Posts tonen met het label India. Alle posts tonen
Posts tonen met het label India. Alle posts tonen

zondag 30 november 2025

Don McCullin: India

Don McCullin: India (Groot-Brittannië, 1999): 132 blz: Uitgeverij Jonathan Cape
 
 
 
Alles klopt aan het voorbeeldig uitgegeven "India" van de Britse fotograaf Don McCullin. Het boek is een prachtige gebonden hardcover met een geweldige foto op de voorzijde, die ook op de losse stofomslag staat. De teksten in het boek zijn uitstekend, bondig en informatief. En, ook niet onbelangrijk, de zwart-wit foto's zijn prachtig afgedrukt en geven uitstekend de sfeer van het land weer.
 
Don McCullin is vooral bekend als oorlogsfotograaf. Dat is ook wel te zien aan "India" waarin behalve vele prachtige portretten ook veel onaangename zaken te zien zijn, zoals bedelaars op straat en zieke en dode mensen. Hierdoor werkt dit boek veel meer confronterend dan bijvoorbeeld de boeken van Olivier Föllmi die ik pas heb besproken.
 
Voor een aantal afbeeldingen uit "India", klik hier.
 
      
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

zaterdag 29 november 2025

Olivier & Daniëlle Föllmi & Matthieu Ricard: Boeddhisme in de Himalaya

Matthieu Ricard & Olivier & Daniëlle Föllmi: Boeddhisme in de Himalaya (Frankrijk, 2002): 424 blz: Uitgeverij Lannoo
 
 
 
Van het imposante boek "Boeddhisme in de Himalaya" bestaat een latere herdruk op veel kleiner formaat. Ik was dan ook aangenaam verrast toen ik gisteren met de post de zeer forse eerste druk kreeg, in plaats van de veel kleinere uitgave die ik gedacht had te kopen. 
 
"Boeddhisme in de Himalaya" is een indrukwekkend boek waaraan duidelijk veel tijd en aandacht is besteed. Het boek hinkt een beetje op twee gedachten. Enerzijds is het een groot boek met prachtige foto's van landschappen en vooral mensen. Anderzijds is het een te groot uitgevallen tekstboek met ruim 100 bladzijden tekst die beogen om een grondige inleiding in het Tibetaanse boeddhisme te geven. In hoeverre de auteurs hierin geslaagd zijn, kan ik niet beoordelen, ik heb de tekst helemaal overgeslagen en alleen maar naar de foto's gekeken.

Ik had eerder deze week Föllmi's boek over India besproken. Beide boeken lijken qua opzet veel op elkaar. Het zijn beiden groot formaat boeken, zodat de foto's uitstekend tot hun recht komen. Het lezen van de vele teksten gaat dan weer wat moeizamer, daarvoor zou een boek op kleiner formaat handiger zijn geweest. Olivier Föllmi heeft een groot aantal boeken gepubliceerd. Ik ga op zoek naar zijn overige boeken, voor zover die in het Nederlands zijn verschenen.
 
      
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

maandag 24 november 2025

Olivier Föllmi: India

Olivier Föllmi: India (Frankrijk, 2005): 352 blz: Vertaald en bewerkt door Frans Boenders (2005): Uitgeverij Lannoo
 
 
 
Uitgaande van de vele foto's die ik van India heb gezien (ik ben er helaas zelf nooit geweest), moet de Indiase bevolking in de meest kleurrijke kleding op aarde rondlopen. Ook van dit boek "India" van de Franse fotograaf Olivier Föllmi, spatten de kleuren van de pagina's af.
 
Olivier Föllmi reisde op zijn 18e naar India en bracht er het grootste deel van de daarop volgende 20 jaren door. In "India" staan een aantal van de mooiste foto's die hij op zijn vele reizen door India heeft gemaakt. Het boek is een hardcover (de stofomslag ontbreekt helaas) op groot formaat en veel foto's zijn over de dubbele bladzijde afgedrukt zodat ze zich goed laten bewonderen. Vooral tussen de vele portretfoto's die Olivier heeft gemaakt zitten een aantal pareltjes.
 
Voorin en achterin het boek staan twee uitgebreide teksten, die weliswaar goed zijn geschreven, maar mij toch niet zo veel nieuws brengen. Achterin het boek staan ook nog 13 bladzijden met alle foto's op klein formaat met bijschriften. 
 
Voor een klein aantal afbeeldingen uit "India", klik hier.
 
      
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

woensdag 12 november 2025

Jacques Plouvier: Face to Face

Jacques Plouvier: Face to Face (Nederland, 2018): 264 blz: Uitgave in eigen beheer
 
Face to face - Jacques Plouvier 
 
"Face to Face" is een vierkant boek van bescheiden formaat (21 bij 21 cm) met daarin een verslag van 4 reizen die Jacques Plouvier heeft gemaakt in Azië met foto's en teksten. Plouvier heeft achtereenvolgens India, Rajasthan (2010), Noord-Vietnam (2014), Zuid-China en Vietnam (2015) en Zuid-India (2017) bezocht. Voor de laatste reis naar India werd bij Plouvier blaaskanker geconstateerd. De laatste 8 bladzijden van het boek gaan over zijn strijd tegen blaaskanker.
 
Om met het voor de hand liggende te beginnen, de foto's in "Face to Face" zijn prachtig. Plouvier was van beroep reclamefotograaf in de schoenenbranche en vrijwel iedere foto is mooi om te zien. Plouvier had al gauw last van tempelmoeheid, iets waar ik tijdens mijn reis door Indonesië en Thailand in 1992 ook in toenemende mate last van had, en hij concentreerde zich op het fotograferen van mensen. Voor de meeste reizigers, en zeker ook voor mij, vormen de ontmoetingen met mensen van andere culturen de hoogtepunten van de reizen, zeker in niet-westerse landen. 
 
Een fotoboek bestaat niet alleen uit foto's. Zoals Plouvier op de laatste bladzijde van "Face to Face" aangeeft, verzorgde hij ook zelf de vormgeving en de teksten van het boek. Ik vind de teksten ook uitstekend, ze zijn lekker beknopt en ze geven een uitstekend beeld van de reizen. Jammer dat "Face to Face" het laatste fotoboek van Plouvier zal zijn, een eerder boek van hem "Flushing Moments" staat nog op mijn verlanglijstje.
 
      
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

dinsdag 11 november 2025

Abbas: Gods I've Seen

Abbas: Gods I've Seen: Travels among Hindus (Iran, 2016): 224 blz: Uitgeverij Phaidon
 
 
 
De Iraanse Magnum-fotograaf Abbas (1944-2018) is één van mijn favoriete fotografen. Als atheïst geboren in een moslimland, is hij zijn hele leven bezig geweest om uitingen van geloof van aanhangers van verschillende religies te fotograferen. Eerder heb ik boeken van hem besproken over de moslimwereld en over het christendom.
 
Voor "Gods I've Seen" reisde Abbas drie jaar lang van januari 2011 tot eind 2013 door de vier landen met een grote bevolking van hindoes. Natuurlijk in de eerste plaats door India, maar ook door Nepal, Sri Lanka en Indonesië (Bali). 
 
"Gods I've Seen" is opnieuw een prachtig boek van Abbas. Het boek bevat 147 zwart-wit foto's die allen prachtig zijn afgedrukt en samen een beeld geven van het dagelijks leven in de landen met een hindoebevolking. Ik vind het werk van Abbas wel wat weg hebben van dat van Henri Cartier-Bresson.
 
Voor een aantal afbeeldingen uit "Gods I've Seen", klik hier.
 
      
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

maandag 11 augustus 2025

Henri Cartier-Bresson: The Face of Asia

Henri Cartier-Bresson: The Face of Asia (Frankrijk, 1972): 199 blz: Uitgeverij Thames and Hudson
 
 
 
Henri Cartier-Bresson (1908-2004) was een Franse fotograaf die door vele collega-fotografen (en trouwens ook door mij) als de belangrijkste fotograaf ooit wordt beschouwd. Hij staat bekend om zijn feilloze gevoel voor compositie, als één van de oprichters van het fotoagentschap Magnum, alsook om zijn theorie van "het beslissende moment", dat ene ogenblik waarop alles samenkomt voor het maken van een zo goed mogelijke foto.
 
Cartier-Bresson was als fotograaf altijd onderweg. Hij heeft uitgebreid rondgereisd in Azië, waarvan "The Face of Asia" een beknopt beeld geeft in 120 foto's. Alle foto's in het boek zijn gemaakt tussen 1947 en 1967. Het boek is onderverdeeld in een inleiding en vijf delen. Die inleiding heb ik gelezen, maar zegt niets van wezenlijk belang.
Deel een: Iran, Turkije, Irak, Oezbekistan, Mongolië
Deel twee: India, Pakistan, Ceylon [Sri Lanka]
Deel drie: Indonesië, Burma [Myanmar]
Deel vier: Japan
Deel vijf: China
 
Zoals je van Henri Cartier-Bresson kunt verwachten staan er veel prachtige foto's in het boek. En inderdaad, de compositie van de foto's is altijd optimaal. Ik beveel "The Face of Asia" aan iedereen aan met belangstelling voor mooie fotoboeken, en in het bijzonder aan mensen die geïnteresseerd zijn in Azië of in het werk van Henri Cartier-Bresson.
 
