Posts tonen met het label Argentinië. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Argentinië. Alle posts tonen

dinsdag 8 oktober 2024

Carolijn Visser: Argentijnse avonden

 

 
"Argentijnse avonden" is de biografie van Carolijn Visser over de Rotterdammer Rinus van Mastrigt en zijn dochters Ida en Miep.
 
Rinus vertrok in november 1937 op 24-jarige leeftijd voor een fietstocht naar Zuid-Oost Azië. Hij kwam aan in Malakka, werd ziek en de familie van zijn verloofde vond dat zij hem op moest zoeken (ze kon hem toch niet helemaal alleen in de vreemde dood laten gaan?). Rinus knapte op en trouwde met Ida. Ze kregen samen twee kinderen: Ida en Miep.
 
Toen kwam de oorlog en werd Rinus gevangengenomen en kwam hij in Japan in een Jappenkamp terecht. Toen Rinus vrijkwam bleek zijn vrouw het met andere mannen te hebben aangelegd. Ze scheidden, Rinus stuurde zijn twee dochters vooruit naar zijn ouders in Rotterdam en kwam zelf later ook naar Nederland.
 
Daar kon hij niet aarden en besloot hij om te emigreren naar Argentinië. Na een paar jaar daar te hebben gewoond liet hij zijn dochters overkomen.
 
Het grootste deel van het boek is gewijd aan het leven van Rinus en zijn dochters in Argentinië.
 
Het boek geeft een prachtig beeld van de leefwereld van een geëmigreerd gezin en van de besloten Nederlandse gemeenschap van een klein stadje in Argentinië. Het boek begint en eindigt met een bezoek van de koninklijke familie aan het stadje in 2006.
 
Het boek is gebaseerd op documenten in het bezit van dochter Ida. Met dit boek blijkt Carolijn Visser opnieuw een van de beste Nederlandstalige schrijvers.
 
Citaten:
 
- Rinus had ook weinig zin zijn ouders op de hoogte te stellen van het treurige nieuws. Hij vond dat hij gefaald had en wilde hen niet belasten met zijn zorgen. Hij had de dominee al eerder een brief laten sturen aan Ida. Zij had moeten beloven te zwijgen tegen de Van Mastrigts. Ida's moeder had gezegd dat ze naar Singapore moest gaan. Ida, die net drieëntwintig was geworden, zag enorm op tegen zo'n verre reis in haar eentje. Ze was nog nooit buiten Nederland geweest. "Je kunt Rinus daar niet alleen laten sterven," zei de kostersvrouw en ze schraapte het geld voor de reis bij elkaar. Op 15 augustus, de dag dat Rinus opnieuw onder het mes zou gaan, ging Ida in Rotterdam aan boord. Ze zou een maand onderweg zijn. 

- Hij schreef niet dat hij behandeld werd aan een grote wond aan zijn been, het gevolg van ondervoeding. Rinus werd hierdoor ingedeeld bij de eerste groep die geëvacueerd werd met het Amerikaanse Rode Kruis-schip Sanctuary. "Wat eten betreft is het hier een lustoord. We kunnen zoveel krijgen als we willen. Vlees, eieren, melk, tomaten, groenten, sinaasappelen, boter, aardappelen. Buiten hetgeen de keuken verstrekt, krijgen we dagelijks nog 3 flesjes bier, 3 stukken chocola, een pakje koekjes, sigaren, sigaretten. Verder kun je in de cantines de hele dag door koffie, thee, cola enzo drinken, waarbij je weer koekjes krijgt, ook weer zoveel als je wilt hebben, er is nergens gebrek aan. Wat hebben die Amerikanen het goed voor elkaar."

- Die februariavond, toen de meisjes voor het eerst over de lange trap naar boven kwamen geklauterd, hadden de Van Mastrigts hen verbijsterd opgenomen. Waren dit hun kleinkinderen? Ze hadden geen schoenen aan! Hun blote voeten, hun gezichten en hun handen zagen zwart van het vuil. Al die weken aan boord hadden ze zich niet gewassen. Hun haar, waar in Batavia nog zulke mooie strikken in hadden gezeten, was de hele reis ongekamd gebleven en zat nu om het hoofd geklit. De meisjes waren uitgehongerd en vielen aan op de boterhammen die hun grootmoeder haastig voor hen smeerde. Gulzig klokten ze glazen melk naar binnen. Jan, een jongere broer van Rinus, ging meteen water verwarmen en zette een teil in de woonkamer. Samen met zijn moeder schrobde hij de meisjes schoon. Ze hadden vast luis, veronderstelde vader Van Mastrigt. Hij haalde een luizenkam en DDT-poeder uit de winkel. De kleren van de meisjes gingen de potkachel in, want daar zou wel ongedierte in zitten, dat moesten ze niet in huis hebben. Ida'tje en Miep kregen elk een nachtpon aan van een van de zusters van Rinus; die sleepten over de grond achter hen aan, maar zo hadden ze in ieder geval iets schoons aan.
 
