Posts tonen met het label Zeer lang. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Zeer lang. Alle posts tonen

maandag 24 juni 2024

Marcel Proust: In de schaduw van de bloeiende meisjes

Marcel Proust: Op zoek naar de verloren tijd: Deel 2: In de schaduw van de bloeiende meisjes (Frankrijk, 1919): 542 blz: Uitgeverij de Bezige Bij: Vertaald in 1978 door C.N. Lijsen (Deel 1 Rondom Mme Swann (blz 1-226) en Deel 2 Plaatsnamen: de plaats (blz 227-414)) & Thérèse Cornips (Deel 3 Plaatsnamen: de plaats (vervolg) (blz 415-542))
 
In de schaduw van de bloeiende meisjes by…
 
Van de 7 delen waaruit de romancyclus "Op zoek naar de verloren tijd" van Marcel Proust bestaat is in mijn herinnering het 2e deel "In de schaduw van de bloeiende meisjes", mijn favoriete deel. Nu bij het herlezen viel het eerste gedeelte "Rondom Mme Swann" me wat tegen, maar was ik opnieuw erg onder de indruk van delen 2 en 3 "Plaatsnamen: de plaats" die zich afspelen in Balbec, een klein plaatsje aan de kust waar de verteller in de ban raakt van een stel jonge meisjes die vriendinnen zijn van elkaar, en van wie een van hen: Albertine, later zijn grote liefde zal worden.
 
Marcel Proust is een meester van de vergelijkingen. Door dit deel heen staan vele prachtige vergelijkingen, zoveel zelfs dat het soms een beetje teveel van het goede wordt. De verteller leert over de literatuur van de schrijver Bergotte, over de muziek door de componist Vinteuil en over de schilderkunst door de schilder Elstir. Maar het zijn vooral de ontmoetingen met de groep meisjes die dit deel voor mij het mooiste deel van de hele cyclus maken. Mocht je geen zin hebben om de hele "Op zoek naar de verloren tijd" te gaan lezen, dan kun je ook beginnen met de prachtige stripbewerking door Stéphane Heuet.
 
Citaten:
- En Françoise die het heerlijk vond geheel op te gaan in de edele kookkunst waar ze ongetwijfeld een bijzondere gave voor had, bovendien gestimuleerd door het vooruitzicht van een nieuwe gast, en wetend dat zij volgens methoden die zij alleen kende een "boeuf à la gelée" klaar moest maken, leefde al sinds de vorige dag in een soort scheppingsroes; daar zij buitengewoon veel belang hechtte aan de onberispelijke kwaliteit van de ingrediënten die bij de totstandkoming van haar meesterwerken een rol speelden, ging zij zelf naar de Hallen om het sappigste rundervlees, de mooiste schenkelstukken en de beste kalfspoten in te slaan, zoals Michelangelo acht maanden in de bergen van Carrara doorbracht om de volmaaktste marmerblokken voor het grafmonument van Julius de Tweede uit te zoeken.

- ... antwoordde de ambassadeur met een in gemoedelijkheid gehuld sarcasme, waarbij hij om zich heen keek met een blik die door zachtmoedigheid en discretie zijn boosaardigheid moest temperen en deze daardoor juist heel handig versterkte.

- Zo is het ook met de tijd in het leven. Om zijn voortgang merkbaar te maken zijn romanschrijvers wel gedwongen de loop van de wijzer sterk te versnellen en de lezer tien, twintig, dertig jaar in twee minuten te laten doorlopen. Boven aan een bladzijde heeft men een hoopvolle minnaar achtergelaten en onder aan de volgende vindt men hem terug als tachtigjarige, die op de kleine met gras begroeide binnenplaats van een bejaardenhuis moeizaam zijn dagelijkse wandeling maakt en nauwelijks antwoord geeft op de aan hem gestelde vragen daar hij het verleden al lang vergeten is.
 
- ... want een warme gezindheid jegens anderen overdrijft het goede even graag, als de kwaadaardigheid er plezier in heeft iemand omlaag te halen.
 
- Swann was trouwens blind voor alles wat Odette betrof, niet alleen voor de lacunes in haar opvoeding, maar ook voor de middelmatigheid van haar intelligentie. Sterker nog, telkens wanneer Odette een dom verhaal vertelde, luisterde Swann naar zijn vrouw met een toegeeflijkheid, een vrolijkheid, een bewondering bijna waarin vermoedelijk nog een restje erotiek meespeelde; terwijl alles wat hij zelf in datzelfde gesprek aan scherpzinnigheid, diepzinnigheid kan men wel zeggen, naar voren bracht, door Odette gewoonlijk zonder interesse, vluchtig en met ongeduld aangehoord en vaak genoeg ook nog hard tegengesproken werd. Men moet wel tot de conclusie komen dat een dergelijke onderwerping van de elite aan de banaliteit in veel huwelijken regel is, wanneer men bedenkt, hoe omgekeerd vele superieure vrouwen zich laten verblinden door een lomperik, die hun meest fijnzinnige opmerkingen onverbiddelijk de grond inboort terwijl zij, met de oneindige toegeeflijkheid van de liefde, niet kunnen nalaten in vervoering te raken over zijn flauwe moppen.
 
- Met het onbevangen gezicht van een vrijdenker die in een kerk verzeild is geraakt en die de gebruiken van de mis niet kent, maar opstaat als alle anderen opstaan en neerknielt een moment nadat de anderen geknield zijn, deed ik hen na.
 
- Ik was als een arme die zijn droge brood met minder tranen besproeit als hij tegen zichzelf zegt dat een vreemde hem straks misschien zijn hele vermogen nalaat.
 
- Reeds de onmogelijkheid bij een vrouw te blijven, het risico haar nooit meer te ontmoeten, geven haar plotseling de charme die een land in onze ogen krijgt door ziekte of armoede die het ons onmogelijk maken het te bezoeken, of de laatste schamele dagen die wij nog te leven hebben, door de strijd waaronder wij waarschijnlijk zullen bezwijken.
 
- ... en ongetwijfeld was zijn bewondering voor hen oprecht, maar de talloze reminiscenties aan geschiedenis en kunst die door hun namen opgeroepen werden speelden daarbij een grote rol, zoals een voorliefde voor de oudheid een van de redenen is voor het plezier dat een kenner heeft in het lezen van een ode van Horatius, die misschien minder waardevol is dan een gedicht uit onze dagen, dat diezelfde geletterde koud zou laten.

- Wie weet, zei ik bij me zelf, misschien is het genoegen waarmee men iets geschreven heeft toch niet de onfeilbare maatstaf voor de maatstaf voor de waarde van een bladzijde; misschien is het slechts een toestand die er heel vaak bijkomt, maar zonder welke het werk nog niet slecht hoeft te worden. Misschien zijn sommige meesterwerken wel met veel gegaap tot stand gekomen.

- Net zoals niet het verlangen naar roem, maar de gewoonte om te werken ons in staat stelt een groot werk te produceren, zo is het niet de geestdrift van een bepaald moment, maar zijn het de wijze bespiegelingen van het voorbije moment, die ons helpen de toekomst zeker te stellen.

- Alles wat Elstir bezat, ideeën, werk, en de rest die hij heel wat minder telde, zou hij met vreugde hebben gegeven aan iemand die hem begreep. Maar bij gebrek aan een draaglijk milieu leefde hij in een isolement, met een schuwheid die de beau monde aanstellerij en onopgevoedheid, de overheid kwaadwilligheid, de buren krankzinnigheid, en zijn familie egoïsme en hoogmoed noemden.

- In plaats van een opmerking te maken die zijn trots had kunnen wreken, zei Elstir dus iets waar ik van kon leren. "Geen mens, hoe wijs ook," zei hij, "die niet in een bepaalde periode van zijn bestaan dingen heeft gezegd, of zelfs een leven geleid, waar hij niet graag aan wordt herinnerd en het liefst alles van zou willen uitwissen. Maar hij mag het niet werkelijk berouwen, want hij kan er pas van uitgaan dat hij een wijs mens is geworden, voor zover dat dan mogelijk is, als hij alle ridicule of wanstaltige incarnaties achter de rug heeft die aan die laatste incarnatie vooraf moeten gaan. ..."

- Ik had tegen Albertine gepraat met zo weinig besef waar mijn woorden terechtkwamen, wat er van ze werd, als je van steentjes weet die je in een bodemloze afgrond gooit. Dat er in het algemeen door degeen tot wie je ze richt een betekenis aan wordt gegeven die die persoon aan zijn eigen ik ontleent en die zeer verschilt van wat jij met diezelfde woorden hebt bedoeld, is een feit dat in het dagelijks leven voortdurend blijkt.

      

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

vrijdag 15 december 2023

Vikram Seth: De geschikte jongen 6: Delen 16-19

Vikram Seth: De geschikte jongen (India, 1993): 1357 blz: Vertaald door Christien Jonkheer & Babet Mossel (2008): Uitgeverij Van Oorschot: Delen 16-19: 1092-1357
 
De geschikte jongen by Vikram Seth
 
Citaten:
- Maar toen Rupa Mehra het cadeau van Arun en Meenakshi had opengemaakt, barstte ze in gegriefde tranen uit. Het was een peperduur Japans lakdoosje, dat Meenakshi van iemand had gekregen en een keer, binnen gehoorsafstand van haar schoonmoeder, had omschreven als "spuuglelijk, maar ik kan het vast nog wel eens weggeven."

- Dipankar kwam zijn hut in de tuin uit nadat hij zeker een uur had zitten mediteren. Hij had een besluit genomen over de volgende stap in zijn leven. Het besluit was onherroepelijk, tenzij hij van gedachten veranderde.

- Als Amit met zijn roman worstelde had hij minder oog voor de gevoelens van zijn familie naarmate hij meer oog kreeg voor de gevoelens van zijn personages.

- "Is de auto gekukufisqueerd?"

- Haresh was zich er sterk van bewust dat de familie hem kritisch opnam maar wist niet goed hoe hij daarmee moest omgaan. Dit was geen Tsjechisch sollicitatiegesprek waarin hij het over spijkers met koppen en productienormen kon hebben. Dit vergde enige subtiliteit, en subtiliteit was niet zijn fort.

- "Maak je daar nu maar even niet druk over," zei Savita. "Neem een kop soep."
 Als niets meer helpt, bedacht Lata, is er altijd nog soep.

- Voor ieder feit of denkbeeldig feit dat in druk verscheen waren er tien geruchten, die bleven rondzoemen als wespen om een rottende mango.
 
