Carolijn Visser: Brandend zout (Nederland, 1994): 267 blz: Uitgeverij Meulenhoff
In
"Brandend zout" staan verhalen van Carolijn Visser die nog niet eerder
in boekvorm zijn gepubliceerd over een reis met de trein van Beijing
naar Moskou, en over reizen in Estland, China, Vietnam, Haïti, India en
Australië.
Hoe
meer ik van Carolijn Visser lees, hoe meer ik onder de indruk ben van
zowel haarzelf als haar schrijven. Carolijn is een uiterst innemende
vrouw die makkelijk contacten legt en vriendschappen sluit met mensen
over de hele wereld, ze schrijft met veel empathie over de levens van de
mensen die ze ontmoet, ze stelt kritische vragen, is ondernemend, stelt
zich bescheiden op en laat zich ook regelmatig van haar zwakke kant
zien. Daarbij schrijft ze uiterst helder, gebruikt ze geen woord teveel
en haar dialogen klinken zeer natuurlijk.
Ik
denk dat ik Carolijn Visser zowel de beste Nederlandstalige schrijver
vind die ik ken, als de beste reisverhalenschrijver überhaupt, in ieder
geval degene die ik met het meeste plezier lees. Ook "Brandend zout" is
een boek met erg goede verhalen.
Citaten:
In de trein door Siberië:
- De Chinese restauratiewagen werd hier afgekoppeld en het was maar de vraag of er in Mongolië of in de Sovjet-Unie iets te eten of te drinken zou zijn. Daarom was het verstandig nu zoveel mogelijk in te slaan. Er waren twee winkeltjes en daaromheen werd geduwd en getrokken. Ik kocht koekjes, instant-noedels, glazen potten met mandarijnen en peren. En drie onduidelijke flessen sterkedrank.
"Daar word je blind van," waarschuwde een Ier die naast me stond. Meteen ruilde ik de flessen om; Ieren hebben immers veel verstand van alcohol. Bij een ander kraampje kocht ik een tiental blikjes bier. Uitstekend bier wordt er in China gemaakt, door de Duitsers eind vorige eeuw geïntroduceerd. Met die vracht ging ik weer aan boord.
- Ik ging weer op bezoek bij de twee Esten. Zij bleken ervaren overlevers te zijn. Aavo regelde iets met de kok van een trein die op een ander spoor stond te wachten. De passagiers van de gewone Russische treinen zijn doorgaans te arm om in de restauratie te eten. Hij kwam terug met een grote zak gekruide inktvis en een pot mayonaise. Op het volgende station werd de maaltijd aangevuld met warm brood.
Estland:
-
... "Ben je dan helemaal niet blij?" vroeg ik teleurgesteld. Daina en
hij hadden me in de trein toch verteld hoe zij als Esten leden onder de
Russische onderdrukking. "Blij waarmee?" wilde Aavo weten. "Je bent
vrij!" "Hoe kan ik vrij zijn?" vroeg Aavo en startte zijn Moskwitsj, "ik
ben een Homo Sovjeticus."
-
Al lang daarvoor hadden Aavo en Daina alle vertrouwen opgegeven in
welke financiële instelling dan ook. "Alleen oude mensen zetten hun geld
op de bank," zei Daina. Ze wilde me laten zien wat zij met hun roebels
hadden gedaan en ging me voor op een trap naar de zolder. Met een
zaklamp bescheen ze auto-onderdelen die daar lagen uitgestald:
autobanden, startmotoren, carburatoren, complete portieren. Alles wat
Aavo de laatste jaren tegenkwam kocht hij op. Het getuigde van een
ontroerende ondernemingslust, toch vond ik die berg onderdelen
deprimerend. Estland was onafhankelijk, maar het was deze verzameling
oud roest die Daina en Aavo zekerheid moest verschaffen.
Bij een volgend bezoek aan Daina en Aavo twee jaar later:
-
... Toch waren er tekenen dat een nieuwe welvaart, hoe bescheiden ook,
Estland had bereikt. Daina en Aavo waren veel beter gekleed dan tijdens
mijn laatste bezoek. En er waren producten in huis die eerder niet te
krijgen waren: afwasmiddel, margarine, chocola en frisdrank. Het leek op
een volstrekt willekeurige selectie uit een westerse supermarkt.
