Posts tonen met het label Vietnam. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Vietnam. Alle posts tonen

woensdag 12 november 2025

Jacques Plouvier: Face to Face

Jacques Plouvier: Face to Face (Nederland, 2018): 264 blz: Uitgave in eigen beheer
 
Face to face - Jacques Plouvier 
 
"Face to Face" is een vierkant boek van bescheiden formaat (21 bij 21 cm) met daarin een verslag van 4 reizen die Jacques Plouvier heeft gemaakt in Azië met foto's en teksten. Plouvier heeft achtereenvolgens India, Rajasthan (2010), Noord-Vietnam (2014), Zuid-China en Vietnam (2015) en Zuid-India (2017) bezocht. Voor de laatste reis naar India werd bij Plouvier blaaskanker geconstateerd. De laatste 8 bladzijden van het boek gaan over zijn strijd tegen blaaskanker.
 
Om met het voor de hand liggende te beginnen, de foto's in "Face to Face" zijn prachtig. Plouvier was van beroep reclamefotograaf in de schoenenbranche en vrijwel iedere foto is mooi om te zien. Plouvier had al gauw last van tempelmoeheid, iets waar ik tijdens mijn reis door Indonesië en Thailand in 1992 ook in toenemende mate last van had, en hij concentreerde zich op het fotograferen van mensen. Voor de meeste reizigers, en zeker ook voor mij, vormen de ontmoetingen met mensen van andere culturen de hoogtepunten van de reizen, zeker in niet-westerse landen. 
 
Een fotoboek bestaat niet alleen uit foto's. Zoals Plouvier op de laatste bladzijde van "Face to Face" aangeeft, verzorgde hij ook zelf de vormgeving en de teksten van het boek. Ik vind de teksten ook uitstekend, ze zijn lekker beknopt en ze geven een uitstekend beeld van de reizen. Jammer dat "Face to Face" het laatste fotoboek van Plouvier zal zijn, een eerder boek van hem "Flushing Moments" staat nog op mijn verlanglijstje.
 
      
 
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

donderdag 3 april 2025

Dvd: Sporen uit het Oosten

Sporen uit het Oosten (Nederland, 2006): 650 min: Regisseur Rob Hof
 
Sporen uit het Oosten
 
Onbegrijpelijk. Totaal onbegrijpelijk vind ik het dat ik nog nooit eerder gehoord had van de prachtige reisdocumentaire "Sporen uit het Oosten" van regisseur Rob Hof. De serie is ooit uitgezonden op de Nederlandse televisie, maar ik had nog nooit van iemand gehoord dat hij of zij de serie had gezien en ik had er ook nog nooit iets over gelezen. Op het internet is vrijwel niets over de serie te vinden, hij staat te koop op Bol en op IMDB hebben 6 mensen aangegeven de serie gezien te hebben, met een gemiddelde waardering van 6,6. Slechts één persoon heeft de serie met een 8 gewaardeerd. En ik heb nergens een bespreking van de serie kunnen vinden. Blijkbaar ben ik de eerste die het de moeite waard vind om deze serie  te bespreken en dat verbaast mij enorm.
 
"Sporen uit het Oosten" is een 13-delige documentaire over een treinreis die Rob Hof samen met een klein gezelschap in 2006 heeft gemaakt, voornamelijk per trein, vanuit het noorden van Vietnam tot aan Turkije. Hij heeft daarbij 20 landen bezocht: Vietnam, Cambodja, Thailand, Maleisië, Myanmar, Bangladesh, India, Afghanistan, Pakistan, Iran, Syrië, Jordanië, Israël, Turkije, Griekenland, Macedonië, Kosovo, Servië, Kroatië en Slovenië. Per aflevering wordt de reis door één land besproken, India krijgt twee afleveringen en sommige landen krijgen met zijn tweeën een aflevering toebedeeld. De laatste aflevering gaat over de Balkan.
 
Tot mijn dertigste heb ik vrij veel gereisd, daarna door omstandigheden helaas zeer veel minder. Ik heb een enorme verzameling reisverhalen gelezen, veel fotoboeken over verre landen bekeken en ook veel reisprogramma's gezien. Vooral over de vele reisdocumentaires van de VPRO, door mensen als Jelle Brandt Corstius, Ruben Terlou en Adriaan van Dis, ben ik zeer enthousiast. Dat zijn programma's die de diepte in gaan, met presentatoren die de taal van het land spreken en er ontzettend veel over weten. Men kan zeker zeggen dat ik een liefhebber van het genre ben.
 
"Sporen uit het Oosten" gaat misschien minder de diepte in, maar de sfeer van het reizen in Azië, komt dichter bij mijn eigen ervaringen dan in enig ander reisprogramma dat ik ooit heb gezien. De opzet van het programma is geniaal in zijn eenvoud. Rob Hof heeft gekozen voor het reizen per trein. In een treincoupé heb je de maatschappij in het klein. In de bereisde landen reist vrijwel iedereen per trein, er zijn veel minder auto's en autowegen dan wij in het westen gewend zijn. Treinreizen kunnen erg lang duren, tien uur in de trein zitten voor een tocht van 200 tot 300 kilometer is heel normaal.
 
