Posts tonen met het label Grieks. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Grieks. Alle posts tonen

dinsdag 20 februari 2024

Homeros: Odysseia

Homeros: Odysseia (Griekenland, ongeveer 800 voor Christus): 398 blz: Vertaald door Imme Dros (1991): Uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennep

Large Cover ImageDe "Odysseia" is samen met de "Ilias" (ook van Homeros), het oudste boek uit de Europese letterkunde. Het is niet alleen het oudste boek, maar het is ook nog eens prachtig geschreven.

Voor iedereen die op school de Klassieke talen heeft gehad zal het verhaal min of meer bekend zijn. Na een oorlog om Troje die 10 jaar duurde wisten de Grieken dankzij een list van Odysseus (inderdaad het Paard van Troje) die oorlog te winnen en Troje te verwoesten. De andere helden zijn allang gesneuveld of weer thuisgekomen, maar alleen Odysseus zwerft nog steeds rond, ziek van verlangen naar zijn thuisland en vooral naar zijn vrouw Penelopeia en zijn zoon Telemachos die hij als zuigeling achterliet.

De "Odysseia" vertelt over de avonturen van Odysseus , de man van de duizend listen en van zijn achtergebleven vrouw en zoon, die een troep trouwlustige vrijers moeten onderhouden. Sommigen van de verhalen zijn echte klassiekers geworden, zoals het verhaal van de cycloop die door Odysseus van zijn ene oog wordt beroofd, de Sirenen die met hun mooie gezang vele schipbreuken veroorzaken en het monster Scylla en de rots Charybdes.

De vertaling van Imme Dros is prachtig. In het boek komen een aantal zinsneden meermalen voor. Enkele van de meest in het oog springende zijn:
- Telemachos die bijzonder diep nadacht
- Athene met de zeegroene ogen
- Poseidon, de aardschokker
- De rozenvingerige Eoos
- Menelaos van de vervaarlijke strijdkreet

Inmiddels heb ik, dankzij een vriend, begrepen dat deze zinsneden epitheta ornans heten en ook dat Menelaos van de vervaarlijke strijdkreet spottend was bedoeld, hij was helemaal niet zo dapper. Het is ongelooflijk dat een van de eerste boeken ooit geschreven nog steeds zo veel mensen weet te boeien.  
 
Citaten:
Het begin van de Odysseia:
- Zing de verhalen ook voor ons, Muze, dochter van Zeus en begin maar ergens ...
Alle andere helden die aan het gapende graf van oorlog en zee ontkomen waren, zaten al thuis, maar hij werd, ziek van verlangen naar zijn vrouw en zijn thuiskomst, tegengehouden in de gewelfde grotten van een machtige nimf: Kalypso, de stralende van de godinnen. die ernaar hunkerde dat hij haar echtgenoot zou worden.
 
Over Penelopeia, de verstandige vrouw van Odysseus:
- Drie jaar, nee bijna vier nu al, speelt ze met de harten van de Achaiers, ze houdt ons met ijdele hoop aan het lijntje. Want ze stuurt wel veelbelovende boodschappen rond aan elke vrijer afzonderlijk, maar ze meent er niets van. Hier is een van de listige plannetjes die zij uitdacht: zij liet een heel groot weefgetouw in haar kamer plaatsen voor een omvangrijk en ragfijn weefsel en zei tot de vrijers: "Jeugdige vorsten die mij vrijen, Odysseus is dood, maar wacht met mijn huwelijk, ondanks uw ongeduld, totdat het weefsel af is, anders heb ik mijn draden voor niets zitten spinnen. Dit wordt de lijkwade voor de Heros Laërtes voor de dag dat het treurige lot van de bittere dood hem zal vellen. Laat geen Achaiische vrouw uit het volk mij kunnen verwijten dat een man die zo welgesteld was, naakt wordt begraven."
 
Over Telemachos, de zoon van Odysseus:
- ... hij is, precies zoals u al zei, de zoon van Odysseus. Maar hij denkt bijzonder goed na, het staat hem tegen om als hij ergens komt er meteen maar op los te zwetsen.
 
Odysseus, die is aangespoeld op het land van de Faiaken:
- En terwijl hij dat zei, dook de grote held Odysseus uit de bosjes vandaan en brak met zijn krachtige hand een volle tak af om zijn schaamte mee te bedekken. Daar kwam hij aan, vertrouwend op eigen kracht als een bergleeuw die door regen en wind gaat - diep in zijn kop gloeien felle, vurige ogen als hij koeien of schapen besluipt of achter een hert jaagt in de vlakte, zijn maag dwingt hem zelfs om kuddes aan te vallen binnen vergrendelde stallen - zo ongeveer kwam Odysseus aflopen op die meisjes met hun keurige kapsels, spiernaakt, noodgedwongen.
 