Voor een aantal foto's uit "The Face of Asia", klik hier.
 
      
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

donderdag 19 juni 2025

Mario Marino: Children of the World

Mario Marino: Children of the World (Oostenrijk, 2022): 256 blz: Uitgeverij teNeues
 
 
 
De Oostenrijkse fotograaf Mario Marino heeft al veel fotoboeken gepubliceerd en staat vooral bekend als portretfotograaf. Voor zijn boek "Children of the World" heeft hij foto's uitgezocht uit zijn archief van kinderen in zwart-wit. Hij is op veel plekken geweest. Ik heb foto's gezien, gemaakt in: de Verenigde Staten, Cuba, Frankrijk, Mauretanië, Kenia, India, Nepal, Mongolië en vooral heel veel in Cambodja.
 
Veel fotografen doen het fotograferen van kinderen af als niet van belang. Daar ben ik het volstrekt mee oneens. De meeste kinderen zijn nog  erg spontaan en je kunt de meest onverwachte foto's van ze maken. Toen ik nog serieus fotografeerde en reisde, ongeveer van 1988 tot 1994 maakte ik veel foto's van kinderen, vooral in Turkije, Indonesië en Thailand waar overal kinderen te vinden waren op straat.
 
"Children of the World" is een mooi boek met een aantal prachtige foto's van kinderen. Het boek komt zonder meer op mijn lijstje met mijn favoriete fotoboeken. Wat ik wel jammer vind aan het boek, is dat de op zich schaarse bijschriften, zowel in het Duits als in het Engels vermeld staan. TeNeues is een Duitse uitgever en dan zijn bijschriften in het Duits logisch. De teksten zijn ook zo basaal dat iemand die twee jaar Duits gehad heeft op school, ze moeiteloos kan lezen. Los van dit minpuntje vind ik "Children of the World" een erg mooi boek.
 
Voor een paar foto's uit "Children of the World", klik hier.
 
      
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

Joakim Eskildsen: The Roma Journeys

Joakim Eskildsen: The Roma Journeys (Denemarken, 2007): 416 blz: Uitgeverij Steidl
 
 
 
De Deense fotograaf Joakim Eskildsen bezocht tussen 2000 en 2006, samen met zijn partner Cia Rinne, die de teksten schreef voor dit boek, in 7 landen een aantal gemeenschappen van Roma. In "The Roma Journeys" komen achtereenvolgens aan bod: reizen naar Hongarije, India, Griekenland, Roemenië, Frankrijk, Rusland en Finland. Bij ieder land heeft Cia Rinne een tekst geschreven waarin voornamelijk ingegaan wordt op de geschiedenis van de Roma in het land. Ik vind de teksten erg pittig om te lezen en niet veel van belang toevoegen. Vervolgens komen een aantal panoramafoto's in zwart-wit, die steeds over de volle twee bladzijden zijn afgedrukt en dan een aantal kleurenfoto's. In totaal staan in het boek ongeveer 240 foto's.
 
De Roma vormen een bevolkingsgroep waar we niet veel van af weten en die over het algemeen niet zo geliefd zijn bij de rest van de bevolking. Ze komen oorspronkelijk uit India van waaruit ze naar het westen zijn vertrokken. Veel Roma leven in armoede en ze hebben een enorme muzikale traditie.

"The Roma Journeys" is een fantastisch fotoboek. De panoramafoto's in zwart-wit vallen op door hun geweldige composities en de kleurenfoto's door hun prachtige kleuren. Tezamen geven zij een indringend beeld van een weinig bekende bevolkingsgroep. 
 
Ik heb meer boeken over de Roma gezien. Vaak zie je daarbij op de foto's allerlei viezigheid en rommel op straat. Gelukkig valt dat in "The Roma Journeys" erg mee. Het is een fotoboek met vooral ook erg mooie foto's. Ik vind het één van de meest indrukwekkende fotoboeken die ik ken!
 
Voor een aantal foto's uit "The Roma Journeys", klik hier.
 
      
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

donderdag 3 april 2025

Dvd: Sporen uit het Oosten

Sporen uit het Oosten (Nederland, 2006): 650 min: Regisseur Rob Hof
 
Sporen uit het Oosten
 
Onbegrijpelijk. Totaal onbegrijpelijk vind ik het dat ik nog nooit eerder gehoord had van de prachtige reisdocumentaire "Sporen uit het Oosten" van regisseur Rob Hof. De serie is ooit uitgezonden op de Nederlandse televisie, maar ik had nog nooit van iemand gehoord dat hij of zij de serie had gezien en ik had er ook nog nooit iets over gelezen. Op het internet is vrijwel niets over de serie te vinden, hij staat te koop op Bol en op IMDB hebben 6 mensen aangegeven de serie gezien te hebben, met een gemiddelde waardering van 6,6. Slechts één persoon heeft de serie met een 8 gewaardeerd. En ik heb nergens een bespreking van de serie kunnen vinden. Blijkbaar ben ik de eerste die het de moeite waard vind om deze serie  te bespreken en dat verbaast mij enorm.
 
"Sporen uit het Oosten" is een 13-delige documentaire over een treinreis die Rob Hof samen met een klein gezelschap in 2006 heeft gemaakt, voornamelijk per trein, vanuit het noorden van Vietnam tot aan Turkije. Hij heeft daarbij 20 landen bezocht: Vietnam, Cambodja, Thailand, Maleisië, Myanmar, Bangladesh, India, Afghanistan, Pakistan, Iran, Syrië, Jordanië, Israël, Turkije, Griekenland, Macedonië, Kosovo, Servië, Kroatië en Slovenië. Per aflevering wordt de reis door één land besproken, India krijgt twee afleveringen en sommige landen krijgen met zijn tweeën een aflevering toebedeeld. De laatste aflevering gaat over de Balkan.
 
Tot mijn dertigste heb ik vrij veel gereisd, daarna door omstandigheden helaas zeer veel minder. Ik heb een enorme verzameling reisverhalen gelezen, veel fotoboeken over verre landen bekeken en ook veel reisprogramma's gezien. Vooral over de vele reisdocumentaires van de VPRO, door mensen als Jelle Brandt Corstius, Ruben Terlou en Adriaan van Dis, ben ik zeer enthousiast. Dat zijn programma's die de diepte in gaan, met presentatoren die de taal van het land spreken en er ontzettend veel over weten. Men kan zeker zeggen dat ik een liefhebber van het genre ben.
 
"Sporen uit het Oosten" gaat misschien minder de diepte in, maar de sfeer van het reizen in Azië, komt dichter bij mijn eigen ervaringen dan in enig ander reisprogramma dat ik ooit heb gezien. De opzet van het programma is geniaal in zijn eenvoud. Rob Hof heeft gekozen voor het reizen per trein. In een treincoupé heb je de maatschappij in het klein. In de bereisde landen reist vrijwel iedereen per trein, er zijn veel minder auto's en autowegen dan wij in het westen gewend zijn. Treinreizen kunnen erg lang duren, tien uur in de trein zitten voor een tocht van 200 tot 300 kilometer is heel normaal.
 
Rob Hof heeft voor de serie een groot aantal mensen geïnterviewd. Hij stelde daarbij steeds  weer dezelfde vragen: wat is de invloed van religie op je leven, wat zijn je grootste angsten en hoe zie je de toekomst? Telkens als iemand geïnterviewd wordt krijg je eerst die persoon te zien, vaak in functie. Vervolgens blijft de tekst van het interview lopen terwijl je beelden te zien krijgt van de treincoupé of van het voorbij suizende landschap of de bebouwing van de stad waar de trein doorheen rijdt. Vervolgens zie je weer een stukje van het interview. Deze afwisseling werkt uitstekend en maakt de serie erg boeiend om naar te kijken. Verder zie je af en toe beelden van de trein die voorbij rijdt in het landschap. Soms is Rob Hof op een andere manier onderweg en krijg je iets te zien van de steden.
 
Waar ik nooit zo bij stil heb gestaan en wat mij opvalt nu ik "Sporen uit het Oosten" in zijn geheel heb gezien, is dat er in zoveel van de bereisde landen na 1945 de nodige conflicten zijn geweest. Je had de Vietnamoorlog, Pol Pot in Cambodja, een 40 jaar durende militaire regering in Myanmar, de problemen met de onafhankelijkheid van Brits India en de verdeling in India en Pakistan en later Pakistan en Bangladesh, de Russische bezetting van Afghanistan en de Taliban, de Iraanse revolutie, Israël met de voortdurende spanningen tussen de joden en de Palestijnen en natuurlijk de oorlog in voormalig Joegoslavië. Het is nogal wat om over te horen in één documentaire.
 
Ik vind "Sporen uit het Oosten" het mooiste reisprogramma dat ik ooit heb gezien en het komt hoog in mijn film top 100!
 
Op IMDB krijgt "Sporen uit het Oosten" van slechts 6 mensen een waardering van 6,6.
 
