Posts tonen met het label Saoedi-Arabië. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Saoedi-Arabië. Alle posts tonen

zondag 29 december 2024

Kadir van Lohuizen: Food For Thought

Kadir van Lohuizen: Food For Thought (Nederland, 2024): 285 blz: Uitgeverij Lannoo
 
 
"Food For Thought" van de Nederlandse fotograaf Kadir van Lohuizen, is een belangrijk boek. Het is een belangrijk boek omdat het in beeld en woord laat zien waar ons voedsel vandaan komt en waar het heen gaat. Dit op een zeer informatieve en uiterst toegankelijke manier, met goede foto's en zeer overzichtelijke statistieken en grafieken.
 
Voor "Food For Thought" heeft Kadir van Lohuizen door zes verschillende landen rondgereisd. Hij is begonnen in Nederland en in het boek komen achtereenvolgens  Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten, de Verenigde Staten, Kenia en China aan bod.
 
In alle landen die Kadir van Lohuizen heeft bereisd, heeft hij goed rondgekeken en alle stappen in het proces van voedselproductie gefotografeerd. Hij is in kassen geweest, in rundvee-,  varkens- en kippenbedrijven, en hij laat zien hoe ons voedsel getransporteerd wordt per schip en naar de consument.

"Food For Thought" is een belangrijk boek en stemt tot nadenken. Misschien als fotoboek op zich met niet zulke hele pakkende foto's, maar het is een uiterst onderhoudend non-fictieboek over onze voedselvoorziening. Warm aanbevolen!

Voor een aantal foto's uit "Food For Thought", klik hier.

  
 
Reacties op dit blog zijn meer  dan welkom.

zondag 27 oktober 2024

Lieve Joris: De Golf

Lieve Joris: De Golf (België, 1986): 157 blz: Uitgeverij Veen
 

 
Tussen de Nederlandstalige schrijvers van reisverhalen, zitten twee vrouwen die, wat  mij betreft, ver boven hun collega's uitsteken. Ik bedoel natuurlijk Carolijn Visser en Lieve Joris. De afgelopen maanden heb ik het complete oeuvre van Carolijn Visser herlezen en besproken met uitgebreide citaten. Nu wil ik hetzelfde gaan doen met het complete oeuvre van de Vlaamse Lieve Joris.

"De Golf" gaat over een uitgebreid bezoek van Lieve Joris aan de landen die aan de Perzische Golf liggen. In de eerste plaats natuurlijk Saoedi-Arabië, maar ook Koeweit en de Verenigde Arabische Emiraten, waarbij Lieve Joris een bezoek brengt aan Dubai, Abu Dhabi, Qatar en Bahrein. Het is Lieve Joris vooral te doen om te zien wat de invloed van de enorme olierijkdom is op het leven van gewone mensen. Onderstaande citaten spreken voor zich. "De Golf" is een mooi debuut.
 
Citaten:
- ... Ik heb de verhalen van mijn collega's gelezen zeg ik, ze gaan meestal over olie of over sjeiks, ik wil gewone Saoediërs ontmoeten, zien wat de olierijkdom in hun leven heeft veranderd.
 
- De weken daarvoor ben ik bestormd met wijze raad van Arabië-kenners. "Heb je al een sluier gekocht?" vroeg een Egyptische kennis me. "Zoveel mogelijk zwart dragen," zei een ander. Als ik de ambassadeur over de wenselijke outfit consulteer, geeft hij me een kleine demonstratie. Zijn been boven zijn bureau uitstekend, wijst hij met de hand onder de knie: zo lang moet de rok zijn. "No mini." Verder lange mouwen en een gesloten hals. "No décolleté."
 
- Voor ons staan enkele westerse vrouwen met hun man. In één oogopslag zie ik dat mijn kleding niet uit de toon valt bij de hunne. Halflange grijze rok, witte bloes, geblokt colbertje - een secretaresse zal ik me de volgende maanden vaak voelen. Koningin Elisabeth en Margaret Thatcher, hoor ik later, verschenen in Riad met jurken tot op de grond. Dat was nu ook weer niet nodig geweest, vonden de meeste Saoediërs.
 
- Stille getuigen van de expansiedrift van het laatste decennium zijn de onbewoonde flatgebouwen die elke avond als  sombere schimmen oprijzen tussen de uitbundig verlichte villa's. Daar hadden volgens projectontwikkelaars Saoediërs moeten wonen. Maar al is de bevolking van Riad in veertig jaar gestegen van 62.000 naar meer dan een miljoen, in flats willen ze niet wonen. Het is moeilijk om op drie hoog schapen te houden en waar blijft de privacy van de familie als een Saoedische vrouw in de lift in contact kan komen met haar buurman?
 
