Multatuli (tekst) & Dick Matena (tekeningen): Saïdjah en Adinda (Nederland, 2021): 121 blz: Uitgeverij de Arbeiderspers
Dick Matena is een Nederlandse striptekenaar die al jaren in zijn eentje bezig is om een aantal klassieke werken uit de Nederlandse literatuur te verstrippen. Ik maakte voor het eerst kennis met zijn werk toen ik zijn vierdelige verstripping van "De avonden" van Gerard Reve tegenkwam bij antiquariaat Hinderickx en Winderickx.
Ik heb van Matena verschillende verstrippingen in mijn handen gehad: "De avonden" van Gerard Reve, "Turks fruit" en "Kort Amerikaans" van Jan Wolkers, "De komiek" van Freek de Jonge, "Kees de jongen" van Theo Thijssen en "Kaas" van Willem Elsschot. Tot dusver was "Kaas" mijn favoriet onder de verstrippingen van Dick Matena.
"Saïdjah
en Adinda" is een verstripping van het gelijknamige verhaal uit de "Max
Havelaar" van Multatuli. Het is maar een kort verhaal, in de uitgave van de Perpetua reeks telt het slechts 20 bladzijden.
In
Java woont de vader van Saïdjah die een buffel heeft om zijn grond te
kunnen ploegen. Tweemaal wordt zijn buffel afgenomen door het
districtshoofd en weet hij een nieuwe buffel te kopen. De tweede buffel
redt de jonge Saïdjah bij een aanval van een tijger. De derde keer dat
zijn buffel wordt afgenomen kan hij geen nieuwe meer kopen en vlucht
hij. Ondertussen is door de ouders van Saïdjah en Adinda afgesproken dat Saïdjah en Adinda met elkaar zullen trouwen. Saïdjah vertrekt om zijn geluk te zoeken
en belooft om na 3 jaar terug te zijn zodat hij kan trouwen met Adinda.
Het verhaal van Saïdjah en Adinda alleen al is prachtig. De tekeningen die Dick Matena bij het verhaal heeft gemaakt vind ik fenomenaal. De lijnvoering is strak en overzichtelijk, de gelaatsuitdrukkingen van de personages zijn perfect weergegeven en de inkleuring in groene, bruine en grijze pasteltinten oogt heel prettig.
Van alle verstrippingen die ik van Dick Matena in mijn handen heb gehad is deze veruit mijn favoriete. Ik kwam op het spoor van deze uitgave dankzij het blog van Teunis.
Citaten:
-
Saïdjah's vader had een buffel, waarmee hij zijn veld bewerkte. Toen
deze buffel hem was afgenomen door het districtshoofd van
Parang-Koedjang was hij zeer bedroefd, en sprak geen woord, vele dagen
lang. Want de tijd van ploegen was nabij, en 't was te vrezen, als men
de sawa niet tijdig bewerkte, dat ook de tijd van zaaien zou
voorbijgaan, en eindelijk, dat er geen padie zou te snijden zijn, om die
te bergen in de loemboeng van het huis.
-
Dit vooruitzicht lachte hem toe. Met fiere tred, zoals iemand gaat die
grote zaken in de zin heeft, trad hij na 't vertrek zijns vaders bij
Adinda binnen en deelde haar zijn plan mede. "Denk eens," zei hij. "Als
ik wederkom zullen wij oud genoeg zijn om te trouwen en zullen we twee
buffels hebben!"
"Heel
goed, Saïdjah! Ik wil gaarne met je trouwen als je terugkomt. Ik zal
spinnen en sarongs en slendangs weven, en batikken, en heel vlijtig zijn
al die tijd."
"O, ik geloof je, Adinda! Maar ... als ik je getrouwd vind?"
"Saïdjah, je weet immers wel, dat ik met niemand trouwen zal. Mijn vader heeft me toegezegd aan jouw vader."
"En jijzelf?"
"Ik zal trouwen met jou, wees daar maar zeker van!"
"Als ik terugkom zal ik roepen in de verte ..."
"Wie zal dat horen, als we rijst stampen in 't dorp?"
"Dat
is waar. Maar Adinda ... o ja, dit is beter: wacht me bij het djatibos
... ... onder de ketapan, waar je mij de melati hebt gegeven."
- Daar kwam een streep van blauwig rood die zich vastklemde aan de wolken en de randen werden licht en gloeiend, en 't begon te bliksemen, en weer schoten er pijlen van vuur door het luchtruim, maar ze vielen niet neer ditmaal, ze hechtten zich vast op de donkere grond en deelden hun gloed mee in groter en grotere kringen en ontmoetten elkander, kruisend, slingerend, wendend, dwalend en ze verenigden zich tot vuurbundels en weerlichtten in gouden glans op een grond van paarlemoer, en er was rood, en blauw, en geel, en zilver, en purper, en azuur in dit alles ... O God.
Dat was de dageraad ... Dat was het weerzien van Adinda!
Saïdjah had niet geleerd te bidden en 't ware ook jammer geweest hem dit te leren, want heiliger gebed en vuriger dank dan er lag in de sprakeloze opgetogenheid zijner ziel, was niet te vatten in menselijke taal.