Posts tonen met het label China. Alle posts tonen
Posts tonen met het label China. Alle posts tonen

zaterdag 29 november 2025

Olivier & Daniëlle Föllmi & Matthieu Ricard: Boeddhisme in de Himalaya

Matthieu Ricard & Olivier & Daniëlle Föllmi: Boeddhisme in de Himalaya (Frankrijk, 2002): 424 blz: Uitgeverij Lannoo
 
 
 
Van het imposante boek "Boeddhisme in de Himalaya" bestaat een latere herdruk op veel kleiner formaat. Ik was dan ook aangenaam verrast toen ik gisteren met de post de zeer forse eerste druk kreeg, in plaats van de veel kleinere uitgave die ik gedacht had te kopen. 
 
"Boeddhisme in de Himalaya" is een indrukwekkend boek waaraan duidelijk veel tijd en aandacht is besteed. Het boek hinkt een beetje op twee gedachten. Enerzijds is het een groot boek met prachtige foto's van landschappen en vooral mensen. Anderzijds is het een te groot uitgevallen tekstboek met ruim 100 bladzijden tekst die beogen om een grondige inleiding in het Tibetaanse boeddhisme te geven. In hoeverre de auteurs hierin geslaagd zijn, kan ik niet beoordelen, ik heb de tekst helemaal overgeslagen en alleen maar naar de foto's gekeken.

Ik had eerder deze week Föllmi's boek over India besproken. Beide boeken lijken qua opzet veel op elkaar. Het zijn beiden groot formaat boeken, zodat de foto's uitstekend tot hun recht komen. Het lezen van de vele teksten gaat dan weer wat moeizamer, daarvoor zou een boek op kleiner formaat handiger zijn geweest. Olivier Föllmi heeft een groot aantal boeken gepubliceerd. Ik ga op zoek naar zijn overige boeken, voor zover die in het Nederlands zijn verschenen.
 
      
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

woensdag 12 november 2025

Jacques Plouvier: Face to Face

Jacques Plouvier: Face to Face (Nederland, 2018): 264 blz: Uitgave in eigen beheer
 
Face to face - Jacques Plouvier 
 
"Face to Face" is een vierkant boek van bescheiden formaat (21 bij 21 cm) met daarin een verslag van 4 reizen die Jacques Plouvier heeft gemaakt in Azië met foto's en teksten. Plouvier heeft achtereenvolgens India, Rajasthan (2010), Noord-Vietnam (2014), Zuid-China en Vietnam (2015) en Zuid-India (2017) bezocht. Voor de laatste reis naar India werd bij Plouvier blaaskanker geconstateerd. De laatste 8 bladzijden van het boek gaan over zijn strijd tegen blaaskanker.
 
Om met het voor de hand liggende te beginnen, de foto's in "Face to Face" zijn prachtig. Plouvier was van beroep reclamefotograaf in de schoenenbranche en vrijwel iedere foto is mooi om te zien. Plouvier had al gauw last van tempelmoeheid, iets waar ik tijdens mijn reis door Indonesië en Thailand in 1992 ook in toenemende mate last van had, en hij concentreerde zich op het fotograferen van mensen. Voor de meeste reizigers, en zeker ook voor mij, vormen de ontmoetingen met mensen van andere culturen de hoogtepunten van de reizen, zeker in niet-westerse landen. 
 
Een fotoboek bestaat niet alleen uit foto's. Zoals Plouvier op de laatste bladzijde van "Face to Face" aangeeft, verzorgde hij ook zelf de vormgeving en de teksten van het boek. Ik vind de teksten ook uitstekend, ze zijn lekker beknopt en ze geven een uitstekend beeld van de reizen. Jammer dat "Face to Face" het laatste fotoboek van Plouvier zal zijn, een eerder boek van hem "Flushing Moments" staat nog op mijn verlanglijstje.
 
      
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

zaterdag 4 oktober 2025

Dvd: Zhang Yimou: The Flowers of War

The Flowers of War (China, 2011): 137 min: Regisseur Zhang Yimou
 
Flowers Of WarFlowers Of War 
 
"The Flowers of War" schijnt gebaseerd te zijn op een waargebeurd verhaal tijdens de Japanse bezetting van Nanking in 1937. In een prachtige kathedraal die het oorlogsgeweld heeft doorstaan, hebben een stuk of 13 jonge meisjes in blauwe uniformen die uit het klooster komen, een schuilplaats gevonden. Er is ook een opportunistische Amerikaan die doodgraver is en zijn geld komt ophalen. Er zijn ook een stuk of 13 prostituees die aankloppen bij de poort van de kerk om zich daar te verschuilen.
 
"The Flowers of War" is een genot voor het oog. Dat aspect van het verhaal is Zhang Yimou wel toevertrouwd. Tegelijkertijd is het een keiharde oorlogsfilm vol met geweld, waarvan ik soms onpasselijk wordt. Ook komt het verhaal op mij niet erg realistisch over. De prostituees zien er oogverblindend mooi uit in designjurken en prachtig opgemaakt. Dat middenin een totaal verwoeste stad? 
 
Na zo'n 50 minuten met veel oorlogsgeweld had ik het wel een beetje gehad met deze film. Alleen omdat deze film van Zhang Yimou is, heb ik doorgekeken. Daarvan heb ik geen spijt gehad, ik vond het tweede deel van de film aanmerkelijk beter dan het eerste deel. Ook het vertellen van een verhaal kun je gerust aan Zhang Yimou overlaten.
 
Kortom, ik vind "The Flowers of War" een visueel erg mooie film om te zien, niet heel erg geloofwaardig, met te veel geweld naar mijn smaak en met muziek die veel te nadrukkelijk aanwezig is.
 
Op IMDB krijgt "The Flowers of War" van 58.000 een waardering van 7,5, met een zeer lage metascore van de belangrijkste critici van 4,6.
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

maandag 11 augustus 2025

Henri Cartier-Bresson: The Face of Asia

Henri Cartier-Bresson: The Face of Asia (Frankrijk, 1972): 199 blz: Uitgeverij Thames and Hudson
 
 
 
Henri Cartier-Bresson (1908-2004) was een Franse fotograaf die door vele collega-fotografen (en trouwens ook door mij) als de belangrijkste fotograaf ooit wordt beschouwd. Hij staat bekend om zijn feilloze gevoel voor compositie, als één van de oprichters van het fotoagentschap Magnum, alsook om zijn theorie van "het beslissende moment", dat ene ogenblik waarop alles samenkomt voor het maken van een zo goed mogelijke foto.
 
Cartier-Bresson was als fotograaf altijd onderweg. Hij heeft uitgebreid rondgereisd in Azië, waarvan "The Face of Asia" een beknopt beeld geeft in 120 foto's. Alle foto's in het boek zijn gemaakt tussen 1947 en 1967. Het boek is onderverdeeld in een inleiding en vijf delen. Die inleiding heb ik gelezen, maar zegt niets van wezenlijk belang.
Deel een: Iran, Turkije, Irak, Oezbekistan, Mongolië
Deel twee: India, Pakistan, Ceylon [Sri Lanka]
Deel drie: Indonesië, Burma [Myanmar]
Deel vier: Japan
Deel vijf: China
 
Zoals je van Henri Cartier-Bresson kunt verwachten staan er veel prachtige foto's in het boek. En inderdaad, de compositie van de foto's is altijd optimaal. Ik beveel "The Face of Asia" aan iedereen aan met belangstelling voor mooie fotoboeken, en in het bijzonder aan mensen die geïnteresseerd zijn in Azië of in het werk van Henri Cartier-Bresson.
 
Voor een aantal foto's uit "The Face of Asia", klik hier.
 
      
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

vrijdag 14 maart 2025

Dvd: Zhang Yimou: To Live

To Live (China, 1994): 133 min: Regisseur Zhang Yimou
 

 
De Chinees Zhang Yimou is één van 's werelds hoogst gewaardeerde filmregisseurs uit de jaren negentig. Hij maakte in die jaren een aantal prachtige films waarvan "Raise the Red Lantern" en "To Live" zijn twee absolute meesterwerken zijn. Zhang Yimou vermengt in "To Live" een persoonlijk drama op een indrukwekkende manier met het grote verhaal van de Chinese geschiedenis.
 
Fugui is eigenaar van een groot landhuis en getrouwd met Jiazhen (gespeeld door de zeer knappe actrice Gong Li, die er in de hele film in uiterst onelegante kleding bijloopt). Fugui is gokverslaafd en verliest met dobbelen zijn grote huis aan een sluwe poppenspeler. Om toch te kunnen leven wordt hij ook poppenspeler.
 
"To Live" volgt het leven van Fugui en Jiazhen en hun dochter Fengxia en zoon Youqing in steeds moeilijker wordende tijden. De meest schokkende gebeurtenis uit de film vind ik de bevalling van Fengxia, die wel heel plastisch is weergegeven. Ik vind "To Live" een zeer indrukwekkende film die net wel of net niet mijn top 100 haalt.
 
Op IMDB krijgt "To Live" van 21.000 mensen een zeer hoge waardering van 8,3.
 
  
 
Reacties op dit blog zijn meer  dan welkom.

zondag 29 december 2024

Kadir van Lohuizen: Food For Thought

Kadir van Lohuizen: Food For Thought (Nederland, 2024): 285 blz: Uitgeverij Lannoo
 
 
"Food For Thought" van de Nederlandse fotograaf Kadir van Lohuizen, is een belangrijk boek. Het is een belangrijk boek omdat het in beeld en woord laat zien waar ons voedsel vandaan komt en waar het heen gaat. Dit op een zeer informatieve en uiterst toegankelijke manier, met goede foto's en zeer overzichtelijke statistieken en grafieken.
 
Voor "Food For Thought" heeft Kadir van Lohuizen door zes verschillende landen rondgereisd. Hij is begonnen in Nederland en in het boek komen achtereenvolgens  Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten, de Verenigde Staten, Kenia en China aan bod.
 
In alle landen die Kadir van Lohuizen heeft bereisd, heeft hij goed rondgekeken en alle stappen in het proces van voedselproductie gefotografeerd. Hij is in kassen geweest, in rundvee-,  varkens- en kippenbedrijven, en hij laat zien hoe ons voedsel getransporteerd wordt per schip en naar de consument.

"Food For Thought" is een belangrijk boek en stemt tot nadenken. Misschien als fotoboek op zich met niet zulke hele pakkende foto's, maar het is een uiterst onderhoudend non-fictieboek over onze voedselvoorziening. Warm aanbevolen!

Voor een aantal foto's uit "Food For Thought", klik hier.

