Posts tonen met het label Indonesië. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Indonesië. Alle posts tonen

donderdag 15 januari 2026

Alfred Russel Wallace: Het Maleise eilandenrijk

Alfred Russel Wallace: Het Maleise eilandenrijk (Groot-Brittannië, 1869): 679 blz: Vertaald door Ruud Rook (1996): Uitgeverij Atlas
 
 
 
"Het Maleise eilandenrijk" van Alfred Russel Wallace wordt algemeen beschouwd als een van de belangrijkste reisverhalen uit de 19e eeuw.
 
Alfred Russel Wallace was een bioloog die tegelijkertijd met Charles Darwin op het idee van evolutie kwam. Het verschil tussen hen beiden was dat Wallace in een creatieve flits kwam tot een schets van hoe evolutie volgens hem verliep terwijl Darwin al 20 jaar met het idee bezig was en uitgebreid alle voors en tegens had overdacht.
 
Wallace deelt het eilandengebied in vijf regio's in:
1): De Indo-Maleise eilanden: bestaande uit het schiereiland Malakka en Singapore, Borneo, Java en Sumatra.
2): De Timor-groep: bestaande uit de eilanden Timor, Flores, Sumbawa en Lombok, alsmede verscheidene kleinere eilanden.
3): Celebes (tegenwoordig Sulawesi genaamd).
4): De Molukken.
5): De Papoease groep: bestaande uit Nieuw-Guinea alsmede de Aroe-eilanden en verscheidene andere eilanden.
 
Van iedere regio beschrijft Wallace zijn reizen door dat gebied, terwijl hij steeds afsluit met een hoofdstuk over de natuurlijke historie van het besproken gebied.
 
In "Het Maleise eilandenrijk" doet Wallace verslag van zijn verblijf gedurende de jaren 1854-1862 in wat toen Maleisië heette (tegenwoordig spreekt men van Indonesië). Wallace was van arme afkomst en moest om zijn reis te kunnen bekostigen dieren verzamelen. Dat deed hij met ongekende overgave, een groot deel van zijn boek wordt gevuld met beschrijvingen van vangsten van vooral vogel-, vlinder- en keversoorten. Hij verzamelde 1000 soorten vogels en 7000 soorten kevers en vlinders. Daar zaten een aantal nieuwe soorten bij waarvan er ook enkele naar hem vernoemd zijn, waaronder een soort paradijsvogel.
 
Wallace ontdekte dat er een grens liep tussen Bali en Lombok en ten oosten van Celebes ten westen en oosten waarvan de dierenwereld flink verschilde. Deze grenslijn wordt sinds die tijd de Wallace-lijn genoemd.
 
Verder schrijft Wallace over zijn ontmoetingen met het Maleise en Papoease mensenras. Geheel in de trant van de 19e eeuw beschrijft hij deze als lui en een treetje lager op de evolutieladder staand dan de  westerse mens.

Hij schrijft ook over de jacht op de orang oetans, over de doerian, over bamboe en over de productie van sago.
 
Kenmerkend voor de onbevooroordeelde blik waarmee Wallace kijkt is dat hij het Nederlandse cultuurstelsel als het beste systeem beschouwt dat hij kent in de koloniën.
 
Ook is Wallace enthousiast over de waterklok (een halve kokosnoot met onderin een gaatje die geleidelijk volstroomt met water) en vindt hij reizen met de inheemse prauw gerieflijker dan met een stoomboot, die toch als een hoogtepunt van de westerse beschaving wordt beschouwd.
 
Wallace sluit het boek af met een beschouwing over Engeland, het rijkste land ter wereld waarin desondanks tien procent van de bevolking in armoede leeft of van de misdaad.  
 
Het is een erg onderhoudend boek waarin de vele opsommingen van verzamelde dieren soms wat langdradig zijn. De vertaling van Ruud Rook leest uitstekend.
 
Citaten:
- De Chinese bazaar telt honderden winkeltjes die een veelzijdige verzameling ijzerwaren en manufacturen te bieden hebben, veelal tegen wonderbaarlijk lage prijzen. Men kan er fretboortjes kopen voor een stuiver per stuk, vier bollen wit katoendraad voor een halve stuiver, en pennemesjes, kurketrekkers, kruit, schrijfpapier en vele andere artikelen kosten hetzelfde of zijn goedkoper dan in Engeland.
 
- Laat in de middag bereikten we Sodos, gelegen op een heuvelrug tussen twee rivieren, maar omringd door fruitbomen, zodat er van het landschap weinig te zien was. Het huis was ruim, schoon en gerieflijk, en de mensen waren erg voorkomend. Veel vrouwen en kinderen hadden nog nooit een blanke gezien en betwijfelden of ik overal dezelfde kleur had als in mijn gezicht. Ze smeekten me om mijn armen en lichaam te ontbloten en waren zo aardig en vrolijk dat ik me verplicht voelde om ze enigszins tegemoet te komen, zodat ik mijn broek optrok en mijn been liet zien, waarna ze dit lichaamsdeel belangstellend onderzochten.
 
Over de doerian:
- Het vruchtvlees is het eetbare deel, en de consistentie en smaak zijn onbeschrijflijk. Machtige boterachtige custardvla, op smaak gebracht met amandelen, is nog de beste beschrijving, maar dan bijgemengd met wat vleugjes van smaken die doen denken aan roomkaas, uiensoep, brown sherry en andere onverenigbare zaken.
 
Over bamboe:
 - Bamboe groeit in bijna alle tropische landen, en overal waar het algemeen is maken de inlanders er op de meest uiteenlopende manieren nuttig gebruik van. Bamboe is sterk, licht, glad, recht, rond en hol, men kan het makkelijk en netjes splijten, het groeit in alle mogelijke lengtes, het laat zich probleemloos kappen en men kan er makkelijk gaatjes in boren, het is uitwendig keihard, heeft geen uitgesproken smaak of geur, komt overvloedig voor en groeit en vermeerdert zich snel. Stuk voor stuk eigenschappen die het geschikt maken voor talloze toepassingen, waarvoor andere materialen veel meer werk en toebereidselen zouden vergen.
 
- De inlanders leven (in elk geval tijdens de natte moesson) uitsluitend van rijst, zoals de arme Ieren van aardappelen. Een groot deel van het jaar eten ze tweemaal per dag een pan kurkdroog gekookte rijst met zout en rode pepers en verder niets.
 
Over de prauw:
- In de loop van die vier sombere dagen had ik het heel prettig in dit knusse hokje - prettiger dan het geval zou zijn geweest als ik dezelfde tijdsduur opgesloten zou hebben gezeten in de protserige en ongezellige eetzaal van een eersteklas stoomboot. Want wat rook alles fris aan boord - geen verf, geen teer, geen nieuw touw, geen vet (voor wie er gevoelig voor is, de afschuwelijkste geur van allemaal), olie of vernis, maar in plaats daarvan bamboe en rotan, kokostouw en dakbedekking van palmbladeren, louter zuiver plantaardige vezels, die aangenaam ruiken, als ze al ruiken, en rustige tafereeltjes in het groene en schaduwrijke bos voor de geest roepen.

