zondag 25 oktober 2026

Wayne McLennan: Panama Gloves

Wayne McLennan: Panama Gloves (Australië, 2025): 252 blz: Uitgeverij Pig Iron Books
 
 
 
Normaal gesproken zou ik "Panama Gloves" nooit in mijn bezit hebben gehad of gelezen hebben. Het is een Engelstalig boek en het gaat over de bokswereld in Panama, een klein land in Midden-Amerika. Wayne McLennan is echter de echtgenoot van Carolijn Visser en Carolijn was zo vriendelijk om mij een exemplaar van dit boek op te sturen. 
 
Carolijn en Wayne verbleven gedurende langere tijd in Panama. Van Carolijn had ik eerder al eens een verhaal over Wayne als bokser gelezen. Toen was hij door een veel jongere en zwaardere opponent zwaar toegetakeld (zie "Oom Brian de pitbullwerper"). In Panama hadden Carolijn en Wayne een appartement gekocht. Terwijl Carolijn schreef wierp Wayne zich op als promotor van twee boksers, Agua, een zeer goede mannelijke bokser en La Cobra, een vrouwelijke bokser van wereldklasse. Behalve een hoop vrienden levert het Wayne weinig op.
 
Zoals gezegd heb ik weinig met boksen, maar "Panama Gloves" is zonder meer een onderhoudend boek en het leest lekker weg, het Engels is niet al te moeilijk. Ik vind Wayne niet zo'n goede schrijver als Carolijn, maar schrijven kan hij zeker.
 
  
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

donderdag 15 oktober 2026

Jacques Kruithof: Gezicht op Proust

Jacques Kruithof: Gezicht op Proust: Inleiding op Marcel Proust en Op zoek naar de verloren tijd (Nederland, 1993): 102 blz: Uitgeverij de Bezige Bij
 
 
 
Als ik een nieuw boek ter hand neem, dan let ik altijd op twee zaken. In de eerste plaats kies ik een boek uit waar ik een zo hoog mogelijk leesgenot van verwacht en verder probeer ik om blanco aan het boek te beginnen, met zo min mogelijk voorkennis.
 
"Gezicht op Proust" is een zeer gedegen inleiding op vooral "Op zoek naar de verloren tijd", de romancyclus waarmee de Franse schrijver Marcel Proust wereldberoemd is geworden. Je kunt het boek als zodanig lezen, maar dan zul je er waarschijnlijk weinig van mee krijgen en zeker niet waarom zo veel lezers Proust zo'n geweldige schrijver vinden. Als je het boek na het lezen van "Op zoek naar de verloren tijd" leest, dan kun je het prima volgen, maar dan weet je het meeste al.
 
Als je wilt weten of het lezen van "Op zoek naar de verloren tijd" wat voor jou is, dan raad ik je aan om een van de zeven delen open te slaan en een bladzijde of 5 tot 10 te lezen om te zien of het bevalt. Hierbij moet ik wel zeggen dat het even duurt voordat je aan het proza van Proust bent gewend.
 
  
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

woensdag 14 oktober 2026

Marcel Proust: Op zoek naar de verloren tijd: Deel 7: De tijd hervonden

Marcel Proust: Op zoek naar de verloren tijd: Deel 7: De tijd hervonden (Frankrijk, 1927): 403 blz: Vertaald door Thérèse Cornips (1999): Uitgeverij de Bezige Bij
 
 
 
Na twee zwakkere delen is Proust in "De tijd hervonden", het zevende en laatste deel van zijn romancyclus "Op zoek naar de verloren tijd", weer bijna op zijn best. We zijn een flink aantal jaren verder (20-25?), de Eerste Wereldoorlog is uitgebroken en Frankrijk is voor een groot deel bezet. De verteller wordt verzorgd in een kliniek en gaat allang niet meer naar de bijeenkomsten van de high society en werkt gestaag aan zijn oeuvre. 
 
Dan komt hij op een matinee tijdens de oorlog. Hij ziet er vele bekenden terug, nu oud en krakkemikkig geworden. Een flink aantal bekenden zijn intussen overleden. 
 
Het laatste deel van "De tijd hervonden" bevat beschouwingen over  het schrijverschap die veel wetenswaardigs bevatten. "De tijd hervonden" is een waardige afsluiting van een zeer indrukwekkende romancyclus. Voor de lezer die niet terugschrikt voor een flinke inspanning. 
 
Citaten:
- De hele dag, in die wat al te landelijke behuizing die alleen maar een oord leek voor een middagslaapje tussen twee wandeltochten of tijdens een stortbui, een van die huizen waar iedere salon op een prieel lijkt, en waar, op het behangsel van de kamers, in de ene de tuinrozen, in de andere de boomvogels mee naar binnen zijn gekomen en je gezelschap houden - dat wil zeggen, los van elkaar - want het was oud behangsel waar iedere roos afzonderlijk genoeg op stond om als zij levend was geweest geplukt te kunnen worden, iedere vogel in een kooi te zetten en tam te maken zou zijn geweest, niet te vergelijken met die weidse wandbekledingen in de kamers van nu, waar, op een zilveren ondergrond, alle appelbomen van Normandië zich in Japanse stijl zijn gaan aftekenen om de uren die je in bed doorbrengt te begoochelen, - de hele dag bracht ik door in mijn kamer die uitzag op het mooie lover van het park en de seringen bij de ingang, op het groen gebladerte van de hoge bomen langs het water, glinsterend van zon, en op het bos van Méséglise.
 