Rob Hof heeft voor de serie een groot aantal mensen geïnterviewd. Hij stelde daarbij steeds  weer dezelfde vragen: wat is de invloed van religie op je leven, wat zijn je grootste angsten en hoe zie je de toekomst? Telkens als iemand geïnterviewd wordt krijg je eerst die persoon te zien, vaak in functie. Vervolgens blijft de tekst van het interview lopen terwijl je beelden te zien krijgt van de treincoupé of van het voorbij suizende landschap of de bebouwing van de stad waar de trein doorheen rijdt. Vervolgens zie je weer een stukje van het interview. Deze afwisseling werkt uitstekend en maakt de serie erg boeiend om naar te kijken. Verder zie je af en toe beelden van de trein die voorbij rijdt in het landschap. Soms is Rob Hof op een andere manier onderweg en krijg je iets te zien van de steden.
 
Waar ik nooit zo bij stil heb gestaan en wat mij opvalt nu ik "Sporen uit het Oosten" in zijn geheel heb gezien, is dat er in zoveel van de bereisde landen na 1945 de nodige conflicten zijn geweest. Je had de Vietnamoorlog, Pol Pot in Cambodja, een 40 jaar durende militaire regering in Myanmar, de problemen met de onafhankelijkheid van Brits India en de verdeling in India en Pakistan en later Pakistan en Bangladesh, de Russische bezetting van Afghanistan en de Taliban, de Iraanse revolutie, Israël met de voortdurende spanningen tussen de joden en de Palestijnen en natuurlijk de oorlog in voormalig Joegoslavië. Het is nogal wat om over te horen in één documentaire.
 
Ik vind "Sporen uit het Oosten" het mooiste reisprogramma dat ik ooit heb gezien en het komt hoog in mijn film top 100!
 
Op IMDB krijgt "Sporen uit het Oosten" van slechts 6 mensen een waardering van 6,6.
 
  
 
Reacties op dit blog zijn meer  dan welkom.

vrijdag 13 september 2024

Carolijn Visser: Brandend zout

Carolijn Visser: Brandend zout (Nederland, 1994): 267 blz: Uitgeverij Meulenhoff
 

 
In "Brandend zout" staan verhalen van Carolijn Visser die nog niet eerder in boekvorm zijn gepubliceerd over een reis met de trein van Beijing naar Moskou, en over reizen in Estland, China, Vietnam, Haïti, India en Australië.

Hoe meer ik van Carolijn Visser lees, hoe meer ik onder de indruk ben van zowel haarzelf als haar schrijven. Carolijn is een uiterst innemende vrouw die makkelijk contacten legt en vriendschappen sluit met mensen over de hele wereld, ze schrijft met veel empathie over de levens van de mensen die ze ontmoet, ze stelt kritische vragen, is ondernemend, stelt zich bescheiden op en laat zich ook regelmatig van haar zwakke kant zien. Daarbij schrijft ze uiterst helder, gebruikt ze geen woord teveel en haar dialogen klinken zeer natuurlijk.

Ik denk dat ik Carolijn Visser zowel de beste Nederlandstalige schrijver vind die ik ken, als de beste reisverhalenschrijver überhaupt, in ieder geval degene die ik met het meeste plezier lees. Ook "Brandend zout" is een boek met erg goede verhalen.
 
Citaten:
In de trein door Siberië:
- De Chinese restauratiewagen werd hier afgekoppeld en het was maar de vraag of er in Mongolië of in de Sovjet-Unie iets te eten of te drinken zou zijn. Daarom was het verstandig nu zoveel mogelijk in te slaan. Er waren twee winkeltjes en daaromheen werd geduwd en getrokken. Ik kocht koekjes, instant-noedels, glazen potten met mandarijnen en peren. En drie onduidelijke flessen sterkedrank.
 "Daar word je blind van," waarschuwde een Ier die naast me stond. Meteen ruilde ik de flessen om; Ieren hebben immers veel verstand van alcohol. Bij een ander kraampje kocht ik een tiental blikjes bier. Uitstekend bier wordt er in China gemaakt, door de Duitsers eind vorige eeuw geïntroduceerd. Met die vracht ging ik weer aan boord.
 
- Ik ging weer op bezoek bij de twee Esten. Zij bleken ervaren overlevers te zijn. Aavo regelde iets met de kok van een trein die op een ander spoor stond te wachten. De passagiers van de gewone Russische treinen zijn doorgaans te arm om in de restauratie te eten. Hij kwam terug met een grote zak gekruide inktvis en een pot mayonaise. Op het volgende station werd de maaltijd aangevuld met warm brood.
 
Estland:
- ... "Ben je dan helemaal niet blij?" vroeg ik teleurgesteld. Daina en hij hadden me in de trein toch verteld hoe zij als Esten leden onder de Russische onderdrukking. "Blij waarmee?" wilde Aavo weten. "Je bent vrij!" "Hoe kan ik vrij zijn?" vroeg Aavo en startte zijn Moskwitsj, "ik ben een Homo Sovjeticus."

