Posts tonen met het label Brieven. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Brieven. Alle posts tonen

dinsdag 18 augustus 2026

Nicolien Mizee: Faxen aan Ger: Deel 7: De pech, de zwaarheid en het zweven

Nicolien Mizee: Faxen aan Ger: Deel 7: De pech, de zwaarheid en het zweven (Nederland, 2025): 380 blz: Uitgeverij van Oorschot
 
 
 
Met het lezen van "De pech, de zwaarheid en het zweven" ben ik helemaal bij met de "Faxen aan Ger" van Nicolien Mizee. Ik kan er niet omheen, de "Faxen aan Ger", waarvan nu 7 delen zijn verschenen, behoort tot de meest indrukwekkende literaire series die ik ooit heb gelezen. Ik kan nu al wel voorspellen dat deel 1 "De kennismaking" mijn boek van het jaar zal worden.
 
Wat maakt deze serie zo onweerstaanbaar? Nicolien Mizee houdt het klein, ze schrijft over haar eigen leven en over de mensen in haar directe omgeving, haar ouders, haar partners, haar vrienden en vriendinnen. Maar ook over het lesbisch stijldansen, het proces van het schrijven, de kinderen van haar zus An en over haar kat met wie we in dit 7e deel kennismaken. Dit alles in een zeer prettige leesbare stijl, met een flinke dosis relativeringsvermogen en erg humoristisch. Zolang er nieuwe delen blijven verschijnen, zal ik ze lezen. Ik ben nog lang niet uitgekeken op de avonturen van Nicolien Mizee.
 
Citaten:
- Waarom besloot ik niet voor eens en voor altijd dat ik nooit iets voor half elf 's ochtends moest doen, nooit iets in vrouwengroepsverband en nooit iets wat langer dan een uur duurde?
 
- Het vierde punt op mijn lijstje "dingen die ik nooit meer wil", is: aan iets beginnen waarbij ik altijd de slechtste zal blijven. Dat heb ik meegemaakt met hardlopen en later ook weer toen ik in het hoogste jaar van het stijldansen zat.
 
- De interviewer van het Haarlems Dagblad was een rossige, kalende jongeman. Hij vroeg naar mijn schrijfgewoonten, iets wat ik zelf een verbazend saai onderwerp vind, maar waarvan ik weet dat veel mensen het heel interessant vinden. Het beste zou ik kunnen zeggen: eerst steek ik een kaars op, daar dans ik drie keer omheen terwijl ik Oeoeoeoe zing en dán ga ik pas aan het werk. Maar ja, ik ga gewoon zitten en begin.
 
- Die nominatie heeft zelfs effect in mijn eigen kennissenkring: mensen die het mooi vonden zijn nu zo onder de indruk dat de officiële schrijflui er hun stempel van goedkeuring aan gegeven hebben dat ze het nu ook voor hun vrienden en kennissen kopen.
 
- Al die opiniërende achtergrondartikelen lijken wel tot doel te hebben te formuleren wat wij, weldenkende mensen, ergens van moeten denken. Dat is toch gek? We kunnen toch zelf denken?
 
- "Moet ik dan allerlei lesbische stukken voorlezen?"  
 "Nee, dat hoeft niet, hoewel ik persoonlijk dat stuk over de lesbische dansles wel erg goed vond, ik heb zo gelachen, ha ha ha!" zei de mevrouw aan de andere kant en barstte alleen al bij de herinnering opnieuw in lachen uit.
 Ik smolt en ging zingend en zeldzaam goedgehumeurd stofzuigen.
 
- "Relativeren is heel goed," zei het Orakel ooit, "maar niet als het betekent dat je niets meer in zijn grootsheid kan zien."
 
- "... Hoe is het nou met Boris op school?"
 "Het gaat wel wat beter, maar de juf zegt dat hij toch problemen heeft."
 "Wat voor problemen dan?"
 "Problemen op het  gebied van logopedie, fysiotherapie en van sociaal-emotionele aard."
 "Gonnie," zei ik zachtzinnig, "je bedoelt: Boris praat slecht, beweegt zich onhandig en maakt geen vriendjes."
 
- Er zijn drie dingen die ook noodzakelijk zijn en die me, als de zwakheid me in haar macht heeft, van het schrijven afhouden: gitaarspelen, afwassen en schrijven aan jou. Dit laatst kan ik, mezelf overtuigend van het feit dat het een soort voorstudie is en dus óók met echt schrijven te maken heeft, soms zo lang rekken dat het alweer tijd is om te gaan koken.
 
- "Zo," zei ik tegen Bio, "dus jij wordt morgen een kindje van Jezus?" Want ze moest eerste communie doen. Ster en Bio gingen meteen giechelend de pastoor nadoen, maar toen vroeg Bio ineens peinzend: "Wie heeft God eigenlijk bedacht? Hoe zijn ze daar zo op gekomen?"
 
- Weet je wie de Mizees leuk vond? Mijn ex, Louise. Ze maakte eens een reünie mee, waarbij die tien, vijftien Mizees introvert in de zon in de achtertuin van mijn ouders zaten te zwijgen.
 "Wat een prettige mensen!" zei ze. "Niemand die vraagt wat je doet of probeert leuk te zijn. Ze zitten gewoon een beetje te genieten."
 
- "Ik laat Stefania gewoon naar foute films gaan en foute boeken lezen!" zei ze vrolijk. Ik houd eigenlijk niet van dat bijvoeglijk naamwoord in die betekenis. Foute schoenen, foute lampen - ja, wie bepaalt dat nou eigenlijk? Welke onzichtbare Grote Leider van de Goede Smaak? En waar zetelt die?
 
- Maar o, Ger van mijn hart, één goeie bladzijde proza, waarin je de lens op de huid zet, onthult meer dan honderd bladzijden theorie.
 
- Dan zijn er nog de gymcursussen.
 "Gymmen?" zei Luus. "Je doet al aan zwemmen en dansen, en je fietst en je wandelt, waarom moet je nou ook nog gymmen, als je er eigenlijk een hekel aan hebt?"
 "Nou ja, ik moet toch een beetje in shape blijven," zei ik.
 "Je hebt al een prachtige shape!" riep ze.
 "Jawel, jawel, maar ik word toch ook ouder."
 "Je lijkt Ger wel!" riep ze.
 
- Yolanda zei dat ik niet de vrijheid ken om gewoon te doen waar ik zin in heb.
 
- "Dat is nou eenmaal jouw taak in het leven," zei An, "om mensen met een verbale voorhamer met de waarheid over zichzelf te confronteren."
 
- "Je hebt nog een verovering gemaakt," riep Peter toen we naar het station liepen.
 "Ik?" vroeg ik verbaasd. 
 "Die zangeres, Luisa. Die was helemaal gek van jou. Ze vond je ook zo'n lekker ding, zei ze, ze had zo boven op je willen springen."
 "Wát zeg je?" riep ik ontzet en stond stil. "Had ik dat geweten!"

      
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

zaterdag 15 augustus 2026

Nicolien Mizee: Faxen aan Ger: Deel 6: Ik kus uw handen duizendmaal

Nicolien Mizee: Faxen aan Ger: Deel 6: Ik kus uw handen duizendmaal (Nederland, 2024): 403 blz: Uitgeverij van Oorschot
 
 
 
Het 6e deel van de "Faxen aan Ger" loopt van augustus 2000 tot februari 2001. Het eerste boek van Nicolien Mizee "Voor God en de Sociale Dienst" is verschenen en de reacties zijn over het algemeen positief. Van Nicolien wordt verwacht dat ze haar boek promoot, iets waar ze helemaal geen zin in heeft. Verder de gebruikelijke onderwerpen en aan het einde van "Ik kus uw handen duizendmaal" een verslag van een vakantie met haar zus naar Brazilië. Vandaag heb ik deel 7 opgehaald, waar ik gelijk mee verder ga. 
 
Citaten:
- Twee avonden daarvoor had ik het er met oom FW over gehad wat mensen aantrekkelijk maakte; het belangrijkste (daar waren we het al snel over eens) was dat je je op je gemak voelt bij iemand. Het tweede punt, waar we niet meer zijn uitgekomen, is dat iemand verdergaat met denken en niet blijft steken in verontwaardiging en zelfbeklag.
 
- Vrouwen hebben sowieso de neiging een symbiotisch verband te creëren waarin ze het voortdurend met elkaar eens zijn, waardoor alle scherpe randjes weggestreken worden, en je dreigt te verdrinken in een soort benauwende eenheidssoep.
 
- Ik ben bang dat mijn boek in de modder zakt. Dat niemand het ziet.
 Het zou me niets moeten kunnen schelen. Maar ik heb het geschreven en ik wil dat het gelezen wordt, en niet alleen door mijn vrienden.
 
- Hij leek me iemand die zich geen houding kan geven en dan maar voor een vervelende houding kiest. Veel mannen doen dat, vrouwen zelden.
 
- Zoals ik je al eerder geprobeerd heb uit te leggen, koester ik het magische denkbeeld dat ik door de mensheid geduld word zolang ik in de marge blijf, maar dat ik genadeloos afgemaakt word als ik een stap voorwaarts doe, waarbij mensen me, met een mengeling van spot, walging en een zeker geïrriteerd medelijden, zullen uitleggen dat die plaats alleen aan andere mensen is voorbehouden en niet aan mij.
 
- Ik heb altijd verschil willen uitmaken, al was het maar voor één iemand.
 
- Vriendschap is een gebouw dat je overeind moet houden.
 
- "Vriendschap moet voor tachtig procent plezier zijn," zei Yolanda ooit, "en dan mag je voor twintig procent gezeur hebben. En als dat uit balans raakt, dan moet je ermee ophouden."
 