- "Gelooft u in de kracht van de beperking?" vroeg een academisch gevormde dame gedecideerd.
 "Eh, jawel," zei Amit behoedzaam. Het was nogal een omvangrijke dame.
 "Waarom schijnt uw aanstaande roman - die naar ik begrijp in Bengalen speelt - dan zo dik te zijn? Ruim duizend bladzijden!" riep ze verwijtend uit, alsof hij persoonlijk aansprakelijk was voor de zenuwinstorting van een toekomstig promovendus. 
 "Tja, ik weet niet hoe dat is gekomen," zei Amit. "Ik ben niet zo gedisciplineerd. Maar ik moet ook niets van dikke boeken hebben; hoe beter ze zijn, des te erger het is. Als ze slecht zijn, krijg ik alleen maar ademnood van de moeite die het kost ze een paar minuten op te houden. Maar als ze goed zijn word ik een asociale idioot, weiger mijn kamer uit te komen, snauw en grauw als ik word onderbroken, laat bruiloften en begrafenissen voor wat ze zijn en maak mijn vrienden tot vijand. Ik heb nog steeds littekens van Middlemarch."

- Lata keek naar Savita en dacht: Savita is voor het huwelijk gemaakt. Ze schept er plezier in alles te doen wat nodig is voor een huishouden en een gezin, al die kleine, belangrijke zaken des levens. Ze is alleen rechten gaan studeren omdat Prans gezondheid haar geen keuze liet. Toen viel haar in dat Savita van wie dan ook zou hebben gehouden met wie ze getrouwd was, van iedereen die in de kern een goed mens was, ongeacht hoe lastig, ongeacht hoe anders dan Pran.

- "Hoe dan ook", zei Abdus Salaam, "de vooroordelen van slechte mensen zijn het probleem niet."
 "Ah, en wat is het probleem dan wel?" zei Mahesh Kapoor met een lichte glimlach.
 "Als het alleen slechte mensen waren die vooroordelen koesterden zou dat niet zo'n grote invloed hebben. De meeste mensen zouden hen niet willen imiteren - en daarom zouden zulke vooroordelen niet veel invloed hebben, behalve in uitzonderlijke tijden. De vooroordelen van goede mensen, die zijn juist zo gevaarlijk."

Haresh:
- Het zal je goed doen te horen dat ik geen paan meer eet. Kalpana heeft me laten weten dat jouw familie dat niet aantrekkelijk vindt, en wat ik er zelf ook van vind, ik heb besloten me in dit opzicht aan te passen. Ik hoop dat je onder de indruk bent van al mijn inspanningen om te vermehraïseren. 

- "... Zeg eens, wie van jullie is de oudste?"
 "Ik," zei Imtiaz.
 "Welnee," zei Meenakshi.
 "Ik verzeker u van wel, mevrouw Mehra. Vraag het maar aan mijn vader hier."
 "Hoe moet die dat nu weten?" zei Meenakshi. "Een bijzonder aardige man, van wie ik een beeldig lakdoosje heb gekregen, heeft me eens verteld dat volgens de Japanners de baby die als tweede komt de oudste is, want die bewijst zijn hoffelijkheid en grotere rijpheid door zijn jongere broertje voor te laten gaan."

  

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

Vikram Seth: De geschikte jongen 5: Delen 12-15

Vikram Seth: De geschikte jongen (India, 1993): 1357 blz: Vertaald door Christien Jonkheer & Babet Mossel (2008): Uitgeverij Van Oorschot: Delen 12-15: Blz 762-1091
 
De geschikte jongen by Vikram Seth
 
Citaten:
- De mensen vertellen een ander altijd wat die wil horen, niet wat ze werkelijk in het belang van die ander achten.

Over een masseur:
- Na nog wat knijpen en stompen zei hij: "Deze sesamolie is heel goed - hij heeft de verwarmende eigenschappen. Ik heb ook rijke klanten - veel marwari's in Calcutta kennen me. Ze zorgen niet voor het lichaam. Maar ik zeg, het lichaam is als de mooiste vooroorlogse auto, waarvan geen onderdelen te krijgen zijn op de markt. Daarom heeft het service en onderhoud nodig van een bekwame technicus, namelijk ..." en hij wees op zichzelf, "Maggu Gopal. En je moet je niet druk maken over onkosten. Zou je je Zwitserse horloge aan de onbekwame horlogeman geven omdat hij goedkoop is? Sommige mensen vragen bedienden, Ramu of Shamu, om massage te doen. Die denken dat het alleen in de olie zit."

- "Politici, begrijpt u, benoemen niet alleen liever middelmatige figuren op belangrijke posten omdat ze daar zelf gunstiger bij af zullen steken of omdat ze beducht zijn voor concurrentie, maar ook, begrijpt u, omdat iemand die op grond van verdienste is benoemd, vindt dat hem dat toekomt, terwijl een middelmatige figuur maar al te goed beseft dat dat niet zo is."
 
- "Volgens mij zou ons land er heel wat beter voorstaan als zij en u het zouden besturen en niet baoji en L.N. Agarwal," zei Veena.
 In plaats van Veena op de vingers te tikken voor die rebellie, zei mevrouw Kapoor alleen: "Ik denk het niet. Twee van die ongeletterde vrouwen ... we zouden niet eens een dossier kunnen lezen."
 "Maar u zou elkaar tenminste meer gunnen. Anders dan die mannen."
 "Welnee," zei haar moeder treurig. "Je weet niet half hoe kleinzielig vrouwen kunnen zijn. Als broers hebben besloten een gezamenlijk huishouden op te splitsen kunnen ze bezittingen ter waarde van lakhs [100.000] aan roepies soms met het grootste gemak binnen een paar minuten verdelen. Terwijl hun vrouwen in de gemeenschappelijke keuken dan zo'n heibel maken over de potten en pannen dat er bijna doden vallen."
 
- Het was aangenaam om geprezen te worden door iemand die van prijzen duidelijk niet zijn gewoonte maakte.

Arun Mehra over Haresh Khanna als huwelijkskandidaat voor Lata:
- Hij liet Rupa Mehra precies weten wat hij van zijn beoogde zwager dacht: een drammerig, ongelikt mannetje met veel te veel eigendunk. Met een laagje grauwe Midlands over de stinkende steegjes van Neel Darvaza. St.-Stephen noch de Londense cultuur had veel vat op hem gekregen. Hij kleedde zich opzichtig, bezat geen beschaafde omgangsvormen en zijn Engels was raar onidiomatisch voor iemand die het had gestudeerd en ook nog eens twee jaar in Engeland had gezeten. Bovendien zag Arun niet in hoe Khanna zich ooit in Aruns eigen kringen (de Calcutta Club, de renbaan van Tollygunge - de elite van Calcutta, zowel de Europese als Indiase) zou kunnen bewegen. Hij was ploegbaas - ploegbaas! - bij die Tsjechische schoenmakers. Zijn moeder kon toch niet werkelijk van mening zijn dat Khanna geschikt huwelijksmateriaal was voor een Mehra van hun klasse en achtergrond - om zo haar dochter mee de afgrond in te sleuren?

- "... Maar naar het schijnt kun je mensen niet met logica uit het hoofd praten wat ze ook nooit met logica is aangepraat."
 
- "... Beste chacha Nehru, had ik wel willen zeggen, dit is India, Hindoestan, Bharat, het land waar de pressiegroep eerder is uitgevonden dan het cijfer nul. Als zelfs het hart al in vieren is gedeeld, hoe kunt u van ons Indiërs dan verwachten dat we ons in minder dan vierhonderd partijen verdelen?"
 
Lees verder in deel 6 van deze bespreking.
 
  

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

Vikram Seth: De geschikte jongen 4: Delen 8-11

Vikram Seth: De geschikte jongen (India, 1993): 1357 blz: Vertaald door Christien Jonkheer & Babet Mossel (2008): Uitgeverij Van Oorschot: Delen 8-11: Blz 505-761
 
De geschikte jongen by Vikram Seth
 
Citaten:
- Slechts twee families hadden een eigen pomp: die van Rasheed en nog een. De rest van de bevolking, alles bij elkaar een stuk of vierhonderd gezinnen, haalden hun water uit een van de drie putten: de put voor de moslims op een open plek bij een neemboom; de kastenput voor de hindoes op een open plek bij een vijgeboom; en de put voor kasteloze hindoes ofwel onaanraakbaren aan de buitenste rand van het dorp tussen een dicht opeengepakt groepje leemhutten niet ver van een looikuil.

- Haresh stond Rupa Mehra inderdaad aan. Wat haar beviel was zijn levenslust, zijn onafhankelijkheid van zijn familie (al sprak hij met warmte over hen) en zijn goed verzorgde uiterlijk. Veel jongens zagen er tegenwoordig zo slonzig uit. En een beslissende factor in Haresh' voordeel was zijn naam. Een Khanna moest wel een khatri zijn.

- Op het ogenblik bestond het leven van Haresh uit weinig anders dan werk; India was geen Engeland, waar je probleemloos meisjes kon ontmoeten zonder dat er iemand bij was.

- Na een poosje waren ze in Salimpur. Ze hadden met de anderen afgesproken bij een zaak in stoffen en andere artikelen. Maar het was bomvol in de smalle drukke straatjes van Salimpur, vanwege de wekelijkse marktdag. Straatventers, marskramers, alle mogelijke soorten kooplui, slangenbezweerders met hun versufte cobra's, kwakzalvers, blikslagers, fruitverkopers met manden vol mango's en lychees op hun hoofd, suikerbakkers met hun dik met vliegen bedekte barfi's, laddu's en jalebi's, en een groot deel van de inwoners van zowel Salimpur als vele omringende dorpen had zich het centrum van de stad in weten te persen.
 
- De bus was zo aftands dat hij het om de paar minuten begaf. Hij was van een pottenbakker die nogal opzienbarend van beroep was veranderd; zo opzienbarend zelfs dat zijn plaatselijke kastebroeders hem niet meer wilden kennen, tot ze zijn bus onontbeerlijk vonden om naar het station te kunnen. De pottenbakker bestuurde en onderhield hem, voederde en drenkte hem, stelde de oorzaak van zijn geproest en schijndoodsrochel vast en loodste zijn karkas met zachte hand over de weg. Uit de motor stegen grijsblauwe rookwolken op, uit het oliereservoir lekte ruwe olie, telkens als hij remde verzengde de stank van brandend rubber de lucht en om de twee uur had hij wel een lege of lekke band. De weg, die voornamelijk uit halfsteens gelegde bakstenen bestond, was een en al kuil, en de wielen hadden niet de flauwste herinnering meer aan hun schokdempers. Rasheed had om de haverklap het gevoel dat hij gecastreerd dreigde te worden, en zijn knieën stootten steeds tegen de man voor hem, wiens stoel geen rugleuning meer had.
 
Lees verder in deel 5 van deze bespreking.
 
  

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

donderdag 14 december 2023

Vikram Seth: De geschikte jongen 3: Delen 4-7

Vikram Seth: De geschikte jongen (India, 1993): 1357 blz: Vertaald door Christien Jonkheer & Babet Mossel (2008): Uitgeverij Van Oorschot: Delen 4-7: Blz 199-504
 
De geschikte jongen by Vikram Seth
 
Citaten:
- Kedarnath merkte dat Haresh op het punt stond woedend uit te vallen. Hij voelde dat Haresh een bruusk en zeer onbevreesd man was, maar onbevreesdheid leek hem onpraktisch wanneer er wel degelijk iets te vrezen viel.