- Op het marktplein worden vrijdag misdadigers op islamitische wijze berecht. Chop-square noemen de buitenlanders het plein. Adel, een Egyptische kennis, is een keer gaan kijken. Ze hakten een man zijn hand af en stopten zijn arm toen in kokende olie om de wonde dicht te schroeien. Adel voelde zich misselijk worden, maar rondom hem klapten mensen in hun handen.
 
- Ook Ahmed heeft in Amerika gewoond, in Houston, waar zijn vader studeerde. ... In Houston ontmoette hij veel Saoedische jongens die uit kleine dorpjes kwamen. "Ze wisten niets over vrouwen, drugs of alcohol," zegt Ahmed, "they went bananas." Texanen wisten over Saoedi-Arabië al even weinig, merkte hij. Ze vroegen hem of hij in een tent geboren was, of hij een kameel in zijn voortuin had en een olietoren in zijn achtertuin.

- Toen het project in 1978 van start ging, waren de telefoonlijnen in Saoedi-Arabië zo zwaar belast dat kooplieden in Djeddah liever hun privé chauffeurs een boodschap lieten bezorgen dan de telefoon ter hand te nemen. Zes jaar later heeft Saoedi-Arabië 1.200.000 telefoonlijnen en kan men vanuit elke cel meer dan honderd landen automatisch bellen.

- ... technici en andere experts zien het nut van zo'n ceremonie niet in. Locals, zeggen ze, gaan raar gekleed, er hangt een weeïge lucht van sandelhout om hen heen, hun vrouwen lopen erbij als mummies en de mannen gaan in het buitenland allemaal naar de hoeren. Toch zijn diezelfde locals de managers en opdrachtgevers en voelen zij, de Nederlanders, zich als Turken.

- Peter Calis vertelt hoe hij op een avond een groep Saoediërs en Nederlanders uitnodigde om te eten. Daar zat een Hollandse boerenkinkel bij die zo nodig aan zijn Saoedische tafelgenoten moest vragen of dat nu wel goed was, altijd zo'n doek op je hoofd, werd je daar niet kaal van? De Saoediër keek hem van terzijde aan en antwoordde ijzig kalm: "Jullie westerlingen dragen altijd van die strakke broeken. Is dat niet slecht, krijg je daar geen kleine piemel van?"

- Toen later ook in andere delen van het land scholen voor meisjes werden opgericht, brak er onder traditionele Saoediërs verzet uit. In 1963 moest de Nationale Garde de school in de afgelegen provincie Kassim verdedigen tegen woedende vaders die met stenen gooiden. Koning Faisal liet hen weten dat ze niet verplicht waren hun dochters ernaartoe te sturen, net zoals hij enkele jaren later tegen tegenstanders van de televisie zou opmerken dat ze niet hoefden te kijken.

- "Mijn vader heeft me altijd verdedigd," zegt ze, "als hij dat niet gedaan had, zou het me nooit gelukt zijn hier te werken, want het zijn onze vaders en broers, en later onze mannen, die door onze omgeving verantwoordelijk worden gesteld voor ons gedrag. Als wij iets verkeerd doen, worden zij erop aangesproken."

- De imam was niet de enige die zich later zou beklagen over wat ze in den vreemde met zijn kind hadden aangericht. Bij sommigen kwam van studeren weinig terecht, enkele dagen na hun vertrek al kenden ze de weg naar alle bars en nachtclubs en aan het eind van hun verblijf probeerden ze een diploma te kopen. Veel universiteiten bleken daartoe bereid. Heimwee hadden die jongens toen ze terugkwamen, ze waren verliefd geworden op een meisje in Dublin, misten hun hond Churchill die ze in Houston hadden moeten achterlaten. luisterden de hele dag naar John Denver of droomden van downtown Sacramento waar ze 's avonds door de hoofdstraat liepen met een scoop of ice uit hun favoriete parlour.

- ... "Maar Saoedische studenten beseffen dat hun graad niet echt noodzakelijk is voor hun toekomst," zegt dr. Brass, "want waar het uiteindelijk om gaat is: hoe goed zijn de contacten die je vader er op nahoudt. Ze behalen een graad en betalen dan de buitenlanders om het werk te doen. En beklagen zich vervolgens over hen."