  
 
Reacties op dit blog zijn meer  dan welkom.

zondag 8 december 2024

Christine Turnauer: The Dignity of the Gypsies

Christine Turnauer: The Dignity of the Gypsies (Oostenrijk, 2017): 264 blz: Uitgeverij Hatje Cantz
 

 
De Oostenrijkse fotografe Christine Turnauer werd door een vriend gevraagd om een fotoserie van de Roma te maken. Christine Turnauer was al heel lang gefascineerd door deze bevolkingsgroep, die enerzijds in armoedige omstandigheden leeft en anderzijds het leven uitbundig viert.
 
Voor de foto's in "The Dignity of the Gypsies" begon Christine Turnauer haar reis in Gujarat, in het noordwesten van India. Vervolgens reisde ze door naar Oost-Europa, Roemenië, Hongarije, Bulgarije, Montenegro en Kosovo.
 
De meeste foto's in "The Dignity of the Gypsies" zijn prachtige portretfoto's, waarbij vaak een stukje van de omgeving is meegenomen. Net zoals in haar eerdere boek "Presence" zijn de foto's fantastisch mooi afgedrukt en is het boek als geheel één van de mooiste fotoboeken die ik ken.

Voor een aantal foto's uit "The Dignity of the Gypsies", klik hier.
 
  
 
Reacties op dit blog zijn meer  dan welkom.

dinsdag 24 september 2024

Carolijn Visser: Tibetaanse perziken

Carolijn Visser: Tibetaanse perziken (Nederland, 2003): 300 blz: Uitgeverij Augustus

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Ik kreeg in 2003 voor mijn 37e verjaardag "Tibetaanse perziken" cadeau. Ik las het enige tijd later voor de eerste keer. In 2016 las ik het opnieuw en schreef ik een bespreking voor mijn blog. Nu heb ik het voor de derde keer gelezen en mijn bespreking uit 2016 vrijwel ongewijzigd overgenomen.
 
Vanaf 2000 tot 2002 maakte Carolijn Visser 3 reizen naar Tibet.

In haar jeugd had Carolijn Visser gelezen over de Zeeuwse wereldreiziger Samuel van der Putte die in 1730 in Tibet was geweest. Van hem was bijna niets bewaard gebleven behalve een getekend landkaartje waarop een gebied ten oosten van Lhasa staat.

Tijdens een tocht naar een klooster ontmoet Carolijn een Tibetaanse: Dolma. In eerste instantie is Carolijn huiverig om contact te leggen (Iedereen kan een spion voor de Chinezen zijn), maar als zij even later op huisbezoek gaat bij Dolma sluiten de twee vrouwen al snel vriendschap. Samen met Dolma verkent ze Lhasa, ze komt onder meer in een discotheek terecht.

Dolma heeft ook Thomas ontmoet: een Duitse jongen van 28 die vloeiend Tibetaans spreekt. Samen met deze Thomas maakt Carolijn een reis naar het oosten van Tibet.

Op een volgende tocht reist Carolijn naar India af waar ze een klooster bezoekt waar de broer van Dolma zou wonen. Ook bezoekt ze Dharamsala, de residentie van de Dalai Lama, en brengt ze een bezoek aan een Tibetaans hotel in New Delhi.

Vervolgens maakt Carolijn met Dolma een reis naar China, naar Chengdu, naar een klooster. Aan het einde van het boek bezoekt ze ook nog een Chinese boeddhiste in Peking.

Enige citaten:

- Een jonge vrouw in spijkerbroek bleef voor me stilstaan. "Where are you from?" vroeg ze. Ik schrok ervan. Deze ochtend hadden verschillende Tibetanen me vriendelijk toegeknikt, maar niemand, kreeg ik de indruk, sprak een woord Engels. "My name is Dolma," vervolgde ze vriendelijk lachend.

- Gedurende de weken dat Thomas hier logeerde had hij tientallen verschillende kamergenoten gehad: Japanners, Nederlanders, Amerikanen. Na een paar dagen vertrokken ze meestal weer, hij bleef. "Lhasa voldoet niet aan hun verwachtingen," constateerde hij. "Ze komen met een romantisch idee in hun hoofd en willen onbedorven Tibetanen ontmoeten die de hele dag bidden en in nomadententen wonen. Als ze een monnik zien met een mobiele telefoon zijn ze teleurgesteld. "

- "Wat vindt Tsering Wonden van het weer?" riep ik. Thomas haalde zijn schouders op; geen vraag die hij wilde vertalen, begreep ik. "Tibetanen hebben geen mening over het weer," riep hij terug. "Het weer is er gewoon."

-  Ik vroeg welk dier hij het meest waardeerde: het paard of de jak. Tsering Dzamdul vond het moeilijk te kiezen. "Ze zijn allebei heel belangrijk voor ons, het ligt eraan wat je wilt doen." "Jaks gedragen zich erg schrikachtig," zei ik. "Het lijken mij lastige dieren." Dat was Tsering Dzamdul helemaal niet met me eens. "Ze hebben een erg goed hart," zei hij beslist. "Je moet alleen niet proberen om met één jak op stap te gaan." "Hoezo niet?" vroeg ik verbaasd. "Een jak wil niets alleen doen. Je moet er minstens twee bij elkaar hebben, anders verzetten ze geen stap." "Merkwaardig," zei ik. "Helemaal niet," verdedigde Tsering Dzamdul zijn dieren. "Ze houden van gezelschap, zo zijn ze nu eenmaal."

- Fred zocht een nieuwe cd uit en draaide het volume hoger: Bruce Springsteen. "Niet slecht." Hij zette een fles Qingtao voor me neer en begon een Samson-shagje te draaien. "Gisteren en vandaag een paar groepen die lange rondreizen hadden gemaakt. Tempelmoe zijn ze dan. En de noedelsoep komt ze de neus uit. Dus dan willen ze hier bijkomen met Cubaanse muziek en kipsaté met pindasaus."

- De beoefenaars van het boeddhisme interesseerden mij, de leer zelf niet zozeer. Het was als met goudzoekers: goud kon mij niet in vervoering brengen, wel de mensen die er koortsachtig naar zoeken.

- "Wij hebben de wereld drie dingen te bieden. Onze vorm van boeddhisme, Tibetaanse kunst en Tibetaanse medicijnen. Dat zijn de drie aspecten van onze cultuur waar buiten ons eigen land vraag naar is."

Carolijn Visser schrijft in onnadrukkelijk proza dat prachtig leest. Ik durf wel te stellen dat ik haar de beste schrijver in het Nederlands vind. Ze is erg ondernemend, gaat voor niemand uit de weg, stelt de juiste vragen en heeft het vermogen om vriendschap te sluiten met vrouwen uit verschillende vreemde culturen. Kortom, het is een genot om haar te lezen en dit boek beschouw ik als een van de hoogtepunten uit haar oeuvre. Warm aanbevolen!

  
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

vrijdag 13 september 2024

Carolijn Visser: Brandend zout

Carolijn Visser: Brandend zout (Nederland, 1994): 267 blz: Uitgeverij Meulenhoff
 

 
In "Brandend zout" staan verhalen van Carolijn Visser die nog niet eerder in boekvorm zijn gepubliceerd over een reis met de trein van Beijing naar Moskou, en over reizen in Estland, China, Vietnam, Haïti, India en Australië.

Hoe meer ik van Carolijn Visser lees, hoe meer ik onder de indruk ben van zowel haarzelf als haar schrijven. Carolijn is een uiterst innemende vrouw die makkelijk contacten legt en vriendschappen sluit met mensen over de hele wereld, ze schrijft met veel empathie over de levens van de mensen die ze ontmoet, ze stelt kritische vragen, is ondernemend, stelt zich bescheiden op en laat zich ook regelmatig van haar zwakke kant zien. Daarbij schrijft ze uiterst helder, gebruikt ze geen woord teveel en haar dialogen klinken zeer natuurlijk.

Ik denk dat ik Carolijn Visser zowel de beste Nederlandstalige schrijver vind die ik ken, als de beste reisverhalenschrijver überhaupt, in ieder geval degene die ik met het meeste plezier lees. Ook "Brandend zout" is een boek met erg goede verhalen.
 
Citaten:
In de trein door Siberië:
- De Chinese restauratiewagen werd hier afgekoppeld en het was maar de vraag of er in Mongolië of in de Sovjet-Unie iets te eten of te drinken zou zijn. Daarom was het verstandig nu zoveel mogelijk in te slaan. Er waren twee winkeltjes en daaromheen werd geduwd en getrokken. Ik kocht koekjes, instant-noedels, glazen potten met mandarijnen en peren. En drie onduidelijke flessen sterkedrank.
 "Daar word je blind van," waarschuwde een Ier die naast me stond. Meteen ruilde ik de flessen om; Ieren hebben immers veel verstand van alcohol. Bij een ander kraampje kocht ik een tiental blikjes bier. Uitstekend bier wordt er in China gemaakt, door de Duitsers eind vorige eeuw geïntroduceerd. Met die vracht ging ik weer aan boord.
 