  
 
Reacties op dit blog zijn meer  dan welkom.

zaterdag 23 november 2024

Lieve Joris: Op de vleugels van de draak

Lieve Joris: Op de vleugels van de draak: reizen tussen Afrika en China (België, 2013): 318 blz: Uitgeverij Augustus
 

 
Afrika is een beetje een verloren continent. Terwijl overal in de wereld sprake is van een economische groei, worden de landen in Afrika al sinds de jaren 80 jaar na jaar armer.
 
Lieve Joris heeft veel gereisd door Afrika, met name door de republiek Congo (het voormalige Zaïre). In eerste instantie ging ze op zoek naar het land waar haar oudoom als missionaris heeft gewoond. Geleidelijk ging ze houden van het land en zijn bewoners.
 
In "Op de vleugels van de draak" bekijkt Lieve Joris hoe de relatie is tussen de verschillende Afrikaanse landen en China. Terwijl de westerse landen steeds minder zaken lijken te doen in Afrika springen de Chinezen in het gat in de markt dat is ontstaan. Overal in Afrika zorgen de Chinezen voor de infrastructuur, ze kopen op grote schaal grondstoffen en openen winkeltjes.
 
In het begin van het boek is Lieve Joris in Dubai. Daar ontmoet ze een aantal Afrikanen die hier inkopen doen, winkels hebben en vervolgens ook naar China reizen. Lieve Joris besluit om een Afrikaan naar China te volgen en te kijken hoe de relatie is tussen de Afrikanen en de Chinezen.
 
Zoals in al haar boeken is Lieve Joris zeer betrokken bij de mensen die ze ontmoet. Ze logeert bij mensen thuis, sluit vriendschappen en volgt hen overal. Zodoende ontstaat een genuanceerd beeld. Opnieuw een prachtig boek!
 
Citaten:
- De man van de zaagmachine belt weer. Tijdens Alberts laatste bezoek aan Kisangani gaf die hem een diamant mee om in Dubai te verkopen. Met een deel van de opbrengst kocht Albert een elektrische zaag, de rest van het geld bewaarde hij. De man kondigt aan dat een bevriende commerçant op weg is naar Dubai; Albert mag hem het resterende bedrag geven, zodat die het ter plaatse kan besteden.
 "En hoe krijgt hij zijn geld dan terug?"
 "Dat heeft zijn vriend hem net gegeven. Daarom krijgt die straks cash van mij." Alles werkt in Dubai op deze manier, zegt hij, doorgaans komt er geen bank aan te pas. Hawala - ook Sachin en Vishal maken gebruik van dit informele transactiesysteem. Er gaan miljoenen in om, zal ik leren, waaronder veel zwart geld. De Verenigde Staten zijn er beducht voor, want ook Al Qaida doet betalingen via hawala.
 
- In een lift kwam Albert onlangs een Ugandese vrouw tegen die zijn telefoonnummer vroeg en hem het hare wilde geven. Eerst weigerde hij, maar vervolgens gaf hij het toch. Toen ze hem belde, vroeg hij haar naar de winkel van de Duseja's te komen en sprak haar streng toe. "Het leven dat je leidt is niet goed," zei hij, "ik ben een predikant en ..." "Maar dat is geen probleem," riep ze, "ik heb een heleboel klanten die predikant zijn!"
 
- 's Ochtends neem ik de taxi naar het oude centrum van de stad. De chauffeurs komen veelal uit Bangladesh of Pakistan, hun Engels is net goed genoeg om me naar mijn bestemming te brengen. Nu en dan maken we een praatje. "Hoe is het leven hier?" vraag ik aan een Afghaan die nors door de straten stuurt. "Money good, life no good," zegt hij.
 
- ... "Regent het in België ook?" vraagt Anne. Dubai is haar eerste niet-Afrikaanse bestemming, ik heb al eerder ondervonden dat zij niets over het land van haar vroegere kolonisator weet. Verbouwen wij pinda's en avocado's, wonen dorpelingen bij ons in hutten? Dat zijn de vragen die ze me de afgelopen dagen stelde.

- Op het plein voor de Olifantgalerij zit een dikke man op een krukje te praten, een blikje Heineken in de hand. Al onttrekt een zwart petje zijn gezicht deels aan mijn oog, zijn profiel is me bekend, evenals de gebaren waarmee hij zijn betoog kracht bijzet. In enkele passen ben ik bij hem. "Dédé?"
 Hij kijkt me verbaasd aan. "Hoe kom jij hier." En dan: "Jij volgt me tot op de maan!"
 We zijn elkaar jaren geleden ook al eens tegen het lijf gelopen op een terras in Uganda's hoofdstad Kampala. Zijn broer Guy en hun vrouwen Zaytoun en Rashida zijn er ook en plotseling is het alsof ik in deze stad familie heb. De Lusangi's nog wel, die in Congo behalve een busmaatschappij, restaurants en hotels ook palmolieplantages beheren - die tout-terrain zijn, zoals de Congolezen het noemen.
 
- Guangzhou staat bekend om zijn fixatie op verse gerechten; tijdens een etentje met een Chinese kennis kieperde de ober voor mijn ogen een partij springlevende sardientjes in een kom kokende rijstepap.

- In het zuiden van China draait volgens Abu alles om geld en sinds de toestroom van Afrikanen doen bedrijven hun uiterste best hen te lokken. Op de Huanshi Zhongstraat werden eens flyers uitgedeeld voor een beurs in Shantou, 450 kilometer ten oosten van Guangzhou. De bus ernaartoe, het hotel, het eten - alles was gratis. "De autoriteiten van Shantou waren geschokt door het gebrek aan etiquette van de Afrikanen die op het buitenkansje waren afgekomen: ze gristen de gerechten van het buffet en stopten eten in hun tas. Maar de lokale bevolking was verrukt, die dacht dat een bus vol Amerikaanse basketbalspelers was gearriveerd en stond in de rij om hun handtekening te vragen."

- " ... Tot voor kort dachten Afrikanen bij een fabriek aan Duitse gevaartes, waar je een gebouw van drie etages omheen moest bouwen. Die mythe is ontmaskerd: tegenwoordig kan je een fabriek runnen met tien mensen. Een drukkerij, dat zijn drie machines. Voor 5.000 dollar installeer je in je garage een machine om sap te maken, thee in te pakken of mobiele telefoons in elkaar te zetten. "
 
- De Chinezen leggen wegen aan in het Rwandese binnenland. "Onderweg zien ze weleens een hond lopen," vertelt Albert. "Tot voor kort pakten ze die op, stopten hem in hun vrachtwagen, aten hem 's avonds in hun compound op en lieten de botten slingeren. Wij moesten hun uitleggen dat zij zich daardoor de vijandigheid van de bevolking op de hals halen, want een hond in Rwanda is een bewaker. Als je die doodt, vrezen mensen dat zij daarna zelf aan de beurt zijn."
 
- Het is prettig te praten met een Afrikaan die van zoveel inzicht getuigt in wat China voor Afrika kan betekenen en zich tegelijkertijd zo goed bewust is van de valkuilen. "Chinezen vragen mij voortdurend of ik misschien de zoon of de neef van de Rwandese president ben," zegt Albert. "Hoe kan ik anders op mijn jonge leeftijd al zo'n hoge functie hebben? Ik antwoord steevast: "Als ik de zoon of de neef van de Rwandese president was, zou ik niet in China hebben gestudeerd, maar in de Verenigde Staten of in Europa, zoals de kinderen van jullie elite. Dan zou ik nu niet hier zijn, maar daar."" Hij kijkt me aan met dat slimme lachje van hem. "Reken maar dat ze dan hun mond houden."
 
- Een Chinese student kwam eens naar hem toe en zei: "Het spijt me je dit te moeten vragen, maar klopt het dat jullie in Afrika in bomen leven en alleen kleren aantrekken om hiernaartoe te komen?" Zo iemand neemt Franck te grazen. "Jazeker leven wij in bomen," antwoordde hij, "en je weet toch dat China een ambassade heeft in Rwanda? Wel, de Chinese ambassadeur woont drie bomen bij ons vandaan."
 
- Na Xiangtan en Changsha begin ik een idee te krijgen van hoe middelgrote steden in het Chinese binnenland eruitzien. Jinhua is niet anders: brede boulevards met lawaaierig verkeer, karakterloze flats, hotels met grote entrees, supermarkten met schreeuwerige reclames. Hier en daar een stuk braakliggend land waarop grijpkranen gretig het roodbruine zand afgraven, want de bouwwoede gaat onverminderd verder.
 
- Het is aangenaam tegenover Guo Dong te zitten, stapels boeken over Afrikaanse kunst binnen handbereik. De Chinezen hebben alles, zegt hij: geld, luxe, en toch zijn ze niet gelukkig. In Afrika wordt er altijd gelachen, al hebben de mensen niets. "En de lucht is er schoon. God slaapt elke nacht in Uganda, want daar is het paradijs." Die uitdrukking ken ik uit Rwanda - alleen zeggen ze daar dat God elke nacht in Rwanda slaapt.

- "Hebben jullie het later nog over zijn vaders dood gehad?"
 "Nee, nee, hij praat er niet graag over."
 "Het was het eerste waarover hij mij vertelde toen we elkaar ontmoetten."
 "Dat komt omdat jullie treinconversaties voeren?"
 "Hè?"
 "Zo noemde een journalist het ooit. Hij ging conversaties aan met treinpassagiers en werd geen enkele keer afgewezen omdat mensen ervan uitgingen dat ze hem nooit meer zouden zien."
 Dat is wat ik doe: treinconversaties voeren. Alleen duren die soms jarenlang.

- Hij kopieert de afbeelding op mijn stick alsof het een kostbaar cadeau is, waarna ik hem de geheugenkaart van mijn camera geef om de foto's te kopiëren die ik op de Expo van hem maakte. Hij slaat ze op onder de naam Liwu, zoals hij me is gaan noemen.
 "Betekent dat iets?"
 "Ja: Geschenk."
 Vroeg of laat, heb ik gehoord, geeft iemand in China je een naam.
 "Het is een mooie naam," zegt hij, "hou die maar."

- Ik heb aangeboden de boodschappen te betalen en in de supermarkt laadt Eureka kip, olie, tomatensaus, groente en fruit in zijn karretje. "Ho, ho," protesteer ik als hij een pak bloem van vijf kilo uit de rekken haalt, "waarom zoveel? We zijn maar met z'n vieren." Schuldbewust bekent hij van de gelegenheid gebruik te willen maken een voorraadje aan te leggen.

