Posts tonen met het label Familie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Familie. Alle posts tonen

vrijdag 29 november 2024

Lieve Joris: Hildeke

Lieve Joris: Hildeke (België, 2022): 140 blz: Uitgeverij Augustus
 

 
Na "Terug naar Neerpelt", waarin Lieve Joris het vooral had over haar problematische oudste broer Fonny, is "Hildeke" het tweede boek met herinneringen van Lieve Joris aan haar eigen familie. In "Hildeke" staan haar vader en haar mongoloïde zusje Hildeke centraal. Opnieuw een erg mooi boek, vol met mededogen geschreven. 
 
Citaten:
Over Lieves moeder:
- Na vierhonderd kilometer gereden te hebben was ze zonder benzine gevallen. De versnellingsbak was stuk. Ook bleek ze een klapband te hebben gehad; iemand had die vervangen door het reservewiel, al herinnerde ze zich daar niets van. De auto rook naar de meloenen die mijn vader en zij de dag tevoren hadden gekocht en in de achterbak waren vergeten. Vast een aanbieding want het waren er een heleboel. Op de passagiersstoel lag een briefje van tweeduizend frank. Had ze de persoon die haar band had verwisseld willen betalen en had die dat geweigerd? Het zou een raadsel blijven. Eenmaal thuis rilde ze van vermoeidheid. Wies legde haar in bed, stond een tijdje naar haar te kijken en besloot bij haar te kruipen.

- Tijdens een bezoek aan Aline kroop haar kat bij mijn vader op schoot. De manier waarop hij zijn hand door haar vacht haalde, telkens opnieuw - het was voor het eerst sinds de dood van mijn moeder dat hij ergens aandacht voor had. Diezelfde avond reisde Bollie in haar mand mee naar zijn huis.

- "Ons ma is hij compleet vergeten," klaagde Aline.
 "Wees blij," zei ik. Al voelde ik me schuldig toen ik op de Vlaamse radio hoorde dat eenzamen tegenwoordig onvoorwaardelijke liefde kochten voor de prijs van een pak dierenvoer, en dat kinderen liever honden- of kattenbrokken bij hun ouders lieten bezorgen dan bij hen op bebzoek te gaan.

- Iedere bezoeker brengt vreugde aan, al is het niet met komen dan is het wel met gaan.

- Nietsvermoedend lag mijn vader in de ambulance die hem naar het verzorgingstehuis bracht. Het woord "revalidatie" was enkele keren gevallen, verder hadden we niets gezegd en hij had niets gevraagd. Ik zat naast hem en voelde me een verrader toen we de straat voorbijreden waarin hij dertig jaar had gewoond. Bollie was de afgelopen weken vaak alleen geweest. Ze streek langs je benen als je binnenkwam, sprong op je schoot zodra je ging zitten, spinde luidruchtig als je haar streelde. Wat poezen betreft neig ik naar mijn moeder, maar ik had zo met Bollie te doen dat ik haar bij me liet slapen en haar nachtelijke gespin en gesnor voor lief nam.

- Mijn vader was allang niet meer in staat geweest voor Hildeke te zorgen, toch leek zij pas na zijn dood onder onze hoede te komen. De laatste jaren was hij zich soms aan haar gaan ergeren. Alsof hij, nu hij zelf behoeftig werd, ook haar gebreken niet meer kon verdragen. Hildeke lachte vaak in zichzelf als ze in de woonkamer zat te puzzelen of te naaien. Dacht ze aan Guido, op wie ze verliefd was? Had ze een binnenpretje over iets wat er in de instelling was voorgevallen? Verheugde ze zich omdat er straks iemand op bezoek zou komen of omdat er een vlaai op het aanrecht stond? Je kwam er niet achter.