- Zoals een landmeter die de dingen van hun merkbare eigenschappen ontdoet en niet dan hun lineaire substraat ziet, ontging mij wat de mensen vertelden, want wat mij interesseerde was niet wat zij wilden zeggen maar de manier waarop zij het zeiden, voor zover die iets verried over hun karakter of hun dwaze kanten; of liever, het was een object dat altijd meer in het bijzonder het oogmerk van mijn onderzoeking was geweest omdat het mij een specifiek genoegen verschafte, het punt van overeenkomst tussen de ene mens en de andere.
 
- Een generaal is als een schrijver die een bepaald stuk, een bepaald boek wil gaan maken, en die het boek zelf, met de onverwachte wegen die het nu eens opent, dan weer laat doodlopen, in hoge mate van het vooropgezette plan laat afwijken.
 
- De logica van de hartstocht, al dient die het stelligste recht, is nooit onweerlegbaar voor wie niet die hartstocht voelt.
 
- ... en het siert hem, dat hij schreef dat de kathedraal van Reims ons minder aan het hart ging dan het leven van onze soldaten. Een uitspraak waardoor het iets vrij belachelijks krijgt dat onze kranten zich kwaad maakten op de Duitse generaal die daar het bevel voerde en die zei dat de kathedraal van Reims hem minder waard was dan het leven van een Duits soldaat.
 
- Hij bleef maar mensen uit zijn familie of uit zijn wereld opsommen die er niet meer waren, niet zozeer, leek het, met de droefheid dat zij niet meer leefden als wel met de voldoening hen te overleven.
 
- ... immers om welke morele redenen hij het ook doen zou, de kunstenaar die een uur werken laat varen voor een uur praten met een vriend weet dat hij iets werkelijks opoffert voor iets dat niet bestaat.
 
- De impressie is voor de schrijver wat het experiment voor de geleerde is, met dit verschil dat bij de geleerde het werk van het verstand van tevoren geschiedt en bij de schrijver achteraf.
 
- Een werk waar theorieën in staan is als een voorwerp waaraan men het prijskaartje heeft laten hangen.
 
- ... besefte ik dat een groot schrijver dat essentiële boek, het enige ware boek, niet, in de gangbare betekenis, hoeft te bedenken aangezien het al in ieder van ons bestaat, maar het moet vertalen. De plicht en de taak van een schrijver zijn die van een vertaler.
 
- Want het instinctieve leven van het publiek ligt dichter bij het talent van een groot schrijver dat niets anders is dan een scrupuleus, in een aan al het andere opgelegde stilte beluisterd instinct, een geperfectioneerd en begrepen instinct, dan de woordenkraam en de wisselende maatstaven van de officiële beoordelaars.
 
- ... want stijl is voor de schrijver net zoals kleur voor de schilder een kwestie niet van techniek maar van zienswijze.
 
- De literator benijdt de schilder, hij zou graag schetsen, notities maken, hij is verloren als hij het doet. Maar wanneer hij schrijft is er van zijn personages geen gebaar, geen tic, geen stembuiging, of ze werden hem ingegeven door zijn geheugen, is er geen verzonnen naam of hij kan er zestig namen achter laten schuilgaan van personages die hij heeft gezien, en van wie de een model heeft gestaan voor de grijns, de ander voor de monocle, die en die voor de driftbui, die en die voor het flatteuze bewegen van de arm, enz.
 
- De schrijver zegt louter uit gewoonte, overgenomen van de onoprechte taal van voorwoorden en opdrachten: "mijn lezer". In werkelijkheid is iedere lezer wanneer hij leest de lezer van zichzelf. Het werk van de schrijver is niets anders dan een soort optisch instrument dat hij de lezer aanbiedt teneinde hem in staat te stellen te onderkennen wat hij zonder het boek misschien niet bij zichzelf zou hebben waargenomen. Het herkennen in zichzelf, door de lezer, van wat het boek zegt, bewijst de waarheid ervan, en vice versa, althans tot op zekere hoogte, aangezien het verschil in beider tekst vaak te wijten is, niet aan de auteur, maar aan de lezer.
 
- Trouwens de herinneringen die wij aan elkaar bewaren zijn, zelfs in de liefde, niet dezelfde. Ik had meegemaakt dat Albertine zich haarscherp een bepaalde uitlating van mij herinnerde die ik in de begintijd van onze ontmoetingen gedaan had en die ik volkomen was vergeten. Aan een ander feit, voorgoed in mijn hoofd geklonken als een steen, had zij geen enkele heugenis.
 