- Op zijn tiende toog hij met zijn vader naar de markt in een dorp verderop en kocht een blik melkpoeder waarmee hij thuis langs de deuren ging. Hij verkocht het poeder per plastic lepeltje: voorzichtig kieperde hij een lepeltje in de handpalm van zijn klanten, die het poeder oplikten en erop zogen alsof het een snoepje was. 10 CFA kostte het. Vaak vonden ze het zo lekker dat ze nog een lepeltje wilden. Zelf at Cheikhna er tussendoor ook een beetje van. Toen het blik leeg was, had hij tweeënhalf keer zoveel geld als hij ervoor betaald had.

- De laatste vijftien jaar vliegt Makam niet meer. "Eén reis zou ik nog willen maken," zegt hij, "terug naar Mali. Een moslim moet begraven worden op de plaats waar hij sterft, en ik wil niet in vreemde aarde liggen. Maar dan zou ik mijn huis moeten verkopen en waar moeten mijn kinderen en kleinkinderen dan wonen?"

  
 
Reacties op dit blog zijn meer  dan welkom.

vrijdag 11 oktober 2024

Carolijn Visser: Selma

Carolijn Visser: Selma (Nederland, 2016): 284 blz: Uitgeverij Augustus


 
In 2008 ontmoette Carolijn Visser Greta en Tseng Y Tsao (Dop) tijdens de pauze van een lezing die ze gaf in Castricum. Greta en Dop vertelden over hun Nederlandse moeder Selma, die in 1950 had besloten met hun vader mee te gaan naar China. Gedurende de jaren die volgden leerde Carolijn Visser broer en zus Tsao beter kennen.

In 2012 gaven zij Carolijn de brieven ter inzage die hun moeder vanuit China naar hun grootvader in Nederland had geschreven. Deze brieven vormen de basis van het boek "Selma" samen met de verhalen van haar kinderen Greta en Dop.

Het boek begint in 1966 als Selma na een lange reis naar Nederland terugkeert naar Peking. Ze merkt hoe de situatie verslechterd is.

Selma was geboren in 1921 en heeft tijdens de Tweede Wereldoorlog samen met haar vader Max Vos ondergedoken gezeten. Haar vader hertrouwde met de vrouw bij wie hij ondergedoken was.

Na de oorlog gaat Selma in Cambridge studeren en daar ontmoet ze de Chinees Chang Tsao. Ze krijgen 2 kinderen: de oudste, een zoon, heet Dop en de jongste, een dochter, Greta. Ze emigreren naar Hong Kong en later naar China waar Chang Tsao een belangrijke partijfunctionaris is.

Het verhaal van Selma en haar gezin wordt verteld vanaf 1957 tot aan haar dood in 1968, met een korte epiloog over haar kinderen die in 1974 naar Nederland verhuisden.

Selma was de enige Nederlandse vrouw die tijdens de grote gebeurtenissen in China zoals de grote sprong voorwaarts (1960-1962) en de culturele revolutie (1966-1974) in Peking leefde. Aanvankelijk hebben ze het redelijk goed, mede door de vooraanstaande positie van Chang en haar buitenlandse afkomst. Later wordt het steeds minder totdat ze vanaf 1966 allerlei vernederingen moesten ondergaan en Selma en Chang kort na elkaar stierven.

Ik vind "Selma" een absoluut hoogtepunt in het oeuvre van Carolijn Visser. Het boek is met veel empathie voor de hoofdpersonen geschreven, het leest erg prettig en er is gedegen onderzoek voor het boek verricht. Vooral het gewone dagelijks leven is mooi beschreven. Een van de allermooiste boeken uit het Nederlands taalgebied die ik ken! "Selma" kan zich zonder meer meten met andere klassiekers over China zoals Jung Changs "Wilde zwanen" en het boek van Li Zhisu "Het privé-leven van voorzitter Mao".

Een aantal citaten:
- Als Selma thuiskwam, werd ze op de verschillende binnenplaatsen beleefd gegroet, maar niemand kwam zomaar langs voor een praatje of vroeg haar op de thee.

- In de zomer van 1956 had Mao Zedong intellectuelen en studenten opgeroepen de Communistische Partij te bekritiseren in een poging hen meer bij het landsbestuur te betrekken. "Laat Honderd Bloemen Bloeien" heette de campagne. Er kwam echter zoveel kritiek los, dat Mao het als een aanval op de partij ging zien. Wie zich had uitgesproken, werd gestraft. In 1957 werd een half miljoen mannen en vrouwen gevangengezet of verbannen naar afgelegen gebieden, soms voor een periode van wel twintig jaar. ... Elk bedrijf, elke instelling of instantie werd geacht ongeveer 5 procent van zijn werknemers als schuldigen te ontmaskeren. Zij konden zich hiertegen niet verweren, verloren hun baan, hun woning, hun verblijfsvergunning voor de stad Peking en werden op het platteland tewerkgesteld. Altijd zou het verschrikkelijke stigma "rechts element" in hun dossier blijven staan en hun gezinnen werden samen met hen in het ongeluk gestort.

- Selma mocht deze buitenlanders niet. Ze vond hen te extreem in hun politieke overtuigingen. Onder buitenlandse vrienden die ze vertrouwde noemde ze hen de "200 percenters".

- Selma vertelde over het taleninstituut. In haar lessen mocht ze alleen exacte Engelse vertalingen van Chinese politieke teksten gebruiken. Straks spraken haar studenten een onbegrijpelijk soort Engels, voorspelde ze, maar als ze iets in die richting zei, werd haar de mond gesnoerd door Chinese collega's of haar eigen studenten. Volgens hen moest een buitenlandse taal een "bruikbaar gereedschap in de klassenstrijd" zijn. Allemaal goed en wel, vond Selma, maar het belangrijkste was toch wel dat de mensen begrepen waar je het over had.

- Selma vroeg haar vader om leerboekjes Engels op te sturen. "Hier is ook wel materiaal maar dat begint met: "I love Chairman Mao". En gaat verder met: "I want to build the revolution." Terwijl ik het daar wel mee eens ben, wil ik toch liever dat mijn kinderen in Engeland een kopje thee kunnen bestellen."

- Jiang Qing en haar getrouwen gebruikten het moment om een "socialistische zuivering van de kunst" te ontketenen. Schrijvers en kunstenaars moesten voortaan putten uit de wereld van arbeiders en boeren en niet meer uit het "feodale" verleden. De Chinese klassieken over keizers en krijgsheren hadden een verderfelijke invloed. De Culturele Revolutie moest daar iets aan doen.

- Onder leiding van Lin Piao was het Rode Boekje samengesteld, een bundeling van citaten van Mao. Het was sinds kort gebruikelijk om het altijd bij je te hebben en zichtbaar een hoek uit je broekzak te laten steken.

- De docent werd geslagen, Sterke jongens trokken de armen van het slachtoffer naar achteren en duwden het hoofd naar beneden. De "vliegtuigpositie" werd dat genoemd.

- Het grootste probleem voor Dop was niet eens dat hij bijna nooit een krant in handen kreeg, want wat er werkelijk gebeurde stond daar zelden in. Voor het echte nieuws moest je in Peking zijn. Je moest bij vrienden en kennissen langsgaan, luisteren naar hun geruchten en daaruit zelf verschillende mogelijke scenario's samenstellen.
 
Ik heb mijn bespreking uit 2016 hier ongewijzigd overgenomen.
 
  
 
Reacties op dit blog zijn meer  dan welkom.
 

vrijdag 4 oktober 2024

Carolijn Visser: Shanghai Skyline

Carolijn Visser: Shanghai Skyline (Nederland, 2008): 250 blz: Uitgeverij Augustus
 

 
Carolijn Visser is gedurende haar reizen over de wereld in vele landen geweest, maar China is toch wel het land waar ze het meest over heeft geschreven. Na "Grijs China" en "Buigend bamboe" is "Shanghai Skyline" het derde boek van Carolijn over een reis door China. Ik vind dit nieuwe boek duidelijk het meest interessante boek van die drie en tegelijkertijd het meest interessante boek dat ik ken over een reis door China. Warm aanbevolen!
 
Citaten:
- Op een spoor naast ons haalde een trein ons in, en verdween meteen in de verte. "Driehonderd kilometer per uur," lichtte meneer Guo toe. "Ahh!" reageerde ik bewonderend, maar dat was niet wat hij beoogde. "Van de luchthaven naar de stad kost vijftig yuan! Veel te duur!" stelde hij misnoegd vast. We kenden elkaar nog geen tien minuten en meneer Guo waakte al over mijn uitgaven alsof we oude vrienden waren. Ik had vaker Chinezen ontmoet die zo deden. Ze zagen het leven als een barre reis. Je mocht je bij hen aansluiten en samen optrekken tegen de rest van de wereld, die vol oplichters, hindernissen en valkuilen was.

- Het had altijd iets beklemmends gehad bij Chinezen thuis te komen. Met je aanwezigheid bracht je hen in gevaar ...

- Van vorige reizen wist ik nog hoe moeilijk het in China was om op het juiste moment, op de juiste wijze, het juiste cadeau te geven.

- "Hoe weet je nou of iemand de ware is?" wilde Elizabeth weten. "Dat kun je niet weten," antwoordde ik. "Soms zijn mensen twintig jaar samen en lijkt het alsof alles goed is en dan opeens gaan ze scheiden en vervloeken ze de dag dat ze elkaar ontmoet hebben. Je weet het pas op het eind." Elizabeth knikte bedachtzaam. Ze had liever een eenduidig antwoord gehad, vermoedde ik.

- In China heeft een mens familieleden nodig om zich te behoeden voor het noodlot, was haar boodschap, omdat niemand anders dat zal doen. "Een man die ik ken kreeg een acute blindedarmontsteking in een afgelegen stad. Hij wist een ziekenhuis te vinden maar moest vooruitbetalen voor de operatie en dat geld had hij gewoon niet bij zich." "En toen?" "Je weet hoe het dan gaat: niemand verroert een vin, alles stagneert. Uiteindelijk heeft hij zich halfdood naar een internationale pinautomaat laten rijden. Je moet in zo'n geval iemand hebben die alles laat vallen en naar je toe komt."

- In China heerst een intimiderende sfeer, beaamde ik. Daarom voelde ik me altijd opgelucht als ik het land weer verliet. Maar het was voor het eerst dat ik een "overzeese" Chinees als Sung ontmoette die zich zo kritisch uitliet over het moederland.

- Weer boven de grond staken we een drukke weg over. "Ik voel me veilig naast jou," zei Sung. "Iemand die eruitziet als een buitenlander rijden ze niet zomaar omver, dat geeft te veel gedoe. Als ik alleen ben moet ik echt enorm goed uitkijken. Een dode Chinees is geen ramp. Er zijn er toch zoveel."

