Boenin: Verzamelde werken: deel 4 (Rusland, 1890-1953): 623 blz: Vertaald door Margriet Berg & Marja Wiebes (2002): Uitgeverij van Oorschot: de Russische bibliotheek
Na het lezen van de prachtige drie eerste delen van de verzamelde werken van Ivan Boenin, is het lezen van deel 4 een lichte teleurstelling. Deel 4 bestaat uit de volgende teksten:
- Een selectie van 187 brieven
- "Vervloekte dagen", dagboeken die Boenin schreef in 1918 en 1919 tijdens de Russische revolutie
- Herinneringen aan collega-schrijvers en aan de uitreiking van de Nobelprijs
- "De schaduw van de vogel", een verslag van een reis naar het Midden-Oosten
- Een aantal gedichten
De brieven lopen van 1890 tot 1953. Ze zijn vooral interessant voor diegenen die de verhalen van Boenin kennen. Wat citaten:
- Dat is de moeilijkheid met brieven: als we op dit moment niet op papier zouden praten, zou je kunnen zien hoe ik praat, en kunnen voelen dat ik dolveel van je houd, met heel mijn hart, dat ik dit zeg omdat je me dierbaar bent.
- Jouw papa heeft mij het volgende gezegd (ik geef het in het kort weer, maar zo heeft hij zich letterlijk uitgedrukt). "V.V. past niet bij u - wat verstand, ontwikkeling en opvoeding betreft steekt ze met kop en schouders boven u uit. Ze heeft - dat weet ik - geen achting voor u. En dat kan ook niet. U bent een leegloper, u zwerft maar wat rond, u bent, neem me niet kwalijk, een landloper (sic!), u verkwist andermans geld, u bent een bedelaar ... Werken, zegt u? Als kantoorbediende! Hm!.. Ik verbaas me, ik verbaas me in hoge mate dat u de onbeschaamdheid, de brutaliteit kunt hebben om te denken dat V.V. bij u past" ... En aan het eind: "Zo, ons gesprek is afgelopen. Tot ziens."
- "een kunstenaar heeft lof nodig, zoals een strijkstok hars"
- Dierbare schrijver,
op
blz. 324 van uw D'Autre Patrie zegt u dat de oude Tolstoj De gebroeders
Karamazov als laatste boek op zijn nachtkastje had liggen (son dernier
livre de chevet). Waar hebt u dat vandaan? Ik heb hier een dik boekwerk
liggen - zijn dagboeken van 1910, de allerlaatste, waarin juist iets
staat over deze "Gebroeders" (die in het algemeen met een
sjabloonachtige gemaaktheid zijn geschetst, en in het bijzonder waar het
hun onderlinge verschillen betreft): "12 oktober 1910. Ik heb
Dostojevski's De gebroeders Karamazov zitten lezen. Wat een vervelende,
breedsprakige, flauwe grappen. De dialogen zijn onmogelijk en volkomen
onnatuurlijk". "18 oktober. Dostojevski gelezen en me verbaasd over zijn
slordigheid, gekunsteldheid en gezochtheid."
"Vervloekte
dagen" is het dagboek uit de jaren 1918 en 1919, dat Boenin bijhield
tijdens de Russische revolutie. Het is ongetwijfeld de meest
interessante tekst uit dit deel 4.
- In de stad zegt men:
Ze
hebben besloten iedereen vanaf zeven jaar zonder uitzondering de keel
af te snijden, zodat niemand zich later onze tijd zal herinneren.
- Tolstoj zei eens over zichzelf:
De hele narigheid is dat ik een wat levendigere fantasie heb dan andere mensen ...
Die narigheid heb ik ook.
- Ik denk vaak aan de verontwaardiging waarmee sommigen mijn zogenaamd door-en-door zwarte schildering van het Russische volk hebben ontvangen. En die dat tot op heden nog doen, maar wie zijn zij? Dezelfden die zijn gevoed en grootgebracht met die literatuur die gedurende honderd jaar letterlijk alle klassen heeft beschimpt, dat wil zeggen de "popes", de "burgerij", de middenstand, de ambtenaren, de politie, de landeigenaren, de rijke boeren, kortom, alles en iedereen met uitzondering van een zeker "volk", zonder paard natuurlijk, en de landlopers.
-
"Hulde aan de dwaas die de mensheid een gouden droom brengt ..." Wat
vond Gorki het prachtig dit uit te roepen! En de droom gaat er alleen
maar over het hoofd van de fabrikant in te slaan, zijn zakken om te
keren en een nog grotere schoft te worden dan die fabrikant.
-
Het is verschrikkelijk om te zeggen, maar het is de waarheid: als er
geen rampspoeden voor het volk bestonden, zouden duizenden leden van de
intelligentsia regelrecht doodongelukkig zijn. Wat viel er dan te
vergaderen, te protesteren, waarover moesten ze dan schreeuwen en
schrijven? En zonder dat zou het leven geen leven zijn.
- "Men mag niet zonder onderscheid tegen het volk uitvaren!"
Maar tegen de "Witten" mag dat natuurlijk wel.
Het volk, de revolutie, wordt alles vergeven, - "dat zijn allemaal slechts excessen".
Maar aan de Witten, aan wie alles - hun vaderland, hun wiegen en graven, hun vaders en moeders, hun zusters - is ontnomen, die uitgescholden, overweldigd en vermoord zijn, is dat soort "excessen" natuurlijk niet toegestaan.
- Tolstoj heeft gezegd:
Succes in de literatuur bereik je tegenwoordig alleen door domheid en onbeschaamdheid.
Hij vergat de hulp van de critici.
Wie zijn ze, die critici?
Voor
een medisch consult wordt een beroep op artsen gedaan, voor een
juridisch consult op juristen, een spoorbrug wordt beoordeeld door
ingenieurs, een huis door architecten, maar kunst door iedereen die maar
wil, door mensen die vaak van nature helemaal niets met kunst ophebben.
En men luistert alleen naar hen. Men hecht geen waarde aan het oordeel
van iemand als Tolstoj, aan het oordeel van juist die mensen die vóór
alles een geweldige kritische intuïtie bezitten, want het schrijven van
ieder woord van Oorlog en vrede houdt tegelijk de strengste afweging en de meest subtiele beoordeling van ieder woord in.
- Wat een schande? De hele stad kleppert op houten sandalen, alle straten zijn overstroomd, de "burgers" slepen van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat met water uit de haven omdat de waterleiding al lang niet meer werkt. En iedereen praat van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat alleen nog maar over manieren om aan eten te komen. Wetenschap, kunst, techniek, al het menselijk leven dat enigszins arbeidzaam of creatief is - het is allemaal verdwenen. De magere koeien hebben de vette koeien van de farao opgegeten en zijn niet alleen niet vetter geworden, maar ze creperen zelf ook!
"Herinneringen" bevat stukken over schrijvers als Tolstoj, Tsjechov, Gorki en een paar mij onbekende Russische schrijvers en verder een stuk over de uitreiking van de Nobelprijs. Vooral de stukken over Tolstoj en Tsjechov bevatten een aantal prachtige citaten.
"De schaduw van de vogel" is een verslag van een reis door het Midden-Oosten. Als liefhebber van reisverslagen vind ik het maar matig interessant.
Over de kwaliteit van de gedichten van Boenin kan ik niet oordelen. Ik lees geen Russisch en bovendien heb ik geen affiniteit met en verstand van poëzie.
De
vertaling van de werken van Boenin door Margriet Berg en Marja Wiebes
vind ik geweldig! Zij zijn er uitstekend in geslaagd om het Russisch om
te zetten in uiterst soepel lopend Nederlands.
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.