- Ik ging weer op bezoek bij de twee Esten. Zij bleken ervaren overlevers te zijn. Aavo regelde iets met de kok van een trein die op een ander spoor stond te wachten. De passagiers van de gewone Russische treinen zijn doorgaans te arm om in de restauratie te eten. Hij kwam terug met een grote zak gekruide inktvis en een pot mayonaise. Op het volgende station werd de maaltijd aangevuld met warm brood.
 
Estland:
- ... "Ben je dan helemaal niet blij?" vroeg ik teleurgesteld. Daina en hij hadden me in de trein toch verteld hoe zij als Esten leden onder de Russische onderdrukking. "Blij waarmee?" wilde Aavo weten. "Je bent vrij!" "Hoe kan ik vrij zijn?" vroeg Aavo en startte zijn Moskwitsj, "ik ben een Homo Sovjeticus."

- Al lang daarvoor hadden Aavo en Daina alle vertrouwen opgegeven in welke financiële instelling dan ook. "Alleen oude mensen zetten hun geld op de bank," zei Daina. Ze wilde me laten zien wat zij met hun roebels hadden gedaan en ging me voor op een trap naar de zolder. Met een zaklamp bescheen ze auto-onderdelen die daar lagen uitgestald: autobanden, startmotoren, carburatoren, complete portieren. Alles wat Aavo de laatste jaren tegenkwam kocht hij op. Het getuigde van een ontroerende ondernemingslust, toch vond ik die berg onderdelen deprimerend. Estland was onafhankelijk, maar het was deze verzameling oud roest die Daina en Aavo zekerheid moest verschaffen.

Bij een volgend bezoek aan Daina en Aavo twee jaar later:
- ... Toch waren er tekenen dat een nieuwe welvaart, hoe bescheiden ook, Estland had bereikt. Daina en Aavo waren veel beter gekleed dan tijdens mijn laatste bezoek. En er waren producten in huis die eerder niet te krijgen waren: afwasmiddel, margarine, chocola en frisdrank. Het leek op een volstrekt willekeurige selectie uit een westerse supermarkt.

- 's Morgens werd ik wakker van een klein stemmetje. "Good morning, breakfast is ready." Het was de zevenjarige Anneli die op de dorpsschool Engels leerde. Russisch als tweede taal was afgeschaft.

Vietnam:
- Verbaasd wandelde ik de eerste avond door de straten. Sinds mijn bezoek van een jaar geleden had Hanoi een metamorfose ondergaan. Overal waren winkeltjes gekomen, koopwaar stulpte naar buiten: tassen, kleren, borduurwerk, plastic emmers, gedroogde kruiden; er was geen ruimte meer op de trottoirs.

- Duong was aan de oorlog gewend  geraakt. Om hem vervolgens nooit meer te vergeten. "Een goed geheugen is een geluk voor een schrijver, maar een ramp voor een mens," besloot ze treurig.

- Duongs leven lijkt op dat van de hoofdfiguren uit Blind paradijs: verraden door het communisme, verraden door de mannen en gekneveld door een traditioneel denkende familie. Dat beaamde ze: "Een vrouw leeft in dit land nooit voor zichzelf. We leven in het verleden, voor onze voorouders, en we leven in de toekomst, voor onze kinderen."

China:
- "Mijn vrouw en dochter komen zo thuis," zei meneer Wu. In de tussentijd ging hij een lunch voor me maken. "Chinese specialiteiten," beloofde hij, en verdween in de keuken. Even later kwam hij binnen met een dampende schaal waarin ik tot mijn verbazing tientallen wezentjes zag liggen. Het leken net heel kleine mensjes die in grote opwinding hun armpjes in de lucht hielden alsof ze mij iets belangrijks te vertellen hadden. Meneer Wu zocht gejaagd naar de juiste vertaling in zijn woordenboek. "Padden," wees hij aan en toen het woord "miniatuur". Daarna bracht hij het tweede gerecht: gebakken zijdewormen. Die zagen er veel minder afstotelijk uit, precies kleine handgranaten, maar ze smaakten gruwelijk. Alsof je een hap oud stof naar binnen slikte.

Haïti:
- Ik zag de propere lokalen voor me, de onberispelijke Haïtiaanse leraressen voor de klas, de gedempte stemmen: een eiland van rust en orde.
 Maar zo rooskleurig was de situatie niet, volgens zuster Borgia. Waar ik netheid zag, verschool zich de ellende, zei ze met spijt in haar stem. "Toen we hier kwamen, vonden onze meisjes werk in een atelier, maar de laatste jaren is er geen werk meer." De opleiding had zo zijn doel verloren. De kleding die tijdens de lessen werd gemaakt, bleek van geen enkel nut en was onverkoopbaar omdat de prijs veel te hoog zou zijn. De mensen konden voor een paar kwartjes een tweedehands overhemd of een jurk uit de Verenigde Staten krijgen. "Kennedykleding" noemden de zusters dat, het had iets met liefdadigheid te maken.

- Een man die ons voorbijliep drukte zich even tegen me aan toen zuster Maria niet keek. "Baby, you need any black power tonight?" fluisterde hij en vervolgde lachend zijn weg.

- Het landschap om ons heen was uitgestrekt en eenzaam geworden. Toch steeg van vrijwel elke heuvel rook op. Daar werd houtskool gemaakt, had Dorvilier uitgelegd. Zelfs hier werden alle bomen die voorhanden waren gekapt. Alleen de mangobomen, wees Dorvilier, lieten de mensen staan, omdat ze daar de vruchten van wilden plukken. "Arme bomen," verzuchtte ik. Dat irriteerde Dorvilier: "Als de mensen het beter hadden, lieten ze de bomen wel staan."

India:
- Zodra we Suri vertelden van ons plan een bezoek aan Delhi te brengen pakte hij de telefoon en stelde hij zijn familie op de hoogte van onze komst. Er was geen sprake van dat we een hotel zouden boeken. Kwamen we wel gelegen? wierpen wij tegen, misschien was de familie heel druk? Hij schudde lachend het hoofd. "Dan maken we tijd, in India ligt dat allemaal heel anders dan hier," hield hij vol.

Een Indiase bruiloft:
- Nu was al bekend hoeveel gasten er zouden komen, rond de duizend. De moeder begon op te sommen: "Alle collega's van mijn man met hun gezinnen. Al mijn familieleden, alle familieleden van mijn man. Bij elkaar zijn dat vijfhonderd mensen. Dan de gasten van de bruidegom, dat zijn er ongeveer net zoveel." Het hele feest kwam voor rekening van de familie van de bruid. Dan was er natuurlijk nog de bruidsschat die betaald moest worden, maar daarover liet de moeder niet veel los.

- Over het beroemde Mayo-college in Aimer, ongeveer tweehonderd kilometer van Udaipur vandaan, had ik kort geleden iets gelezen. De school moest een kopie zijn van het Engelse Eton, maar de Indiase leerlingen, vrijwel allemaal prinsen, brachten zoveel bedienden, koks en chauffeurs mee dat er van een ascetische Britse opvoeding niet veel terechtkwam.

- Toen ik aanhield wilde hij wel onthullen dat hij ooit getrouwd was geweest met een Deense en later met een Ierse, maar dat de beide dames over niet erg mooie karakters beschikten. Ja, trok ik in gedachten partij, vergeleken bij Indiase echtgenotes zullen westerse vrouwen wel haaibaaien zijn.

Australië:
- Als vreemdeling kon je in Coober Pedy op drie manieren de nacht doorbrengen: in een hotel onder de grond, in een hotel boven de grond of in een tent. Een hotel, zo bleek, kostte tweehonderd gulden per nacht. Ik reed de parkeerplaats op van een van de campings en zocht naar een plek waar ik mijn tijdelijke onderkomen kon opslaan. De beheerder kwam uit een stacaravan te voorschijn en wees naar de stoffige, rotsige vlakte. "Je hebt toch wel een hamer bij je om de haringen erin te meppen?" vroeg hij. Even later hoorde ik hem schamper tegen een collega zeggen: "Een grasveldje zocht ze, die is goed."

- Ook Quinn reed in een tank. "Fris vandaag," stak hij van wal. Ik lachte. Typische Australische humor: de werkelijkheid omdraaien in haar tegendeel. We naderden onze Holden, Wayne zat er vlakbij onder een boom. "Wat doet die man?" vroeg Quinn verbaasd. "Hij leest een boek," zei ik. "Heb je ooit!" riep Quinn uit. "Wat is daar vreemd aan?" Quinn haalde zijn schouders op. "Zoiets heb ik nog nooit gezien: een man die een boek leest naast zijn gestrande auto."

- Wayne bestudeerde het interieur. "Er is niets veranderd," stelde hij tevreden vast en leunde ontspannen achterover. Nooit eerder had ik hem zo thuis gezien. Zou het waar zijn dat een mens zijn leven lang de gevangene blijft van zijn jeugd? We kunnen een andere taal leren, elders een woning inrichten, aan de andere kant van de wereld ons hart verliezen en toch blijven we, zelfs na vele jaren, alleen maar verlangen naar hoe het vroeger was.