- Kom, laat mij nu even eten, hoe treurig ik ook gestemd ben, want er is niets zo hondsbrutaal als een knagende maag die aandacht afdwingt, al is men moe of diep ellendig.

- Met een onheilspellende blik zei de slimme Odysseus: "Gastheer, dat had u niet moeten zeggen. U lijkt wel waanzinnig. Maar de Goden geven niet iedereen álle charmes, schoonheid gaat niet altijd samen met redenaarskunst en inzicht. Soms ziet een man er miezerig uit, maar een God geeft schoonheid  aan zijn taal, zodat mensen hem bijna mooi gaan vinden, als ze naar hem kijken terwijl hij spreekt, zo vloeiend, zo ontwapenend vanzelfsprekend en welluidend. Daardoor blinkt hij uit boven alle andere sprekers en op straat wordt hij nagekeken alsof hij een God was. Soms daarentegen kan een man zo mooi als een God zijn, maar zijn taal mist elke bekoring. U ziet er mooi uit, ja, een God zou dat uiterlijk niet verder kunnen verfraaien, maar waar zit uw verstand! ..."

Over de Kykloop:
- ... En daar had hij niet van terug, het hardvochtige monster, maar hij sprong op, hij strekte zijn handen uit naar mijn vrienden, pakte er twee in één greep en sloeg ze als jonge hondjes met hun hoofd op de rotsvloer - de hersens liepen eruit en maakten de grond nat - en sneed hen aan stukken om op te eten. Als een bergleeuw zat hij te schrokken en niets liet hij over, ingewand, vlees, het merg in de botten, alles ging schoon op.

De Kykloop vraagt aan Odysseus zijn naam:
- "Toe geef me nog een beetje en zeg me meteen je naam, dan geef ik jou een gastgeschenk dat jij graag wilt hebben. ..."

Odysseus antwoordt:
- "O ja, Kykloop. u vroeg mijn vermaarde naam nog. Ik zeg hem, want dan kunt u mij het beloofde gastgeschenk geven. Niemand. Mijn naam is Niemand. Want zo noemen mijn moeder en mijn vader me en zo wordt ik genoemd door mijn vrienden," zei ik en meedogenloos gaf hij mij te kennen: "Niemand zal ik als laatste opeten na zijn vrienden, eerst eet ik alle anderen op, dat zal je geschenk zijn," ...

Odysseus ontmoet in de onderwereld Achilleus:
- "Ga me de dood alsjeblieft niet vergulden, grote Odysseus! Ik was nog liever dagloner bij een straatarme schooier daar op aarde dan de koning van alle doden in Haides."
 
Wie de Sirenen hoort, wordt door hen betovert met hun heldere stemmen. Odysseus krijgt het volgende advies:
- Stop, als je daar voorbij vaart, de oren van je vrienden dicht met goed geknede was, zodat zij niets horen. Wanneer jij erop staat om te luisteren, dan moeten zij je rechtop tegen de voet van de mast met strakke touwen vastbinden in het snelle schip aan handen en voeten. Zo kun je van de zang van de twee Sirenen genieten. Als je je vrienden smeekt, beveelt zelfs om je boeien los te maken, dan moeten ze nog meer touwen gebruiken.
 
- En de wijn stijgt me vast naar mijn hoofd, dat ik het durf, want dat krijg je wel van de wijn, de verstandigste man gaat zingen, lachen om niets, in het rond hossen of hij wordt loslippig, en hij zegt iets dat hij beter voor zich kon houden.
 
De zeer oude jachthond Argos herkent zijn baas:
- Toen ze zo stonden te praten, tilde een hond, die daar lag, zijn kop op en spitste zijn oren. Het was Argos, dezelfde hond die Odysseus vanaf de geboorte zelf getraind had, maar waar hij niets aan gehad had, omdat hij weg moest naar Troje. Er was een tijd dat Argos op jacht ging met jeugdige jagers, altijd achter de herten en hazen en berggeiten aan, maar nu bleef hij buiten de poort, zijn baas was immers niet thuis en hij lag totaal verwaarloosd op een van de grote hopen mest van koeien en muildieren, die voor het huis bleven liggen tot de slaven van Odysseus de gier kwamen halen om er de grote akkers mee te bemesten. Daar lag Argos overdekt met bijtende hondevlooien. Ondanks alles wist hij dat zijn baas er was, hij kwispelde met zijn staart, hij legde zijn oren plat, maar had geen kracht meer om naar Odysseus toe te kruipen.
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

woensdag 18 december 2019

Uit eten in Utrecht: Grieks eethuis Aphrodite

Sinds een paar weken is er een nieuw eethuisje bij in Lunetten: Aphrodite, dat tegenover Pizz'Arte zit. Ik heb er vorige week zondag een kop Marokkaanse groentesoep gegeten en dinsdag een broodje Gyros.