- Sunil herinnerde zich die keer dat hij en nog een stel vrienden Haresh - ergerlijk zelfverzekerd als altijd - hadden uitgedaagd om van een afstand het merk te noemen van alle vijftig auto's die vanwege een of andere officiële ontvangst voor het universiteitsgebouw geparkeerd stonden. Haresh had zich niet éénmaal vergist. Gezien zijn nagenoeg onfeilbare geheugen voor voorwerpen was het vreemd dat hij met maar een matig gemiddelde voor zijn doctoraal Engels was geslaagd en zijn scriptie voor poëzie had ontsierd met tal van onjuiste citaten.

- "... O, maar jullie kennen elkaar nog niet," zei Sunil nu in het Hindi. "Haresh Khanna ... Pran Kapoor. Jullie hebben allebei Engelse letterkunde gestudeerd, en ik ben nog nooit iemand tegengekomen die daar meer van weet dan de een of minder van weet dan de ander."

Over Bhaskar, de 9-jarige jongen met veel aanleg voor wiskunde:
- Toen Haresh een uur later terugkwam kreeg hij het gevoel dat hij een indringer was. Ze zaten inmiddels samen aan de eettafel, waarop onder andere enkele musammi's lagen, een paar musammischillen, een groot aantal tandenstokers in verschillende configuraties, een omgekeerde asbak, een paar in wonderlijk gekronkelde lussen aan elkaar gelegde stroken krantenpapier en een paarse vlieger. De rest van het tafelblad was bedekt met in geel krijt neergeschreven vergelijkingen.

- Rechter Chatterji was geen methodisch man, maar zijn vijf kinderen had hij keurig om en om mannelijk en vrouwelijk geproduceerd: Amit, Meenakshi (die met Arun Mehra was getrouwd), Dipankar, Kakoli en Tapan. Geen van hen had een baan, maar allen hadden wel een bezigheid. Amit schreef gedichten, Meenakshi speelde canasta, Dipankar zocht naar de Zin van het Leven, Kakoli hield de telefoon aan het werk en Tapan, met zijn dertien jaar een stuk jonger dan de rest, zat op de prestigieuze kostschool Jheel.

Over Cuddles, de hond van de Chatterji's:
- "Waar is Cuddles?" vroeg Amit halverwege de trap.
 "O," antwoordde Dipankar vaag. "dat weet ik niet."
 "Hij zou weleens iemand kunnen bijten."
 "Ja," beaamde Dipankar, niet al te verontrust bij die gedachte.
 Cuddles was geen gastvrije hond. De Chatterji's hadden hem nu ruim tien jaar, en in die tijd had hij zijn tanden gezet in Biswas babu, een paar kinderen (vriendjes en vriendinnetjes van school die kwamen spelen), een aantal juristen (die bij rechter Chatterji thuis kwamen vergaderen in diens tijd bij de balie), een zakenman, een arts die op huisbezoek kwam, en de gebruikelijk melange van postbodes en elektriciens.

Een Engelsman, Jock Mackay, over de Indiërs:
- "Ja. Maar een aardig volk, hoor: ze slijmen, roddelen, snoeven, weten alles beter, vinden zichzelf geweldig, hebben lak aan de wet, kruipen voor autoriteit, rijden als gekken en rochelen maar raak ... Ik had ooit nog wel meer puntjes op mijn klachtenlijstje staan, maar die ben ik vergeten."
 
- "Echt, Ma," ging Kakoli verder, "als je Tagore leest is het net of je met de schoolslag door de stroop moet zwemmen."
 
- Arun Mehra genoot van uitleggen - zich laten uitleggen beviel hem heel wat minder. Hij wekte graag de indruk alles te weten wat de moeite waard was, en het was hem nagenoeg gelukt dat zelf ook te geloven.
 
- "Studeren geeft een goede discipline," zei Rupa Mehra. "Je hebt er inzet voor nodig. Je vader zei altijd dat het niet uitmaakt wat je studeert. Zolang je het maar intensief doet, sterkt het de geest."
 
Over gedichten die Amit zo belabberd vond dat hij ze heeft verbrand:
 
- "Het waren verfoeilijke gedichten," zei Amit ter rechtvaardiging. "Beschamend slecht. IJdel, onoprecht."

 "Gedichten die ik niet verduur
 Werp ik ten offer aan het vuur,"

zei Kuku.

 "Van apekool tot hyperbool
 ik spoel ze weg door het riool,"

vulde Amit aan.
 "Heb je ook Chatterji's die geen spotrijmpjes maken?" vroeg Lata onverklaarbaar geërgerd. Waren ze dan nooit eens serieus? Hoe konden ze over zulke hartverscheurende zaken grapjes maken?
 "Jawel, ma en baba," zei Kuku. "Want die hebben Amit niet als oudste broer gehad. En Dipankar is er iets minder goed in dan de rest. Ons komt het aanwaaien, net zoals je een raga zingt als je die maar vaak genoeg gehoord hebt. Iedereen verbaast zich erover, maar het verbaast ons juist dat Dipankar het niet kan. Of maar één keer in de vier weken of zo, als hij zijn poëtische maandstonde heeft ..."
 
 "Uit de oude of de nieuwe doos -
 ze rijmen altijd grandioos,"
 
kirde Kakoli. die ze met zo'n verbijsterende frequentie uitbraakte dat ze Kakoliversjes waren gaan heten, al was Amit de aanstichter.
 
Lees verder in deel 4 van deze bespreking.
 
      

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

Vikram Seth: De geschikte jongen 2: Delen 1-3

Vikram Seth: De geschikte jongen (India, 1993): 1357 blz: Vertaald door Christien Jonkheer & Babet Mossel (2008): Uitgeverij Van Oorschot: Delen 1-3: Blz 1-198
 
De geschikte jongen by Vikram Seth

Twee lange citaten:
 
Een beschrijving van de bruiloft van Pran en Savita:
- Toen de kransen eenmaal waren uitgewisseld, schonk niemand verder veel aandacht aan de eigenlijke huwelijksrituelen. Die zouden nog bijna een uur lang doorgaan terwijl de gasten kwetterend over de gazons van Prem Nivas ronddrentelden. Ze lachten, ze drukten elkaar de hand of brachten hun handen samen tegen hun voorhoofd; ze versmolten tot groepjes, de mannen hier, de vrouwen daar; ze warmden zich bij de met houtskool gevulde stenen oventjes die strategisch in de tuin stonden opgesteld, terwijl hun gebabbel zich verdichtte tot opstijgende wolkjes; ze bewonderden de veelkleurige lichtjes; ze lachten gehoorzaam als de fotograaf in het Engels mompelde "Even zo blijven staan, alstublieft!"; ze snoven diep de geur van bloemen, parfum en gekruide gerechten op; ze wisselden geboortes, sterfgevallen, politieke nieuwtjes en schandalen uit onder het bontgekleurde baldakijn achter in de tuin waaronder op lange tafels eten stond uitgestald; met volgeladen borden vielen ze vermoeid neer op stoelen om onvermoeibaar toe te tasten. Bedienden, sommigen in witte livrei, anderen in kaki, brachten vruchtensap, thee, koffie en hapjes rond aan de gasten die in de tuin stonden: samosa's, kachauri's, laddu's, gulab-jamuns, barfi's, gajak en ijs werden geconsumeerd en aangevuld, samen met puri's en zes soorten groente. Vrienden die elkaar in maanden niet hadden gezien vielen elkaar onder luide kreten in de armen, verwanten die elkaar alleen op bruiloften en begrafenissen zagen omhelsden elkaar wenend en wisselden de laatste nieuwtjes over achterachterneven uit. Lata's tante uit Kanpur, ontzet over de huidskleur van de bruidegom, had het met een tante uit Lucknow over "de zwarte kleinkinderen van Rupa" alsof die er al waren. Ze maakten geweldige ophef over Aparna, ongetwijfeld het laatste blanke kleinkind van Rupa, en prezen haar nog toen ze pistache-ijs op haar lichtgele truitje van kasjmier morste. De onbehouwen dorpskinderen uit Rudhia renden schreeuwend rond alsof ze pitthu speelden op hun boerenerf. En de klaaglijke feestmuziek van de shahnai was weliswaar verstomd, maar de vrolijke stemmen rezen ten hemel in een uitgelaten getater dat de niet ter zake doende zang van de rituelen overstemde.
 
Een beschrijving van een rit door Brahmpur:
- De tonga had maar net genoeg ruimte om vooruit te komen tussen de ossewagens, riksja's, fietsers en de dichte drommen voetgangers op de weg en het trottoir, dat ze deelden met kappers die in de open lucht hun werk deden, waarzeggers, wiebelige theekraampjes, groentestalletjes, apentemmers, ooruitspuiters, zakkenrollers, loslopende koeien, een enkele slaperige, in verschoten kaki ronddrentelende politieagent, van zweet druipende mannen die onvoorstelbaar zware ladingen koperen of ijzeren stangen, glas of oud papier op hun rug vervoerden en er op de een of andere manier in slaagden met hun waarschuwingskreten - "Uit de weg! Uit de weg!" - de herrie te overstemmen, koperslagerijtjes en stoffenzaakjes (waarvan de eigenaars aarzelende klanten roepend en gebarend naar binnen trachtten te lokken), de smalle gebeeldhouwde stenen ingang van de Engelstalige Tinny Tots School die uitkwam op de binnenplaats voor de verbouwde haveli van een aan lager wal geraakte vorst, en bedelaars - jong en oud, agressief of gelaten, leproos, verminkt of blind - die bij het vallen van de avond stilletjes de Nabiganj bezetten en aan de politie probeerden te ontkomen terwijl ze de rijen voor de bioscopen afwerkten. Er krasten kraaien, in vodden gehulde kleine loopjongens renden af en aan (eentje hield, tussen de menigte door zigzaggend, een goedkoop blikken dienblad met zes vuile glaasjes thee in de lucht), aapjes sprongen kwetterend rond in het ritselende lover van een grote pipalboom en trachtten om onoplettende klanten te beroven wanneer ze wegliepen van het goedbewaakte fruitstalletje, vrouwen schuifelden met of zonder bijbehorende man rond in anonieme boerka's of kleurige sari's, bij een chaat-kraampje hingen een paar studenten die elkaar van nog geen halve meter afstand toescheeuwden, uit gewoonte of om zich verstaanbaar te maken, schurftige, bijterige honden werden weggetrapt, graatmagere , mauwende katten kregen stenen naar hun kop en overal streken vliegen neer: op stinkende hopen rottend afval, op de onbedekte lekkernijen van de snoepkraam, waar in enorme ronde pannen verrukkelijke jalebi's lagen te sissen in de ghee, op de gezichten van de in sari geklede - maar niet op die van de in boerka gehulde - vrouwen, en rond de neusgaten van het paard dat met zijn door oogkleppen afgeschermde hoofd schudde terwijl het zich door Oud-Brahmpur een weg naar de Barsaat Mahal probeerde te banen.
 