- Quinn schetste mij het leven van een Australisch varken. Overdag, vooral tijdens een hittegolf zoals nu, "kamperen" ze. Ze verschuilen zich onder struiken of, als daar gelegenheid toe is, wentelen ze zich in de modder. Dat had deze jongen net gedaan, die kwam uit de "waterhole", hier vlakbij, de modder zat nog op zijn rug. Quinn sprak met tederheid over hun gewoonten: een jager moet zich verplaatsen in zijn prooi.
 
- "Je moet ook nooit met één hond gaan jagen, dat is vragen om problemen," verweet Quinn. "Je moet er rekening mee houden dat één hond uitgeschakeld kan worden. Je moet ook niet in je eentje op jacht gaan, als jou iets overkomt moet je iemand bij je hebben, al is het een kind, die je wagen naar het ziekenhuis kan rijden. Daarom heb ik mijn kinderen al op hun vijfde leren autorijden."
 De drie jachthonden snuffelden om ons heen. Het viel me toen pas op dat hun huid onder de littekens zat. "Ja, ze worden weleens te pakken genomen," bekende Pat. "We hebben altijd een naald en tanddraad in de auto liggen, we naaien ze meteen weer dicht. Dat moet je doen als ze nog verhit zijn, dan voelen ze geen pijn."
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

zaterdag 16 december 2023

Réhahn: The Collection

Réhahn: The Collection (Frankrijk, 2017): 138 blz: Uitgeverij ?
 
 
Réhahn is een Franse fotograaf die al jaren in Vietnam woont. Voordat Réhahn zijn boek "The Collection" publiceerde had hij 10 jaar over de wereld rondgereisd. Hij is vooral gespecialiseerd in het maken van portretfoto's, bijna altijd in kleur. In "The Collection" staan een aantal foto's die Réhahn zelf als zijn beste foto's beschouwt. Hij heeft eerder twee fotoboeken over Vietnam gemaakt.
 
Er staan in het boek een paar foto's die Réhahn heeft gemaakt in Bolivia en Peru, maar verder vooral foto's gemaakt in Cuba, Maleisië, India en Vietnam. De meeste foto's zijn portretfoto's. Op de foto's uit Cuba staan vooral foto's van mannen en vrouwen met enorme sigaren in hun mond.
 
De foto's uit het boek zijn over het algemeen erg mooi. Waar ik minder enthousiast over ben, is de vormgeving van het boek. Het boek is in een horizontaal formaat. Vaak staan er twee verticale foto's naast elkaar op één bladzijde. Deze waren veel beter tot hun recht gekomen als beeldvullende foto's op een enkele verticale pagina. De bladzijden met de teksten bij de foto's ogen rommelig. De teksten zijn in het Engels en in het Frans. Ik had gekozen voor of teksten in het Frans (het is tenslotte een boek van een Franse fotograaf) of in het Engels. De paginanummering is ronduit lelijk en storend. 
 
Afgezien van deze minpunten bevat "The Collection" erg mooie foto's.
 
Voor een aantal foto's uit "The Collection", klik hier.
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

vrijdag 15 december 2023

Vikram Seth: De geschikte jongen 6: Delen 16-19

Vikram Seth: De geschikte jongen (India, 1993): 1357 blz: Vertaald door Christien Jonkheer & Babet Mossel (2008): Uitgeverij Van Oorschot: Delen 16-19: 1092-1357
 
De geschikte jongen by Vikram Seth
 
Citaten:
- Maar toen Rupa Mehra het cadeau van Arun en Meenakshi had opengemaakt, barstte ze in gegriefde tranen uit. Het was een peperduur Japans lakdoosje, dat Meenakshi van iemand had gekregen en een keer, binnen gehoorsafstand van haar schoonmoeder, had omschreven als "spuuglelijk, maar ik kan het vast nog wel eens weggeven."

- Dipankar kwam zijn hut in de tuin uit nadat hij zeker een uur had zitten mediteren. Hij had een besluit genomen over de volgende stap in zijn leven. Het besluit was onherroepelijk, tenzij hij van gedachten veranderde.

- Als Amit met zijn roman worstelde had hij minder oog voor de gevoelens van zijn familie naarmate hij meer oog kreeg voor de gevoelens van zijn personages.

- "Is de auto gekukufisqueerd?"

- Haresh was zich er sterk van bewust dat de familie hem kritisch opnam maar wist niet goed hoe hij daarmee moest omgaan. Dit was geen Tsjechisch sollicitatiegesprek waarin hij het over spijkers met koppen en productienormen kon hebben. Dit vergde enige subtiliteit, en subtiliteit was niet zijn fort.

- "Maak je daar nu maar even niet druk over," zei Savita. "Neem een kop soep."
 Als niets meer helpt, bedacht Lata, is er altijd nog soep.

- Voor ieder feit of denkbeeldig feit dat in druk verscheen waren er tien geruchten, die bleven rondzoemen als wespen om een rottende mango.
 
- "Gelooft u in de kracht van de beperking?" vroeg een academisch gevormde dame gedecideerd.
 "Eh, jawel," zei Amit behoedzaam. Het was nogal een omvangrijke dame.
 "Waarom schijnt uw aanstaande roman - die naar ik begrijp in Bengalen speelt - dan zo dik te zijn? Ruim duizend bladzijden!" riep ze verwijtend uit, alsof hij persoonlijk aansprakelijk was voor de zenuwinstorting van een toekomstig promovendus. 
 "Tja, ik weet niet hoe dat is gekomen," zei Amit. "Ik ben niet zo gedisciplineerd. Maar ik moet ook niets van dikke boeken hebben; hoe beter ze zijn, des te erger het is. Als ze slecht zijn, krijg ik alleen maar ademnood van de moeite die het kost ze een paar minuten op te houden. Maar als ze goed zijn word ik een asociale idioot, weiger mijn kamer uit te komen, snauw en grauw als ik word onderbroken, laat bruiloften en begrafenissen voor wat ze zijn en maak mijn vrienden tot vijand. Ik heb nog steeds littekens van Middlemarch."

- Lata keek naar Savita en dacht: Savita is voor het huwelijk gemaakt. Ze schept er plezier in alles te doen wat nodig is voor een huishouden en een gezin, al die kleine, belangrijke zaken des levens. Ze is alleen rechten gaan studeren omdat Prans gezondheid haar geen keuze liet. Toen viel haar in dat Savita van wie dan ook zou hebben gehouden met wie ze getrouwd was, van iedereen die in de kern een goed mens was, ongeacht hoe lastig, ongeacht hoe anders dan Pran.

- "Hoe dan ook", zei Abdus Salaam, "de vooroordelen van slechte mensen zijn het probleem niet."
 "Ah, en wat is het probleem dan wel?" zei Mahesh Kapoor met een lichte glimlach.
 "Als het alleen slechte mensen waren die vooroordelen koesterden zou dat niet zo'n grote invloed hebben. De meeste mensen zouden hen niet willen imiteren - en daarom zouden zulke vooroordelen niet veel invloed hebben, behalve in uitzonderlijke tijden. De vooroordelen van goede mensen, die zijn juist zo gevaarlijk."

Haresh:
- Het zal je goed doen te horen dat ik geen paan meer eet. Kalpana heeft me laten weten dat jouw familie dat niet aantrekkelijk vindt, en wat ik er zelf ook van vind, ik heb besloten me in dit opzicht aan te passen. Ik hoop dat je onder de indruk bent van al mijn inspanningen om te vermehraïseren. 

- "... Zeg eens, wie van jullie is de oudste?"
 "Ik," zei Imtiaz.
 "Welnee," zei Meenakshi.
 "Ik verzeker u van wel, mevrouw Mehra. Vraag het maar aan mijn vader hier."
 "Hoe moet die dat nu weten?" zei Meenakshi. "Een bijzonder aardige man, van wie ik een beeldig lakdoosje heb gekregen, heeft me eens verteld dat volgens de Japanners de baby die als tweede komt de oudste is, want die bewijst zijn hoffelijkheid en grotere rijpheid door zijn jongere broertje voor te laten gaan."

  

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

Vikram Seth: De geschikte jongen 5: Delen 12-15

Vikram Seth: De geschikte jongen (India, 1993): 1357 blz: Vertaald door Christien Jonkheer & Babet Mossel (2008): Uitgeverij Van Oorschot: Delen 12-15: Blz 762-1091
 
De geschikte jongen by Vikram Seth
 
Citaten:
- De mensen vertellen een ander altijd wat die wil horen, niet wat ze werkelijk in het belang van die ander achten.

Over een masseur:
- Na nog wat knijpen en stompen zei hij: "Deze sesamolie is heel goed - hij heeft de verwarmende eigenschappen. Ik heb ook rijke klanten - veel marwari's in Calcutta kennen me. Ze zorgen niet voor het lichaam. Maar ik zeg, het lichaam is als de mooiste vooroorlogse auto, waarvan geen onderdelen te krijgen zijn op de markt. Daarom heeft het service en onderhoud nodig van een bekwame technicus, namelijk ..." en hij wees op zichzelf, "Maggu Gopal. En je moet je niet druk maken over onkosten. Zou je je Zwitserse horloge aan de onbekwame horlogeman geven omdat hij goedkoop is? Sommige mensen vragen bedienden, Ramu of Shamu, om massage te doen. Die denken dat het alleen in de olie zit."

