat zachtjes in de wind heen en weer wiegde. Een van de dorpelingen, die mijn chauffeur onder druk zette mij zo snel mogelijk te laten vertrekken, vertelde ons dat dit alles was wat er nog restte van het schoolhoofd. Ook de vrouw van de hoofdonderwijzer was opgehangen en in brand gestoken. De misdaad van dit echtpaar was dat ze zich gehouden hadden aan de voorschriften van de overheid om jongens en meisjes les te geven in hetzelfde lokaal.

- Sindsdien heb ik nooit meer in oorlogsomstandigheden een wapen in mijn hand gehad en ik hoop ook dat ik dat nooit meer zal hoeven te doen. Journalisten die militaire uniformen dragen en helmen op hun hoofd zetten en soldaatje spelen met een geweer op hun heup: ik heb ze altijd vervloekt, want door dat soort gedrag vervaagt de grens tussen soldaat en verslaggever, en dat brengt ons leven alleen nog maar meer in gevaar, omdat legers en milities ons gaan zien als onderdeel van de vijand, als een potentiële tegenstander, als een militair doelwit.

Hoofdstuk 3: Afghanistan

Citaten:
- De Russen waren Afghanistan binnengevallen, maar het meest efficiënte, het meest corrupte gebruik tussen de Middellandse Zee en de Golf van Bengalen konden zij niet verslaan: de steekpenning.

- Iemand liep op me af. "Shuravi?" vroeg hij. Ik kromp in elkaar. Shuravi betekent "Rus". Als hij werkelijk dacht dat ik een Rus was, dan was ik dood en begraven. "Inglistan, Inglistan," brulde ik met brede grijns. De man knikte en liep terug naar de menigte om dit nieuws over te brengen. Na een minuutje kwam er een andere man op mij af, die een beetje Engels sprak. "Waar kom je vandaan? Londen?" Ik stemde toe, want ik betwijfelde of de bevolking van Nagarhar ooit had gehoord van East Farleigh aan de oevers van de Medway in Kent. Ook deze man ging het nieuws aan de menigte overbrengen. Een paar seconden later was hij weer terug. "Ze zeggen dat Londen door de Shuravi is bezet." Dat beviel me allerminst. Als Londen bezet was door het sovjetleger, dan kon ik hier uitsluitend vertoeven met Russische toestemming. Een collaborateur dus. "Nee, nee," schreeuwde ik, "Inglistan is vrij, vrij, vrij. Als de Russen kwamen dan zouden we terugvechten." Ik hoopte dat 's mans vertaling in het Pashtu wat dichter tot de waarheid zou naderen dan de inzichten over politieke geografie die men er hier blijkbaar op na hield. Dit brokje nieuws toverde echter een glimlach op de gezichten: het veronderstelde heldhaftige gedrag van de Britten werd met gejuich begroet. "Zij danken u omdat uw land tegen de Russen vecht."

- Maar in Afghanistan - zoals in de meeste agrarische landen - genoot de religie het meeste respect in de dorpen, eerder dan in de steden, en uit dorpen kwamen de mujahedin. Hoewel de islam een reactionaire kracht was - die zich verzette tegen de emancipatie en de gelijkberechtiging van vrouwen en tegen openbaar en ongodsdienstig onderwijs - vestigde deze religie de aandacht van de armen op de politieke werkelijkheid zoals dat nooit eerder gebeurd was. 

- Natuurlijk was ik genoeg bij zinnen om me te herinneren wat het woord voor journalist was in het Pashtu, dan kon ik deze ongelukkigen in elk geval duidelijk maken wie ik was. "Za di inglisi atlasi kahzora yem!" kraaide ik triomfantelijk. De familie staarde me aan met nog grotere bezorgdheid. ...
Met stijgende verbijstering begon tot me door te dringen dat de verwarde verslaggever die de heiligheid van hun huis had geschonden zichzelf in het Pashtu niet had geïntroduceerd als een journalist, integendeel, hij had de onvergetelijke woorden uitgesproken: "Ik ben een Engelse satijnen tas."