- Ik heb van jongs af aan nooit kunnen geloven dat het bij  schrijven ergens anders om zou gaan dan een goed verhaal zo goed mogelijk te vertellen. Ik hou ook niet van boeken met verwijzingen naar andere boeken, van films met verwijzingen naar andere films; elke verwijzing die kennis veronderstelt van iets buiten het kunstwerk zelf, beschouw ik als een zwakte.
 
- Het enige wat me echt heel gelukkig maakt, is een brief van een lezer.
 
- PS Terwijl ik dit zit te faxen, zet ik even het zesuurjournaal aan en mijn mond valt open: een item over minister Borst die meent dat cholesterolverlagende middelen niet nodig zijn omdat mensen gewoon gezonder moeten gaan leven. Ik denk dat binnenkort blijkt dat minister Borst 's nachts met een masker voor haar gelaat oude mensen in elkaar timmert omdat ze te duur zijn. En ook alle mensen die roken of een kroket eten.
 
- Hoe dan ook, al zwemmend en nadenkend over "wat wil ik nou eigenlijk van mensen", kwam ik erop uit dat ik het liefst wilde mérken dat ik gewaardeerd gezelschap ben.
  
- Wat mijn leven overigens aanmerkelijk vreugdevoller gemaakt heeft, is het feit dat veel van mijn vrienden kinderen gekregen hebben. Die kruipen bij me op schoot en vinden het fijn als ik er ben.
 
- Vooral van Yolanda heb ik al vele jaren geleden geleerd dat het leven geen kwestie is van goed of fout, maar van het zo  goed en praktisch mogelijk aanpakken van de dingen van alledag.  
 
- Toons oma was een grote, dikke, sombere vrouw. Er waren maar drie dingen waar ze van hield: in verwachting zijn, borduren en roomboter.
 
- "O An, je ziet er weer betoverend uit," had P. gezegd toen ze binnenkwam. Na een dergelijke opening begint elke vrouw zo te stralen dat ze er betoverend uitziet.
 
- Tropische eilanden, halfblote mensen en kokosnoten veroorzaken geen echo in mijn binnenste.

      
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

zondag 14 juni 2026

Nicolien Mizee: Faxen aan Ger: Deel 3: Allesverpletterende

Nicolien Mizee: Faxen aan Ger: Deel 3: Allesverpletterende (Nederland, 2019): 383 blz: Uitgeverij van Oorschot
 
 
 
Na de eerste 2 delen van "Faxen aan Ger" heb je het idee dat je  Nicolien Mizee wel zo'n beetje kent. Ze is niet in staat om te werken, heeft daarom een Wajong-uitkering, ze heeft een vriendin met wie ze op lesbisch stijldansen zit en ze schrijft onbekommerd over de kleine dingen in haar eigen leven op een zeer humoristische manier. Ook deel 3 "Allesverpletterende" is een zeer onderhoudend brievenboek. 
 
Citaten:
- Ik weet niet of jij veel overeenkomsten ziet tussen de hier geschetste Nicolien en degene die jij kent, maar ik kon ze nooit ontdekken, behalve mijn taalvaardigheid. En, hongerig mijn moeder gelukkig te maken met de énige kwaliteit die ik bezat, ontwikkelde ik mijn verbale vermogens tot ik wel niets anders leek dan een lopende zinnenvlechter.
 
- Voor mijn moeder is vrouwelijkheid: een lieve vrouw die zich wegcijfert voor haar (zielige) man en hem zijn overspelige avonturen gunt, omdat ze begrijpt dat hij dat nodig heeft. Vrouwen die carrière willen maken (vooral in "mannenberoepen" zoals arts, buschauffeur) zijn verwerpelijk, en ook vrouwen die plezier hebben in seks, of in vrouwenvriendschappen, "meidenlol".
 
- O ja: iets wat ik vannacht nog bedacht, is dat mijn waanzinnige afkeer voor opsommingen, te veel woorden, mijn onvermogen naar uitleg te luisteren of zelfs maar een gebruiksaanwijzing te lezen, kortom, mijn paniekerige weerzin jegens alle tekst die niet simpelweg een mededeling is, misschien ook z'n wortels heeft in mijn moeders eindeloze, nooit ophoudende woordenvloed waarin nooit iets werd gezegd, maar alles werd uitgelegd, met eindeloze, overstelpende hoeveelheden details.
 
- ... terwijl je weet dat ik anders haak naar uw woorden als een hongerige haai ...
 
- En bovendien weet ik maar al te goed dat men moeilijk kan oordelen over eigen werk.
 
- Elke verboden kamer in onze geest leidt tot een verboden kamer in onze creativiteit.
 
- "Vroeger waren kinderen een noodzakelijk kwaad," zei Piet uit Beverwijk eens tegen me. "Je kreeg ze omdat je ze niet kon tegenhouden. Nu is het ongeveer zo dat je leven geen zin heeft als je ze niet hebt. En als ze er zijn, dan wordt alle energie erin gestopt om ze tot een succes te maken."
 
- "Als we later rijk zijn," zeg ik weleens tegen Louise, "dan huren we een majorettekorps dat elke dag een uur rondjes marcheert rond ons privézwembad. Met van die meisjes met iets te plompe benen in korte rokjes. En ik kijk vanuit mijn ligstoel en rook een sigaret."
 
- Bio zei vandaag: "Ik ben van plan om als ik jarig word, weer vijf te worden. En dan weer vier. En dan drie, twee, een, nul. En dan kruip ik lekker terug in mama's warme buik en ga ik heerlijk slapen."
 "En kom je er dan nooit meer uit?" vroeg ik.
 Ze dacht even na.
 "Soms, misschien. Maar niet te lang."
 Ja, die ziet de bui al hangen.
 
- Slankheid is verzet tegen het leven, en niet aantrekkelijk.
 
- Ik kan bijna naar niemand luisteren, geen discussie volgen, naar geen praatprogramma kijken, want alles maakt me razend. Ik heb een hekel aan de zwaarwichtigdoenerij van Armando en aan mensen die zich op secundaire wijze met kunst bezighouden, kortom, iemand die boeken óver Armando schrijft, lijkt me het toppunt van verschrikkelijkheid, slechts te overtreffen door het moeten lézen van zo'n boek.
 
- En als ik iets heel erg meen, verstop ik het liever in een terloopse bijzin dan dat ik het zo pontificaal opschrijf.
 
- "Papa, geloof jij in God?" vroeg Bio, van boven haar bord spaghetti.
 "Hoe kom je daar nou bij? Nou ... ja, eigenlijk wel."
 "Ja natuurlijk," zei Bio tevreden, "die mensen die in de kerk zitten te bidden, die doen dat ook niet voor niks." Ze nam weer een hap. "Voor God is de wereld een computerspelletje," zei ze ineens.
  
- Ik geloof dat een mens het beter in accuratesse dan in grote kicks kan zoeken.
 
- Ik raak buiten zinnen als ik me moet verantwoorden.
 Jij hebt me nooit ter verantwoording geroepen. Dat komt doordat je de meest ondogmatische mens bent die ik ken. Je hebt wel wat rare ideeën, maar dat is oud erfgoed en bovendien heb je daar alleen zelf last van.
 
- Het is slecht om de slechtheid van de ander niet te willen zien. Het leidt tot groter of kleiner misbruik en kan zich uitbreiden als een olievlek.
 
- Ik geloof dat bijna alle kwaad in de wereld voortkomt uit een overdaad aan emotie en een gebrekkig nadenken daarover, waardoor deze gevoelens verworden tot klakkeloos aanvaarde denkbeelden.
 
- Wat is een "genuanceerd oordeel" in hemelsnaam? Een lauw aftreksel van alle gangbare meningen van het moment?
 Laten we alsjeblieft allemaal zo exact mogelijk verwoorden hoe het voor óns is, alleen voor onszelf, niet voor een ander, dan zal het z'n eigen weg vinden in de grote zee van de samenleving.
 
- Democratie leidt tot klagen. Dat is heel goed, het is een vorm van vrijheid, maar het is niet iets om euforisch van te worden.
 
- "Vind jij eigenlijk niet dat je dankbaar moet zijn voor het feit dat jij wordt onderhouden door de staat?" vroeg An me gisteren.
 
- "Nee, dankbaar ben ik niet," zei ik, na goed nagedacht te hebben. "Ik vind het een teken van beschaving dat een maatschappij zijn gehandicapten onderhoudt. Anders liggen alle werkelozen te creperen op de straat, en dat is niet bevorderlijk voor de hygiëne en het straatbeeld."
 
      
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

donderdag 7 mei 2026

Nicolien Mizee: Faxen aan Ger: Deel 1: De kennismaking

Nicolien Mizee: Faxen aan Ger: Deel 1: De kennismaking (Nederland, 2017): 393 blz: Uitgeverij van Oorschot
 
Faxen aan Ger  -   De kennismaking
 

Nicolien Mizee (1965) is als schrijfster doorgebroken met haar "Faxen aan Ger", waarvan inmiddels 8 delen zijn verschenen. Nicolien heeft deze faxen geschreven tussen 1994 en 2014 dus er kunnen nog vele delen volgen. "Faxen aan Ger" is momenteel een hype, net zoals "Het bureau" van J.J. Voskuil dat dertig jaar geleden was en "Mijn strijd" van Karl Ove Knausgard vijftien jaar geleden.
 
Ger Beukenkamp was docent scenarioschrijven van Nicolien. De faxen zijn uitsluitend éénrichtingsverkeer, nooit heeft Ger een fax beantwoord. 
 