- Meneer Xu wilde niet als kunstenaar te boek komen staan. Zijn generatie had geleerd dat het met dat soort mensen slecht afliep. Expressie, individualiteit, een eigen mening, waren begrippen die een lichte paniek deden verschijnen op meneer Xu's gezicht.

- De afgelopen jaren had ik vaak het gevoel gehad dat ik overspoeld werd door Chinese handdoeken, pannen, sokken, broeken en fietsen, of ik nu in Europa was, in Latijns-Amerika of in Laos. Nu pas realiseerde ik me wat de Chinezen zich voor de productie daarvan hadden moeten ontzeggen.

- De grootvader van Holly hield haar in die tijd van schaarste ook voor dat een mens niet veel nodig heeft. "Geluk is iets wat binnen in je zit." Maar in het huidige China werd daar anders over gedacht. "Het gaat nu alleen maar om Gezicht," mopperde Holly. Succesvolle Chinezen kleedden zich in bekende merken en aten in restaurants waar een maaltijd het maandsalaris van een arbeider kostte. "Omdat we vroeger allemaal zo arm waren," vergoelijkte Holly, "is het duurste nu nog niet goed genoeg. Het enige wat mensen kunnen bedenken is een Groot Gezicht." Dat kreeg je als je kostbare Rolex-horloges droeg of Armani-pakjes en handenvol geld uitgaf in dure restaurants.

- "Als kind droomde ik ervan ooit een heel ei te mogen eten," bekende de journaliste, maar haar ouders, ingenieurs, konden zich dat in die tijd niet veroorloven.

- Toen ik voor het eerst in China kwam was ik geschokt door wat ik zag: boeren gekleed in vodden die hersteld waren met tientallen opgenaaide lapjes, hongerige horden kinderen, een lamgeslagen economie. Mensen vertelden over jaren van verbanning, ontberingen en mishandeling tijdens de Culturele Revolutie, toen nog maar een paar jaar voorbij. De schade werd nu in razend tempo ingehaald. We zouden blij moeten zijn voor de Chinezen en dat was ik ook, maar ik wilde ook graag iets anders zien dan bouwputten.

- "En op politiek gebied," ging meneer Wang verder met een gewichtiger klinkende stem, "willen we een verantwoorde rol in de wereld spelen op het gebied van de vrede." Daarmee bedoelde hij, veronderstelde ik, dat China zich militair wilde kunnen meten met de grote wereldmachten, want wie kan beslissen over vrede, kan ook beslissen over oorlog.

- Meneer Zhao liet me de kopieën zien die hij gemaakt had van Schotmans boeken. ... "... en volgens mij beschrijft deze man wat hij zag, wie hij ontmoette en wat er gebeurde." Ik begreep niet waar hij op doelde. "Chinezen in die tijd deden dat niet," verduidelijkte meneer Zhao. "Die schreven over het gevoel dat ze hadden als ze ergens naar keken." "Bloemrijke woorden," was me nu duidelijk, "in de trant van; kraanvogels vliegen over het water, pijn doorboort mijn hart. Geen feiten." Meneer Zhao knikte ...

- "Was Deng Xiaoping een goede leider of een slechte leider?" vroeg ik. Meneer Zhao Ming verzuchtte uit de grond van zijn hart: "Zonder Deng Xiaoping was ik niemand. Zonder hem had ik nooit Engels kunnen leren. Zonder hem zat ik nu thuis met de deuren dicht."

- Ondernemingen verliepen volgens Clissold meestal als volgt: Er wordt een overeenkomst gesloten tussen een buitenlandse en een Chinese partner. De buitenlander levert investeringen, kennis en technici, de Chinees brengt mankracht in, land of gebouwen. De westerse investeerder komt na enkele maanden over en ziet: de fabriek, die hij zich vol machines had voorgesteld, is leeg. En het geld is op. Alles heeft tegengezeten, wordt hem verteld. Vergunningen zijn nog niet rond, de lokale autoriteiten stellen nieuwe eisen, de buitenlander krijgt het gevoel dat hij in drijfzand is gestapt. En wat blijkt dan: In een volgend dorp is een concurrerende fabriek gekomen. In hallen staat splinternieuwe apparatuur opgesteld. De eigenaar is degene met wie de westerse investeerder een contract heeft gesloten, maar dat is onmogelijk te bewijzen, want er zijn ook vele andere bij betrokken, zoals plaatselijke autoriteiten.

- " ... Maar het is tijdens de les verboden over geloof te spreken. Punt uit."Vreemd was dat wel, vond Don, want wie iets van de westerse literatuur wil begrijpen, moet enige kennis hebben van het christendom. "Dat zei ik tegen een Chinese collega van ons. Oké, reageerde ze, leg het me dan maar uit. Ik zei: Hoeveel tijd heb je? Een dag? Een week? Ze dacht dat ik het wel in een paar minuten kon uitleggen."

- Niets was vanzelfsprekend, hadden de Amerikanen geleerd in China. Alles moest worden uitgelegd. "Loop ik over de campus met een paar studenten," vertelde Don. "Ik groet de veger die ik elke dag een paar keer tegenkom. Zegt een van de studentes: "Tegen die man hoef je niet aardig te zijn, hij is maar een veger." "Nee, dat is inderdaad niet verplicht. Tegen jou hoef ik ook niet aardig te zijn. Maar ik ben het toch," reageerde ik."

- Die anekdote stelde mij gerust. Ik schatte hem begin veertig, en toen ik zijn hand schudde, vroeg ik mij even af, zoals altijd wanneer ik Chinezen van rond die leeftijd ontmoet, of hij wellicht een Rode Gardist was tijdens de Culturele Revolutie. Iemand die met het Rode Boekje in de hand leraren mishandelde of buren aangaf.

- "Zijn er ook rijke katholieken?" vroeg ik; de katholieken die ik in Shanxi ontmoet had, leken geen van allen over een hoog inkomen te beschikken. Pastoor Meng schudde beslist het hoofd. "Wie veel geld wil verdienen moet politiek bedrijven, connecties hebben, omkopen. Dat is een ander leven, een andere weg. Wij katholieken wijden ons aan ons geloof en daar word je niet rijk van."

- "En de jonge mensen in jouw land?" informeerde de vader belangstellend verder. "Waar geloven die in?" "Die zijn vooral individualistisch ingesteld," antwoordde ik. De vader knikte alsof hij zoiets wel had verwacht. "Ze geloven niet in de geest van de natie?" informeerde hij zorgelijk. "Nee," durfde ik wel te stellen. De chauffeur kwam me te hulp. "Als ze maar onderwijs volgen," zei hij, "dan komt het wel goed." "Ja," beaamde ik, "maar het probleem is dat velen hun opleiding niet afmaken en de school zonder diploma verlaten." Iedereen zoog ontzet de adem in. "Wat een schande voor hun familie!" zei Luke geschokt. De vader keek alleen maar bedroefd voor zich uit.

De slotzinnen uit het boek:
- In gedachten noteerde ik mijn verplichtingen jegens iedereen die ik gedurende dit verblijf ontmoet had. Wat kon ik doen voor wie? Op wie kon ik in de toekomst weer een beroep doen? Net als alle Chinezen moest ik nu een sociale boekhouding bijhouden.

  
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

woensdag 2 oktober 2024

Carolijn Visser: Miss Concordia

Carolijn Visser: Miss Concordia: Vrouwen in den vreemde (Nederland, 2006): 222 blz: Uitgeverij Augustus
 

 
De eerste alinea van het voorwoord van "Miss Concordia" vertelt precies waar het boek over gaat:
- De vrouwen die in dit boek voorkomen, ontmoette ik gedurende de afgelopen twintig jaar tijdens mijn reizen door Europa, China, Australië en Noord-Amerika. Alle acht maakten ze, vanaf de allereerste ontmoeting, grote indruk op mij. Het waren vrouwen die door het lot in den vreemde waren beland en daar op bewonderenswaardige wijze wisten stand te houden. Met elk van hen probeerde ik contact te houden omdat ze zo vaak in mijn gedachten waren. Hun verhalen zijn voor mij bakens geworden waarmee ik me in de wereld en in de geschiedenis oriënteer. Als ik me een beeld probeer te vormen van de vooroorlogse Baltische staten, zie ik Edith von zur Mühlen voor me. Bij het woord Siberië denk ik aan Aime en Mai uit het Estse dorp waar ik ooit woonde. Ik kan geen woord over een gebeurtenis in de Chinese Culturele Revolutie lezen zonder me af te vragen wat Esther Jian op dat moment meemaakte. Het is alsof deze vrouwen mij altijd en overal vergezellen.
 
Citaten:
Over de restauratie van Rägavere:
- "Dit wordt een van de gastenbadkamers." Hammerbeck opende een deur naar een ruim vertrek dat geheel belegd was met wit marmer, afgebiesd met zwart-wit mozaïek. De jacuzzi, de douche en verschillende wasbakken moesten nog worden geïnstalleerd. "Ik heb gekozen voor een historisch verantwoorde restauratie, mét comfort," benadrukte Hammerbeck. Daarom was hij ook niet van plan antiekwinkels af te stropen naar meubels. "Die zijn allemaal oud en versleten. Ik koop alles nieuw." Hij was niet van plan het verleden te herscheppen. Elke kamer zou beschikken over een internetaansluiting en satelliet-tv.

- De volgende dag zou Bettine naar Melbourne vliegen om daar een vergadering bij te wonen van de kankerbestrijding waarin ze actief was. De tachtig gepasseerd, met een zeer been, moest ze zichzelf niet wat meer rust gunnen? Bettine wierp me een verwijtende blik toe. "Een mens moet zich nuttig maken," sprak ze me op besliste toon tegen. "Anders heeft het leven geen zin."

- Bijna vijftig jaar later, in 1986, schreef Esther op verzoek van de Chinese autoriteiten haar autobiografie. Die werd in Peking in het Engels uitgegeven onder de titel British Girl, Chinese Wife. Ik vond een exemplaar bij de Chinese boekhandel Ming Ya in Amsterdam.

- ... De wereld brandde, maar Esther probeerde zich aan andere zaken te wijden. Het was haar taak in het leven, schrijft ze in haar boek, haar man te steunen in zijn carrière. Zij deed het huishouden, raakte zwanger, breidde kleertjes en las Woman's Magazine.

- Aanvankelijk vond ik dat Esther er echt Brits uitzag, maar ze was in mijn ogen steeds meer Chinees gaan lijken. Haar gebaren, haar mimiek, de beleefde woorden waren Chinees, niet Europees. Alsof ze mijn gedachten kon raden, zei ze: "De mensen zeggen vaak: als je geen krullen had, was je net een Chinees." Chris vroeg wat ik vond van het boek van zijn moeder. Voordat ik antwoord kon geven zei Esther: "It is just a love story, a true love story."