- Net voordat Hildeke naar de zusters van Maaseik ging, had mijn vader een brief gestuurd naar het Speciaal Onderstandsfonds in Brussel met de vraag om financiële tegemoetkoming voor de verpleging van zijn "debiele" dochtertje. Pas anderhalf jaar later kreeg hij antwoord. Zijn aanvraag werd afgewezen. Hij ging in beroep en bracht al zijn epistolaire talenten in stelling om zijn protest kracht bij te zetten. De beslissing aangaande zijn "door de natuur misdeeld kindje" had hem en zijn vrouw pijnlijk getroffen. "Gelet op het inkomen van het gezin" had hij geen recht op bijstand. Terwijl hij drie keer meer mocht verdienen om voor een van zijn kinderen een universitaire studiebeurs te krijgen! Een universitair student, goed bedeeld door de natuur, werd dus "kwistig bijgespijsd door de Staat" en een "zorgenkindje" elke hulp ontzegd? 

- Zijn gezonde kinderen mochten via de ziekenkas regelmatig goedkoop naar zee en naar Zwitserland, terwijl zijn gehandicapte dochtertje slechts één keer met vakantie was geweest - met de Bond der Gebrekkigen en Verminkten. Ook de universitairen die door "Vadertje Staat" werden bevoorrecht, moesten het weer ontgelden. "Toekomstige dokters profiteren van de gemeenschap dankzij studiebeurzen, waarna ze ons, als ze hun beroep eenmaal uitoefenen, opnieuw uitzuigen."

- Tegen Fonny wapenen we ons; Hildeke zullen we van jongs af aan beschermen. Op haar twaalfde geeft Wies in de klas een spreekbeurt over haar familie. Als ze vertelt dat haar jongere zus "een mongooltje" is, begint ze te huilen.
 Mijn moeder verstopt Hildeke voor de vrijers van Nicole en Aline - ze mochten eens denken dat ze ook zo'n kind zouden krijgen - maar leert ons tegelijkertijd onvoorwaardelijk van haar te houden. Soms staren mensen naar Hildeke als we in de speeltuin zijn of wandelen in het dorp, en vervolgens naar ons. Alsof ze willen zeggen: "Wat hebben jullie nu meegebracht? Moeten wij dit zien? Waarom laten jullie haar niet thuis?" Anderen zijn extra vriendelijk, knikken ons toe, maken een praatje. Hildekes aanwezigheid scherpt onze blik; dankzij haar kunnen we dieper in de harten van mensen kijken.

- Hildeke heeft nieuwe kleren nodig, heeft Nicole beslist. In het grootwarenhuis durft ze de roltrap niet op. Ik wil op zoek gaan naar een lift, maar Nicole geeft haar kordaat een zetje en daar gaan we met z'n drieën de hoogte in.
 T-shirts, sweaters, truien - in de rekken lijken ze mooi; als je klein bent en rond, worden ze vanzelf lelijk.
 Nadat ik het zoveelste shirt over haar hoofd heb getrokken, kijk ik naar haar in de spiegel.
 "Je bent te dik," zeg ik.
 Ze begint te huilen, draait zich om, omarmt me en zegt: "Maar da kind moet toch eten."
 Ik schaam me: zoekt ze troost bij me terwijl ik haar zelf aan het huilen heb gebracht.

- Ons Aline was vroeger de liefste thuis, ze zorgde voor iedereen en bleef dat zelfs doen nadat ze getrouwd was. Hildeke herinnert zich die zorgzaamheid, ze leeft op zodra ze Aline ziet, weet dat ze haar kan vertrouwen, geeft zich onvoorwaardelijk aan haar over. Zelf ben ik dwarser, opstandiger, veeleisender - bij mij is ze op haar hoede, ik moet haar telkens weer voor me winnen.

- Ik denk aan de keer dat ik de Malinese zanger Kar Kar mee naar Hasselt nam. Al had Hildeke nooit een zwarte man van zo dichtbij gezien, ze stapte op hem af en gaf hem spontaan drie kussen.