- Al lang daarvoor hadden Aavo en Daina alle vertrouwen opgegeven in welke financiële instelling dan ook. "Alleen oude mensen zetten hun geld op de bank," zei Daina. Ze wilde me laten zien wat zij met hun roebels hadden gedaan en ging me voor op een trap naar de zolder. Met een zaklamp bescheen ze auto-onderdelen die daar lagen uitgestald: autobanden, startmotoren, carburatoren, complete portieren. Alles wat Aavo de laatste jaren tegenkwam kocht hij op. Het getuigde van een ontroerende ondernemingslust, toch vond ik die berg onderdelen deprimerend. Estland was onafhankelijk, maar het was deze verzameling oud roest die Daina en Aavo zekerheid moest verschaffen.

Bij een volgend bezoek aan Daina en Aavo twee jaar later:
- ... Toch waren er tekenen dat een nieuwe welvaart, hoe bescheiden ook, Estland had bereikt. Daina en Aavo waren veel beter gekleed dan tijdens mijn laatste bezoek. En er waren producten in huis die eerder niet te krijgen waren: afwasmiddel, margarine, chocola en frisdrank. Het leek op een volstrekt willekeurige selectie uit een westerse supermarkt.

- 's Morgens werd ik wakker van een klein stemmetje. "Good morning, breakfast is ready." Het was de zevenjarige Anneli die op de dorpsschool Engels leerde. Russisch als tweede taal was afgeschaft.

Vietnam:
- Verbaasd wandelde ik de eerste avond door de straten. Sinds mijn bezoek van een jaar geleden had Hanoi een metamorfose ondergaan. Overal waren winkeltjes gekomen, koopwaar stulpte naar buiten: tassen, kleren, borduurwerk, plastic emmers, gedroogde kruiden; er was geen ruimte meer op de trottoirs.

- Duong was aan de oorlog gewend  geraakt. Om hem vervolgens nooit meer te vergeten. "Een goed geheugen is een geluk voor een schrijver, maar een ramp voor een mens," besloot ze treurig.

- Duongs leven lijkt op dat van de hoofdfiguren uit Blind paradijs: verraden door het communisme, verraden door de mannen en gekneveld door een traditioneel denkende familie. Dat beaamde ze: "Een vrouw leeft in dit land nooit voor zichzelf. We leven in het verleden, voor onze voorouders, en we leven in de toekomst, voor onze kinderen."

China:
- "Mijn vrouw en dochter komen zo thuis," zei meneer Wu. In de tussentijd ging hij een lunch voor me maken. "Chinese specialiteiten," beloofde hij, en verdween in de keuken. Even later kwam hij binnen met een dampende schaal waarin ik tot mijn verbazing tientallen wezentjes zag liggen. Het leken net heel kleine mensjes die in grote opwinding hun armpjes in de lucht hielden alsof ze mij iets belangrijks te vertellen hadden. Meneer Wu zocht gejaagd naar de juiste vertaling in zijn woordenboek. "Padden," wees hij aan en toen het woord "miniatuur". Daarna bracht hij het tweede gerecht: gebakken zijdewormen. Die zagen er veel minder afstotelijk uit, precies kleine handgranaten, maar ze smaakten gruwelijk. Alsof je een hap oud stof naar binnen slikte.

Haïti:
- Ik zag de propere lokalen voor me, de onberispelijke Haïtiaanse leraressen voor de klas, de gedempte stemmen: een eiland van rust en orde.
 Maar zo rooskleurig was de situatie niet, volgens zuster Borgia. Waar ik netheid zag, verschool zich de ellende, zei ze met spijt in haar stem. "Toen we hier kwamen, vonden onze meisjes werk in een atelier, maar de laatste jaren is er geen werk meer." De opleiding had zo zijn doel verloren. De kleding die tijdens de lessen werd gemaakt, bleek van geen enkel nut en was onverkoopbaar omdat de prijs veel te hoog zou zijn. De mensen konden voor een paar kwartjes een tweedehands overhemd of een jurk uit de Verenigde Staten krijgen. "Kennedykleding" noemden de zusters dat, het had iets met liefdadigheid te maken.

- Een man die ons voorbijliep drukte zich even tegen me aan toen zuster Maria niet keek. "Baby, you need any black power tonight?" fluisterde hij en vervolgde lachend zijn weg.

- Het landschap om ons heen was uitgestrekt en eenzaam geworden. Toch steeg van vrijwel elke heuvel rook op. Daar werd houtskool gemaakt, had Dorvilier uitgelegd. Zelfs hier werden alle bomen die voorhanden waren gekapt. Alleen de mangobomen, wees Dorvilier, lieten de mensen staan, omdat ze daar de vruchten van wilden plukken. "Arme bomen," verzuchtte ik. Dat irriteerde Dorvilier: "Als de mensen het beter hadden, lieten ze de bomen wel staan."