-
's Morgens werd ik wakker van een klein stemmetje. "Good morning,
breakfast is ready." Het was de zevenjarige Anneli die op de dorpsschool
Engels leerde. Russisch als tweede taal was afgeschaft.
Vietnam:
- Verbaasd wandelde ik de eerste avond door de straten. Sinds mijn bezoek van een jaar geleden had Hanoi een metamorfose ondergaan. Overal waren winkeltjes gekomen, koopwaar stulpte naar buiten: tassen, kleren, borduurwerk, plastic emmers, gedroogde kruiden; er was geen ruimte meer op de trottoirs.
- Duong was aan de oorlog gewend geraakt. Om hem vervolgens nooit meer te vergeten. "Een goed geheugen is een geluk voor een schrijver, maar een ramp voor een mens," besloot ze treurig.
- Duongs leven lijkt op dat van de hoofdfiguren uit Blind paradijs: verraden door het communisme, verraden door de mannen en gekneveld door een traditioneel denkende familie. Dat beaamde ze: "Een vrouw leeft in dit land nooit voor zichzelf. We leven in het verleden, voor onze voorouders, en we leven in de toekomst, voor onze kinderen."
China:
- "Mijn vrouw en dochter komen zo thuis," zei meneer Wu. In de tussentijd ging hij een lunch voor me maken. "Chinese specialiteiten," beloofde hij, en verdween in de keuken. Even later kwam hij binnen met een dampende schaal waarin ik tot mijn verbazing tientallen wezentjes zag liggen. Het leken net heel kleine mensjes die in grote opwinding hun armpjes in de lucht hielden alsof ze mij iets belangrijks te vertellen hadden. Meneer Wu zocht gejaagd naar de juiste vertaling in zijn woordenboek. "Padden," wees hij aan en toen het woord "miniatuur". Daarna bracht hij het tweede gerecht: gebakken zijdewormen. Die zagen er veel minder afstotelijk uit, precies kleine handgranaten, maar ze smaakten gruwelijk. Alsof je een hap oud stof naar binnen slikte.
Haïti:
- Ik zag de propere lokalen voor me, de onberispelijke Haïtiaanse leraressen voor de klas, de gedempte stemmen: een eiland van rust en orde.
Maar zo rooskleurig was de situatie niet, volgens zuster Borgia. Waar ik netheid zag, verschool zich de ellende, zei ze met spijt in haar stem. "Toen we hier kwamen, vonden onze meisjes werk in een atelier, maar de laatste jaren is er geen werk meer." De opleiding had zo zijn doel verloren. De kleding die tijdens de lessen werd gemaakt, bleek van geen enkel nut en was onverkoopbaar omdat de prijs veel te hoog zou zijn. De mensen konden voor een paar kwartjes een tweedehands overhemd of een jurk uit de Verenigde Staten krijgen. "Kennedykleding" noemden de zusters dat, het had iets met liefdadigheid te maken.
- Een man die ons voorbijliep drukte zich even tegen me aan toen zuster Maria niet keek. "Baby, you need any black power tonight?" fluisterde hij en vervolgde lachend zijn weg.
- Het landschap om ons heen was uitgestrekt en eenzaam geworden. Toch steeg van vrijwel elke heuvel rook op. Daar werd houtskool gemaakt, had Dorvilier uitgelegd. Zelfs hier werden alle bomen die voorhanden waren gekapt. Alleen de mangobomen, wees Dorvilier, lieten de mensen staan, omdat ze daar de vruchten van wilden plukken. "Arme bomen," verzuchtte ik. Dat irriteerde Dorvilier: "Als de mensen het beter hadden, lieten ze de bomen wel staan."
India:
-
Zodra we Suri vertelden van ons plan een bezoek aan Delhi te brengen
pakte hij de telefoon en stelde hij zijn familie op de hoogte van onze
komst. Er was geen sprake van dat we een hotel zouden boeken. Kwamen we
wel gelegen? wierpen wij tegen, misschien was de familie heel druk? Hij
schudde lachend het hoofd. "Dan maken we tijd, in India ligt dat
allemaal heel anders dan hier," hield hij vol.
