Posts tonen met het label Autobiografie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Autobiografie. Alle posts tonen

vrijdag 29 augustus 2025

Jos Vos: Het voetkussenboek

Jos Vos: Het voetkussenboek (België, 2024): 429 blz: Uitgeverij de Arbeiderspers
 
 
 
De Belg Jos Vos (1960) is de meest productieve vertaler van de klassieke Japanse literatuur in het Nederlandse taalgebied. Van zijn hand heb ik onder meer vertalingen gelezen van "Het verhaal van Genji" van Murasaki Shikibu en van "Het hoofdkussenboek" van Sei Shonagon. De vertalingen van Jos Vos kenmerken zich door het prachtige, soepel lezende Nederlands, waarin  ze zijn opgeschreven.
 
"Het hoofdkussenboek" bevat de herinneringen van een hofdame aan het keizerlijk hof rond het jaar 1000, afgewisseld met allerlei opsommingen van dingen die haar opvallen. Het getuigt van een zeer speelse geest. "Het voetkussenboek" is de autobiografie van Jos Vos en nadrukkelijk geïnspireerd door "Het hoofdkussenboek". De titel vind ik een beetje zwakjes, wie gebruikt er een voetkussen?

In zijn boek wisselt Jos Vos herinneringen aan zijn leven af met stukjes over boeken en vooral over muziek die hem inspireren. Wat moet ik ervan zeggen? Het boek kabbelt een beetje voort. Zijn stukken over de popgroep "The Who", rocker David Bowie, Frank Zappa, zijn liefde voor de muziek van Anne Sofie von Otter, een stuk over een tante en over een paar kinderboeken, het kan mij allemaal niet boeien. Ik ben gestopt met lezen op bladzijde 100.
 
Sinds ik vorig jaar een eigen boek heb gepubliceerd, vergelijk ik mijn boek weleens met wat ik lees. Als ik eerlijk ben (het kan natuurlijk ook zelfoverschatting zijn) vind ik mijn eigen boek interessanter dan dat van Jos Vos.
 
Ik geef een citaat uit "Het voetkussenboek" waar ik hartelijk om moest lachen:
 
Jos Vos spreekt een vrouw als volgt aan:
- "Dit blikje cola is veel te groot voor mij. Wil jij ook wat?"
 
    
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

maandag 11 juli 2022

Stoppen of doorlezen? Mary McCarthy: Herinneringen aan mijn roomse jeugd

Mary McCarthy: Herinneringen aan mijn roomse jeugd (Verenigde Staten, 1957): 243 blz: Vertaald door Nini Brunt (1966): Uitgeverij de Arbeiderspers, serie Privé-domein Nr. 1
 

 
Voordat ik begon met het lezen van "Herinneringen aan mijn roomse jeugd" was het enige dat ik van de Amerikaanse schrijfster Mary McCarthy wist, dat zij het eerste deel van de prestigieuze serie Privé-domein had geschreven. Nooit ben ik iemand tegengekomen die haar als schrijfster heeft genoemd en ook heb ik nooit wat over haar gelezen. Een volslagen onbekende dus. Ik zou dit boek ook nooit hebben gekocht, ware het niet dat het bij een pakketje Privé-domeins zat dat ik op marktplaats kocht vanwege een ander boek.
 
Citaten:
- Het klinkt somber, maar in werkelijkheid was het heel vrolijk. Mijn moeders ouders waren in een toestand van voortdurende bezorgdheid dat zij als jonge weduwe zou achterblijven met een troep kinderen om voor te zorgen, maar mijn moeder en vader schenen absoluut onbezorgd. Ze waren erg verliefd op elkaar, dat zegt iedereen en over geld maakte mijn vader zich nooit bezorgd. Hij had een toelage van acht- of negenhonderd dollar in de maand van zijn vader, en mijn moeder honderd van de hare. Toch zaten ze altijd in de schuld, wat de fout van mijn vader was. Hij was een roekeloos extravagante man, die in bed plannen lag te maken voor traktaties en verrassingen. De lezer zal later horen over mijn diamanten ringetje en mijn hermelijnen mofje en bontje. Ik herinner mij ook broches, picknicks in de achtertuin, zoeken naar paaseieren, een opeenvolging van verjaardagstaarten en ijspuddingen, een schitterend mei-mandje dat mijn vader aan de knop van mijn deur hing, een bloeiende hyacint, feestjes met grabbeltonnen en visvijvers, het kleine elektrische komfoor waarop mijn moeder 's middags chocola en thee maakte.