Ik geef nog een aantal kortere citaten plus een langer citaat ter afsluiting:

- "Wie was die Cad met wie je stond te praten?" vroeg ze nieuwsgierig aan Lata.
 Dat was minder erg dan het klonk. De studenten van Brahmpur bedoelden er niet mee dat de man in kwestie een cad, een schoft, was, maar gebruikten het woord - afgeleid van Cadbury Chocolate - als jargon voor knappe jongens.

- Met Ma valt niet redelijk te praten, ze zet gewoon de waterlanderskraan open.

- De traag bewegende rug van de ayah ergerde Meenakshi om de een of andere reden en ze dacht: We moeten de T.B. echt vervangen. Ze is volkomen nodeloos seniel. T.B. was de afkorting die Arun en zij voor de ayah gebruikten en Meenakshi lachte van plezier toen ze terugdacht aan die keer aan het ontbijt dat Arun van het cryptogram in de Statesman had opgekeken om te zeggen: "Zeg, werk die tandeloze bes eens de kamer uit. Zo smaakt mijn omelet me niet." Sindsdien was Miriam altijd de T.B. gebleven. Het leven met  Arun zat vol met zulke heerlijke onverwachte momenten dacht Meenakshi. Kon het maar altijd zo zijn.

- Maan was dol op Bhaskar en mocht hem graag rekensommen toewerpen, zoals je een afgerichte zeehond een bal toewerpt.

- Toen mijn vriendin Priya op de bruiloft van Pran kwam zag de tuin er zo mooi uit dat ze zei: "Ik heb het gevoel alsof ik uit een kooi ben gelaten." Zij heeft niet eens een daktuin, het arme kind. En ze mag nog bijna nooit het huis uit ook. "Met de draagstoel erin, op de lijkbaar eruit", zo vergaat het de schoondochters daar in huis.

Malati noemt een jongen die belangstelling voor Lata heeft een "Arm gekookt aardappeltje".

- ... en lachte toen naar Nowrojee, die wegdook in zijn stoel als een musje dat schuilt voor een orkaan.

- "En wat was dat andere verhaal dat je me zou vertellen, over Akbar en Birbal?" vroeg Lata.
 "Akbar en Birbal?" vroeg Kabir.
 "Niet vandaag - bij het concert."
 "O" zei Kabir. "Heb ik dat gezegd? Maar daar zijn zoveel verhalen over. Over welk had ik het dan? Ik bedoel, in wat voor verband zei ik het dan?"
 Hoe is het mogelijk dat hij zich die opmerkingen van hem die ik nog zo goed weet zelf niet herinnert? dacht Lata.
 "Volgens mij kwam het omdat mijn vriendinnen en ik je aan kwetterende papegaaien deden denken."
 "O. ja." Het gezicht van Kabir lichtte op bij de herinnering. "Het verhaal gaat als volgt. Akbar verveelde zich, dus vroeg hij zijn hovelingen hem eens iets echt verbazingwekkends te vertellen - maar dan niet iets wat ze van horen zeggen hadden, maar wat ze zelf hadden meegemaakt. Het verbazingwekkendste verhaal van allemaal zou een prijs krijgen. Zijn hovelingen en raadsheren kwamen aandragen met een keur van verbazingwekkende feiten - de gebruikelijke. De een vertelde dat hij een olifant doodsbang had zien trompetteren bij de aanblik van een mier. De ander dat hij een schip  door de lucht had zien vliegen. Weer een ander dat hij een sjeik had ontmoet die begraven schatten in de grond kon zien liggen. De volgende dat hij een buffel met drie koppen had gezien. Enzovoort, enzovoort. Toen Birbal aan de beurt was, zweeg hij. Ten slotte gaf hij toe dat hij die dag op weg naar het hof iets ongebruikelijks had gezien: een stuk of vijftig vrouwen die bij elkaar zaten onder een boom, zonder een woord te zeggen. Iedereen was het er meteen over eens dat de prijs aan Birbal toekwam." Kabir gooide schaterend zijn hoofd in zijn nek.
 
Lees verder in deel 3 van deze bespreking.
 
      

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

woensdag 13 december 2023

Vikram Seth: De geschikte jongen 1: Inleiding

Vikram Seth: De geschikte jongen (India, 1993): 1357 blz: Vertaald door Christien Jonkheer & Babet Mossel (2008): Uitgeverij Van Oorschot
 
De geschikte jongen by Vikram Seth
 
"De geschikte jongen" is een Tolstojaanse familiekroniek die zich afspeelt in India in de jaren 1951 en 1952, een paar jaar na de onafhankelijkheid. De roman is Tolstojaans in omvang en ook Tolstojaans in de manier waarop de personages worden beschreven en waardoor een hele samenleving tot leven komt.

Het boek opent met mevrouw Rupa Mehra die op de bruiloft van haar oudste dochter Savita tegen haar jongste dochter Lata zegt: "Ook jij gaat trouwen met een jongen die ik heb uitgezocht". 
 
In "De geschikte jongen" worden de verwikkelingen van 4 families beschreven die onderling met elkaar verbonden zijn. Je hebt de familie Mehra. Moeder Rupa is haar man Raghubir verloren en heeft 2 zoons: Arun en Varun en 2 dochters: Savita en Lata (de eerste hoofdpersoon). 
 
Dan heb je nog drie andere families: de familie Kapoor, bestaande uit minister van financiën Mahesh en zijn vrouw en hun kinderen Veena, Pran en Maan (de tweede hoofdpersoon), de familie Chatterji, met de vader die rechter is en de kinderen Amit, Meenakshi, Dipankar, Kakoli en Tapan en tenslotte de familie Khan (een moslimfamilie) met een vader die grootgrondbezitter is en zijn dochter Zainab en zijn tweelingzonen Imtiaz en Firoz. Het klinkt erg onoverzichtelijk, maar gelukkig staan voorin het boek de stambomen van deze 4 families. 
 
De andere personages zijn of rechtstreeks of zijdelings met Lata of Maan verbonden. In het boek zit veel couleur locale (er komen veel Indiase termen in voor en achterin het boek staat een uitgebreide woordenlijst), het heeft een lichte toon die mij uitermate goed bevalt, bevat veel humor en het leest erg makkelijk weg. Een criticus beschuldigde Vikram Seth van "crowdpleasing". Het was bedoeld als kritiek, maar in feite is het een groot compliment, het betekent dat Vikram Seth toegankelijk schrijft voor een groot publiek. 

Ik heb "De geschikte jongen" twee keer  eerder in zijn geheel gelezen. De eerste keer in het Engels in 1999 en de tweede keer in 2008 net nadat het boek in Nederland was verschenen. Vorig jaar heb ik de eerste 200 bladzijden herlezen voor een voorlopige bespreking

"De geschikte jongen" is één van mijn absoluut favoriete romans (met de ook al zeer lijvige romans "Anna Karenina", "Oorlog en vrede" en "Op zoek naar de verloren tijd"). Ik vind ook dat het boek geweldig is vertaald in het Nederlands. 
 
Het vertelplezier spat van de bladzijden af en het boek is een genoegen om te lezen. Bij de BBC hebben ze een televisieserie gemaakt naar het boek. Die zal ik vast ook nog wel een keer bekijken en bespreken. 
 
Vikram Seth heeft nog meer mooie boeken geschreven: het reisverhaal "From Heaven Lake", de roman in verzen "De Golden Gate" en de romans "Verwante stemmen" en "Twee levens", maar wat mij betreft is "De geschikte jongen" zijn absolute meesterwerk. 
 
De komende dagen publiceer ik nog vijf stukjes met citaten uit het boek zodat jullie zelf een oordeel kunnen vellen over de schrijfstijl van Vikram Seth. 

Lees verder in deel 2 van deze bespreking.

  

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

donderdag 16 juni 2022

Vikram Seth: De geschikte jongen

Vikram Seth: De geschikte jongen (India, 1993): 1357 blz: Vertaald door Christien Jonkheer & Babet Mossel (2008): Uitgeverij Van Oorschot
 
De geschikte jongen by Vikram Seth
 
"De geschikte jongen" is een zeer lijvige familiekroniek die zich afspeelt in India in het begin van de jaren 50, een paar jaar na de onafhankelijkheid. 

Het boek opent met mevrouw Rupa Mehra die op de bruiloft van haar oudste dochter Savita tegen haar jongste dochter Lata zegt: "Ook jij gaat trouwen met een jongen die ik heb uitgezocht". 
 
In "De geschikte jongen" worden de verwikkelingen van 4 families beschreven die onderling met elkaar verbonden zijn. Je hebt de familie Mehra. Moeder Rupa is haar man verloren en heeft 2 zoons: Arun en Varun en 2 dochters: Savita en Lata. Dan heb je nog drie andere families: de familie Kapoor, de familie Khan (een moslimfamilie) en de familie Chatterji. Het klinkt erg onoverzichtelijk, maar gelukkig staan voorin het boek de stambomen van deze 4 families. 

De hoofdpersoon van het boek is Lata, alle andere personages zijn of rechtstreeks of zijdelings met haar verbonden. In het boek zit veel coleur locale (er komen veel Indiase termen in voor en achterin het boek staat een woordenlijst), het bevat veel humor en het leest als een trein. Een criticus beschuldigde Vikram Seth van "crowdpleasing". Het was bedoeld als kritiek, maar in feite is het een groot compliment, het betekent dat Seth toegankelijk schrijft voor een groot publiek. 

Ik heb "De geschikte jongen" twee keer  eerder in zijn geheel gelezen. De eerste keer in het Engels en de tweede keer in 2008 in het Nederlands. Nu heb ik alleen de eerste 3 van de 19 delen gelezen (tot en met bladzijde 198), wat mij voor het moment genoeg lijkt voor een bespreking. Ik heb momenteel niet zo'n zin in dikke romans en bewaar de rest voor later. 

"De geschikte jongen" is één van mijn absoluut favoriete romans (met de ook al zeer lijvige romans "Anna Karenina", "Oorlog en vrede" en "Op zoek naar de verloren tijd"). Ik vind dat het boek ook geweldig is vertaald in het Nederlands. Er komen veel dialogen voor in het boek en die klinken allemaal heel natuurlijk.