- Cor, de jongere broer van Rinus, begreep het wel. Die zou later over dit vertrek en over de fietstocht naar Indië zeggen: "Rinus was een genie. Dat was eigenlijk het probleem. Hij kon alles, maar hier kon hij zijn ei niet kwijt. Nederland was gewoon te klein voor hem."
 
Toen Rinus in Argentinië aankwam:
- Buenos Aires telde toen al ruim drie miljoen inwoners. Trams, autobussen en zwarte automobielen denderden langs de hotelkamer die Rinus deelde met een andere passagier van de Alphard. Geïmponeerd dwaalden de twee mannen door het luxueuze warenhuis Harrods. Deze Argentijnse dependance verkocht alles wat in de beroemde Londense zaak ook te krijgen was. De winkel omvatte acht verdiepingen met cederhouten vloeren. Klanten werden in de entreehal van zwart-wit marmer verwelkomd door het huisorkest. Er was een draaimolen voor de kinderen. Het aanbod van meubels, porselein en kleding overweldigde de twee Nederlanders, die tot voor kort alleen spullen op de bon hadden kunnen kopen. Argentinië was vrijwel de hele oorlog neutraal gebleven en had met de hele wereld goede zaken gedaan. Het land floreerde.
 
- Wat Miep niet aan Rinus had verteld was dat ze ook haar moeder wilde bezoeken. Via het Rode Kruis had ze haar adres achterhaald. Ze heette nu Ida Broere en woonde in Vianen. Op een avond reed oom Cor Miep erheen. Cor bleef in de auto zitten. Miep belde aan.
 Een man deed open en Miep stapte naar binnen. In de woonkamer trof ze een vrouw aan tafel. "Ik ben je dochter," zei Miep. "Ik ben gekomen om je te zeggen hoe erg ik het vind dat je mij in de steek hebt gelaten als kind. Mijn hele leven heb ik daaronder geleden. Ik heb nu veel problemen en die zijn allemaal te wijten aan jou."
 Na die woorden draaide ze zich om, liep het huis uit, opende het portier van de auto en ging weer naast haar oom Cor zitten. "Ik heb gezegd wat ik te zeggen had," zei ze. "We kunnen gaan."

- "... In heel Latijns-Amerika is het een janboel. In de tweeëntwintig jaar dat ik nu in Argentinië ben zijn er tien presidenten geweest en niet één daarvan is op een normale manier aan de macht gekomen of vertrokken."

- Jet van der Velde, twintig jaar lang domineesvrouw te Tres Arroyos, zou later over de man-vrouwverhouding binnen de kolonie zeggen: "Om te beginnen staat de man natuurlijk ver bóven de vrouw, dat is in de Bijbel te lezen. Vervolgens is het belangrijkste in het leven van de man zijn liefde voor God. Dat is een exclusief contact met het hogere. Die liefde voor God komt voor hem ook op de tweede, de derde en de vierde plaats. Dan pas volgt de liefde die hij voelt voor vrouw en kinderen. Die is van een lagere orde en om daar uiting aan te geven is ongepast."

  
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

maandag 25 april 2022

Frank van Rijn: De magische vijfduizend metergrens

Frank van Rijn: De magische vijfduizend metergrens: Een avontuurlijke reis door Argentinië, Chili, Bolivia en Peru (Nederland, 2020): 244 blz: Uitgeverij Elmar
 
De magische vijfduizendmetergrens
 
"De magische vijfduizend metergrens" is het nieuwste boek van Frank van Rijn. Het gaat niet over zijn laatste reis, maar over een reis van 8½ maanden en 15.000 kilometer die hij in 2000 maakte door Argentinië, Chili, Bolivia en Peru voornamelijk over de hoogvlakten en de bergpassen van de Andes.

Liefhebbers van de boeken van Frank van Rijn zullen dit nieuwste boek ook wel weer weten te waarderen. Veel beschrijvingen van het afzien, de ontmoetingen met mensen, maar minder over de lokale cultuur, dit alles beschreven met de typische humor van Frank van Rijn.

Frank van Rijn is misschien geen groot schrijver, maar een groot wereldfietser is hij zeker wel en al zijn boeken zijn onderhoudend. Erg leuk om als een tussendoortje te lezen.
 