Ik mag wel zeggen dat ik razend enthousiast ben over dit eerste deel "De kennismaking". Nicolien schrijft hierin onbekommerd over haar eigen leven en doet dat in trefzekere bewoordingen met een enorm gevoel voor humor. 
 
Nicolien is naar eigen zeggen "anders". Zo kan ze niets doen waar ze geen zin in heeft, werken al helemaal niet. In "De kennismaking" leeft ze van een bijstandsuitkering en verdient ze wat bij door als naaktmodel te poseren voor allerlei clubjes van amateurschilders. Ze heeft een relatie met Louise, maar dat loopt ook niet helemaal lekker. Wel schrijft ze met veel enthousiasme en ze kan zich voorstellen dat er ooit nog een goede prozaschrijfster uit haar groeit. Dat is haar zeer zeker gelukt. Ik vind "De kennismaking" een waar genot om te lezen, één van de allerleukste boeken die ik ooit heb gelezen. Ik ben benieuwd naar de overige delen.
 
Een briljant stuk uit "De kennismaking" is het verslag dat Nicolien heeft geschreven over de arbeidsgeschiktheidskeuring van de GGD op 11 april 1997 op bladzijden 239-251. Het is in feite een samenvatting van waar het in het hele boek om draait.  
 
Hier flink wat citaten:

- Geheel tegen mijn gewoonte in schoof ik beneden in het café weer bij ze aan, en vertelde, enigszins onder de invloed van de jenever, achter elkaar al mijn succesverhalen over bijna veertien jaar poseren, waarbij ze allemaal over tafel lagen van het lachen en uiteindelijk op de geniale gedachte kwamen dat ik deze verhalen eigenlijk op zou moeten schrijven! In een boek! En dat zouden ze dan, beloofden ze me, ook echt kopen en lezen.

- Jij kunt je werk los van jezelf zien, maar dat is voor mij onmogelijk. (Dat schijnt te komen doordat de beide hersenhelften bij vrouwen met honderd miljoen draadjes aan elkaar zitten, en bij mannen met ongeveer twee.)

- Jouw en mijn gedrag in aanmerking nemend, is het nog een godswonder dat we ooit een min of meer coherente dialoog weten te voeren. Over een half jaar blijkt waarschijnlijk dat jij me al die tijd in de grondbeginselen van de Italiaanse grammatica hebt onderwezen, terwijl ik meende een cursus Argentijnse tango bij je te volgen.

- Elementair aan mijn model is dat ze geen dag iets kan wat ze niet wil. Ze kan zich nu eenmaal niet "over de dingen heen zetten" en geen vuile vingerafdruk van de maatschappij op haar zuivere ziel verdragen.

- Nu zal het je niet verbazen dat jij daar in al je verpletterende Gerheid ook in voorkomt ...

- Mijn bezigheden dezer dagen zijn het schrijven van a. dat verhaal, b. een wervende tekst voor een praktijk voor acupunctuur (die man wil me nu in cadeaubonnen betalen; binnenkort biedt hij me aan een pak van die naalden te sturen bij wijze van honorering) ...

- Begin mei ga ik twee maanden naar Marokko. Ik ga ervan uit dat we neerstorten, ik op onze vakantiebestemming aangekomen tot volslagen apathie verval, mij de haat van mijn reisgezellin op de hals haal, twee weken verdoofd achter haar aan strompel, talrijke ziektes oploop, beroofd en verkracht word, om bij terugkeer opnieuw neer te storten. Mocht ik echter door een merkwaardige samenloop van omstandigheden toch nog thuis geraken, dan is mijn huis afgebrand, mijn familie overleden, en heel Nederland van de aardbodem verdwenen.

- Sybren, mijn eerste vriend, was ook zo, en het was dan ook meteen de laatste. Zes jaar lang gaf hij me het gevoel dat ik iets ongekends in hem en mezelf ging ontdekken, dat we op het punt stonden iets ongelofelijks te bereiken - en het eindige ermee dat je met een pan aardappels zat te wachten op iemand die om drie uur 's nachts apelazerus en zonder onderbroek thuiskwam.
 
- Exact een jaar geleden belde je op om je tevredenheid uit te spreken over De Poolse Familie. Dat was het beste cadeau van die 30e verjaardag. Nu ben ik 31. Vorige maand heb ik een schoenenrek opgehangen. Dat was geloof ik de voornaamste prestatie van het afgelopen jaar.
 
- Het is moeilijk te geloven dat de huidige waarheid niet die van het verleden of de toekomst is.
 
Over haar uitkering:
- In feite is er van de huidige bijstandsuitkering niet meer te leven. Zonder het geld dat ik met poseren verdien, heb ik ongeveer driehonderdvijftig gulden per maand te besteden. Ik hecht niet aan bezit, heb een hekel aan kleren kopen, geef niet om duur eten of dure vakanties, en boeken haal ik wel uit de bibliotheek. Maar ik wil dolgraag een krant lezen, en zo nu en dan ergens eens een kop koffie drinken. Ik leef erg zuinig, maar als ik eraan denk dat ik in december driehonderd gulden aan twee fietsenstallingsabonnementen moet betalen, word ik werkelijk opstandig.
 
- Geen beter geluid dan de sleutel die zich omdraait in de eigen voordeur.
 
- Ik hou in feite helemaal niet van kunst. Ik hou van het leven zoals zich dat aandient, en niet van de stilering die anderen daarin aanbrengen.
 
- Ikzelf heb nooit kunnen werken, maar eigenlijk heb ik altijd gevonden dat men mij moest betalen voor mijn existentie. Ik doe geweldig mijn best voor de mensheid; ik begrijp niet waarom niet iedereen briefjes van duizend in mijn brievenbus stopt.
 
- Liever dan miljoenencontracten, zeiljachten en blonde wijven met heupen als kazen, wil ik namelijk begrepen worden, en ik heb besloten, o geweldige Ger Beukenkamp, dat jij daar nu onmiddellijk mee gaat beginnen.
 
- Ik heb, naar aanleiding van mijn brief over de heiligheid en ons laatste gesprek, een aantal dingen bedacht die volgens mij ontspruiten aan dezelfde wortelstam, maar daar ik geen hersenen in mijn hoofd heb, maar rondwervelende brokken zaagsel, weet ik nog niet precies welke stam dat zou zijn.
 
- Lieve Ger, heel hartelijk gefeliciteerd met het feit dat je me vandaag exact vier jaar kent.

- Ik heb me van jongs af aan gevoeld als een wat ouderwetse heteroseksuele man, die een vrouw nodig heeft voor seks, bewondering en de afwas, maar zich pas echt prettig voelt bij zijn vrienden.
 
- Mijn leven is afhankelijk van de beslissing van het humeur van een willekeurig iemand achter een bureau.
 
- Ik vind mezelf niet bijzonder veeleisend, maar eeuwige liefde en volledige overgave is toch wel het minste wat je van de medemens kan eisen.
 
- En kun je niet eens een heel klein faxje sturen? Zo van: "ik eet vanavond rode kool. Ger."
 
- Ooit had ik een vriendin die een zeker ontzag had voor het feit dat ik een "VGH-tje" was, zoals zij het noemde, iemand "van goeden huize". Ik begreep niet goed wat ze daarmee bedoelde.
 "Jij bent vast opgevoed met het idee dat je aardig moet zijn voor andere mensen," zei ze.
 Dit leek me zo vanzelfsprekend, dat ik pas jaren later (toen ik al lang niet meer met haar omging) begreep wat ze bedoeld had. Zijzelf was grootgebracht met het adagium "pakken wat je pakken kan, anderen doen het ook".
 
- Het allerfijnste vind ik altijd als een man met een auto komt voorrijden, mij een halve dag mee uitneemt (liefst naar buiten) en me dan óók nog mee uit eten neemt. En alles betaalt en deuren openhoudt. Zalig.

- Iedereen zegt dat ik me een beetje aan moet passen en niemand begrijpt hoezeer ik onder dat advies lijd.
 
- ... Geurt, tenger, donker en beweeglijk, tegenover die massieve, blonde reus van het Stadscafé, met zijn horecabuik die als een zak water in zijn overhemd hing.
 
- ... te horen dat je datgene hardop zegt wat de ander denkt, is toch het mooiste wat je met schrijven kunt bereiken.
 
- Praten is zowat het leukste wat er is, maar het liefst als het van (schijnbaar) secundair belang is. Het idee dat je tegenover elkaar aan een tafel zou gaan zitten met als hoofddoel "gezellig praten" lijkt me verschrikkelijk. Liever samen een eind lopen, een kamer witten of een bord eten naar binnen werken.
 
- O ja, en nog iets: zou je me tijdig kunnen waarschuwen als Hans en jij weer een of andere verre reis gaan ondernemen?
 Ik krijg weleens een gruwelijk visioen waarin al mijn faxen nutteloos de kamer instromen, de trap afglijden en de vestibule vullen, zodat jullie, bruinverbrand terugkerend van een verre, verre reis, slechts met de allergrootste moeite de voordeur open kunnen duwen, beduusd naar kilometers fax staan te kijken, en jij verzucht: "Hoe moet ik nou ooit nog tegen dat mens zeggen dat ze eens moet ophouden met die onzin?"
 
- Over het algemeen proberen mensen je terug te voeren naar de oorsprong van je gedachten, en vragen ze "of je niet te veel nadenkt" en of je niet beter eens een leuke vriendin kan gaan zoeken. Maar ik heb helemaal geen zin om het over mij te hebben. Wat kan mij mezelf nou schelen? Daar zit ik al de hele dag aan vast. Ik vind mezelf alleen interessant als lens op de wereld.
 
