In dit derde deel van zijn memoires krijgt Kostik te maken met de revolutie. Hij loopt regelmatig gevaar voor eigen leven. Hij beschrijft de revolutie als een buitenstaander. Ondanks het vele geweld waar hij mee te maken krijgt zijn er ook weer de nodige lyrische beschrijvingen van de natuur en van zijn gemoedstoestanden. Opnieuw een prachtig deel.Lees ook wat collega-bloggers Barbara en Arjen hebben geschreven over "Begin van een onbekend tijdperk".
Citaten:
- Kopan was een klein landgoed of liever gezegd een verwaarloosde boerenhoeve. Op een open plek in het bos stond een grote oude boerenwoning met een verweerd strodak en een paar bouwvallige schuurtjes. Een omheining was er niet. Het bos sloot de gebouwen aan alle kanten in. Het ruisen van de sparren deed mij na de helse herrie in Moskou majestueus en weldadig aan. Moeder hield haar tranen in toen ze mij zag. Alleen haar lippen beefden en haar stem weigerde dienst. Maar het volgende moment al omhelsde ze me, legde haar grijze hoofd aan mijn schouder en bleef zo lange tijd onbeweeglijk en zwijgend staan, onderdrukt snikkend. Nog nooit had zij mij zo omarmd als haar oudste, als een beschermer, als haar enige toeverlaat in haar leven vol tegenspoed.
Galja hield mij stijf bij mijn elleboog vast en achter haar dikke brilleglazen biggelden tranen naar beneden die ze niet afveegde.
Onhandig trachtte ik mijn moeder te kalmeren. Vaak had ik bewust aan haar gedacht maar pas nu begreep ik dat het leven haar niets had nagelaten behalve deze bittere, diep in haar hart verborgen liefde voor de twee wezens die haar nog restten: Galja en ik. Dat waren de laatste kruimeltjes liefde waarop zij teerde. Voor deze liefde verdroeg zij zonder morren de vernederingen van haar rijke bloedverwanten, het zware werk en het totale isolement in deze onbewoonde bossen.
- Tot op de dag van vandaag herinner ik mij deze winkel. In zilverpapier gewikkelde rookworsten hingen er aan een draad. Over de rode ronde kazen op de toonbank was een dikke laag rammenas uit kapotgeschoten blikjes gedropen. Op de vloer verspreidden plassen met cognac en likeur vermengde azijn een bijtende geur. Er in zwommen stevig rossigschemerende gemarineerde boleten. De grote keulse pot waarin ze gezeten hadden, lag in scherven over de vloer.
Ik graaide snel een paar lange worsten weg en stapelde ze als blokken hout in mijn armen op. Een dikke gruyère kaas, net een wagenwiel en een paar conservenblikjes legde ik er bovenop.
- Er bestonden in die tijd nog geen vulpennen en zo had Sjtsjelkoenov dan ook altijd een tuimelinktpotje en een paar ganzeveren in zijn binnenzak, want met potlood schrijven kon hij niet. Ik was geloof ik de enige onder zijn collega's die hem begreep en die zich niet vrolijk maakte over deze eigenschap en over zijn ganzeveren, want ook op mij heeft alles wat met potlood geschreven is altijd een slordige en onafgemaakte indruk gemaakt. Ik vond dat een precieze gedachte met precisie vastgelegd moest kunnen worden. Zo mogelijk zou ik alleen met Chinese inkt op stevig papier schrijven.
- Een zelfde bekoorlijke pracht ging er uit van het peppeldons dat in lichte zilvergrijze sliertjes over straat buitelde, de kale jonge katten die krijsend achter op de binnenplaats speelden, de oude vrouwtjes die uit donkerbruin gekerfd hout gesneden schenen te zijn, de Oostindische kers die met zijn ronde sappige blaadjes en rode bloemkelkjes welig tierde en zelfs van de mussen die water dronken uit de nooit opdrogende plassen bij de fonteintjes, de door vliegen bevuilde oleografie "De ceremonie van de kus" door een open raam achter in een kamer zichtbaar, het kooitje met een van verveling piepende kanarie, de ficussen en een gebroken, scheef weer aan elkaar gelijmde setter van rood porselein, een opgezette wielewaal waar de mot in zat, en ook nog van een samovar die midden op een binnenplaats stond te pruttelen terwijl de rook, ook al was het ding scheef, er loodrecht uit opkringelde, iets wat zoals men weet bestendig warm weer voorspelt.