- Oscar zette een tas vol studieboeken op de grond. Hij droeg een bril met een dik zwart montuur en schudde me vriendelijk lachend de hand. "Mijn grootmoeder liet mij vaak spelen met de porseleinen klompjes die ze van u had gekregen," begon hij beleefd.

- Daina en ik waren met elkaar bevriend sinds we elkaar dertien jaar geleden in de Transsiberië Expres ontmoetten. Onze haren dansten om ons heen, ik moest de tas waarin ik een slagroomtaart meedroeg, beschermen tegen de wind.
 In de verte doemde het houten huis op dat we samen hadden gekocht en waarin ik twee zomers en een winter had gewoond en dat me dierbaar was geworden. Aan het eind van mijn verblijf, vier jaar geleden al weer, was het pand en de bijbehorende appelboomgaard verkocht aan twee zusters uit Tallinn, die er met hun mannen en hun kinderen waren ingetrokken. Van een afstand leek het huis op een enorme roestbruine muts, omringd door zwarte akkers.

- De kolchoz hield de lammeren en de kalveren voor hun huiden. De sovjetstaat had een quotum opgelegd waaraan moest worden voldaan. "De lammeren die stierven, moest ik villen," zei Aime, huiverend bij de herinnering. "Soms leefden ze nog een beetje, maar we konden niet lang stilstaan in  de kou. Ik ging dan op het  dier zitten, sneed zijn huid open, klemde mijn mes tussen mijn tanden en stroopte de huid er met twee handen af. Al mijn kracht had ik daarvoor nodig." Ik zag haar voor me, haar handen en haar kleren onder het bloed. "Een kip slachten gaat nog wel, zo'n dun halsje doorsnijden stelt niet veel voor," vervolgde Aime, alsof ze bang was dat we haar te weekhartig zouden vinden. "Maar hoe groter het dier, hoe erger het is voor een kind. En een lam is een flink beest in de ogen van een negenjarige. Het akeligst was: ik móést die dieren villen. Als we een huid te kort kwamen, konden we naar een kamp gestuurd worden wegens het stelen van staatseigendom."
 
- Aimes broers leerden vallen maken waarmee ze marmotten en muizen vingen, die smaakten best.
 
- "Toen ik hier woonde hadden we het altijd over de toekomst," zei ik, "nu verdiepen we ons alleen nog maar in het verleden." "We worden ouder, dan krijg je dat," stelde Daina droog vast.
 
- "Het is net zoals toen je nog in de Heilige Geeststraat woonde," zei ik. In Tallinn zaten we ook altijd aan een ronde tafel in Larissa's keuken. Eerst nam ik Russische les bij haar, in de tijd dat ik in een huis op het Estse platteland woonde.  Later - ik was alweer teruggekeerd naar Nederland - kwam het appartement onder Larissa vrij. IK zocht een rustige ruimte waar ik aan een boek kon werken, dus ik greep mijn kans. Bijna een jaar lang waren Larissa en ik buren geweest. Totdat zij haar flat moest verkopen omdat ze ging scheiden.
 
- Sigrid nam iets van de boekenplank. "Mijn eerste jaren in Estland was dit mijn bijbel," zei ze en ze bladerde door een plakboek met Chinese knipsels. "Gisteren is voorbij, morgen is onzeker, daarom moet er vandaag hard gewerkt worden," vertaalde ze de karakters. "Zonnepitwijsheden noemen wij dat," verduidelijkte ze. Als je een zakje zonnebloempitten koopt, zit er vaak zo'n uitspraak bij.
 
- Sigrid was er niet van overtuigd dat de slechtheid van de mens zich zo makkelijk liet beteugelen, maar dat haar Michel onkreukbaar was, betwijfelde ze niet. "Hij is eerlijker dan de eerlijkste communistische partijleider in China," had ze het onderwerp droog besloten.
 
- "Dat hoeft niet uit te maken," zei ik. "Dingen waar niet over gesproken wordt, spelen ook een rol. Mijn grootmoeder had het idee dat ze beneden haar stand getrouwd was, dat heeft bepaald hoe ze mijn moeder opvoedde en dat had weer invloed op hoe die met mij omging." Sigrid keek afwijzend, ze was niet gewend om haar leven psychologisch te verklaren. De dingen waren zoals ze waren.
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

zondag 29 september 2024

Carolijn Visser: Vroeger was de toekomst beter

Carolijn Visser: Vroeger was de toekomst beter (Nederland, 2004): 314 blz: Uitgeverij Augustus
 

 
In "Vroeger was de toekomst beter" staan een aantal verhalen die gepubliceerd werden in de NRC of in een weekblad, maar nog niet eerder in boekvorm.

Carolijn Visser publiceerde haar eerste verhaal, over haar werk in een chocoladefabriek, in het Zaterdags bijvoegsel van het NRC Handelsblad in 1975, op 19-jarige leeftijd.

Haar verhalen gaan over tal van onderwerpen: Surinamers in Nederland, over haar klasgenoten van het Atheneum, over een Britse anarchist, over een Deen die 5 jaar in Amerika heeft rondgereisd, over Turken in Amsterdam, over gemengde huwelijken en ook een aantal verhalen over de Verenigde Staten, de Sovjet-Unie en China.
 
Citaten:
- De baan in een chocoladefabriek vond ik door een advertentie: "Meisjes gevraagd voor licht inpakwerk, gezellige werkkring".
 Eerst heb ik opgebeld, maar het was beter wanneer ik even langskwam. De hele buurt rond de fabriek rook naar chocolade. De bedrijfsleider vroeg me te gaan zitten in een fauteuil die speciaal voor zulke gelegenheden was aangeschaft. Hij vroeg naar mijn opleiding en mijn ervaring met ander werk. Ik heb gezegd, en dat heb ik de hele tijd dat ik daar werkte volgehouden, dat ik lagere school en daarna twee jaar huishoudschool had. Ik was bang dat hij mij, wanneer ik zou zeggen dat ik atheneum had gedaan, misschien niet zou aannemen. Bovendien zou er dan zeker een grote afstand zijn tussen mij en de andere meisjes uit de fabriek. Nooit zouden ze me vertrouwen, misschien zelfs nooit met me praten.
 Ik was achttien. Studeren wilde ik niet. Ik had er geen zin in van het ene beschermde wereldje naar het andere te stappen. Het leek me zinvoller te gaan werken in een fabriek om eens te zien hoe dat was.
 
Surinamers in Zeeland:
- Altijd die opmerkingen over de WW en Surinamers die toch niet willen werken: "Dat is niet waar. Alle mensen die hier zitten zouden niets liever doen. Alleen één keer hebben we een jongen gehad die meteen na z'n aankomst een uitkering opeiste. Hij zei dat hij geleden had onder driehonderd jaar slavernij, honderd jaar kolonialisme, en vijfentwintig jaar wanbeleid van de Surinaamse regering. Toen heb ik gezegd: "Je bent nog maar zesentwintig, dus die paar honderd jaar slavernij zullen wel meevallen.""

- Nu studeert hij wiskunde in Utrecht. "Ik las pas in de krant," zegt Kees, "dat een socioloog na een langdurig onderzoek vaststelde: "Als het regent blijven de mensen thuis." Kijk, om zoiets uit te vinden hoef ik geen jaren te studeren. Mijn vak is logisch ..."

Jacob Holdt ontdekt Amerika:
- Het is weleens gebeurd dat ik 's morgens een ontbijt kreeg van Jehova's getuigen, 's middags op mijn knieën lag te bidden met de boeddhisten en 's avonds in een moskee sliep.

- "Wanneer je bang, achterdochtig of onecht bent komen de slechtste kanten van andere mensen naar boven. als je eerlijk bent behandelt iedereen je goed, dat is eigenlijk mijn enige filosofie."

- Ik: "Robert Long heeft in de Volkskrant gezegd dat je als  homoseksueel per definitie niet bij een kerk moet horen omdat homo's daar al eeuwenlang veroordeeld worden."

De jonge partijlozen:
- "Veel jonge leraren bij ons op school zijn van die flowerpowerfiguren. Ze leven nog steeds in de Maagdenhuisdroom. Ze branden wat na in de klas, straks zijn ze uitgeblust. Ondertussen zitten wij ermee."

- Arnout Visser: "De oudere leraren gaan nog wel. Die houden hun eigen mening er tenminste buiten. Maar bij die jonge leraren is alle redelijkheid zoek." Jolanka: "Ze dringen het je zo op. We krijgen altijd dezelfde teksten voor onze neus." Arnout: "Vóór ontwikkelingshulp, tégen gevangenisstraf, tégen discriminatie." Jürgen: "Vóór communes. Volgens mij zijn die er al helemaal niet meer. Bovendien wil ik gewoon mijn eigen spullen hebben."
 
- Over een paar weken krijgen ze hun havo-einddiploma, als ze tenminste slagen. Daarna gaan ze "studeren voor de WW als die dan tenminste nog niet op is".

Het missiehuis:
- Wij sluipen onze slaapzaal binnen en kruipen in de krakende bedden. De evangelistische vrouwen hebben een klein boekje op ons hoofdkussen gelegd met hun boodschap erin. De allerdikste zegt giechelend onder de dekens: "Jesus is like Coca-Cola, he's the real thing."
 
- Op een zondagavond om halfnegen sta ik op het station van Amersfoort te wachten op de trein naar Moskou. Ik heb uitzicht op een automatiek. In kleine hokjes liggen kroketten eenzaam op een rij Hollands te wezen.
 
De Transsiberië-Express:
- Over het landschap dat onderweg te zien is had ik ook geen romantische voorstelling meer nadat ik het Siberisch dagboek van Karel van het Reve gelezen had. Siberië is de Veluwe in het groot, schrijft hij.
 Maar toch, zoals zoveel mensen had ik me voorgenomen om eens in mijn leven per trein dwars door de Sovjet-Unie heen te rijden. Op mijn vijftiende maakte ik dat plan. Een vriendinnetje van mij was er ook enthousiast voor. Maar zij was ondertussen antroposofe geworden en als ze een treinreis maakte, was dat van de ene biologisch-dynamische boerderij naar de andere. Er zat dus niets anders op dan alleen te gaan.
 
De Russische tekenaar:
- "Ik ben een satiricus," zegt Sysojev, "geen analyticus. En ik heb geen zin om te doen wat er nu van mij verwacht wordt: de draak steken met Brezjnev en Gorbatsjov steunen. Als satiricus ben ik per definitie tegen de huidige situatie en dat maakt mij natuurlijk niet geliefd. ..."