India:
- Zodra we Suri vertelden van ons plan een bezoek aan Delhi te brengen pakte hij de telefoon en stelde hij zijn familie op de hoogte van onze komst. Er was geen sprake van dat we een hotel zouden boeken. Kwamen we wel gelegen? wierpen wij tegen, misschien was de familie heel druk? Hij schudde lachend het hoofd. "Dan maken we tijd, in India ligt dat allemaal heel anders dan hier," hield hij vol.

Een Indiase bruiloft:
- Nu was al bekend hoeveel gasten er zouden komen, rond de duizend. De moeder begon op te sommen: "Alle collega's van mijn man met hun gezinnen. Al mijn familieleden, alle familieleden van mijn man. Bij elkaar zijn dat vijfhonderd mensen. Dan de gasten van de bruidegom, dat zijn er ongeveer net zoveel." Het hele feest kwam voor rekening van de familie van de bruid. Dan was er natuurlijk nog de bruidsschat die betaald moest worden, maar daarover liet de moeder niet veel los.

- Over het beroemde Mayo-college in Aimer, ongeveer tweehonderd kilometer van Udaipur vandaan, had ik kort geleden iets gelezen. De school moest een kopie zijn van het Engelse Eton, maar de Indiase leerlingen, vrijwel allemaal prinsen, brachten zoveel bedienden, koks en chauffeurs mee dat er van een ascetische Britse opvoeding niet veel terechtkwam.

- Toen ik aanhield wilde hij wel onthullen dat hij ooit getrouwd was geweest met een Deense en later met een Ierse, maar dat de beide dames over niet erg mooie karakters beschikten. Ja, trok ik in gedachten partij, vergeleken bij Indiase echtgenotes zullen westerse vrouwen wel haaibaaien zijn.

Australië:
- Als vreemdeling kon je in Coober Pedy op drie manieren de nacht doorbrengen: in een hotel onder de grond, in een hotel boven de grond of in een tent. Een hotel, zo bleek, kostte tweehonderd gulden per nacht. Ik reed de parkeerplaats op van een van de campings en zocht naar een plek waar ik mijn tijdelijke onderkomen kon opslaan. De beheerder kwam uit een stacaravan te voorschijn en wees naar de stoffige, rotsige vlakte. "Je hebt toch wel een hamer bij je om de haringen erin te meppen?" vroeg hij. Even later hoorde ik hem schamper tegen een collega zeggen: "Een grasveldje zocht ze, die is goed."

- Ook Quinn reed in een tank. "Fris vandaag," stak hij van wal. Ik lachte. Typische Australische humor: de werkelijkheid omdraaien in haar tegendeel. We naderden onze Holden, Wayne zat er vlakbij onder een boom. "Wat doet die man?" vroeg Quinn verbaasd. "Hij leest een boek," zei ik. "Heb je ooit!" riep Quinn uit. "Wat is daar vreemd aan?" Quinn haalde zijn schouders op. "Zoiets heb ik nog nooit gezien: een man die een boek leest naast zijn gestrande auto."

- Wayne bestudeerde het interieur. "Er is niets veranderd," stelde hij tevreden vast en leunde ontspannen achterover. Nooit eerder had ik hem zo thuis gezien. Zou het waar zijn dat een mens zijn leven lang de gevangene blijft van zijn jeugd? We kunnen een andere taal leren, elders een woning inrichten, aan de andere kant van de wereld ons hart verliezen en toch blijven we, zelfs na vele jaren, alleen maar verlangen naar hoe het vroeger was.

- Quinn schetste mij het leven van een Australisch varken. Overdag, vooral tijdens een hittegolf zoals nu, "kamperen" ze. Ze verschuilen zich onder struiken of, als daar gelegenheid toe is, wentelen ze zich in de modder. Dat had deze jongen net gedaan, die kwam uit de "waterhole", hier vlakbij, de modder zat nog op zijn rug. Quinn sprak met tederheid over hun gewoonten: een jager moet zich verplaatsen in zijn prooi.
 
- "Je moet ook nooit met één hond gaan jagen, dat is vragen om problemen," verweet Quinn. "Je moet er rekening mee houden dat één hond uitgeschakeld kan worden. Je moet ook niet in je eentje op jacht gaan, als jou iets overkomt moet je iemand bij je hebben, al is het een kind, die je wagen naar het ziekenhuis kan rijden. Daarom heb ik mijn kinderen al op hun vijfde leren autorijden."
 De drie jachthonden snuffelden om ons heen. Het viel me toen pas op dat hun huid onder de littekens zat. "Ja, ze worden weleens te pakken genomen," bekende Pat. "We hebben altijd een naald en tanddraad in de auto liggen, we naaien ze meteen weer dicht. Dat moet je doen als ze nog verhit zijn, dan voelen ze geen pijn."
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

dinsdag 10 september 2024

Carolijn Visser: Hoge bomen in Hanoi

Carolijn Visser: Hoge bomen in Hanoi (Nederland, 1993): 235 blz: Uitgeverij Meulenhoff
 
Hoge bomen in Hanoi
 
In 1992 maakte Carolijn Visser een lange reis door Vietnam. Ze was gefascineerd door de Vietnamoorlog die ze in haar jeugd via de televisie had meebeleefd. Opvallend vergeleken met haar reizen door China is dat Carolijn in Vietnam veel makkelijker contact kon leggen en vriendschap sluiten met de inwoners van het land. "Hoge bomen in Hanoi" is een geweldig reisverhaal.
 
