Vikram Seth: De geschikte jongen
(India, 1993): 1357 blz: Vertaald door Christien Jonkheer & Babet
Mossel (2008): Uitgeverij Van Oorschot: Delen 4-7: Blz 199-504
Citaten:
- Kedarnath merkte dat Haresh op het punt stond woedend uit te vallen. Hij voelde dat Haresh een bruusk en zeer onbevreesd man was, maar onbevreesdheid leek hem onpraktisch wanneer er wel degelijk iets te vrezen viel.
- Sunil herinnerde zich die keer dat hij en nog een stel vrienden Haresh - ergerlijk zelfverzekerd als altijd - hadden uitgedaagd om van een afstand het merk te noemen van alle vijftig auto's die vanwege een of andere officiële ontvangst voor het universiteitsgebouw geparkeerd stonden. Haresh had zich niet éénmaal vergist. Gezien zijn nagenoeg onfeilbare geheugen voor voorwerpen was het vreemd dat hij met maar een matig gemiddelde voor zijn doctoraal Engels was geslaagd en zijn scriptie voor poëzie had ontsierd met tal van onjuiste citaten.
-
"... O, maar jullie kennen elkaar nog niet," zei Sunil nu in het Hindi.
"Haresh Khanna ... Pran Kapoor. Jullie hebben allebei Engelse
letterkunde gestudeerd, en ik ben nog nooit iemand tegengekomen die daar
meer van weet dan de een of minder van weet dan de ander."
Over Bhaskar, de 9-jarige jongen met veel aanleg voor wiskunde:
-
Toen Haresh een uur later terugkwam kreeg hij het gevoel dat hij een
indringer was. Ze zaten inmiddels samen aan de eettafel, waarop onder
andere enkele musammi's lagen, een paar musammischillen, een groot
aantal tandenstokers in verschillende configuraties, een omgekeerde
asbak, een paar in wonderlijk gekronkelde lussen aan elkaar gelegde
stroken krantenpapier en een paarse vlieger. De rest van het tafelblad
was bedekt met in geel krijt neergeschreven vergelijkingen.
- Rechter Chatterji was geen methodisch man, maar zijn vijf kinderen had hij keurig om en om mannelijk en vrouwelijk geproduceerd: Amit, Meenakshi (die met Arun Mehra was getrouwd), Dipankar, Kakoli en Tapan. Geen van hen had een baan, maar allen hadden wel een bezigheid. Amit schreef gedichten, Meenakshi speelde canasta, Dipankar zocht naar de Zin van het Leven, Kakoli hield de telefoon aan het werk en Tapan, met zijn dertien jaar een stuk jonger dan de rest, zat op de prestigieuze kostschool Jheel.
Over Cuddles, de hond van de Chatterji's:
- "Waar is Cuddles?" vroeg Amit halverwege de trap.
"O," antwoordde Dipankar vaag. "dat weet ik niet."
"Hij zou weleens iemand kunnen bijten."
"Ja," beaamde Dipankar, niet al te verontrust bij die gedachte.
Cuddles was geen gastvrije hond. De Chatterji's hadden hem nu ruim tien jaar, en in die tijd had hij zijn tanden gezet in Biswas babu, een paar kinderen (vriendjes en vriendinnetjes van school die kwamen spelen), een aantal juristen (die bij rechter Chatterji thuis kwamen vergaderen in diens tijd bij de balie), een zakenman, een arts die op huisbezoek kwam, en de gebruikelijk melange van postbodes en elektriciens.
Een Engelsman, Jock Mackay, over de Indiërs:
-
"Ja. Maar een aardig volk, hoor: ze slijmen, roddelen, snoeven, weten
alles beter, vinden zichzelf geweldig, hebben lak aan de wet, kruipen
voor autoriteit, rijden als gekken en rochelen maar raak ... Ik had ooit
nog wel meer puntjes op mijn klachtenlijstje staan, maar die ben ik
vergeten."
- "Echt, Ma," ging Kakoli verder, "als je Tagore leest is het net of je met de schoolslag door de stroop moet zwemmen."
- Arun Mehra genoot van uitleggen - zich laten uitleggen beviel hem heel wat minder. Hij wekte graag de indruk alles te weten wat de moeite waard was, en het was hem nagenoeg gelukt dat zelf ook te geloven.
- "Studeren geeft een goede discipline," zei Rupa Mehra. "Je hebt er inzet voor nodig. Je vader zei altijd dat het niet uitmaakt wat je studeert. Zolang je het maar intensief doet, sterkt het de geest."
Over gedichten die Amit zo belabberd vond dat hij ze heeft verbrand:
- "Het waren verfoeilijke gedichten," zei Amit ter rechtvaardiging. "Beschamend slecht. IJdel, onoprecht."
"Gedichten die ik niet verduur
Werp ik ten offer aan het vuur,"
zei Kuku.
"Van apekool tot hyperbool
ik spoel ze weg door het riool,"
vulde Amit aan.
"Heb
je ook Chatterji's die geen spotrijmpjes maken?" vroeg Lata
onverklaarbaar geërgerd. Waren ze dan nooit eens serieus? Hoe konden ze
over zulke hartverscheurende zaken grapjes maken?
"Jawel,
ma en baba," zei Kuku. "Want die hebben Amit niet als oudste broer
gehad. En Dipankar is er iets minder goed in dan de rest. Ons komt het
aanwaaien, net zoals je een raga zingt als je die maar vaak genoeg
gehoord hebt. Iedereen verbaast zich erover, maar het verbaast ons juist
dat Dipankar het niet kan. Of maar één keer in de vier weken of zo, als
hij zijn poëtische maandstonde heeft ..." "Uit de oude of de nieuwe doos -
ze rijmen altijd grandioos,"
kirde
Kakoli. die ze met zo'n verbijsterende frequentie uitbraakte dat ze
Kakoliversjes waren gaan heten, al was Amit de aanstichter.
Lees verder in deel 4 van deze bespreking.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten