Frank van Rijn: De dikke baobab: Een reis door Madagaskar (Nederland, 2013): 260 blz: Uitgeverij Elmar
"De dikke baobab" is het tweede boek van Frank van Rijn waarin hij een fietstocht beschrijft die hij voor een groot deel met een metgezel heeft gemaakt, de Zwitser Hans Koster. Frank en Hans hebben hun fietstocht door Madagaskar gemaakt in de droge tijd van september tot november 2011, met veel zon en lekkere hoge temperaturen, waar Frank zo van houdt.
In "De dikke baobab" houdt Frank van Rijn zijn neiging om altijd grappig te willen zijn in toom, waardoor ik dit boek iets beter vind dan zijn vorige boek "De gouden capuchon".
Citaten:
- Door een stotend geluid dat van mijn achterwiel komt, wordt mijn aandacht afgeleid van deze kleurrijke riksja's zonder fiets. Ik stop en inspecteer het wiel. Er blijkt ontoelaatbaar veel speling in de lagering te zitten.
"Ik vermoed dat de as gebroken is," zeg ik tegen Hans, die toekijkt.
"Dat is niet zo best," merkt hij op.
"Valt mee, want ik heb een reserve as bij me. Dat is het voordeel als je wat reservespulletjes bij je hebt."
"Ja, door al die reservespulletjes is je fiets zo zwaar dat je achteras eerder breekt," antwoordt Hans scherpzinnig.
"Ergens tussen niets en een hele reservefiets in, compleet met bel en achterlicht, ligt het optimum en dat heb ik aardig benaderd, denk ik," werp ik tegen.
-
Het weer is prachtig waardoor de tocht door de groene vallei erg mooi
is. Het plezier wordt bij mij echter een beetje getemperd door een paar
kleine wolkjes die een eind vooruit boven de bergen zijn verschenen.
Weersveranderingen zowel in positieve als negatieve zin heb ik altijd
erg snel in de gaten, meestal veel eerder dan anderen. Blijkbaar ben ik
daar bijzonder gevoelig voor.
-
Rond het middaguur kopen we in een dorpje een paar broden: baguettes,
precies zoals in Frankrijk, maar dan oud, wat in Frankrijk meestal niet
het geval is, omdat de Fransman elke ochtend om 7 uur een kraakverse
baguette wil kopen. Wordt aan deze eis niet voldaan, dan dreigt daar een
nieuwe Franse Revolutie. In Madagaskar bestaat die eis niet. Er zijn
hier vier soorten brood in de winkels en op markten: oud, ouder, oudst
en geen.
-
Als Hans naar bed is, ga ik in het dorpje kijken. In de winkeltjes is
zo'n beetje overal hetzelfde te koop: rijstkoekjes, oud brood, kaarsen,
uien als pingpongballen, tomaten als knikkers, popcorn, rijst, kleine
pakjes koekjes en minuscule zakjes chips. Ruim voldoende dus om in leven
te blijven, maar niet voldoende om de keuze moeilijk te maken of te
verdwalen in het assortiment.
- In een dorp koopt Hans een zak vol kleine tomaatjes en valt er meteen op aan. Als de zak leeg is merkt hij op: "Bij ons smaken tomaten naar niks en zitten er ook geen vitaminen in, maar hier zijn ze geweldig."
"Meestal hoor ik van je dat het "bij ons", Zwitserland dus, allemaal veel beter is dan hier," antwoord ik.
"Dat klopt, maar deze tomaten zijn grandioos. Daar kunnen ze thuis wat van leren."
"In Nederland ook," antwoord ik. "Het enige aardige aan onze waterbommen is, dat ze allemaal prachtig rood en precies rond zijn met vrijwel exact dezelfde diameter, alsof ze kersvers uit de plastikfabriek komen rollen."
- Bij een theetentje van een vriend van Dila op de markt houden we halt. We drinken thee en eten allebei een paar oliebollen die vers en heet uit de olie komen. Je kunt de olie er zoals bij een spons uitknijpen, maar dat doe ik niet, want die olie geeft energie. Beter is om hem nog een keer flink onder te dompelen en hem dan druipend in een bak suiker te duwen.
- De rest van de dag kan ik redelijk fietsen zodat ik mijn gemiddelde snelheid langzaam zie oplopen van 5,0 naar 8,9 km/uur. Dat is nog niet iets om trots op te zijn, maar als je zes uur en zeventien minuten op de fiets zit of er tegen duwt, leg je toch nog 56,5 km af en dat is precies de afstand van Beloha naar Tsihombe.
-
Wanneer je je instelt op meedogenloze tegenwind en je blijkt slechts
harde tegenwind te hebben, ervaar je die wind als mee, als je tenminste
een beetje kunt relativeren en je optimistische ik laat prevaleren.
-
Een paar kilometer verderop begin ik echter toch te twijfelen, iets wat
eigenlijk te verwachten was, aangezien de Vierde Wet van Van Rijn
luidt: Als er ergens ruimte is tot twijfel, dan zal ik ook twijfelen.
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.