- Het is zo leuk aan kinderen dat ze zo onbeschaamd voor hun eigen belang uitkomen. Eigenbelang geldt als iets slechts, maar daar ben ik het niet mee eens. Ik vind het heel goed als mensen hun eigen belang op de eerste plaats stellen. In de eerste plaats omdat het duidelijkheid schept, en in de tweede plaats omdat het heel goed samen kan gaan met andere belangen. 
 
- Ikzelf heb een hevige afkeer voor alles wat geen vorm heeft, wat ongenuanceerd is, niet gerelativeerd wordt, wat humorloos en met ontzag gepresenteerd wordt.
 
- Van status heb ik nooit veel begrepen. Ik neem het waar, zoals je een statistiek waarneemt, of een landkaart. Het is voor mij niet werkelijk voor te stellen dat je belangstelling voor de ander afhankelijk zou zijn van diens maatschappelijke positie.
 
- Misschien moet ik bevriend worden met mensen met tweede huisjes. En die het dan zelf te druk hebben om erheen te gaan.
 
- Ik heb altijd een heilige willen zijn. Maar ja, daar was óók al geen opleiding voor.
 
      
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

maandag 3 juli 2023

Tolstoy's Letters

Tolstoy's Letters (Rusland, 1845-1910): 2 delen: 717 blz: Geselecteerd, bewerkt en vertaald in het Engels door R.F. Christian (1978): Uitgeverij The Athlone Press
 

 
Ik heb een set van twee boeken met brieven van Tolstoj herlezen. De boeken zijn hardcovers met een stofomslag, de brieven zijn geselecteerd, geredigeerd, vertaald en uitgebreid van noten voorzien door professor Christian, een vooraanstaande Engelse Tolstoj-deskundige, criticus en vertaler. De 608 brieven (uit de meer dan 8.500 brieven van Tolstoj die gepubliceerd zijn) zijn genummerd en chronologisch weergegeven en iedere keer als er een brief wordt opgenomen naar een nieuwe persoon, wordt die geïntroduceerd met een korte (bij de belangrijkste correspondenten een wat langere) inleiding. Van personen die in de brieven worden vermeld wordt altijd in de noten vermeld wie hij of zij was. Het boek is verdeeld in 9 secties, elk met een korte inleiding. Het Engels van de vertaling is zeer prettig leesbaar. Het zijn twee prachtige boeken!

Uit het voorwoord van professor Christian:
- When I began to consider how many letters to translate and on what basis to select them, it soon became apparent that the great majority fell roughly into one of three main categories. First there were those to do with Tolstoy the writer, his views about his own work and the work of other writers. Secondly there were those which concerned Tolstoy the thinker in a broader sense, and expressed his attitudes to the times he lived in, contemporary social problems, rural life, industrialisation, education, and more especially in later life, religious and spiritual questions. Thirdly there were the letters which were moore loosely to do with Tolstoy the man, the main stages of his biography, his relations with his family and friends, and the growth and development of his own personality.

- Tolstoy himself never concealed his distaste for "books about books", especially those written by profesional critics, and on at least one occasion declared that "of all the boring things in the world, criticism is the most boring".

- The germ of almost everything that came to fruition in his thinking and writing after 1880 can be found in one or other of his letters of the previous thirty years: his pacifism, his rejection of capital punishment, his hostility towards state institutions and bureaucratic practices, his unconventional views on primary and secondary education, his distrust of university professors, doctors and journalists, his hatred of big cities and an urban society based on the buying and selling of property, his painful awareness of the contrast between his own material well-being and the poverty surrounding him and his concern to justify his art in terms of its usefulness to the community as a whole.

Overige citaten:

Over de door de redacteur gewijzigde titel van "Kinderjaren":
- The title Childhood and the few words of the introduction explained the idea of the work; but the title A History of My Childhood contradicts the idea of the work. Who is interested in the history of my childhood?
 
Over de guillotine:
- I've seen many horrible things in war and in the Caucasus, but if a man had been torn to pieces before my eyes it wouldn't have been so revolting as this ingenious and elegant machine by means of which a strong, hale and hearty man was killed in an instant. In war it's not a question of the rational will, but of human feelings of passion; but in this case it's cold, refined calculation and a convenient way of murder, and there's nothing grand about it.

- The only thing I want when I'm writing is for another man, and one who is dear to my heart, to rejoice at what I rejoice at, to be angry with what angers me, or to weep the same tears as I weep.
 
- To prepare a child for some occupation is one of the oldest and most dangerous forms of despotism. You want to give him an assured slice of bread, but perhaps he's preparing himself to spend all his life as a poverty-stricken but great poet of thinker.

- The aim of an artist is not to solve a problem irrefutably, but to make people love life in all its countless inexhaustible manifestations. If I were to be told that I coukld write a novel whereby I might irrefutably establish what seemed to me the correct point of view on all social problems, I would not even devote two hours' work to such a novel; but if I were to be told that what I should write would be read in about 20 years' time by those who are now children, and that they would laugh and cry over it and love life, I would devote all my own life and all my energies to it.

 - All knowledge comes to people by irrational paths.

- ... I'm sure, she feels in her soul - and only La Rochefoucauld would have noticed it - a feeling of slight hostility such as we always have towards people whom we don't know, and whom everyone, beginning with one's husband, praises beyond measure.

- As some Frenchman said: "une composition est une lettre, qu'on écrit à tous ses amis inconnus".

- As far as my mental activity is concerned, I am an egoist, i.e. it seems to me that my thoughts must always be of interest to everyone, and I'm prepared to thrust them on everyone; but I consider my person of very little worth, and of no interest to myself, let alone to anyone else.

- I always feel surprised and sorry, particularly sorry, about articles. A big work, particularly a positive, not a critical one, will be appreciated sooner or later, the shot will reach the target and strike home. But criticism which you are so fond of is a terrible thing. Its only importance and justification is to guide public opinion, but this is the joke - when criticism talks rubbish it guides public opinion, but if it is the result of genuine and serious (ernst) thought it has no effect, and may just as well have never been written.

- Joseph de Maistre wrote a long lettre to his king in 1812 about the war and about Petersburg and ended the letter like this; "Je pris votre Majesté d'excuser la longeur de cette lettre. Je n'ai pas eu le temps de la faire plus courte."

- Our vile literary profession is corrupting. Every writer has his own atmosphere of flatterers which he carefully surrounds himself with, and he can have no idea of his own importance or the time of his decline.

- It's a truism that idleness is the mother of vice; but not everyone knows that feverish, hasty activity is the habitual handmaid of discontent with oneself and especially with other people.

- My view is that I and my life have no importance of rights, but I value my view, not for my own sake, but for the happiness of other people; and of other people, my children are nearest to me.

- Vladimir Vasilyevich, I was very glad to get your letter. I entirely agree with what you say, that people's attitude to animals is cruel and ought not to be so, and that the time has come or is coming when the majority of people should be aware of it, and when this awareness that it's cruel and unnecessary and stupid to cause pain to animals should become public opinion, and be transmitted through literature, art and education.
 
- I asked myself long ago whether I would work just the same if I were never to know whether my work would be approved or not by people, and I replied sincerely that of course I would work just the same.
 
- Every work is une lettre de l'auteur à ses amis inconnus.
 
- And simplicity is the necessary condition of the beautiful. What is simple and free of artificiality might be bad, but what is not simple and is artificial cannot be good.
 
- The most important thing about knowledge is not to imagine that you know what you don't know, but to know that you don't know what you don't know.
 
Ik heb nu direct achter elkaar twee boeken over het leven van Tolstoj gelezen. Dit brievenboek met brieven van Tolstoj zelf, bezorgd door professor Chrisian en de biografie over Tolstoj van A.N. Wilson. Beide boeken zijn zeer onderhoudend en behoren tot het mooiste dat ik ooit gelezen heb. U kunt het doen net zoals ik en beide boeken lezen. Maar als ik er één van moest kiezen, welke  zou ik dan kiezen?

Beide boeken geven ongeveer dezelfde informatie over Tolstoj's leven. De biografie is compacter en ik denk iets vollediger. Ik vind het Engels van professor Christian prettiger om te lezen dan het Engels van A.N. Wilson van de biografie. Het brievenboek geeft aanvullende informatie over de correspondenten van Tostoj zodat je een beter beeld krijgt van de mensen in zijn omgeving. Maar het grootste verschil is dat de brieven in het brievenboek geschreven zijn door Tolstoj zelf en dat Tolstoj natuurlijk een veel belangrijkere en betere schrijver was dan A.N. Wilson. Ik ga voor dit brievenboek!

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom. 
 

donderdag 29 september 2022

A.L. Snijders: De taal is een hond

A.L. Snijders: De taal is een hond (Nederland, 2008): 283 blz: Uitgeverij Thomas Rap
 

 
Net zoals in de bundel "Ik leef aan de rand van de wereld" die ik kortgeleden van Snijders las, gaat het ook in "De taal is een hond" over alledaagse dingen en gebeurtenissen in het leven van de schrijver. Dit wordt opgeschreven in een trefzekere stijl waarbij regelmatig geciteerd wordt uit het werk van andere schrijvers. De verhalen in dit boek zijn nooit lang, hooguit 5 of 6 bladzijden. Wat mij ook erg bevalt is dat de verhalen vaak worden gevolgd (soms voorafgegaan) door brieven aan een zekere heer Van der Moer, die blijkbaar zijn hoofdredacteur is. De verhalen in "De taal is een hond" zijn geschreven tussen februari 1992 en september 1996.
 