- De riksjarijder stond nog steeds te wachten aan de hoofdweg, beducht dat ik was omgekomen, nog beduchter, dacht ik, dat een dode niet meer in staat zou zijn hem te betalen.

- In de komende negen jaar zouden ruim een miljoen Afghanen om het leven komen in de oorlog tegen de Russen, minstens 4 miljoen zouden gewond raken, en 6 miljoen waren als vluchteling het land uitgedreven - zelfs nog voor de Afghaanse oorlog in de volgende tragische fase terecht zou komen, die van een burgeroorlog tussen de mujahedin, de heerschappij van de Taliban en de daarop volgende Amerikaanse bombardementen.

Kijk verder bij het volgende deel mijn bespreking.
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

Robert Fisk: De grote beschavingsoorlog 2

Robert Fisk: De grote beschavingsoorlog: De verovering van het Midden-Oosten (Groot Brittannië, 2005): 1370 blz: Vertaald door: Philia de Boer, Hans van Cuylenborg, Roland Fagel, Bep Fontijn en Aad van Uyen (2005): Uitgeverij Anthos
 
De Grote Beschavingsoorlog
 
Woord vooraf:
 
Citaten:
- Ik heb geen krantenknipsels nodig om weer te denken aan de vader die na een Amerikaanse aanval met fragmentatiebommen op Irak in 2003 iets naar mij ophield wat leek op een geplet brood, maar een geplette baby bleek te zijn. Of aan het massagraf buiten Nasiriyah, waar ik de resten ontdekte van een been met een stalen pin erin en een plastic schijf die nog steeds vastzat aan een stuk bot; Saddams moorddadige handlangers hadden hun slachtoffer regelrecht uit het ziekenhuis waar zijn heup was vervangen, overgebracht naar zijn executieplek in de woestijn.

- Regeringen willen dat hun volk oorlog ervaart als een dramatische tegenstelling, "zij" en "wij", winnen of verliezen. Maar oorlog gaat niet in de eerste plaats over winnen en verliezen, maar over de dood en het doden.
 
- In zulke omstandigheden is het beroep van correspondent in het Midden-Oosten enigszins obsceen. Als de soldaten die ik volgde besloten het slagveld te verlaten zouden zij - velen van hen - geëxecuteerd worden wegens desertie of ten minste voor de krijgsraad moeten komen. De burgers tussen wie ik woonde en werkte, moesten tijdens bombardementen blijven waar ze waren, terwijl hun families werden gedecimeerd door granaatvuur en luchtaanvallen. Als burgers van verstoten landen kregen zij geen uitreisvisa. Maar als ik ermee wilde ophouden, als ik misselijk werd van de gruwelen die ik zag, kon ik mijn biezen pakken en business class naar huis vliegen, een glas champagne in de hand, als ik tenminste - anders dan zovelen van mijn collega's - nog in leven was.
 
- Dit raakt mij persoonlijk omdat ik jarenlang getuige ben geweest van gebeurtenissen die uitsluitend omschreven kunnen worden als de arrogantie van de macht. De Iraniërs noemden de Verenigde Staten het "centrum van de wereldarrogantie" en daar moest ik om lachen, maar ik ben langzamerhand gaan begrijpen wat ze bedoelden.

- Uiteindelijk vermoed ik dat wij journalisten proberen - of zouden moeten proberen - de eerste onpartijdige getuige te zijn van de geschiedenis. ... Met Amira Hass, de briljante Israëlische journaliste van het dagblad Ha'aretz - haar reportages over de bezette Palestijnse gebieden stijgen ver uit boven alles wat geschreven is door niet-Israëlische verslaggevers -, voerde ik hierover meer dan twee jaar geleden een uitvoerig gesprek. Ik hield vol dat wij een roeping hadden om de eerste bladzijden van de geschiedenis te schrijven, maar zij onderbrak mij. "Nee Robert, je hebt ongelijk," zei ze. "Ons werk is het controleren van de machtscentra." En ik geloof dat dit tot nu toe de beste definitie van journalistiek is die ik heb gehoord. "Zeer kritisch zijn tegenover mensen met macht - zowel financiële als politieke macht -, vooral als regeringen en politici ons ten oorlog sturen, als zij hebben besloten dood en verderf te zaaien, anderen te laten sterven."