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

dinsdag 25 juli 2023

Dvd: Ghibli: My Neighbors the Yamadas

My Neighbors the Yamadas (Japan, 1999): 104 min: Regisseur Isao Takahata
 
My Neighbors the Yamadas [DVD] [Region 1] [US Import] [NTSC]
 
De animaties in "My Neighbors the Yamadas" zien er heel anders uit dan we bij de Ghiblifilms gewend zijn. Ze zijn schetsmatiger, vergelijkbaar met inkttekeningen die met aquarelverf zijn ingekleurd. Het is even wennen, maar na een tijdje zien ook deze animaties er weer geweldig uit, hoewel ik de voorkeur geef aan de animaties van de andere Ghiblifilms.

In "My Neighbors the Yamadas" maken we kennis met een disfunctionele familie, bestaande uit de ouders, een zoon, een dochter en een grootmoeder. De film speelt met allerlei clichés en is zeer grappig. Duidelijk een andere film dan gebruikelijk bij Ghibli.
 
Op IMDB krijgt "My Neighbors the Yamadas" van 15.000 mensen een waardering van 7,1.
 
          
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

dinsdag 7 juli 2020

Mijn ooms in de missie

Ik had twee ooms die missionaris waren. Oom Lambert was missionaris in Indonesië en oom Peter was missionaris in Oeganda. Ik heb nog een derde oom, oom Jozue, die ook naar het seminarie (de opleiding voor priesters) wilde, maar die werd niet toegelaten omdat hij te eigenwijs was. Achteraf gezien kan ik ze daar volkomen gelijk in geven. Oom Lambert is kortgeleden overleden en oom Peter vorig jaar. Oom Jozue leeft nog.

Rond de jaren 30 van de vorige eeuw was het grootste deel van Nederland calvinistisch. Alleen in Noord-Brabant en in Limburg was de meerderheid katholiek. De katholieken hielden er in onze ogen onzinnige praktijken op na inzake de voortplanting. Als je als goedgezind katholiek niet ten minste 10 kinderen had, dan telde je niet mee. Erger nog, als je als vrouw een jaar eens geen kind kreeg, dan kwam de pastoor langs om te vragen of er wat aan de hand was.

Ook mijn ouders kwamen uit grote gezinnen. Mijn moeder had 6 broers en 3 zussen en mijn vader had 1 broer en 3 zussen. Dat het nog erger kan bewijst een neef P. van mij. Zijn vader, broer van mijn moeder kwam dus uit een gezin met 10 kinderen. Zijn moeder kwam uit een gezin met 13 kinderen. Zijn vrouw A. had een vader en moeder die allebei ook uit een gezin met meer dan 10 kinderen kwamen. Omdat van al die kinderen vrijwel iedereen getrouwd was, hadden mijn neef en zijn vrouw 80 mensen die ze oom en tante konden noemen.

Hoe overzichtelijk is het nu. De kinderen van mijn zus hebben slechts 2 ooms en 2 tantes en ook maar 2 neefjes (van mijn broer). De kinderen van mijn broer hebben 3 ooms en 1 tante en een neefje en een nichtje.

Oom Lambert was geboren in 1930 en was de oudste van de kinderen uit het gezin van mijn opa en oma van moederskant. Al op jonge leeftijd bleek hij goed te kunnen leren en werd hij aangekomen op het seminarie. Op het seminarie schaamde hij zich voor zijn boerenafkomst. Hij werd altijd met een boerenkar naar het seminarie gebracht, maar het laatste stukje liep hij, ze mochten eens weten.

Lambert ging na het seminarie in opleiding bij de jezuïeten. Halverwege de jaren 50 ging hij naar Indonesië, in eerste instantie naar Solo (nu Surakarta). Na een paar jaar kreeg hij de keus van de Indonesische regering: of hij zou als Nederlander het land uitgezet worden, of hij moest de Indonesische nationaliteit aannemen. Hij koos voor het laatste.

