Schrijvers over zichzelf
Het eigen leven van een schrijver is een
onuitputtelijke bron van verhalen. De meeste schrijvers verwerken
autobiografische gegevens in hun fictie, maar er zijn ook schrijvers die
echte memoires schrijven, waarbij meestal wordt aangenomen dat de
beschreven zaken waar gebeurd zijn. Toch zegt men dat men autobiografische teksten met een korreltje zout moet nemen, en dat als men echt iets over iemand wil weten, beter een goede biografie kan lezen die een wat onpartijdiger beeld van zo'n leven geeft. In mijn boek bespreek ik een flink aantal autobiografische teksten met uitgebreide citaten.
De
mooiste memoires vind ik die van de Italiaanse vrouwenversierder Giacomo Casanova en van de Rus Konstantin
Paustovskij. Beiden vertellen met veel smaak over wat ze zelf hebben
meegemaakt, waarbij Casanova wat feitelijker is en Paustovskij wat dichterlijker.
Je hebt dagboeken, met als mooiste voorbeelden de politiek georiënteerde dagboeken van de Duitser Victor Klemperer en het persoonlijk dagboek van de Zeeuw Hans Warren, allebei
geheel verschillend van toon en van inhoud.
Je hebt ook brievenboeken, met als mooiste voorbeeld het zeer
charmante "Charing Cross Road 84" van de Amerikaanse Helene Hanff dat eigenlijk
verplichte kost is voor iedere boekenliefhebber.
Er zijn ook schrijvers die hun leven in de vorm van essays weergeven. Het beroemdste voorbeeld hiervan zijn "De essays" van de Fransman Michel de Montaigne. Een ander beroemd voorbeeld is "Het hoofdkussenboek" geschreven rond 1000 door de Japanse hofdame Sei Shonagon.
In
Nederland is de Arbeiderspers de grootste uitgever van autobiografisch
proza met de serie Privé-domein. De serie Privé-domein wordt beschouwd als een zeer prestigieuze serie. Ik heb er ongeveer 70 deeltjes van gelezen, waarvan de meeste mij niet zo konden bekoren, maar de 18 deeltjes die ik bespreek vind ik alle erg onderhoudend.