Posts tonen met het label Verhaal. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Verhaal. Alle posts tonen

maandag 5 mei 2025

F.B. Hotz: Proefspel

F.B. Hotz: Proefspel (Nederland, 1980): 62 blz (Uit "Het werk": Deel 1: Blz 551-612 (1997)): Uitgeverij de Arbeiderspers
 

 
"Proefspel" is met 62 bladzijden in deze uitgave, het langste verhaal dat F.B. Hotz ooit heeft gepubliceerd. Het is waarschijnlijk ook het bekendste en meest geliefde verhaal van Hotz. Joost Zwagerman heeft "Proefspel" zeer terecht opgenomen in zijn vuistdikke bloemlezing "De Nederlandse en Vlaamse literatuur vanaf 1880 in 60 lange verhalen". 

Ik vind "Proefspel" één van de allermooiste verhalen die ik ken en daarom krijgt het van mij een aparte bespreking. Ik heb veel geciteerd om de sfeer van het verhaal goed weer te geven.
 
Citaten:
- Dat Carl nog sliep nam Borg hem niet kwalijk, hoewel de repetitie om "elf uur scherp" zou beginnen. Niemand werd werkelijk kwaad op Carl. Met z'n timide geluid en z'n profiel als van een Tristan door Dante Gabriel Rossetti, kon hij vrouwen en vrienden steeds voor zich innemen.
 
- Trouw, zo dacht hij, was misschien de beste daad. Trouw aan een voorwerp of voorkeur was ook goed. Geen vervelender mensen dan die steeds een andere, vurige, maar blijkbaar tijdelijke belangstelling hadden. Trouw was eigenwijs als een geloof en ook een tasten in het duister. Wat moest er van hem worden.

- Dat welkom bleek verder nog uit wat dorpsjongens die "Gadvergemese sodemieters" riepen met het fanatisme van territoir gekwetsten. Een rosse meid wees op Borgs Buescher en giechelde: "Die ene heb z'n aarrappelekist bij 'em." Borg lachte ziek mee, hij had die grap in stad en dorp al een paar honderd maal gehoord.
 
- Hij was blij dat de vriendinnen er niet bij waren. Die liepen altijd mee naar het podium met een hautaine ingekeerdheid tegenover de meisjes uit het publiek. Want ze achtten zich hoger omdat ze bij de muzikanten hoorden.
 
- Wanda zat licht triomferend in haar bank achterover geleund. Ze keek recht in het gezicht van haar Engelse leraar. Mensen met een bril hadden geen hoofd, dacht ze. En geen karakter: zij zelf zou liever halfblind rondtasten dan zo'n wee plastic ding opzetten dat de wenkbrauwen weg nam en iedereen er deed uitzien als een roze varken.
 
- Borg was die middag nog altijd bezig met de smering van z'n instrument. Dat was niet makkelijk want de trombone was oud en versleten. Het speet hem nauwelijks dat geld voor een nieuwe ontbrak, want zo had hij een steekhoudend argument déze te houden.
 
- Thuis kleedde Borg zich vloekend van haast om en hij probeerde nog, bijna symbolisch, met een paar lange noten z'n embouchure te redden. Staande, met z'n jas al aan. Tekort aan tijd is tekort aan talent had hij wel eens gelezen.
 
- De vrouw babbelde beminnelijk vanuit haar liggende en ingepakte positie. Ze was óók musicienne geweest, jaja, net als Evert, alleen geen bas natuurlijk maar cello. Ze ontvouwde haar leven, waarschijnlijk ook om de zwijgzaamheid van de anderen te maskeren. (Voor vrouwen mag er nooit een minuut gesprekspauze zijn: ze achten dat een gebrek aan gastvrouwschap.)
  