Twee lange citaten:
 
Een beschrijving van de bruiloft van Pran en Savita:
- Toen de kransen eenmaal waren uitgewisseld, schonk niemand verder veel aandacht aan de eigenlijke huwelijksrituelen. Die zouden nog bijna een uur lang doorgaan terwijl de gasten kwetterend over de gazons van Prem Nivas ronddrentelden. Ze lachten, ze drukten elkaar de hand of brachten hun handen samen tegen hun voorhoofd; ze versmolten tot groepjes, de mannen hier, de vrouwen daar; ze warmden zich bij de met houtskool gevulde stenen oventjes die strategisch in de tuin stonden opgesteld, terwijl hun gebabbel zich verdichtte tot opstijgende wolkjes; ze bewonderden de veelkleurige lichtjes; ze lachten gehoorzaam als de fotograaf in het Engels mompelde "Even zo blijven staan, alstublieft!"; ze snoven diep de geur van bloemen, parfum en gekruide gerechten op; ze wisselden geboortes, sterfgevallen, politieke nieuwtjes en schandalen uit onder het bontgekleurde baldakijn achter in de tuin waaronder op lange tafels eten stond uitgestald; met volgeladen borden vielen ze vermoeid neer op stoelen om onvermoeibaar toe te tasten. Bedienden, sommigen in witte livrei, anderen in kaki, brachten vruchtensap, thee, koffie en hapjes rond aan de gasten die in de tuin stonden: samosa's, kachauri's, laddu's, gulab-jamuns, barfi's, gajak en ijs werden geconsumeerd en aangevuld, samen met puri's en zes soorten groente. Vrienden die elkaar in maanden niet hadden gezien vielen elkaar onder luide kreten in de armen, verwanten die elkaar alleen op bruiloften en begrafenissen zagen omhelsden elkaar wenend en wisselden de laatste nieuwtjes over achterachterneven uit. Lata's tante uit Kanpur, ontzet over de huidskleur van de bruidegom, had het met een tante uit Lucknow over "de zwarte kleinkinderen van Rupa" alsof die er al waren. Ze maakten geweldige ophef over Aparna, ongetwijfeld het laatste blanke kleinkind van Rupa, en prezen haar nog toen ze pistache-ijs op haar lichtgele truitje van kasjmier morste. De onbehouwen dorpskinderen uit Rudhia renden schreeuwend rond alsof ze pitthu speelden op hun boerenerf. En de klaaglijke feestmuziek van de shahnai was weliswaar verstomd, maar de vrolijke stemmen rezen ten hemel in een uitgelaten getater dat de niet ter zake doende zang van de rituelen overstemde.
 
Een beschrijving van een rit door Brahmpur:
- De tonga had maar net genoeg ruimte om vooruit te komen tussen de ossewagens, riksja's, fietsers en de dichte drommen voetgangers op de weg en het trottoir, dat ze deelden met kappers die in de open lucht hun werk deden, waarzeggers, wiebelige theekraampjes, groentestalletjes, apentemmers, ooruitspuiters, zakkenrollers, loslopende koeien, een enkele slaperige, in verschoten kaki ronddrentelende politieagent, van zweet druipende mannen die onvoorstelbaar zware ladingen koperen of ijzeren stangen, glas of oud papier op hun rug vervoerden en er op de een of andere manier in slaagden met hun waarschuwingskreten - "Uit de weg! Uit de weg!" - de herrie te overstemmen, koperslagerijtjes en stoffenzaakjes (waarvan de eigenaars aarzelende klanten roepend en gebarend naar binnen trachtten te lokken), de smalle gebeeldhouwde stenen ingang van de Engelstalige Tinny Tots School die uitkwam op de binnenplaats voor de verbouwde haveli van een aan lager wal geraakte vorst, en bedelaars - jong en oud, agressief of gelaten, leproos, verminkt of blind - die bij het vallen van de avond stilletjes de Nabiganj bezetten en aan de politie probeerden te ontkomen terwijl ze de rijen voor de bioscopen afwerkten. Er krasten kraaien, in vodden gehulde kleine loopjongens renden af en aan (eentje hield, tussen de menigte door zigzaggend, een goedkoop blikken dienblad met zes vuile glaasjes thee in de lucht), aapje sprongen kwetterend rond in het ritselende lover van een grote pipalboom en trachtten om onoplettende klanten te beroven wanneer ze wegliepen van het goedbewaakte fruitstalletje, vrouwen schuifelden met of zonder bijbehorende man rond in anonieme boerka's of kleurige sari's, bij een chaat-kraampje hingen een paar studenten die elkaar van nog geen halve meter afstand toescheeuwden, uit gewoonte of om zich verstaanbaar te maken, schurftige, bijterige honden werden weggetrapt, graatmagere , mauwende katten kregen stenen naar hun kop en overal streken vliegen neer: op stinkende hopen rottend afval, op de onbedekte lekkernijen van de snoepkraam, waar in enorme ronde pannen verrukkelijke jalebi's lagen te sissen in de ghee, op de gezichten van de in sari geklede - maar niet op die van de in boerka gehulde - vrouwen, en rond de neusgaten van het paard dat met zijn door oogkleppen afgeschermde hoofd schudde terwijl het zich door Oud-Brahmpur een weg naar de Barsaat Mahal probeerde te banen.
 
Ik geef nog een aantal kortere citaten plus een langer citaat ter afsluiting:

- "Wie was die Cad met wie je stond te praten?" vroeg ze nieuwsgierig aan Lata.
 Dat was minder erg dan het klonk. De studenten van Brahmpur bedoelden er niet mee dat de man in kwestie een cad, een schoft, was, maar gebruikten het woord - afgeleid van Cadbury Chocolate - als jargon voor knappe jongens.

- Met Ma valt niet redelijk te praten, ze zet gewoon de waterlanderskraan open.

- De traag bewegende rug van de ayah ergerde Meenakshi om de een of andere reden en ze dacht: We moeten de T.B. echt vervangen. Ze is volkomen nodeloos seniel. T.B. was de afkorting die Arun en zij voor de ayah gebruikten en Meenakshi lachte van plezier toen ze terugdacht aan die keer aan het ontbijt dat Arun van het cryptogram in de Statesman had opgekeken om te zeggen: "Zeg, werk die tandeloze bes eens de kamer uit. Zo smaakt mijn omelet me niet." Sindsdien was Miriam altijd de T.B. gebleven. Het leven met  Arun zat vol met zulke heerlijke onverwachte momenten dacht Meenakshi. Kon het maar altijd zo zijn.

- Maan was dol op Bhaskar en mocht hem graag rekensommen toewerpen, zoals je een afgerichte zeehond een bal toewerpt.

- Toen mijn vriendin Priya op de bruiloft van Pran kwam zag de tuin er zo mooi uit dat ze zei: "Ik heb het gevoel alsof ik uit een kooi ben gelaten." Zij heeft niet eens een daktuin, het arme kind. En ze mag nog bijna nooit het huis uit ook. "Met de draagstoel erin, op de lijkbaar eruit", zo vergaat het de schoondochters daar in huis.

Malati noemt een jongen die belangstelling voor Lata heeft een "Arm gekookt aardappeltje".

- ... en lachte toen naar Nowrojee, die wegdook in zijn stoel als een musje dat schuilt voor een orkaan.

- "En wat was dat andere verhaal dat je me zou vertellen, over Akbar en Birbal?" vroeg Lata.
 "Akbar en Birbal?" vroeg Kabir.
 "Niet vandaag - bij het concert."
 "O" zei Kabir. "Heb ik dat gezegd? Maar daar zijn zoveel verhalen over. Over welk had ik het dan? Ik bedoel, in wat voor verband zei ik het dan?"
 Hoe is het mogelijk dat hij zich die opmerkingen van hem die ik nog zo goed weet zelf niet herinnert? dacht Lata.
 "Volgens mij kwam het omdat mijn vriendinnen en ik je aan kwetterende papegaaien deden denken."
 "O. ja." Het gezicht van Kabir lichtte op bij de herinnering. "Het verhaal gaat als volgt. Akbar verveelde zich, dus vroeg hij zijn hovelingen hem eens iets echt verbazingwekkends te vertellen - maar dan niet iets wat ze van horen zeggen hadden, maar wat ze zelf hadden meegemaakt. Het verbazingwekkendste verhaal van allemaal zou een prijs krijgen. Zijn hovelingen en raadsheren kwamen aandragen met een keur van verbazingwekkende feiten - de gebruikelijke. De een vertelde dat hij een olifant doodsbang had zien trompetteren bij de aanblik van een mier. De ander dat hij een schip  door de lucht had zien vliegen. Weer een ander dat hij een sjeik had ontmoet die begraven schatten in de grond kon zien liggen. De volgende dat hij een buffel met drie koppen had gezien. Enzovoort, enzovoort. Toen Birbal aan de beurt was, zweeg hij. Ten slotte gaf hij toe dat hij die dag op weg naar het hof iets ongebruikelijks had gezien: een stuk of vijftig vrouwen die bij elkaar zaten onder een boom, zonder een woord te zeggen. Iedereen was het er meteen over eens dat de prijs aan Birbal toekwam." Kabir gooide schaterend zijn hoofd in zijn nek.
 
      

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

vrijdag 26 april 2019

2: Heimat

Heimat - Eine deutsche Chronik PosterGisterenavond (dit schreef ik zo'n 3 jaar geleden)  hebben ik en een vriend van mij het laatste deel bekeken van de Duitse serie Heimat. In totaal 5 series: Heimat, Heimat 2, Heimat 3, Heimat 4 en Die andere Heimat, bestaande uit 23 dvd's en zo'n 64 uur puur kijkgenot. We zijn in oktober 2014 begonnen met kijken, een- of tweemaal per week 40-60 minuten. Een langlopend project dus. Mijn vriend en ik zijn het erover eens dat Heimat zo'n beetje de mooiste televisie is die er maar bestaat.

Waar gaat Heimat over? In het kort gezegd komt het erop neer dat de familie Simon gedurende het verloop van de 20e eeuw gevolgd wordt. Je hebt de stamvader Matthias en moeder Catherine die in het dorpje Schabbach in de Hünsrück wonen. Zij hebben samen twee zoons: Paul en Eduard en een dochter Pauline. Paul trouwt met Maria, ze krijgen twee zoons: Anton en Ernst. Paul loopt op een dag weg en Maria blijft alleen achter met de kinderen. Later krijgt Maria van een andere man nog een zoon: Herman. In Heimat worden de drie zoons gevolgd van hun jeugdjaren tot aan de jaren 80.

Na het succes van Heimat, heeft Ernst Reitz Heimat 2 verfilmd. Dit speelt zich af in Munchen waar de jonge Herman studeert voor componist. Herman en zijn vriendenkring worden gevolgd.

In Heimat 3 keert Herman met zijn hervonden geliefde Clarissa terug naar zijn roots en laat hij een prachtig huis bouwen dat vanuit de hoogte op het Rijndal uitkijkt.

Heimat 4 is een verzameling losse fragmenten over de vrouwen die een rol spelen in de serie, gevolgd door een documentaire.

Wat maakt Heimat zo bijzonder? In de eerste plaats geeft de serie een goed beeld van hoe het was om in de 20e eeuw in Duitsland te wonen. Als het ware krijg je een soort les algemene geschiedenis. De serie oogt goed, hij is deels opgenomen in zwart-wit en deels in kleur, er komt veel muziek in voor en veel romantiek.
Dit stukje van mij is misschien een beetje onbeholpen, maar je mag van mij aannemen dat Heimat een bijzondere kijkervaring is. Ik heb alle delen inmiddels twee keer gezien (voor het eerst in korte tijd in augustus 2012) en ben van plan om de serie weer opnieuw te gaan bekijken en er dan nog wat uitgebreider over te schrijven. Wordt vervolgd dus.