Citaten:
- En ik houd van schrijven, echt lekker ouderwets schrijven, bedoel ik, met een pen op wit papier, aan een kleine tafel voor een raam - en daarbuiten vetbolletjes en pindanetjes voor de rumoerige mezen. Als ik even niet verder kan, kijk ik naar ze, en verwonder me erover dat de kleine pimpelmees het in the struggle for life soms wint van de grote en brutale koolmees. (Voor de volledigheid: glazig staren naar een beeldscherm, weerstandsloze toetsen bevingeren, je gedachten op een floppy, dat is natuurlijk geen schrijven.)
 
- Toen ik op school zat, las ik in boeken. En wat ik gelezen had, zette ik op een papiertje. Een proefwerk. Als de meester vond dat het voldoende was, gaf hij me een voldoende. Toen ik studeerde, las ik in boeken. En wat ik gelezen had, vertelde ik aan een professor. Een tentamen. Als die man vond dat het voldoende was, gat hij me een voldoende. Nu ik leraar ben, lees ik in boeken. En wat ik lees, vertel ik aan mijn leerlingen. Die zetten het op papier. Een proefwerk. Als ik vind dat het voldoende is, geef ik ze een voldoende. Mijn leven bestaat uit boeken en papier. Ik verteer papier in mijn boekmaag, en ik braak kennis uit. Daarvoor ontvang ik geld. Dat is mijn leven.
 
- Horizontale voorgeleiding is een politieterm die leerlingen soms gebruiken om mij te treiteren. Eerst sla je een verdachte plat, daarna draag je hem met zijn tweeën het bureau binnen. Ik weet niet of het vaak voorkomt, ik weet niets van de politie, en ik kan er ook niet achter komen want mijn collega's beschouwen me als een kind, praten sussend tegen me, leggen hun hand op mijn schouder, schudden hun politiehoofden en zeggen vriendelijk: Laat dat nou maar aan ons over, hou jij je nou maar bezig met de d'tjes en de t'tjes. (Ze spreken nooit over taal, alleen over d'tjes en t'tjes.)

- Jaren geleden moest ik van de school een Turks meisje bijspijkeren, zes uur per week. Na een tijdje kende ze enige spellingsregels. Ze wist dat in "moeder heeft boontjes gedop ..." een t moest worden ingevuld, volgens de regels van 't kofschip. 
 Maar ze wist niet wat moeder deed, wat was dat, boontjes doppen?
 
- Ik tel onder mijn vrienden en kennissen natuurlijk veel neerlandici. En ik ben banger voor hen dan voor gewone mensen, want de een weet meer van grammatica dan ik, de ander begrijpt meer van de literatuur, een derde is deskundiger op het terrein van de stijl, terwijl de vierde gespecialiseerd is in metaforen. En tel je ze bij elkaar, dan vormen ze een reus van kennis en smaak die op mij neerkijkt.
 
- In 1990 heb ik een opmerking van Scelsi opgeschreven: "Toelichtingen bij muziek zijn vervelend. Men moet luisteren en na afloop klappen of fluiten."

- Ik hoop natuurlijk dat U mij handhaaft als stukjesschrijver bij Uw krant, want de wekelijkse discipline stimuleert me en het geld kan ik ook goed gebruiken. (Mijn vijf kinderen mogen er één voor één hun rijbewijs van halen.)

- Die ochtend heb ik nu en dan zachtjes in de klas zitten grienen, op een voor mij kenmerkende manier: niemand mocht het zien. Pas veel later heb ik gehoord dat een man best in het openbaar mag huilen, dat het je zelfs siert als je dat kunt, maar voor mij kwam deze culturele koerswijziging te laat, ik verberg mijn verdriet, ik ben een man uit een ander tijdperk.

- Een jongen deed de oefening en maakte vermijdbare fouten. Ik zei: "Het staat toch in de theorie?" Hij zei: "Ik heb eerst de oefening gemaakt en toen de theorie bestudeerd." Ik zei: "Dat doe ik ook altijd, ik denk dat het te maken heeft met de angst voor het woord en ongeduldige liefde voor het handwerk. Eerst de cv-ketel aansluiten, dan het gas erop, dan de lucifer erbij, dan boem, het dak van het huis, en dan het instructieboekje bestuderen. Zo heb ik mijn eerste echtgenote verloren."
 
- In dit pandemonium vertelt mij ook nog iemand dat Karel van het Reve Gods liefde heeft vergeleken met de KGB die iedere ochtend aan je deur klopt om te vertellen dat je die dag niet gearresteerd wordt.
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

woensdag 21 september 2022

A.L. Snijders: Ik leef aan de rand van de wereld

A.L. Snijders: Ik leef aan de rand van de wereld (Nederland, 2008): 344 blz: Uitgeverij Thomas Rap
 

 
"Ik leef aan de rand van de wereld" is pas het tweede boek dat ik van A.L. Snijders heb gelezen, en nu al is hij mijn favoriete Nederlandstalige schrijver. Het verheugt mij dat Snijders ongeveer 20 boeken heeft gepubliceerd, dus als ik af en toe een boek van hem lees, dan kan ik nog jaren vooruit. 
 
Net zoals in de bundel "Vijf bijlen" die ik eerder van Snijders las, gaat het ook in "Ik leef aan de rand van de wereld" over alledaagse dingen en gebeurtenissen in het leven van de schrijver. Dit wordt opgeschreven in een trefzekere stijl waarbij regelmatig geciteerd wordt uit het werk van andere schrijvers. De verhalen in dit boek zijn nooit lang, hooguit 5 of 6 bladzijden. Wat mij ook erg bevalt is dat de verhalen vaak worden gevolgd (soms voorafgegaan) door brieven aan een zekere heer Van der Moer, die blijkbaar zijn hoofdredacteur is. De verhalen in "Ik leef aan de rand van de wereld" zijn geschreven tussen september 1990 en januari 1992, toen A.L. Snijders nog vrij onbekend was.
 
Ik vind de onnadrukkelijke verhalen van A.L. Snijders veel onderhoudender en prettiger om te lezen dan het werk van veel bekendere schrijvers zoals Reve, Mulisch of Hermans. Voor een indruk van de inhoud en de stijl van A.L. Snijders lees vooral de citaten!
 
Citaten:
- Ik heb nog nooit parfum voor mijn vrouw gekocht. Eén keer deed ik een poging. Ik stond in de breekbare vrouwenatmosfeer van zo'n winkel met een piepklein flesje in mijn hand. Ik schatte het op f 4,95, maar de winkelier wilde f 95,-. En omdat ik maar een tientje te besteden had, ging het niet door.
 
- Dichten is net als koken
  je pleurt maar wat in de pan
 
  als je koken kan.
 
- Met dat schrijven van mij zit het zo: als ik klaar ben, voel ik me een fontein van euforie. Meestal komt dat door de laatste zin. Ik ben namelijk een laatstezinnenschrijver. Dat is niet bepaald het kenmerk van het ware. Een ware schrijver schrijft niet naar een climax, maar mompelt rustig voor zich uit en houdt dan plotseling op, zodat de lezer, die rustig op de rug van de kameel is meegedommeld, wakker schrikt met het gevoel "zijn we er al?" En ja, we zijn er al, zonder erg. Zo moet je schrijven, volgens mij.
 
- Op de terugweg vertelt mijn oudste dochter, die ooit aan een pedagogische academie haar diploma haalde, over een weifelmoedige en knappe leraar die een moeilijk probleem moest uitleggen, maar daarin na drie kwartier niet slaagde. Bijna niemand begreep er iets van. Tot iemand op het idee kwam het uit te laten leggen door een van de verlichte leerlingen. Hem lukte het in twee minuten. Iedereen was tevreden, ook de leraar - die dus uit het goede hout gesneden bleek.

- Ik doe niet aan sport en spel. Ik speel geen klaverjas, geen scrabble, geen monopoly, ik voetbal niet, ik loop niet hard. Ik doe niet mee in de staatsloterij, ik bezoek de casino's van Knokke en Monaco niet, ik koop geen lootjes van een blinde man in Boedapest. De reden is eenvoudig: al deze handelingen zijn zo zinloos dat ze alleen te verdragen zijn door gezonde, normale mensen. Als je elke dag worstelt met iets groters, namelijk de overweldigende zinloosheid van het leven, dan kun je de kleine zinloosheid niet aan.

- Voltaire (of een andere beroemde man) heeft gezegd dat alle genres goed zijn, behalve het vervelende.

- Tucholsky schrijft: Het meest ontaarde wezen op aarde is de moeder die er trots op is wanneer ze datgene wat haar schoot heeft voortgebracht in slijk en modder ziet omkomen.

- Wat de mensen bedacht hebben, is au fond kinderachtig en vervelend, ik bedoel, als je het vergelijkt met de onverschillige macht van de natuur. 's Morgens bij zonsopgang de dag opsnuiven, dat kun je miljoenen malen doen, het blijft de eerste dag.

- Toen ik dominee Visser hoorde en besloot over hem te schrijven, bedacht ik de laatste zin: De dominee is een brutale knecht van een Baas die niet bestaat.

- Hoe vindt u het woord "carrièrejaren"? Voor iemand die altijd onderwijzer is gebleven en in een oude auto rijdt. Uitdagend - bedoeld als grapje. De jaren tussen mijn jeugd en mijn ouderdom hebben nooit bestaan, het eerste deel was een uitloper van mijn jeugd, het laatste deel de aanloopjaren naar mijn ouderdom.

- Als kind heb ik een depressie verwekkende huilbui gehad toen mijn moeder me vertelde dat vlees (op mijn bord) afkomstig was van doodgemaakte dieren.

- Een van mijn grote idealen is zonder mening te zijn. Dat is helaas niet mogelijk, mijn karakter dwingt mij juist tot het tegendeel: ik heb over werkelijk alles een mening. Daarom rest mij maar één uitweg: zo veel opvattingen en theorieën en meningen dat het er in werkelijkheid geen zijn. Door overvloed naar nul.