- "In Amerika," zegt hij, "moeten studenten zelf hun studies betalen, zodat ze zorgen dat ze vlug klaar zijn, maar hier is alles gratis en doen studenten het daarom rustig aan. Op de parking staan de nieuwe Mercedessen en Porsches die ze van hun vaders gekregen hebben, terwijl de staf van de universiteit zich verplaatst met oude auto's. De studenten hebben niet het gevoel dat ze moeten werken voor geld, want hun ouders zijn rijk. Palestijnen, die kunnen overal overleven, maar Saoediërs alleen hièr omdat alles gesubsidieerd is. En met subsidie kan je zelfs op de maan leven."

- "Eigenlijk zijn wij een gelukkige generatie," zegt Moetaiwee, "wij hebben nog armoede gekend. De jongeren van nu zullen het moeilijker krijgen want zij zijn geboren met een gouden lepel in de mond. Zij gaan naar Buenos Aires met vakantie en praten het liefst over gouden horloges, auto's of hun vriendinnetje in Engeland. Van de slechte dingen van het leven, daar weten zij niets van."

- Later probeerde ze hem wel eens te bellen als hij te lang wegbleef, maar dan reageerde hij boos. "Onze mannen willen vrij zijn," zegt ze, "als je hen vraagt waar ze geweest zijn, zeggen ze: ben ik getrouwd om gecontroleerd te worden waar ik naartoe ga? Een man is als een leeuw, zelfs als hij dom is, heeft hij de macht."

- "We in Kuwait like the furniture car," zegt Hamed, wijzend naar de zachtleren autobekleding en de stereo boxen achterin, "so tell me,"what's the most lovely car you have seen in Kuwait? Ik sta met de mond vol tanden, over die vraag heb ik nooit eerder nagedacht. Hamed is diep teleurgesteld, hij kan zich niet voorstellen dat iemand over zo'n belangrijk onderwerp zo weinig weet.

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.
 

donderdag 1 april 2021

Marcel Kurpershoek: Diep in Arabië & De laatste bedoeïen

Marcel Kurpershoek: Diep in Arabië & De laatste bedoeïen (Nederland, 1992 en 1995): 456 blz: Uitgeverij Meulenhoff
 
Diep in Arabië, De laatste Bedoeien by…
 
Marcel Kurpershoek heeft tussen 1988 en 1992 rondgereisd in Saoedi-Arabië om op zoek te gaan naar de nazaten van de dichters van de Bedoeïenen. Het boek dat hij geschreven heeft geeft een verslag van die zoektocht, waarin hij zijn eigen verhaal afwisselt met fragmenten van de gedichten die hij aangehoord heeft. 

In 1995 is hij nog een keer teruggegaan naar een van die dichters om te zien hoe het inmiddels met hem vergaan is.

Het boek is in een prachtige stijl geschreven en geeft een mooi beeld van een verdwijnende cultuur. Een onbetwistbaar hoogtepunt onder de Nederlandse reisverhalen en een goede aanvulling op de klassieker "Arabian Sands" van Wilfred Thesiger
 
Citaten:
- Wie een Saoediër uit de woestijn op zijn eerste buitenlandse reis in vervoering wil brengen, zodat hij aan je mouw trekt en roept "is dat niet prachtig?", moet voor hem een excursie uitstippelen met de volgende hoogtepunten: een modern flatgebouw met spiegelend glas; een grijze lucht waaruit regen neerplenst; blonde vrouwen met bollende borsten, billen en dijen; grote kuddes moddervet vee; frisse wind, veel gras en weinig bomen; grote plassen zoet water. Op een dergelijke rondleiding zouden Saoediërs al snel tot de ontdekking komen dat ons land hun voorstelling van het paradijs dicht benadert.
 
- Over één fundamentele kwestie zijn de Saoedische puriteinen en de Iraanse ayatollahs het althans eens: de islam behoort maatgevend te zijn voor alle facetten van het leven.
 
- Alles wat de moslim nodig had om zijn leven in te richten volgens dat eeuwige ideaal was te vinden in de koran en in een aantal verzamelingen van overleveringen met aanvullende informatie over wat Mohammed tijdens zijn leven deed of juist achterwege liet: hoe hij zich kleedde, hoe hij de liefde bedreef, wat hij mooi of lelijk vond, de manier waarop hij rechtsprak - kortom, zijn levenswandel als gewoon mens en politiek voorman buiten de momenten van goddelijke inspiratie waarin de aartsengel Gabriël hem de koran dicteerde.
 