Citaten:
- Ik zit op de voorplecht en neem alles heel precies in me op. Ik ben sinds een paar dagen in Vietnam en kan nergens anders aan denken dan aan de oorlog. In gedachten zie ik helikopters hangen boven de bomen, gruwelijke films spoken door mijn hoofd.
 Hoe kon je toen weten, vraag ik me af, de rivier afkijkend, wie een machinegeweer verborgen hield in zijn schuitje? Wie was doodgewoon onderweg naar de markt en wie werkte voor de Vietcong?
 
- Nog geen honderd kilometer verderop ligt de grens met Cambodja, een gebied vol misdaad en maffia, weet meneer Hanh. "Vanuit Thailand worden televisies, brommers en zelfs auto's door het oerwoud van Cambodja naar de Vietnamese grens gebracht, alle douaniers zijn omgekocht." "en wat gebeurt er dan met die spullen?" vraag ik nieuwsgierig. "Die laden ze op een vrachtwagen en daarmee rijden ze naar Saigon of Cholon, de Chinese wijk. Alles, alles wat je daar op de markt ziet is gesmokkeld, en vaak is het niet wat je denkt dat het is," besluit hij mysterieus. "Hoezo?" vraag ik geïntrigeerd. "Wel," legt hij uit, "je koopt bijvoorbeeld een Japanse scooter, een Honda, splinternieuw, voor tweeduizend dollar. En wat blijkt? Alle onderdelen die erin zitten zijn niet van Japanse maar van goedkope Chinese makelij; ze hebben alles omgewisseld. Een gekookte scooter noemen we dat."

- Naast het hotel licht even later in neon het woord "massage" op. Ik informeer of dat aanbod ook voor vrouwen geldt. "Zeker," zegt de receptioniste, "vijfenveertig minuten kost tienduizend dong." Na afloop vraag ik of meneer Hanh misschien ook belangstelling heeft. "O nee," zegt hij verschrikt, "massage heeft in Vietnam altijd met seks te maken en daar krijg je aids van." "Ik ben er net geweest," zeg ik, "er was niets dubbelzinnigs aan." Meneer Hanh houdt voet bij stuk. "Daar doe ik niet aan mee," zegt hij beslist.

- Het politiebureau bestaat uit een krot tegenover een vijver waarin twee hokjes staan die je met een bruggetje kunt bereiken. "Wc's," wijst meneer Hanh, "zodat er geen kostbaar voedsel voor de vissen verloren hoeft te gaan."

- Mijn kamer lijkt de vleugel van een paleis; in een riant vertrek kan ik bezoekers ontvangen, de slaapkamer is enorm en kan ik ook gebruiken als kantoor. Alleen: de muren zijn beschimmeld en de ruiten zwart van het roet. In de badkamer liggen prachtige tegels, maar ze zijn allemaal gebarsten. De wasbak heeft geen afvoer. Dat hoeft ook niet, want het water komt niet uit de kraan maar uit de muur. Elektriciteitsdraden steken dreigend uit de stopcontacten en de airconditioner is groots aanwezig, maar zwijgt in alle talen.

- Een paar donkere straten verderop is een hel verlichte bar. Ik hou van cafés; een goed café is als een huiskamer waar alles mag. In China bestaan ze niet, Chinezen houden niet van drinken met volslagen onbekenden. Daarvoor wantrouwen ze elkaar te zeer en ze vinden waarschijnlijk dat een mens zijn tijd beter kan besteden. In Saigon struikel je over de cafés, in de meeste wordt louter koffie gedronken, maar dat komt alleen maar omdat er geen geld is voor iets anders. Vietnamezen houden van praten, met iedereen. Als je wilt luisteren doen ze hun hele leven uit de doeken in een minuut of vijf, wat dat betreft lijken ze op Amerikanen. De meeste cafébezoekers zijn mannen, zoals overal in de wereld.

- Marc koopt een oorkrabber en verzinkt daarna in gepeins. Als ik vraag waar hij aan denkt, zegt hij: "Oh, wel, ik dacht aan de nacht dat ik erachter kwam dat we de oorlog nooit zouden winnen." Hij zat naast een zwaargewonde te wachten op de dageraad. De jongen was bleek door bloedverlies, Marc moest hem bij kennis houden, anders was het gedaan. Toen leek het of hij onder de grond iets hoorde, iets voelde bewegen. De Vietcong, dacht hij, ze zijn tunnels aan het graven. "Ik verbeeldde het me," zegt Marc, trekkend aan zijn joint, "maar gek genoeg maakte dat niet uit. Dat visioen van de Vietcong die zelfs midden in de nacht onder je kont tunnels aan het graven was, maakte dat ik vanaf dat moment wist dat het een verloren zaak was."