- Zelfs bij mij thuis zou ik in mijn werktijden geen mensen op bezoek laten komen, want de plicht om mijn oeuvre te schrijven ging boven de plicht om beleefd, of zelfs om een goed mens te zijn.
 
- ... iedereen wierp heimelijk op de persoon naast zich de verstolen blik die men aan deftige maaltijden, wanneer men een nieuw voorwerp voor zich heeft liggen, kreeftvorkje of suikerrasp, zonder te weten waar het toe dient en hoe je het hanteert, op een deskundiger disgenoot vestigt die er, zo hoopt men, eerst gebruik van zal maken en je zo de kans zal geven hem na te doen.
 
- Trouwens, aangezien in een boek de (al dan niet menselijke) eigenheden zijn opgebouwd uit velerlei indrukken die, ontleend aan menig jong meisje, menige kerk, menige sonate, gebruikt worden om er één sonate, één kerk, één meisje van te maken, zou ik mijn boek niet schrijven op de manier waarop Françoise dat door M. de Norpois geapprecieerde rundvlees in gelei stoofde, een gelei verrijkt door zoveel toegevoegde, welgekozen stukken vlees?
 
- En de herschepping door het geheugen van indrukken die vervolgens doorgrond, verhelderd, in equivalenten van het verstand omgezet moesten worden, was dat niet een van de voorwaarden, welhaast de essentie zelf van het kunstwerk zoals ik het mij daarnet in de bibliotheek had ingedacht?
 
      
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

zondag 4 oktober 2026

Marcel Proust: Op zoek naar de verloren tijd: Deel 6: De voortvluchtige

Marcel Proust: Op zoek naar de verloren tijd: Deel 6: De voortvluchtige (Frankrijk, 1925): 299 blz: Vertaald door Thérèse Cornips (1995): Uitgeverij de Bezige Bij
 
 
 
Aan het eind van deel 5 "De gevangene" is Albertine uit de woning van de verteller vertrokken. Marcel zint op een manier om haar terug te krijgen, zonder dat hij daar expliciet om wil vragen. Dan komt een telegram met het bericht van de dood van Albertine.
 
Ik heb "De voortvluchtige" vannacht uitgelezen en ik kan de inhoud mij nauwelijks meer voor de geest halen, ondanks de vele aantekeningen die ik heb gemaakt. Eigenlijk vind ik deel 5 "De gevangene" en deel 6 "De voortvluchtige" niets toevoegen aan de serie als geheel. 
 
Citaten:
- Het is verbazend hoezeer het de jaloezie, die zich onledig houdt met veronderstellinkjes in het onechte, aan verbeelding schort wanneer het erom gaat het echte te ontdekken.
 
- Men wenst begrepen te worden omdat men bemind wenst te worden, en men wenst bemind te worden omdat men bemint.
 
- Om wanhopig te zijn moet je aan dit leven dat niet anders meer dan ongelukkig kan zijn nog hechten.
 
- En een derde beweerde dat zonder de kwalijke politiek het leven in Parijs "allerverrukkelijkst" zou zijn, terwijl ik wel wist dat voor mij, ook zonder politiek, dit leven alleen maar ellendig kon zijn, en mij verrukkelijk zou hebben geleken, zelfs met de politiek als ik Albertine had teruggezien.
 
- "Wat? Ik begrijp het niet, dus u hebt een artikel in de Figaro geschreven?" zei de hertogin, zich de inspanning getroostend ergens over te praten dat haar niet interesseerde.
 
- M. de Norpois zei dit alles op de nogal onaangename toon van een over zijn leerling ontevreden zijnde leraar ...
 
- Zijn stukken, waarin ieder woord gewogen werd, leken op die optimistische aantekeningen die onmiddellijk gevolgd worden door de dood van de zieke.
 
- Ik zag Gilberte met wie ik opnieuw bevriend was geraakt in die periode overigens nogal veel: want ons leven wordt, in zijn lengte, niet berekend naar het leven van onze vriendschappen. Is er een bepaalde tijdsduur verstreken, dan ziet men ... vriendschapsbetrekkingen terugkeren, na een jarenlange onderbreking weer aangeknoopt, en met genoegen aangeknoopt, tussen dezelfde mensen als voorheen.
 
- Bovendien, mensen wier eigen hart niet rechtstreeks in het geding is, steeds oordelend over ongewenste verhoudingen, over slechte huwelijken, alsof men vrij zou zijn te kiezen wie men liefheeft, staan niet stil bij de zalige zinsbegoocheling die de liefde oproept en waar de persoon op wie je verliefd bent zo volkomen, zozeer als enige in is opgenomen, dat de "dwaasheid" die een man begaat door met een keukenmeisje of met de minnares van zijn beste vriend te trouwen over het algemeen de enige poëtische daad is die hij in de loop van zijn bestaan verricht.
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.