- Terwijl ik bijvoorbeeld probeer uit te leggen dat spelling (en vooral de fouten) bijna nooit consequenties heeft voor begrip, verstaanbaarheid, communicatie, maar altijd gebruikt wordt als graadmeter voor de hiërarchische plaats in de maatschappij (gemeenschap, bedrijf, school, gezin).
 
- Mijn vrouw voert een solitaire strijd tegen de verloedering. Ze steelt bijvoorbeeld nooit en ze wil ook absoluut niet dat iemand haar daarvan verdenkt. Toen ze dan ook jaren geleden in een supermarkt door een overijverig chefje werd gesommeerd haar tas open te maken, zei ze tegen hem: "Ik doe 't alleen als u daarna uw excuses maakt als er niets in zit."
 En zo gebeurde het.
 
- Dat is mijn theorie: boven alles de muziek (abstract en onnavertelbaar), vervolgens de beeldende kunst (gedeeltelijk navertelbaar, maar eigenlijk nooit met succes) en ten slotte de schrijverij (volledig navertelbaar, alleen bij de allergrootsten lukt het niet, zie Nescio en Elsschot).
 
Over een boek van Charles Bukowski:
- Het boek voldoet aan twee noodzakelijke eisen, het moet je laten lachen en het moet je laten denken. Het is dus een goed boek.
 
- Ik hoop dat de kinderen zich mij zullen herinneren als "zonder program door het leven".
 
- Ik wil bijvoorbeeld een brief ontvangen van iemand die ontdekt dat ik met het zinsdeel "het water suist in de buizen" een Nijhoff-achtige jaren '30-sfeer probeer na te bootsen. Maar zo'n brief krijg ik niet. Ik weet wel wat er gebeurt, het hoofd van de huishoudelijke dienst van de politieschool, die mijn stukjes in de GOC leest, komt maandag naar me toe en vraagt welk lokaal dat was, dan zal hij er een monteur op afsturen.
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

maandag 23 mei 2022

Boenin: Verzamelde werken: deel 4

Boenin: Verzamelde werken: deel 4 (Rusland, 1890-1953): 623 blz: Vertaald door Margriet Berg & Marja Wiebes (2002): Uitgeverij van Oorschot: de Russische bibliotheek
 
Russische Bibliotheek  -  Verzamelde werken 4 Brieven
 
Na het lezen van de prachtige drie eerste delen van de verzamelde werken van Ivan Boenin, is het lezen van deel 4 een lichte teleurstelling. Deel 4 bestaat uit de volgende teksten:
- Een selectie van 187 brieven
- "Vervloekte dagen", dagboeken die Boenin schreef in 1918 en 1919 tijdens de Russische revolutie
- Herinneringen aan collega-schrijvers en aan de uitreiking van de Nobelprijs
- "De schaduw van de vogel", een verslag van een reis naar het Midden-Oosten
- Een aantal gedichten
 
De brieven lopen van 1890 tot 1953. Ze zijn vooral interessant voor diegenen die de verhalen van Boenin kennen. Wat citaten:
 
- Dat is de moeilijkheid met brieven: als we op dit moment niet op papier zouden praten, zou je kunnen zien hoe ik praat, en kunnen voelen dat ik dolveel van je houd, met heel mijn hart, dat ik dit zeg omdat je me dierbaar bent.
 
- Jouw papa heeft mij het volgende gezegd (ik geef het in het kort weer, maar zo heeft hij zich letterlijk uitgedrukt). "V.V. past niet bij u - wat verstand, ontwikkeling en opvoeding betreft steekt ze met kop en schouders boven u uit. Ze heeft - dat weet ik - geen achting voor u. En dat kan ook niet. U bent een leegloper, u zwerft maar wat rond, u bent, neem me niet kwalijk, een landloper (sic!), u verkwist andermans geld, u bent een bedelaar ... Werken, zegt u? Als kantoorbediende! Hm!.. Ik verbaas me, ik verbaas me in hoge mate dat u de onbeschaamdheid, de brutaliteit kunt hebben om te denken dat V.V. bij u past" ... En aan het eind: "Zo, ons gesprek is afgelopen. Tot ziens."
 
- "een kunstenaar heeft lof nodig, zoals een strijkstok hars"
 
- Dierbare schrijver,
 op blz. 324 van uw D'Autre Patrie zegt u dat de oude Tolstoj De gebroeders Karamazov als laatste boek op zijn nachtkastje had liggen (son dernier livre de chevet). Waar hebt u dat vandaan? Ik heb hier een dik boekwerk liggen - zijn dagboeken van 1910, de allerlaatste, waarin juist iets staat over deze "Gebroeders" (die in het algemeen met een sjabloonachtige gemaaktheid zijn geschetst, en in het bijzonder waar het hun onderlinge verschillen betreft): "12 oktober 1910. Ik heb Dostojevski's De gebroeders Karamazov zitten lezen. Wat een vervelende, breedsprakige, flauwe grappen. De dialogen zijn onmogelijk en volkomen onnatuurlijk". "18 oktober. Dostojevski gelezen en me verbaasd over zijn slordigheid, gekunsteldheid en gezochtheid."
 
"Vervloekte dagen" is het dagboek uit de jaren 1918 en 1919, dat Boenin bijhield tijdens de Russische revolutie. Het is ongetwijfeld de meest interessante tekst uit dit deel 4.
 
- In de stad zegt men:
 Ze hebben besloten iedereen vanaf zeven jaar zonder uitzondering de keel af te snijden, zodat niemand zich later onze tijd zal herinneren.
 
- Tolstoj zei eens over zichzelf:
 De hele narigheid is dat ik een wat levendigere fantasie heb dan andere mensen ...
 Die narigheid heb ik ook.

- Ik denk vaak aan de verontwaardiging waarmee sommigen mijn zogenaamd door-en-door zwarte schildering van het Russische volk hebben ontvangen. En die dat tot op heden nog doen, maar wie zijn zij? Dezelfden die zijn gevoed en grootgebracht met die literatuur die gedurende honderd jaar letterlijk alle klassen heeft beschimpt, dat wil zeggen de "popes", de "burgerij", de middenstand, de ambtenaren, de politie, de landeigenaren, de rijke boeren, kortom, alles en iedereen met uitzondering van een zeker "volk", zonder paard natuurlijk, en de landlopers.

- "Hulde aan de dwaas die de mensheid een gouden droom brengt ..." Wat vond Gorki het prachtig dit uit te roepen! En de droom gaat er alleen maar over het hoofd van de fabrikant in te slaan, zijn zakken om te keren en een nog grotere schoft te worden dan die fabrikant.

- Het is verschrikkelijk om te zeggen, maar het is de waarheid: als er geen rampspoeden voor het volk bestonden, zouden duizenden leden van de intelligentsia regelrecht doodongelukkig zijn. Wat viel er dan te vergaderen, te protesteren, waarover moesten ze dan schreeuwen en schrijven? En zonder dat zou het leven geen leven zijn.

- "Men mag niet zonder onderscheid tegen het volk uitvaren!"
 Maar tegen de "Witten" mag dat natuurlijk wel.
 Het volk, de revolutie, wordt alles vergeven, - "dat zijn allemaal slechts excessen".
 Maar aan de Witten, aan wie alles - hun vaderland, hun wiegen en graven, hun vaders en moeders, hun zusters - is ontnomen, die uitgescholden, overweldigd en vermoord zijn, is dat soort "excessen" natuurlijk niet toegestaan.

- Tolstoj heeft gezegd:
 Succes in de literatuur bereik je tegenwoordig alleen door domheid en onbeschaamdheid.
 Hij vergat de hulp van de critici.
 Wie zijn ze, die critici?
 Voor een medisch consult wordt een beroep op artsen gedaan, voor een juridisch consult op juristen, een spoorbrug wordt beoordeeld door ingenieurs, een huis door architecten, maar kunst door iedereen die maar wil, door mensen die vaak van nature helemaal niets met kunst ophebben. En men luistert alleen naar hen. Men hecht geen waarde aan het oordeel van iemand als Tolstoj, aan het oordeel van juist die mensen die vóór alles een geweldige kritische intuïtie bezitten, want het schrijven van ieder woord van Oorlog en vrede houdt tegelijk de strengste afweging en de meest subtiele beoordeling van ieder woord in.

- Wat een schande? De hele stad kleppert op houten sandalen, alle straten zijn overstroomd, de "burgers" slepen van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat met water uit de haven omdat de waterleiding al lang niet meer werkt. En iedereen praat van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat alleen nog maar over manieren om aan eten te komen. Wetenschap, kunst, techniek, al het menselijk leven dat enigszins arbeidzaam of creatief is - het is allemaal verdwenen. De magere koeien hebben de vette koeien van de farao opgegeten en zijn niet alleen niet vetter geworden, maar ze creperen zelf ook!

"Herinneringen" bevat stukken over schrijvers als Tolstoj, Tsjechov, Gorki en een paar mij onbekende Russische schrijvers en verder een stuk over de uitreiking van de Nobelprijs. Vooral de stukken over Tolstoj en Tsjechov bevatten een aantal prachtige citaten.

"De schaduw van de vogel" is een verslag van een reis door het Midden-Oosten. Als liefhebber van reisverslagen vind ik het maar matig interessant.

Over de kwaliteit van de gedichten van Boenin kan ik niet oordelen. Ik lees geen Russisch en bovendien heb ik geen affiniteit met en verstand van poëzie.