Die Andere Heimat: Edgar Reitz (Duitsland, 2013): 225 minuten

Product DetailsIn 2012 heb ik alle drie de delen van de fantastische Duitse televisieserie Heimat  (55 uur!) gezien.

Heimat speelt zich af in het fictieve dorpje Schabbach in de Hunsruck waarin de familie Simon met hun 3 zoons gevolgd wordt vanaf ongeveer 1920 tot 2000.

Deze televisieserie vond ik verreweg de meest indrukwekkende die ik ooit gezien heb (toegegeven ik heb niet zo veel televisieseries gezien, ik kijk vaker naar losse films).

Tot mijn blijde verrassing kwam in 2013 Die andere Heimat uit, die te beschouwen is als een soort proloog op Heimat, maar ook heel goed zelfstandig bekeken kan worden.
In "Die andere Heimat" maken we kennis met de voorouders van de familie Simon met hun twee zoons Gustav en Jacob. Gustav is de harde werker die zijn vader helpt als smid en Jacob is de dromer die met zijn neus tussen de boeken zit en droomt van verre landen.

Het is de 19e eeuw, er zijn al een aantal jaren slechte oogsten geweest, er heerst honger en veel mensen uit de Hunsruck willen emigreren naar het verre Brazilïë, waar het altijd zomer is.

"Die andere Heimat" is prachtig gefilmd in zwart-wit, met hier en daar een klein kleuraccent. Edgar Reitz toont met deze film opnieuw zijn absolute meesterschap over zijn medium. Pluspunt van de film is ook dat hij verteld wordt in plaatselijk dialect, wat de authenticiteit verhoogt.

Ik heb de film inmiddels voor de 2e keer gezien en kan hem niet warm genoeg aanbevelen. Niet voor mensen die vooral van actie houden, maar voor liefhebbers van realistisch drama dat in een aangenaam rustig tempo wordt verteld.

Op IMDB:
Heimat (1984) (2.800, 8,8)
Heimat 2 (1992) (130, 8,6)
Heimat 3 (2004) (560, 8,1)
Die andere Heimat (2013) (1.200, 7,9)


 

vrijdag 19 april 2019

15: Shoah

Shoah (Frankrijk, 1985): 9 uur: Regisseur Claude Lanzmann

Shoah PosterDe grootste misdaad van de 20e eeuw is toch wel de Holocaust geweest, het vermoorden van zo'n 6 miljoen Joden door de Nazi-Duitsers tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Claude Lanzmann besloot om te onderzoeken hoe die vernietiging in zijn werk is gegaan. Hij filmde van 1974 tot 1985 en heeft uiteindelijk een documentaire van zo'n 9 uur lengte gemaakt.

In die documentaire bezoekt Lanzmann de plekken waar het gebeurt, ook als zoals bijvoorbeeld in Treblinka er niets meer bewaard is gebleven van de vernietigingskampen. In Treblinka ligt een grasveldje waar eens de crematoria van het kamp stonden.

Lanzmann interviewt de overlevenden: joden, omstanders en nazi's. Hij doet dat met behulp van een vrouwelijke tolk. Hij heeft 3 tolken in dienst gehad: voor vertalingen van en naar het Pools, Jiddisch en Hebreeuws. Lanzmann stelt de vraag in het Frans, die wordt ondertiteld in het Nederlands weergegeven. Dan stelt de tolk de vraag in de taal van de geïnterviewde, die antwoordt, de tolk vertaalt het antwoord weer in het Frans, en dat antwoord wordt in het Nederlands ondertiteld. Dat systeem werkt goed, je hebt zo even de tijd om over vraag en antwoord na te denken.

Lanzmann is een vasthoudende interviewer. Hij stelt geen algemene vragen, want hij is bang om dan nietszeggende antwoorden te krijgen. Hij stelt detailvragen, zoals: uit hoeveel wagons bestonden de treinen naar Auschwitz en Treblinka?, hoeveel mensen zaten er in iedere wagon?, hoe lang duurde het voordat een treinlading mensen was uitgeladen en vergast? De geïnterviewden hebben het er soms maar moeilijk mee, soms barsten ze in tranen uit, maar altijd weet Lanzmann het verhaal uit hen te trekken.

De beelden van de documentaire zijn op zich niet zo bijzonder maar in combinatie met de getuigenissen zorgt het voor een werk van grote klasse. Eigenlijk zou iedereen deze documentaire gezien moeten hebben!

Op IMDB krijgt "Shoah" van 7.500 mensen een waardering van 8,4!

   

 Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

maandag 23 oktober 2017

Elena Ferrante: De Napolitaanse romans

Elena Ferrante: De Napolitaanse romans, bestaande uit:

De Napolitaanse romans 1 - De geniale vriendin 



1) De geniale vriendin (Italië, 2011): 335 blz: Vertaald door Marieke van Laake (2013): Uitgeverij Wereldbibliotheek






De nieuwe achternaam 




2) De nieuwe achternaam (Italië, 2012): 473blz: Vertaald door Marieke van Laake (2015): Uitgeverij Wereldbibliotheek






De Napolitaanse romans 3 - Wie vlucht en wie blijft 




3) Wie vlucht en wie blijft (Italië, 2013): 407 blz: Vertaald door Marieke van Laake (2016): Uitgeverij Wereldbibliotheek





De Napolitaanse romans 4 - Het verhaal van het verloren kind 




4) Het verhaal van het verloren kind (Italië, 2014): 472 blz: Vertaald door Marieke van Laake (2016): Uitgeverij Wereldbibliotheek







Zoals dat gaat met hypes loop ik weer eens achter. Terwijl bijna iedere blogger op zijn minst het eerste deel van "De Napolitaanse romans" al heeft gelezen en besproken, kom ik achteraan gesloft. Veel over de inhoud zal ik hier niet vertellen, lees daarvoor de prachtige besprekingen van met name Bettina en Tony (in het Engels).
 
De afgelopen weken heb ik zitten lezen in "De Napolitaanse romans" van Elena Ferrante. Deze romans werden me van alle kanten aanbevolen. Wie Elena Ferrante is, was lange tijd onduidelijk. Nu denkt men dat de boeken door een man geschreven zijn. Omdat de romans vooral over vrouwenlevens gaan, moet die man zich daar dan wel heel erg goed hebben kunnen inleven.

Het eerste deel "De geniale vriendin" vond ik geweldig. Het gaat over de vriendschap tussen de schrijfster Elena (door iedereen Lenu genoemd) en haar vriendin Lila (alleen zo genoemd door Elena, ze heet eigenlijk Lina) vanaf de leeftijd van 10 jaar tot het moment waarop Lila op 16-jarige leeftijd trouwt. Het zijn vriendinnen van de lagere school. Elena kan goed leren, maar ze staat in de schaduw van Lila die pas echt slim is. Lila wordt van school gehaald, maar Elena mag tot haar grote geluk verder studeren. Een groot deel van de 4 romans probeert Elena uit de schaduw van Lila te komen die net iets slimmer en ook aantrekkelijker voor de jongens is. Deze vriendschap wordt zeer overtuigend beschreven, nooit eerder las ik een zo overtuigend boek over de vriendschap tussen twee jonge vrouwen.

"De Napolitaanse romans" zijn sowieso relatieromans, alle relaties, zowel die tussen vrouw en vrouw, als die tussen man en vrouw worden zeer uitgebreid beschreven.In feite gaan de boeken nergens anders over. Zaken die het leven toch zeer veraangenamen zoals: het luisteren naar mooie muziek, het lezen van goede boeken, genieten van beeldende kunst, wandelen in de natuur, lekker eten en drinken komen nauwelijks aan bod in deze romans. Ook is er geen sprake van mooi geformuleerde zinnen, filosofische gedachten of enige vorm van levenswijsheid.

De stad Napels waar het grootste deel van de romans zich afspeelt komt niet tot leven, evenals de andere plaatsen (Milaan, Pisa, Florence, Rome) waar delen van de roman zich afspelen. Er wordt terloops vermeld dat Elena enige reizen maakt, met name voor haar werk, maar daar wordt ook niets bijzonders over vermeld. Het enige waar wel wat over verteld wordt is wanneer ze seks heeft, overigens in de meeste gevallen zonder daar veel plezier aan te beleven.

Ook is er geen enkele vorm van humor in het boek, zelfspot of relativering.Verder komt er erg veel geweld in de boeken voor, er worden nogal wat mensen in elkaar geslagen of zelfs vermoord.

Mijn slotconclusie moet toch zijn dat deze romans enigszins overgewaardeerd worden. Er valt zeker veel plezier aan te beleven, maar al het relatiegedoe is wat mij betreft iets te veel van het goede. Ook zouden de romans een flink stuk korter kunnen zijn.

Ik heb alle 4 de romans in een ruk achter elkaar gelezen. Dat zou ik andere lezers zeker niet aanbevelen. Het lijkt mij een beter idee om deze romans met flinke tussenpozen te lezen.

Dat de romans van mij ondanks alle dingen die gemist worden toch 5 sterren krijgen, is omdat de relaties tussen de verschillende personages voortreffelijk zijn uitgewerkt zodat je te maken krijgt met personen van vlees en bloed. Toch een aanrader dus!

   

dinsdag 3 oktober 2017

Michel de Montaigne: De essays: deel 3

Michel de Montaigne: De essays (Frankrijk, 1580): 1444 blz: Vertaald door Hans van Pinxteren (2004): Uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennep: deel 3: blz 1015-1444

De essays Voor een toelichting op "De essays" in zijn geheel zie mijn stukje bij deel 1.

In dit derde deel gaat Michel de Montaigne onverdroten verder met zijn essays.

Opnieuw erg citeerwaardig, hieronder een aantal van de mooiste citaten:

- Een openhartige manier van praten opent ook een ander de mond en maakt hem loslippig, zoals de wijn en de liefde.

- Een geleerd man is niet geleerd op elk gebied, maar een wijs man is wijs in alles, zelfs in zijn onwetendheid.

- Menigeen heeft de wereld in verbazing gebracht, terwijl zijn vrouw en zijn bedienden niets bijzonders in hem zagen. Maar weinigen worden bewonderd door hun huisgenoten.

- Elke wijsheid is dwaas die de algemene dwaasheid niet voor lief neemt.

- Wij moeten onze verlangens richten op de meest nabije, gemakkelijk bereikbare dingen, en ze daartoe beperken.

- In mijn jeugd heb ik mij in de boeken verdiept om indruk te maken; later, een beetje, om wijs te worden; en tegenwoordig om mij te vermaken; maar nooit om er fortuin mee te maken.

- Lezen heeft zo zijn nadelen, en nogal ernstige: het houdt de geest fit, maar het lichaam, dat eveneens om zorg en aandacht vraagt, blijft intussen werkeloos toezien, verkwijnt en verkommert.