- De eerste weken in Vietnam dwaalden mijn gedachten steeds af naar de "Amerikaanse oorlog" zoals de Vietnamezen die noemen. Nu valt het mij steeds meer op dat Saigon op een ouderwetse Franse provincieplaats lijkt: er is een enorme kathedraal, de Notre Dame, die overal bovenuit steekt, en onder de bomen die de avenues koel houden waggelt een enkele 2 CV. Het geel gestucte stadhuis hoort eigenlijk thuis in Cannes en het imposante postkantoor waar heel veel wordt gestempeld, kan zo figureren in een historische Franse film.
 Op terrasjes langs de boulevards drinken de mensen koffie, een zeldzaam drankje in dit werelddeel. De aluminiumfilters die daarbij worden geserveerd zijn gemaakt van neergestorte Amerikaanse helikopters, wordt gezegd, maar de koffie smaakt er niet minder Frans om.

- Na jaren reizen in China kan ik slechts twee bewoners van dat onmetelijke land mijn vrienden noemen; daar was het een zeldzame gebeurtenis als iemand mij in vertrouwen nam. In Vietnam gaat het anders; hier word ik regelmatig uitgenodigd bij mensen thuis, ze nemen mij mee uit eten en vertellen me verhalen, ze komen me opzoeken in mijn hotel.

- We scharen ons rondom de tafel met het beste uitzicht over het park, meneer Trang wenkt de ober om ernstig met hem te overleggen en de bestelling te regelen. "Een aantal specialiteiten," belooft hij opgewekt. Twee schalen met krokante loempia's worden gebracht, die moeten samen met verse kruiden in slablaadjes worden gewikkeld. Er is ook Chinese soep en Franse biefstuk, in stukjes gesneden zodat je het met stokjes kan oppakken, en friet. Het laatste gerecht dat gebracht wordt, ken ik niet. Het is iets wits, het smaakt stevig, zoals inktvis. "Wat is dit?" vraag ik. "Baarmoeder van een rund," zegt meneer Trang, en hij legt nog een stukje in mijn kom.

- Ik koop een paar blikjes Heineken en loop naar de antiekwinkel. "Cyclo, madam, cyclo," roept een haveloze man die met mij opfietst. Als ik geen sjoege geef, roept hij kwaadaardig: "Lienxo", Rus, de grootste belediging voor een buitenlander in Saigon.

- Ik huiver, wat betreft ziektes ben ik geen held. Als ik maar iets ongewoons voel, verbeeld ik meteen het ergste. Ooit werd ik opgenomen voor een maagperforatie die niet te vinden was. Kort daarna werd een specialist teruggeroepen van zijn weekendverlof, omdat het erop leek dat ik een hartinfarct had. Verschillende keren was ik ervan overtuigd dat virussen mijn lichaam aan het slopen waren, maar altijd bleek ik weer kerngezond, alleen een beetje zenuwachtig.

- De oude man brengt me hijgend naar een parkeerplaats aan de rand van de stad, waar een paar minibusjes staan. "Dalat! Dalat!" roept iemand en pakt de cyclo beet. Als ik twee kaartjes koop kunnen we meteen vertrekken, begrijp ik, want er zijn nog twee zitplaatsen over. Niet de beste vanzelfsprekend, ik moet door de achterklep naar binnen klauteren. Die wordt gesloten en dan zitten we samengepakt als in een onderzeeër. In geval van nood komt niemand hier levend uit.

- Ik had toen [tijdens de Vietnamoorlog] een heel duidelijk beeld van Noord-Vietnam. De Noordvietnamezen werkten hard en gingen gekleed in eenvoudige zwarte katoenen pakken. Als de Amerikaanse bommenwerpers naderden ging er een sirene, haastig verdwenen ze dan in schuilkelders. De Noordvietnamezen streden allemaal voor een doel en een ideaal, daar offerden ze alles voor op. Ze waren erg arm, maar het weinige dat ze hadden werd rechtvaardig verdeeld. Ik herinner me geen enkel bericht waarin dat werd tegengesproken.

- Meneer Thuy knikt, hij lijkt zich te ontspannen nu hem duidelijk wordt dat hij zich niet hoeft te verdedigen: "Bij de radio verdiende ik tien dollar per maand, nu krijg ik twintig keer zoveel." Hij zwijgt even en zegt dan: "Er is een brain drain aan de gang in dit land, onze ministeries, onze ziekenhuizen, de universiteiten en de scholen lopen leeg. Iedereen die de kans krijgt om voor buitenlanders te werken, grijpt die aan."
 Meneer Thuy verwondert zich wel over meer ontwikkelingen in Vietnam. "Vroeger was iemand die arm was per definitie beter dan iemand die rijk was. Nu kan iemand arm zijn omdat hij lui is," vat hij samen.

- Meneer Thuy doorbreekt de stilte: "Schilderijen en oorlog kun je het beste van een afstand bekijken," mompelt hij treurig.