      
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.


maandag 11 augustus 2025

Henri Cartier-Bresson: The Face of Asia

Henri Cartier-Bresson: The Face of Asia (Frankrijk, 1972): 199 blz: Uitgeverij Thames and Hudson
 
 
 
Henri Cartier-Bresson (1908-2004) was een Franse fotograaf die door vele collega-fotografen (en trouwens ook door mij) als de belangrijkste fotograaf ooit wordt beschouwd. Hij staat bekend om zijn feilloze gevoel voor compositie, als één van de oprichters van het fotoagentschap Magnum, alsook om zijn theorie van "het beslissende moment", dat ene ogenblik waarop alles samenkomt voor het maken van een zo goed mogelijke foto.
 
Cartier-Bresson was als fotograaf altijd onderweg. Hij heeft uitgebreid rondgereisd in Azië, waarvan "The Face of Asia" een beknopt beeld geeft in 120 foto's. Alle foto's in het boek zijn gemaakt tussen 1947 en 1967. Het boek is onderverdeeld in een inleiding en vijf delen. Die inleiding heb ik gelezen, maar zegt niets van wezenlijk belang.
Deel een: Iran, Turkije, Irak, Oezbekistan, Mongolië
Deel twee: India, Pakistan, Ceylon [Sri Lanka]
Deel drie: Indonesië, Burma [Myanmar]
Deel vier: Japan
Deel vijf: China
 
Zoals je van Henri Cartier-Bresson kunt verwachten staan er veel prachtige foto's in het boek. En inderdaad, de compositie van de foto's is altijd optimaal. Ik beveel "The Face of Asia" aan iedereen aan met belangstelling voor mooie fotoboeken, en in het bijzonder aan mensen die geïnteresseerd zijn in Azië of in het werk van Henri Cartier-Bresson.
 
Voor een aantal foto's uit "The Face of Asia", klik hier.
 
      
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

zondag 10 augustus 2025

Kadir van Lohuizen: After Us the Deluge

Kadir van Lohuizen: After Us the Deluge: The Human Consequences of Rising Sea Levels (Nederland, 2021): 286 blz: Uitgeverij Lannoo
 
 
 
"After Us the Deluge" is een zeer overtuigende mengeling van politiek pamflet, wetenschappelijke studie en natuurlijk fotoboek. Ieder afzonderlijk zijn ze goed, samen vormen ze een geweldig boek.
 
Kadir van Lohuizen is een Nederlandse documentaire fotograaf die gespecialiseerd is in lange termijn projecten waarin hij samenwerkt met wetenschappers en andere deskundigen om een zo afgewogen mogelijk beeld te geven van zijn onderwerp.
 
Naar eigen zeggen was Kadir van Lohuizen voordat hij met dit project begon, nog niet overtuigd van de ernst van de gevolgen van de wereldwijde opwarming van de aarde. Voor "After Us the Deluge" reisde Kadir van Lohuizen naar 7 landen: Groenland, de Verenigde Staten met specifiek Miami en New York, Panama, Indonesië met specifiek Jakarta, Kiribati, Bangladesh en als laatste Nederland. Ieder land krijgt zijn eigen hoofdstuk met zo'n 5 bladzijden inleidende tekst van een deskundige uit het land zelf, met vervolgens een aantal foto's van de hand van Kadir van Lohuizen.
 
Het resultaat mag er zijn. "After Us the Deluge" is een zeer informatief boek, prachtig vormgegeven en met mooie foto's. Misschien behoort Kadir van Lohuizen niet tot de allerbeste fotografen die ik ken, maar hij heeft visie, neemt de tijd en maakt fotoboeken die tot de absolute top van het Nederlandse fotoboek behoren.
 
Voor een aantal foto's uit het boek, klik hier.
 
Teksten: ****
Foto's: ****
Vormgeving: *****
 
      
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

zaterdag 24 augustus 2024

Carolijn Visser & Sasza Malko: "En nog steeds hebben wij twee vaderlanden"

Carolijn Visser & Sasza Malko: "En nog steeds hebben wij twee vaderlanden": Op avontuur in Nederlands-Indië (Nederland, 1988): 163 blz: Uitgeverij Meulenhoff
 

 
Halverwege de jaren 80 woonden er in bejaardenhuizen en verzorgingstehuizen nog veel oudere mensen die voor de Tweede Wereldoorlog in het toenmalige Nederlands-Indië hadden gewoond en gewerkt. Carolijn Visser en Sasza Malko wilden hun verhalen over de "tempoe doeloe" optekenen voordat het te laat was. 
 
De losse verhalen in ""En nog steeds hebben wij twee vaderlanden"" maakten op mij niet heel veel indruk, maar met zijn allen geven ze een uitstekend tijdsbeeld van hoe het leven was in Nederlands-Indië voor de Tweede Wereldoorlog. In het boek staat niet vermeld hoe de taakverdeling was tussen Carolijn en Sasza. Omdat Carolijns naam als eerste vermeld staat, vermoed ik dat zij verantwoordelijk is voor de uitgeschreven teksten en dat ze samen de interviews hebben gedaan. Of mijn conclusie juist is kunnen alleen de twee auteurs vertellen.
 
Citaten:
- Tijdens onze gesprekken over Nederlands-Indië hebben we vooral gevraagd naar herinneringen aan het straatbeeld, de kleuren, de gerechten, de kleine voorvallen en grote gebeurtenissen die tezamen wat men noemt het "dagelijks leven" vormen.

Een rubberplanter:
- Iedere assistent was verantwoordelijk voor zo'n zevenhonderd hectaren rubberbomen. Daarop werkten de koelies, meestal gecontracteerde Javanen, die voor vijf, zes jaar naar Sumatra kwamen. Ze kregen vrije huisvesting, medische verzorging, twee keer per maand voldoende rijst en olie, bovendien verdienden ze geld. Dat werd twee keer per maand uitbetaald, op hari gadji, de dag van het salaris. Daarna was er een vrije dag, hari besar, de grote dag. De Europeanen kregen verder nog twee vrije zondagen, dus vier vrije dagen per maand.
 
- We  vervoerden ook koelies uit Shanghai, Hongkong en Singapore. Zij gingen op de cultuurondernemingen werken. Dat waren de werkkrachten op Sumatra omdat de bevolking daar er niets voor voelde om dat werk te doen. Ze lieten hun vrouwen een stukje grond bewerken en wat rijst planten. Die mensen zijn het gelukkigst af van de hele wereld. Het is er nooit koud, een huis bouwen ze van bamboe. Ze hadden het goede principe, het heerlijke principe: waarom zou je werken om geld te verdienen? Je werkt alleen als je niet voldoende hebt om in leven te blijven ... Die mensen waren zeer verstandig!
 
