August Strindberg: De zoon van een
dienstbode (Zweden, 1886): 235 blz: Vertaald door Marguérite E.
Törnqvist-Verschuur (1969): Uitgeverij de Arbeiderspers, serie
Privé-domein Nr. 15
Een
tijdje terug had ik van een vriend twee deeltjes uit de serie
Privé-domein gekregen van de Zweedse schrijver August Strindberg
(1849-1912), "De zoon van een dienstbode" en het vervolg daarop "Tijd
van gisting". Ik had natuurlijk wel eens gehoord dat Strindberg nogal
teleurgesteld was in het instituut huwelijk, maar zelf had ik nog nooit
iets van hem gelezen. Een geschikt moment om iets te lezen van Strindberg.
Citaten:
Uit het interview met de schrijver:
-
Verder ben ik van mening dat de uitvoerige levensbeschrijving van een
enkel mens betrouwbaarder is en van grotere informatieve waarde dan die
van een hele familie.
-
Op de derde verdieping van dit grote gebouw kwam de zoon van de
kruidenier en de dienstbode tot zelfbewustzijn en werd hij zich bewust
van het leven en de plichten die dit met zich meebrengt. Zijn eerste
gewaarwordingen, die van vrees en honger, zijn steeds in zijn geheugen
geëtst gebleven.
-
De vader tutoyeerde knechten en meisjes, die allen ontzag voor hem
toonden. Hoewel hij aan lager wal geraakt was schaarde hij zich niet
onder de ontevredenen, maar verschanste zich achter een godvruchtige
berusting: zo wilde God het; en leefde een teruggetrokken leven.
-
De vader vertoonde zich alleen aan de maaltijden. Somber, vermoeid,
streng, ernstig, maar niet hard. Hij leek strenger dan hij was, omdat
hij na zijn thuiskomst bijna altijd zonder meer een aantal geschillen te
beslechten had, waar hij het fijne nauwelijks van kon weten. Daarbij
kwam dat zijn naam altijd gebruikt werd om de kinderen de schrik op het
lijf te jagen. "Als papa dat eens wist" stond gelijk met een pak slaag.
-
Maar het gezin is op zich zelf geen volmaakte instelling. Voor opvoeden
had niemand tijd, daar moest de school voor zorgen, wanneer de
dienstmeisjes er genoeg van hadden. Het ouderlijk huis was eigenlijk
niet meer dan een eetgelegenheid en een was- en strijkinrichting, en als
zodanig nog oneconomisch ook.
-
O heerlijke, zedige instelling, o heilige familie, onaantastbare,
goddelijke inrichting, die burgers tot waarheid en deugd moet opvoeden!
Jij zogenaamd tehuis der deugden, waar onschuldige kinderen gefolterd
worden totdat ze hun eerste leugen over hun lippen laten komen, waar
wilskracht door heerszucht vergruisd wordt, waar zelfbewustzijn in de
kiem wordt gesmoord door klein behuisd egoïsme. O familie, jij bent de
bakermat van alle sociale misstanden, jij bent het verzorgingshuis van
alle gemakzuchtige vrouwen, de ankersmederij van de broodwinner en de
hel der kinderen!
-
Er was bij hem thuis niet direct sprake van armoede, maar wel van
overbevolking. Kinderdoop, begrafenis, kinderdoop, begrafenis. Een
enkele keer twee maal doop zonder begrafenis ertussen.
Ik
heb met plezier tot en met bladzijde 50 gelezen. Als ik zijn boek moet
geloven was Strindberg bepaald geen vrolijke man. Twintig, tien of zelfs
maar vijf jaar geleden zou ik dit boek ongetwijfeld hebben uitgelezen.
Nu ben ik enthousiast en blij met dit boek kennisgemaakt te hebben zodat
ik iets van zijn schrijfstijl weet, maar ik weet tegelijkertijd ook dat
er zoveel andere boeken zijn die ik liever ga lezen of herlezen, dat ik
kies voor stoppen.
Een vriend kwam aanzetten met een beroemde uitspraak van Strindberg:
"Mijn eerste vrouw was een heks, maar vergeleken met mijn tweede vrouw
was ze een heilige".
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.