- "Politici, begrijpt u, benoemen niet alleen liever middelmatige figuren op belangrijke posten omdat ze daar zelf gunstiger bij af zullen steken of omdat ze beducht zijn voor concurrentie, maar ook, begrijpt u, omdat iemand die op grond van verdienste is benoemd, vindt dat hem dat toekomt, terwijl een middelmatige figuur maar al te goed beseft dat dat niet zo is."
 
- "Volgens mij zou ons land er heel wat beter voorstaan als zij en u het zouden besturen en niet baoji en L.N. Agarwal," zei Veena.
 In plaats van Veena op de vingers te tikken voor die rebellie, zei mevrouw Kapoor alleen: "Ik denk het niet. Twee van die ongeletterde vrouwen ... we zouden niet eens een dossier kunnen lezen."
 "Maar u zou elkaar tenminste meer gunnen. Anders dan die mannen."
 "Welnee," zei haar moeder treurig. "Je weet niet half hoe kleinzielig vrouwen kunnen zijn. Als broers hebben besloten een gezamenlijk huishouden op te splitsen kunnen ze bezittingen ter waarde van lakhs [100.000] aan roepies soms met het grootste gemak binnen een paar minuten verdelen. Terwijl hun vrouwen in de gemeenschappelijke keuken dan zo'n heibel maken over de potten en pannen dat er bijna doden vallen."
 
- Het was aangenaam om geprezen te worden door iemand die van prijzen duidelijk niet zijn gewoonte maakte.

Arun Mehra over Haresh Khanna als huwelijkskandidaat voor Lata:
- Hij liet Rupa Mehra precies weten wat hij van zijn beoogde zwager dacht: een drammerig, ongelikt mannetje met veel te veel eigendunk. Met een laagje grauwe Midlands over de stinkende steegjes van Neel Darvaza. St.-Stephen noch de Londense cultuur had veel vat op hem gekregen. Hij kleedde zich opzichtig, bezat geen beschaafde omgangsvormen en zijn Engels was raar onidiomatisch voor iemand die het had gestudeerd en ook nog eens twee jaar in Engeland had gezeten. Bovendien zag Arun niet in hoe Khanna zich ooit in Aruns eigen kringen (de Calcutta Club, de renbaan van Tollygunge - de elite van Calcutta, zowel de Europese als Indiase) zou kunnen bewegen. Hij was ploegbaas - ploegbaas! - bij die Tsjechische schoenmakers. Zijn moeder kon toch niet werkelijk van mening zijn dat Khanna geschikt huwelijksmateriaal was voor een Mehra van hun klasse en achtergrond - om zo haar dochter mee de afgrond in te sleuren?

- "... Maar naar het schijnt kun je mensen niet met logica uit het hoofd praten wat ze ook nooit met logica is aangepraat."
 
- "... Beste chacha Nehru, had ik wel willen zeggen, dit is India, Hindoestan, Bharat, het land waar de pressiegroep eerder is uitgevonden dan het cijfer nul. Als zelfs het hart al in vieren is gedeeld, hoe kunt u van ons Indiërs dan verwachten dat we ons in minder dan vierhonderd partijen verdelen?"
 
Lees verder in deel 6 van deze bespreking.
 
  

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

Vikram Seth: De geschikte jongen 4: Delen 8-11

Vikram Seth: De geschikte jongen (India, 1993): 1357 blz: Vertaald door Christien Jonkheer & Babet Mossel (2008): Uitgeverij Van Oorschot: Delen 8-11: Blz 505-761
 
De geschikte jongen by Vikram Seth
 
Citaten:
- Slechts twee families hadden een eigen pomp: die van Rasheed en nog een. De rest van de bevolking, alles bij elkaar een stuk of vierhonderd gezinnen, haalden hun water uit een van de drie putten: de put voor de moslims op een open plek bij een neemboom; de kastenput voor de hindoes op een open plek bij een vijgeboom; en de put voor kasteloze hindoes ofwel onaanraakbaren aan de buitenste rand van het dorp tussen een dicht opeengepakt groepje leemhutten niet ver van een looikuil.

- Haresh stond Rupa Mehra inderdaad aan. Wat haar beviel was zijn levenslust, zijn onafhankelijkheid van zijn familie (al sprak hij met warmte over hen) en zijn goed verzorgde uiterlijk. Veel jongens zagen er tegenwoordig zo slonzig uit. En een beslissende factor in Haresh' voordeel was zijn naam. Een Khanna moest wel een khatri zijn.

- Op het ogenblik bestond het leven van Haresh uit weinig anders dan werk; India was geen Engeland, waar je probleemloos meisjes kon ontmoeten zonder dat er iemand bij was.

- Na een poosje waren ze in Salimpur. Ze hadden met de anderen afgesproken bij een zaak in stoffen en andere artikelen. Maar het was bomvol in de smalle drukke straatjes van Salimpur, vanwege de wekelijkse marktdag. Straatventers, marskramers, alle mogelijke soorten kooplui, slangenbezweerders met hun versufte cobra's, kwakzalvers, blikslagers, fruitverkopers met manden vol mango's en lychees op hun hoofd, suikerbakkers met hun dik met vliegen bedekte barfi's, laddu's en jalebi's, en een groot deel van de inwoners van zowel Salimpur als vele omringende dorpen had zich het centrum van de stad in weten te persen.
 
- De bus was zo aftands dat hij het om de paar minuten begaf. Hij was van een pottenbakker die nogal opzienbarend van beroep was veranderd; zo opzienbarend zelfs dat zijn plaatselijke kastebroeders hem niet meer wilden kennen, tot ze zijn bus onontbeerlijk vonden om naar het station te kunnen. De pottenbakker bestuurde en onderhield hem, voederde en drenkte hem, stelde de oorzaak van zijn geproest en schijndoodsrochel vast en loodste zijn karkas met zachte hand over de weg. Uit de motor stegen grijsblauwe rookwolken op, uit het oliereservoir lekte ruwe olie, telkens als hij remde verzengde de stank van brandend rubber de lucht en om de twee uur had hij wel een lege of lekke band. De weg, die voornamelijk uit halfsteens gelegde bakstenen bestond, was een en al kuil, en de wielen hadden niet de flauwste herinnering meer aan hun schokdempers. Rasheed had om de haverklap het gevoel dat hij gecastreerd dreigde te worden, en zijn knieën stootten steeds tegen de man voor hem, wiens stoel geen rugleuning meer had.
 
Lees verder in deel 5 van deze bespreking.
 
  

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

donderdag 14 december 2023

Vikram Seth: De geschikte jongen 3: Delen 4-7

Vikram Seth: De geschikte jongen (India, 1993): 1357 blz: Vertaald door Christien Jonkheer & Babet Mossel (2008): Uitgeverij Van Oorschot: Delen 4-7: Blz 199-504
 
De geschikte jongen by Vikram Seth
 
Citaten:
- Kedarnath merkte dat Haresh op het punt stond woedend uit te vallen. Hij voelde dat Haresh een bruusk en zeer onbevreesd man was, maar onbevreesdheid leek hem onpraktisch wanneer er wel degelijk iets te vrezen viel.

- Sunil herinnerde zich die keer dat hij en nog een stel vrienden Haresh - ergerlijk zelfverzekerd als altijd - hadden uitgedaagd om van een afstand het merk te noemen van alle vijftig auto's die vanwege een of andere officiële ontvangst voor het universiteitsgebouw geparkeerd stonden. Haresh had zich niet éénmaal vergist. Gezien zijn nagenoeg onfeilbare geheugen voor voorwerpen was het vreemd dat hij met maar een matig gemiddelde voor zijn doctoraal Engels was geslaagd en zijn scriptie voor poëzie had ontsierd met tal van onjuiste citaten.

- "... O, maar jullie kennen elkaar nog niet," zei Sunil nu in het Hindi. "Haresh Khanna ... Pran Kapoor. Jullie hebben allebei Engelse letterkunde gestudeerd, en ik ben nog nooit iemand tegengekomen die daar meer van weet dan de een of minder van weet dan de ander."

Over Bhaskar, de 9-jarige jongen met veel aanleg voor wiskunde:
- Toen Haresh een uur later terugkwam kreeg hij het gevoel dat hij een indringer was. Ze zaten inmiddels samen aan de eettafel, waarop onder andere enkele musammi's lagen, een paar musammischillen, een groot aantal tandenstokers in verschillende configuraties, een omgekeerde asbak, een paar in wonderlijk gekronkelde lussen aan elkaar gelegde stroken krantenpapier en een paarse vlieger. De rest van het tafelblad was bedekt met in geel krijt neergeschreven vergelijkingen.

- Rechter Chatterji was geen methodisch man, maar zijn vijf kinderen had hij keurig om en om mannelijk en vrouwelijk geproduceerd: Amit, Meenakshi (die met Arun Mehra was getrouwd), Dipankar, Kakoli en Tapan. Geen van hen had een baan, maar allen hadden wel een bezigheid. Amit schreef gedichten, Meenakshi speelde canasta, Dipankar zocht naar de Zin van het Leven, Kakoli hield de telefoon aan het werk en Tapan, met zijn dertien jaar een stuk jonger dan de rest, zat op de prestigieuze kostschool Jheel.