- Als ik terugzie besef ik dat het de godsdienst was die mij redde. Onze lelijke kerk en parochieschool gaven mij de enige esthetische uitweg: door de woorden van de mis en de litanieën en de oude Latijnse hymnen, door de paaslelies langs het altaar, de rozenkransen, de versierde gebedenboeken, de votieflampen, de bidprentjes, in goud gedrukt en versierd met bloemenkransen en de afbeelding van een heilige. Deze kant van het katholicisme, hoewel veel ervan was bedorven en verlaagd door massa-productie was toch voor mij het equivalent van gotische kathedralen, verluchte manuscripten en mysteriespelen.

- ... de doorsnee katholiek ziet geen verband tussen religie en moraal behalve wanneer er sprake is van de moraal van iemand anders, dat wil zeggen van de veronderstelde verderfelijke invloed van boeken, films en denkbeelden op het gedrag van iemand anders.

- Het was een algemeen verspreide mening, niet alleen onder de familie maar ook onder winkeliers, dienstboden, tramconducteurs en andere satellieten van onze kring dat mijn grootvader, een rijk man, grote edelmoedigheid had getoond door een som geld beschikbaar te stellen voor ons onderhoud en ons onder te brengen bij een onaangename familierelatie van middelbare leeftijd in een haveloos huis een paar blokken verwijderd van het zijne.
  
- Wat wij aan verbittering voelden, werd bewaard voor onze feitelijke pleegouders, die zoals wij geloofden, het geld dat voor ons werd gegeven, achterover drukten, daar de levensgewoonten in het huis van onze grootouders - de elektrische kachels, de gashaarden, de plaids, de sjaals die zorgzaam over oude knieën werden gelegd, het witte vlees van kip en het rode rundvlees, het zilver, de witte tafellakens, de meiden en de attente chauffeur - ons ervan overtuigden dat pruimen en rijstpudding, afbladderende verf en verstelde kleren voor deze mensen hors concours waren en daarom onmogelijk door hen voorgeschreven konden zijn. Rijkdom was in onze gedachten equivalent met goedheid en armoede alleen maar een bewijs van een schriele aard.

Ik moet zeggen dat ik "Herinneringen aan mijn roomse jeugd" geboeid heb zitten lezen tot en met bladzijde 53. Ik vind het erg goed geschreven en kan mij voorstellen waarom ze bij de Arbeiderspers juist dit boek hadden uitgekozen als eerste boek voor hun nieuwe serie. Wat ik gelezen heb, nodigt zeker uit tot doorlezen, hoewel het de vraag is of ik dat daadwerkelijk ga doen. Het levensverhaal van een katholieke vrouw die een eeuw geleden is opgegroeid in de Verenigde Staten staat wel erg ver van mij af, hoe goed die vrouw ook kon schrijven.

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

maandag 24 januari 2022

Saskia Bos: Schizofrenie en bergen beklimmen

Saskia Bos: Schizofrenie en bergen beklimmen (Nederland, 2016): 190 blz: Uitgeverij de Graaff

Schizofrenie en bergen beklimmen
 
Saskia Bos hoort al vanaf haar elfde stemmen. Op de middelbare school loopt het uit de hand. In opdracht van de stemmen verwondt ze zichzelf en op aanraden van school zoeken Saskia en haar ouders hulp bij een psycholoog.
 
Dit is het begin van een lange zoektocht naar allerlei hulpverleners, psychologen, psychiaters, casemanagers en instanties zoals psychiatrische ziekenhuizen, het RIAGG en een stemmenpoli op zoek naar een manier om met de klachten te leven.
 
Uiteindelijk wordt de diagnose schizofrenie gesteld. Helaas kan men de ziekte schizofrenie niet genezen, hooguit kan men ermee leren omgaan met behulp van medicijnen.  

Saskia doet een poging tot zelfmoord, maar weet uiteindelijk haar leven op de rails te zetten door veel te sporten (fietsen, hardlopen en voetballen) een hond te nemen en in de bergen te gaan wandelen.
 
"Schizofrenie en bergen beklimmen" is een uitstekend geschreven boek dat makkelijk weg leest en voor mij nogal confronterend is. Saskia is heel open over haar ziekte en alleen al daarom is het heel mooi dat dit boek is uitgegeven. In het boek zijn een aantal teksten uit haar dossier opgenomen. Wat opvalt is dat die teksten nogal wollig zijn en in vakjargon zijn geschreven met veel moeilijke woorden. Saskia zelf schrijft veel leesbaarder.
 
Citaten:
- Na twee maanden psychotherapie word ik gebeld, mijn therapeut is voor lange tijd ziek en ik krijg een nieuwe. Aan de nieuwe vraag ik wat er aan de hand is met de oude therapeut, ik maak me zorgen en hoop dat ze niet ernstig ziek is. Maar de nieuwe mag daar niets over vertellen in verband met privacy. Mijn dossier is inmiddels overgeheveld naar de nieuwe, mijn privacy doet er blijkbaar wat minder toe.