De vertaling van de werken van Boenin door Margriet Berg en Marja Wiebes vind ik geweldig! Zij zijn er uitstekend in geslaagd om het Russisch om te zetten in uiterst soepel lopend Nederlands.

        
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

dinsdag 26 oktober 2021

Helene Hanff: Charing Cross Road 84

Helene Hanff: Charing Cross Road 84 (Verenigde Staten, 1970): 99 blz: Vertaald door Barbara van Kooten (1982): Uitgeverij de Harmonie
 
Charing Cross Road 84
 
"Charing Cross Road 84" is het verhaal van de hartverwarmende briefwisseling tussen Helene Hanff, een in New York wonende Amerikaanse schrijfster en een aantal medewerkers van Marks & Co, een tweedehands boekwinkel op Charing Cross Road 84.

De brieven zijn duidelijk geschreven met veel humor en liefde en naarmate de briefwisseling vordert neemt de wederzijdse genegenheid toe.

De briefwisseling begint in 1949 als Helene reageert op een advertentie van Marks & co en loopt door tot 1969 met de dood van Frank Doel, de voornaamste correspondent van Marks & Co.

Helene spreekt regelmatig haar verlangen uit om de boekwinkel te bezoeken maar het is er nooit van gekomen. Ik heb dit boek minstens vijf keer gelezen (zowel in het Engels als in deze Nederlandse vertaling) en ik moet zeggen dat er weinig boeken zijn (zeker van deze geringe omvang) waar ik zo van geniet.

Het boek is verfilmd met Anthony Hopkins als Frank Doel (***), maar de film bezit niet de magie die het boek heeft.
 
Eigenlijk is dit boek verplichte kost voor iedere boekenliefhebber. Als onderstaande citaten je aanspreken, dan is dit waarschijnlijk een boek voor jou.
 
Citaten:
8 December 1949:
- Ik vind tweedehandse boeken juist zo heerlijk wanneer ze openvallen op de bladzij die de vorige eigenaar het meest heeft gelezen. Toen Hazlitt arriveerde viel hij open bij "Ik haat het om nieuwe boeken te lezen," en ik juichte "Makker!" tegen die grote onbekende die het vóór mij in zijn bezit had gehad.
 
10 April 1950:
- Ik heb toevallig alleen maar een nogal eigenaardige smaak wat boeken betreft, dit dankzij een Professor uit Cambridge die Quiller-Couch heette, bijgenaamd Q, waar ik tegenop liep in een bibliotheek toen ik 17 was. En ik zie er net zo knap uit als een bedelaar op Broadway. Ik woon in truien die door de motten zijn opgegeten en in wollen broeken, overdag gaat hier de verwarming uit.
 
25 September 1950:
- Waarom zou ik de hele weg naar 17th Street afrennen om vieze, slecht gefabriceerde boeken te kopen als ik schone, schitterend afgewerkte exemplaren van jullie kan krijgen zonder ook maar van mijn schrijfmachine op te staan?
 
2 November 1951:
- Hallo Razende Roel,
 Het duizelt me helemaal, Leigh Hunt en de Vulgate waren hier zo snel als de weerlicht. Je realiseert je het waarschijnlijk niet, maar het is pas twee jaar geleden dat ik ze besteld heb. Als je in dit tempo doorgaat bezorg je jezelf een hartaanval.
 
9 Februari 1952:
- Het is tegen mijn principes een boek te kopen wat ik niet gelezen heb, het is net zoiets als een jurk kopen die je niet gepast hebt, maar Walton's Lives is hier zelfs niet in een bibliotheek te krijgen. ...
 Maakt niks uit, Q heeft er genoeg uit geciteerd dus weet ik zeker dat ik het mooi zal vinden. Alles wat hij mooi vind vind ik ook mooi, behalve de fictie. Ik kan maar niet geïnteresseerd raken in dingen die niet echt gebeurd zijn met mensen die nooit bestaan hebben.

11 Mei 1952:
- ... alleen de houtsneden al zijn de prijs van het boek meer dan tienvoudig waard. Wat leven we toch in een rare wereld wanneer je zoiets moois voor je leven je eigendom kunt noemen - voor de prijs van een kaartje in een bioscoop op Broadway, of 1/50ste van een kroon op een kies. Nou als je boeken zouden kosten wat ze werkelijk waard waren zou ik ze niet kunnen betalen!

18 September 1952:
- Ik houd elk voorjaar grote schoonmaak onder mijn boeken en gooi degene die ik nooit meer lezen wil eruit, zoals ik kleren weggooi die ik nooit meer zal dragen.
 Iedereen is dan geshockeerd. Mijn vrienden gaan heel eigenaardig met hun boeken om. Ze lezen alle bestsellers, ze ploegen ze zo snel mogelijk door, ik denk dat ze over veel dingen heenlezen. En ze lezen NOOIT iets voor de tweede keer dus herinneren ze zich er een jaar later geen woord meer van. Maar ze raken diep geschokt als ze mij een boek in de vuilnisbak zien gooien of het weg zien geven. Zoals zij het zien koop je een boek, lees je het, zet je het op de plank, sla je het voor de rest van je leven niet meer open maar JE GOOIT HET NIET WEG! EN ZEKER NIET ALS HET GEBONDEN IS! Waarom niet? Ik vind persoonlijk niets heiligschennender dan een slecht boek of zelfs maar een middelmatig boek.
 
2 September 1955:
- Heb je De Toqueville's Journey to America? Iemand heeft de mijne geleend en hem nooit teruggegeven. Waarom vinden mensen die er niet over zouden denken iets te stelen het wel terecht om boeken te stelen?
 
8 Mei 1960:
- Heb ik je verteld dat ik eindelijk dè ideale paginasnijder heb gevonden? Het is een fruitmesje met parelmoeren handvat. Mijn moeder heeft me er een dozijn van nagelaten, er staat er een in de pennebak op mijn bureau. Misschien ga ik wel met de verkeerde mensen om, maar ik heb gewoon nooit twaalf gasten die allemaal tegelijk fruit eten.
 
Zaterdag (geen datum vermeld):
- Ik heb net een boek weggedaan dat iemand me gegeven had, het was de verhandeling van een of andere klungel over hoe het was om in de tijd van Oliver Cromwell te leven - alleen LEEFDE de klungel niet in de tijd van Oliver Cromwell dus hoe weet hij nou verdomme hoe dat was? Iedereen die wil weten hoe het was om in de tijd van Oliver Cromwell te leven kan op de sofa neerploffen met Milton op zijn buik en Walton op zijn rug, en ze zullen hem niet alleen vertellen hoe het was, ze zullen hem ermee naartoe nemen.
 
     
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

donderdag 10 september 2020

Konstantin Paustovski: Goudzand

Konstantin Paustovski: Goudzand (Rusland, 1914-1968): 570 blz: Geselecteerd en vertaald door Wim Hartog (2016): Uitgeverij van Oorschot

Goudzand

Na de dood van iedere schrijver die enigszins van belang is geweest wordt nog jarenlang zijn of haar archief doorgespit op zoek naar nog niet uitgegeven teksten die nog van belang kunnen zijn. Het is begrijpelijk dat men profijt probeert te slaan uit de nalatenschap van de overleden schrijver, maar deze zoektocht levert zelden iets op dat werkelijk van belang is. De schrijver heeft waarschijnlijk niet voor niets besloten om deze teksten tijdens zijn of haar leven niet te publiceren.

Wim Hartog, liefhebber van Paustovski van het eerste uur en degene die het belangrijkste werk van Paustovski in het Nederlands heeft vertaald, is jarenlang bezig geweest met het doorspitten van Paustovski's archief, het selecteren van teksten daaruit en die in het Nederlands te vertalen. Het doel van Wim Hartog was om zo als het ware een biografie van Paustovski te schrijven in zijn eigen woorden. Dit vond Wim Hartog van belang aangezien er over Paustovski nog geen echte biografie is verschenen.

"Goudzand" bestaat uit een combinatie van vier verschillende soorten teksten. Er zijn de dagboekfragmenten, meestal in een telegramstijl opgeschreven en eigenlijk de moeite van het lezen niet waard. Dan heb je de brieven naar geliefden en vrienden. Deze zijn uitgebreider van stof en geven een aardig beeld van waar Paustovski op een bepaald moment mee bezig was. Dan heb je de journalistieke stukken over bijvoorbeeld een aantal buitenlandse reizen die Paustovski heeft gemaakt en als laatste een aantal korte verhalen. Voor alle teksten die in "Goudzand" staan, geldt dat ze nog niet eerder in het Nederlands gepubliceerd zijn.

Op het oog lijkt het een welkome aanvulling op het al uitgegeven werk van Paustovski. Ik vind het echter zonde van de tijd en energie die Wim Hartog in het samenstellen en vertalen van de teksten heeft gestoken. Geen enkel stuk tekst in "Goudzand" haalt het niveau van Paustovski's prachtige memoires of zijn bundel met korte verhalen "Wilde rozen".

Citaten:

- De waardevolste bron voor het schrijven - het verhaal van je leven - wordt door de meeste schrijvers angstvallig bewaakt. Je gaat er behoedzaam mee om en verstrooit het beetje bij beetje in je boeken. 

- Vind je het ook zo dom om dichters granaten te laten frezen? Dat lukt toch niet. Dichters gaan niet naar Taganrog maar naar Sebastopol, ze werken niet in fabrieken maar maken gedichten en beminnen blije meisjes.

- Bijna niemand beseft dat de mens (de ongebroken mens) geroepen is om uit het "nietsdoen" scheppingen voort te brengen. Uit grote luiheid zijn de sierlijke schrijfstijl van Oscar Wilde, Jevgeni Onegin en de poëzie van de dronkaard Verlaine geboren.