- De geest brengt geen blijdschap voort wanneer het lichaam lijdt.

- Want een vrouw en een huwelijk danken hun goede naam niet aan het feit dat ze goed zijn, maar dat erover gezwegen wordt.

- Door een vesting te versterken, maak je de verovering daarvan des te waardevoller en begerenswaardiger.

- Om mensen om te brengen kiezen wij het open veld en het volle daglicht, om ze voort te brengen kruipen wij weg in een donker hoekje.

- Ik heb nog nooit meegemaakt dat een vrouw om de schoonheid van iemands geest, hoe wijs en rijp hij ook is, een hand wilde uitsteken naar zijn lichaam, als dit ook maar enigszins in verval was geraakt.

- Rechtspraak is er niet ter wille van de rechter, maar voor de rechthebbenden. Superieuren worden nooit aangesteld voor hun eigen belang, maar in het belang der ondergeschikten, zoals een dokter er voor de zieke en niet voor zichzelf is.

- Ik ben zozeer op mijn gemak gesteld dat ik het geluk niet afmeet naar zijn hoogte maar naar zijn haalbaarheid.

- Zelfkritiek wordt altijd geloofd, eigen roem nooit.

- Als ik ergens pijn in mijn hoofd van krijg, is het wel van stomkoppen, en ik zie liever de ondeugden van mijn mensen dan hun onbezonnenheid, hun lompheid en hun stompzinnigheid.

- Dagelijks hoor ik dwazen dingen zeggen die niet dwaas zijn.

- Iemand die daarentegen in zichzelf genoegen schept, die wat hij in handen heeft boven alles stelt en niets mooier vindt dan wat hij voor zich ziet, is misschien niet wijzer, maar zeker gelukkiger dan wij. En zo iemand benijd ik, niet om zijn wijsheid, maar om zijn geluk.

- Het is een slechte eigenschap dat wij onze achterstand op anderen meer betreuren dan dat wij ons verheugen op onze voorsprong op velen.

- Gewoonlijk antwoord ik degenen die mij vragen waarom ik reis, dat ik wel weet waar ik voor wegloop maar niet wat ik zoek.

- Andermans narigheid zal ons waarschijnlijk niet zo pijnlijk treffen als het eigen zeer.

- Vriendschappen die je geheel op eigen initiatief hebt aangeknoopt zijn gewoonlijk hechter dan die ontstaan zijn door een gemeenschappelijke woonplaats of door de banden des bloeds.

- Ik beleef niet echt een genoegen aan iets, zolang ik het niet met een ander delen kan.

- Met een zwakke maag heb je een streng en uitgekiend dieet nodig. Als je een sterke maag hebt, kun je eenvoudig eten waar je van nature trek in hebt.

- Niemand geeft aan anderen zijn geld weg, iedereen doet dat wel met zijn tijd en zijn leven. Er is niets anders waarmee wij zo verkwistend omspringen, terwijl tijd juist het enige is waarbij gierigheid wel prijzenswaardig en nuttig is.

- Wie totaal niet voor anderen leeft, leeft nauwelijks voor zichzelf.

- Materiële armoede valt gemakkelijk te verhelpen, geestelijke armoede nooit.

- Socrates zag eens hoe een grote hoeveelheid rijkdommen, juwelen en duur meubilair in processie door Athene werd gedragen, en hij zei: "Wat zijn er veel dingen die ik niet wil hebben."

- Zodra ik iets dat best waar kan zijn krijg te slikken als een onomstotelijke waarheid, lust ik het niet meer. Ik houd van woorden die de boudheid van onze beweringen temperen en verzachten: misschien, enigszins, ietwat, naar verluidt, ik geloof en dergelijke.

- Hoeveel natuurlijker is het niet dat ons verstand op een dwaalspoor is gezet door onze grillige, op hol geslagen geest dan dat iemand van ons, door een vreemde geest bezeten, in levenden lijve op een bezemsteel zijn schoorsteenpijp uit is gevlogen?

- Overeenkomstigheid maakt de dingen nooit zo eender als het verschil ze anders maakt.

- Hoezeer de ervaring ons ook tot voordeel kan strekken, toch zullen wij niet veel wijzer worden van het voorbeeld van anderen als wij niet profiteren van onze eigen ervaringen: want die zijn ons meer eigen en zullen ons zeker voldoende leren wat wij moeten weten.

- Je hebt heel sterke oren nodig om te kunnen luisteren naar openhartige kritiek op jezelf: maar weinigen kunnen dit verdragen zonder zich gekrenkt te voelen. Daarom: als iemand de moed heeft je zulke kritiek te leveren, getuigt dit van een bijzondere genegenheid.

- Zelfs koningen en wijsgeren kakken, en dames ook.

- Zo heb ik altijd veel meer geluisterd naar mijn genoegens dan naar welk medisch advies ook.

- Geen saus zo lekker en geen kruid zo pittig als het zout dat je uit goed gezelschap haalt.

- En zelfs op de hoogste troon ter wereld zit je nog altijd op je eigen gat.

De drie weken die ik heb doorgebracht met het herlezen van "De essays" waren een waar genoegen. Samen met de eerder dit jaar herlezen verhalen van Tsjechov het meest indrukwekkende wat ik ooit heb gelezen. Hopelijk hebben mijn lezers genoten van de vele citaten.

 

dinsdag 26 september 2017

Michel de Montaigne: De essays: deel 2

Michel de Montaigne: De essays (Frankrijk, 1580): 1444 blz: Vertaald door Hans van Pinxteren (2004): Uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennep: deel 2: blz 423-1011

De essaysOpvallend aan het tweede deel van de essays van Montaigne is het lange stuk van 230 bladzijden over Raymond Sebond.

Ik had nog nooit van de beste man gehoord. Volgens Arjen, een collega blogger van het zeer informatieve boeklog.info die het heeft nagezocht was Sebond een Spaanse geestelijke uit de vijftiende eeuw die  de stelling poneerde dat niet alleen de Bijbel de openbaring Gods was, maar ook alle natuur

Dit stuk vind ik het minst boeiende gedeelte van de essays, maar het levert evengoed nog wel een aantal prachtige citaten op zoals die van de hond en de kat. De overige 36 essays in dit tweede deel omvatten gemiddeld zo'n tien bladzijden.

Weer een aantal citaten:

- Als ik op verschillende manieren over mijzelf spreek, komt dit omdat ik op verschillende manieren naar mijzelf kijk. Alle tegenstellingen kan ik, afhankelijk van de omstandigheden en het standpunt dat ik inneem, in mijzelf ontdekken. Verlegen, brutaal; kuis, wellustig; praatziek, zwijgzaam; ijverig, laks; intelligent, dom; humeurig, opgewekt; leugenachtig, oprecht; kundig, onwetend; vrijgevig, zuinig en verkwistend; het zijn trekken die ik allemaal in mijzelf zie, al naar ik mij wend of keer.

- Iedereen tilt zwaar aan de zonden van zijn naaste, maar rekent die van hemzelf niet aan.

- Als er aan een onderscheiding die slechts eervol moet zijn geld en andere voordelen worden toegevoegd, zal dit het prestige niet vergroten, maar juist verlagen en er afbreuk aan doen.

- Toen de moeder van Thales hem als jongeman aanspoorde om te trouwen, antwoordde hij dat het daar nog te vroeg voor was, en toen hij al wat ouder werd, dat het daar te laat voor was. Zodra iets je niet goed uitkomt, zou je altijd moeten zeggen dat het nu niet het geschikte moment is.

- Over het algemeen doe wij er volgens mij het beste aan om bij onze dood onze goederen te verdelen naar de gebruiken van het land. Daarover is door de wetgever beter nagedacht dan door ons; en je kunt beter accepteren dat de wet een verkeerde keuze maakt dan het risico nemen om in je overmoed zelf een vergissing te maken.

- Vaak hebben wij geen oog voor onze fouten, maar ons denken is ziek als wij ze niet zien wanneer een ander ons erop wijst.

- De natuur zelf heeft, naar ik vrees, de mens een neiging tot onmenselijkheid meegegeven. Niemand vindt het opwindend om te zien hoe dieren met elkaar spelen en paren; maar wél hoe ze elkaar verminken en verscheuren.

- Ik ben, eerlijk gezegd, zo kinderlijk van aard en zo teerhartig dat het mij moeilijk valt het aanbod van mijn hond af te slaan om met hem te ravotten, als hij daar op een ongelegen moment om vraagt.

- Onze geloofsijver doet wonderen ter bevordering van onze haat, wreedheid, eerzucht, hebzucht, kwaadsprekerij of opstandigheid. Maar diezelfde geloofsijver zal niet thuis geven als het erom gaat onze goedheid, naastenliefde en gematigdheid te stimuleren, tenzij iemand daar als door een wonder een speciale aanleg voor heeft.

- Als ik met mijn kat speel, vermaakt ze zich misschien wel meer met mij dan ik met haar. Wij houden elkaar wederzijds voor de gek. Zoals ik naar eigen goeddunken begin of ophoud, doet zij dat ook.

- Om iets aan anderen te leren heb je nog meer verstand nodig dan om zelf iets te leren.

- Is er ooit een duidelijker voorbeeld van doortraptheid gegeven dan door de muilezel van de wijsgeer Thales? Toen deze met een vracht zout op zijn rug een rivier doorwaadde, struikelde hij per ongeluk, zodat de zakken die hij droeg doorweekt werden, en hij merkte dat zijn last lichter was geworden doordat het zout zich had opgelost. Nu stortte hij zich, telkens als hij bij een beek kwam, daar met last en al in, tot zijn baas realiseerde dat hij dat met opzet deed en hem een vracht wol te dragen gaf. Toen het dier merkte dat zijn last zwaarder was geworden, paste hij de list voortaan niet meer toe.

- De herinnering aan doorgestane narigheid is aangenaam (citaat van Euripides uit Cicero)

- Als de christenen geconfronteerd worden met iets ongelooflijks, is dat voor hen juist een grond om te geloven.

-Vaak als ik een boek uit mijn bibliotheek neem, stuit ik op fragmenten die ik op een eerder ogenblik prachtig heb gevonden en waar ik diep van onder de indruk was, maar die, als ik er weer naar kijk, louter woorden voor mij blijven, een massa waarin ik, hoe ik het ook wend of keer, niets herken.

- Als ik (wat ik graag doe) bij wijze van oefening en tijdverdrijf de verdediging op mij neem van een mening die strijdig is met de mijne, gebeurt het vaak dat ik mij zo sterk richt en concentreer op de andere kant van de zaak dat ik vergeet wat mij bond aan mijn aanvankelijke standpunt, en dat opgeef.

- Je moet niet iedereen geloven, luidt het gezegde, want iedereen kan zeggen wat hij maar wil.

-Toen ze de filosoof Diogenes vroegen waarom hij geen gerieflijker plaats uitzocht om te eten dan midden op straat, antwoordde hij: "Omdat ik midden op straat honger heb."