Een zoon van een goudbaggeraar:
- Een soort blokhutten waren het, de huizen waar we in woonden. Elk gezin had een vrij grote tuin, met afrastering rondom. We hadden papayabomen, bananen, honderden ananasplanten, pinda's in de grond die we zelf kweekten. Groenten werden wekelijks aangevoerd uit hogere, koudere gebieden, driehonderdvijftig kilometer ver weg. Andere dingen, zoals rijst, bonen, boter in blik en melk haalden we in de bedrijfstoko.
 
- Ik stond ook op de loonlijst van de maatschappij, ik werd wel een beetje betaald. Nou ja, de Nederlander werd in beloning natuurlijk altijd ver boven de Indonesiër gesteld. Als een Nederlandse boekhouder driehonderd gulden in de maand verdiende dan kreeg zijn eerste assistent misschien twintig gulden. Zo'n verschil. Laten we eerlijk zijn: het was zo dat een Nederlander in Indonesië zat om er financieel behoorlijk beter van te worden.
 
- Brood heb ik ook iedere dag zelf gebakken, dat deden alle Europeanen zelf. Je vond het een beetje eng om dat aan de bediende over te laten, ook omdat het zo nauw en precies met gist moest gebeuren. Dat was geen gewone gist maar een kweek, je moest het bijhouden. Bij een stukje deeg van de vorige dag deed je water van gekookte aardappelen en een eetlepel suiker. Als het helemaal mis ging, moest je wat deeg gaan halen bij een van de anderen, of je moest wachten tot de boot kwam.

De echtgenote van een resident:
- Op het eilandje Dammar was een missiefeest. Dat bij de binnenkomst van mijn man met de twee dames de plusminus vijfhonderd aanwezigen opstonden en het Wilhelmus - in het Maleis - begonnen te zingen, was waarlijk indrukwekkend. Zo ver van Nederland ons volkslied te horen.

- Die avond was er een groot feest. We zaten in een kring, ik zat naast de controleur. Toen kwam de vrouw van de radjah naar mij toe met een prachtig blad met alle benodigdheden voor het sirihpruimen. Ik had nog net genoeg tijd om aan de controleur te vragen: wat moet ik nu doen? Hij fluisterde snel: "Aannemen, buigen en teruggeven." Dat heb ik gedaan en toen begreep ze dat je als Nederlander niet pruimde.

De vrouw van een jong echtpaar:
- Ik was zeventien toen ik Kees leerde kennen en daarna werd het helemaal fantastisch. We zaten op dezelfde sportclub en hij was daar de grote voetballer, een echte sportheld. Maar zijn auto, een schitterende Chevrolet two-seater, vond ik in het begin nog leuker dan hemzelf. Stel je voor: ik was de enige in de klas die een vriendje had met een auto en wat voor een auto!

Een HBS-leerlinge:
- In de klas waren we allemaal gelijk, onderwijs was het criterium. Wel hadden de Indonesische kinderen het moeilijk, die leefden in twee werelden. Ik had een vriendinnetje, Asmara, haar vader had in Nederland voor kinderarts gestudeerd. Op school verkeerde ze in een totaal Westerse wereld, thuis waren ze helemaal Indonesisch. Dan verkleedde ze zich in een kebaja en haar vader had alles voor het zeggen.
 
- Op een gegeven moment kwam onze Engelse grootvader logeren. Opa ging met ons naar het zwembad en kwam verslagen thuis. Hij gaf onze moeder een standje, nou! "Weet je dat je dochters daar gemengd zwemmen, en dat daar jongelui zijn met alleen maar een zwembroek aan?" Je moest die zwembroeken van toen zien: van hier tot hier, toch waren we decadent volgens opa. Het was dus een confrontatie tussen een Engelsman en een Pruisische en we moesten zeggen dat de Pruisische het won met haar gezond verstand.

Een vrouwelijke ambtenaar:
- 's Morgens ging mijn vader naar zijn werk toe met een oude tweezits Hillman van voor de Eerste Wereldoorlog. Nog met carbidlampen. De auto moest aangezwengeld worden en mijn moeder moest iets nippelen. Zo bracht vader ons naar school en waren daardoor overal bekend. Later hoorde ik van mensen die halverwege op de weg naar Batavia woonden dat hun moeder altijd riep: vooruit, je moet naar school, de kaaskoppen zijn al langs geweest. De kaaskoppen, dat waren wij. Ik was toen hoogblond en die haren wapperden altijd in de wind als ik achter in wat je noemt de kattebak zat.

- De mensen hier willen altijd weten over de Stille Kracht in Indië. Maar die stille kracht daar is niet anders dan de stille kracht hier, het komt hier precies zo voor. Overal wordt gedaan aan de beïnvloeding van de geest van anderen. Maar ja, op Java werkte de natuur mee. De ongerepte, prachtige, mysterieuze natuur, hier is alles van plastic. Daar was je tussen de bomen, bij de bomen. We hadden een schommel die ging echt hemelhoog. Je ging naar de sawa's om lotusbloemen te plukken op zondagmorgen, je ging naar de kampongs. Tot en met mijn twaalfde heb ik op blote voeten gelopen. Ik stond in contact met de aarde, nu nog loop ik het liefst zonder schoenen, zonder knellende dingen.

Een Chinees:
- Wij in onze familie hadden een andere levenswijze dan de doorsnee Chinezen die in onze wijk woonden. Mijn vader dronk bijvoorbeeld bier en brandy en serveerde allerlei sterke drankjes aan zijn Hollandse relaties, rode wijn aan meneer pastoor. Om succesvol zaken te doen met Europeanen moest je drank serveren en als je er tegen kon meedrinken.

Een vrouwelijke zendingsarts:
- Het waren volkomen gescheiden werelden; je kon heel vervelend zijn tegen je bedienden of je kon heel vriendelijk zijn, maar het waren mensen van wie je heel weinig wist. Om een voorbeeld te noemen: de kwestie van opleiding van Indonesische artsen, die speelde al vanaf het eind van de vorige eeuw. De tegenstand van Nederlandse artsen kunt u zich niet voorstellen. En weet u waarom? Je kunt toch geen Javaanse arts aan het ziekbed van je vrouw vertrouwen, dat was het motief. In 1912 werd dat nog in het artsenblad geschreven, die datum weet ik nog toevallig.

Een missionaris:
- Toch duurde het jaren voordat je leerde hoe je je moest gedragen. Laat ik een sprekend voorbeeld geven: Ik gaf zangles in de meisjesklas bij de zusters. Daarin zat een meisje dat de boel verstoorde en mij gruwelijk irriteerde. Ik ging op z'n Hollands te werk. Ik zei: "Hier!" En ik zette haar in de hoek. Ze zei niks. Veertien dagen later komt mijn was terug, het was gewassen bij de zusters waar dat meisje ook woonde. Alles zag er netjes uit, maar toen ik mijn habijt uitpakte was dat helemaal in repen gesneden. Ik wist meteen dat zij dat gedaan had en dat ik fout was geweest. Je mag nooit iemand publiekelijk laten afgaan.