Pionieren in China:
- "Onderhandelen met de Chinezen duurt gewoon verschrikkelijk lang. Het contract waar ik eindelijk mee kon komen, werd weer helemaal opnieuw doorgekauwd. Toen heb ik op een gegeven moment gezegd - en zo'n moment moet je natuurlijk wel goed kiezen: ik steek nu mijn laatste sigaar op en jullie weten inmiddels hoeveel ik van sigaren hou; als deze op is, ga ik naar huis, nieuwe kopen. Binnen een paar minuten stond er toen zo'n mooie, rode stempel onder het contract."

- Een eindje verderop, in een donkere steeg, hebben mensen van het platteland hun waren uitgestald: kippen, ganzen, padden, krabben, gedroogde paddestoelen, lotuswortels en minuscule visjes. Het is een vreemde gedachte dat het voor sommige boeren tien jaar geleden onmogelijk was om aan olie te komen, of zeep, of lucifers, omdat elke vorm van handel kapitalistisch was en daarom verboden.

- Het verbaast mij dat ze het zo zien. Vorig jaar had elke student die ik sprak op het Plein veel goede woorden over voor wat er gebeurde in de Sovjet-Unie. Ik herinner me een discussie, precies een jaar geleden, op het Tiananmenplein tussen een Russische toerist en een Chinese student. Iedereen was op dat moment in afwachting van de komst van Gorbatsjov. "Woorden, woorden," zei de Rus over zijn eigen president. "Maar in onze winkels is niets te krijgen." "Jullie hebben perestrojka," zei de Chinees, "wij hebben geen politieke vrijheid."
 De bakens lijken nu verzet. Ik ben sinds tien dagen in China, maar ik heb nog niemand gevonden die Gorbatsjov als leidend voorbeeld ziet.

Hongqi:
- "We waren in een Oostenrijks dorp waar mannen aan het vissen waren in een riviertje. "Zit hier dan vis?" vroeg ik verbaasd, want in China zouden de boeren het met netten en dynamiet al lang leeggehaald hebben." Er was hem uitgelegd dat geen enkele hengelaar meer dan zeven forellen per dag mocht binnenhalen. "Dat vond ik het meest bijzondere van Europa," formuleert Hongqi bedachtzaam. "Er zijn regels waarop het onmogelijk is om toe te zien, en toch houden de mensen zich eraan. 's Nachts als er niemand anders op de weg is, stoppen ze toch voor een rood licht." Xiao Mai schudde ongelovig het hoofd. "Aan zulke zelfdiscipline ontbreekt het bij Chinezen," vervolgde Hongqi. "Daarom is het belangrijk dat de Chinese autoriteiten streng zijn. Control, in China we need strict control," besluit hij ernstig.

- "Wat is alles veranderd," zeg ik tegen Hongqi. "Iedereen ziet er tegenwoordig anders uit. De Cantonese jeugd is niet meer te onderscheiden van die in Hongkong." Hongqi lacht tevreden. We gaan winkel in, winkel uit om kleding, cd's en schoenen te bekijken. Ook al is het tien uur geweest, alle deuren zijn nog open, alle winkels worden fel verlicht. "Alles is er," stelt Hongqi tevreden vast. "Je ziet dat we nu een beter leven hebben." "Ja," beaam ik, "jullie kunnen veel spullen kopen, maar wordt een mens daar gelukkig van?" Hongqi lacht, hij merkt de calvinistische ondertoon in mijn vraag niet op. "Ja," zegt hij beslist, "daar ben ik van overtuigd."

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

dinsdag 24 september 2024

Carolijn Visser: Tibetaanse perziken

Carolijn Visser: Tibetaanse perziken (Nederland, 2003): 300 blz: Uitgeverij Augustus

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Ik kreeg in 2003 voor mijn 37e verjaardag "Tibetaanse perziken" cadeau. Ik las het enige tijd later voor de eerste keer. In 2016 las ik het opnieuw en schreef ik een bespreking voor mijn blog. Nu heb ik het voor de derde keer gelezen en mijn bespreking uit 2016 vrijwel ongewijzigd overgenomen.
 
Vanaf 2000 tot 2002 maakte Carolijn Visser 3 reizen naar Tibet.

In haar jeugd had Carolijn Visser gelezen over de Zeeuwse wereldreiziger Samuel van der Putte die in 1730 in Tibet was geweest. Van hem was bijna niets bewaard gebleven behalve een getekend landkaartje waarop een gebied ten oosten van Lhasa staat.

Tijdens een tocht naar een klooster ontmoet Carolijn een Tibetaanse: Dolma. In eerste instantie is Carolijn huiverig om contact te leggen (Iedereen kan een spion voor de Chinezen zijn), maar als zij even later op huisbezoek gaat bij Dolma sluiten de twee vrouwen al snel vriendschap. Samen met Dolma verkent ze Lhasa, ze komt onder meer in een discotheek terecht.

Dolma heeft ook Thomas ontmoet: een Duitse jongen van 28 die vloeiend Tibetaans spreekt. Samen met deze Thomas maakt Carolijn een reis naar het oosten van Tibet.

Op een volgende tocht reist Carolijn naar India af waar ze een klooster bezoekt waar de broer van Dolma zou wonen. Ook bezoekt ze Dharamsala, de residentie van de Dalai Lama, en brengt ze een bezoek aan een Tibetaans hotel in New Delhi.

Vervolgens maakt Carolijn met Dolma een reis naar China, naar Chengdu, naar een klooster. Aan het einde van het boek bezoekt ze ook nog een Chinese boeddhiste in Peking.

Enige citaten:

- Een jonge vrouw in spijkerbroek bleef voor me stilstaan. "Where are you from?" vroeg ze. Ik schrok ervan. Deze ochtend hadden verschillende Tibetanen me vriendelijk toegeknikt, maar niemand, kreeg ik de indruk, sprak een woord Engels. "My name is Dolma," vervolgde ze vriendelijk lachend.

- Gedurende de weken dat Thomas hier logeerde had hij tientallen verschillende kamergenoten gehad: Japanners, Nederlanders, Amerikanen. Na een paar dagen vertrokken ze meestal weer, hij bleef. "Lhasa voldoet niet aan hun verwachtingen," constateerde hij. "Ze komen met een romantisch idee in hun hoofd en willen onbedorven Tibetanen ontmoeten die de hele dag bidden en in nomadententen wonen. Als ze een monnik zien met een mobiele telefoon zijn ze teleurgesteld. "

- "Wat vindt Tsering Wonden van het weer?" riep ik. Thomas haalde zijn schouders op; geen vraag die hij wilde vertalen, begreep ik. "Tibetanen hebben geen mening over het weer," riep hij terug. "Het weer is er gewoon."

-  Ik vroeg welk dier hij het meest waardeerde: het paard of de jak. Tsering Dzamdul vond het moeilijk te kiezen. "Ze zijn allebei heel belangrijk voor ons, het ligt eraan wat je wilt doen." "Jaks gedragen zich erg schrikachtig," zei ik. "Het lijken mij lastige dieren." Dat was Tsering Dzamdul helemaal niet met me eens. "Ze hebben een erg goed hart," zei hij beslist. "Je moet alleen niet proberen om met één jak op stap te gaan." "Hoezo niet?" vroeg ik verbaasd. "Een jak wil niets alleen doen. Je moet er minstens twee bij elkaar hebben, anders verzetten ze geen stap." "Merkwaardig," zei ik. "Helemaal niet," verdedigde Tsering Dzamdul zijn dieren. "Ze houden van gezelschap, zo zijn ze nu eenmaal."

- Fred zocht een nieuwe cd uit en draaide het volume hoger: Bruce Springsteen. "Niet slecht." Hij zette een fles Qingtao voor me neer en begon een Samson-shagje te draaien. "Gisteren en vandaag een paar groepen die lange rondreizen hadden gemaakt. Tempelmoe zijn ze dan. En de noedelsoep komt ze de neus uit. Dus dan willen ze hier bijkomen met Cubaanse muziek en kipsaté met pindasaus."

- De beoefenaars van het boeddhisme interesseerden mij, de leer zelf niet zozeer. Het was als met goudzoekers: goud kon mij niet in vervoering brengen, wel de mensen die er koortsachtig naar zoeken.

- "Wij hebben de wereld drie dingen te bieden. Onze vorm van boeddhisme, Tibetaanse kunst en Tibetaanse medicijnen. Dat zijn de drie aspecten van onze cultuur waar buiten ons eigen land vraag naar is."

Carolijn Visser schrijft in onnadrukkelijk proza dat prachtig leest. Ik durf wel te stellen dat ik haar de beste schrijver in het Nederlands vind. Ze is erg ondernemend, gaat voor niemand uit de weg, stelt de juiste vragen en heeft het vermogen om vriendschap te sluiten met vrouwen uit verschillende vreemde culturen. Kortom, het is een genot om haar te lezen en dit boek beschouw ik als een van de hoogtepunten uit haar oeuvre. Warm aanbevolen!

  
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

zaterdag 14 september 2024

Carolijn Visser: Ver van hier

Carolijn Visser: Ver van hier (Nederland, 1995): 309 blz: Uitgeverij Meulenhoff
 

 
Met de Rainbow Pocket "Ver van hier" was ik wel heel snel klaar. Alle verhalen in deze bundel, op het laatste na, staan in eerdere boeken van Carolijn Visser. Alleen het laatste verhaal "Terug naar Middelburg" was nog niet eerder in boekvorm gepubliceerd. Dit verhaal met een lengte van slechts 4 bladzijden kun je rustig overslaan. Er is dus geen enkele reden om dit boek te lezen of te kopen, tenzij je erg van pockets houdt.  

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

vrijdag 13 september 2024

Carolijn Visser: Brandend zout

Carolijn Visser: Brandend zout (Nederland, 1994): 267 blz: Uitgeverij Meulenhoff
 

 
In "Brandend zout" staan verhalen van Carolijn Visser die nog niet eerder in boekvorm zijn gepubliceerd over een reis met de trein van Beijing naar Moskou, en over reizen in Estland, China, Vietnam, Haïti, India en Australië.

Hoe meer ik van Carolijn Visser lees, hoe meer ik onder de indruk ben van zowel haarzelf als haar schrijven. Carolijn is een uiterst innemende vrouw die makkelijk contacten legt en vriendschappen sluit met mensen over de hele wereld, ze schrijft met veel empathie over de levens van de mensen die ze ontmoet, ze stelt kritische vragen, is ondernemend, stelt zich bescheiden op en laat zich ook regelmatig van haar zwakke kant zien. Daarbij schrijft ze uiterst helder, gebruikt ze geen woord teveel en haar dialogen klinken zeer natuurlijk.