- Mijn momenten van grootste eenzaamheid beleefde ik niet in mijn dooie eentje in de woestijn, maar te midden van Saoediërs op het uur van gebed. In steden en dorpen viel dat nog wel mee. Daar werd ik toevertrouwd aan het gezelschap  van jongetjes die achterbleven in de madjlis, terwijl de mannen zich naar een dichtbije moskee repten. Maar in de woestijn voltrok de gebedsoefening zich onder mijn neus. Kennis van de taal, mijn Arabische hoofddoek en jurk baatten mij dan niet meer. De mannen stonden te bidden en ik keek toe, maar het gevoel dat ik te kijk stond kon ik nooit van mij afzetten.

- Volgens betrouwbare bronnen mogen de vrouwen, hun dochters en de honden van het kamp de resten opeten en de botjes afkluiven. Ik moest denken aan Meniefs antwoord toen ik hem vroeg wat een man doet als hij genoeg heeft van zijn vrouw. "Heel eenvoudig," zei Menief. "De man roept zijn vrouw en zegt in haar gezicht: "Je bent verstoten, nog eens verstoten en nog eens verstoten; dat zijn drie verstotingen, de zaak is bekeken; vooruit ga naar je eigen familie." Daarna ga je naar de islamitische rechter, je vertelt wat je gedaan hebt en dan geeft hij je een papiertje waarop staat dat het huwelijk is ontbonden."

- "God, zijn naam zij geprezen en verheven, heeft de waarde van een vrouw gesteld op de helft van die van een man: in de getuigenis voor de rechtbank, in het bloedgeld, in alles!"

- Nu hebben alle Saoediërs, en misschien wel alle jurkdragende Golf Arabieren, een sterk ontwikkeld gevoel voor decorum en voor de onderwerpen die ten overstaan van vreemden wel of niet mogen worden aangeroerd. ... de neusvleugels van een Saoediër weten feilloos het lichtste vleugje taboe op te vangen, of de kans te speuren dat een gesprek zich ontwikkelt in een richting die ook maar een tikkeltje onwelvoeglijk geacht zou kunnen worden door een van de andere aanwezigen.

- Want evenals in het geloof geldt in de Arabische literatuur de wet van de omgekeerde vooruitgang: hoe ouder, hoe beter.

- Mijn mededeling dat westerse vrouwen het recht hebben hun man te "verstoten" vervulde Abdallah met afgrijzen: "In dat geval zouden in Saoedi-Arabië morgen alle mannen verstoten zijn." Gelukkig bestond daarvoor geen gevaar, want in de koran heeft Allah de man het oppergezag gegeven over het zwakke geslacht.

   

Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.

dinsdag 24 januari 2017

Wilfred Thesiger: Woestijnen van Arabië

Wilfred Thesiger: Woestijnen van Arabië (Groot Brittannië, 1959): 358 blz: Vertaald door Tinke Davids (1993): Uitgeverij de Arbeiderspers: Oorspronkelijk uitgever Longmans, Green
 
Small Cover ImageWilfred Thesiger was een Engelsman die opgroeide in Abessinië, het tegenwoordige Ethiopië. Al op jonge leeftijd ging zijn hart uit naar de wildernis. Toen hij de kans kreeg om voor de sprinkhanenbestrijding door Saoedi-Arabië te reizen greep hij die met beide handen aan.

"Woestijnen van Arabië" is het verslag van meerdere tochten die Thesiger maakte door de uitgestrekte woestijnen van Saoedi-Arabië in het gezelschap van de Bedu in de jaren van 1945 tot 1950. Thesiger trok met een kleine groep op kamelen de woestijn door en leed vaak honger en dorst. 

Het boek is prachtig geschreven en ik vind het zonder meer het mooiste reisverhaal dat ik ken. Zoals gebruikelijk een aantal citaten om de sfeer van het boek te proeven:

- Ik vond het verontrustend wanneer een Danakil naar me staarde, omdat ik het gevoel had dat hij mijn waarde als trofee taxeerde, ongeveer zoals ik een kudde spiesbokken zou bestuderen om het dier met de langste horens uit te zoeken.

 - In de woestijn had ik een vrijheid gevonden die in de beschaving onbereikbaar was; een leven dat niet gehinderd werd door bezittingen, aangezien alles wat niet hoognodig was, niet meer dan een last was. Bovendien had ik daar een kameraadschap gevonden die onverbrekelijk met de omstandigheden was verbonden, evenals het geloof dat ik daar rust zou vinden. Ik had de bevrediging leren kennen die volgt op ontberingen, en het genot dat voortkomt uit onthouding: de tevredenheid van een volle maag; de weelde van vlees; de smaak van zuiver water; de extase van de overgave wanneer het verlangen naar slaap een marteling wordt; de warmte van een vuur in de kille dageraad.