- Mooie dingen zijn er niet voor bedoeld om in musea te staan en als rariteiten te worden bekeken, met je mond open van verbazing. Ze horen deel uit te maken van je leven. Als je blik er iedere dag weer langs glijdt, laat dat in je ziel gaandeweg een onuitwisbare indruk achter. Ongemerkt groeit dan je ziel. Het zilvergroene, brokaten gobelin, ooit een antimins, dat bij ons boven de divan hangt, heeft op mij zo'n uitwerking.

- Ik hoefde nooit mijzelf voort te slepen naar een van tevoren bepaald doel. Ik liep graag langs wegen waarvan ik niet wist waarheen ze voerden.

- Ik heb altijd gevonden dat een boek als een mens moet zijn: prachtig en lelijk tegelijk, slim en soms stom, eerlijk zowel als leugenachtig. Een boek is immers een menselijk document! Ik hou niet van volmaakte schrijvers zonder gebreken.

- De voorzitter van de zuiveringscommissie zei dat "een lid van de intelligentsia en van de Partij al zijn vrije tijd hoort te besteden aan het bestuderen van de werken van Lenin en niet aan zoiets onzinnigs als het schrijven van romans".

- Hij gaf een heel rake definitie van de huidige sovjetliteratuur. Hij zei dat deze "net als een Griekse stoomboot veel rook en weinig gang maakt".

- Ik kan het niet over mijn hart verkrijgen je telegrammen te sturen omdat die door vreemden gelezen worden, bijvoorbeeld door de telegrafiste hier, een lompe meid met de bijnaam "tante Motja".

- Maar zodra een verhaal geschreven is, hoor je het nog eens nuchter te bekijken. Als schrijver moet je met strenge hand alles eruit schrappen wat te gedurfd en te intiem is en wat diegenen die hij waardeert en van wie hij houdt, verdriet zou kunnen bezorgen.

- Elk proza heeft zijn eigen ritme, zijn eigen muziek, zijn eigen harmonie, zonder dat je het altijd kunt verklaren. Als je voelt dat een woord het ritme verstoort, kun je er gewoon een ander voor in de plaats zetten en dan "zingt" de zin weer.

- Mijn leven lang heb ik voornamelijk geschreven over hetgeen mijn directe levensindrukken mij ingaven. Of anders gezegd: ik heb niet alleen eigentijdse werken geschreven maar het daarbij ook over mijn eigen tijd gehad.

Rome, 11 oktober 1965 -  Over de straten van Rome racen jochies tussen de auto's door op een ding dat hier de nieuwste trend is: een korte plank met twee rolschaatswieltjes eronder, waar ze met één been op staan en ongelooflijke toeren mee uithalen.

- Na het overlijden van Paustovski werd er nog een brief aangetroffen in de la van zijn schrijftafel. Deze is ongedateerd en kan worden beschouwd als een door hem nagelaten "persoonlijk testament". In zijn voorwoord bij zijn Verzameld werk in negen delen heeft Paustovski geschreven: "Het heeft geen zin van een auteur nadere uitleg van zijn werk te verwachten. Tsjechov zei in dergelijke gevallen altijd: "Leest u mijn boeken maar want daar staat alles al geschreven." Ik wil deze woorden van Tsjechov graag beamen."

Zelfs dit tijdens het leven van Paustovski niet uitgegeven werk is voor mij nog altijd aangenamer en interessanter om te lezen dan 99% van de boeken die in de boekwinkels liggen en 80% van de boeken die ik heb gelezen.

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

donderdag 13 november 2014

Hans Warren & Ria Zifkamp: Van huis tot huis


Van Huis tot HuisEr zijn verschillende soorten briefwisselingen gepubliceerd. Te denken valt aan die tussen 2 schrijvers, zoals bijvoorbeeld die tussen Flaubert en George Sand, tussen een schrijver en een koning zoals die tussen Voltaire en Frederik de Grote en die tussen een schrijfster en een antiquariaat: Helene Hanffs "84 Charing Cross Road *****".

Nieuw is voor mij een briefwisseling tussen een schrijver en zijn fan. Ik ben zelf erg te spreken over "Het geheim dagboek ****" van Hans Warren, dus kan ik me voorstellen dat er hier meer fans van zijn. 

Ria Zifkamp is een bijzondere fan, omdat ze Hans Warren een brief schreef en daar antwoord op kreeg, wat uitliep op een correspondentie gedurende iets meer dan tien jaar. 

Zoals te verwachten valt van een briefwisseling tussen schrijver en fan, zijn de brieven van de fan uitgebreider, persoonlijker en proberen ze om aan de schrijver een antwoord te ontlokken. Hans Warren geeft steeds korte antwoorden, vooral over zijn werk en wanneer hij op televisie of radio is. 

Ik vind het een erg leuke briefwisseling en er staan tal van tips in over te lezen boeken of te luisteren muziek.   

 

zaterdag 1 november 2014

Mijn favoriete boeken: Autobiografisch proza: brievenboeken, dagboeken, essays en memoires

Het eigen leven van een schrijver is een onuitputtelijke bron van verhalen. De meeste schrijvers verwerken autobiografische gegevens in hun fictie, maar er zijn ook schrijvers die echte memoires schrijven, waarbij meestal wordt aangenomen dat de beschreven zaken waar gebeurd zijn. 

De mooiste memoires vind ik die van Giacomo Casanova en van Konstantin Paustovskij. Beiden vertellen met veel smaak over wat ze zelf hebben meegemaakt. Ook erg indrukwekkend zijn "De essays" van Michel de Montaigne, waarin hij voornamelijk over zichzelf schrijft.

Dan zijn er nog dagboeken, met als mooiste voorbeelden de dagboeken van Viktor Klemperer en het persoonlijk dagboek van Hans Warren, allebei geheel verschillend van toon en van inhoud.

Als laatste zijn er nog brievenboeken, met als mooiste voorbeeld het zeer charmante "Charing Cross Road 84" van Helene Hanff dat eigenlijk verplichte kost is voor iedere boekenliefhebber.

In Nederland is de Arbeiderspers de grootste uitgever van autobiografisch proza met de serie Privé-domein. De bovengenoemde schrijvers zitten nou juist niet in deze serie.

Voor alle boeken op deze lijst geldt dat ze een inkijkje geven in het persoonlijk leven van de schrijver zoals dat door hemzelf gezien wordt.
 
Giacomo Casanova: De geschiedenis van mijn leven: 12 delen (Italië, 1790-1798): 4095 blz: Vertaald door Theo Kars (1991-1998): Uitgeverij Athenaeum-Polak & van Gennep
  
De school van het leven
 
Michel de Montaigne: De essays (Frankrijk, 1580): 1444 blz: Vertaald door Hans van Pinxteren (2004): Uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennep
 
De essays
 
Konstantin Paustovskij: Memoires: 6 delen (Rusland, 1946-1963): ca 2000 blz: Vertaald door Wim Hartog (1967-1984): Uitgeverij de Arbeiderspers, serie Privé-domein
  
Verre jaren
 
Varlam Sjalamov: Berichten uit Kolyma (Rusland, 1969): 900 blz: Vertaald door Yolanda Bloemen en Marja Wiebes (2000): Uitgeverij de Bezige Bij
 
Berichten Uit Kolyma Ing
 
L.N. Tolstoj: Letters (Rusland, 1855-1910): 717 blz: Vertaald in het Engels door R.F. Christian (1978): Uitgeverij Charles Schriber's Sons
 
Tolstoy's Letters
 
Victor Klemperer: Tot het bittere einde (Duitsland, 1995): 1089 blz: Vertaald door W. Hansen (1997): Uitgeverij Atlas
  
Tot het bittere einde 2 dln in cass
 
Sei Shonagon: Het hoofdkussenboek (Japan, 1000): 330 blz: Vertaald door Jos Vos (2018): Uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennep
 

 
Gerbrand Bakker: Jasper en zijn knecht (Nederland, 2016): 391 blz: Uitgeverij de Arbeiderspers, serie Privé-domein nr 287
 
Jasper en zijn knecht
 
Helene Hanff: Charing Cross Road 84 (Verenigde Staten, 1970): 99 blz: Vertaald door Barbara van Kooten (1982): Uitgeverij de Harmonie
 
Charing Cross Road 84
 
Henry de Montherlant: Spelen met stof (Frankrijk, 1930-1972): 223 blz: Vertaald door Ed Jongma (1980): Uitgeverij de Arbeiderspers, serie Privé-domein nr 66 
 

 
August Willemsen: De val (Nederland, 1991): 177 blz: Uitgeverij de Arbeiderspers, serie Privé-domein
 
De Val
 
Hans Warren: Geheim dagboek: 21 delen (Nederland, 1980-2009): ca 6000 blz: Uitgeverij Bert Bakker
 
Geheim dagboek - deel 2 - 1945-1948 - Warren, Hans
 
Paul Léautaud: Literair dagboek 1893-1921 (Frankrijk, 1891-1923): 216 blz: Vertaald door Matth Kockelkoren (1972): Uitgeverij de Arbeiderspers, serie Privé-domein
 
Literair dagboek / 1893-1921
 
Josep Pla: Het grijze schrift (Spanje, 1918-1920): 592 blz: Vertaald door Adri Boon (1990): Uitgeverij de Arbeiderspers, serie Privé-domein
 
Het Grijze Schrift
 
Theo Kars: Memoires van een slecht mens: 2 delen (Nederland, 2010-2013): 834 blz: Uitgeverij Athenaeum-Polak & van Gennep
 
Memoires van een slecht mens / 1
 
Reacties op deze pagina zijn welkom.