Saskia Bos: Schizofrenie en bergen beklimmen (Nederland, 2016): 190 blz: Uitgeverij de Graaff
Saskia
Bos hoort al vanaf haar elfde stemmen. Op de middelbare school loopt
het uit de hand. In opdracht van de stemmen verwondt ze zichzelf en op
aanraden van school zoeken Saskia en haar ouders hulp bij een
psycholoog.
Dit
is het begin van een lange zoektocht naar allerlei hulpverleners,
psychologen, psychiaters, casemanagers en instanties zoals
psychiatrische ziekenhuizen, het RIAGG en een stemmenpoli op zoek naar
een manier om met de klachten te leven.
Uiteindelijk
wordt de diagnose schizofrenie gesteld. Helaas kan men de ziekte
schizofrenie niet genezen, hooguit kan men ermee leren omgaan met behulp
van medicijnen.
Saskia doet een poging tot zelfmoord, maar weet uiteindelijk haar leven op de rails te zetten door veel te sporten (fietsen, hardlopen en voetballen) een hond te nemen en in de bergen te gaan wandelen.
"Schizofrenie en bergen beklimmen" is een uitstekend geschreven boek dat makkelijk weg leest en voor mij nogal confronterend is. Saskia is heel open over haar ziekte en alleen al daarom is het heel mooi dat dit boek is uitgegeven. In het boek zijn een aantal teksten uit haar dossier opgenomen. Wat opvalt is dat die teksten nogal wollig zijn en in vakjargon zijn geschreven met veel moeilijke woorden. Saskia zelf schrijft veel leesbaarder.
Citaten:
- Na twee maanden psychotherapie word ik gebeld, mijn therapeut is voor lange tijd ziek en ik krijg een nieuwe. Aan de nieuwe vraag ik wat er aan de hand is met de oude therapeut, ik maak me zorgen en hoop dat ze niet ernstig ziek is. Maar de nieuwe mag daar niets over vertellen in verband met privacy. Mijn dossier is inmiddels overgeheveld naar de nieuwe, mijn privacy doet er blijkbaar wat minder toe.
-
Een andere verpleegkundige vindt dat ik moet opschrijven wat ik denk.
Ik doe dat, maar als ik zie dat mijn geschreven gedachten, zonder
toestemming van mij, meegenomen zijn naar het kantoor van de
verpleegkundigen en daar door iedereen gelezen worden, zet ik geen woord
meer op papier.
-
Ik heb vaak bij mijn ouders geopperd om een tweede huis in Spanje te
kopen, of nog liever, in Afrika, dan kan ik 's winters in de echte zon
zitten. Maar dat doen ze niet, beetje jammer.
- Thuis werd ik geaccepteerd om wie ik ben en mijn psychiatrische klachten hebben de sterke band tussen mij en mijn broer en zussen gelukkig niet kapot gemaakt. Misschien zelfs wel sterker.
- Met mijn klasgenoten had ik niet veel contact ... Tijdens de les kreeg ik vaak een berichtje via msn van een klasgenoot die naast me zat. Het leek mij logischer om gewoon live met elkaar te praten, maar ik was de enige met die mening.
- Wat ik lastig vind van een open afdeling is dat het heel druk is. De deur naar buiten staat open en iedereen loopt af en aan. Artsen, verpleegkundigen, bezoekers en patiënten lopen door elkaar heen. Ik ken hier nog helemaal niemand en heb geen idee wie hier wel thuis hoort en wie niet.
Over haar hond, die ze Masai genaamd heeft:
-
Zelf vond ik het leuk om eenden op te jagen en ik leerde Masai dat ook.
Maar ik deed het alleen als niemand keek, en hoewel ik Masai had
uitgelegd dat hij het alleen stiekem mocht doen, deed hij het toch als
andere mensen keken. De afkeurende blikken van de mensen maakte dat ik
het Masai weer afleerde om eenden op te jagen.
- Voordat ik Masai kreeg deed ik bijna niets op een dag, ik had geen ritme en geen doel. Met de komst van Masai was dat compleet veranderd. Ik moest op tijd op, want Masai moest plassen. Ik moest naar buiten, want Masai had beweging nodig. Ik moest de wijde wereld in, want Masai moest gesocialiseerd worden. En zo zorgde Masai ervoor dat ik weer een dagritme had.
- De verpleging is bijna nooit op de afdeling, ze zitten altijd op hun kantoor. Alleen om ons te wekken, tijdens de maaltijden en tijdens de koffiemomenten zijn ze op de afdeling.
-
Ook thuis bleef ik suïcidaal. Een paar dagen na de opname deed ik nog
een poging om mijzelf op te hangen. Mama wist dat ik dood wilde en liet
me zo min mogelijk alleen, ze vond me dan ook snel en maakte de riem,
die strak om mijn nek zat, los. Ze gaf me een knuffel en huilde. Ze zei
dat ze begreep dat ik dood wilde, maar vroeg me om alsjeblieft nog even
vol te houden.
- Hardlopen was, en is nog steeds, mijn beste medicijn.
- Ik had flink gespaard tijdens de opnames, dat is een voordeel van opgesloten zijn, je kan niet weg om even te shoppen, dus je betaalrekening blijft onaangeroerd.
- Masai werd zo, zonder dat hij het wist, mijn hulphond. Een soort blindengeleidehond, maar dan andersom. Een blindengeleidehond waarschuwt blinde mensen om dingen te ontwijken, die zijzelf niet kunnen zien. Masai leert mij om dingen te negeren, die er in werkelijkheid niet zijn. Masai heeft geen enkel probleem met de extra verantwoording die hij als hulphond heeft, hij vindt het prima om af en toe op me te liggen en voor me te waken. Als hij in ruil daarvoor twee keer per dag het bos in mag om te rennen, en twee keer per dag zijn eten krijgt, dan is hij dik tevreden.
-
Bij die reisorganisatie kunnen ze zeggen: "We willen je niet meer mee,
want wij willen geen risico lopen," maar ikzelf kan dat niet. Ik kan
geen aangetekende brief naar meneer Schizofrenie sturen, met het verzoek
om deze vakantie thuis te blijven. Schizofrenie zit aan mij vast en
reist altijd met mij mee.
-
Met elke tocht die ik maakte, kreeg ik meer zelfvertrouwen. Ik voelde
me steeds minder een psychiatrisch patiënt en in de bergen vergat ik dat
ik ziek ben. Ik had nog steeds veel last van mijn ziekte, maar ik had
een passie om voor te leven.
- Schizofrenie regeert nog steeds mijn leven. Om het in de hand te houden, zijn mijn dagen gestructureerd en rustig. Ik sport veel en eet gezond. Ik doe niets onverwachts, bereid alles goed voor en maak bij alles wat ik doe de overweging of het niet te druk is. Soms doe ik teveel, en moet ik dat bekopen met dagen waarop schizofrenie weer de baas is. Dan kruip ik met Masai op de bank en wacht tot ik me weer beter voel.