 - De Bait Kathir waren al even verbijsterd over de manier waarop ik sprak, maar dat weerhield hen niet van het stellen van vragen over "de christenen". "Kenden ze God? Deden ze aan vasten en bidden? Waren ze besneden? Trouwden ze net als moslims, of namen ze gewoon een vrouw als ze daar behoefte aan hadden? Hoeveel bruidsschat betaalden ze? Bezaten ze kamelen? Leefden ze in stammen? Hoe begroeven ze hun doden?"

 - De Bait Kathir slachten vrijwel alle mannelijke kamelenkalven bij de geboorte. Ze leven grotendeels van kamelemelk en hebben geen zin om voer te verspillen aan dieren die daar niets voor kunnen teruggeven.

- In het begin vond ik het leven met de Bedu heel zwaar, en in al die jaren dat ik samen met hen heb gereisd, vond ik de psychische druk steeds moeilijker dan de fysieke inspanning.

- Ik moest nog leren dat geen Bedu bedelen een schande vindt, en dat hij vaak het geschenk in zijn handen bekijkt en zegt: "Is dat alles wat je me geeft?"

- Iedereen hier kende de individuele sporen van zijn eigen kamelen, en sommigen konden zich de sporen herinneren van vrijwel elke kameel die ze hadden gezien. Ze konden in één oogopslag aan de diepte van de afdruk zien of een kameel bereden werd of niet, en of ze drachtig was. Door het bestuderen van vreemde sporen konden ze zien uit welk gebied de kameel afkomstig was.

- De Bedu weten wat een kameel waard is: "Ata Allah" ofte wel "Gods geschenk" noemen ze haar, en het is haar geduld dat het hart van de Arabieren verovert. Ik heb nooit een Bedu gezien die een kameel sloeg of slecht behandelde. De behoeften van de kameel komen steeds op de eerste plaats.

- In de woestijn hebben de Bedu heel weinig nodig om in leven te blijven. Hun kudden voorzien hen van voedsel en drinken, maar er zijn bepaalde dingen die ze niet zelf kunnen maken. Ze hebben stoffen nodig en kookpotten, messen, munitie, af en toe een lading dadels of graan, en zulke eenvoudige luxeartikelen als een handvol koffie of wat tabak.

- Bedu verlangen niet naar gevarieerde maaltijden en eten met vreugde maandenlang tweemaal daags hetzelfde voedsel, dat ze niet naar kwaliteit beoordelen, maar naar kwantiteit.

- Maar we praatten zelden over seks, want hongerige mannen dromen van eten, en niet van vrouwen, en ons lichaam was meestal te moe om geprikkeld te worden.

- Het is kenmerkend voor Bedu om in extremen te vervallen, om óf buitengewoon gul te zijn, óf onvoorstelbaar krenterig, heel geduldig of bijna hysterisch lichtgeraakt, ongelooflijk dapper of zonder zichtbare reden in paniek. Ze zijn van nature ascetisch en ontlenen bevrediging aan de kale eenvoud van hun leven, en versmaden de gemakken die anderen onontbeerlijk zouden vinden. Hoewel ze, bij de zeldzame gelegenheden die zich voordoen, enorme hoeveelheden eten, heb ik nooit een Bedu ontmoet die gulzig was.

- De Arabieren in Abu Dhabi hadden onze kamelen nogal minachtend willen afdoen door ze te vergelijken met de kamelen van hun sjeiks, totdat bin Ghabaisha zich zo ergerde dat hij zei: "De kamelen van jullie sjeiks zijn inderdaad prachtige dieren en beeldschoon. Ik ben een Bedu, ik heb er oog voor; maar er is er niet één onder die de reis had kunnen maken die wij zojuist achter de rug hebben," en zijn toehoorders zwegen, want deze verontwaardigde knaap sprak de waarheid.

- Ik vertelde zelfs niets aan mijn Rashid, want ik had ontdekt dat de beste manier om een verhaal wereldkundig te maken was om het aan één of twee Arabieren te vertellen, op voorwaarde van geheimhouding.

- Ik zal me altijd herinneren hoe vaak ik gedeemoedigd ben door die ongeletterde kamelenhoeders die, zoveel meer dan ik, beschikten over gastvrijheid en moed, uithoudingsvermogen, geduld en luchthartige bravoure. Onder geen ander volk heb ik ooit een dergelijk gevoel van persoonlijke minderwaardigheid gehad.