Lambert boerde goed in Indonesië en na een aantal jaren kwam hij terecht in de hoofdstad, Djakarta (nu Jakarta). Hij had inmiddels ook zijn naam aangepast. In het Nederlands heette hij van den Heuvel. Op zijn Indonesisch maakte hij hiervan Sugiri (is Indonesisch voor goede berg). In Djakarta werd hij leider van de charismatische beweging en werd hij zelfs de belangrijkste katholieke functionaris van Indonesië. Hij werd niet voor niets de paus van Jakarta genoemd.

Mijn oom Lambert hield van het goede leven. Hij had ontzettend veel gereisd en had over de hele wereld vrienden zitten. Hij had ook veel interesses, hij hield van kunst, van lekker eten, hij tenniste en volgens mij hield hij ook van vrouwen, hoewel ik nooit gehoord heb dat hij er een relatie op na hield. Het kwam hem ook goed uit dat hij veel contacten had met hooggeplaatste christelijke families. Hij was ook beslist geen kwezel, de laatste keer dat hij bij mij op bezoek was, kon hij zitten genieten van een boek met mooie naaktfoto's van jonge vrouwen, dat was ook het leven zei hij.

Oom Peter was een heel ander soort man. Hij zat niet bij de jezuïeten, maar bij de witte paters. Hij ging begin jaren 60 naar Oeganda. Toen ging het nog redelijk in Oeganda, maar later onder het bewind van Idi Amin heerste er terreur en willekeur. Oom Peter leefde in armoede tussen de armen. Hij heeft zijn hele leven geprobeerd ervoor te zorgen dat de allerarmsten het wat beter kregen. Daarvoor moesten ze dan wel christenen worden.

Terwijl oom Lambert zeer smakelijk over zijn belevenissen kon vertellen, was oom Peter altijd uiterst zwijgzaam. Toen hij een keer op bezoek in Nederland was, heb ik hem eens opgezocht bij het missiehuis van de witte paters en heeft hij vrijwel niets verteld over zijn belevenissen in Oeganda, terwijl hij toch wel heel wat meegemaakt moet hebben.

Binnen onze familie waren de meningen over beide ooms verdeeld. De ene helft van de familie was het meest enthousiast over oom Peter, een bescheiden, zwijgzame en deugdzame, maar ook saaie man die er altijd voor zorgde dat hij niemand tot last was. De andere helft van de familie (waaronder ikzelf) was veel enthousiaster over oom Lambert die overal in geïnteresseerd was en heel enthousiast kon vertellen. Ik ben in 1992 ook bij oom Lambert in Jakarta op bezoek geweest en ben daar als een vorst ontvangen.

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.



zondag 3 december 2017

6: De psychiatrische patiënt en zijn familie

Voor de meeste psychiatrische patiënten is hun familie, en dan met name meestal hun moeder en in veel mindere mate hun vader en eventuele broers of zussen, hun belangrijkste steunpilaar. Voor familie geldt dat je ze voor je hele leven hebt en dat ze jou als het goed is nooit in de steek zullen laten, hoe slecht het ook met je gaat. Vrienden zijn een ander verhaal: jij kiest hen uit en zij kiezen jou uit als je wat in elkaar ziet. Als het slechter gaat met een van beiden, dan gaat de ander meestal zijn eigen weg.

Toen mijn moeder nog leefde was zij zoals al eerder gezegd verreweg de belangrijkste steunpilaar in mijn leven. Omdat mijn vader ook psychiatrisch patiënt was had ik nooit veel aan hem. Na de dood van mijn moeder hebben gelukkig mijn zus en mijn broer voor een groot deel haar plaats ingenomen.  Ik zie ze allebei ongeveer eens per twee maanden. Ook heb ik een goed contact met een aantal familieleden, er zijn 2 tantes en 1 oom die ik af en toe zie, plus 3 neven en een nicht.