Alle soepen die ze hier maken zijn bewust veganistisch zodat iedereen ze kan eten. De Marokkaanse groentesoep die ik zondag had kwam in een grote kop en smaakte voortreffelijk (9). Met een prijs van slechts 4,50 euro was hij ook nog eens goedkoop.

Dinsdag had ik een pita (plat broodje) met Gyros. Je kunt hier 2 soorten Gyros krijgen: met kippenvlees en met varkensvlees. Gyros met varkensvlees schijnt de echte Griekse specialiteit te zijn, maar ik koos voor het broodje met kippenvlees. Het vlees wordt geïmporteerd uit Griekenland en smaakt werkelijk voortreffelijk (9). Bij het broodje zit wat tzatziki (9) en wat koolsalade, waar ik geen fan van ben.

Een heerlijk broodje van een flink formaat gevuld met een stevige portie heerlijk vlees voor slechts 6,50 euro. Ik verwacht dat ik hier nog (veel) vaker terug zal komen, te meer omdat het zo dichtbij huis is.

Het concept van dit eethuisje is wat mij betreft ook goed. Een beperkt aantal zitplaatsen en weinig verschillende gerechten, maar wat ze hebben is gewoon goed.

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

zaterdag 13 augustus 2016

Herodotos: Verslag van mijn onderzoek

Herodotos: Verslag van mijn onderzoek (Griekenland, 430 voor Christus): 623 blz: Vertaald door Hein van Dolen (1995): Uitgeverij Sun 

Het verslag van mijn onderzoekIn 480 voor Christus trok de Perzische koning Xerxes met een enorm leger op tegen Griekenland. Volgens Herodotos bestond zijn leger uit meer dan 1 miljoen manschappen. Bij Thermopylai wisten de Perzen door een Griekse verader de Griekse legermacht te verslaan, maar toen hun vloot bij Salamis een verpletterende nederlaag leed trok Xerxes zich met het grootste deel van zijn leger in allerijl terug.

In "Het verslag van mijn onderzoek" doet Herodotos verslag van de gebeurtenissen die tot de oorlog tussen Griekenland en Perzië hebben geleid. In de eerste boeken vertelt hij over verschillende volkeren, met name de Egyptenaren, de Perzen en de Skythen. Hij doet dit als een hedendaagse antropoloog, hij vertelt over allerlei gebruiken die in zwang zijn. Vaak zegt hij erbij: "Ik weet niet of het waar is, maar het is een mooi verhaal, dus vertel ik het toch maar". Het vertelplezier straalt van het boek af.

Thucydides, de iets jongere tijdgenoot van Herodotos vond deze werkwijze maar niets. Hij beweerde dat zijn voorgangers een gunstig onthaal door hun publiek prefereerden boven de waarheid. Sappige verhalen horen volgens Thucydides niet in een geschiedwerk thuis, alleen de eigen waarneming en de ooggetuigenverslagen zijn acceptabele bronnen van informatie.

Twee van de mooiste verhalen van Herodotos zijn dat van Gyges en Kandaules en dat van de Egyptische aannemer en zijn zoons.

Kandaules was smoorverliefd op zijn vrouw en vertelde aan iedereen hoe mooi zij was. Dat deed hij ook aan zijn beste vriend Gyges die lid van zijn lijfwacht was. Volgens Kandaules moest Gyges haar met eigen ogen naakt zien. Gyges wilde niet, daar komt maar gedonder van. Kandaules zette echter door. Gyges werd door de koningin gezien terwijl hij wegsloop. Zij zon op wraak. De volgende dag liet de koningin Gyges bij haar roepen en zei tegen hem: "Nu jij mij naakt hebt gezien, heb jij 2 keuzes: of jij moet dood, of jij doodt Kandaules wordt in zijn plaats koning en trouwt met mij." Het verhaal liep slecht af voor Kandaules.