- Wie geen lust heeft, vindt de wijn maar laf, wie gezond is, vindt hem lekker, en wie dorst heeft, vindt hem zalig.

- Is het ooit anders gegaan dan dat ouden van dagen lovend spraken over het verleden, terwijl zij afgaven op het heden en hun eigen ellende en narigheid weten aan de wereld en de zeden en gewoontes van de mensen?

- Wie niet is te vertrouwen in de waarheid, is dat ook niet in de leugen.

- Wij erkennen zonder enige moeite dat anderen meer moed, fysieke kracht, ervaring, behendigheid of schoonheid hebben dan wij, maar dat iemand meer gezond verstand zou hebben, dat geven wij nooit toe.

- De goede oude Lysander zei wel dat kinderen met knikkers en volwassenen met woorden spelen.

- Een middelmatige intelligentie is genoeg om zaken van groot en klein belang op een evenwichtige wijze ten uitvoer te brengen. Let er maar eens op: wie zijn zaken het best beheert is het minst in staat je uit te leggen hoe hij dat doet; terwijl wie je precies vertelt hoe het moet er zelf meestal niets van terechtbrengt.

- Mooie verhalen doen het altijd goed, waar je ze ook plant.

- Een jongeman moet kennis verwerven, een grijsaard moet er de vruchten van plukken, zeggen de wijzen.

- Iemand die goed leeft kan er kwalijke opvattingen op nahouden, en een slecht mens kan de waarheid verkondigen, zelfs als hij er zelf niet in gelooft.

- Het is een grote fout, waarin niettemin de meeste mensen vervallen, dat ze maar moeilijk kunnen geloven dat een ander tot iets in staat zou zijn waar zijzelf niet toe in staat zijn of geen zin in hebben.

- Caesar zei dan ook: op grote ondernemingen moet je niet broeden, je moet ze uitvoeren.

- Over Homerus werd in de oudheid gezegd: er was vóór hem niemand die hij kon navolgen, zomin als er na hem iemand kwam die hém kon navolgen.

- Net als Epicurus vind ik dat je genietingen moet vermijden als die je nog grotere smarten brengen, en dat je smarten na moet streven als die je daarna een groter genot brengen.

- Solon zei dat ook eten een medicijn is, en wel het middel dat ons geneest van de ziekte die honger heet.

- De vrees dat het zo droef met de medische wetenschap is gesteld baseer ik in de eerste plaats op ervaring, want zover ik kan overzien is er geen enkel slag mensen dat zo vlug ziek is en zo moeizaam beter wordt als wie onder toezicht van artsen staan.

Ik ben inmiddels begonnen in deel 3.

 


maandag 18 september 2017

Michel de Montaigne: De essays: deel 1

Michel de Montaigne: De essays (Frankrijk, 1580): 1444 blz: Vertaald door Hans van Pinxteren (2004): Uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennep: deel 1: 419 blz

De essays"De essays" van Michel de Montaigne is een van die klassiekers uit de wereldliteratuur waarvan iedereen wel eens gehoord heeft, maar die maar weinig mensen hebben gelezen.

Ik heb deel 1 herlezen in de prachtige vertaling van Hans van Pinxteren en het moet worden gezegd: ik ben fan. Sterker nog, ik vind "De essays" een van de meest indrukwekkende boeken die ik ken. Erg de moeite waard ook om er citaten uit te plukken, ik heb er 90! genummerd in de tekst.

De naam essay komt van het Franse werkwoord essayer dat proberen betekent. Eigenlijk zijn het dus probeersels.

Montaigne leefde vanaf zijn 37e een teruggetrokken leven op zijn kasteel en landgoed, waar hij zich bezighield met schrijven. Vanaf 1570 tot 1580 zijn de essays ontstaan. In 1580 werd de eerste editie in 2 delen gepubliceerd. In 1588 verscheen de tweede uitgebreide editie. Van deze editie had Montaigne een exemplaar in bezit (het zogeheten Bordeaux-exemplaar) waarin hij tot aan zijn dood in 1892 allerlei toevoegingen schreef en zelfs een compleet derde deel met 13 nieuwe essays. In deze vertaling is terug te vinden uit welke editie de tekst stamt: de editie uit 1580 wordt aangegeven met een a in de tekst, de editie uit 1588 met een b, en het Bordeaux-exemplaar met een c.

Montaigne schrijft vooral over zichzelf. De titels van de essays zijn vaak maar een vage aanduiding van waar het essay over gaat, hij dwaalt nogal af. In feite lijkt het of een goede vriend tegen je aan praat. Montaigne is hierbij verfrissend ondogmatisch. Hij heeft zijn eigen ideeën of opvattingen, maar hij erkent daarbij tegelijkertijd dat andere mensen andere ideeën hebben, die misschien wel even juist of soms zelfs juister zijn.

Wat leuk is, is dat Montaigne steeds citaten gebruikt uit de klassieke oudheid (van auteurs als Cicero, Seneca, Caesar, Livius, Vergilius, Ovidius, Horatius, meestal schrijvers in het Latijn). Hierbij wordt in de tekst de Nederlandse vertaling van het citaat cursief weergegeven, terwijl het citaat in zijn oorspronkelijke versie met aanduiding van de herkomst in een voetnoot staan. De vorige vertaler van de essays: Frank de Graaff (zorgde ook voor een mooie vertaling) gaf de citaten in de tekst weer, met de vertaling in de voetnoten. Ik geef de voorkeur aan de methode van van Pinxteren, zo lees je lekkerder door.

Een aantal van de (mijns inziens) mooiste citaten uit de tekst:

- Zodra iemand de feiten verdraait en naar zijn hand zet, kan het haast niet anders of hij zal zich in de details vergissen wanneer hij hetzelfde verhaal meer dan eens vertellen moet.

- Ik weet dat veel van mijn tijdgenoten dolgraag de reputatie zouden hebben een gewiekst onderhandelaar te zijn, maar ze vergeten dat als je zo'n reputatie eenmaal hebt je niet veel meer kunt uitrichten.

- Overigens is het heel nuttig als je weet hoe je je tegenover anderen gedragen moet. Want kennis van de omgangsvormen helpt ons, net als schoonheid en charme dat doen, een eerste stap te zetten op de weg naar  maatschappelijk verkeer en vriendschap, en biedt ons derhalve de mogelijkheid om te leren van de voorbeelden van anderen en om zelf een voorbeeld te stellen en uit te dragen, voorzover dat leerzaam voor anderen is.

- Elke mening kan zo overtuigend zijn dat je altijd wel mensen vindt die haar ten koste van hun leven staande zullen houden.

- Eén messnede van de chirurgijn voelen wij heviger dan tien zwaardhouwen in het vuur van de strijd.

- Ja, de waarde van de dingen ligt voor ons niet zozeer in wat ze ons geven als wel in wat wij eraan uitgeven.

- Rijk zijn is meer een kwestie van beleid dan van inkomsten.

- Een koopman doet alleen goede zaken als de jeugd uit de band springt, een landbouwer als het graan duur is, een architect als er huizen instorten, gerechtsdienaren als de mensen geschillen hebben en procederen; en zelfs geestelijken kunnen alleen respect inboezemen en hun ambt uitoefenen dankzij onze zonden en onze dood.

- Want de gewoonte is inderdaad een harde en verraderlijke lerares, die zonder dat wij het in de gaten hebben stukje bij beetje aan gezag wint.

- Begaafde lezers ontdekken in andermans geschriften vaak parels die de schrijver zelf er niet bewust in heeft gelegd: ze verdiepen de betekenis en verrijken het inzicht.

- Voorzichtigheid, met haar kiesheid en bedachtzaamheid, is de doodsvijand van grootse ondernemingen.

- Misschien kun je best geleerd zijn door de geleerdheid die je bij een ander vindt, maar wijs kun je alleen maar zijn door de wijsheid die je uit jezelf haalt.

- Als je iemand ziet met kapotte schoenen, zeg je wel: dat zou best een schoenmaker kunnen zijn. Zo ook blijkt uit ervaring dat een arts zijn gezondheid meer verwaarloost, dat een zielenherder minder past op zijn eigen ziel, en dat een geleerde onwijzer is dan wie ook.

- Alleen dwazen kennen geen twijfel en weten alles met zekerheid.

- Waarheid en reden zijn van iedereen en behoren niet méér toe aan wie ze het eerste heeft uitgesproken dan aan wie ze na hem zegt.

- Betweterig en koppig bij je standpunt blijven is een banale eigenschap, die meestal opduikt bij kleingeestige lieden; maar op je standpunt terugkomen en in het heetst van de discussie je ongelijk erkennen, is een zeldzame eigenschap, een blijk van kracht en wijsheid.

- Ik vraag niet van een lakei dat hij zedig is, ik wil weten of hij vlijtig is. En ik vind het minder erg dat mijn ezeldrijver gokt dan dat het een sukkel is, ik heb liever een kok die vloekt dan een die niet kan koken.

- Hoe wij ons best ook doen, zelfs van het kleinste vogeltje kunnen wij het nest met zijn mooie, hechte, praktische bouw nog niet namaken, al net zomin als het web van een gewoon spinnetje. Alle dingen, zegt Plato, zijn door de natuur, het toeval of de kunst voortgebracht; de grootste en mooiste door de natuur en het toeval, de minste en onvolmaaktste door de kunst.

- En de man uit de Oudheid die een steen naar een hond gooide, maar er zijn schoonmoeder mee trof en doodde, citeerde terecht de volgende versregel: De fortuin richt beter dan wij.

- Het is mijn speciale wens dat elk mens op zijn eigen waarden beoordeeld wordt en niet naar modellen die voor iedereen op moeten gaan.

- Als ik mijn knecht uitscheld, doe ik dat uit de grond van mijn hart, en mijn verwensingen zijn niet geveinsd maar echt. Maar als ik eenmaal stoom heb afgeblazen, zal ik, mocht hij mij nodig hebben, hem graag helpen.

- Toen Socrates verteld werd dat iemand niet beter van een reis was teruggekeerd, zei hij: "Natuurlijk niet, want die man had zichzelf meegenomen."

- Wij moeten zo mogelijk een vrouw hebben, kinderen, bezittingen, en vooral een goede gezondheid, maar ons daar niet zó aan hechten dat ons geluk ervan afhangt.

- Niet het bezitten van de dingen, maar het genieten ervan maakt ons gelukkig.

- De ervaring leert dat nu eens de ene, dan weer de andere handelswijze de beste is.

- Een uitstekend bewijs van de zwakte van ons verstand is dat het de dingen aanprijst op grond van hun zeldzaamheid of nieuwigheid, of zelfs vanwege hun moeilijkheid, ook al zijn ze nergens goed of nuttig voor.

Het is duidelijk, voorlopig lees ik door in de Essays. Daarna wil ik het boek van Sarah Bakewell herlezen.

Zie verder ook mijn bespreking van deel 2 van de Essays