- ... Aangezien ik in de kampong zou overnachten en ik alle tijd had, heb ik mijn geduld kunnen bewaren. Eerst moest er vergaderd worden. Ook heb ik meermalen hondevlees gegeten, al wist ik het dikwijls niet vanwege de vele kruiden en sterke peper. Maar toen een andere pastoor mijn werk overnam en men hem vroeg of hij graag hondevlees had, voor de Bataks een specialiteit, was zijn antwoord nee. "Maar uw voorganger was er gek op," zeiden zij.

- De Bataks vergeven ons Europeanen veel, indachtig hun spreekwoord: "Ander land, ander gras, ander volk, andere gebruiken".

- Dat Hollanderdom bevatte voor de Bataks toen al wat begeerlijk was: rijkdom, wetenschap, standing, kortom al wat vooruitgang brengt. Toen er op mijn erf een school/kerk werd gebouwd, had een viertal kinderen van nog geen tien jaar hun lijf met kalk vol gesmeerd. Zo kwamen ze bij mij op de pastorie. En wat zongen ze?! Na bontar do hami na mora do hami, nunga maju: "Wij zijn blank, wij zijn rijk, wij zijn welvarend geworden".

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

donderdag 13 april 2023

Multatuli: Max Havelaar

Multatuli: Max Havelaar (Nederland, 1860): 288 blz: Uitgeverij Athenaeum-Polak & van Gennep: Perpetua-reeks (2012)
 

 
Ik heb "Max Havelaar" van Multatuli twee keer eerder gelezen. De eerste keer was voor mijn lijst op de middelbare school toen het boek niet zo veel indruk op mij heeft gemaakt. De tweede keer was in 1996 toen ik het een mooi boek vond. Pas nu ik het voor de derde keer heb gelezen, heb ik in de gaten wat voor een geweldig boek de "Max Havelaar" is. Voor mij is "Max Havelaar" mijn favoriete oorspronkelijk Nederlandstalige roman die ik heb gelezen en sowieso één van de meest indrukwekkende romans ooit gelezen!
 
"Max Havelaar" is in 1860 gepubliceerd. In de jaren daarvoor had je op Java het "cultuurstelsel". Dit hield in dat de arme inlandse bevolking gedwongen werd om gewassen te verbouwen waar men in Nederland behoefte aan had, voornamelijk thee en koffie. De bevolking moest belasting betalen aan de Nederlandse ambtenaren. Om het besturen van Nederlands-Indië te vergemakkelijken werden inlandse Regenten aangesteld die ervoor moesten zorgen dat de bevolking gedwee bleef. De gewone man zat dus ingeklemd tussen de Nederlandse ambtenaren en de Regenten. Hoewel Java zeer vruchtbaar was, kon het zo gebeuren dat de bevolking honger leed.
 
De "Max Havelaar" is in eerste instantie geschreven als aanklacht tegen de onderdrukking van de gewone Javaanse bevolking door de Nederlandse regering en de Regenten. Het is een zeer rijk boek en bevat verschillende soorten teksten. Je hebt natuurlijk het verhaal van Sjaalman (Max Havelaar) dat becommentarieerd wordt door Droogstoppel. In het vierde hoofdstuk heb je één van de mooiste opsommingen uit de wereldliteratuur met onderwerpen waarover Sjaalman geschreven zou hebben. Je vindt het verhaal van de Japanse steenhouwer, verschillende gedichten, waarvan één lang gedicht in het Duits, verschillende brieven van en aan Max Havelaar en natuurlijk het liefdesverhaal van Saïdjah en Adinda, dat zo prachtig is verstript door Dick Matena.
 
Citaten:
- Ik ben makelaar in koffi, en woon op de Lauriergracht, nr 37. Het is myn gewoonte niet, romans te schryven, of zulke dingen, en het heeft dan ook lang geduurd, voor ik er toe overging een paar riem papier extra te bestellen, en het werk aan te vangen, dat gy, lieve lezer, zo-even in de hand hebt genomen, en dat ge lezen moet als ge makelaar in koffi zyt, of als ge wat anders zyt.
 
Na de opsomming van maar liefst 148 verhandelingen en opstellen in het pak van Sjaalman:
- En dit was nog niet alles! Ik vond, om van de verzen niet te spreken - er waren er in velerlei talen - een aantal bundeltjes waaraan het opschrift ontbrak, romances in het maleis, krygszangen in het javaans, en wat niet al! Ook vond ik brieven, waarvan vele in talen die ik niet verstond. Sommige waren aan hem geschreven, of liever het waren slechts afschriften, doch hy scheen daarmee zeker plan te hebben, want alles was door andere personen getekend voor: gelykluidend met het oorspronkelyke. Dan vond ik nog uittreksels uit dagboeken, aantekeningen en losse gedachten ... sommige werkelyk heel los.

Over de pendoppo:
- Na een hoed met brede rand, een regenscherm, of een holle boom, is een pendoppo, zeker de eenvoudigste uitdrukking van het denkbeeld: dak. Verbeeld u vier of zes bamboezen palen in de grond geslagen, die aan de boveneinden met elkander verbonden zyn door andere bamboes, waarop een deksel is vastgehecht van de lange bladen  van de waterpalm die in deze streken atap heet, en ge zult u dusdanige pendoppo kunnen voorstellen. Het is, zoals ge ziet, zo eenvoudig mogelyk, en het moest hier dan ook slechts dienen als pied à terre voor de europese en inlandse beambten die daar hun nieuw opperhoofd kwamen verwelkomen aan de grenzen.

- De aangeboren hoffelykheid van de javaanse grote - zelfs de geringe Javaan is veel beleefder dan zyn europese standgenoot - ...

- Niets is dus gewoner dan dat honderden huisgezinnen van verre afstand worden opgeroepen om zonder betaling velden te bewerken, die de Regent toebehoren. Niets is gewoner dan het onbetaald verstrekken van levensmiddelen ten behoeve der hofhouding van de Regent. En wanneer die Regent een gevallig oog mocht slaan op het paard, de buffel, de dochter, de vrouw van de geringe man, zou men 't ongehoord vinden, als deze de onvoorwaardelyke afstand van het begeerd voorwerp weigerde.
 
- Zyn aanspraak tot de Lebakse hoofden was natuurlijk in 't maleis, en ontleende hieraan een eigenaardigheid te meer, daar de eenvoudigheid der oosterse talen aan veel uitdrukkingen een kracht verleent, die in onze idiomen door litterarische gekunsteldheid is verloren gegaan, terwyl aan de andere kant het zoetvloeiende van 't maleis moeielyk in enige andere taal is weer te geven.
 
- "Maar," bracht Duclari in 't midden, "ge hebt ook de watervallen verworpen als uitdrukking van het schone. Watervallen bewegen toch!"
 "Ja, maar ... zonder geschiedenis! Ze bewegen, maar komen niet van de plaats. Ze bewegen zich als een hobbelpaard, minus nog het va et vient. Ze geven geluid, maar spreken niet. Ze roepen: hrroe ... hrroe ... hrroe .. en nooit iets anders! Roep jy eens zesduizend jaar, of langer: hrroe ... hrroe ... en zie eens hoe weinigen je voor een onderhoudend mens zullen aanzien."