- Het is een publiek geheim in Vietnam dat de meeste artsen tegenwoordig weinig op hun werk komen, ze hebben verschillende bijbaantjes, anders zouden ze niet genoeg verdienen om hun kinderen te eten te geven.
 
Carolijn spreekt de schrijver Bao Ninh:
- "Waarom heet uw boek Het verdriet van de oorlog?" begin ik aftastend. "Zo heet het in het Zuiden," smaalt Bao Ninh. "In het Noorden mocht ik het zo niet noemen. Het woord "oorlog" is hier taboe. Je kunt over de "vrijheidsstrijd" spreken, maar het woord oorlog in combinatie met verdriet, dat kan niet. Het boek heet hier daarom Het lot van de liefde."
 
- In Hanoi wordt veel gefluisterd over de illegale grenshandel. Vietnamezen brengen kreeft, honden, metalen en hout naar China, soms in een vrachtwagen, soms in een mand aan een bamboestok. Ze komen terug beladen met flessen bier, kleren, pannen en andere huishoudelijke artikelen die overal in de stad in de winkels liggen.
 
- Voor elke reis zie ik altijd een aantal beelden voor me. Soms lijken die op foto's uit toeristische brochures: een zonovergoten kust, een fonkelend groen oerwoud. Maar meestal zijn het visioenen waarin ik ergens bijhoor: galopperend op een paard tussen Mongoolse nomaden, voortzeilend op een Chinese jonk in het gezelschap van Cantonese schippers. Het is altijd het diepe verlangen ergens anders thuis te zijn dat mij keer op keer mijn eigen deur uitjaagt.
 
- Wel, denk ik, hier zit ik nu in een afgelegen berghut te midden van een Muong-familie en ik heb een glaasje rijstwijn voor me staan. De ziel van Vietnam wordt me alleen niet erg veel duidelijker. Dit bezoek kan net zo goed plaatsvinden in Thailand of Indonesië. Als westerling maak je kennis met een plaatselijke familie in primitieve omstandigheden. Je voert een gesprek dat voorspelbaar is. Iedereen is van goede wil, er is iets te eten, te drinken en te roken en er zijn souvenirs te koop. En aan het eind van het bezoek geef je wat geld.
 
- Thiep gaat naar binnen om de theekopjes hierheen te halen. Teruggekomen betoogt hij dat hij een doodnormale Vietnamese burger is. "Ik voer mijn varkens, ik werk in mijn tuin, ik probeer de eindjes aan elkaar te knopen. ..."
 
- Meneer Tuong legt een hand op de mijne. "Jij bent anders," vleit hij, "jij bent, hoe zal ik het zeggen, zachter."
 Ik verwacht dat hij nu uiteen gaat zetten dat je met vrouwen niet over politiek moet praten, maar over de liefde. Dat is een opmerking die op een moment als dit wel vaker uit de hoed getoverd wordt, maar meneer Tuong zwijgt. Hij kijkt naar de maan en steekt een nieuwe sigaret op.

       

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

zaterdag 16 december 2023

Réhahn: The Collection

Réhahn: The Collection (Frankrijk, 2017): 138 blz: Uitgeverij ?
 
 
Réhahn is een Franse fotograaf die al jaren in Vietnam woont. Voordat Réhahn zijn boek "The Collection" publiceerde had hij 10 jaar over de wereld rondgereisd. Hij is vooral gespecialiseerd in het maken van portretfoto's, bijna altijd in kleur. In "The Collection" staan een aantal foto's die Réhahn zelf als zijn beste foto's beschouwt. Hij heeft eerder twee fotoboeken over Vietnam gemaakt.
 
Er staan in het boek een paar foto's die Réhahn heeft gemaakt in Bolivia en Peru, maar verder vooral foto's gemaakt in Cuba, Maleisië, India en Vietnam. De meeste foto's zijn portretfoto's. Op de foto's uit Cuba staan vooral foto's van mannen en vrouwen met enorme sigaren in hun mond.
 
De foto's uit het boek zijn over het algemeen erg mooi. Waar ik minder enthousiast over ben, is de vormgeving van het boek. Het boek is in een horizontaal formaat. Vaak staan er twee verticale foto's naast elkaar op één bladzijde. Deze waren veel beter tot hun recht gekomen als beeldvullende foto's op een enkele verticale pagina. De bladzijden met de teksten bij de foto's ogen rommelig. De teksten zijn in het Engels en in het Frans. Ik had gekozen voor of teksten in het Frans (het is tenslotte een boek van een Franse fotograaf) of in het Engels. De paginanummering is ronduit lelijk en storend. 
 
Afgezien van deze minpunten bevat "The Collection" erg mooie foto's.
 
Voor een aantal foto's uit "The Collection", klik hier.
 
   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

zondag 24 september 2017

Jeroen Kho: Zuidoost-Azië aangeraakt

Jeroen Kho: Zuidoost-Azië aangeraakt: Reisfotografie van Jeroen Kho (Nederland, 2006): ? blz: Stichting Jeroen Kho fotografie

Toen ik een tijdje terug dit boek op marktplaats zag aangeboden, kocht ik het gelijk.