Hoofdstuk 1: Drie interviews met Osama bin Laden

Het is passend dat "De grote beschavingsoorlog" begint met 3 interviews die Osama bin Laden heeft gegeven aan  Robert Fisk. Toen het boek in 2005 verscheen was Bin Laden de meest gezochte man ter wereld.
 
Citaten:
- De weg werd slechter naarmate wij verder reden en de auto slipte naar achteren terwijl de koplampen over de afgronden aan beide zijden van de weg gleden. "Toyota is goed voor de jihad," zei mijn chauffeur. Ik kon hem alleen maar gelijk geven, terwijl ik bedacht dat dit een reclameslogan was die Toyota liever aan zich voorbij zou laten gaan.

- Een maand eerder was ik in Bosnië om de oorlog daar te verslaan, en ik vertelde Bin Laden dat de Bosnische moslimstrijders in de stad Tavnik mij zijn naam hadden genoemd. Dit wekte zijn interesse. Iedere keer als ik Bin Laden ontmoette, ging zijn fascinatie niet uit naar wat zijn vijanden over hem dachten, maar naar wat moslim-oelema en militanten over hem zeiden.

- En zo kwam het dat op een warme avond eind juni 1996 de telefoon op mijn bureau in Beiroet ging met een van de uitzonderlijkste boodschappen die ik als buitenlandcorrespondent zou ontvangen. "Mr. Robert, een vriend die u hebt ontmoet in Sudan wil u graag spreken," ...
 Als de Bin Ladens van deze wereld geïnterviewd wilden worden, zo leek mij, moest The Independent niet slaafs komen opdraven. Het was een journalistiek risico. Er waren duizenden journalisten die Osama bin Laden wilden interviewen. Maar ik dacht dat hij meer respect zou hebben voor een verslaggever die zich niet binnen enkele uren na zijn verzoek onderdanig naar hem toe zou reppen.

- Op de open markt in Jalalabad kregen de boeren slechts 140 dollar voor 7 kilo hasj en iets meer dan 250 dollar voor 7 kilo opium - ongeveer dezelfde prijs die ze zouden hebben gekregen voor graan. De Verenigde Naties gingen daarom graanzaad leveren aan boeren op voorwaarde dat zij afzagen van het produceren van drugs, met de goede reden dat zij dezelfde winst konden behalen op de markten van Jalalabad.

- Maar het lag veel gecompliceerder. Boeren die nog nooit papavers hadden geteeld, begonnen ze te planten zodat ze gratis maïszaad zouden krijgen in ruil voor het vernietigen van de velden die ze pas geplant hadden.
 
- De meeste Arabieren die met een vraag van een journalist werden geconfronteerd, zeiden het eerste wat bij hen opkwam uit angst dat zij anders dom zouden overkomen. Bin Laden was anders. Hij was beangstigend omdat hij de eigenschap bezat die mannen oorlog doet voeren: hij was volkomen overtuigd van zijn eigen gelijk. In de daarop volgende jaren zou ik deze gevaarlijke karaktereigenschap zich bij anderen zien manifesteren - bij president George W. Bush en bij Tony Blair bijvoorbeeld - maar nooit met de fatale onwrikbaarheid van Bin Laden.
 
- "Als er zestig joden worden gedood in Palestina" - hij had het hier over bomaanslagen door Palestijnse zelfmoordenaars de vorige maand in Israël - "dan komt de hele wereld binnen zeven dagen bij elkaar om moord en brand te schreeuwen, terwijl op de dood van 600.000 Iraakse kinderen heel anders wordt gereageerd."