- ... en 't is dan ook in Indië een tot spreekwoord geykte mening dat het Gouvernement liever tien residenten zou ontslaan dan één Regent.

- Hy wist dat een resident niet gaarne een schriftelyk rapport ontvangt, dat in zyn archief blyft liggen en later kan gelden als bewys dat hy tydig was opmerkzaam gemaakt op deze of gene verkeerdheid, terwyl een mondelinge mededeling hem zonder gevaar de keus laat tussen 't al of niet gevolg geven aan een klacht.
 
- Maar ik weet meer dan dat alles. Ik weet en kan bewijzen dat er veel Adinda's waren en veel Saïdjah's, en dat, wat verdichtsel is in 't byzonder, waarheid wordt in 't algemeen
 
- Dit boek is een inleiding ...
 Ik zal toenemen in kracht en scherpte van wapenen, naarmate het nodig zal wezen ...
 God geve dat het niet nodig zy!
 Neen, 't zal niet nodig zyn! Want aan U draag ik myn boek op, Willem de derde, Koning, Groothertog, Prins ... meer dan Prins, Groothertog en Koning ... KEIZER van 't prachtig ryk van INSULINDE dat zich daar slingert om de evenaar, als een gordel van smaragd ...
 Aan u durf ik met vertrouwen vragen of 't uw keizerlyke wil is:
 Dat Havelaar wordt bespat met de modder van Slymeringen en Droogstoppels?
 En dat daarginds Uw meer dan dertig miljoen onderdanen worden MISHANDELD EN UITGEZOGEN IN UW NAAM?
 
De uitgave die ik heb gelezen is die in de Perpetua-reeks. Als je voor een mooie uitgave van "Max Havelaar" wilt gaan dan is dit waarschijnlijk de mooiste en meest verantwoorde hedendaagse uitgave. Jammer is dat het boek vrijwel niet te vinden is, ik ben er ruim een half jaar naar op zoek geweest. Een herdruk van deze uitgave zou zeer welkom zijn. Welke uitgave je ook leest, "Max Havelaar" is zeer de moeite waard.
 
De "Max Havelaar" is in 1976 verfilmd door Fons Rademakers, maar over deze film ben ik niet enthousiast.
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

maandag 5 september 2022

Carolijn Visser: De vader van Grace

Carolijn Visser: De vader van Grace (Nederland, 2020): 96 blz: Uitgeverij AtlasContact
 

 
De Zeeuwse schrijfster Carolijn Visser had op de kleuterschool en op de lagere school een vriendinnetje: Grace Comijs. Dat was natuurlijk niet zo bijzonder, maar wel bijzonder was (we praten over het begin van de jaren 60) dat Grace een zwarte vader had, Adel Comijs. De voorouders van Adel kwamen uit Afrika en hadden dienst genomen in het KNIL, waardoor ze in Indonesië terecht waren gekomen.
 
Een jaar of 15 geleden kwam Carolijn in haar woonplaats Amsterdam Grace tegen. Ze praatten uitgebreid met elkaar en Grace vertelde dat ze uitgebreid onderzoek had gedaan naar haar voorouders. Carolijn wist toen al dat hier mogelijk een toekomstig boek in zat.
 
Carolijn Visser werd gevraagd om het geschenk van de Week van het Zeeuwse Boek in 2020 te verzorgen. Zij vond dat een hele eer en heeft een prachtig, bescheiden boek geschreven. Al bij het aanvaarden van de opdracht wist zij dat het boek over de vader van Grace zou gaan.
 
"De vader van Grace" vertelt in het kort over de vriendschap tussen Carolijn en Grace, maar het grootste deel van het boekje gaat over het leven van Adel. De informatie uit het boek is voor het grootste deel gehaald uit de brieven die Adel naar zijn verloofde, Nelleke (de moeder van Grace) schreef die 20 jaar jonger was dan Adel.
 
Carolijn Visser is van huis uit schrijfster van reisverhalen. De laatste 10 jaar heeft zij zich steeds meer toegelegd op het schrijven van levensverhalen van anderen, met prachtige boeken als "Argentijnse avonden" en "Selma". "De vader van Grace" is als levensverhaal een waardige aanvulling op die boeken.
 
Ik kies ditmaal voor een lang citaat:
- Pas later, toen ze als lerares creatieve vakken was gaan werken op een vmbo-school in de buurt van Leiden, deed zich een incident voor. "Het was kort voor de zomervakantie. Ik had de leerlingen flink achter hun broek gezeten, ze moesten hun opdrachten met spoed afmaken en ik kan best streng zijn als het nodig is. Een deel van die leerlingen stuurde elkaar berichtjes via een groepsapp. "Wat vinden we van Comijs?" vroeg een van hen. "Laat die zwarte aap teruggaan naar het land waar ze vandaan komt," antwoordde iemand en daarop volgden meer van dat soort opmerkingen." Een leerling had de apps aan de directeur van de school laten zien, die ze vervolgens aan Grace liet lezen. "De ouders werden naar school geroepen. Die ontkenden dat hun kind zoiets gezegd zou kunnen hebben." Maar het bewijs was er: de namen van de kinderen stonden bij elke uitspraak vermeld. Collega-docenten werden erbij betrokken. Sommigen vonden dat Grace aangifte moest doen bij de politie, zijzelf was daarop tegen omdat de kwestie zich daardoor na de zomervakantie nog zou voortslepen. De kinderen werden wel drie dagen geschorst en moesten thuisblijven. "Ondertussen was de school verdeeld geraakt in twee kampen, ook de leerlingen. De kinderen die de apps hadden verstuurd, kregen bedreigingen." Het ging allemaal veel te ver, vond Grace, en ze wilde niet de vakantie in gaan voordat deze zaak was afgesloten. In overleg met de directeur gaf ze alle kinderen die beledigingen over haar hadden geappt, de opdracht een brief aan haar te schrijven waarin ze uitlegden waarom ze die uitspraken hadden gedaan en die persoonlijk aan haar te komen overhandigen. Daarna voerde ze een gesprek met ze onder vier ogen. "Sommige leerlingen begonnen te huilen toen ze tegenover me zaten. Anderen hadden cadeautjes voor me meegebracht. Uiteindelijk begrepen ze allemaal hoe fout het was wat ze hadden gedaan, hoe grievend zoiets kan zijn." Om te voorkomen dat de kwestie door de school bleef galmen, bezocht Grace elke klas. "Dit wordt de moeilijkste en de belangrijkste les die ik ooit zal geven en dit is de moeilijkste en belangrijkste les die jullie ooit zullen krijgen," kondigde ze aan. Vervolgens vertelde ze precies wat er was gebeurd en wat ze met de leerlingen in kwestie had besproken. "Ze hebben veel spijt en het is nu klaar," besloot Grace in elk lokaal. Daarna had ze in september zonder probleem de draad weer opgenomen.
 