Over Cuddles, de hond van de Chatterji's:
- "Waar is Cuddles?" vroeg Amit halverwege de trap.
 "O," antwoordde Dipankar vaag. "dat weet ik niet."
 "Hij zou weleens iemand kunnen bijten."
 "Ja," beaamde Dipankar, niet al te verontrust bij die gedachte.
 Cuddles was geen gastvrije hond. De Chatterji's hadden hem nu ruim tien jaar, en in die tijd had hij zijn tanden gezet in Biswas babu, een paar kinderen (vriendjes en vriendinnetjes van school die kwamen spelen), een aantal juristen (die bij rechter Chatterji thuis kwamen vergaderen in diens tijd bij de balie), een zakenman, een arts die op huisbezoek kwam, en de gebruikelijk melange van postbodes en elektriciens.

Een Engelsman, Jock Mackay, over de Indiërs:
- "Ja. Maar een aardig volk, hoor: ze slijmen, roddelen, snoeven, weten alles beter, vinden zichzelf geweldig, hebben lak aan de wet, kruipen voor autoriteit, rijden als gekken en rochelen maar raak ... Ik had ooit nog wel meer puntjes op mijn klachtenlijstje staan, maar die ben ik vergeten."
 
- "Echt, Ma," ging Kakoli verder, "als je Tagore leest is het net of je met de schoolslag door de stroop moet zwemmen."
 
- Arun Mehra genoot van uitleggen - zich laten uitleggen beviel hem heel wat minder. Hij wekte graag de indruk alles te weten wat de moeite waard was, en het was hem nagenoeg gelukt dat zelf ook te geloven.
 
- "Studeren geeft een goede discipline," zei Rupa Mehra. "Je hebt er inzet voor nodig. Je vader zei altijd dat het niet uitmaakt wat je studeert. Zolang je het maar intensief doet, sterkt het de geest."
 
Over gedichten die Amit zo belabberd vond dat hij ze heeft verbrand:
 
- "Het waren verfoeilijke gedichten," zei Amit ter rechtvaardiging. "Beschamend slecht. IJdel, onoprecht."

 "Gedichten die ik niet verduur
 Werp ik ten offer aan het vuur,"

zei Kuku.

 "Van apekool tot hyperbool
 ik spoel ze weg door het riool,"

vulde Amit aan.
 "Heb je ook Chatterji's die geen spotrijmpjes maken?" vroeg Lata onverklaarbaar geërgerd. Waren ze dan nooit eens serieus? Hoe konden ze over zulke hartverscheurende zaken grapjes maken?
 "Jawel, ma en baba," zei Kuku. "Want die hebben Amit niet als oudste broer gehad. En Dipankar is er iets minder goed in dan de rest. Ons komt het aanwaaien, net zoals je een raga zingt als je die maar vaak genoeg gehoord hebt. Iedereen verbaast zich erover, maar het verbaast ons juist dat Dipankar het niet kan. Of maar één keer in de vier weken of zo, als hij zijn poëtische maandstonde heeft ..."
 
 "Uit de oude of de nieuwe doos -
 ze rijmen altijd grandioos,"
 
kirde Kakoli. die ze met zo'n verbijsterende frequentie uitbraakte dat ze Kakoliversjes waren gaan heten, al was Amit de aanstichter.
 
Lees verder in deel 4 van deze bespreking.
 
      

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

Vikram Seth: De geschikte jongen 2: Delen 1-3

Vikram Seth: De geschikte jongen (India, 1993): 1357 blz: Vertaald door Christien Jonkheer & Babet Mossel (2008): Uitgeverij Van Oorschot: Delen 1-3: Blz 1-198
 
De geschikte jongen by Vikram Seth

Twee lange citaten:
 
Een beschrijving van de bruiloft van Pran en Savita:
- Toen de kransen eenmaal waren uitgewisseld, schonk niemand verder veel aandacht aan de eigenlijke huwelijksrituelen. Die zouden nog bijna een uur lang doorgaan terwijl de gasten kwetterend over de gazons van Prem Nivas ronddrentelden. Ze lachten, ze drukten elkaar de hand of brachten hun handen samen tegen hun voorhoofd; ze versmolten tot groepjes, de mannen hier, de vrouwen daar; ze warmden zich bij de met houtskool gevulde stenen oventjes die strategisch in de tuin stonden opgesteld, terwijl hun gebabbel zich verdichtte tot opstijgende wolkjes; ze bewonderden de veelkleurige lichtjes; ze lachten gehoorzaam als de fotograaf in het Engels mompelde "Even zo blijven staan, alstublieft!"; ze snoven diep de geur van bloemen, parfum en gekruide gerechten op; ze wisselden geboortes, sterfgevallen, politieke nieuwtjes en schandalen uit onder het bontgekleurde baldakijn achter in de tuin waaronder op lange tafels eten stond uitgestald; met volgeladen borden vielen ze vermoeid neer op stoelen om onvermoeibaar toe te tasten. Bedienden, sommigen in witte livrei, anderen in kaki, brachten vruchtensap, thee, koffie en hapjes rond aan de gasten die in de tuin stonden: samosa's, kachauri's, laddu's, gulab-jamuns, barfi's, gajak en ijs werden geconsumeerd en aangevuld, samen met puri's en zes soorten groente. Vrienden die elkaar in maanden niet hadden gezien vielen elkaar onder luide kreten in de armen, verwanten die elkaar alleen op bruiloften en begrafenissen zagen omhelsden elkaar wenend en wisselden de laatste nieuwtjes over achterachterneven uit. Lata's tante uit Kanpur, ontzet over de huidskleur van de bruidegom, had het met een tante uit Lucknow over "de zwarte kleinkinderen van Rupa" alsof die er al waren. Ze maakten geweldige ophef over Aparna, ongetwijfeld het laatste blanke kleinkind van Rupa, en prezen haar nog toen ze pistache-ijs op haar lichtgele truitje van kasjmier morste. De onbehouwen dorpskinderen uit Rudhia renden schreeuwend rond alsof ze pitthu speelden op hun boerenerf. En de klaaglijke feestmuziek van de shahnai was weliswaar verstomd, maar de vrolijke stemmen rezen ten hemel in een uitgelaten getater dat de niet ter zake doende zang van de rituelen overstemde.
 
Een beschrijving van een rit door Brahmpur:
- De tonga had maar net genoeg ruimte om vooruit te komen tussen de ossewagens, riksja's, fietsers en de dichte drommen voetgangers op de weg en het trottoir, dat ze deelden met kappers die in de open lucht hun werk deden, waarzeggers, wiebelige theekraampjes, groentestalletjes, apentemmers, ooruitspuiters, zakkenrollers, loslopende koeien, een enkele slaperige, in verschoten kaki ronddrentelende politieagent, van zweet druipende mannen die onvoorstelbaar zware ladingen koperen of ijzeren stangen, glas of oud papier op hun rug vervoerden en er op de een of andere manier in slaagden met hun waarschuwingskreten - "Uit de weg! Uit de weg!" - de herrie te overstemmen, koperslagerijtjes en stoffenzaakjes (waarvan de eigenaars aarzelende klanten roepend en gebarend naar binnen trachtten te lokken), de smalle gebeeldhouwde stenen ingang van de Engelstalige Tinny Tots School die uitkwam op de binnenplaats voor de verbouwde haveli van een aan lager wal geraakte vorst, en bedelaars - jong en oud, agressief of gelaten, leproos, verminkt of blind - die bij het vallen van de avond stilletjes de Nabiganj bezetten en aan de politie probeerden te ontkomen terwijl ze de rijen voor de bioscopen afwerkten. Er krasten kraaien, in vodden gehulde kleine loopjongens renden af en aan (eentje hield, tussen de menigte door zigzaggend, een goedkoop blikken dienblad met zes vuile glaasjes thee in de lucht), aapjes sprongen kwetterend rond in het ritselende lover van een grote pipalboom en trachtten om onoplettende klanten te beroven wanneer ze wegliepen van het goedbewaakte fruitstalletje, vrouwen schuifelden met of zonder bijbehorende man rond in anonieme boerka's of kleurige sari's, bij een chaat-kraampje hingen een paar studenten die elkaar van nog geen halve meter afstand toescheeuwden, uit gewoonte of om zich verstaanbaar te maken, schurftige, bijterige honden werden weggetrapt, graatmagere , mauwende katten kregen stenen naar hun kop en overal streken vliegen neer: op stinkende hopen rottend afval, op de onbedekte lekkernijen van de snoepkraam, waar in enorme ronde pannen verrukkelijke jalebi's lagen te sissen in de ghee, op de gezichten van de in sari geklede - maar niet op die van de in boerka gehulde - vrouwen, en rond de neusgaten van het paard dat met zijn door oogkleppen afgeschermde hoofd schudde terwijl het zich door Oud-Brahmpur een weg naar de Barsaat Mahal probeerde te banen.
 
