Als je mij vraagt wie mijn favoriete striptekenaar is, dan is het antwoord op die vraag duidelijk, dat is de Fransman Jacques Tardi. Vanaf beginjaren 70 heeft Tardi een groot aantal stripalbums getekend, soms met een door hemzelf bedacht verhaal, maar vaker gebruikte hij de teksten van anderen om die vervolgens schitterend te illustreren.De personages van Jacques Tardi lijken zo weggelopen uit de krochten van de hel. Tardi heeft een duidelijke voorkeur voor figuren uit de zelfkant van onze samenleving: zwervers, onderwereldfiguren, hoeren en pooiers, mensen met een verminking. Vaak zijn zijn personages nogal karikaturaal getekend, maar altijd op een zodanige manier dat ze makkelijk uit elkaar te houden zijn.
Behalve de geweldige manier waarop Tardi zijn personen tekent, zijn ook de weergave van interieurs, straatbeelden en gebouwen haast filmisch. Al met al reken ik Tardi tot de allergrootste kunstenaars van de 20e en 21e eeuw, ongeacht in welk medium.
Deze biografie van Thierry Groensteen verscheen al in 1985 toen Tardi eigenlijk nog niet zo lang begonnen was met tekenen, maar al wel heel veel indruk had gemaakt. Ik mocht hem lenen van een vriend. Gezien de prijs van dit boek tweedehands zal een eigen exemplaar er wel niet in zitten.
Tardi is geboren in 1946 in Valence. In 1973 wordt zijn eerste strip gepubliceerd: "Vaarwel Morgendauw". Thierry Groensteen behandelt het werk van Tardi tot 1985 in 4 hoofdstukken, die allen overvloedig geïllustreerd zijn.
Hoofdstuk 1 heet Macabere grappen en gaat over de boeken tot 1980 (de eerste editie van deze monografie), met name over de serie met Isabelle Avondrood in de hoofdrol. Groensteen bekijkt hoe de boeken zijn opgebouwd en geeft vele voorbeelden uit zijn werk.
Hoofdstuk 2 gaat over de lectuur die Tardi tot zich heeft genomen en die achter de oorsprong van zijn tekeningen ligt. Gezien het totaal verschillende karakter van die strips zou je dat niet verwachten, maar hij heeft nogal veel overgenomen uit de Kuifjes van Hergé.
Hoofdstuk 3 gaat over de boeken na 1980 waarin hij zijn fantasie de vrije loop laat en nog meer dan voorheen speelt met het medium strip.
Hoofdstuk 4 is de kers op de pudding. Dit hoofdstuk bevat 50 bladzijden met tekeningen uit onuitgegeven werk, vaak prachtig om naar te kijken.
Al met al is deze monografie over Tardi een genot om te lezen en vooral om naar te kijken. Als je liefhebber van (vooral het vroege werk van) Tardi bent dan moet je dit boek beslist lezen en bekijken. Het zou mooi zijn als er een bijgewerkte uitgave komt waarin zijn werk tot en met nu wordt besproken. Volgens mij tekent Tardi nog steeds strips.
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