De reguliere boekenweekgeschenken vallen mij steevast tegen. Sinds "De ortolaan", het boekenweekgeschenk van Maarten 't Hart uit 1984, heb ik geen geschenk meer gelezen waar ik echt enthousiast over was: allemaal zesjes of hier en daar een mager zeventje. Carolijn Visser heeft met "De vader van Grace" een geweldig geschenk geschreven, waarvan ik denk dat vele lezers na het lezen van dit boekje ook naar ander werk van haar zullen grijpen. Kortom, ze heeft zowel de lezer als zichzelf een groot plezier gedaan!
 
        
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

maandag 21 februari 2022

Multatuli (tekst) & Dick Matena (tekeningen): Saïdjah en Adinda

Multatuli (tekst) & Dick Matena (tekeningen): Saïdjah en Adinda (Nederland, 2021): 121 blz: Uitgeverij de Arbeiderspers
 

 
Dick Matena is een Nederlandse striptekenaar die al jaren in zijn eentje bezig is om een aantal klassieke werken uit de Nederlandse literatuur te verstrippen. Ik maakte voor het eerst kennis met zijn werk toen ik zijn vierdelige verstripping van "De avonden" van Gerard Reve tegenkwam bij antiquariaat Hinderickx en Winderickx.
 
Ik heb van Matena verschillende verstrippingen in mijn handen gehad: "De avonden" van Gerard Reve, "Turks fruit" en "Kort Amerikaans" van Jan Wolkers, "De komiek" van Freek de Jonge, "Kees de jongen" van Theo Thijssen en "Kaas" van Willem Elsschot. Tot dusver was "Kaas" mijn favoriet onder de verstrippingen van Dick Matena.
 
"Saïdjah en Adinda" is een verstripping van het gelijknamige verhaal uit de "Max Havelaar" van Multatuli. Het is maar een kort verhaal, in de uitgave van de Perpetua reeks telt het slechts 20 bladzijden.
 
In Java woont de vader van Saïdjah die een buffel heeft om zijn grond te kunnen ploegen. Tweemaal wordt zijn buffel afgenomen door het districtshoofd en weet hij een nieuwe buffel te kopen. De tweede buffel redt de jonge Saïdjah bij een aanval van een tijger. De derde keer dat zijn buffel wordt afgenomen kan hij geen nieuwe meer kopen en vlucht hij. Ondertussen is door de ouders van Saïdjah en Adinda afgesproken dat Saïdjah en Adinda met elkaar zullen trouwen. Saïdjah vertrekt om zijn geluk te zoeken en belooft om na 3 jaar terug te zijn zodat hij kan trouwen met Adinda.

Het verhaal van Saïdjah en Adinda alleen al is prachtig. De tekeningen die Dick Matena bij het verhaal heeft gemaakt vind ik fenomenaal. De lijnvoering is strak en overzichtelijk, de gelaatsuitdrukkingen van de personages zijn perfect weergegeven en de inkleuring in groene, bruine en grijze pasteltinten oogt heel prettig.

Van alle verstrippingen die ik van Dick Matena in mijn handen heb gehad is deze veruit mijn favoriete. Ik kwam op het spoor van deze uitgave dankzij het blog van Teunis.

Citaten:
- Saïdjah's vader had een buffel, waarmee hij zijn veld bewerkte. Toen deze buffel hem was afgenomen door het districtshoofd van Parang-Koedjang was hij zeer bedroefd, en sprak geen woord, vele dagen lang. Want de tijd van ploegen was nabij, en 't was te vrezen, als men de sawa niet tijdig bewerkte, dat ook de tijd van zaaien zou voorbijgaan, en eindelijk, dat er geen padie zou te snijden zijn, om die te bergen in de loemboeng van het huis.

- Dit vooruitzicht lachte hem toe. Met fiere tred, zoals iemand gaat die grote zaken in de zin heeft, trad hij na 't vertrek zijns vaders bij Adinda binnen en deelde haar zijn plan mede. "Denk eens," zei hij. "Als ik wederkom zullen wij oud genoeg zijn om te trouwen en zullen we twee buffels hebben!"
 "Heel goed, Saïdjah! Ik wil gaarne met je trouwen als je terugkomt. Ik zal spinnen en sarongs en slendangs weven, en batikken, en heel vlijtig zijn al die tijd."
 "O, ik geloof je, Adinda! Maar ... als ik je getrouwd vind?"
 "Saïdjah, je weet immers wel, dat ik met niemand trouwen zal. Mijn vader heeft me toegezegd aan jouw vader."
 "En jijzelf?"
 "Ik zal trouwen met jou, wees daar maar zeker van!"
 "Als ik terugkom zal ik roepen in de verte ..."
 "Wie zal dat horen, als we rijst stampen in 't dorp?"
 "Dat is waar. Maar Adinda ... o ja, dit is beter: wacht me bij het djatibos ... ... onder de ketapan, waar je mij de melati hebt gegeven."

- Daar kwam een streep van blauwig rood die zich vastklemde aan de wolken en de randen werden licht en gloeiend, en 't begon te bliksemen, en weer schoten er pijlen van vuur door het luchtruim, maar ze vielen niet neer ditmaal, ze hechtten zich vast op de donkere grond en deelden hun gloed mee in groter en grotere kringen en ontmoetten elkander, kruisend, slingerend, wendend, dwalend en ze verenigden zich tot vuurbundels en weerlichtten in gouden glans op een grond van paarlemoer, en er was rood, en blauw, en geel, en zilver, en purper, en azuur in dit alles ... O God.
 Dat was de dageraad ... Dat was het weerzien van Adinda! 
 Saïdjah had niet geleerd te bidden en 't ware ook jammer geweest hem dit te leren, want heiliger gebed en vuriger dank dan er lag in de sprakeloze opgetogenheid zijner ziel, was niet te vatten in menselijke taal.

    

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

zondag 21 maart 2021

Adriaan van Dis: Ik kom terug

Adriaan van Dis: Ik kom terug (Nederland, 2014): 284 blz: Uitgeverij Atlas Contact
 
Ik kom terug
 
Als ik mijn leeslijsten nakijk blijkt dat ik aardig wat van Adriaan van Dis heb gelezen: "Indische duinen", "Het beloofde land", "In Afrika", "Palmwijn", "Een barbaar in China" en "Casablanca". Ook blijkt daaruit dat ik nooit erg enthousiast was over de boeken van Adriaan van Dis, alleen "Indische duinen" heb ik met twee sterren gewaardeerd, zijn andere boeken met één of zelfs nul sterren.
 
Ik ben altijd fan geweest van "Hier is Adriaan van Dis", zijn programma over boeken uit de jaren 80. Ook ben ik een fan van Adriaan van Dis als presentator van reisprogramma's als "Van Dis in Afrika" en "Van Dis in Indonesië". 
 