- De douanebeambte, een teenager met een kalasjnikov, was dermate analfabeet dat hij mijn paspoort ondersteboven hield en een vierkant en een cirkel erin tekende, want hij kon zijn eigen naam niet schrijven.

- Ik herinner mij de volgende paar uur als een reeks bevroren beelden: ontwaken met ijs in mijn haar, zo koud was ik, glijdend en slippend in de Toyota het bergpad af met achterin een van de Algerijnse strijders die mij vertelde dat hij in Algerije mijn keel zou doorsnijden, maar dat hij mij nu op bevel van Bin Laden moest beschermen en daarom zijn leven voor mij zou geven.

Kijk verder bij het volgende deel van mijn bespreking.
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

zaterdag 12 juni 2021

Robert Fisk: De grote beschavingsoorlog 1 Inleiding

Robert Fisk: De grote beschavingsoorlog: De verovering van het Midden-Oosten (Groot Brittannië, 2005): 1370 blz: Vertaald door: Philia de Boer, Hans van Cuylenborg, Roland Fagel, Bep Fontijn en Aad van Uyen (2005): Uitgeverij Anthos
 
De Grote Beschavingsoorlog
 
Robert Fisk (1946-2020) was een Engelse journalist die 40 jaar lang, van 1976 tot 2016 Midden-Oosten correspondent is geweest en in die functie ooggetuige is geweest van tal van conflicten in die regio. Hij was bij de islamitische revolutie in Iran, bij de inval in Afghanistan door de Sovjet-Unie, bij de oorlog tussen Irak en Iran, bij de burgeroorlog in Algerije, bij de conflicten tussen Palestina en Israël en bij de beide oorlogen tegen Irak. 
 
Robert Fisk heeft ook talloze interviews gehad met de groten uit deze regio: Osama bin Laden, Yasser Arafat, Ayatollah Khomeini, Saddam Hoessein, Kolonel Ghadafi om maar een paar beruchte personen te noemen. 

Ik heb "De grote beschavingsoorlog" in 2010 in zijn geheel gelezen. Afgaande op mijn leeslijst voor 2010 heb ik er toen slechts 17 dagen over gedaan, wat wel een heel erg rap tempo was. Nu heb ik de eerste 225 bladzijden herlezen, in een veel rustiger tempo van 25 bladzijden per dag. Na 9 dagen lezen was ik het even zat, misschien dat ik ooit weer verder ga.

Ik denk dat "De grote beschavingsoorlog" wel het standaardwerk over deze regio in de 20e eeuw is. Fisk beschrijft tal van conflicten en geeft daarbij ook de historische achtergrond. Fisk weet ontzettend veel en belangrijker nog, hij kan ook zeer goed schrijven. Ik vind zijn boek veel onderhoudender dan de boeken van Nederlandse geschiedkundigen als Maarten van Rossum en Geert Mak, om maar eens wat te noemen.

Is "De grote beschavingsoorlog" nu ook een boek voor het grote publiek? Ik zet daar mijn vraagtekens bij. Ten eerste is het boek met 1.370 bladzijden veel te omvangrijk om het redelijk snel te kunnen lezen. Een groter bezwaar vind ik dat Robert Fisk zeer veel onsmakelijke details geeft van wreedheden die in opdracht van de verschillende regimes op hun burgers zijn toegepast. Ik word er echt niet vrolijk van als ik lees hoe de Savak (de Iraanse geheime dienst onder de sjah) mensen martelde of wat verschillende islamitische groeperingen met hun tegenstanders doen.
 
In de komende stukjes zal ik zoals gebruikelijk weer een aantal citaten uit het boek geven, zodat u zich zelf een indruk kunt vormen.
 
Kijk verder bij het volgende deel van mijn bespreking.
 
    
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.