Ik denk dat ik Carolijn Visser zowel de beste Nederlandstalige schrijver vind die ik ken, als de beste reisverhalenschrijver überhaupt, in ieder geval degene die ik met het meeste plezier lees. Ook "Brandend zout" is een boek met erg goede verhalen.
 
Citaten:
In de trein door Siberië:
- De Chinese restauratiewagen werd hier afgekoppeld en het was maar de vraag of er in Mongolië of in de Sovjet-Unie iets te eten of te drinken zou zijn. Daarom was het verstandig nu zoveel mogelijk in te slaan. Er waren twee winkeltjes en daaromheen werd geduwd en getrokken. Ik kocht koekjes, instant-noedels, glazen potten met mandarijnen en peren. En drie onduidelijke flessen sterkedrank.
 "Daar word je blind van," waarschuwde een Ier die naast me stond. Meteen ruilde ik de flessen om; Ieren hebben immers veel verstand van alcohol. Bij een ander kraampje kocht ik een tiental blikjes bier. Uitstekend bier wordt er in China gemaakt, door de Duitsers eind vorige eeuw geïntroduceerd. Met die vracht ging ik weer aan boord.
 
- Ik ging weer op bezoek bij de twee Esten. Zij bleken ervaren overlevers te zijn. Aavo regelde iets met de kok van een trein die op een ander spoor stond te wachten. De passagiers van de gewone Russische treinen zijn doorgaans te arm om in de restauratie te eten. Hij kwam terug met een grote zak gekruide inktvis en een pot mayonaise. Op het volgende station werd de maaltijd aangevuld met warm brood.
 
Estland:
- ... "Ben je dan helemaal niet blij?" vroeg ik teleurgesteld. Daina en hij hadden me in de trein toch verteld hoe zij als Esten leden onder de Russische onderdrukking. "Blij waarmee?" wilde Aavo weten. "Je bent vrij!" "Hoe kan ik vrij zijn?" vroeg Aavo en startte zijn Moskwitsj, "ik ben een Homo Sovjeticus."

- Al lang daarvoor hadden Aavo en Daina alle vertrouwen opgegeven in welke financiële instelling dan ook. "Alleen oude mensen zetten hun geld op de bank," zei Daina. Ze wilde me laten zien wat zij met hun roebels hadden gedaan en ging me voor op een trap naar de zolder. Met een zaklamp bescheen ze auto-onderdelen die daar lagen uitgestald: autobanden, startmotoren, carburatoren, complete portieren. Alles wat Aavo de laatste jaren tegenkwam kocht hij op. Het getuigde van een ontroerende ondernemingslust, toch vond ik die berg onderdelen deprimerend. Estland was onafhankelijk, maar het was deze verzameling oud roest die Daina en Aavo zekerheid moest verschaffen.

Bij een volgend bezoek aan Daina en Aavo twee jaar later:
- ... Toch waren er tekenen dat een nieuwe welvaart, hoe bescheiden ook, Estland had bereikt. Daina en Aavo waren veel beter gekleed dan tijdens mijn laatste bezoek. En er waren producten in huis die eerder niet te krijgen waren: afwasmiddel, margarine, chocola en frisdrank. Het leek op een volstrekt willekeurige selectie uit een westerse supermarkt.

- 's Morgens werd ik wakker van een klein stemmetje. "Good morning, breakfast is ready." Het was de zevenjarige Anneli die op de dorpsschool Engels leerde. Russisch als tweede taal was afgeschaft.

Vietnam:
- Verbaasd wandelde ik de eerste avond door de straten. Sinds mijn bezoek van een jaar geleden had Hanoi een metamorfose ondergaan. Overal waren winkeltjes gekomen, koopwaar stulpte naar buiten: tassen, kleren, borduurwerk, plastic emmers, gedroogde kruiden; er was geen ruimte meer op de trottoirs.

- Duong was aan de oorlog gewend  geraakt. Om hem vervolgens nooit meer te vergeten. "Een goed geheugen is een geluk voor een schrijver, maar een ramp voor een mens," besloot ze treurig.

- Duongs leven lijkt op dat van de hoofdfiguren uit Blind paradijs: verraden door het communisme, verraden door de mannen en gekneveld door een traditioneel denkende familie. Dat beaamde ze: "Een vrouw leeft in dit land nooit voor zichzelf. We leven in het verleden, voor onze voorouders, en we leven in de toekomst, voor onze kinderen."

China:
- "Mijn vrouw en dochter komen zo thuis," zei meneer Wu. In de tussentijd ging hij een lunch voor me maken. "Chinese specialiteiten," beloofde hij, en verdween in de keuken. Even later kwam hij binnen met een dampende schaal waarin ik tot mijn verbazing tientallen wezentjes zag liggen. Het leken net heel kleine mensjes die in grote opwinding hun armpjes in de lucht hielden alsof ze mij iets belangrijks te vertellen hadden. Meneer Wu zocht gejaagd naar de juiste vertaling in zijn woordenboek. "Padden," wees hij aan en toen het woord "miniatuur". Daarna bracht hij het tweede gerecht: gebakken zijdewormen. Die zagen er veel minder afstotelijk uit, precies kleine handgranaten, maar ze smaakten gruwelijk. Alsof je een hap oud stof naar binnen slikte.

Haïti:
- Ik zag de propere lokalen voor me, de onberispelijke Haïtiaanse leraressen voor de klas, de gedempte stemmen: een eiland van rust en orde.
 Maar zo rooskleurig was de situatie niet, volgens zuster Borgia. Waar ik netheid zag, verschool zich de ellende, zei ze met spijt in haar stem. "Toen we hier kwamen, vonden onze meisjes werk in een atelier, maar de laatste jaren is er geen werk meer." De opleiding had zo zijn doel verloren. De kleding die tijdens de lessen werd gemaakt, bleek van geen enkel nut en was onverkoopbaar omdat de prijs veel te hoog zou zijn. De mensen konden voor een paar kwartjes een tweedehands overhemd of een jurk uit de Verenigde Staten krijgen. "Kennedykleding" noemden de zusters dat, het had iets met liefdadigheid te maken.

- Een man die ons voorbijliep drukte zich even tegen me aan toen zuster Maria niet keek. "Baby, you need any black power tonight?" fluisterde hij en vervolgde lachend zijn weg.

- Het landschap om ons heen was uitgestrekt en eenzaam geworden. Toch steeg van vrijwel elke heuvel rook op. Daar werd houtskool gemaakt, had Dorvilier uitgelegd. Zelfs hier werden alle bomen die voorhanden waren gekapt. Alleen de mangobomen, wees Dorvilier, lieten de mensen staan, omdat ze daar de vruchten van wilden plukken. "Arme bomen," verzuchtte ik. Dat irriteerde Dorvilier: "Als de mensen het beter hadden, lieten ze de bomen wel staan."

India:
- Zodra we Suri vertelden van ons plan een bezoek aan Delhi te brengen pakte hij de telefoon en stelde hij zijn familie op de hoogte van onze komst. Er was geen sprake van dat we een hotel zouden boeken. Kwamen we wel gelegen? wierpen wij tegen, misschien was de familie heel druk? Hij schudde lachend het hoofd. "Dan maken we tijd, in India ligt dat allemaal heel anders dan hier," hield hij vol.

Een Indiase bruiloft:
- Nu was al bekend hoeveel gasten er zouden komen, rond de duizend. De moeder begon op te sommen: "Alle collega's van mijn man met hun gezinnen. Al mijn familieleden, alle familieleden van mijn man. Bij elkaar zijn dat vijfhonderd mensen. Dan de gasten van de bruidegom, dat zijn er ongeveer net zoveel." Het hele feest kwam voor rekening van de familie van de bruid. Dan was er natuurlijk nog de bruidsschat die betaald moest worden, maar daarover liet de moeder niet veel los.

- Over het beroemde Mayo-college in Aimer, ongeveer tweehonderd kilometer van Udaipur vandaan, had ik kort geleden iets gelezen. De school moest een kopie zijn van het Engelse Eton, maar de Indiase leerlingen, vrijwel allemaal prinsen, brachten zoveel bedienden, koks en chauffeurs mee dat er van een ascetische Britse opvoeding niet veel terechtkwam.

- Toen ik aanhield wilde hij wel onthullen dat hij ooit getrouwd was geweest met een Deense en later met een Ierse, maar dat de beide dames over niet erg mooie karakters beschikten. Ja, trok ik in gedachten partij, vergeleken bij Indiase echtgenotes zullen westerse vrouwen wel haaibaaien zijn.

Australië:
- Als vreemdeling kon je in Coober Pedy op drie manieren de nacht doorbrengen: in een hotel onder de grond, in een hotel boven de grond of in een tent. Een hotel, zo bleek, kostte tweehonderd gulden per nacht. Ik reed de parkeerplaats op van een van de campings en zocht naar een plek waar ik mijn tijdelijke onderkomen kon opslaan. De beheerder kwam uit een stacaravan te voorschijn en wees naar de stoffige, rotsige vlakte. "Je hebt toch wel een hamer bij je om de haringen erin te meppen?" vroeg hij. Even later hoorde ik hem schamper tegen een collega zeggen: "Een grasveldje zocht ze, die is goed."

- Ook Quinn reed in een tank. "Fris vandaag," stak hij van wal. Ik lachte. Typische Australische humor: de werkelijkheid omdraaien in haar tegendeel. We naderden onze Holden, Wayne zat er vlakbij onder een boom. "Wat doet die man?" vroeg Quinn verbaasd. "Hij leest een boek," zei ik. "Heb je ooit!" riep Quinn uit. "Wat is daar vreemd aan?" Quinn haalde zijn schouders op. "Zoiets heb ik nog nooit gezien: een man die een boek leest naast zijn gestrande auto."

- Wayne bestudeerde het interieur. "Er is niets veranderd," stelde hij tevreden vast en leunde ontspannen achterover. Nooit eerder had ik hem zo thuis gezien. Zou het waar zijn dat een mens zijn leven lang de gevangene blijft van zijn jeugd? We kunnen een andere taal leren, elders een woning inrichten, aan de andere kant van de wereld ons hart verliezen en toch blijven we, zelfs na vele jaren, alleen maar verlangen naar hoe het vroeger was.

- Quinn schetste mij het leven van een Australisch varken. Overdag, vooral tijdens een hittegolf zoals nu, "kamperen" ze. Ze verschuilen zich onder struiken of, als daar gelegenheid toe is, wentelen ze zich in de modder. Dat had deze jongen net gedaan, die kwam uit de "waterhole", hier vlakbij, de modder zat nog op zijn rug. Quinn sprak met tederheid over hun gewoonten: een jager moet zich verplaatsen in zijn prooi.
 
