J.J. Voskuil: Meneer Beerta (Nederland, 1996): 766 blz: Uitgeverij G.A. van Oorschot

In 1963 publiceerde Voskuil zijn eerste roman "Bij nader
inzien", een pil van 1200 blz waarin hij zeer gedetailleerd het
leven van een groep studenten beschrijft in Amsterdam in de jaren vlak
na de oorlog. Deze roman werd nauwelijks opgemerkt en was
eigenlijk al vergeten toen er eind jaren 80 een televisieserie naar de
roman werd gemaakt en men het boek weer begon te lezen.
Wat was dat voor
een man, een schrijver die als eerste roman zo'n enorme pil schrijft en
vervolgens nooit meer iets van zich laat horen. Schreef hij nog? In
1995 kwam Voskuil met een manuscript van een kleine 5000 blz aan bij de uitgever Wouter van
Oorschot. Die zal zich even achter de oren hebben gekrabd, maar hij was
zo enthousiast dat hij besloot om "Het bureau" in 7 delen uit te geven.
Ik dacht 5000 blz, daar zal ik nooit aan beginnen.
Toch was ik
nieuwsgierig en las ik in 1997 "Bij nader inzien" en was razend
enthousiast. Meningen verschillen want ik gaf het aan mijn moeder om te
lezen, maar die vond er niets aan. Misschien dat ik ooit aan "Het
bureau" zou beginnen. In het voorjaar van 2000 las ik "De moeder van Nicolien", een korte roman van 200 blz waarin die fragmenten uit "Het
bureau" staan die betrekking hebben op de schoonmoeder van Maarten de
Koning, de hoofdpersoon van de roman. Opnieuw was ik erg enthousiast.
"Het
bureau" beschrijft het leven aan een kantoor waarin de mensen zich
bezighouden met de volkscultuur, zoals bijvoorbeeld onderzoek naar de
verspreiding van het geloof in kabouters in Nederland, gedurende de
periode 1957-1987.
Voskuil beschrijft het leven aan het Bureau. Er is geen sprake van een plot,
interessante ideeën of spanning. Integendeel, Voskuil beschrijft zeer
realistisch hoe het werk op een kantoor er aan toe gaat, mensen die zich
vervelen en tegen hun zin hun werk doen, grapjes die gemaakt worden,
ergernissen die er over en weer zijn. Ik kan me zeer goed in die sfeer
inleven en ik vermoed dat dat voor mensen die zelf op een kantoor werken
nog meer opgaat.
In
het begin van "Meneer Beerta" neemt Beerta Maarten de Koning aan op het
Bureau, een instituut voor het onderzoek van volkscultuur. Het boek
beschrijft de jaren 1957-1965 en de belevenissen in het Bureau gezien
door de hoofdpersoon Maarten de Koning.
We maken kennis met de mensen
die op het Bureau werken, de gesprekken die ze met elkaar voeren en de
onderlinge pesterijtjes.
Wat ik zo bijzonder aan het boek vind, is dat
een groot deel van het boek in de vorm van een dialoog tussen
verschillende personen is geschreven en dat deze dialoog ook echt
overkomt. Ik denk steeds bij mezelf zo heeft ie het inderdaad gezegd. In
het boek worden zelden grote thema's aangesneden, maar je krijgt wel
een zeer goed beeld van een aantal doorsnee mensen die op een doorsnee
manier hun tijd volmaken. Ik vind het zeer geschikt om er elke dag een
half uurtje in te lezen. Ik heb "Het Bureau" in 2000 in ruim 2 maanden tijd uitgelezen.
Toen ik "Het Bureau" in 2000 las, maakte ik nog geen aantekeningen in de boeken die ik las. In 2012 heb ik "Bij nader inzien" herlezen, en 3 of 4 jaar geleden heb ik het eerste deel van "Het Bureau" herlezen "Meneer Beerta".
Ik heb toen geen bespreking van "Meneer Beerta" geschreven. Wel had ik een groot aantal potloodstreepjes in de kantlijn gezegd en de meest sprekende stukjes tekst genummerd. Op die manier kon ik de afgelopen dagen alsnog de mooiste citaten uitzoeken en een nieuwe bespreking schrijven van dit toch wel prachtige boek.