- Een andere verpleegkundige vindt dat ik moet opschrijven wat ik denk. Ik doe dat, maar als ik zie dat mijn geschreven gedachten, zonder toestemming van mij, meegenomen zijn naar het kantoor van de verpleegkundigen en daar door iedereen gelezen worden, zet ik geen woord meer op papier. 

- Ik heb vaak bij mijn ouders geopperd om een tweede huis in Spanje te kopen, of nog liever, in Afrika, dan kan ik 's winters in de echte zon zitten. Maar dat doen ze niet, beetje jammer.

- Thuis werd ik geaccepteerd om wie ik ben en mijn psychiatrische klachten hebben de sterke band tussen mij en mijn broer en zussen gelukkig niet kapot gemaakt. Misschien zelfs wel sterker.

- Met mijn klasgenoten had ik niet veel contact ... Tijdens de les kreeg ik vaak een berichtje via msn van een klasgenoot die naast me zat. Het leek mij logischer om gewoon live met elkaar te praten, maar ik was de enige met die mening.

- Wat ik lastig vind van een open afdeling is dat het heel druk is. De deur naar buiten staat open en iedereen loopt af en aan. Artsen, verpleegkundigen, bezoekers en patiënten lopen door elkaar heen. Ik ken hier nog helemaal niemand en heb geen idee wie hier wel thuis hoort en wie niet.

Over haar hond, die ze Masai genaamd heeft:
- Zelf vond ik het leuk om eenden op te jagen en ik leerde Masai dat ook. Maar ik deed het alleen als niemand keek, en hoewel ik Masai had uitgelegd dat hij het alleen stiekem mocht doen, deed hij het toch als andere mensen keken. De afkeurende blikken van de mensen maakte dat ik het Masai weer afleerde om eenden op te jagen.

- Voordat ik Masai kreeg deed ik bijna niets op een dag, ik had geen ritme en geen doel. Met de komst van Masai was dat compleet veranderd. Ik moest op tijd op, want Masai moest plassen. Ik moest naar buiten, want Masai had beweging nodig. Ik moest de wijde wereld in, want Masai moest gesocialiseerd worden. En zo zorgde Masai ervoor dat ik weer een dagritme had.

- De verpleging is bijna nooit op de afdeling, ze zitten altijd op hun kantoor. Alleen om ons te wekken, tijdens de maaltijden en tijdens de koffiemomenten zijn ze op de afdeling.

- Ook thuis bleef ik suïcidaal. Een paar dagen na de opname deed ik nog een poging om mijzelf op te hangen. Mama wist dat ik dood wilde en liet me zo min mogelijk alleen, ze vond me dan ook snel en maakte de riem, die strak om mijn nek zat, los. Ze gaf me een knuffel en huilde. Ze zei dat ze begreep dat ik dood wilde, maar vroeg me om alsjeblieft nog even vol te houden.

- Hardlopen was, en is nog steeds, mijn beste medicijn.

- Ik had flink gespaard tijdens de opnames, dat is een voordeel van opgesloten zijn, je kan niet weg om even te shoppen, dus je betaalrekening blijft onaangeroerd.

- Masai werd zo, zonder dat hij het wist, mijn hulphond. Een soort blindengeleidehond, maar dan andersom. Een blindengeleidehond waarschuwt blinde mensen om dingen te ontwijken, die zijzelf niet kunnen zien. Masai leert mij om dingen te negeren, die er in werkelijkheid niet zijn. Masai heeft geen enkel probleem met de extra verantwoording die hij als hulphond heeft, hij vindt het prima om af en toe op me te liggen en voor me te waken. Als hij in ruil daarvoor twee keer per dag het bos in mag om te rennen, en twee keer per dag zijn eten krijgt, dan is hij dik tevreden.

- Bij die reisorganisatie kunnen ze zeggen: "We willen je niet meer mee, want wij willen geen risico lopen," maar ikzelf kan dat niet. Ik kan geen aangetekende brief naar meneer Schizofrenie sturen, met het verzoek om deze vakantie thuis te blijven. Schizofrenie zit aan mij vast en reist altijd met mij mee.

- Met elke tocht die ik maakte, kreeg ik meer zelfvertrouwen. Ik voelde me steeds minder een psychiatrisch patiënt en in de bergen vergat ik dat ik ziek ben. Ik had nog steeds veel last van mijn ziekte, maar ik had een passie om voor te leven.

- Schizofrenie regeert nog steeds mijn leven. Om het in de hand te houden, zijn mijn dagen gestructureerd en rustig. Ik sport veel en eet gezond. Ik doe niets onverwachts, bereid alles goed voor en maak bij alles wat ik doe de overweging of het niet te druk is. Soms doe ik teveel, en moet ik dat bekopen met dagen waarop schizofrenie weer de baas is. Dan kruip ik met Masai op de bank en wacht tot ik me weer beter voel.

    

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.