Het lag voor de hand dat ik "Ik kom terug" nooit zou lezen, maar het boek kreeg zulke enthousiaste besprekingen dat ik het toch geprobeerd heb en daar heb ik geen spijt van gekregen. Ik vind "Ik kom terug" veruit het beste boek van Adriaan van Dis en zelfs één van de mooiste boeken uit de Nederlandse literatuur of ik het nu een roman of een memoire moet noemen.
 
Adriaan van Dis is net na de oorlog geboren in Indonesië. Hij heeft al jaren weinig contact met zijn hoogbejaarde moeder (98 jaar oud!) totdat zijn moeder hem eerst af en toe begint te bellen en daarna steeds vaker. Adriaan zoekt haar op en er ontstaat een band waarbij de moeder steeds meer vertelt over haar verleden. Intussen heeft haar moeder een eigen agenda, ze wil euthanasie laten plegen, maar haar huisarts is het daar absoluut niet mee eens.
 
"Ik kom terug" is een zeer ontroerend boek over een moeder- zoon relatie. Het boek leest erg makkelijk weg. Adriaan van Dis gebruikt korte zinnen en bovendien is het een vrij kleine paperback met een groot lettertype. Het Nederlands van Adriaan van Dis is zeker niet het mooiste Nederlands dat ik gelezen heb, maar wel zeer effectief. Om een idee te geven volgen hier weer een aantal citaten:
 
- Na een maand of wat vroeg ze plompverloren: "Zeg, kan jij niet eens met mijn dokter praten?" Ze was lid van de euthanasieclub, maar de man had haar codicil niet eens willen inzien: "U bent kerngezond, we gaan u niet vermoorden." Wat een gedoe. "Hoe lang moet dit nog duren? Ik ben toch echt niet van plan honderd te worden."
 Als ik nog meer van haar wou weten, moest ik opschieten.

- "Zal ik je helpen? Jij vertelt en ik schrijf op." Ik haalde het aantekenboekje uit mijn binnenzak en wapperde er dreigend mee voor haar ogen.
 Ze keek me wantrouwend aan. "Ik heb het heus wel gezien, hoor."
 "Het zijn maar losse aantekeningen."
 "Ben je soms van plan een boek over me te schrijven?"
 "Misschien, als je wat minder liegt."
 Ze lachte schamper. "Hoor wie het zegt."
 "Zou je er bezwaar tegen hebben?"
 Ze glunderde. "Alleen over mij?"
 "Je krijgt de hoofdrol."

- Wat knaagde was onze "voor wat hoort wat"-overeenkomst: zij de verhalen, ik de pillen. De huisarts had ik niet kunnen overhalen, al bleek haar codicil nog steeds geldig en actueel, en zonder zijn medewerking kon ik niets beginnen. Ook zocht ik op internet naar organisaties die zelfmoordenaars een helpende hand bieden. Het krioelde van de gifmengers in Nederland. Ja, ik kon zelfs een zakje dodelijke pillen op een geheime plek ophalen.

- Ze had altijd met haar kapitaal gewicheld, maar wat was er nog van over? Waar leefde ze eigenlijk van? De kosten van het rusthuis overtroffen al jaren haar pensioen. Iets dat ik nog maar net wist, de directrice had me aangesproken op een huurachterstand.

- "Dat klinkt niet goed, zo vereenzaam je."
 "Eenzaam, ik? Nou moet je niet overdrijven, zoveel geef ik ook weer niet om mensen."

- In haar kleding hield ze al helemaal geen stand meer op: trainingsbroeken, fluorescerende streepkousen, bonte klittenbandstappers - de carnavalsaanbieding van het postorderbedrijf was goed bestudeerd.

- Ze pakte mijn hand. "Ik wil niet naar het ziekenhuis."
 "We houden je thuis, verzorgen je tot je laatste snik ..." Het klonk edelmoedig, maar ik dacht ook aan mijn agenda, die ik al weken niet had durven inkijken.

- Mijn moeder won aan kracht en ik leefde als een bejaarde: samen aan de ochtendkoffie, samen de krant, samen eten (ook ik kreeg een koffertje), samen de middagthee (lauw, zonder koekjes want haar tandvlees deed steeds meer pijn), samen naar de radio luisteren, samen lezen, televisiekijken.

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

donderdag 12 april 2018

Dvd: Eat pray love

Eat pray love (Verenigde Staten, 2010): 135 minuten: Regisseur Ryan Murphy

Eat Pray Love Poster"Eat pray love" is de verfilming van het gelijknamige boek van Elizabeth Gilbert (gespeeld door Julia Roberts) over haar zoektocht naar zichzelf.

Het verhaal van de film is in een regel samen te vatten: een vrouw is ontevreden over haar huwelijk, besluit om te scheiden en gaat een jaar op reis op zoek naar zichzelf.

Liz gaat eerst 4 maanden naar Italië om Italiaans te leren en lekker te eten, vervolgens gaat ze 4 maanden naar India om in een Ashram dichter tot God te komen en als afsluiting 4 maanden naar Bali waar ze een nieuwe geliefde ontmoet.

De film is oppervlakkig, en niet verrassend of vernieuwend. Maar hij doet precies waar ze in Hollywood zo goed in zijn, een onderhoudend verhaal vertellen met een mooie hoofdrolspeelster en aangename bijfiguren met bijbehorende mooie beelden voor het grote publiek. Het voelt als een onderdompeling in een warm bad. Ik heb een aangename avond gehad. Erg prettig om tot je te nemen met een grote zak chips of popcorn en een biertje of een cola onder handbereik!

Op IMDB wordt deze film afgebrand met een waardering van 5,7 en ook in mijn filmgids (Radio Times 2017) krijgt hij maar 2 sterren. Oordeelt u zelf. Voor een veel uitgebreidere bespreking van zowel het boek als de film, zie het blog van Bettina.

   

zondag 24 september 2017

Jeroen Kho: Zuidoost-Azië aangeraakt

Jeroen Kho: Zuidoost-Azië aangeraakt: Reisfotografie van Jeroen Kho (Nederland, 2006): ? blz: Stichting Jeroen Kho fotografie

Toen ik een tijdje terug dit boek op marktplaats zag aangeboden, kocht ik het gelijk.

Ik heb zelf in 1992 een rondreis door Indonesië, Singapore, Maleisië en Thailand gemaakt en daarbij uitgebreid gefotografeerd (toen nog niet digitaal maar met kleurendia's).

In "Zuidoost-Azië aangeraakt" staan 100 foto's die Jeroen Kho heeft uitgezocht na zijn reis in 2004. Omdat hij bij een ongelukkige val van het dak op 31-jarige leeftijd om het leven is gekomen, hebben zijn nabestaanden dit boekje uitgegeven.

In het mooie voorwoord staat dat Jeroen Kho het fotograferen van mensen tijdens een reis ruwweg onderverdeelt in twee categorieën: portretten en foto's van mensen in relatie tot hun omgeving. Net als Jeroen Kho ben ik vooral ook in de tweede categorie geïnteresseerd.