Toen mijn vader ziek werd, waren zijn beide ouders al dood. Mijn vader had een oudere broer die zwerver was en drie oudere zussen. In zijn jeugd was hij ontzettend verwend, misschien dat hij daardoor voor altijd verpest was. Zijn oudste zus was getrouwd met een Duitser en woonde in Bonn in Duitsland, die zag hij maar zelden. Zijn middelste zus woonde in Hoogeveen en wilde geen contact met mijn vader nadat hij ziek was geworden. Zijn jongste zus woonde met haar 18 jaar oudere man in de buurt, in Oisterwijk. Zij is een jaar of drie lang een keer in de week wezen schoonmaken bij mij vader. Hij deed daar niets voor terug en had nog commentaar ook. Tot 1998 kwam ik 3 keer per maand op bezoek bij mijn vader. Mijn zus kwam iets minder vaak. Toen mijn broer op de middelbare school zat van 1988 tot 1994, kwam hij iedere zaterdag bij mijn vader langs. Hij deed dan eerst de opgestapelde vaat van de afgelopen week, dan kookte hij voor zichzelf en mijn vader, en vervolgens deed hij weer de vaat. Hij heeft er nooit over geklaagd. Tussen pakweg 2005 en 2010 hadden wij alle drie nauwelijks contact met mijn vader. Gedurende de laatste 3 jaar van zijn leven kwam mijn broer eens in de drie weken op bezoek, hij regelde veel voor mijn vader, waaronder zijn financiën. Mijn zus en ik kwamen af en toe op bezoek.

Wim had altijd een moeizaam contact met zijn vader. Uit de verhalen van Wim komt zijn vader naar voren als een moeilijke man die veeleisend was en weinig begrip had voor Wim en zijn eveneens (nog veel erger) zieke broer Klaas. Wim had na het overlijden van zijn vader een heel hecht contact met zijn moeder, hij zag haar gedurende de laatste jaren van haar leven 5 keer per week. Wim is de enige van zijn familie die nog contact heeft met Klaas. Wim belt zijn andere broer en zijn twee zussen zeer regelmatig en hij ziet hen af en toe.

Hoe het contact van Gijs met zijn vader was weet ik niet, maar zijn moeder zag hij heel vaak. Met zijn zus en de familie van zijn vriendin heeft hij ook een goed contact.

Bernard had heel veel contact met zijn ouders toen ze alle drie in Koudum woonden. Hij zag hen dagelijks. Toen zijn vader overleed is zijn moeder verhuisd naar de provincie Utrecht. Bernard is haar achterna gegaan en heeft de laatste jaren van haar leven bij haar in huis gewoond totdat dat niet meer ging. Met zijn twee kinderen (een dochter en een zoon) heeft hij altijd een goed contact gehad, zij het dat hij zijn dochter veel meer ziet dan zijn zoon. Sinds Bernard in de provincie Utrecht woont ziet hij zijn dochter minimaal een keer per week en past dan op bij zijn twee kleinzoons. Bernard heeft ook een goed contact met twee van zijn zussen, de andere twee willen tot zijn verdriet geen contact meer met hem.

Tom heeft heel veel contact met zijn familie. Hij zoekt zijn ouders minstens twee keer per week op in Zeist. Zijn twee broers en zijn zus en hun partners en kinderen ziet hij ook zeer regelmatig. Daar ben ik wel een beetje jaloers op. Ik zou willen dat ik mijn zus en broer en hun gezinnen ook zo vaak zag. Ook met zijn verdere familie heeft Tom een zeer hechte band. Hij is ooit speciaal voor de begrafenis van een tante naar Italië gereisd. Dat zou mij echt te ver zijn.

Ruben ziet net als ik zijn familie niet zo heel vaak. Ik geloof dat hij zijn ouders en zijn zus ongeveer een keer per maand ziet. Vaker dan ik mijn broer en zus zie, maar toch niet heel veel. Volgens mij heeft hij er ook niet zo veel behoefte aan.

Zoals uit bovenstaande blijkt is het contact van mijn vrienden met hun familie over het algemeen redelijk intensief. Allemaal zien zij hun familie vaker dan ik dat doe, maar ik bel dagelijks (mijn zus) of om de dag (mijn broer) dus ik ben ook redelijk tevreden.

Lees verder in deel 7.

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.