- "Je moet ook nooit met één hond gaan jagen, dat is vragen om problemen," verweet Quinn. "Je moet er rekening mee houden dat één hond uitgeschakeld kan worden. Je moet ook niet in je eentje op jacht gaan, als jou iets overkomt moet je iemand bij je hebben, al is het een kind, die je wagen naar het ziekenhuis kan rijden. Daarom heb ik mijn kinderen al op hun vijfde leren autorijden."
 De drie jachthonden snuffelden om ons heen. Het viel me toen pas op dat hun huid onder de littekens zat. "Ja, ze worden weleens te pakken genomen," bekende Pat. "We hebben altijd een naald en tanddraad in de auto liggen, we naaien ze meteen weer dicht. Dat moet je doen als ze nog verhit zijn, dan voelen ze geen pijn."
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

zaterdag 7 september 2024

Carolijn Visser: De koude heuvels van Mongolië

Carolijn Visser: De koude heuvels van Mongolië (Nederland, 1991): 94 blz: Uitgeverij Meulenhoff
 

 
Mongolië valt uiteen in twee gebieden. Je hebt het land Mongolië dat ingeklemd ligt tussen Rusland en China, en je hebt Binnen-Mongolië, dat een grote provincie in het noorden van China is en dat tegen Mongolië aanligt. 
 
Carolijn Visser had op een eerdere reis door China een aantal schilderijen van een Mongoolse kunstenaar gekocht en namens hem weer verkocht. Zo kon de kunstenaar een nieuwe flat kopen en hij hielp Carolijn toen zij toestemming wilde krijgen om de uitgestrekte graslanden van Binnen-Mongolië te bezoeken. Het eerste wat Carolijn te doen stond was om te leren paardrijden. 

In Binnen-Mongolië reden Carolijn en haar vriend Wayne paard, terwijl de begeleiders volgden op een tractor. Ze bezochten onder meer een traditionele Mongoolse bruiloft en een groot feest. "De koude heuvels van Mongolië" geeft een inkijkje in een snel uitstervende cultuur.
 
Citaten:
- Mongolië, besloot ik, kon alleen per paard bereisd worden. Ik nam lessen in een manege en verdiepte me in de geschiedenis van de Mongolen.
 Djengis Khan was overleden aan de gevolgen van een val van zijn paard, las ik tot mijn schrik. Ik vond het verontrustend dat zelfs een Mongool op zo'n manier aan zijn einde kan komen.
 
- De kunstenaar begon meteen over de risico's van de reis. Die moest ik vooral niet onderschatten. Het kon verschrikkelijk koud zijn op de graslanden, ook al was het zomer. Er waren woeste honden die ons konden verslinden als we niet uitkeken. En dan de Mongolen! Die zijn "uncivilised" zei hij, nadat Liya het woord had opgezocht in een woordenboek. "Maar hij is toch zelf een Mongool?" vroeg ik verbaasd. "In de stad is alles anders," vertaalde Liya. De Mongolen op de graslanden drinken sterke drank als water. Hairhan deed voor hoe ze grote glazen alcohol in één teug achteroverslaan. En als ze dronken zijn, leggen ze hun armen rond elke vrouw die maar in de buurt is.

- In een restaurant bestelde de kunstenaar de specialiteiten van het dorp: runderhoef en runderstaart. De hoef was doorzichtig en in substantie vergelijkbaar met een bepaald soort inktvis of zeewier. "Heel bijzonder," maande de kunstenaar ons, "er gaan heel wat hoeven in zo'n schotel."

- Toen ik hem vroeg zijn leven op de graslanden te beschrijven, zei hij: "Een heel eenvoudig bestaan. We stonden vroeg op, gingen vroeg naar bed. We leefden van het land, we aten paddestoelen, muizen, alles wat we konden vinden." "En had je grootvader ook schapen?" vroeg ik. Een treurig lachje gleed over zijn gezicht. "De schapen waren van het collectief."

- "Wat is dit witte spul?" vroeg ik Liya, die haar tranen gedroogd had en aan tafel zat alsof er niets was voorgevallen. "Tofu," zei ze met afgrijzen, "gemaakt van schapemelk: melk-tofu." "Oh," zei ik, "nu begrijp ik het; kaas noemen wij dat." ze keek me ongelovig aan: "Eten jullie dat ook?" Gruwend nam ze een hap.

- In de aangrenzende keuken was de zuster aan het koken op twee verschillende vuren. Ik vroeg haar waar de wc was en verlegen, zonder mij aan te kijken, antwoordde ze: "Die is overal." Ik deed mijn laarzen aan, trok een regencape over mijn hoofd en ging naar buiten. Op dat moment hadden de twee honden blijkbaar zitten wachten, want onmiddellijk sprongen ze tegen mij op. De zuster was mij geruisloos gevolgd, ze riep de dieren gebiedend iets toe waardoor ze afdropen.

- Tijdens eerdere reizen door China had ik altijd geprobeerd me te verplaatsen in Chinezen, hun gedachten te volgen, maar hier wilde ik dat niet, ik zag hen nu als indringers. Ze knaagden aan het land van de Mongolen die voor mij onzichtbaar, tot achter de heuvels, waren verdreven.

Na een opmerking over geboortebeperking:
- We knikten allemaal, te veel mensen is een groot probleem in China. Wel is het zo, overwoog ik, dat er in Binnen-Mongolië achttien miljoen Chinezen wonen en slechts twee miljoen Mongolen. De Mongolen worden overspoeld door Chinezen, dat is het probleem, maar die gedachte hield ik wijselijk voor me.

- Nijdig bedacht ik me dat het onmogelijk is om in een discussie of een onderhandeling van een Chinees te winnen. Hairhan had al voor ons vertrek besloten dat er niet per paard gereisd ging worden, dat had ik moeten aanvoelen. Ik was nu voor de zoveelste keer in China en nog kon ik niets voor elkaar krijgen, nog steeds ging ik ervan uit dat een confrontatie een oplossing zou brengen, terwijl ik beter moest weten. Openlijke verwijten leiden in China nergens toe. Degene die de dingen duidelijk bij naam noemt, is onfatsoenlijk en gaat in ieders ogen af.

- Toch kreeg ik de indruk dat de Li's veel van hun hond hielden. Het was hier niet als in de rest van China waar ze honden alleen maar als een lekker hapje zien. Hier waren honden vrienden, waar je in barre tijden op moest bouwen.

- "Daar is iemand," zei Wayne en toen ik opkeek zag ik een man met een pet diep over zijn ogen vanaf zijn paard naar ons kijken. Hij had een grote stok in zijn hand en in zijn ogen zag ik de paniek langzaam aanzwellen. Zijn mond viel open. "Women shi waiguorem, wij zijn buitenlanders," riep ik, omdat ik zo gauw niets anders kon bedenken in mijn beperkte Chinees. Er gleed een grijns over het gezicht van de man. "Ja, jullie zien eruit alsof je hier niet vandaankomt," antwoordde hij.

- Het gezicht van de man lichtte op. "In Australië heb je goede schapen," zei hij. "En groot ook," voegde hij eraan toe, en hij gaf het formaat aan van een uit de kluiten gewassen paard.

- De verweerde reiziger voegde zich nu ook bij ons, hij was binnen gebleven en had geen idee van wat er was voorgevallen. Hij moest verder, verontschuldigde hij zich; hij was op weg naar een bruiloft. "Ooh," zei Hairhan enthousiast, "een Mongoolse bruiloft?" De man knikte. "Dat is net iets voor deze buitenlanders," vond Hairhan. De man trok nog meer rimpels in zijn voorhoofd. "Die kunnen met mij meerijden," zei hij vriendelijk. "De zoon van Li weet zelf wel waar het is." Guoguo, de verlegen broer van Lizhanguo, knikte, hij had al  van de bruiloft gehoord. We stegen op onze paarden en meteen zette onze nieuwe vriend er een flinke draf in.

- Een ceremoniemeester stookte het vuur op, wees de plaatsen enm bracht een grote schaal binnen met geroosterd schapevlees, die ze op een laag tafeltje voor de vader van de bruidegom neerzette. Plotseling haalde hij een grote dolk te voorschijn en sneed langzaam van een grote bout twee stukken vet af. Op het lemmet presenteerde hij die, eerst een aan Wayne, daarna een kleiner stukje aan mij. Ik walgde van de aanblik, wit en glibberig was het. Liya porde in mijn zij en voordat ze iets kon zeggen stak ik mijn hand uit. Het vet smaakte niet slecht, alleen aan de substantie moest ik wennen.

- Het was me al vaker opgevallen dat Chinezen elkaar geen enkele fout vergeven. Een meisje dat één keer in haar leven een scheve schaats rijdt bijvoorbeeld, vindt nooit meer een echtgenoot.

- "Wie zijn dat?" vroeg ik Ho nieuwsgierig. "Model-arbeiders," antwoordde hij. Daarna traden de sportlieden aan: worstelaars in leren jacks en wijde pofbroeken in felle kleuren. Achter hen kwamen de jonge ruiters; meisjes en jongens van een jaar of tien met gekleurde doeken om hun hoofd geknoopt en in fladderende rode blouses. De stoet werd gesloten door praalwagens waarop, legde Ho mij uit, stokpaardjes van de Chinese regering waren uitgebeeld: "industrialisatie", "wetenschap en techniek", en het "één-kind-gezin". Voor mij was het een verwarrende culturele hutspot, maar Ho vond er niets vreemds aan dat de Chinese regering een traditioneel Mongools feest aangreep om propaganda te verspreiden.

Een Duitse professor zegt:
- In Ulan Bator is geen melk te krijgen, moet u zich voorstellen, in een land van veehouders. Als u uw spaarpot omkeert, kunt u Mongolië kopen, zo droevig is het gesteld.

- Veel bezoekers deden vandaag hun inkopen. Mensen liepen te slepen met grote tassen. Er was van alles te krijgen: cassetterecorders, televisies, horloges, zonnebrillen, maar ook nuttige spullen voor het Mongoolse herdersleven. In een kraam kon je spanten krijgen voor een joert en handgeschilderde deuren. Ik keerde steeds terug naar dezelfde kraam waar geborduurde Mongoolse gewaden en mutsen hingen uitgestald. Ik kocht een hoofddeksel zoals de kleine ruitertjes droegen en een gouden punthoed met een grote knoop erboven op. Ook liet ik me een geborduurde herenmuts aanpraten die gevoerd was met bont. Het werd een hele stapel.

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.