Een Egyptische aannemer had bij het bouwen van een schatkamer een geniaal idee gehad en de muur zo geconstrueerd dat een van de stenen blokken zonder veel moeite door twee mannen en met een beetje goede wil zelfs door één, eruitgehaald kon worden. Hij vertelde op zijn sterfbed zijn twee zoons hoe ze daar gebruik van konden maken. Dat ging een tijd goed, tot een van de broers vast kwam te zitten. Hij zei tegen de andere broer dat hij zijn hoofd eraf moest hakken omdat ze anders herkend zouden worden. Later steelt de overgeleven broer ook het lijk om het te begraven. Het einde van het verhaal is dat de farao zo veel waardering had voor de vindingrijkheid van de man dat hij hem een vorstelijke beloning gaf en met zijn dochter liet trouwen.

Nog een aantal citaten:

Perzen zijn fanatieke wijndrinkers. Wanneer over een zaak van groot gewicht moet worden beslist, bedrinken zij zich doorgaans voordat ze overleg plegen. De volgende dag legt de gastheer bij wie ze hebben beraadslaagd, het uiteindelijke besluit nog eens aan hen voor, terwijl ze nuchter zijn. Als ze er op dat moment nog steeds mee ingenomen zijn, voeren ze het uit, en zo niet, dan gaat het over. Omgekeerd wordt alles wat ze met een nuchter hoofd hebben vastgesteld, met een zatte kop heroverwogen.

Als je een beetje goedgelovig bent, zul je deze Egyptische verhalen voor zoete koek aannemen. Mijn uitgangspunt is dat ik alle, maar dan ook alle overleveringen van elk volk doorgeef zoals ze mij zijn verteld.

In het Oosten wonen de Padeeërs. Zij zouden het volgende gebruik hebben: wanneer in hun stam een man of vrouw ziek is, wordt de man door zijn beste kameraden geslacht. Hun motief is dat het vlees oneetbaar wordt als de patiënt nog verder wegkwijnt. Hij mag dan wel beweren helemaal niet zo ziek te zijn- het helpt hem geen zier, evenzo vrolijk maken zij hem af om van zijn vlees te smullen. Hetzelfde gebeurt als het slachtoffer een vrouw is, maar dan doen haar intiemste vriendinnen het.

De gewoontes van de Trausers komen in grote trekken overeen met die van de overige Thraciërs, maar hun manier van doen bij geboorte en dood is wel heel bijzonder. Wanneer er een baby is geboren, gaan de familieleden eromheen zitten jammeren! Zij sommen dan alle ellende op die een mens maar kan overkomen en denken aan het leed dat het kind te wachten staat. Daarentegen maken zij grapjes als een van hen is overleden, en zij begraven hem in alle opgewektheid, want naar hun opvatting is zo iemand bevrijd van alle zorgen en daarom volmaakt gelukkig.

Periander had Thrasyboulos, de tiran van Milete schriftelijk om advies gevraagd over de veiligste manier om het land zo goed mogelijk te besturen. Thrasyboulos nam de bode van Periander mee naar een bloeiend korenveld buiten de stad en liep met hem op en neer door de akker, terwijl hij hem keer op keer dezelfde vraag stelde: waarom was hij eigenlijk uit Korinthe naar hem toe gekomen? Tussendoor knipte hij alle korenaren af die hij boven de rest zag uitsteken, en gooide die opzij. Op het laatst had hij zo de mooiste en sterkste halmen allemaal afgetopt. Toen ze het hele veld waren doorgegaan, stuurde hij de man zonder een woord te verspillen weg.

Maar van één ding ben ik overtuigd: als alle mensen eens een bundeltje van hun eigen tekortkomingen konden maken om ze op de markt te ruilen voor die van de anderen, dan zal iedereen na een vlugge blik op de fouten van zijn buurman ervoor kiezen zijn eigen pakketje maar weer mee naar huis te nemen.

De vertaling van Hein van Dolen is een genot om te lezen. In het boek staan ook een aantal verhelderende landkaarten en een zeer uitgebreide index. "Verslag van mijn onderzoek" hoort ongetwijfeld bij de meest indrukwekkende geschiedenisboeken die ooit geschreven zijn.

  

donderdag 30 juli 2015

Plato: Wetten



Vanaf 1990 hebben Hans Warren en Mario Molegraaf eerst gezamenlijk de dialogen van Plato vertaald en later, na de dood van Hans Warren in 2001, heeft Mario Molegraaf alleen de resterende delen vertaald. 