- "Ziet u, beste vriend," zei de bezitter van de tuin tegen mij, "zo kan je ook leven. Je kunt op zo veel manieren leven: voor de vrijheid strijden, de mensen willen veranderen of tomaten kweken, het heeft allemaal zijn eer, zijn waarde en zijn roem."
"Waarom zegt u dat?" vroeg ik.
"Omdat het mij vooral gaat om verdraagzaamheid en begrip. Daarin ligt voor zover ik het zie de ware vrijheid besloten. Ieder mens moet vrij zijn het werk te verrichten wat hij het liefste doet. ..."
- In de voorafgaande hoofdstukken heb ik alleen verteld wat ik zelf gezien en gehoord heb. Daarom ontbreken er vele bekende gebeurtenissen uit die jaren. Maar ik beschrijf alleen datgene waarvan ik zelf getuige ben geweest en het ligt geenszins in mijn bedoeling om in dit boek een omvangrijk beeld te geven van de begintijd van de revolutie; trouwens ik zou dat niet eens kunnen.
- Tot op de dag van vandaag hangt er voor mij over alles wat met het spoor te maken heeft het romantisch waas van het reizen, zelfs de geur van steenkoolrook uit de schoorstenen van de locomotieven doet mij romantisch aan. Verrukt keek ik naar de van olie glimmende, groene locomotief wanneer deze met steeds langzamer bewegende blinkende stalen drijfstangen bij het pompstation tot stilstand kwam en onstuimig sissend regelmatig dampstraaltjes uitstootte alsof hij zwaar stond te hijgen na een vermoeiende rit.
- In de woning van Amalia rook het naar vers gemalen koffie. Zij was bezig de laatste bonen fijn te malen en de molen knarste en piepte zo klaaglijk alsof hij zijn einde voelde naderen. Net als altijd deed het huis door de koffiegeur behaaglijker aan, ofschoon het aan de muur hangend "geschenk van de zee", een kapotte thermometer die met schelpjes was versierd, zomer en winter door dezelfde temperatuur aangaf, namelijk drie graden onder nul. Door deze eeuwige drie graden onder nul leek het huis soms kouder dan het in werkelijkheid was.
- Noch het gymnasium noch de universiteit hebben mij ooit zo oneindig veel diepzinnige en boeiende dingen bijgebracht als boeken en menselijke ontmoetingen. Buitengewoon verlegen mens als ik was, heb ik altijd diegenen benijd die zo makkelijk contact sluiten met de mensen uit hun omgeving en onmiddellijk levendige gesprekken met hen aanknopen. Ik heb daar altijd heel veel tijd voor nodig gehad.
- In die tijd waren er veel uitdrukkingen ontstaan voor het begrip neerschieten: "tegen de muur zetten", "neerknallen", "likwideren', "naar de staf van Doechonin sturen", "afschrijven". Bijna elke streek had zo zijn eigen uitdrukkingen.
- De nevel dwong mij nauwkeuriger en langer naar deze dingen te kijken dan we gewoonlijk doen. Zodoende ontdekken we allerlei voorheen nooit opgemerkte details: de poreuze, gele steen bevatte veel kleine zeeschelpen, die er zich in hadden vastgezet; aan de bremstruik zaten nog enkele bloemen, die als doorweekte en verschrompelde vlinders op rechte, harde stelen geduldig stonden te wachten op de zon, die echter maar heel zelden, en dan nog als een verschoten, witte vlek, uit de nevel te voorschijn kwam en niet eens warmte of schaduw gaf; onder de eenzame oude plataan met de citroenkleurige vlekken op de stam lagen bladeren die wel uit matgroen fluweel gesneden leken; over het ijzeren poortje liepen mieren in een lange rij, ze droegen de laatste wintervoorraden in hin onderaardse voorraadschuren; onder de ankerketting leefde een kleine, schuwe pad.
Op bladzijdes 209-212 staat een prachtig verhaal van 3 bladzijdes lengte dat ik graag in zijn geheel zou willen citeren, maar daarvoor ontbreekt hier de ruimte en bovendien heb ik geen zin die hele lap tekst uit te tikken.