De foto's in het boekje zijn aardig, maar ontstijgen nergens het niveau van de betere amateurfotograaf. Meestal zijn ze goed gezien, maar is de compositie niet geweldig.

Van mijn eigen foto's zou ik zeker een vergelijkbaar boekje kunnen maken, en dat geldt ook voor de foto's van verschillende mensen in mijn vriendenkring. Kortom, een leuk boekje om te hebben, maar er zijn boeken met mooiere foto's.

  

zaterdag 8 juli 2017

Wiecher Hulst: Een vriend aan het Tobameer

Wiecher Hulst: Een vriend aan het Tobameer (Nederland, 1995): 296 blz: Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar

Een vriend aan het Tobameer by Wiecher HulstWiecher Hulst heeft tussen 1972 en 1992 tien lange reizen door Indonesië gemaakt.

Altijd begonnen die reizen bij het Toba-meer in Sumatra, waar zijn vriend Messin woonde. Uren-, dagen- en wekenlang had hij met Messin koffie lurkend zitten praten over Indonesië. Messin was een bodemloos vat vol hilarische anekdotes, die hem zeer veel over Indonesië hadden geleerd.

Hij wilde hem weer opzoeken, maar nu was hij overleden. Hulst maakt opnieuw een lange reis door Indonesië, maar het land is niet meer hetzelfde nu zijn oude vriend er niet meer is. Bij alles wat hij meemaakt vraagt hij zich af: "Wat zou Messin hier van vinden?".

Ik ben zelf in 1992 in Indonesië geweest, en ik vind de observaties van Hulst zeer treffend. Hulst is in mijn ogen niet zo'n goed stilist als bijvoorbeeld Carolijn Visser of Lieve Joris, maar weet wel goed een verhaal te vertellen. Ik heb een stapeltje boeken over Indonesië gelezen en dit vond ik een van de betere.

Hier weer een aantal citaten om een indruk te geven:
- Piet begon te lachen. "Je hebt gelijk. Wij zeggen altijd: een ambtenaar is net een machine. Als hij niet gesmeerd wordt, is er geen beweging in te krijgen. Ja toch?"

- "Bij ons blijven de kinderen altijd voor hun ouders zorgen," zei Noor, terwijl ze in een enorme pan met sayur lodeh roerde. "Anders dan bij jullie in Holland. Daar stoppen de kinderen hun ouders in tehuizen als zij oud worden en verzorgd moeten worden. Wij hebben dat zelf gezien toen wij zeven jaar geleden in Holland waren. Wah! Vreselijk toch! Jullie zijn wel rijker dan wij, maar ook eenzamer. Onze kinderen doen ons niet weg, al worden we helemaal gaga en kunnen wij alleen nog maar kwaken als een eend of kreunen als een tokeh! Hahaha!"

- Ik had het langzamerhand moeten weten, maar elke keer verraste het me weer: westerlingen worden in Indonesië gezien als een onuitputtelijke bron van geld, en vroeg of laat moeten ze eraan geloven.

- Pak Delisman behandelde het verschil tussen vroeger en nu. "Vroeger was iedereen hier arm," zei hij. "De verschillen waren niet groot. Maar nu zijn er een paar hele rijke mensen en de armen zijn nog steeds arm, of juist nog armer dan vroeger. Dat komt omdat alleen de rijke boeren leningen krijgen om werktuigen te kopen. Zij worden dus steeds rijker. Maar wij arme boeren moeten voor onszelf zorgen, oom! Dus het verschil wordt steeds groter."

- Pas een half uur later lieten ze me doorlopen, na gedetailleerde informatie te hebben ingewonnen over mijn huwelijkse staat en het aantal kinderen dat ik ter wereld had weten te brengen. Ik doorstond de ondervraging deze keer zonder problemen.
"Twee kinderen, boe."
"Aduh! Waarom zijn zij niet meegekomen?"
"Zij zitten nog op school, boe."
"Oooh ja. En uw vrouw, waar is zij?"
"Die moet op ze passen, boe, want ze zijn nog klein."
Ik begon mij al aardig aan te passen aan de nationale gewoonte om in plaats van de waarheid een aanvaardbaar verhaal te vertellen, waar geen mens aanstoot aan kon nemen. "Een Nederlander liegt niet, maar een Indonesiër grieft niet. Die ontziet je gevoelens," had een oude koloniaal mij ooit verteld. Vooruit dan maar.

- Ik begon last van mijn bronchiën te krijgen en vroeg de passagiers achter en naast mij om met roken op te houden. Ze zeiden vriendelijk "O ya pak", en rookten onverstoorbaar verder. Dat was de Indonesische manier om op onwelkome boodschappen te reageren: niks van aantrekken, maar blijven glimlachen. Heel wat vriendelijker dan de Amsterdamse methode om in zo'n geval "Krijg de pleuris, slijmerd" te roepen, maar het effect was hetzelfde: ik bleef in de rook zitten.

- "Dat is het succes van de Nieuwe Orde," zei Pram (Pramoedya Ananta Toer), die de telefoon weer had neergelegd. "Onderdanigheid, kruiperigheid en angst, dat is het moderne Indonesië."

- De vulkaan trilde en sidderde onder mijn voeten. Uit al zijn poriën stegen uiterst onwelriekende dampen op, die hem hadden overdekt met een groenachtig vulkanisch slijm. Ik voelde mij een mier die zich een weg baande naar de top van een enorme verse paardedrol, waar hij elk moment in kon wegzakken.

 

woensdag 8 maart 2017

Co Rentmeester: Footprints

Co Rentmeester: Footprints (Nederland, 2012): 327 blz: Uitgeverij de Kunst

Product DetailsCo Rentmeester is de enige Nederlandse fotograaf die ooit de World Press Photo van het jaar heeft gewonnen. Het gaat om de foto van een tankcommandant die door de loop van zijn kanon kijkt terwijl het licht op zijn rechteroog valt. Ik vind het zelf niet zo'n heel sterke foto (hij was door de redactie van Life ook afgewezen), maar hij was wel uit Vietnam en dat was op dat moment hot nieuws.

"Footprints" geeft een overzicht van het fotografisch werk van Rentmeester. Rentmeester was van 1965 tot en met 1972 fotograaf voor het blad Life. Het boek begint met een verslag van de Watts rellen in Los Angeles in 1965 en gaat verder met foto's van onder andere Vietnam, Indonesië, Dierenleven, Nederland op het ijs en foto's van beroemde sporters, waaronder een prachtige foto van Michael Jordan.

De waarschijnlijk beroemdste foto van Rentmeester staat op de cover, een Japanse sneeuwaap die in een heetwaterbron zit met op zijn vacht wat plukjes sneeuw.

Het boek is erg mooi uitgevoerd, in hardcover met begeleidende teksten in het Engels en Nederlands (de bijschriften bij de foto's zijn alleen in het Engels). Dan de foto's zelf: er staan zeker prachtige foto's in het boek, maar de meeste doen me toch niet zo heel veel.