Ik heb zelf in 1992 een rondreis door Indonesië, Singapore, Maleisië en Thailand gemaakt en daarbij uitgebreid gefotografeerd (toen nog niet digitaal maar met kleurendia's).

In "Zuidoost-Azië aangeraakt" staan 100 foto's die Jeroen Kho heeft uitgezocht na zijn reis in 2004. Omdat hij bij een ongelukkige val van het dak op 31-jarige leeftijd om het leven is gekomen, hebben zijn nabestaanden dit boekje uitgegeven.

In het mooie voorwoord staat dat Jeroen Kho het fotograferen van mensen tijdens een reis ruwweg onderverdeelt in twee categorieën: portretten en foto's van mensen in relatie tot hun omgeving. Net als Jeroen Kho ben ik vooral ook in de tweede categorie geïnteresseerd.

De foto's in het boekje zijn aardig, maar ontstijgen nergens het niveau van de betere amateurfotograaf. Meestal zijn ze goed gezien, maar is de compositie niet geweldig.

Van mijn eigen foto's zou ik zeker een vergelijkbaar boekje kunnen maken, en dat geldt ook voor de foto's van verschillende mensen in mijn vriendenkring. Kortom, een leuk boekje om te hebben, maar er zijn boeken met mooiere foto's.

  

zaterdag 19 augustus 2017

Joris Ivens: Wereldcineast

5 Dvd-box: Joris Ivens: Wereldcineast: totale speelduur ongeveer 15 uur

Product DetailsIk had vaag wel eens van Joris Ivens gehoord, maar nog nooit een film van hem gezien.

Ik wist dat hij belangrijk moest zijn en toen een paar maanden geleden een dvd-box met een deel van zijn werk op marktplaats te koop was, besloot ik die te kopen. Dat viel goed uit, de films van Joris Ivens zijn zonder meer mooi om naar te kijken en bevatten prachtige observaties.







Hier in het kort wat over zijn films:

- "De wigwam" die hij in 1912 op 14-jarige leeftijd heeft gefilmd is zijn oudste film. Een slechte indiaan (gespeeld door zijn oudere broer) steelt een kind van een boerengezin. De goede indiaan (gespeeld door Joris zelf) spoort het kind op en brengt het kind weer terug. Een stukje film curiosum, meer niet.

- "De brug" uit 1928 is zijn eerste serieuze film. Het is een documentaire over de Hefbrug in Rotterdam. Mooi om naar te kijken.

- "Regen" uit 1929, een impressionistische film over hoe het stadsbeeld van Amsterdam verandert door een regenbui.

- "Philips radio" uit 1931, een prachtig gefilmde documentaire over de fabrieken van Philips. Vooral de glasblazers zijn een genot om naar te kijken.

- "Komsomol" uit 1933, een communistische propaganda film over een staalfabriek in de Oeral.

- "Nieuwe gronden" uit 1933 over de aanleg van de Afsluitdijk.

- "Borinage" uit 1934 over de mijnwerkers in België en de armoede die onder hen heerst. Een aanklacht tegen het kapitalistische systeem.

- "The Spanish earth" uit 1937. Een propaganda film over de Spaanse burgeroorlog, ingesproken door Ernest Hemingway waarin hij een beeld geeft van de Republiekeinse zaak.

- "The 400 million" uit 1939, de eerste van vele films over China, waarin hij verslag doet van de Japanse oorlogsmisdaden.

- "... à Valparaiso" uit 1963, een prachtige film over deze Chileense stad.

- "Le 17ème parallèle" uit 1968, een film over de Vietnam-oorlog gefilmd vanuit het standpunt van de Vietcong. Ik vermoed dat dit samen met "The Spanish earth" zijn bekendste film is. Gefilmd tijdens de oorlog waarbij echte bom- en granaat inslagen zijn te horen. Ivens schetst een beeld van een idyllische samenleving waarin iedereen van harte met elkaar samenwerkt om de oorlog te overleven. Ik vraag me af in hoeverre de Vietnamezen zelf hierin geloofden.

Op de laatste dvd staat nog een groot interview met Joris Ivens waarin zijn werk chronologisch wordt besproken. De genoemde films zijn mijn favorieten onder de films die op de box staan.

Wat vind ik nu van Joris Ivens? Hij was ongetwijfeld een groot regisseur, die een verzamelaar van mooie beelden was. Met de historische werkelijkheid nam hij het niet zo nauw, zijn films waren propagandafilms, of het nu voor de communistische zaak, voor Philips of voor de mijnwerkers was. Ik vind hem op zijn best als hij zo maar filmt wat hij ziet, zonder duidelijk doel zoals in Valparaiso, en de stukken over het dorpsleven in de 17e breedtegraad. Ik ben blij dat ik zijn films gezien heb, maar vermoed dat ik er niet veel meer naar zal kijken. In ieder geval beschouw ik hem op grond van wat ik gezien heb als een van de grootste Nederlandse filmers (samen met Paul Verhoeven en Alex van Warmerdam).