Een Indiase bruiloft:
-
Nu was al bekend hoeveel gasten er zouden komen, rond de duizend. De
moeder begon op te sommen: "Alle collega's van mijn man met hun
gezinnen. Al mijn familieleden, alle familieleden van mijn man. Bij
elkaar zijn dat vijfhonderd mensen. Dan de gasten van de bruidegom, dat
zijn er ongeveer net zoveel." Het hele feest kwam voor rekening van de
familie van de bruid. Dan was er natuurlijk nog de bruidsschat die
betaald moest worden, maar daarover liet de moeder niet veel los.
-
Over het beroemde Mayo-college in Aimer, ongeveer tweehonderd kilometer
van Udaipur vandaan, had ik kort geleden iets gelezen. De school moest
een kopie zijn van het Engelse Eton, maar de Indiase leerlingen, vrijwel
allemaal prinsen, brachten zoveel bedienden, koks en chauffeurs mee dat
er van een ascetische Britse opvoeding niet veel terechtkwam.
-
Toen ik aanhield wilde hij wel onthullen dat hij ooit getrouwd was
geweest met een Deense en later met een Ierse, maar dat de beide dames
over niet erg mooie karakters beschikten. Ja, trok ik in gedachten
partij, vergeleken bij Indiase echtgenotes zullen westerse vrouwen wel
haaibaaien zijn.
Australië:
- Als vreemdeling kon je in Coober Pedy op drie manieren de nacht doorbrengen: in een hotel onder de grond, in een hotel boven de grond of in een tent. Een hotel, zo bleek, kostte tweehonderd gulden per nacht. Ik reed de parkeerplaats op van een van de campings en zocht naar een plek waar ik mijn tijdelijke onderkomen kon opslaan. De beheerder kwam uit een stacaravan te voorschijn en wees naar de stoffige, rotsige vlakte. "Je hebt toch wel een hamer bij je om de haringen erin te meppen?" vroeg hij. Even later hoorde ik hem schamper tegen een collega zeggen: "Een grasveldje zocht ze, die is goed."
- Ook Quinn reed in een tank. "Fris vandaag," stak hij van wal. Ik lachte. Typische Australische humor: de werkelijkheid omdraaien in haar tegendeel. We naderden onze Holden, Wayne zat er vlakbij onder een boom. "Wat doet die man?" vroeg Quinn verbaasd. "Hij leest een boek," zei ik. "Heb je ooit!" riep Quinn uit. "Wat is daar vreemd aan?" Quinn haalde zijn schouders op. "Zoiets heb ik nog nooit gezien: een man die een boek leest naast zijn gestrande auto."
- Wayne bestudeerde het interieur. "Er is niets veranderd," stelde hij tevreden vast en leunde ontspannen achterover. Nooit eerder had ik hem zo thuis gezien. Zou het waar zijn dat een mens zijn leven lang de gevangene blijft van zijn jeugd? We kunnen een andere taal leren, elders een woning inrichten, aan de andere kant van de wereld ons hart verliezen en toch blijven we, zelfs na vele jaren, alleen maar verlangen naar hoe het vroeger was.
-
Quinn schetste mij het leven van een Australisch varken. Overdag,
vooral tijdens een hittegolf zoals nu, "kamperen" ze. Ze verschuilen
zich onder struiken of, als daar gelegenheid toe is, wentelen ze zich in
de modder. Dat had deze jongen net gedaan, die kwam uit de "waterhole",
hier vlakbij, de modder zat nog op zijn rug. Quinn sprak met tederheid
over hun gewoonten: een jager moet zich verplaatsen in zijn prooi.
-
"Je moet ook nooit met één hond gaan jagen, dat is vragen om
problemen," verweet Quinn. "Je moet er rekening mee houden dat één hond
uitgeschakeld kan worden. Je moet ook niet in je eentje op jacht gaan,
als jou iets overkomt moet je iemand bij je hebben, al is het een kind,
die je wagen naar het ziekenhuis kan rijden. Daarom heb ik mijn kinderen
al op hun vijfde leren autorijden."
De
drie jachthonden snuffelden om ons heen. Het viel me toen pas op dat
hun huid onder de littekens zat. "Ja, ze worden weleens te pakken
genomen," bekende Pat. "We hebben altijd een naald en tanddraad in de
auto liggen, we naaien ze meteen weer dicht. Dat moet je doen als ze nog
verhit zijn, dan voelen ze geen pijn."
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.