Citaten:
- "Heb je een lamp?" vroeg Carter, toen we voor de eerste, vrij lange tunnel stonden. 
 "Wel twee," antwoordde ik: "Ik heb ze vanochtend met vooruitziende blik speciaal klaargelegd voor eventuele tunnels."
 "En heb je ze ook meegenomen?"
 "Nee, dat helaas niet. Vergeten! Niet zo slim van mij, om helemaal eerlijk te zijn."
 "Ik heb vanochtend geen enkele lamp klaargelegd," zei Carter, "maar heb er wel meteen een in mijn rugzak gestopt. Met één lamp die je meeneemt, kun je beter een tunnel verlichten, dan met twee klaargelegde lampen, die je thuis laat!"
 "Dat lijkt wel een oosterse wijsheid," merkte ik op. "Die ga ik vanavond opschrijven in mijn dagboek."
 
- "Bordeaux is toch wel het  puikje van de zalm."
 "Absoluut!"
 "En weet je hoe je zo'n Bordeaux nog een stuk lekkerder kunt maken dan hij normaal al is?" vroeg ik.
 "Kan dat dan?" vroeg Jean Pierre verbaasd.
 "Wél wis en waarachtig!"
 "Vertel op," zei Jean Luc.
 "Door het te mengen met cola, 50%. Niet meer want dan wordt het te zoet."
 "Verschrikkelijk!" riep Jean Baptiste huiverend uit. De beide anderen knikten beamend en eveneens vol afgrijzen.
 "Dan is het net een licht mousserende Champagne," vervolgde ik onverstoorbaar.
 "Quel horreur!" riepen de drie Jeans in koor.
 "Hebben jullie het wel eens geprobeerd?" vroeg ik.
 "Nee, alsjeblieft niet!" Weer in koor.
 "Maar hoe weet je dan dat het horreur is? Probeer het eens! Misschien gaat er wel een nieuwe wereld voor je open, als je even door de zoete appel heen bijt."
 
- Als je high bent, kom je met een fiets niet erg high en daarom bleef ik die dag low, mij tevreden stellend met een zwart prikdrankje uit een rood blikje, iets waar piscokenners diep op neerkijken, maar dat mij vaak de energie geeft om hoog te stijgen.
 
- Er wordt wel eens gezegd: "Tegen kou kun je je kleden, tegen warmte niet." Misschien heb ik reptielenbloed, maar bij mij geldt het omgekeerde, zoals nu weer eens bleek: Tegen de échte kou kan ik me niet kleden, tegen de warmte altijd: hemd, T-shirt met korte mouwen, katoenen onderbroek, korte broek, wollen sokken, schoenen en een petje op mijn hoofd. Daarmee kan ik de hoogste temperaturen op aarde aan, mits ik genoeg water drink.
 
- Deze helling zou me normaal niet veel moeite kosten, maar nu was het een lijdensweg, of positiever uitgedrukt, een sportprestatie van de hoogste orde.
 
- Langs de wegen, zowel geasfalteerd als gravel, in de bergen en op vlak terrein, stonden de kruisen dicht gezaaid, met de namen van de verongelukte reizigers er op. Die kruisdichtheid langs de wegen verbaasde mij niet. Bier was goedkoop en het werd flink gedronken. De raad "Glaasje op, laat je rijden" werd over het algemeen niet erg serieus genomen en er werd hard gereden. Door bochten scheuren was stoer, dus je moest ook niet aankomen met "Beter vijf minuten later thuis, dan 50 jaar eerder in het hiernamaals".

    

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

zaterdag 16 april 2016

Dvd: Historias minimas

Historias minimas (Argentinië, 2002): 88 minuten: Regisseur: Carlos Sorin

Historias mínimas Poster""Historias minimas", letterlijk vertaald zoiets als kleine verhaaltjes, is een Argentijnse film over 3 mensen uit het kleine Fitz Roy die alledrie de reis maken naar de grote stad San Julian, zo'n 300 kilometer ver weg.

De oudere man Don Justo, die met zijn oren kan bewegen, hoort dat zijn hond Mormel is gezien in San Julian en besluit om er heen te gaan om zijn hond op te halen. Van zijn zoon en schoondochter mag hij niet gaan, maar hij gaat toch.

Dan is er de handelsreiziger Roberto die met een taart in de vorm van een voetbal op weg is naar de vrouw op wie hij verliefd is.

Als derde is er Maria Flores, een vrouw met een klein kind die een keukenmachine heeft gewonnen bij een televisieprogramma en op weg gaat om haar prijs op te halen.

Het zijn maar kleine verhalen met veel alledaagse gebeurtenissen (en couleur locale), maar sterk spel en mooie beelden maken er een zeer onderhoudende film van. Inmiddels heb ik deze film voor de 4e keer gezien.