De wetten is het 17e en laatste deel. In de wetten is evenals in de andere delen sprake van een dialoogvorm. We hebben drie sprekers: een vreemdeling uit Athene, Kleinias uit Kreta en Megillos uit Sparta. De Athener doet het meeste werk, terwijl hij zijn gedachten uiteenzet over hoe een ideale staat er uit zou moeten zien, luiisteren de twee anderen en zeggen af en toe ja en amen.

Als je denkt aan wetten dan denk je als Nederlander aan een organisch gegroeide staat waarin af en toe nieuwe wetten worden toegevoegd. Zo niet hier, de staat die besproken wordt vanuit het niets nieuw opgericht. Ook komt het boek nogal star over, in de mening van de Athener zijn de wetten min of meer heilig en komen de voor- of nadelen ervan voor de bevolking op de tweede plaats.

Ik heb eerder delen 1-9 van de vertaling van Warren en Molegraaf gelezen. Ik twijfel eraan of Plato voor de hedendaagse lezer erg relevant is, ik denk dat het toch meer iets is voor classici en studenten in de filosofie. De vertaling is zeer prettig om te lezen  

 

zondag 7 december 2014

Thucydides: De Peloponnesische oorlog


Herodotus wordt beschouwd als de vader van de geschiedschrijving. Zijn boek "Verslag van mijn onderzoek *****", prachtig vertaald door Hein van Dolen, staat vol met prachtige verhalen waarvan Herodotus zelf meermalen zei "Of het waar is weet ik niet, maar het is een mooi verhaal, dus schrijf ik het maar op." Met andere woorden; het boek van Herodotus hoort eerder bij de literatuur dan bij de serieuze geschiedschrijving.

Thucydides leefde een kwart eeuw later en vond deze werkwijze een gruwel. Hij wilde zo gedetailleerd mogelijk opschrijven, precies datgene wat er gebeurd was. In zijn eigen woorden: "De feitelijke gebeurtenissen van de oorlog heb ik mij tot taak gesteld op te schrijven .... Misschien zal het ontbreken van het fabelachtige aan mijn geschiedwerk minder bekoorlijk zijn voor het oor." Volgens Thucydides was de werkelijke oorzaak van de oorlog de groeiende macht van Athene die de Spartanen naar de wapens deed grijpen.

"De Peloponnesische oorlog" is taaie kost en bij lange na niet zo onderhoudend als het boek van Herodotus. Toch heb ik het met plezier gelezen en verheugt het mij zeer dat het nu leverbaar is in een eenvoudige en goedkope paperback-uitgave.

 

dinsdag 19 augustus 2014

Homeros: De Odysseia


Large Cover ImageDe "Odysseia" is samen met de "Ilias" (ook van Homerus), het oudste boek uit de Europese letterkunde. Het is niet alleen het oudste boek, maar het is ook nog eens prachtig geschreven.

Voor iedereen die op school de Klassieke talen heeft gehad zal het verhaal min of meer bekend zijn. Na een oorlog om Troje die 10 jaar duurde wisten de Grieken dankzij een list van Odysseus (inderdaad het Paard van Troje) die oorlog te winnen en Troje te verwoesten. De andere helden zijn allang gesneuveld of weer thuisgekomen, maar alleen Odysseus zwerft nog steeds rond, ziek van verlangen naar zijn thuisland en vooral naar zijn vrouw Penelopeia en zijn zoon Telemachos die hij als zuigeling achterliet.

De "Odysseia" vertelt over de avonturen van Odysseus , de man van de duizend listen en van zijn achtergebleven vrouw en zoon, die een troep trouwlustige vrijers moeten onderhouden. Sommigen van de verhalen zijn echte klassiekers geworden, zoals het verhaal van de cycloop die door Odysseus van zijn ene oog wordt beroofd, de Sirenen die met hun mooie gezang vele schipbreuken veroorzaken en het monster Scylla en de rots Charybdes.

De vertaling van Imme Dros is prachtig. In het boek komen een aantal zinsneden meermalen voor. Enkele van de meest in het oog springende zijn:
- Telemachos die bijzonder diep nadacht
- Athene met de zeegroene ogen
- Poseidon, de aardschokker
- De rozenvingerige Eoos
- Menelaos van de vervaarlijke strijdkreet
- De godgelijke Odysseus

Inmiddels heb ik begrepen dat deze zinsneden epitheta ornans heten en ook dat Menelaos van de vervaarlijke strijdkreet spottend was bedoeld, hij was helemaal niet zo dapper. Met dank aan een vriend die classicus is.
Het is ongelooflijk dat een van de eerste boeken ooit geschreven nog steeds zo veel mensen weet te boeien.