Ik geef nog een aantal kortere citaten plus een langer citaat ter afsluiting:

- "Wie was die Cad met wie je stond te praten?" vroeg ze nieuwsgierig aan Lata.
 Dat was minder erg dan het klonk. De studenten van Brahmpur bedoelden er niet mee dat de man in kwestie een cad, een schoft, was, maar gebruikten het woord - afgeleid van Cadbury Chocolate - als jargon voor knappe jongens.

- Met Ma valt niet redelijk te praten, ze zet gewoon de waterlanderskraan open.

- De traag bewegende rug van de ayah ergerde Meenakshi om de een of andere reden en ze dacht: We moeten de T.B. echt vervangen. Ze is volkomen nodeloos seniel. T.B. was de afkorting die Arun en zij voor de ayah gebruikten en Meenakshi lachte van plezier toen ze terugdacht aan die keer aan het ontbijt dat Arun van het cryptogram in de Statesman had opgekeken om te zeggen: "Zeg, werk die tandeloze bes eens de kamer uit. Zo smaakt mijn omelet me niet." Sindsdien was Miriam altijd de T.B. gebleven. Het leven met  Arun zat vol met zulke heerlijke onverwachte momenten dacht Meenakshi. Kon het maar altijd zo zijn.

- Maan was dol op Bhaskar en mocht hem graag rekensommen toewerpen, zoals je een afgerichte zeehond een bal toewerpt.

- Toen mijn vriendin Priya op de bruiloft van Pran kwam zag de tuin er zo mooi uit dat ze zei: "Ik heb het gevoel alsof ik uit een kooi ben gelaten." Zij heeft niet eens een daktuin, het arme kind. En ze mag nog bijna nooit het huis uit ook. "Met de draagstoel erin, op de lijkbaar eruit", zo vergaat het de schoondochters daar in huis.

Malati noemt een jongen die belangstelling voor Lata heeft een "Arm gekookt aardappeltje".

- ... en lachte toen naar Nowrojee, die wegdook in zijn stoel als een musje dat schuilt voor een orkaan.

- "En wat was dat andere verhaal dat je me zou vertellen, over Akbar en Birbal?" vroeg Lata.
 "Akbar en Birbal?" vroeg Kabir.
 "Niet vandaag - bij het concert."
 "O" zei Kabir. "Heb ik dat gezegd? Maar daar zijn zoveel verhalen over. Over welk had ik het dan? Ik bedoel, in wat voor verband zei ik het dan?"
 Hoe is het mogelijk dat hij zich die opmerkingen van hem die ik nog zo goed weet zelf niet herinnert? dacht Lata.
 "Volgens mij kwam het omdat mijn vriendinnen en ik je aan kwetterende papegaaien deden denken."
 "O. ja." Het gezicht van Kabir lichtte op bij de herinnering. "Het verhaal gaat als volgt. Akbar verveelde zich, dus vroeg hij zijn hovelingen hem eens iets echt verbazingwekkends te vertellen - maar dan niet iets wat ze van horen zeggen hadden, maar wat ze zelf hadden meegemaakt. Het verbazingwekkendste verhaal van allemaal zou een prijs krijgen. Zijn hovelingen en raadsheren kwamen aandragen met een keur van verbazingwekkende feiten - de gebruikelijke. De een vertelde dat hij een olifant doodsbang had zien trompetteren bij de aanblik van een mier. De ander dat hij een schip  door de lucht had zien vliegen. Weer een ander dat hij een sjeik had ontmoet die begraven schatten in de grond kon zien liggen. De volgende dat hij een buffel met drie koppen had gezien. Enzovoort, enzovoort. Toen Birbal aan de beurt was, zweeg hij. Ten slotte gaf hij toe dat hij die dag op weg naar het hof iets ongebruikelijks had gezien: een stuk of vijftig vrouwen die bij elkaar zaten onder een boom, zonder een woord te zeggen. Iedereen was het er meteen over eens dat de prijs aan Birbal toekwam." Kabir gooide schaterend zijn hoofd in zijn nek.
 
Lees verder in deel 3 van deze bespreking.
 
      

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

woensdag 13 december 2023

Vikram Seth: De geschikte jongen 1: Inleiding

Vikram Seth: De geschikte jongen (India, 1993): 1357 blz: Vertaald door Christien Jonkheer & Babet Mossel (2008): Uitgeverij Van Oorschot
 
De geschikte jongen by Vikram Seth
 
"De geschikte jongen" is een Tolstojaanse familiekroniek die zich afspeelt in India in de jaren 1951 en 1952, een paar jaar na de onafhankelijkheid. De roman is Tolstojaans in omvang en ook Tolstojaans in de manier waarop de personages worden beschreven en waardoor een hele samenleving tot leven komt.

Het boek opent met mevrouw Rupa Mehra die op de bruiloft van haar oudste dochter Savita tegen haar jongste dochter Lata zegt: "Ook jij gaat trouwen met een jongen die ik heb uitgezocht". 
 
In "De geschikte jongen" worden de verwikkelingen van 4 families beschreven die onderling met elkaar verbonden zijn. Je hebt de familie Mehra. Moeder Rupa is haar man Raghubir verloren en heeft 2 zoons: Arun en Varun en 2 dochters: Savita en Lata (de eerste hoofdpersoon). 
 
Dan heb je nog drie andere families: de familie Kapoor, bestaande uit minister van financiën Mahesh en zijn vrouw en hun kinderen Veena, Pran en Maan (de tweede hoofdpersoon), de familie Chatterji, met de vader die rechter is en de kinderen Amit, Meenakshi, Dipankar, Kakoli en Tapan en tenslotte de familie Khan (een moslimfamilie) met een vader die grootgrondbezitter is en zijn dochter Zainab en zijn tweelingzonen Imtiaz en Firoz. Het klinkt erg onoverzichtelijk, maar gelukkig staan voorin het boek de stambomen van deze 4 families. 
 
De andere personages zijn of rechtstreeks of zijdelings met Lata of Maan verbonden. In het boek zit veel couleur locale (er komen veel Indiase termen in voor en achterin het boek staat een uitgebreide woordenlijst), het heeft een lichte toon die mij uitermate goed bevalt, bevat veel humor en het leest erg makkelijk weg. Een criticus beschuldigde Vikram Seth van "crowdpleasing". Het was bedoeld als kritiek, maar in feite is het een groot compliment, het betekent dat Vikram Seth toegankelijk schrijft voor een groot publiek. 

Ik heb "De geschikte jongen" twee keer  eerder in zijn geheel gelezen. De eerste keer in het Engels in 1999 en de tweede keer in 2008 net nadat het boek in Nederland was verschenen. Vorig jaar heb ik de eerste 200 bladzijden herlezen voor een voorlopige bespreking

"De geschikte jongen" is één van mijn absoluut favoriete romans (met de ook al zeer lijvige romans "Anna Karenina", "Oorlog en vrede" en "Op zoek naar de verloren tijd"). Ik vind ook dat het boek geweldig is vertaald in het Nederlands. 
 
Het vertelplezier spat van de bladzijden af en het boek is een genoegen om te lezen. Bij de BBC hebben ze een televisieserie gemaakt naar het boek. Die zal ik vast ook nog wel een keer bekijken en bespreken. 
 
Vikram Seth heeft nog meer mooie boeken geschreven: het reisverhaal "From Heaven Lake", de roman in verzen "De Golden Gate" en de romans "Verwante stemmen" en "Twee levens", maar wat mij betreft is "De geschikte jongen" zijn absolute meesterwerk. 
 
De komende dagen publiceer ik nog vijf stukjes met citaten uit het boek zodat jullie zelf een oordeel kunnen vellen over de schrijfstijl van Vikram Seth. 

Lees verder in deel 2 van deze bespreking.

  

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

dinsdag 9 augustus 2022

Steve McCurry: India

Steve McCurry: India (Verenigde Staten, 2015): 208 blz: Uitgeverij Phaidon
 

 
De films en de foto's die ik heb gezien, doen vermoeden dat India zo'n beetje het meest kleurrijke land op aarde is. Steve McCurry is mijn favoriete fotograaf en hij heeft lange tijd in alle uithoeken van India rondgereisd. Het valt dus te verwachten dat een boek over India van zijn hand een prachtig fotoboek zal zijn.
 
"India" is een groot formaat fotoboek. Ik bezit een hardcover, er is ook een paperbackversie. Voorin het boek staat een prachtige inleidende tekst van 6 bladzijden van de hand van William Dalrymple, wiens "From the Holy Mountain" één van mijn favoriete reisverhalen is. 
 
In totaal staan er zo'n 95 foto's in het boek. De foto's staan allen op de rechterpagina en op de linkerpagina staan de plaats waar en het jaar waarin de foto is genomen. Voor de horizontale foto's moet je het boek een kwartslag draaien.
 
In "India" staan een aantal oude favorieten uit zijn eerdere boeken, plus een flink aantal hier voor het eerst gepubliceerde foto's.

"India" is een prachtig fotoboek. Ik ken geen ander fotoboek dat over één land gaat, dat ik net zo mooi vind als dit boek. Voor liefhebbers van India is dit boek een absolute must see!

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.