- Maar later op de fiets naar huis verkeerde hij in zwarte twijfel over eigen leven en talent. Hij prevelde krom over z'n stuur: "Iets te kunnen maken - muziek bijvoorbeeld - is een "gave" zoals men zegt. Het is een genade die niet afgedwongen kan worden door ontzegging van eten en liefde. Maar moet men dan niet leeg zijn van alles - zoals de auteurs van m'n opklapbed zeggen - om die genadegift te ontvangen?"
 
- Hij sloot z'n grammofoon en stak de plaat in de half vergane hoes. Tweemaal achter elkaar draaide hij nooit iets. Men moest savoureren. Alleen vrouwen speelden hun sentimentele modeplaten tien keer achterelkaar, zoals ze ook tien keer naar Les Enfants du Paradis gingen kijken.
 
- Hij werd nog bozer: hij kon meer op z'n instrument dan menig ander, had een goed hoog register, schreef mooie en speelbare arrangementen - zij het traag - en had een ongewone historische kennis van z'n muziek.
 
- Want als hij muziek maakte en het lukte, als de materie niet tegenwerkte, als de noten onontkoombaar op de enig juiste plaats kwamen en de toon zong, dan kon de wereld daar helemaal niet tegenop, dan betekenden ongemak en toekomst niets meer, ze werden belachelijk zoals alle vermeende belangrijkheid, die klanken waren onaantastbaar triomferend.
 
- Aan het ontbijt wilde Wanda zwijgen, maar haar moeder ditmaal niet. Die ramde nijdig met kopjes en theelepeltjes en kon ten slotte haar vraag niet langer verbijten: "Waar waren jullie zo laat heen gisteravond."
"Ik wilde zelf zien waar Evert mee omgaat de laatste tijd."
 "En?"
 "En niks. Gewoon een stel muzikanten, niets bijzonders."
 De moeder zweeg. Ook Wanda was verbaasd: ze had Carl en de zijnen verdedigd.
 
- Hij had gespeeld met een bijna idiote precisie die avond. Ze bleef zwijgen en gaapte zich tranen. En nú kwekte dat zelfde meisje honderd uit en begreep opeens alle muzikantengrappen. Carl kon vrouwen aantrekken. Of nee: ze kwamen op hem af. Als zeugen op een trog, had de gitarist eens gezegd.
 
- Ze  zaten weer bijeen op de kamer en niemand maakte iemand een verwijt. Carl was Carl en hij speelde soms zo mooi - mooier dan de gerenommeerde kopstukken uit de stad - dat men hem z'n jenever gunde. Ze vroegen zich niet af waarom hij zich soms bedronk. Informatietrekken zou als oudemensenbetutteling zijn uit te leggen.
 
- Daar, bij de koude winterzon, genoot hij zoals altijd van het hurkend doornemen van stapeltjes oude platen en van het onverwachts opduiken van zeldzame labels.
 
- Borg eindigde het gesprek gemoedelijker. Hij verhaalde aardige zaken over z'n vriend Carl. Hoe geestig die was, hoe gelaten gastvrij, en hoe mooi hij vaak speelde. Borg besefte daarbij niet dat hij, juist zoals destijds bij Miriam, bezig was zichzelf uit de markt te prijzen. Wanda hoorde met zekere vonkogige gretigheid toe. Haar lippen weken door inzuigende aandacht, zoals bij Miriam een jaar eerder. Maar het leek toch of Borg een beetje deelde in die zelf opgeroepen aura.
 
- Zo krabbelde hij voort aan een les voor een beginner. Het was een simpele partij voor een eenvoudig stukje en hij gaapte. Die leerlingen wilden nooit oefeningen blazen maar direct partijen, om hun schoolorkestje te imponeren.
 
- Hij had talent voor muziek en het ontbrak hem niet aan waardering. Maar hij verdiende er niet genoeg mee en daarom werd hij als muzikant verworpen door de overigen, de niet-kenners en niets-kunners. En pijnlijker, door sommige muzikanten. Geld was het metafysisch bewijs en de rechtvaardiging, niet: prijzen en onderscheidingen.
 
  
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.