Hieronder volgt een aantal van de voor mij meest sprekende citaten:
- Maarten lachte. "Ik heb de pest aan mensen die een proefschrift schrijven alleen om de titel. Als je wat te vertellen hebt, kun je dat ook wel zonder proefschrift. En ik heb niets te vertellen."
- Maarten had het gevoel dat ze dit gesprek nu al wel honderdmaal gevoerd hadden, in ongeveer dezelfde bewoordingen. Van de illusie dat je jong blijft door voor een volstrekt onkritisch publiek opbeurende praatjes over hun toekomst te houden, was in het jaar dat hij leraar was geweest niets over gebleven, als hij haar ooit gehad had. Bovendien was hij tot de overtuiging gekomen dat je met het verplicht toedienen van op maat gesneden, geprogrammeerde kennis meer kwaad dan goed doet ...
- Beerta had zich opgericht en keek hem strak aan. "Dag meneer Meierink," zei hij afgemeten. "U bent te laat." "Het spijt me, meneer Beerta," hij had een wat zeurderige stem, alsof hij te moe was om te praten, "maar het is gisterenavond weer laat geworden en toen had ik moeite met mijn bed uitkomen." "Voor mij is het ook laat geworden," zei Beerta koel, "maar ik ben wel op tijd." "Ja, u kunt daar misschien tegen, maar ik heb er moeite mee."
- "Ik geloof nergens in," antwoordde Maarten gemelijk. "Een borrel drinken en met vrienden praten, dat is het enige."
- "U zoekt mij, Meneer Beerta?" vroeg Hein de Boer. "Ja," zei Beerta. Hij trok zijn stoel met een paar rukken scheef, zodat hij hem kon aankijken. "Je bent weer te laat vanochtend." "Toch maar vijf minuten." Hij was bij de deur blijven staan. "Vijf minuten zijn vijf minuten. We beginnen hier om negen uur." "Gisteren was ik vijf minuten te vroeg." "Of je te vroeg bent kan me niet schelen." "Maar vindt u dan niet dat het al beter gaat?" "Nee, dat vind ik niet." "Want eergisteren was ik tien minuten te laat." "Dat weet ik, daar heb ik dan ook een aanmerking op gemaakt." "Vijf minuten is toch beter dan tien minuten?" "Dat is het niet! Het wordt pas beter als je elke ochtend op tijd bent!"
- "Ik werk dus. Ik doe het zo goed mogelijk. Maar ik geloof er niet in en het geeft me geen voldoening," vatte hij zijn situatie samen. "Het enige goede wat je ervan zeggen kunt, is dat niemand het serieus neemt. Het is de grootste onzin die je je voor kunt stellen. De herkomst van kabouters, en zo."
- Beerta schudde zijn hoofd. "Je moet je toch eens abonneren op de NRC. Een intellectueel hoort geabonneerd te zijn op de NRC." "Ik ben geen intellectueel. Ik ben kantoorbediende." "Sommige kantoorbedienden zijn ook intellectuelen."
- "Daar komt natuurlijk nog bij," zei Maarten na een stilte, "of misschien hangt het er wel mee samen, dat ik het werk van zo'n boer zinnig vind en wat wij doen volstrekt zinloos. Wie heeft er in godsnaam wat aan dat ik me weet ik hoelang met kabouters of met de nageboorte van het paard bezighoud."
- Beerta keek er hebberig naar, maar hij drong niet aan. "Als je zo'n knipsel dateert dan moet je niet 59 maar 1959 zetten, anders weten ze over tweehonderd jaar niet van wanneer dat knipsel precies was," zei hij.
- "Kennen jullie die mop over Brigitte Bardot die op audiëntie kwam bij de Paus?" vroeg zijn vader. "Nee," zei Maarten. Hij stelde zich er niets van voor. Hij kon zich ook niet herinneren dat hij zijn vader wel eens eerder een mop had horen vertellen. "Brigitte Bardot is op audiëntie bij de Paus," hij lachte, een beetje scheef, wat verlegen lachje. "Ze maakt een buiging," hij boog zich wat naar voren met zijn pijp in zijn mond, alsof hij in het decolleté van Brigitte Bardot naar binnen loerde. "Hij kijkt en kijkt en zegt dan: Mon Dieu, mon Dieu. En als ze weggaat opnieuw. Hij buigt zich naar voren," hij deed dat opnieuw na, "en kijkt en kijkt en zegt nog eens: Mon Dieu. Ze gaat weg. Hij kijkt om. God staat achter hem. De Paus schrikt, maar dan zegt God: Jij bent nog eens een Paus! Je roept me tenminste als er iets te zien is." Hij lachte besmuikt.
- "Hendrik vindt de wetenschap flauwekul," zei Maarten lachend tegen Nicolien. "Nou!" zei Ansing. "Dat gaat toch wel ver!" "Maar het is toch flauwekul?" zei Maarten. "Het is toch idioot dat tien mensen, waarvan de helft tegen een riant salaris, de hobbies van Beerta onderhouden? Net alsof je met zijn tienen voor een ander postzegels verzamelt. Ik zie het verschil niet. Behalve dan dat je daar niet voor betaald zou worden."
- "Heb je sigaren bij je?" vroeg Beerta. "Moet dat?" vroeg Maarten. "Je moet altijd sigaren bij je hebben en een rol flikken. Dan presenteer je zo'n man een sigaar en je geeft zijn vrouw een flikje."
- Maarten schakelde de bandrecorder in en keek naar het oplichten van het groene oog. "Dà van dien Roomsen knech," begreep de vrouw. "Joa, da's een mooi verhaol." ze bladerde in het schrift tot ze het gevonden had. "Dà was van nen Protestantsen timmerman, die had 'n Roomsen knech," ze hield haar blik gericht op de bladzijde voor haar. "En de afsproak was, dà d'r nooit ovver het geleuf 'esprook'n zol worren. En dà gong joar'n good, moar toen een keer met Kassemis, toen de knech noar de nachmis wol, dat numden de Roomsen het keendjewieg'n, toen was het weer zo bar, het was kold en het sneide, dat de boas die zei: Zol je neet leewer in bed blieven, Anton? Moar die knech gink toch. En de volgende dag zee ie: Boas, ik goa! Want die boas had toch ovver het geleuf 'esprook'n." Ze keek op. "Is dà geen mooi verhoal?" Ze was ontroerd.
- "Meneer De Gruiter is ernstig ontstemd over je gedrag," zei Beerta. "Wat heb ik gedaan?" "Je hebt verzuimd een kartonnetje te zetten op de plaats waar je een boek hebt weggehaald. Hij heeft mij de plaats laten zien." "Dat komt niet te pas," gaf Maarten toe.
- "En als je het dan toch verandert," zei Balk, "haal dan ook dat
Hooggeleerde Heren weg. In een ambtelijke brief gebruik je geen aanhef en bovendien is tenminste een van de bestuursleden niet hooggeleerd, maar zeergeleerd."
- "Iedere vergadering is belangrijk. Je ziet weer interessante mensen en bovendien hebben ze bij de vergaderingen van de Maatschappij altijd van die lekkere koekjes."
- "Als jullie niet naar de kerk gaat, wat doen jullie dan zo'n oudejaarsavond als ik vragen mag?" vroeg Beerta. "We hebben
Mens erger je niet gespeeld met mijn schoonmoeder en oliebollen gegeten en bisschopswijn gedronken. Ik heb verloren."
- "Veel gevraagd?" zei Maarten verontwaardigd. "Je mag van een mens met enige intelligentie toch wel verwachten dat hij inziet dat het volstrekt zinloos is wat hij doet?"
Men zou "Het Bureau" af kunnen doen als het geneuzel van een saaie man die saai werk doet op een saai kantoor met saaie collega's die saaie gesprekken voeren en saaie dingen meemaken. Maar al dat geneuzel is wel zo opgeschreven dat het uiterst vermakelijk is om te lezen!
Reacties op dit blog zijn meer dan welkom.